15-10-07

Voorlopig behoudt jeugdherberg Groening(h)e(heem) zijn Oostblok-allures

GH1

Het ziet er niet naar uit dat de Kortrijkse jeugdherberg binnenkort zijn Oostblok-allures zal kunnen afwerpen. De broodnodige modernisering is uitgesteld tot na een studie van het Vlaamse overheidsagenschap Toerisme Vlaanderen. Als uit dat onderzoek - door architecten (!) - blijkt dat er een nieuwe of vernieuwde jeugdherberg in Kortrijk kan komen, dan wil men die financieren met een zeer gecompliceerde juridische constructie, waarin ook de privésector zijn graantje mag meepikken. En het is nog lang niet zeker of het stadsbestuur in die constructie wil stappen. Intussen blijft de netelige vraag: moet de jeugdherberg in het gewezen Sint-Gabriëlsinternaat blijven of moet hij verhuizen? 

"Verscholen in een schaamlapje van enkele kalende bomen staat een oudere jeugdherberg. Hij is dringend toe aan een likje verf. De badkamer en het toilet zijn ook niet je dat. Dat drukt natuurlijk de prijs. Als je naar Kortrijk afzakt verwacht je best niets meer dan een eenvoudig dak boven je hoofd. Het gebouw heeft alles weg van een Oost-Duitse legerkazerne. Jeugdherberg “Groeninghe” biedt een wat mistroostige aanblik. Hopelijk ondergaat de jeugdherberg een grondige facelift de komende vijfentwintig jaar." aldus PieterJan Viaene en Simon Bossuyt in de webkrant van het departement HIEPSO van de Hogeschool West-Vlaanderen, 5 mei 2006. De journalisten in spe typeerden daarmee treffend het Kortrijkse jeugdhotel.

Passionisten

Zo hoor je eens hoe de jeugd zelf denkt over onze jeugdherberg. Misschien moeten we de overnachtingsplaats de naam "Van lieverlede" geven. Het is echt een adres waar je maar tussen de lakens kruipt als je niets anders vindt. Zelfs met de naam van de jeugdherberg wordt wat slordig omgesprongen: is het nu Groeninge, Groeninghe of Groeningeheem?

De Kortrijkse jeugdherberg werd in 1973 opgericht in het pensionaat van het opgedoekte en door de stad opgekochte Sint-Gabriëlscollege. Het college werd gerund door de bedelpaters en -broeders (broeder Isidoor!) Passionisten en het trok vooral leerlingen van het platteland. In de school vestigde de stad niet alleen een jeugdherberg; de klassen en zalen werden ter beschikking gesteld van het verenigingsleven. Het geheel werd 'het Groeningeheem' gedoopt.

De jeugdherberg heeft nog altijd 96 bedden in 35 kamers. Kraaknet, zeggen de waarnemers, maar hopeloos verouderd. In nota's van stadsdiensten (Facility, Stadsplanning en -ontwikkeling) wordt onomwonden gezegd dat het basiscomfort in de jeugdherberg ontoereikend is en dat de jeugdherberg slechts 'louter elementair' in orde is, ook na de investeringen van vorig jaar. Die lamentabele toestand was vaak een onderwerp van discussie in de gemeenteraad. Vanuit de oppositie schoot de VLD (Hans Masselis en Wout Maddens van op de zijlijn) inde vorige bestuursperiode met scherp. Nu regeert OpenVLD mee met de CD&V van Stefaan De Clerck en Lieven Lybeer. Ook Cathy Matthieu (Groen!, nu samen met sp.a-spirit) liet van zich horen. Het stadsbestuur heeft de jeugdherberg ronduit verwaarloosd, aldus Cathy vorig jaar in april.

Erkenning

In 2005 dreigde het nachtverblijf zijn erkenning kwijt te spelen. Maar intussen zijn de grootste tekortkomingen weggewerkt. Zowat 100.000 euro had de stad over voor maatregelen zoals de vervanging van de roestende waterleiding, de modernisering van de keuken en het opknappen van de inkom. Ook in de brandveiligheid werd nogal wat geld gestoken; zo kreeg iedere kamer een rookmelder. Maar daarmee hebben die kamers nog geen stromend water. En de begeleidende leerkrachten van de Engelse scholen op bezoek in West-Vlaanderen, moeten nog altijd samen onder de douche met hun puberende pupillen.

