02-11-07

Een kwalijke erfeniskwestie op de Watermeulen (Izegemsestraat)

Izegemsestr 105

De familie van Bernard Vandamme zit er al decennialang mee verveeld. Nu worden ze ook nog eens beboet! De woningen Izegemsestraat 101 tot 107 zijn familiebezit. Het gaat om een gewezen brouwershof uit de tijd van de Franse Revolutie (1789), later omgebouwd tot landelijke dorpswoningen. Het gemeentebestuur van Heule, nu een deelgemeente van Kortrijk, besliste indertijd dat de woningen in een gebied lagen dat onteigend zou worden voor de bouw van een nieuwe weg. Toenmalig burgemeester Cattebeke gaf de eigenaars de raad dat rijtje woningen niet te renoveren of zelfs maar te onderhouden.

In tegenstelling met die onteigeningsdreiging werd het rijtje in 2003 beschermd als monument. Kortrijk heeft bijna geen andere woningen uit die ver vervlogen tijd. Die bescherming betekent dat eventuele renovatie slechts onder heel strenge voorwaarden kan gebeuren en heel wat duurder wordt. Die kosten overstijgen de financiële draagkracht van de eigenaars. Tot overmaat van ramp krijgt Bernard Vandamme, huidig eigenaar, nu plots een aanslag van de leegstandstaks in de bus. Het stadsbestuur erkent zijn verantwoordelijkheid in die kwestie door een gedeelte van de taks kwijt te schelden.

Dorpswoning met hoofdletter

De Izegemsestraat is een van de oudste wegen vanuit Kortrijk. Het was de oude weg naar Brugge (de 'heirweg' naar Brugge), tot hij in 1750 door het Oostenrijkse bewind vervangen werd door de rechte weg die nu nog altijd de Brugsesteenweg is. Toch moet het nog een drukke verkeersader geweest zijn op het moment dat het huizenrijtje nr. 101-105, bijna op de Watermeulen, een gehucht, werd gebouwd op het einde van de jaren 1700. Dat was de tijd van de 'Verlichting' (de Rede werd ingezet tegen de vooroordelen van de godsdienst en de vastgeroeste gewoonten van het 'ancien régime'). In onze streken was er de Brabantse Omwenteling tegen het Oostenrijkse gezag. Noord-Amerika maakte zich los van de Engelse koning. En in Frankrijk overwon de Franse Revolutie. 

Ik denk niet dat er nog veel woningen uit die tijd overgebleven zijn in Kortrijk. Het was mij eerst niet duidelijk of het huidige rijtje van 3 huisjes oorspronkelijk niet een enkele woning met stallen en schuur was. In het beschermingsbesluit is sprake van een "Dorpswoning", met hoofdletter. Feit is dat slechts de eerste woning beschikt over een 'voutekamer'. Intussen weet ik dat het inderdaad eerst een enkel huis was, een brouwershof dan nog. Die informatie vond ik op de site van het Vlaams Instituut voor Onroerend Erfgoed, dank zij Francis Devriendt, die ook een woning uit die tijd betrekt - zie reactie.

De brouwerswoning is reeds te zien op de landkaarten die graaf de Ferraris in opdracht van het Oostenrijkse keizerlijke gezag opmaakte van onze gewesten (1770-1778) Het rijtje is tevens duidelijk te herkennen op de Atlas der Buurtwegen (1843); op dat ogenblik is het één enkele woning en is het eigendom van brouwer Frans Vanrobaeys. In 1883 wordt de woning opsplitst in drie woningen. In die tijd was de textiel volop aan het industrialiseren en al dat nieuwe werkvolk moest gehuisvest worden. Rond 1950 wordt aan de achtergevel een klein volume toegevoegd.
 
