10-09-08

Het stadsbestuur wil ook nog eens de Vaart verbreden in het centrum van Kortrijk

vaart1

Terwijl de pijnlijke verbreding van de Leie in het hartje van de stad na meer dan tien jaar nog altijd niet is voltooid, dringt het stadsbestuur van Kortrijk, CD&V-OpenVLD, erop aan dat ook de Vaart in het stadscentrum zou worden verbreed. Een leger bulldozers op een ander stadskwartier! Een dure operatie die weeral gepaard zou gaan met omvangrijke onteigeningen en verkeersellende. Of het stadsbestuur ooit zijn slag thuishaalt, is hoogst twijfelachtig. Maar intussen beletten oeroude reservatiestroken en jongere ruimtelijke plannen een gedegen ontwikkeling van de vaartwijken. Een en ander is aan het licht gekomen naar aanleiding van een Leiedalstudie voor een geïntegreerde gebiedsvisie op het kanaal Kortrijk-Bossuit. Het stadsbestuur vindt dat de intercommunale het economische aspect heeft verwaarloosd.

Insteekdok

Kortrijk wordt al lange jaren ontwricht door de, economisch noodzakelijke, werkzaamheden ter verbreding van de Leie in het volle centrum van de stad. In 1985 begonnen de onteigeningen; in 1997 startten de graafmachines; in 2008 moet het ergste nog komen: de verbreding van het stuk rond de Budabrug, het dichtst bij het centrum.

Toch schijnt het stadsbestuur, CD&V-OpenVLD er maar niet genoeg van te krijgen. Bij elke gelegenheid eist het stadsbestuur dat de mogelijkheid blijft bestaan om de tweede Kortrijkse vaarweg, de Vaart Kortrijk-Bossuit, ook drastisch te verbreden op zijn grondgebied! Diverse instanties van het Vlaamse Gewest, tot ministers toe, hadden evenwel al laten weten dat de verbreding van de vaart tussen de sassen 9 en 11 (van de Passionistenlaan tot de Leie) economisch niet verantwoord was. De Vaart werd beschouwd als een groot insteekdok vanuit de Schelde en men was geneigd die optie als definitief te beschouwen. Elke keer tekende het stadsbestuur in een masochistische reflex verzet aan tegen die optie.

Op een werkvergadering over de Abdijkaai, 19 augustus jl., verklaarde het stadsbestuur eens te meer dat "een mogelijke verbreding van het kanaal ten alle prijze mogelijk moet blijven". Een paar weken later werd dat standpunt herhaald in de officiële notulen van het college van burgemeester en schepenen. Naar aanleiding van een studie van de intercommunale Leiedal, in opdracht van het provinciebestuur, CD&V-sp.a, hamert het stadsbestuur op 2 september jl. nogmaals op zijn wens om de Vaart te verbreden op Kortrijks grondgebied. Meer zelfs: het zal aankloppen bij de administratie Waterwegen en Zeewezen NV opdat die zich ondubbelzinnig zou uitspreken voor de verbreding.

Bouwkundig erfgoed

De Vlaamse overheid is nochtans al jaren min of meer gewonnen voor het definitief opgeven van een mogelijke verbreding van de twee laatste stukken Vaart. Het gaat om een technisch aartsmoeilijke opdracht. Er moet een groot hoogteverschil overwonnen worden;  twee kanaalvakken moeten in een enkel erg verbreed vak worden omgebouwd; en bovendien moet het  - kaduke - brugje over de Vaart in de Gentsesteenweg vervangen worden door een heel wat hogere en grotere oeververbinding. Maandenlang zou het verkeer op een van de belangrijkste invalswegen van de stad - en onder meer naar het nieuwe winkelcentrum K - onderbroken zijn. Niet alleen op de dichtbebouwde oevers van het kanaal zouden ingrijpende onteigeningen moeten gebeuren; de Gentsesteenweg in de omgeving van de brug zou er niet aan ontsnappen.

En waar men het geld zal losweken om weeral naar Kortrijk te laten vloeien, is een andere kwestie. Enkele jaren geleden werd de kostprijs voorzichtig op zowat 25 miljoen euro geraamd; dat het meer zou zijn, staat in de sterren geschreven. Dat de Vlaamse overheid niet happig is op die verbreding, blijkt ook al uit het feit dat de bestaande smalle sluizen - goed voor scheepjes van maximum 300 ton - èn de sasmeesterswoningen intussen beschermd zijn als bouwkundig erfgoed

Gewijzigde visie

Zelfs de intercommunale Leiedal is over die verbreding van gedacht aan het veranderen. Tot voor kort was de intergemeentelijke vereniging dezelfde mening toegedaan als het stadsbestuur. Het is onder begeleiding van Leiedal dat in het nog niet zo lang geleden vastgestelde Gemeentelijk Ruimtelijk Structuurplan de vaartverbreding nog is opgenomen. Maar in de studie "Een geïntegreerde visie op het kanaal Kortrijk-Bossuit" die Leiedal in opdracht van het provinciebestuur maakt, wordt de klemtoon gelegd op de natuurlijke, landschappelijke en recreatieve mogelijkheden van de oude waterweg. Van een belangrijke rol voor de Vaart als verbindingsweg over het water tussen de Leie en de Schelde wordt niet meer gesproken.

En die gewijzigde visie kan het stadsbestuur niet aanvaarden. De economische functie dient te worden uitgewerkt en dient minimaal hetzelfde gewicht te krijgen als de andere functies, aldus de burgemeester en de schepenen. Het stadsbestuur voegt er uitdrukkelijk aan toe: "Binnen dit economisch verhaal [sic!] verdient het verbredingsscenario bijzondere aandacht". Wel laat het stadsbestuur verstaan dat die optie grote consequenties heeft: "Dit is in het bijzonder van belang voor de Kortrijkse binnenstad omdat de ruimtelijke impact van een mogelijke verbreding daar het grootst is". Ze weten dus hoe erg het wordt en toch...!

vaart4

Met de tijd onwaarschijnlijker

Even hardnekkig reageerde het stadsbestuur vorig jaar op het ontwerp van 'bekkenbeheersplan Leiebekken' van de Vlaamse overheid. In uitvoering van het decreet Integraal Waterbeleid van 18 juli 2003, is de Vlaamse Regering voor alle stroomgebieden dergelijke bekkenbeheersplannen aan het opstellen. De ontwerpen van die plannen worden aan een openbaar onderzoek onderworpen. Het stadsbestuur was een van de drie Kortrijkse bezwaarmakers tegen het ontwerp.

In het ontwerp bekkenbeheersplan Leiebekken wordt een eventuele verbreding van de Vaart volledig afgeraden. Een lang citaat omdat het zo veelzeggend is: "Het kanaal Kortrijk-Bossuit zou bij rampen op de waterwegen een verbinding tussen de hoofdwaterwegen Leie en Bovenschelde (1350 ton) kunnen vormen zodat schepen steeds over een route-alternatief beschikken, mogelijks onder voorwaarden zoals eenrichtingsverkeer. Ter hoogte van Kortrijk is de tonnenmaat over korte afstand echter beperkt tot 300 ton. Het sluitstuk van de kalibratiewerken op het kanaal Kortrijk-Bossuit, namelijk de verbreding van het kanaal in Kortrijk en het bouwen van een nieuwe sluis ter vervanging van de geklasseerde sluizen 9, 10 en 11, wordt echter met de tijd onwaarschijnlijker. Ook vanuit economisch standpunt zijn op dit moment onvoldoende baten die dergelijke zware budgettaire inspanningen verantwoorden. Er kan dan ook geopteerd worden om de overblijvende kalibratiewerken in de richting van de Leie volledig op te geven. Hierdoor dient het kanaal Kortrijk-Bossuit beschouwd te worden als een groot insteekdok van de Boven-Schelde."  