Niettemin gaf Vlaams minister Geert Bougeois, N-VA en streekgenoot, opnieuw een verlenging van de erkenning, voor negen jaar. Maar het is duidelijk dat er iets moet gebeuren in die periode. Dat beseft het stadsbestuur nu zelf wel. In het door de gemeenteraad goedgekeurde 'strategisch beleidsplan toerisme Kortrijk' staat: "Op vlak van sociaal toerisme is er aandacht nodig voor de jeugdherberg".

Architecten 

Volgens Vlaams volksvertegenwoordiger Bart Caron, spirit, is het zijn partijgenoot, Bert Anciaux, die als Vlaams minister van Jeugd, de stad, de Vlaamse Jeugdherbergcentrale en Toerisme Vlaanderen heeft bijeengebracht om van gedachten te wisselen over de toekomst van de Kortrijkse jeugdherberg. Bert Anciaux subsidieert de werking van de erkende jeugdherbergen. In elk geval is het toerismeminister Geert Bourgeois die een strategische nota 'Jeugdverblijfsinfrastructuur in Vlaanderen' liet opstellen. 

Op grond van die nota kreeg Toerisme Vlaanderen de opdracht een haalbaarheidsstudie te laten maken voor de eventuele realisatie van vier nieuwe jeugdherbergen: in Diest, Oostende, Hasselt en ... Kortrijk. Voor Kortrijk werd de studieopdracht toegekend aan het bureau EVR Architecten dat daarvoor samenwerkt met BuroII.

De P's van 'payer' (petalen)

Als dat onderzoek aantoont dat de (vernieuw-)bouw van de jeugdherberg in Kortrijk 'haalbaar' is, wil de Vlaamse overheid met een alternatieve financiering de stad bijspringen in de kosten. Daartoe wordt een heel gecompliceerde juridische constructie opgezet. Met twee PPS'en, waarbij die letters 'P' een andere betekenis hebben in de eerste PPS dan in de tweede. Uiteindelijk zou het er kunnen op neer komen dat noch de stad noch de Vlaamse overheid (Toerisme Vlaanderen) enige lening moeten aangaan voor de financiering van de (ver-)nieuwbouw. Dat betekent helemaal niet dat ze ontsnappen aan jarenlange betaling van intresten, kapitaalaflossingen en vergoeding van de private partner(s). Of hoe een schuldenloos beleid uiteindelijk duurder uitvalt!

De eerste PPS is een "publiek-publieke samenwerkingsovereenkomst". Als je dat rare bureaucratentaaltje omzet in gewonemensentaal lees je: een contract tussen twee overheden. De contractsluitende overheden zijn hier Toerisme Vlaanderen en Stad Kortrijk. Zij beloven elkaar dat er een nieuwe of vernieuwde jeugdherberg komt in Kortrijk, te financieren op een ongebruikelijke manier (lees: zonder lening aan te gaan). Stad Kortrijk brengt ook de nodige bouwgrond in.

De tweede PPS is een "publiek-private samenwerking", dat wil zeggen een vennootschap waarin Toerisme Vlaanderen 26% van de aandelen houdt en een of meer private partners de rest. Toerisme Vlaanderen heeft daar maximaal 1,5 miljoen euro voor over. Het wordt een DBFM-vennootschap, een van de nieuwste snufjes van het vennootschapsrecht. Die vennootschap krijgt de opdracht de jeugdherberg te bouwen. Vandaar dat de private partners geselecteerd worden met een soort openbare aanbesteding. Bouwen betekent: het ontwerp (Design), bouwen (Build), financiering (Finance) en onderhoud (Maintenance).

Die DBFM-vennootschap verhuurt het goedkoop hotelletje dan aan de exploitant (de erkende jeugdherberg). Het ziet er naar uit dat die exploitant nooit in staat zal zijn de DBFM-vennootschap te vergoeden met zijn inkomsten. Daar springt de overheid dan weer bij: Toerisme Vlaanderen en de stad.

Nu alles ondertekenen zou de stad wel eens in een financieel avontuur kunnen storten. Vandaar dat er een ontsnappingsclausule is ingebouwd. Als het ernaar uitziet dat het project te duur wordt, kan de stad zich nog terugtrekken na voltooiing van de haalbaarheidsstudie. Als de architecten een beetje slim zijn, rekenen zij pas in de tweede fase goed door - ervan uitgaand dat de auteurs van de haalbaarheidsstudie het best geplaatst zullen zijn om het D-onderdeel (design of ontwerp) van de opdracht van de DBFM-vennootschap in te vullen.

