01-09-06

Stoopsfabriek gered?

Is de indrukwekkende industriële burcht Stoopsfabriek definitief gered van de ondergang? Het zou kunnen. Er is een ernstige bouwaanvraag binnen, die het beschermde monument in de Spinnerijkaai respectvol wil verbouwen tot lofts en kantoren. Maar het stadsbestuur koppelt dit belangrijke dossier, althans de tweede fase ervan, aan een ander dossier dat er niets mee te maken heeft. Op die manier wordt de positeve impuls die het project kan teweegbrengen voor dit stadsgedeelte gekoppeld aan een aantasting van de leefbaarheid van een ander deel van de wijk. Dame en heren, burgemeester en schepenen, hier begaat u een vergissing.

Stoopsfabriek

Stoopsfabriek is een van de belangrijkste monumenten van het Kortrijkse bouwkundig erfgoed en tegelijk ook een van de meest miskende. De vroegere spinnerij van Camiel Destoop - in de volksmond Stoopsfabriek en niet Stoopfabriek zoals de stadsdiensten het schrijven - is in het begin van vorige eeuw gebouwd in de vorm van een enorme burcht met gekanteelde torens en een 'kapeltoren' met Mercurius in de nok. Het is een voorbeeld van de imitatiestijl, waarmee industriëlen na de industriële revolutie hun (economische en politieke) macht wilden etaleren.

De schaarse andere voorbeelden in ons land, het Zuiderpershuis in Antwerpen en de steenkoolmijn Le Hazard in Chératte bij Luik, hebben al lang een waardige herbestemming gekregen en zijn grondig opgeknapt voor het nageslacht. Stoopsfabriek daarentegen staat al jaren te vervallen na een lange periode van schadelijke exploitatie (o.m. een chemiegroothandel toen men nog niet zo nauwgezet omsprong met zwaar vergif). Binnenkort rest alleen nog een ruïne als er niet spoedig wordt ingegrepen. Zie ook: http://kortrijklinksbekeken.skynetblogs.be/?number=1&....

Een ernstig project

Een ernstige kans op redding doet zich nu voor. Een investeerder wil de leegstaande fabriek ombouwen tot een woongebouw met 42 lofts en 3 kantoren, met behoud van bestaand volume en uitzicht.

Op de begane grond worden aan de kant van de Vaart 4 appartementen ingericht. Achteraan komt een halfondergrondse parkeerkelder met 46 stalplaatsen en niet minder dan 125 plaatsen voor fietsen. Daar worden ook de bergruimte en de technische installaties ondergebracht.

Op de twee verdiepingen komen telkens 19 duplexappartementen (lofts met een verdieping). Een derde kantoor met twee verdiepingen rondt het project af.

De buitengevels worden grondig gerestaureerd. Aan de vensters komen weliswaar bescheiden balkonnetjes, maar die gaan geen afbreuk doen aan het industriële uitzicht van het gebouw. De gelijkvloerse, platte appartementen krijgen een aansluitende private tuin. Er wordt ook een gezamenlijke, semipublieke tuin aangelegd aan de voorkant en de linkerflank van het gebouw. Naast de fabriek wordt aan de linkerkant een ontsluitingsweg mer bezoekersparking aangelegd, die uitgeeft op de Spinnerijkaai.

En dat is niet alles! De overkant van de ontsluitingsweg - dat zijn de braakligggende terreinen van de uitgebrande fabriek Beklon Spinning Mills - wordt in een tweede fase verkaveld. Langs de Vaart komen appartementen met uitzicht over het water. Aan de kant van de woonwijk Venning worden in een pijpekop eengezinswoningen gebouwd. Die tweede fase moet nog eens 38 nieuwe woongelegenheden opleveren. De Venning, lang een sociale woonwijk met een, onterechte, kwalijke naam, wordt nog een riante buurt als dat allemaal gerealiseerd wordt.

Stedenbouwkundige problemen

Een schitterend plan, maar de stedenbouwkundige regels scheppen problemen. Volgens het gewestplan van 1977 is het project perfect mogelijk. De zone is ingekleurd als "gemengd woon- en industriegebied". Dat is niet wat je denkt dat het is. Het betekent dat de fabrieken die er in 1977 aan de slag waren, rustig mochten voortwerken. Maar op het moment dat ze hun activiteiten stopzetten, werd hun terrein automatisch en uitsluitend een woonzone.

Alles kits dus? Neen! Stad Kortrijkmaakte in 1978 immers een bijzonder plan van aanleg waarin de zone Spinnerijkaai weer exclusief werd voorbestemd voor nijverheid. Dat BPA (nr. 20 Venning) staat het project dus in de weg.