Het stadsbestuur schreef hierop een bezwaarschrift waarin het beklemtoonde dat een mogelijke verbreding in de toekomst niet onmogelijk mag worden gemaakt. Zelf zegde het stadsbestuur met het oog op een verbreding van de Vaart ooit, een achteruitbouwzone op te leggen aan de noordzijde van het kanaal (dat is de kant Spinnerijkaai-Abdijkaai). Geschrokken veranderde het 'Bekkenbestuur Leiebekken' de ontwerptekst. In plaats van de resterende verbreding 'volledig op te geven' staat er nu: 'voorlopig niet uit te voeren'. En er wordt daaraan toegevoegd dat mettertijd wel zal blijken of het kanaal Kortrijk-Bossuit nog een toekomst heeft in het internationale hoofdwaterwegennet.

vaart2

Stedenbouwkundige onzekerheid

Het resultaat van die onbegrijpelijke koppigheid van het stadsbestuur is dat de stedenbouwkundige onzekerheid in de Kortrijkse wijken rond de Vaart blijft duren. Wie daar wil investeren, blijft het risico lopen dat er ooit een onteigening komt. Zoals gemeld hanteert de stad zelf een reservatiestrook aan de kant van de Abdijkaai en de Spinnerijkaai. In die strook mag niet langer gebouwd worden. Voor de rij bestaande woningen in de Spinnerijkaai bijvoorbeeld is dat nefast; terwijl ook heel wat mogelijke bouwgrond verloren gaat voor het nieuwbouwproject naast Stoopsfabriek. Het bouwverbod heeft ook zijn gevolgen voor de toekomstige ontwikkeling van de binnen afzienbare tijd leegkomende sites van Vetex en Meuleman in de wijk Abdijkaai-Schuttersstraat.

Maar eveneens aan de overkant van de Vaart blijft de onzekerheid voortduren. Op vroegere plannen was de verbreding van de Vaart uitgetekend aan de kant van het stadscentrum. Al die tijd heerste ook op die oever een achteruitbouwstrook.

Overigens is het de vraag of de reservatiestrook van de stad wel breed genoeg is. Alleen al om de Vaart daar zo breed te maken als hij verderop naar de Schelde toe is, moet het bouwverbod veel omvangrijker zijn. En aangezien de te vervangen sluizen beschermd zijn als waardevol bouwkundig erfgoed, is het mogelijke dat de nieuwe, verbrede Vaart er omheen moet gegraven worden; een nieuwe bedding kan onmogelijk op de gereserveerde strook.

Het ergste is nog dat die verbreding als een zwaard van Damocles boven de bewoners van de Vaartoevers blijft hangen. En zelfs de toekomst van het wondermooie openluchtzwembad in de Abdijkaai staat hiermee op het spel. Het gezond verstand en het ware belang van Kortrijk gebieden hier om alle verzet te staken tegen het opgeven van de mogelijkheid van een Vaartverbreding.

vaart3

21-03-08

Koestert Kortrijk de groene barst in zijn beton?

ven16

De eerste dag van de lente 2008. Een goed moment om de Kortrijkse Milieu- en Natuurraad (Minaraad) aan het woord te laten. De officiële adviesraad keurde onlangs unaniem een verzoek goed om een 'groene vinger' te vrijwaren en uit te bouwen die de open ruimte in het zuidwesten van de stad zou blijven verbinden met groene restanten in de verstedelijkte wijken. Het advies kwam ter bespreking in de gemeenteraad. Een primeur.

Groene vinger

Kortrijk is sedert de jaren 50 van de vorige eeuw enorm verstedelijkt. De geürbaniseerde (toegebouwde) oppervlakte is er verveelvoudigd. En het houdt niet op. Onder het motto 'elk jong gezin van goede komaf zijn maagdelijke kavel bouwgrond' zijn de allerlaatste reservegronden, 'woonuitbreidingsgebieden' op de 'markt' gegooid, daartoe mede aangespoord door een stedelijke taks op onbebouwde percelen. Ik zie dat met lede ogen aan.

Maar in die versteende agglomeratie zijn nog barsten, groene wildernisjes - als dat geen contradictio in termis is: het verkleinwoordje van wildernis! -, door beleidsmakers om een of andere duistere reden 'groene vingers' genaamd - ik weet niet waarom, maar ik moet daarbij altijd denken aan Mark De Mesmaeker en boer Sjarel.

De groene vinger waarvoor de Kortrijkse Minaraad het opneemt, verbindt het zuid-oostelijke open landschap - hoe lang is het nog open? - met restanten groen in de binnenstad. De aanleg van het nieuwe industrieterrein Evolis, langs de Oudenaardsesteenweg, dreigt die vinger te amputeren. Nochtans wordt het een bedrijventerrein van de nieuwe generatie, bestemd voor hoogwaardige activiteiten met veel oog voor aspecten van duurzaamheid. Er is bij het ontwerp (zie mijn stuk van 27 september 2006), meer dan men in de streek gewoon is, rekening gehouden met groen en natuur. Maar volgens de Minaraad is die zorg voor de natuur niet goed doordacht. Thierry Meerschman, lid van de Minaraad, bond de kat de bel aan.

Oasen

In het Provinciaal Ruimtelijk Structuurplan West-Vlaanderen definieert men een groene vinger als "een langwerpige open ruimte, al dan niet bebost, die penetreert in sterk bebouwde of versnipperd bebouwde ruimte".  Thierry voegt daaraan toe dat die corridors groene gangen zijn waarover allerlei dieren en planten zich kunnen verspreiden. Ruggengraten van de biologische diversiteit als het ware. Een ingesloten groengebied verschraalt door inteelt en doordat bedreigde dier- en plantensoorten er niet aangevuld worden uit gebieden waar ze nog floreren. Het hoeft geen aaneengesloten bos of struikgewas te zijn; de natuur overleeft ook 'stapsteensgewijs'.

De groene corridor waarvoor Thierry alarm slaat, komt van het buitengebied van Kortrijk en geen barrière is te hoog om door te breken tot in het hartje van de stad. Hij gaat van de strook waar dat Evolis-bedrijventerrein komt, de E17-talud over - een fameuze barrière, doorboord door enkele onderdoorgangen - naar de Vlieberg. De Vlieberg is de historische naam van de helling die nu Kapel ter Bede wordt genoemd, een helling die ook voor economische activiteiten is bestemd maar nog heel wat open ruimte, poelen en struikgewas herbergt. Van daar reikt de vinger via de begroeide berm van het fietspad op de oude spoorlijn Kortrijk-Amougies, dank zij twee onderdoorgangen onder de Kortrijkse ringweg naar diverse groene stads-oasen.