Onzeker en niet voor direct

Al met al betekent die ingewikkelde constructie dat de modernisering en het voortbestaan van de Kortrijkse jeugdherberg helemaal niet zeker is. In elk geval wordt een jarenlange omweg gemaakt om uiteindelijk te komen tot een resultaat dat via de klassieke weg zoveel vroeger zou kunnen gerealiseerd worden. De klassieke weg liep van een normale overheidsopdracht via een gebruikelijke lening bij de goedkoopste bank naar een simpele subsidie van de Vlaamse overheid. Was dat zoveel slechter?

Intussen sluimert een debat over welke jeugdherberg Kortrijk nodig heeft. Stefaan Bral, CD&V, schepen voor Toerisme in de vorige bestuursperiode, vroeg zich zelfs ooit openlijk af of een jeugdherberg in Kortrijk nog wel zin had (Het Volk van 27 augustus 2005). Stedelijk sport-directeur Mia Maes denkt van wel en wil dat 'goedkope verblijf' behouden in het vroegere Sint-Gabriëlscollege, 'op loopafstand van het stadscentrum'. In de Kortrijkse jeugdraad daarentegen vond men de huidige jeugdherberg 'te groot' en 'te ver van het centrum' (?). Vorig jaar pleitte jeugdraadvoorzitter Thomas Holvoet voor een bescheidener pand "in de buurt van het muziekcentrum of de skatebowl" (Groeningebrug aan de rand van de stad!?). CD&V-fractieleider in de gemeenteraad Filip Santy dacht dan weer meer aan een opvangplaats buiten de stad. Weet Kortrijk zelf wel wat het wil?

Persoonlijk ben ik voorstander van het behoud van een bescheiden maar comfortabele jeugdherberg in de binnenstad. Dat hoeft niet noodzakelijk boven de sportzaal van het Groeningeheem te zijn.

GH2

03-10-06

Openzwembad Abdijkaai: de echte 'plage' van Kortrijk

opzwem1
Er is een interessante briefdiscussie aan de gang tussen gewezen gemeenteraadslid Hilde Damman en stedelijk sportdirecteur Mia Maes, over heden en toekomst van het openlucht-zwembad aan de Abdijkaai. Hilde pleit voor een uitgebreider gebruik van "Kortrijks best bewaarde geheim". Mia zegt niet direct neen maar wijst op de kosten. Een vriendenkring van de 'echte plage' van Kortrijk staat intussen in de startblokken. De schitterende foto's (die ik een beetje te veel heb vergroot, sorry) zijn van Hilde Damman en zijn een voorbode van de kunsttentoonstelling die volgend jaar bij de heropening van het waterparadijs zal worden gehouden.
 
Beperkt open
 
Hilde Damman was gemeenteraadslid voor Agalev van 1996 tot 2000. Zij is getrouwd met Jan Dhaene, gewezen groen Europarlementslid en thans weer kandidaat voor de gemeenteraadsverkiezing in Kortrijk (lijst 1; sp.a-spirit, 40ste plaats) en voor de provincieraadsverkiezing (voorlaatste duwer). Hilde was van de zomer een van de trouwste bezoekers van het unieke openlucht-zwembad aan de Abdijkaai. Haar bedenkingen bij de beperkte periode en uren waarop het bad geopend is, vind ik grotendeels terecht.
 
De vorige jaren sloot het zwembad abrupt zijn deuren op 1 september, hoe warm het ook nog was, tot grote ergernis van waterliefhebbers en zonnekloppers. Eind januari besliste het stadsbestuur daarom om een geste te doen: het zwembad kon open blijven tot 17 september, maar dan alleen in de voormiddag (tot 14 uur). Hilde wijst erop dat de sluiting precies valt op het warmste moment van de dag. Ook op woensdagnamiddag en in het weekend wordt iedereen om 14 uur onverbiddelijk het water uitgejaagd.
 
Directeur Mia Maes blijkt die absurditeit in te zien. Een eindevaluatie van het wat langere zwemseizoen moet nog gemaakt worden. Maar men is bereid na te gaan of volgend jaar in een eventuele uitloopperiode tot halverwege september, de installaties niet na de middag moeten open gehouden worden in plaats van 's morgens.
 