Herberg

Thans is het nog altijd een driewoonst, die het Vlaams Instituut voor Bouwkundig Erfgoed omschrijft als: "van verankerde baksteenbouw onder zadeldak bekleedt met Vlaamse pannen. Witgekalkte gevels op gepikte (gepekte? - met pek ingesmeerde) plint. Rechthoekige muuropeningen met behouden schrijnwerk zoals de ramen met roedeverdeling en de luiken. Deels gecementeerde achtergevel gemarkeerd door vier opkamertraveeën. Verdiepte vensters met schuiframen en luiken. Rechthoekige kelderopeningen met getraliede blokvensters. Rechter zijgevel gemarkeerd door twee gedichte vensters onder druiplijst. Drie blinde benedenvensters."
 
Het Vlaams Instituut heeft het rijtje ook aan de binnenkant bestudeerd: "De huidige drie woningen hebben een eenvoudige interieuraankleding. Nr. 101 doet thans dienst als opslagruimte. Nr. 103, wordt getypeerd door de twee traveeën brede woonkamer met achterliggende opkamer. Nr. 105, dat het grootste deel van het volume beslaat, wordt gekenmerkt door de eenvoudige marmeren schouwmantels en bepleisterde plafonds met geprofileerd lijstwerk. Vermoedelijk deed dit deel dienst als herberg. Het huis heeft een kelder met eenvoudig witgeschilderd bakstenen tongewelf en bakstenen vloer."

Dat lezende, vind ik het prima dat die zeldzame panden zijn beschermd. In het ministerieel besluit van 15 april 2004 (van Vlaams minister Paul Van Grembergen, Spirit) staat dat het rijtje is beschermd als monument, "wegens de historische en sociaal-culturele waarde".

Vandamme2

Vervloekt

Die historische waarde is lange tijd niet onderkend. Zowel de eigenaars als de gemeentelijke overheid, van Heule en na de fusie van Kortrijk, zagen in het rijtje niets anders dan drie hopeloos vervallen krotten, alleen nog geschikt voor de sloop, goed gelegen bouwgrond voor nieuwbouw. Maar het perceel was vervloekt. Het gemeentebestuur van Heule had een BPA 'Stade Heule 1' goedgekeurd, waardoor het rijtje in een onteigeningsstrook kwam te liggen. Het was de bedoeling er een weg aan te leggen (de 'Vlasweg').

Meteen had deze eigendom nauwelijks nog verkoopwaarde voor de ouders en grootouders van Bernard Vandamme. Als er dan toch niet kon gebouwd worden, was er geen reden om het ensemble af te breken. In 1965 ging de familie te rade bij burgemeester Cattebeke van Heule. Die drukte hen op het hart die woningen in de lamentabele staat te laten als ze waren: "We gaan ze onteigenen en afbreken". Nochtans waren er wel investeringen nodig om ze verder te kunnen verhuren. Zo was en is er nog altijd geen badkamer. Voor het toilet moet men naar buiten; bij nummer 105 zijn dat twee naast elkaar gelegen schilderachtige hokjes met in het ene hokje nog een voorvaderlijke plank met gat en deksel.

Mettertijd kwam het rijtje door schenkingen terecht op naam van Bernard Vandamme. Hij ging zich onmiddellijk informeren bij de dienst stedenbouw van Kortrijk, toen nog in de Belfaststraat. De ambtenaar kon hem niet veel wijzer maken. Vast stond dat de Vlasweg er nooit ging komen, maar er was een verkaveling gepland tussen de Molenstraat en de Bozestraat en die nieuwe wijk kon wel eens ontsloten worden via de Izegemsestraat. In dat geval ging het rijtje alsnog tegen de vlakte. De onteigeningsmogelijkheid werd gehandhaafd. Telkenjare werd die informatie herhaald. Er werd aan toegevoegd: "Tja, dat is een kwalijke erfenis van Heule".

Ize4

Monument

In 2004 vernemen de eigenaars tot hun ontsteltenis dat het rijtje beschermd is als monument. Zij vernemen intussen ook dat het BPA Stade Heule 1, dat hun rijtje in een zone voor onteigening legde, al op 20 april 2001 was afgeschaft. Dat was hen niet gemeld door de stadsdienst bij wie ze te rade gingen. 