Thierry geeft als voorbeelden van die oasen: de Natuurtuin Gilbert Desloovere (zie mijn stuk van 18 juni 2006), het Van Raemdonckpark met zijn grote vijver, enkele vergeten weiden, de verwilderde stukken van de pannenfabriek Du Littoral (zie mijn reportage van 26 februari 2006) de oevers van de Vaart Kortrijk-Bossuit, de vlindertuin en hooiweiden van de Venning (zie mijn reportage van 28 mei 2006), het sportpark van de Wikings en de Leieboorden voorbij het Albertpark. En een distelvink die de Leieboorden daar heeft bereikt, kan in het groen verdertrekken door paradijsjes zoals de oude Leiekronkel tussen Kortrijk en Harelbeke en de 'Heerlijke Heulebeekvallei' die in Kuurne in de Leie uitmondt.

gil7

Dat die oasen nog altijd de moeite waard zijn, hoe afgesloten ze ook mogen schijnen van het open veld, bewijst de Natuurtuin Gilbert Desloovere, een vergeten groene strook bestaande uit een beboste talud van de Kortrijkse ringweg en een overwoekerd terrein waarop stroomdistributeur Eandis een transfo heeft staan. Daar, tegen de ring aangeperst door een sociale woonwijk, vind je nog een levenskrachtige kolonie glimwormen, uniek voor Kortrijk. Er is een jaarlijkse paddentrek. En verder kan je er distelvinken, eikelmuizen, spechten, wezels, egels, stippelmotten, slamanders enzovoort 'spotten'.

Evolis

Van die groene vinger is het Evolis-bedrijventerrein, tot voor kort Deltapark, een belangrijke kneukel. Het hellende gebied - de achterkant in feite van de Vlieberg - maakt ook deel uit van de open strook die rond de as van de E17 het provinciale natuur- en recreatiedomein De Gavers, de grootste waterplas van de streek, verbindt met het geplande ettelijke hectaren grote stadsrandbos tussen Kortrijk en Menen. In diezelfde strook vind je het Kennedybos, het natuurreservaatje De Kleiputten en stadsgroen Marionetten.

Welnu, het ontwerp van het Evolis-park houdt vooral rekening met die brede groenverbinding en veel minder met Thierrys groene vinger. Het bedrijventerrein zal doorkruist worden door een viertal brede groene dreven en natte stroken parallel met de E17. Bestaande natuurelementen worden niet behouden. En dat is jammer omdat die met braamstruiken en ander struweel overwoekerde oude Decauvillesporen loodrecht op de E17 liepen, precies in de richting van de groene vinger, de stad in. Het gebied is immers een gewezen kleigroeve waarvan de krater is opgevuld met huisvuil en achteraf is overdekt met teelaarde, weiden en akkers. Op de smalspoorlijntjes die het gebied doorkruisten, kon je tot voor kort kilo's bramen plukken.

fp5

Minaraad

Op voorstel van Thierry Meerschman keurde de Minaraad een advies goed, waarin aangedrongen werd "de bestaande landschappelijke waarden beter te behouden en te integreren in het concept van het bedrijventerrein" en om "het oostelijk gedeelte van het Groen Netwerk Zuid (een element uit het Gemeentelijk Ruimtelijk Structuurplan Kortrijk) te verbinden met de bestaande parken en groen ruimten" in de stad. Met enkele kleine aanpassingen aan het ontwerp van het bedrijventerrein Evolis kan volgens de Minaraad de groene vinger gered worden. De raad vraagt dan ook dringend overleg. 

Met dat advies realiseerde de Minaraad een primeur. Normaal levert een adviesraad slechts adviezen af op aanvraag en slechts aan het stadsbestuur (college van burgemeester en schepenen). Deze keer stelde de Minaraad ongevraagd, op eigen initiatief, een advies af en richtte dat rechtstreeks aan de gemeenteraad. Dat advies werd ter bespreking voorgeschoteld aan de tweede raadscommissie - in drie commissies bereiden de gemeenteraadsleden elke gemeenteraad in kleine groepjes voor. En die tweede raadscommissie besliste het advies ook ter bespreking voor te leggen aan de voltallige gemeenteraad. Gewis een primeur!

Primeur in de gemeenteraad

In de gemeenteraad was het Cathy Matthieu, Groen!, die in naam van de progressieve fractie (sp.a-spirit-Groen!) het advies becommentarieerde. Zij wees erop dat ons land nog ver staat van het invullen van de Europese afspraken over biodiversiteit tegen 2010. Het behoud en de verdere uitbouw van deze groene vingerpast in dat kader. Cathy drong erop aan dat bij de aanleg van Evolis ter dege rekening zou worden gehouden met de opmerkingen van de Minaraad. Het zou al een grote stap vooruit zijn als de vereiste groenschremen tussen de kavels op het bedrijventerrein met wat meer oog voor de natuurwaarden en de groene verbindingen zouden herschikt worden.

Schepen Wout Maddens, OpenVLD, wees erop dat het advies van de Minaraad eigenlijk te laat is gekomen. Het bedrijventerrein Evolis is al in uitvoering. Het is met de intercommunale Leiedal dat moet gesproken worden over eventuele aanpassingen. De stad is zich, volgens de schepen, bewust van de noodzaak van groene corridors, maar hij zag dat dan vooral op regionale schaal: de corridor stadsrandbos, Stadsgroen Marionetten, Evolis, de Gavers. Alleen die groene arm staat ingetekend op het gemeentelijk ruimtelijk structuurplan Kortrijk en zal systematisch als randvoorwaarde opgenomen worden bij nieuwe ontwikkelingen zoals de geplande grote verkaveling Langwater aan de overkant van de Oudsenaardsesteenweg. De groene vinger waarover het advies van de Minaraad gaat, staat niet in dat structuurplan.

Ik denk dat de Minaraad nog wel werk zal hebben als zij die groene vinger wil geconserveerd zien. Gelukkig is de Minaraad vertegenwoordigd in de gemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening (gecoro), dat andere adviesorgaan waar groene vingers soms aan bod komen.... 

ven3

09-02-08

Abdijkaai Kortrijk: grote veranderingen op til

abdijkaai1

In het enigszins verborgen stadskwartier Abdijkaai-Loodwitstraat zijn grote veranderingen op til in de komende jaren. Diverse industriële panden verliezen hun functie en maken plaats voor woonprojecten. De verscheidenheid van de buurt en de verkeerproblemen maken het wel niet eenvoudig. Daarom gaf het stadsbestuur de intercommunale Leiedal de opdracht een onderzoek te doen naar de ontwikkelingsmogelijkheden aldaar.

De oude abdij

De Kortrijkse buurt waar het hierover gaat, ligt verscholen achter de vaart Kortrijk-Bossuit en de overdrukke Gentsesteenweg. Het zou een verloren hoek van de stad zijn, ware het niet dat aan de Abdijkaai sinds 1867 (!) het stedelijk openluchtzwembad ligt, met zijn ligweide op warme zomerdagen een waar stadsstrand. De smalle straatjes herbergen een grote verscheidenheid aan bebouwing en functies. Er zijn fabrieksgebouwen, bescheiden rijwoningen met inbegrip van een citeetje, allerhande sportinfrastructuur (publiek zwembad, privaat sportcomplex van de Wikings, een schietbaan en restanten van een paardenmanège), een gewezen katholieke thans ortodoxe kerk, en - vivons cachés, vivons heureux - in de groene zones kasten van villa's. Het gebied geeft aan twee kanten uit op water: de vaart en de Leie. Veel ruimtelijke ordening is daar nooit toegepast. Alles staat er gezellig dooreen.

doude abdy

De site is zelfs historisch van belang. Het was daar dat rijke Franse cisterciënzennonnen hun tweede abdij bouwden nadat zij op de Rodenburg in Marke in 1259 overvallen waren door 'een bende woestelingen'. De abdij werd de Groeningeabdij genoemd, naar de Groeningekouter en -beek waaraan ze was gelegen. De veel gronden bezittende vrouwengemeenschap hield het daar uit tot hun abdij in 1573 door de Geuzen werd verwoest. Nadien trokken zij zich terug naar een stek dichter bij de stad (thans Groeningelaan genoemd, maar Groeninge lag elders, in de buurt waar het nu over gaat). Van de abdijgebouwen schiet niets meer over. Zeker niet nadat societyclub de Wikings enkele jaren geleden twee oeroude schuren sloopte en er een nieuwe sporthalle bouwde. Wel staat er in de Ruitersweg een villa in neo-renaissancestijl die de naam draagt van "D'Oude Abdy".