Maar ... dat BPA, dat trouwens al lange jaren (1979) in herziening is gesteld zonder dat die herziening ooit is goedgekeurd, kan omzeild worden. Het betreft immers, sinds 8 januari 2005, een beschermd monument. Volgens artikel 195bis van het decreet ruimtelijke ordening van 18 mei 1999, gelden de voorschriften van een BPA niet als het gaat om een verbouwing binnen een bestaand volume van een als monument beschermd gebouw. De voorwaarden zijn dat een voortzetting van de vroegere functie - textiel in dit geval - onmogelijk is of een duurzame leefbaarheid van het gebouw niet garandeert. Ook moet de nieuwe functie de erfgoedwaarde van het gebouw ongeschonden laten of verhogen. Al die voorwaarden zijn in het geval van Stoopsfabriek vervuld.

De conclusie van de stedenbouwkundige regels is dus dat het BPA dat strijdt met het project, niet hoeft gewijzigd te worden. Een BPA-wijziging of het opstellen van een vervangend Ruimtelijk Uitvoeringsplan (nieuwe terminologie) duurt trouwens lang. Voor de tweede fase, de residentiële verkaveling van de braakliggende fabrieksgronden, zou het BPA wel moeten uitgeschakeld worden.

Verkeerde beslissing van het stadsbestuur

Het stadsbestuur heeft over dat belangrijke dossier een dubbeke beslissing genomen. De bouwaanvraag voor de renovatie van Stoopsfabriek wordt gunstig geadviseerd en doorgestuurd naar de Provinciale Directie van ROHM (bouwvergunningen Vlaams Gewest).

Voor de tweede fase beslist het stadsbestuur het betwistbare BPA Venning aan te passen met een Ruimtelijk Uitvoeringsplan. Hierbij wil het stadsbestuur dat niet alleen de Spinnerijkaai wordt bekeken, maar meteen de hele Venningwijk tot aan de Kortrijkse ringweg R8. Zonder omwegen stelt het stadsbestuur dat het de bedoeling is op die manier een goedkeuring te bekomen voor de vestiging van een lokale bedrijvenzone van 3 hectare in de open ruimte tussen de ring en de volkswijk. Om redenen die ik al eerder heb geformuleerd (zie: http://kortrijklinksbekeken.skynetblogs.be/?number=1&...) ben ik daar vierkant tegen.

Ik vind het verkeerd om een noodzakelijke wijziging van een BPA te laten afhangen van een voorstel waarover een brede maatschappelijke discussie woedt. Over de herbestemming van de Beklonterreinen in de Spinnerijkaai is iedereen het eens.  Over het nut van een eventueel lokaal bedrijvengebiedje in een gebied met grote natuurontwikkelingsmogelijkheden is de consensus veel minder. Overigens laat het stadsbestuur voor het eerst uitschijnen dat er voor dat lokaal bedrijventerreintje wek degelijk problemen zijn met de ontsluiting, "verkeersafwikkeling" genoemd in de beslissing.

23-08-06

Behoud 8 hectare open ruimte Venning

Zoals aangekondigd in de gemeenteraad heb ik een bezwaarschrift ingediend in het openbaar onderzoek van het Gemeentelijk Ruimtelijk Structuurplan Kortrijk. Ik blijf mij verzetten tegen het plan om de 8 hectare open ruimte tussen de Venningwijk en de Ring te schenden met een bedrijventerreintje voor een paar showrooms.

Gemeentelijk ruimtelijk structuurplan, wat bedoel je?

Stilaan wordt ruimtelijke ordening met 'gewestplannen' ingeruild voor een modernere aanpak met structuurplanning. Er is het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen; er zijn de provinciale structuurplannen en ook de gemeenten moeten, als instanties die het dichtst bij de mensen staan, structuurplannen maken. Het grote verschil met de - in principe eeuwige - gewestplannen is dat die structuurplannnen een versheidsdatum meekrijgen en na enkele jaren moeten geactualiseerd worden.

Op basis van dat gemeentelijk ruimtelijk structuurplan kan de gemeente dan ruimtelijke uitvoeringsplannen (RUP) maken die even binden zullen zijn dan de huidige BPA's (op basis van het gewestplan). De opmaak van een gemeentelijk ruimtelijk structuurplan is ook een voorwaarde om als gemeente zelfstandig bouwvergunningen te mogen afhandelen (en niet meer naar Brugge - AROHM - te moeten).

In heel Vlaanderen zijn nog maar 6 gemeenten in orde met hun gemeentelijk ruimtelijk structuurplan, waaronder Avelgem en Zwevegem.

In de gemeenteraad heb ik het ontwerp van gemeentelijk ruimtelijk structuurplan Kortrijk "een proper werkstuk" genoemd. Het is een redelijke basis voor een doordachte ruimtelijke ordening. Er is veel aandacht voor de evenwichten tussen alle krachten die ruimte nodig hebben: natuur en groen, wonen, werken, openbare voorzieningen, landbouw, verkeer en vervoer. Zowel de stad als het platteland komen ruimschoots aan bod.