Die officiële bescherming zou goed nieuws kunnen betekend hebben: er konden subsidies aangevraagd worden voor de renovatie. Maar in dit geval was het alsof het dak op het hoofd van de eigenaars stortte. Weg was de beloofde onteigening die hen van alle zorgen zou bevrijden. Weg was de mogelijkheid om het rijtje te slopen en de goed gelegen grond bouwrijp te maken. Weg was hun vrijheid om de gebouwen naar eigen goeddunken en eigen financiële mogelijkheden op te knappen...

Hoe vervallen de panden nr. 101, 103 en 105 ook zijn: ze moeten in hun 'oorspronkelijke' staat hersteld worden, volgens de eisen van de administratie voor Monumenten en Landschappen. Een door de eigenaars aangesproken architectenbureau raamde de kosten voor die restauratie op 620.000 euro. Daar tegenover staan slechts subsidies voor de buitenwerken. De vereiste financiële inspanning gaat de draagkracht van de eigenaar te boven. Intussen heeft hij de panden al proberen te verkopen (o.m. aan de Zuid-West-Vlaamse Huisvestingsmaatschappij en aan het OCMW), maar zonder succes. Persoonlijk zie ik ook niet goed in op welke manier van dat rijtje een of meer sociale woningen kan worden geaakt. Volgens de eisen van Monumenten en Landschappen kan dat moeilijk, en op een betaalbare manier al helemaal niet.

Ize3

2250 euro taks

Een ander verhaal is de woning nr. 107; een huisje dat in de 19de eeuw is bijgebouwd in de tuin van het rijtje. Ook die woning stond in het onteigeningsgebied van BPA Stade Heule 1 en zij werd dus eveneens om die reden niet gemoderniseerd. De verhuur ervan eindigde op het moment dat het pand onbewoonbaar werd verklaard op 1 mei 1996. De woning nr. 103 is nog verhuurd en nr. 105 is in gebruik door de eigenaar zelf.

"De erfenis van Heule" wordt nog kwalijker. Op grond van een stadstaks op "leegstaande, ongeschikte, verwaarloosde en onbewoonbaar verklaarde woningen en gebouwen", ingevoerd door de gemeenteraad van 14 maart 2005, kreeg Bernard Vandamme in 2006 een aanslagformulier in de bus. Voor de woning nr. 107 wordt hem twee keer 750 euro aangerekend (leegstaand èn onbewoonbaar verklaard), voor de woning nr. 101 een keer 750 euro (leegstaand). Samen 2.250 euro voor 2006. En wat hangt er hem boven het hoofd voor de komende jaren? 

Verantwoordelijkheid 

De tegenslagen met die woningen beu, laat Bernard Vandamme het niet daarbij. Hij dienst een bezwaarschrift in en vraagt zich persoonlijk te mogen komen verdedigen. Het schepencollege ontvangt hem op 4 september 2007. Zijn pleidooi komt erop neer dat de leegstand en de onbewoonbaarheid van beide huisjes niet het gevolg zijn van moedwillige verwaarlozing van zijn kant. Aan het rijtje en de achterwoning werd niets gedaan omdat ze toch voor de sloop waren bestemd door het onteigeningsplan van Heule. De verwaarlozing vindt zijn oorzaak in de "aanslepende aarzelende houding van de overheid zelf". Door die door de overheid in de hand gewerkte verwaarlozing zijn de kosten voor restauratie van het 'monumentale' rijtje niet meer draagbaar voor een particulier. Intussen poogt de eigenaar een koper te vinden die wel genoeg middelen heeft om er nog iets van te maken.

Zonder het met zoveel woorden te zeggen, erkent het stadsbestuur - tegen het advies in van haar eigen diensten - enige verantwoordelijkheid in deze kwestie. De eigenaar krijgt een korting van 750 euro - rest te betalen voor 2006: 1500 euro. Hij kan tegen die beslissing nog in beroep gaan bij de rechtbank van eerste aanleg in Brugge.