Het is op de Groeningekouter dat de Guldensporenslag plaatshad in 1302.

Projectontwikkelaar HPG

Een tijd geleden had ik het al over die buurt, in een stuk over de bouwplannen van de Brusselse promotor HPG in het bouwblok tussen de Loodwitstraat en de Abdijkaai (zie hier). Er komen daar, op de gronden van de gewezen ververij Lambrecht en een magazijn van de verdwenen Linière de Courtrai, een zestigtal doorzon-appartementen met ondergrondse garages, een winkel, zeven eengezinswoningen, alle ingepast in een parktuin. Intussen heeft het stadsbestuur zijn fiat gegeven aan het project.

meuleman

In dezelfde buurt komen binnen afzienbare tijd ook de gebouwen vrij van het schildersbedrijf Decorteam Meuleman (hoek Schuttersstraat-Abdijkaai). En het management van het textielverdelingsbedrijf Vetex neemt zich voor om zijn fabriek aan de Ruitersweg op te geven. Projectontwikkelaar HPG heeft interesse voor beide uitgestrekte sites, om er zijn voormeld project - wonen in een parkachtige omgeving - verder uit te breiden. Het stadsbestuur wil evenwel de grootschalige ontwikkeling van die buurt bewaken en niet alles overlaten aan het privé-initiatief - wat heel verstandig is.

Het stadsbestuur is er zich van bewust dat er een oplossing moet komen voor de verwachte aangroei van het verkeer in de nauwe straatjes van die buurt. Parkeren is er nu al een probleem voor bewoners, personeel van de dar gevestigde bedrijven en bezoekers van het zwembad. En de in- en uitrit van de buurt op de Gentsesteenweg (café Au Pont du Canal) is een verschrikking.

Insteekdok

Het stadsbestuur maakt zich ook zorgen over een 'reservatiestrook' voor een mogelijke verbreding van de vaart, waardoor een groot stuk van de site Meuleman niet herbebouwbaar zou zijn. Die bedenking vind ik minder ernstig. Al jaren herhaalt het Vlaamse Gewest dat er geen plannen meer bestaan om dat, groene, stuk van de vaart Kortrijk-Bossuit te verbreden. De vaart wordt door nv Waterwegen en Zeekanaal beschouwd als een groot insteekdok met toegang vanaf de Schelde. De toegang vanaf de Leie is nog slechts voor de pleziervaart.

De laatste sluizen naar de Leie toe zijn trouwens beschermd als monument, met inbegrip van een paar sasmeesterswoningen die zouden verdwijnen als het gabarit van de vaart op 1230 ton wordt gebracht. De enige instantie die zich nog vastklampt aan die reservatiestrook is ... het Kortrijkse stadsbestuur, om onbegrijpelijke redenen (masochisme?). Het stadsbestuur zou er beter bij de bevoegde instanties op aandringen om die onteigeningsstrook op te heffen.

Studieopdracht

Wat er ook van zij, heeft het stadsbestuur aan de intercommunale Leiedal een studieopdracht gegeven met betrekking tot de verdere ontwikkeling van dat gebied. Leiedal heeft daartoe een offerte ingediend in de vorm van een afsprakennota, met daarin de opdrachtomschrijving, de uitvoeringstermijn, het gewenste resultaat van de studie en de kostprijs.

Eerder (12 november 2007) keurde de gemeenteraad een lijst goed van exclusieve diensten die Leiedal de stad mag verlenen. Onderzoek naar de herbestemming van bedrijfspanden behoort daartoe. Dit onderzoek hier wil de intercommunale afwerken tegen een prijsje van 13.500 euro (vrij van BTW). Het eindrapport moet Leiedal afleveren binnen zes maanden. 

vetex ruitersweg

De Vetex in de Ruitersweg

30-01-08

Politie Kortrijk gaat naar opgetilde stalen driehoek van vier lagen

politiehoofdkwartier XDGA1

Foto's van Xaveer De Geyter Architectenburaeu bvba

Zopas is bekendgemaakt dat uit de shortlist van vijf inzendingen voor de Europese architectuurwedstrijd voor een nieuw politiehoofdkwartier in Kortrijk de jury het ontwerp van Xaveer De Geyter Architectenbureau bvba in vereniging met de ingenieurs Boydens en Ney heeft bekroond. Het wordt een project van 22,8 miljoen euro (BTW incluis), gerealiseerd door een samenwerkingsverband van stad Kortrijk, het Stadsontwikkelingsbedrijf Kortrijk (SOK), de Regie der Gebouwen, de Politiezone VLAS en de Federale Politie. Het is de bedoeling dat nog in 2008 de bouwvergunning wordt bekomen, in 2009 de aanbesteding wordt gehouden en de bouw van stapel loopt, en dat in 2011 de manschappen van zowel Politiezone VLAS als de Federale Politie hun intrek kunnen nemen in het in alle opzichten hoogstaande complex. VLAS-korpschef Stefaan Eeckhout is in zijn nopjes.

Het bekroonde ontwerp

De bekendmaking vond plaats op 30 januari 2008 in het stadhuis van Kortrijk. De uitspraak van de avond kwam van de bekroonde architect zelf. Xaveer De Geyter verklaarde bij het begin van zijn presentatie droogweg: "Het is niet zo moeilijk een politiegebouw te ontwerpen. Dat ga ik u bewijzen". Meende hij het of wou hij stoer doen? In elk geval zal zijn gebouw de ogenschijnlijk simpele vorm hebben van een driehoek, zoals het voor de hand lag op het aangewezen terrein aan de buitenkant van de westelijke binnenring. Je zou het complex een vol gebouw doorzeefd met vierkantige gaten (14 gaten en 5 inkervingen aan de Leiekant) kunnen noemen, maar je kunt het ook bekijken als een leeg gebouw opgevuld met een netwerk van nuttige ruimten in kruisverband. En het staat op poten.

Politiegebouw2

Het wordt in elk geval een letterlijk schitterende aandachtstrekker. Want de lange, heel lange gevels worden uitgevoerd in spiegelend inox, roestvrij staal. Het complex komt voor een deel in de winterbedding van de Leie. De rest van de driehoek komt op het drie meter hogere terrein dat zich uitstrekt van de kluifrotonde 'Den Appel' tot het gewezen entrepot van de NMBS. Zo kan ook de onderste laag van de driehoek half open worden gemaakt, met toegang en uitzicht over de woonparkzone die nog ontwikkeld moet worden op die Leieoever.