Tot 15 augustus liep het openbaar onderzoek over dat door de gemeenteraad goedgekeurd ontwerpplan. Bij de bespreking in de gemeenteraad heb ik aangekondigd dat ik als burger gebruik zou maken van mijn democratisch recht om een bezwaarschrift in te dienen. Die bezwaarschriften zullen eerst besproken worden in de GECORO, de brede adviesraad van belangengroepen. Nadien zal de gemeenteraad de knopen doorhakken.

Een bezwaarschrift, waarom?

Mijn bezwaar betreft de bestaande open ruimte tussen de Venningwijk (Vennestraat) en de grote ring (R8), tevens de laatste open ruimte tussen Kortrijk stad en stad Harelbeke. Het ontwerpplan wil daar een lokaal bedrijventerrein van 3 hectare te ontwikkelen. Ik ben daar om drie redenen vierkant tegen.

1. Een lokaal bedrijventerrein aan een ventweg/oprit van een niet afgewerkt stuk R8 zal onvermijdelijk grote problemen veroorzaken van ontsluiting. Er is daar een hoge talud. Die steile berm maakt een rechtstreekse ontsluiting via de R8 onmogelijk (in tegenstelling tot wat in het plan wordt beweerd).

Waarschijnlijk is het de bedoeling te profiteren van het drukke verkeer op de Ringweg om enkele showrooms in de kijker te plaatsen. Dat is een vergissing. Op het moment dat de automobilisten, potentiële klanten, de vitrines zullen opgemerkt hebben in het voorbijrijden, zijn ze al te ver en kunnen ze niet terug tenzij ze allerlei sluikwegen inslaan en nutteloos verkeer op gang brengen.

Het terrein(tje) kan in de praktijk slechts ontsloten worden (aanvoer van goederen, ontvangst van klanten, afvoer van gekochte waren) over een nieuw aan te leggen weg. In gelijk welke hypothese zal een dergelijke weg zware schade aanbrengen aan de woonfunctie in de omgeving.

Ofwel loopt die weg naar de Vennestraat, met extra verkeersoverlast voor de Venningwoonwijk. Ofwel loopt die weg rechtstreeks naar de Zandbergstraat (verlengde Deerlijksestraat), met extra verkeersoverlast en een moeilijke uitrit in die al zeer drukke straat. De optie Zandbergstraat vergt bovendien de sloop van enkele rijwoningen. De optie Vennestraat zal het unieke natuur-, tuin- en parkgebied schenden, het stadsgroen Venning met inbegrip van de Vlindertuin.

2. Een tweede reden heeft te maken met de natuur. De 3 hectare die bestemd zijn voor het 'bedrijventerrein', behoren tot een zeldzame biotoop in onze stad. Het is een restant van een landduin. De lichte, zanderige grond, die tegelijk waterrijk is door de dikke kleilaag waarop hij ligt, is uitermate geschikt voor natuurontwikkeling. Dat wordt bewezen door de Vlindertuin en het natuurpark, die op de andere 5 hectare van het open gebied tussen de Venningwijk en de Ring groeien en bloeien.

Niet alleen zou het zonde zijn om die 3 ha grond met grote biologische mogelijkheden te bebouwen. De omvangrijke bedrijfsgebouwen (wellicht showrooms) zouden ook ten zeerste afbreuk doen aan het landschappelijk uitzicht van de bestaande natuurinitiatieven. Nu kun je je daar nog in de open natuur wanen. Als die bedrijfsgebouwen daar staan, is de horizon verknoeid.

3. Ten slotte past het project 'lokaal bedrijventerrein Venning' niet in het uitgangspunt van het gemeentelijk ruimtelijk structuurplan zelf. Het is inderdaad waar dat in vergelijking met andere centrumsteden Kortrijk een uitgebreid KMO-weefsel bezit in de vorm van bedrijven die verweven zijn in het woongebied. De bedoeling van het GRS is nieuwe lokale bedrijventerreinen zoveel mogelijk te laten aansluiten bij het bestaande weefsel. Het voorgestelde bedrijventerrein op de Venning ligt volledig los van de bestaande bebouwing en schaadt daardoor de resterende open ruimte die mee de leefbaarheid van omliggende woonbuurten bepaalt.

Mijn conclusie:

Het voorstel van een lokaal bedrijventerrein op de Venning heeft meer nadelen (aartsmoeilijke onsluiting, verspilling waardevolle biotoop, schade aan leefbaarheid van omliggende woonbuurten) dan voordelen (3 hectare, waarop amper een paar, hoogstwaarschijnlijk commerciële bedrijven zich kunnen vestigen). De voordelen zijn niet in een verantwoorde verhouding met de nadelen. De lokale bevolking is zich daarvan terdege bewust en ik verwijs daarvoor naar diverse acties, een grote petitie en afficheslag, die in het verleden hebben plaatsgevonden. Ik vraag met dit bezwaarschrift de schrapping van het project.

Zie ook: http://kortrijklinksbekeken.skynetblogs.be/?number=1&...