10-09-08

Het stadsbestuur wil ook nog eens de Vaart verbreden in het centrum van Kortrijk

vaart1

Terwijl de pijnlijke verbreding van de Leie in het hartje van de stad na meer dan tien jaar nog altijd niet is voltooid, dringt het stadsbestuur van Kortrijk, CD&V-OpenVLD, erop aan dat ook de Vaart in het stadscentrum zou worden verbreed. Een leger bulldozers op een ander stadskwartier! Een dure operatie die weeral gepaard zou gaan met omvangrijke onteigeningen en verkeersellende. Of het stadsbestuur ooit zijn slag thuishaalt, is hoogst twijfelachtig. Maar intussen beletten oeroude reservatiestroken en jongere ruimtelijke plannen een gedegen ontwikkeling van de vaartwijken. Een en ander is aan het licht gekomen naar aanleiding van een Leiedalstudie voor een geïntegreerde gebiedsvisie op het kanaal Kortrijk-Bossuit. Het stadsbestuur vindt dat de intercommunale het economische aspect heeft verwaarloosd.

Insteekdok

Kortrijk wordt al lange jaren ontwricht door de, economisch noodzakelijke, werkzaamheden ter verbreding van de Leie in het volle centrum van de stad. In 1985 begonnen de onteigeningen; in 1997 startten de graafmachines; in 2008 moet het ergste nog komen: de verbreding van het stuk rond de Budabrug, het dichtst bij het centrum.

Toch schijnt het stadsbestuur, CD&V-OpenVLD er maar niet genoeg van te krijgen. Bij elke gelegenheid eist het stadsbestuur dat de mogelijkheid blijft bestaan om de tweede Kortrijkse vaarweg, de Vaart Kortrijk-Bossuit, ook drastisch te verbreden op zijn grondgebied! Diverse instanties van het Vlaamse Gewest, tot ministers toe, hadden evenwel al laten weten dat de verbreding van de vaart tussen de sassen 9 en 11 (van de Passionistenlaan tot de Leie) economisch niet verantwoord was. De Vaart werd beschouwd als een groot insteekdok vanuit de Schelde en men was geneigd die optie als definitief te beschouwen. Elke keer tekende het stadsbestuur in een masochistische reflex verzet aan tegen die optie.

Op een werkvergadering over de Abdijkaai, 19 augustus jl., verklaarde het stadsbestuur eens te meer dat "een mogelijke verbreding van het kanaal ten alle prijze mogelijk moet blijven". Een paar weken later werd dat standpunt herhaald in de officiële notulen van het college van burgemeester en schepenen. Naar aanleiding van een studie van de intercommunale Leiedal, in opdracht van het provinciebestuur, CD&V-sp.a, hamert het stadsbestuur op 2 september jl. nogmaals op zijn wens om de Vaart te verbreden op Kortrijks grondgebied. Meer zelfs: het zal aankloppen bij de administratie Waterwegen en Zeewezen NV opdat die zich ondubbelzinnig zou uitspreken voor de verbreding.

Bouwkundig erfgoed

De Vlaamse overheid is nochtans al jaren min of meer gewonnen voor het definitief opgeven van een mogelijke verbreding van de twee laatste stukken Vaart. Het gaat om een technisch aartsmoeilijke opdracht. Er moet een groot hoogteverschil overwonnen worden;  twee kanaalvakken moeten in een enkel erg verbreed vak worden omgebouwd; en bovendien moet het  - kaduke - brugje over de Vaart in de Gentsesteenweg vervangen worden door een heel wat hogere en grotere oeververbinding. Maandenlang zou het verkeer op een van de belangrijkste invalswegen van de stad - en onder meer naar het nieuwe winkelcentrum K - onderbroken zijn. Niet alleen op de dichtbebouwde oevers van het kanaal zouden ingrijpende onteigeningen moeten gebeuren; de Gentsesteenweg in de omgeving van de brug zou er niet aan ontsnappen.

En waar men het geld zal losweken om weeral naar Kortrijk te laten vloeien, is een andere kwestie. Enkele jaren geleden werd de kostprijs voorzichtig op zowat 25 miljoen euro geraamd; dat het meer zou zijn, staat in de sterren geschreven. Dat de Vlaamse overheid niet happig is op die verbreding, blijkt ook al uit het feit dat de bestaande smalle sluizen - goed voor scheepjes van maximum 300 ton - èn de sasmeesterswoningen intussen beschermd zijn als bouwkundig erfgoed

Gewijzigde visie

Zelfs de intercommunale Leiedal is over die verbreding van gedacht aan het veranderen. Tot voor kort was de intergemeentelijke vereniging dezelfde mening toegedaan als het stadsbestuur. Het is onder begeleiding van Leiedal dat in het nog niet zo lang geleden vastgestelde Gemeentelijk Ruimtelijk Structuurplan de vaartverbreding nog is opgenomen. Maar in de studie "Een geïntegreerde visie op het kanaal Kortrijk-Bossuit" die Leiedal in opdracht van het provinciebestuur maakt, wordt de klemtoon gelegd op de natuurlijke, landschappelijke en recreatieve mogelijkheden van de oude waterweg. Van een belangrijke rol voor de Vaart als verbindingsweg over het water tussen de Leie en de Schelde wordt niet meer gesproken.