Politiegebouw 7

In die half-ondergrondse kelder komen de eigen parking van de politie, de stelplaats voor het interventiematerieel en de cellen voor arrestanten. Een weg zal als aftakking van de nabijgelegen 'ventweg', die de westelijke binnenring bedient, de driehoek doorkruisen. Zo komt er een interne verbinding met de verdieping erboven, en kunnen de politiewagens op elk moment aan verschillende kanten uitrukken.

Ook de hogere gelijkvloerse verdieping zal op palen staan ('verticale stijgpunten' in architectenjargon), die uitgevoerd worden in zwart beton en verspreid zijn over het plan. Die verdieping sluit aan op de nieuwe parking 'Kortrijk Weide', 250 stalplaatsen groot, die ook kan gebruikt worden voor allerlei evenementen zoals circussen en muziekfestivals. Die gelijkvloerse verdieping bevat een toegangs- en ontvangstlokaal, in nachtblauwe - politiekleur! - glazen uitvoering, en is voor de rest een groot waaigat waar de auto's van politieklanten en -personeel kunnen geparkeerd worden. Het wordt wel een klaar waaigat door niet minder dan 14 grote uitsparingen in de hogere verdiepingen. Het risico van een verwaarloosde aanblik, die parkings meestal bieden, wordt tegengegaan door het plafond uit te voeren in spiegelend inox-staal.

Politiegebouw 6

De verdiepingen +1 en +2 bieden werkruimte voor alle politiefuncties van zowel het korps van de lokale Politiezone VLAS als de Federale Politie. De kantoren en andere lokalen komen ter beschikking in een rasterstructuur ('grid' zeggen architect en burgemeester) rond de fameuze 14 vierkantige gaten. Met die structuur kan men alle kanten uit - een flexibiliteit die voor het veelzijdige en onvoorspelbare politiewerk mooi meegenomen is.

Die veertien vierkantige gaten in de reusachtige stalen driehoek zijn een ingenieuze vondst van Xaveer De Geyter. Het is een van de elementen waarvoor de jury van de architectuurwedstrijd viel: "De royale aanwezigheid van lichthappers in alle vormen (patio's, atrium, terrassen), zowel opgetild als doorgezakt brengen een zee van licht tot in de kern van de verdiepingen". Geen enkel van die gaten ('vides' zeggen architect en burgemeester) zal inderdaad hetzelfde zijn; de mogelijkheden van glas zijn onbeperkt. 

De motivatie van de jury

In zijn motivatie verklaart de jury onder leiding van Vlaams Bouwmeester Marcel Smets de palm aan Xaveer De Geyter en co te geven, omdat zijn gebouw opvallendheid combineert met "een uitdagend maar beheerst materiaalgebruik". Voorts achten zij de "heldere en logische planopbouw" een grote troef.

Politiegebouw 5

Toch plaatst diezelfde jury ook bij het winnende ontwerp enkele vraagtekens. Zo krult hun neus een beetje bij de vaststelling dat de architect de belangrijkste plek van het complex, de gelijkvloerse verdieping (zelf in twee niveaus) slechts gebruikt voor het parkeren van wagens. Dat betekent, zoals Kortrijkwatcher er mij op wees, dat iedereen die bij de politie moet zijn de trap of de lift moet nemen. Ik probeer mij voor te stellen hoe men zich veilig met verdachten in een lift kan afzonderen. De jury roept de ontwerper dan ook op om de nodige aandacht te besteden aan de toegankelijkheid van het gebouw. Overigens was het een opdracht aan de ontwerpers om de parkeerbehoeften vanhet politiegebouw in het complex zelf op te vangen; andere ontwerpen opteerden voor ondergrondse garages.

Een tweede vraagteken plaatst de jury bij de duurzaamheid en het rationeel omspringen met de energiebehoefte van het complex. "Zijn er niet teveel gevels?" vraagt de jury zich openlijk af. Xaveer De Geyter antwoordt daarop dat het een heel compact gebouw wordt - de 14 vides ten spijt? - en dat daardoor de energieverliezen als gevolg van het grote geveloppervlak gecompenseerd wordt.

De jury is niet ingegaan op het volgende. In de stedenbouwkundige randvoorwaarden voor het politiegebouw staat dat het een groendak moet krijgen om de externe buffering van regenwater te beperken. Het is mij niet bekend of de architect daaraan heeft gedacht.

Ook is gevraagd te voorzien in uitbreidingsmogelijkheden. Daarover heeft de ontwerper bij zijn presentatie evenmin iets laten weten. Maar goed, als de zwartbetonnen palen waarop de twee werkverdiepingen rusten sterk genoeg zijn, kan er eventueel nog een derde volle laag bovenop gebouwd worden. Maar worden die veertien gaten dan niet al te kokerachtig?  

Een oplossing na meer dan twintig jaar

Met dat opvallende project komt uitzicht op een oplossing van een oud probleem: de huisvesting van de Kortrijkse politie (nu geïntegreerd in de Politiezone VLAS, die ook Kuurne en Lendelede omvat). Het commissariaat in de Persynstraat, in Oostblokstijl, voldoet al lang niet meer en is te klein voor het hele korps. Waar is de tijd dat burgemeester Sansen met het idee speelde om voor de politie een nieuwe stek in te richten in het opgedoekte slachthuis aan de Veemarkt. Er zijn toen, twintig jaar geleden, zelfs testen gedaan met politiewagens om te bekijken hoe vlug met van daaruit kon interveniëren. Het plan is niet gerealiseerd; de slachthuispanden zijn verkocht aan promotor Thiers, die er een flatgebouw neergepoot heeft alsof het zicht op zee had.

Als noodoplossing heeft de politie dan maar een tweede gebouw in gebruik genomen, de vroegere kantoren van Gaselwest in de Sint-Amandslaan. Korpschef Stefaan Eeckhout noemt dat nu nefast voor de goede werking van zijn korps: er blijken zich twee clans met verschillende culturen te hebben ontwikkeld in de twee commissariaten. In het nieuwe complex komen ze weer allemaal bijeen.

Het complex zal trouwens gedeeld worden met de Federale Politie in Kortrijk.  Ook de gewezen gendarmerie zit in - hoewel stijlvolle - verouderde gebouwen: de kazerne in neo-renaissance trant op de hoek van de Zwevegemsestraat en de Boudewijn IX-laan. Overeengekomen is dat de Federale Politie ongeveer een derde van de kantoren en de parking zal innemen en 6,5% van de logistieke ruimte in het nieuwe complex. 

Voor korpschef Stefaan Eeckhout van de Politiezone VLAS is het een droom van twintig jaar die uitkomt. En uit de vijf resterende inzendingen van de architectuurwedstrijd is het een ontwerp naar zijn wensen: "Het wordt een krachtig functioneel gebouw dat ook heel open en uitnodigend zal zijn voor de bevolking". We toosten op een voorspoedige realisatie.

De ontwerpen die het niet hebben gehaald

Het ontwerp van Xaveer De Geyter Architectenbureau bvba (Brussel), versterkt met de ingenieurs Ney & Partners en het studiebureau R. Boydens haalde het van vier concurrenten. De grootste teleurstelling heeft wellicht de combinatie Carlos Ferrater & Stephane Beel Architecten/SWK/Arcadis-Gedas/Daidalos-Peutz (Gent) opgelopen. Sterarchitect Stephane Beel heeft in Kortrijk immers machtige vrienden, heeft er al meer gewerkt (het nieuwe gerechtsgebouw en de Tack-toren bijvoorbeeld) en is de auteur van een stedenbouwkundig masterplan (2003) voor de zowat 7 ha gronden die opeens vlak bij het centrum vrijkwamen door de aanleg van de westelijke binnenring. Het is in dat gebied en in de onmiddellijke omgeving van zijn gerechtsgebouw dat het politiehoofdkwartier komt, dat Beel niet mag ontwerpen. Zijn concept had veel weg van het nieuwe Antwerpse gerechtshof met inbegrip van de glazen frietzakken op het dak.