Kosten
 
Mia wijst erop dat de beperkte uitbreiding van de zwemmogelijkheden in het openbad toch al aanmerkelijke kosten met zich mee hebben gebracht. Omdat het diepe bad al vanaf 1 mei (van 10 tot 14 uur, 18°) werd opengesteld samen met het minder diepe fonteinbad (hele dag, 23°), moest de stad meer redders in dienst nemen. Het hele complex bleef open tot zondag 4 september i.p.v. tot eind augustus zoals eerder. En om het af te leren, hield men het fonteinbad open tot en met 17 september van 10 tot 14 uur. Ook hiervoor moest de personeelsformatie worden uitgebreid.
 
Qua personeel komt dat op een meerkost van 8.860 euro. Daartegenover plaats Mia Maes dat er tussen 1 en 17 september 2006 amper 1.558 bezoekers de kassa hebben gepasseerd; wat 1.127 euro opbracht. Helemaal ernstig is die berekening niet. De meerkost moet over het hele seizoen gespreid worden. En abonnementshouders lieten wel niet in die periode de kassa rinkelen maar hadden al op voorhand betaald. Bovendien konden veel gegagdigden niet van het zwembad gebruik maken omdat zij niet vrij waren tijdens de heel beperkte openingsuren.
 
Directeur Maes stelt vast dat het aantal zwembadbezoekers na Kortrijk congé fel terugloopt en waagt zich aan een 'analyse' van dat fenomeen: "Na het Kortrijks verlof voelen de mensen zich blijkbaar voldoende 'gebronzeerd' en moeten zij hun financiële middelen besteden aan andere noodwendigheden dan aan ontspanning". Hilde Damman replikeert dan weer dat te weinig mensen wisten dat het zwembad nog toegankelijk was tot 17 september.
 
Jobstudenten
 
Hilde vraagt meer flexibiliteit in de openingsuren. Waarom zou men geen nocturnes organiseren op zeer hete zomerdagen? Mia ziet dat niet direct zo zitten. Er wordt nu al een grote flexibiliteit gevergd van het personeel. Zo moesten er op dinsdag 13 juni niet minder dan 1.683 bezoekers opgevangen worden en 's anderendaags - het weer was gekeerd - slechts 75. "De stand-by-regeling voor onze medewerkers wordt hierdoor reeds sterk op de proef gesteld", aldus de directeur.
 
Het heeft er ook mee te maken dat stad Kortrijk geen voorstander is van interim-arbeid in stadsdienst. Ook vanuit veiligheidsoogpunt lijkt interimarbeid de Sportdienst minder aangewezen. Hilde is het daar niet mee eens. Met wat meer jobstudenten kan beter ingespeeld worden op de weersomstandigheden.
 
Vrienden
 
Directeur Mia Maes weet nog nieuws te melden over een eventuele bescherming van het zwembad als monument. Volgens Hilde Damman is het een prachtig voorbeeld van art deco. Op 26 september is mevrouw Goossens van het Bestuur van Monumenten en Landschappen even komen kijken. Zij verklaarde zich "lichtjes positief" tegenover de vraag van de stad tot 'klassering'. De stedelijke directie Facility is samen met de Erfgoedcel een dossier aan het opstellen.
 
Uitgerust met een grote ligweide is het zwembadcomplex aan de Abdijkaai de eigenlijke 'plage' van Kortrijk. Er zijn wel plannen om in de IJzerkaai aan de verbrede Leie een 'Buda Beach' aan te leggen, een groot gazon met uitzicht over de Golden River. Ook daar kijk ik naar uit. Maar een beach zonder zwemmogelijkheden vind ik toch een beetje zoals een café zonder bier.
 
Als fervent baantjestrekker zag ik van de zomer heel opbeurende tafereeltjes in het openzwembad. Alle kleuren en culturele origines lagen, liepen en dreven er door elkaar. Je kon er moeders met hoofddoekjes zien met dochters in bikini; van inburgering gesproken. Op het terras van de cafetaria had zich een bejaard koppeltje geïnstaleerd, dat bij het genot van een stevig glas, al dat jonge en minder jonge watergeweld zat te bewonderen.
 
Nu heeft Hilde Damman wel gelijk als ze zegt dat die cafetaria, met een van de mooiste uitzichten van Kortrijk, onderbenut wordt. Waarom moet men eerst entree betalen, als men slechts een pintje komt drinken? En waarom kan café en terras niet openblijven na het sluitingsuur van het zwembad?
 