En die gewijzigde visie kan het stadsbestuur niet aanvaarden. De economische functie dient te worden uitgewerkt en dient minimaal hetzelfde gewicht te krijgen als de andere functies, aldus de burgemeester en de schepenen. Het stadsbestuur voegt er uitdrukkelijk aan toe: "Binnen dit economisch verhaal [sic!] verdient het verbredingsscenario bijzondere aandacht". Wel laat het stadsbestuur verstaan dat die optie grote consequenties heeft: "Dit is in het bijzonder van belang voor de Kortrijkse binnenstad omdat de ruimtelijke impact van een mogelijke verbreding daar het grootst is". Ze weten dus hoe erg het wordt en toch...!

vaart4

Met de tijd onwaarschijnlijker

Even hardnekkig reageerde het stadsbestuur vorig jaar op het ontwerp van 'bekkenbeheersplan Leiebekken' van de Vlaamse overheid. In uitvoering van het decreet Integraal Waterbeleid van 18 juli 2003, is de Vlaamse Regering voor alle stroomgebieden dergelijke bekkenbeheersplannen aan het opstellen. De ontwerpen van die plannen worden aan een openbaar onderzoek onderworpen. Het stadsbestuur was een van de drie Kortrijkse bezwaarmakers tegen het ontwerp.

In het ontwerp bekkenbeheersplan Leiebekken wordt een eventuele verbreding van de Vaart volledig afgeraden. Een lang citaat omdat het zo veelzeggend is: "Het kanaal Kortrijk-Bossuit zou bij rampen op de waterwegen een verbinding tussen de hoofdwaterwegen Leie en Bovenschelde (1350 ton) kunnen vormen zodat schepen steeds over een route-alternatief beschikken, mogelijks onder voorwaarden zoals eenrichtingsverkeer. Ter hoogte van Kortrijk is de tonnenmaat over korte afstand echter beperkt tot 300 ton. Het sluitstuk van de kalibratiewerken op het kanaal Kortrijk-Bossuit, namelijk de verbreding van het kanaal in Kortrijk en het bouwen van een nieuwe sluis ter vervanging van de geklasseerde sluizen 9, 10 en 11, wordt echter met de tijd onwaarschijnlijker. Ook vanuit economisch standpunt zijn op dit moment onvoldoende baten die dergelijke zware budgettaire inspanningen verantwoorden. Er kan dan ook geopteerd worden om de overblijvende kalibratiewerken in de richting van de Leie volledig op te geven. Hierdoor dient het kanaal Kortrijk-Bossuit beschouwd te worden als een groot insteekdok van de Boven-Schelde."  

Het stadsbestuur schreef hierop een bezwaarschrift waarin het beklemtoonde dat een mogelijke verbreding in de toekomst niet onmogelijk mag worden gemaakt. Zelf zegde het stadsbestuur met het oog op een verbreding van de Vaart ooit, een achteruitbouwzone op te leggen aan de noordzijde van het kanaal (dat is de kant Spinnerijkaai-Abdijkaai). Geschrokken veranderde het 'Bekkenbestuur Leiebekken' de ontwerptekst. In plaats van de resterende verbreding 'volledig op te geven' staat er nu: 'voorlopig niet uit te voeren'. En er wordt daaraan toegevoegd dat mettertijd wel zal blijken of het kanaal Kortrijk-Bossuit nog een toekomst heeft in het internationale hoofdwaterwegennet.

vaart2

Stedenbouwkundige onzekerheid

Het resultaat van die onbegrijpelijke koppigheid van het stadsbestuur is dat de stedenbouwkundige onzekerheid in de Kortrijkse wijken rond de Vaart blijft duren. Wie daar wil investeren, blijft het risico lopen dat er ooit een onteigening komt. Zoals gemeld hanteert de stad zelf een reservatiestrook aan de kant van de Abdijkaai en de Spinnerijkaai. In die strook mag niet langer gebouwd worden. Voor de rij bestaande woningen in de Spinnerijkaai bijvoorbeeld is dat nefast; terwijl ook heel wat mogelijke bouwgrond verloren gaat voor het nieuwbouwproject naast Stoopsfabriek. Het bouwverbod heeft ook zijn gevolgen voor de toekomstige ontwikkeling van de binnen afzienbare tijd leegkomende sites van Vetex en Meuleman in de wijk Abdijkaai-Schuttersstraat.

Maar eveneens aan de overkant van de Vaart blijft de onzekerheid voortduren. Op vroegere plannen was de verbreding van de Vaart uitgetekend aan de kant van het stadscentrum. Al die tijd heerste ook op die oever een achteruitbouwstrook.

Overigens is het de vraag of de reservatiestrook van de stad wel breed genoeg is. Alleen al om de Vaart daar zo breed te maken als hij verderop naar de Schelde toe is, moet het bouwverbod veel omvangrijker zijn. En aangezien de te vervangen sluizen beschermd zijn als waardevol bouwkundig erfgoed, is het mogelijke dat de nieuwe, verbrede Vaart er omheen moet gegraven worden; een nieuwe bedding kan onmogelijk op de gereserveerde strook.

Het ergste is nog dat die verbreding als een zwaard van Damocles boven de bewoners van de Vaartoevers blijft hangen. En zelfs de toekomst van het wondermooie openluchtzwembad in de Abdijkaai staat hiermee op het spel. Het gezond verstand en het ware belang van Kortrijk gebieden hier om alle verzet te staken tegen het opgeven van de mogelijkheid van een Vaartverbreding.

vaart3