Ize 105

Kafka

Persoonlijk vind ik dat hier een kafkaiaanse toestand. Woning nr. 107 buiten beschouwing gelaten - door te slopen kan de eigenaar verdere taksen vermijden - zie ik niet goed in welke oplossing bestaat voor het beschermde rijtje. Ik ga ermee akkoord dat de historische waarde noopt tot restauratie in zijn oorspronkelijke toestand. Voor de gemeenschap is het belangrijk dat een dergelijk mooi overblijfsel uit de tijd van de Oostenrijkers wordt bewaard. Maar die last kan men niet op de schouders leggen van een particulier die toevallig in het bezit gekomen is van die panden. Bovendien zijn de opeenvolgende eigenaars een halve eeuw lang door de gemeentelijke overheid zelf in de waan gelaten dat het rijtje in de weg stond. 

In plaats van de eigenaar met oplopende taksen te dwingen grote investeringen te doen, zou de stad zelf actief op zoek moeten gaan naar een zinvolle bestemming voor dat zeldzaam en ondanks alles bewaard gebleven bouwkundig erfgoed. Misschien is het tijd om dat rijtje eindelijk toch te ... onteigenen; niet meer om het tegen de vlakte te slaan maar om het deskundig te restaureren en een nieuwe functie te geven. Horeca bijvoorbeeld. En misschien moeten wij ook eens kijken hoe we de stadstaks op leegstaande gebouwen kunnen verfijnen om dergelijke onrechtvaardige situaties te voorkomen.

Ize101

01-10-06

ZONDAG 1 OKTOBER 2006: de Watermeulen, een dorp met verschillende gezichten

wm1

Het was in oeroude tijden de eerste stopplaats voor wie van Kortrijk naar Brugge trok: de oversteek en later de brug over de Heulebeek. Van diezelfde beek maakten de heren van Heule gebruik om er een watermolen in pacht te laten draaien. Het dorp dat daarrond ontstond, gelegen op de grens van drie gemeenten, heeft zich nooit ontwikkeld tot zelfstandige gemeente, wel tot een parochie. Intussen is het dorp veranderd in een groene voorstad van Kortrijk, maar je vindt er nog veel onvermoede schilderachtige hoekjes, die tonen hoe het vroeger was. 

Oeroud dorp

De Watermeulen (Watermolen in bijgeschaafd Nederlands) was voor de fusie van de gemeenten in 1976 een groot gehucht, dorp eigenlijk, op de grens van de gemeenten Heule en Kuurne en stad Kortrijk. Sindsdien behoort het integraal bij 'groot'-Kortrijk. In 2004 is een groot deel van de dorpskern beschermd als monument. En met reden: het is het meest authentieke dorpje dat je op het grondgebied van Kortrijk kunt bezoeken. De tijd heeft er stilgestaan sinds de 19de eeuw.

Samen met de vallei van de Heulebeek, die niet altijd fris riekt maar wel zeer schilderachtig meandert, en enkele mooie nieuwe wijken vol bloemen en planten, is de Watermolen zeker een bezoek waard. En een verleden met verschillende brouwerijtjes leeft voort in een keuze van stemmige dorpscafés.

Hoewel het nooit een zelfstandige gemeente is geworden, is het dorp oeroud. Het is ontstaan bij de kruising van de heirweg van Kortrijk naar Brugge en de Heulebeek, die in vroeger tijden een bevaarbare waterloop was (dat zal wel met platbodems geweest zijn). Precies daar heeft de Heulebeek een wat groter debiet, achter de samenvloeiing met haar zijriviertje, de Vlaanderenbeek. Daarvan is gebruik gemaakt om er de watermolen te bouwen waaraan de nederzetting zijn naam dankt. Een derde factor voor het ontstaan van een dorp was dat de heirweg zich net daar splitste in een weg naar Brugge en een andere weg naar Izegem.