Ook pleit Hilde Damman ervoor om meer te doen met de mooie locatie. Zo zou het zwembad ook cultureel kunnen 'uitgebaat' worden. Alvast nemen de studenten schilderkunst van de Kortrijkse academie zich voor om bij de opening van het zwembad op 1 mei 2007 daar een expositie op te stellen. Nu al - en dat was ik eerst vergeten te vermelden - heeft de stadsbibliotheek een boekenstand onder een partytent op de ligweide; het leesvoer wordt gretig verslonden.
 
Tevens zijn verschillende mensen aan het broeden op een plan om een club "De vrienden van het openzwembad" op te richten. Het zou de bedoeling zijn allerhande randactiviteiten te organiseren om meer publiek te trekken naar "het best bewaarde geheim van Kortrijk". Ik doe mee! Wie nog?
opzwem2

15-09-06

Zwerfwagens nog even op de dool in Kortrijk

Uit een discussie in de gemeenteraad van vorige maandag blijkt dat het Kortrijkse stadsbestuur nog altijd niet goed weet wat aan te vangen met de toenemende komst van zwerfwagens (motorhomes of campers) naar de historische stadskern. Jammer, want dat is een aantrekkkelijke soort toeristen voor een stad. Bovendien vragen zij niet veel: een mooie stalplaats met een kraantje en een putje. Bepaalde raadsleden toonden dat zij er nog minder van begrepen. Intussen geeft men in de camperswereld aan elkaar door dat de beste plaats in Kortrijk 'parking Dam' is, achteraan de tuin van de residentie van de burgemeester. Dat is ook altijd mijn suggestie geweest. De combinatie met een jachthaven op de Oude Leie en een of meer terrassen met uitzicht op de 'golden river' zou ideaal zijn.

Het was collega-fractieleider Marie-Claire Vandenbulcke, VLD, die de kat de bel aan bond. Ik trad haar vraag bij, en ik was blij dat er eindelijk ook eens iemand anders de slechte opvang van motorhometoeristen in onze stad te berde bracht. In het verleden heb ik daar al verschillende keren op gewezen. Zie bijvoorbeeld: http://kortrijklinksbekeken.skynetblogs.be/index.html?pos....

Kortrijk is momenteel voor motorhomes nog altijd een gat. Ik deed daarover al in juli 2002 een interpellatie in de gemeenteraad. Naar aanleiding daarvan beloofde toerismeschepen Stefaan Bral de behoefte te onderzoeken. Sindsdien is er een plaats vrijgemaakt voor één (1) zwerfwagen op het Lagaeplein in Heule, bij het zwembad. De overnachtingsplaats is gratis, maar dat is ook al: er is geen wateraansluiting; er is geen putje voor het lozen van afvalwater, geen voorziening voor het lozen van chemische toiletten, en er is geen elektriciteit te bekomen.

Tot voor kort was parking Appel in de Magdalenastraat meer geliefd bij het internationale zwerfwagenpubliek, op een steenworp van het centrum van Kortrijk. Maar door de aanleg van de Westelijke Binnenring is het daar niet meer mogelijk. Momenteel is vooral de gratis kant van 'parking Dam' erg in trek. De foto dateert van gisterenavond toen ik toevallig een Duitse motorhomegebruiker, die er al stond, een Britse collega zal helpen bij het parkeren. Maar ook aan de achterdeur van de burgemeester geen voorzieningen.

Een kraantje en een putje

Doorgewinterde motorhometoeristen zijn vooral uit op veiligheid. Ze proberen meestal met enkelen samen te staan. Er is een soort kameraderie onder de gebruikers die een degelijke sociale controle met zich meebrengt. Iedereen let op elkaars materiaal. Een plaats voor slechts 1 zwerfwagen heeft dus niet veel zin.

Zwerfwagengebruikers zijn echt niet veeleisend. Zij zijn content met 'een kraantje en een putje'. Zij hebben meestal zelf wel een tuinslang mee om aan te sluiten op een kraantje om hun drinkwatertank te vullen. Een afvoerput met grove rooster, waarop de motorhome kan rijden, volstaat voor het lozen van vuil water en chemische wc. Een stopcontact is meegenomen, maar hoeft niet per se. Toiletten en douches vragen zij niet. Dat comfort voeren zij zelf mee.