De andere ontwerpers combineerden alle internationaal bekende namen aan plaatselijke expertise. Francisc Mangado associeerde zich met Snoeck & Partners en Cenergie bvba. Willem Jan Neutelings (Neutelings Riedijk Architecten, Amsterdam), die het opvallendste voorstel deed, een gebouw in de vorm van een binnenstebuiten gekeerde accordeon, trad samen op met Bureau Bouwtechniek, Daidalos, Ney & Partners en Ingenium. En ten slotte was er nog de tijdelijke vereniging Caruso St.John Architects LLP/Desmet-Vermeulen Architecten BVBA/Signum/Technum.

Politiegebouw 4

24-12-07

Het park van het kasteel van Walle verkaveld?

kasteel van W1
Dit wordt wellicht de duurste verkaveling ooit, als het lukt. Promotor Samainvest, patrimoniumvennootschap van een De Coene-tak, wil de uitgestrekte landschapstuin van het Kasteel van Walle, Wolvendreef 75, opdelen in bouwkavels. Het moet een woonparkverkaveling worden. Het kasteel uit 1760 is een beschermd monument. Jozef De Coene, stichter van de Kunstwerkstede waar de beroemde Kortrijkse meubels werden gemaakt, resideerde er. De tuin behoort tot de historische parken en tuinen van Kortrijk. Onder de buren in de sjieke Wolvendreef ontstond enige beroering. Maar het Vlaamse Agentschap Onroerend Erfgoed blijkt al zijn goedkeuring te hebben gegeven, onder strenge voorwaarden. Vooraleer de graafmachines er aan de slag gaan, ben ik dat onvermoede hoekje van Kortrijk nog eens gaan bekijken.

Kasteel van Walle

Wie het Kasteel van Walle in het Kortrijkse gehucht Walle gaat zoeken, zal het niet vinden. Het kasteel ligt wat verderop, in de Wolvendreef (nr. 75). Walle, ooit een centrum van Kortrijk-buiten, is momenteel nog slechts de dooier in het 'Ei van Kortrijk', een verkeerswisselaar van de E17 en de Ring R8. Walle was een van de gekende 'heerlijkheden' rondom het oude Kortrijk, maar of de heer van Walle ooit het kasteel in de Wolvendreef bewoonde, is twijfelachtig. Het wordt in erfgoedinventarissen steevast het 'zogenaamde' Kasteel van Walle genoemd. Het oudste deel van wat er nu nog staat, is gebouwd in 1760 door de Rijselse rijkaard Hypolite Petipas, als buitenverblijf en jachtpaviljoen.

Het kasteel werd oorsponkelijk opgetrokken in directoire-stijl (overgang van de zwierige Louis XVI-stijl naar de soberder empirestijl). In de inventaris van het Vlaams Instituut voor Onroerend Erfgoed wordt de aandacht getrokken op de markante verschillen tussen voor- (naar het zuidoosten gerichte hoofdgevel) en achterkant van het oorspronkelijke landhuis. Aan de bepleisterde voorgevel steekt een drie vensters breed gedeelte eruit ('middenrisaliet van drie traveeën') onder een driehoekige hoed ('fronton') met ruitvormig venster. Dat uitspringend gedeelte geeft uit op een bordestrap. En beneden de trap ligt het gazon van de voortuin die half omringd is door een tot vijver verbrede gracht.

De achterkant van het 'kasteel' ziet er veel minder plechtstatig uit. De bovenverdieping overkraagt de halvekelder- en gelijkvloerse verdieping en "rust op korfbogen op pijlers met Corinthische kapitelen die aldus een loggia vormen". In dat overkapte gedeelte is er links en rechts een buitentrap met smeedijzeren leuning naar de eerste verdieping. Die achterkant is trouwens de voorkant geworden. Aan die kant van het gebouw staat ook een meermaals verbouwd koetshuis.

De Coene

Het landhuis is veel verbouwd. Waarschijnlijk tijdens de Eerste Wereldoorlog werden er twee bunkers bijgebouwd.

In 1920 kocht meubelindustrieel Jozef De Coene het landhuis, met de bedoeling er zijn buitenverblijf in te richten, en hij herdoopte het 'Kasteel' tot het meer burgerlijke 'Ma Campagne'. Hij restaureerde het bestaande landhuis, maar bouwde er heel wat tegenaan. Zo kwam er een zijvleugel met onder meer een atelier met groot noordervenster - om als schilder over constant licht te kunnen beschikken - en een rond uitspringend zomersalon. Bovenop de bunkers liet hij terassen aanleggen. Jozef De Coene bleef er wonen tot aan zijn overlijden.

Het landhuis is beschermd als monument bij besluit van de Vlaamse Executieve van 9 maart 1983.

Kasteeldomein

Het 'kasteel' ligt in een domein dat uitvoerig is beschreven in het standaardwerk 'Historische parken en tuinen. Kortrijk' van Paul Debrabandere, 1992 (p. 122-128). Het domein paalt ten zuidoosten aan de Bruyningstraat (op een steenworp van de Ring R8). Daar was oorspronkelijk de hoofdingang van het domein. Overwoekerd door struikgewas is er nog de vroegere toegangspoort. In dat gedeelte van het domein ligt de tot vijver verbrede gracht met twee aanlegsteigers en een stenen brug. Aan de brug wordt de wacht gehouden door een vrouw met hoorn des overvloeds. Op het gazon aan die kant van het 'kasteel' staan verschillende merkwaardige hoogstammen, o.m. een Oosterse plataan.

Aan de zijde van de Wolvendreef was er een boomgaard aan de overkant van de gracht. Aan de noordkant is er een kleine dreef met smeedijzeren vleugelpoort geflankeerd door twee paviljoentjes voor duiven. De huidige ingangspoort geeft uit op een binnenplaats met twee Franse plantsoenen. Vervolgens kom je in een grote tuin met pergola en klein waterbassin met beeld van een meisje. Aan de westkant van het park was er ooit een verlengd gedeelte van een beek, thans toegeslibt. Nog te zien is de brug over die beek, met 19de-eeuwse schildhoudende leeuwen.  

Doornroosje

Het landhuis is ondertussen zwaar vervallen. Het begint er meer en meer uit te zien als het kasteel van Doornroosje, voordat de prins haar kwam verlossen uit haar honderdjarige slaap. Het is maar de vraag of promotor Samainvest die moedige prins zal zijn, die erin slaagt het historische domein tot nieuw leven te wekken.

Samainvest, een patrimoniumvennootschap van de eigenaarsfamilie, wil het domein verkavelen. Volgens het gewestplan Kortrijk ligt het domein in een 'woonpark', dat is een zone waarin de woondichtheid kleiner is dan elders en er verhoudingsgewijs veel meer groen is. De promotor heeft voorzichtigheidshalve zijn verkavelingsplan uitgewerkt in samenspraak met het Vlaams Agentschap Onroerend Erfgoed. Het resultaat is een woonparkverkaveling, waarbij de parkambiance rond het landhuis zoveel mogelijk wordt gevrijwaard. Kavels en ontsluitingswegen worden daarin optimaal geïntegreerd. Niemand minder dan landschapsarchitect Wirtz - ook actief voor Stad Kortrijk in de binnenstad - werd aangezocht voor de opmaak van het inrichtingsplan. 