Heirweg naar Brugge

Tot 1750 passeerde de hoofdweg van Kortrijk naar Brugge door de Watermolen. Landvoogd Karel van Lorreinen liet toen een nieuwe weg bestraten die nu nog altijd de Brugsesteenweg is. Aangezien de weg door de Watermolen zich daar vertakte, werd hij sindsdien meestal de Izegemsestraat genoemd.

De oude weg naar Brugge volgde na de Watermolen het tracé van de weg die nu de Heirweg is. Stel je bij de term 'hoofdweg' geen autostrade voor. Die wegen waren heel smal, en dat kun je nog waarnemen bij het begin van de Heiweg in de Watermolen.

Banmolens

De heren van Heule, trawanten van de graaf van Vlaanderen, kregen van hun opperhoofd het recht om alle graan in de 'heerlijkheid' (wingewest) Heule te laten malen in hun molens. Dat recht werd in het middeleeuwse recht het "vry molayge" genoemd en de molens die daarvoor werden gebruikt "banmolens". Het was voor de boeren die het ongeluk hadden in de heerlijkheid te wonen, een zware last.

In Heule waren er twee banmolens, een watermolen op de Heulebeek en een windmolen op de plaats waar nu het plantsoen is van het begin van de Molenstraat aan de Izegemsestraat. Natuurlijk was het uitgesloten dat de heertjes van Heule - op het laatst graaf d'Ennetière - hun edele handen zouden vuilmaken: zij verpachtten de tuigen tegen grof geld (of tegen een deel van het meel). Wind- en watermolen werden altijd samen verpacht.

De windmolen was een staakmolen. In 1887 waaide hij om. Molenaarszoon Georges Dutoict schoot daarbij het leven in.

De watermolen staat al vermeld in officiële documenten van 1284. Hij bleef in dienst tot 1942, toen de laatste molenaar, André Vanhoutte overschakelde op elektrische drijfkracht. Vandaag zou men de oude watermolen koesteren als industriëel erfgoed, maar halverwege de vorige eeuw zag men het nut van het bewaren niet in. In februari 1955 werd het ijzeren rad opgekocht en afgebroken door de 'oudijzermarchands' Casier van Zwevegem en Arseen Vandenbroucke van de Watermolen zelf. Het molenbedrijf werd helemaal stopgezet in 1977.

Ik wil mijzelf niet in de geschiedenis van de Watermolen wringen, maar enkele jaren geleden stelde ik in de gemeenteraad (in commissie, bij de bespreking van de vernieuwing van het brugje ter hoogte van de watermolen) voor om de restanten van de molen in het metselwerk van de oevers zorgvuldig te bewaren. Wie weet dat men ooit de middelen zou vinden om de watermolen te restaureren. Men heeft mij niet gevolgd.

Ik blijf ervan overtuigd dat een draaiend rad in de Heulebeek een toeristische troef zou zijn. We zouden er wat groene elektriciteit mee kunnen opwekken. En bovendien zou het wat meer zuurstof in het beekwater brengen, wat gunstig zou zijn voor de geur.

Intussen kun je er wel nog een stuk oeverwand in gerecupereerde natuursteen zien maar niets mee van de aanvoergeul en het gat waarin de spil van het rad zat. Wel ligt de bedding van de Heulebeek daar vol stenen en je kunt, als je goed kijkt, nog een aanzet opmerken van de ronde geul waarin het waterrad draaide.

Parochie

Kerkelijk is de Watermolen wel een entiteit geworden, zij het laat in de geschiedenis. Op 'Watermeulen Plaetse', het verbrede deel van de Watermolenwal, stond ooit een kapelletje, voor het huis der kinders Nuyttens, die een van de vele brouwerijen van de Watermolen uitbaatten. Het was gewijd aan Sinte Godelieve, aanroepen tegen keel- en oogziekten. 