Het interessante van deze vorm van trekkend toerisme is dat men zijn huisje op wielen (of zijn 'droge yacht') kan plaatsen op de interessantste plaatsjes. Met een minimum aan organisatie kan geregeld worden dat zij daar niet storen. Het gaat om een bedaard publiek - als je met zo een kapitaal rondrijdt, ga je geen zotte toeren uithalen - dat nergens lang blijft. De drukst bezochte parkings zijn die met uitzicht op water. Veel steden combineren een motorhomeparking met hun jachthaven.

Een ander pluspunt voor zwerfwagenparking is de nabijheid van het centrum. Het leukst is als je na een deugddoende nachtrust onmiddellijk de stad kunt verkennen zonder eerst je motor te moeten starten. En als je 's avonds het restaurant of het café verlaat, bereik je het liefst je slaapplaats zonder nog achter het stuur te moeten plaatsnemen.

Ergens aan de Leie

Als motorhometoeristen Kortrijk bezoeken, is het hun droom ergens langs de Leie te kunnen overnachten, dicht bij het centrum. Parking Dam is daartoe uitstekend geschikt. Maar ook de andere parkings op de Leieboorden kunnen dienen. Wanneer komt daar ergens een 'kraantje en een putje' voor een wagen of tien?

En waarom zou men in een stad die op de Leie is gebouwd geen combinatie kunnen maken van jachthaventje en pleisterplaats voor motorhometoerders? Met de bestaande aanlegsteigers speelt Kortrijk absoluut niet voldoende in op het toenemende riviertoerisme, die andere vorm van recreatief rondtrekken. Er zijn geen voorzieningen bij de steigers. Er is nergens een hellend vlak om vaartuigen te water te laten. En omgekeerd kunnen de landrotten nauwelijks genieten van de pittoreske sfeer van al die bootjes bijeen. Waar kun je in Kortrijk een glas drinken of tafelen met uitzicht op de scheepjes? Zo schreef ik hier al in januari.

Circuswagens?

Schepen Frans Destoop antwoordde op de vragen van Marie-Claire en ikzelf. Hij bewees onmiddellijk de aangehaalde nood niet te snappen. Hij vergeleek de vraag naar een geschikte locatie voor motorhomes (door hem verkeerdelijk 'mobilhomes' genoemd - dat zijn 'roulottes' om uit te zetten op echte campingplaatsen) een beetje neerbuigend met de vraag naar plaatsen voor: "caravans, touringcars, kampeertenten, circuswagens, wagens van foorkramers en andere toeristische zaken".

Dat het ook erg is dat Kortrijk geen echte camping heeft, heb ik eveneens al aangeklaagd. Gelegen op de grote route naar het zuiden zou Kortrijk met een camping heel wat doorreizende toeristen kunnen herbergen. Maar de vraag naar geschikte standplaatsen voor motorhomes heeft daar niets mee te maken. Motorhomes zijn er precies op voorzien om niet op een camping te moeten gaan staan. In andere steden maakt men voor die vorm van toerisme de mooiste plekjes vrij. Bij ons worden ze verbannen naar een onaantrekkelijke parking in Heule of nog erger: naar de afgelegen parking van sportcentrum Langemunte.

De raadsleden Piet Missiaen, spirit, en Cathy Mathieu, Groen!, maakten het nog bonter. Zij vroegen een regelrecht parkeerverbod voor campers in de binnenstad: "Er is al autoverkeer genoeg". Zij beseffen niet dat die mensen zelf geen zin hebben om met hun stijlvol gevaarte de smalle straatjes van het stadscentrum onveilig te maken. Zwerfwagentoeristen bezoeken de stad te voet of op hun meegevoerde fietsen. Maar ze willen hun yacht op wielen wel op wandelafstand hebben.

Straaltje hoop?

Schepen Destoop liet in zijn verder betoog wel uitschijnen dat men aan het zoeken is naar een goede locatie. Het stadsbestuur zoekt een plaats voor zowat 20 zwerfwagens en de directie stadsplanning en -ontwikkeling volgt de zaak op. Ondertussen is er ook een externe studie lopende die een masterplan moet opstellen voor de toeristische groei van Kortrijk. In die studie worden ook behoeften van het motorhometoerisme en het kampeertoerisme bekeken. Een straaltje hoop?