Volgens dat plan wordt het domein verdeeld in 6 loten. Het 'kasteel' blijft behouden als lot 6 - oef, het wordt niet gesloopt! Lot 5 is het bestaande tuinmanshuisje, dat ook bewaard blijft. Vier kavels van 1500 à 2400 m² worden uit de domein geknipt. Twee van die stukken bouwgrond liggen tegen de Bruyningstraat aan, twee tegen de Wolvendreef.

Op de kavels nieuwe bouwgrond mag er slechts gebouwd worden op ruime afstand van de perceelsgrenzen. Er zijn alleen villa's toegelaten, en er mag niet meer dan 250 m² bebouwd worden, alles inbegrepen. De beplanting moet conform het tuinplan van Wirtz zijn en dat wordt gecontroleerd door een syndicus die zal worden aangesteld.

Vogelreservaat

 Bij het openbaar onderzoek kwamen vijf bezwaren binnen van buren. Dat is veel, gezien de schaarse bewoning in de omgeving. De buren vrezen wateroverlast als de beek verder wordt gedempt en als het glooiende terrein wordt genivelleerd. Zij vrezen ook dat hun uithoek geen stabiele aanvoer van elektriciteit meer zal hebben als die nieuwe villa's erbij komen. Voorts denken zij dat de inrichting van die kavels te veel monumentale bomen zal doen sneuvelen en dat de Wolvendreef zijn dreefachtig karakter zal verliezen. Ook menen zij dat het - verlaten! - domein dienst doet als vogelreservaat en de buren komen op voor de gevederde fauna.

Het stadsbestuur heeft die bezwaren onderzocht en grotendeels ongegrond verklaard. Wel voegt het stadsbestuur aan het dossier de voorwaarden toe dat de bestaande grachten optimaal behouden moeten blijven en dat het bestaande groen zoveel mogelijk moet gerespecteerd worden. Gerooide bomen moeten gecompenseerd worden met nieuwe aanplantingen. De terreinnivelleringen moeten tot het uiterste beperkt blijven en de natuurlijke helling moet behouden worden.

Volgens het stadsbestuur is het dreefkarakter van de Wolvendreef niet in gevaar; de breedte van de ontsluitingsweg wordt beperkt tot 4 meter en aan beide kanten komt een bomenrij. De stad wijst erop dat de promotor kan uitpakken met een akkoord van het Vlaamse Agentschap Onroerend Erfgoed en koestert grote verwachtingen in de aanbreng van landschapsmeester Wirtz. De vogeltjes gaan onder de veranderingen niet veel te lijden hebben omdat de nieuwe bouwkavels aan de rand van het domein liggen, waardoor het park zoveel mogelijk ontzien wordt. 

Compound

Persoonlijk meen ik dat de exclusieve verkaveling, hoe behoedzaam ze ook wordt uitgevoerd, hoe dan ook het historische park geen deugd zal doen. Het 'kasteel' zal veel van zijn allure verliezen als zijn domein wordt teruggebracht tot een, zij het dan riante, villatuin. Maar anderzijds staat dat landhuis daar toch maar te verkommeren. Wellicht is het park, dat veel en duur onderhoud vergt, veeleer een beletsel om kopers te vinden die het willen instandhouden. Door dat domein op te delen in zes stukken krijgen kasteel en parklandschap misschien nieuwe levenskansen. Het stelt mij gerust dat het Vlaams Agenschap voor Onroerend Erfgoed een oogje in het zeil houdt.

Overigens is de Wolvendreef meer dan een bezoekje waard. Te weinig mensen, ook de Kortrijkzanen niet, weten die merkwaardige buurt te vinden voor een wandeling door weelderig groene dreven, kasten van villa's en open grachten, restanten van de bleekweiden van de familie Condé. Dit stukje Kortrijk, verschanst achter een aarden geluidsberm van de Ring en achter de autostradebrede Condédreef, heeft dan ook wel iets van een compound, een omheinde woonwijk in een of ander derdewereldland - alleen de slagbomen en de privé-bewaking ontbreken nog.

Laat dit je niet ontmoedigen voor een ontdekkingstocht. Behalve het 'Kasteel van Walle' kun je er nog drie andere merkwaardige stukken onroerend patrimonium ontdekken. Naast het kasteeldomein staat op nummer 73 een houten bungalow, vervaardigd door de firma De Coene en, naar het schijnt, van binnen gedecoreerd met schilderijen van AlbertSaverys (de expressionistische Leieschilder die ook in het Textielhuis aan de slag is geweest). Over Jozef De Coene en Saverys zie:decoeneartvillage.

Nummer 20 is de historische hoeve "Hof ter Walle". In 1944 is ze grondig verbouwd naar plannen van P. en J. Viérin (Kortrijk) voor textielbaron De Stoop, waardoor het authentieke hoeve-uitzicht verdween. Maar de enorme villa mag er ook zijn.

En nummer 63 is het zogenaamde domein "Isengrim". Van voor 1780 tot na 1807 was dat de blekerij van de familie Condé, waarvan enkele sloten behouden zijn gebleven. Het woonhuis met jaarankers 1799 is vergroot in 1919, maar thans zijn weer grondige verbouwingswerken aan de gang.

Voor meer foto's van het Kasteel van Walle en zijn park, zie Kortrijk onvermoede hoekjes.

w6

23-09-06

Inbreidingsproject Hortensialaan

In de Hortensialaan komt een verkaveling die kan beschouwd worden als een inbreidingsproject. Een gevolg van de taks op onbebouwde percelen? Er komen woningen die nu al te koop worden aangeboden tegen prijzen tussen 150.000 en 220.000 euro.

Vraag aan 10 Kortrijkzanen waar de Hortensialaan ligt, en 9,9 gaan het niet weten. Die 0,1 Kortrijkzaan zal zich vergissen; hij zal denken dat het een straat is in de Sionwijk (waar de bloemenstraten welig tieren zoals de Narcissenlaan, Rozenlaan en Hyacintenlaan). De Hortensialaan is een zijstraat van de Elfdenovemberlaan, Blauwepoortwijk, en dateert pas van 1958.

Het is een doodlopend straatje (uitgerokken pijpenkop) met een groene middenberm. Bij het inrijden van de straat passeer je een boomgaard van Japanse kerselaars. Aan de rechterkant staan relatief jonge rijwoningen. Op het uiteinde bots je op een te koop aangeboden bedrijfsgebouw. En links liggen een paar hectaren onbebouwde weiden. Tot voor kort graasden hier nog paarden. Wellicht zijn die terreinen achteraan de al lang volgebouwde Sint-Denijsestraat onbebouwd gebleven omdat ze de windvangstrook vormden van de verdwenen Sint-Denijskotmolen.

Het is dus schitterende bouwgrond op fietsafstand van het stadscentrum en op een boogscheut van alle mogelijke voorzieningen. Het zou mij niet verwonderen als die gronden nu op de markt komen als gevolg van de invoering van een taks op onbebouwde percelen in Kortrijk. Doordat er nog meer dergelijke occasies te koop worden aangeboden, zijn de grondprijzen redelijk schappelijk. Twee promotoren bieden daar al woningen aan, sleutel-op-de-deur, met een drietal slaapkamers en een garage inbegrepen. De prijzen variëren, grond, bouwkosten en afwerking inbegrepen, tussen de 150.000 en 220.000 euro per pand.