Bij een verbouwing van het brouwershuis stond de kapel in de weg. Het beeld kreeg een nieuwe plaats in de grote kapel, met de afmetingen van een kerk, die de vrome Ursula Dinnecourt in 1868 liet bouwen op hetzelfde pleintje. De moeder van Ursula, weduwe Dinnecourt-Carpentier had in 1845 de aanpalende kloosterschool opgericht.

Eerst werd het dorp rond de kapel van Sint-Godelieve (zowel het Heulse deel als dat van Kortrijk en dat van Kuurne) bij koninklijk besluit van 1886 erkend als annexe van de parochie van Heule-kerke, met een eigen priester. In 1907 werd dan een volwaardige parochie Sint-Godelieve opgericht. Een jaar later werd wat verderop aan de Watermolenwal een eigen kerkhof geopend. Het schilderachtige kerkje met de neo-barokke toren is enkele jaren geleden grondig vernieuwd, nadat het gebouw was uitgebrand bij herstellingswerken.

Monument van een dorp

Bij ministerieel besluit van 30 april 2004 (Vlaams minister Paul Van Grembergen, spirit) werd een groot deel van de dorpskern van de Watermolen beschermd als monument. Niet minder dan 22 arbeidershuisjes uit de 19de eeuw (of ouder?) in de Izegemsestraat en de Heirweg zijn sindsdien erkend als monument. In de motivatie van het besluit wordt gezegd dat het een gaaf bewaard geheel is in het centrum van een gehucht. De eenheid wordt niet doorbroken door nieuwbouw die uit de band springt.

De minister laat zijn bewondering blijken in het ... latijn: "het dorp is een representatief voorbeeld van 'architectura minor' (bescheiden bouwkunst)". In heel het Vlaamse land zijn nog weinig dergelijke dorpskernen te vinden met arbeidershuisjes met witgekalkte of witgeschilderde gevels, veelal met goed bewaard schrijnwerk, beluikte ramen en ramen met 'roedeverdeling' (onderverdeeld in kleine ruitjes).

Een bijzondere vermelding verdienen de huisjes Heirweg 255-271, die aanleunen tegen de omvangrijke Watermolenhoeve (vroeger op het grondgebied Kuurne en daarom veel te weinig bestudeerd door Heulse geschied- of heemkundigen). Die huisjes vormen een prachtig voorbeeld van een beluikje in landelijke context, aldus het beschermingsbesluit.

Behalve die beschermde huisjes in de onmiddellijke omgeving van de vroegere watermolen en de brug kun je ook nog op andere plaatsen in het dorp dergelijke bebouwing aantreffen. Zij het dan in veel slechtere toestand, zoals in de Iepersestraat en verder in de Heiweg. In het begin van de Bozestraat staan er nog een paar piepkleine, waarschijnlijk door de eerste bewoners zelf gebouwde woningen, heel wat dieper dan de straat, in de winterbedding van de Heulebeek. Zij getuigen van een heel andere visie op ruimtelijke ordening en rooilijnen in vroegere tijden.

Ook beschermd is het voormalige molenaarshuis, Watermolenwal 11. Dat mag niet verward worden met het molenhuis waarin het watermolenmechanisme zat. Dat molenhuis in in 1979 door stad Kortrijk aangekocht en zeer doordrijvend verbouwd als jeugdlokaal voor Chiro Tsjoef. Het molenaarshuis aan de overkant van het straatje wordt in het beschermingsbesluit omschreven als een goed bewaard 19de-eeuws molenaarshuis met bijhorende opslagplaats, gelegen op een site waarvan de oorsprong minstens teruggaat tot in de 13de eeuw. Het huis is typisch voor de burgerij van honderdvijftig jaar geleden: een dubbelwoning van vijf traveeën en twee bouwlagen, die de rijkdom en de status van de bewoners moest aantonen.

Naar verluidt, ligt op de parking op de andere oever van de Heulebeek een originele molensteen uit de vroegere maalderij Vanhoutte.

Wijken in de bloemetjes

Een volkscafé op de hoek van de Bozestraat met de Izegemsestraat draagt de fiere naam 'Ons Dorp'. Maar de Watermolen omschrijven als een dorp, is een beetje geforceerd. De nederzetting sluit al eeuwenlang aan bij de noordelijke lintbebouwing rond de Izegemsestraat van stad Kortrijk. Er was en is als het ware meer open ruimte tussen de Watermolen en Heule dan tussen de Watermolen en de Kortrijkse wijk Overleie. In het Kortrijkse deel van de Izegemsestraat stoot je trouwens op 16de eeuwse bebouwing, beschermd maar jammergenoeg leegstaand en zonder herbestemming.

Het dorp heeft intussen de allures van een riante voorstad van Kortrijk gekregen, door verschillende verkavelingen sinds de jaren 70. Het zijn buurten geworden zonder doorgaand verkeer, met een weelde aan groen. De Waterhoek bijvoorbeeld is een straat die gerust mag meedingen in de competitie van de meest bebloemde woonstraat. Openbaar groen en kleurrijke voortuinen steken er mekaar naar de kroon.

Een bijzondere vermelding verdient het Ringerf, een woonbuurt met in de Iepersestraat de enige toegang voor wagens. Het is een realisatie van Immobiliën Vennootschap van België, met kavels waarop vanaf 1982 werd gebouwd. De straatjes, die alle genoemd zijn naar een oud ambacht, geven er uit op een binnenpleintje, het Neringenplein. Dat pleintje is uitgewerkt als een stemmige boomgaard op een gazon, zoals je er ooit wel moet aangetroffen hebben nabij de hoeven in de omgeving. Opvallend op de Watermolen is dat de verkavelingen bijna geen alleenstaande woningen bevatten; het gaat meestal om koppelbouw of rijwoningen met voortuintjes.

De 'ring' waarnaar de naam Ringerf verwijst, is het Ring Shopping Center aan de overkant van de Heulebeek. De wijk is ermee verbonden door een voetgangers- en fietsersbrugje. Het is een van de voordelen van op de Watermolen te wonen: je hebt er de grootste keuze aan winkels en grootwarenhuizen op loopafstand.

Nochtans wordt dat voordeel in Kortrijk niet zo geapprecieerd. Het handelscomplex wordt steevast Shoppingcenter Kuurne genoemd, hoewel het sinds de fusie Kortrijks grondgebied is. Omdat men bang was van de concurrentie met de winkels in de binnenstad, heeft het stadsbestuur nimmer enige inspanning gedaan om het Ring Shoppingcenter te integreren in het Kortrijkse commerciële leven. Ten onrechte, vind ik persoonlijk. Het is er nu, maak er dan een troef van!

Het is natuurlijk een beetje schokkend als je, kuierend op het prachtige pad tussen de Watermolen en het Ringerf plots geconfronteerd wordt met het mastodontcomplex op de andere oever. Precies dat stuk van de Heulebeek wordt gekenmerkt door een diepe insnijding in het landschap en met glooiende oevers met drassige weiden waarop bonte koetjes hun best doen om niet in het water te sukkelen.

Voor een drastisch landschapsherstel is het te laat; je zou er het Ring Shoppingcenter moeten voor slopen. Maar enige landschapszorg zou geen kwaad kunnen, bijvoorbeeld door aanplantingen van enkele bosjes. Een compensatie is dat Natuurpunt Kortrijk, vlak naast de mooie Ringerfwijk een natuurgebiedje beheert van zowat 1,5 ha. De grond is een aflopende lange weide van de Iepersestraat tot de Heulebeek. Het is eigendom van het OCMW.

En nu we het toch over de vallei van de Heulebeek hebben: het zou prachtig zijn mocht het wandelpad op een van de oevers doorgetrokken worden stroomopwaarts voorbij Watermolenplaatse. Komende van Heule kronkelt de beek daar door maagdelijk landschap met uitzicht op bijvoorbeeld Preetjes Molen.

wm2

 

Meer foto's op http://kortrijkonvermoedehoekjes.skynetblogs.be/post/3739...