Ik gun de kopers hun succes en ik ben blij dat de stad zich verrijkt met nieuwe woningen zonder dat daarvoor de open ruimte aan de rand van de stad moet worden aangesneden. Toch heb ik wat vragen bij voormelde taks. Het is een operatie waarvan de goede bedoelingen slechts eenmalig kunnen waargemaakt worden. Zoals tijdens de solden: op is op! Als al die percelen, die nu manu militari op de bouwmarkt gegooid worden, verkocht en bebouwd zijn, worden wij opnieuw geconfronteerd met bouwgrondschaarste. Eén generatie vaart er wel bij; laat ons daarmee getroost zijn.

Verkavelingsovereenkomst

De gronden in kwestie zijn erfgoederen van de familie Vanfleteren (Christine en Jacques). Het stadsbestuur verleende hun een verkavelingsvergunning op 31 januari 2006. Met een dergelijke vergunning kun je niet zomaar aan het bouwen slaan. Je moet eerst nog een 'verkavelingsovereenkomst' afsluiten met het stadsbestuur. Dat gebeurde op 16 mei 2006. Volgens artikel 2 van dat contract, moeten de verkavelaars, de Vanfleterens dus, een ontwerper aanstellen volgens de strikte voorwaarden van de stad.

Die ontwerper, bureau Cnockaert van Kortrijk, werkte de plannen uit voor de wegen- en rioleringswerken die er moeten gebeuren. Er komt bijvoorbeeld een extra riool om een rioleringsstelsel te krijgen waarin afvalwater en regen apart worden afgevoerd. Per bouwperceel moeten er twee wachtaansluitingen gemaakt worden. En de bestaande Hortensiastraat wordt aan de kant van de verkaveling heraangelegd: nieuwe greppel, borduren en trottoir.

Het is een werk van 64.700,84 euro (25 werkdagen). De gemeenteraad besliste om die opdracht openbaar aan te besteden. Op kosten van de verkavelaar, welteverstaan.

De promotoren die er nu al huizen verkopen, zijn: Dupont-Korimmo, Doorniksesteenweg 81/7, 8500 Kortrijk en Entro, Brugsesteenweg 253, 8500 Kortrijk. Zie: http://www.entro.be/default.aspx?id=114 en http://www.easy.be/Immo/Goed.aspx?W=1&id=501933 .

17-09-06

ZONDAG 17 SEPTEMBER 2006: tussen Smesse en kamsalamander (tussen Triloy en Potijzer)

Het onvermoede hoekje van vandaag is in gevaar. Bepaalde instanties hebben hun oog laten vallen op de mooie glooiingen nabij de Sjouwer in Aalbeke en Rekkem, om aan de andere kant van de E17 het transportcentrum LAR uit te breiden. Bewoners, landbouwers en natuurliefhebbers hebben een stevig verzet uitgebouwd in het actiecomité "Geen-LAR-Zuid". Ga kijken (en genieten) voor het te laat is. Hoe meer bezoekers, hoe minder zin het heeft het waardevolle landschap naar de duivel te helpen!

"Vlaanderen moet open en stedelijk zijn. In onze dichtbevolkte streken moeten wij zuinig zijn met de open ruimte. De stedelijke gebieden moeten een groter deel van de nodige woningen en bedrijvigheid opvangen. In het buitengebied zijn landbouw, natuur en recreatie de belangrijkste functies." Zo staat het in de uitgangspunten van het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen.

De tegenstanders van LAR-Zuid begrijpen niet hoe de uitbreiding van het transportcentrum LAR (Lauwe-Aalbeke-Rekkem) in dat plaatje past. Weliswaar is het landbouw- en natuurgebied aan de overkant van de E17 ter hoogte van bestaande LAR om eigenaardige redenen opgenomen in het ... 'stedelijke gebied' van Kortrijk. Maar als men dat waardevolle landschap vol containers gaat stapelen, kan men onmogelijk spreken van een zuinig gebruik van de resterende open ruimte.

De/Le Triloy

Het gebied in kwestie beslaat 30 hectare tussen de Brumierstraat in Aalbeke (Kortrijk) en de Triloystraat in Rekkem (Menen). De Brumierstraat dankt zijn naam aan het gehucht Bramier in Lauwe, waar hij naartoe leidt. De Brumierstraat loopt min of meer parallel met de spoorweg Kortrijk-Moeskroen-Rijsel (de verbinding van Kortrijk met het TGV-net!). Er zijn twee westelijke aftakkingen die onder die spoorweg door lopen. De Triloystraat is de as waarrond zich in aloude tijden het landelijke gehucht Le/De Triloy heeft ontwikkeld, zowat halverwege tussen Aalbeke en het centrum van Rekkem. Het hart van De Triloy is café La Forge/De Smesse (betekent smidse). Veel bewoners van De Triloy zijn familie van elkaar.

In het gebied zelf liggen twee grote hoeven: de Klokhoeve in de Brumierstraat tegen de E17 aan en de hoeve van boer Brille in de Meersweg in Rekkem. Beide boerhoven moeten verdwijnen als de zuidelijke uitbreiding van de LAR er komt. De Klokhoeve wordt al vermeld in documenten van 1762. Het huidige woonhuis met dakklokje dateert van 1886. Het is een typische U-vormige hoeve met stallen, schuur, wagenhuis en apart staand ovenbuur (bakhuisje).

Potijzer

Aan de zuidelijke rand van het gebied in kwestie vind je nog twee andere historische hoeven: het Potijzergoed en Te Bergendaele. Ook het Potijzergoed dateert van de eerste jaren 1700. Uit die tijd rest alleen nog de ingangspoort. In de Tweede Wereldoorlog huisde in de boerderij een cel van het verzet. Vanuit de hoeve werd verschillende keren de nabijgelegen spoorweg gesaboteerd. De naam Potijzer is geleend van het Potijzerbos dat in de omgeving lag, met name daar waar nu een hoge berg uitgegraven klei ligt, bekroond met het monument De Sjouwer aan de E17. Beide boerderijen verliezen gegarandeerd hun schilderachtige ligging als in hun nabijheid een 'droge haven' komt voor het zware vrachtverkeer.

Potijzer is ook de naam van een recent gecreëerd natuurgebied van Natuurpunt Kortrijk. In een zone van natte meersen werden poelen uitgegraven om er een kolonie kamsalamanders te herbergen uit bomputten op de Kortrijkse Pottelberg die moesten wijken voor de aanleg van een industrieterrein. Natuurpunt werd in zijn reddingsoperatie gesteund door de Koramicgroep, die o.m. de grond ter beschikking stelde. Dat prille, maar toch al geslaagde, natuurgebied zou veel van zijn charme en ontwikkelingskansen kwijtspelen, als het aan de rand van een transportcentrum zou komen te liggen.

Het zegt veel dat het gebied doorkruist wordt door een Grote Routepad, behorend tot het Europese net van de wandelpaden met de wit-rode markeringen. Die paden worden alleen uitgestippeld in zones die de moeite waard zijn.

De Sjouwer

Het gebied is in de voorbije honderd jaar aan grote ingrepen blootgesteld. Er zijn kleigroeven uitgebaat en nadien weer dichtgegooid. Restanten van Decauvillespoortjes waarop wagentjes met klei naar de pannenfabriek Sterrenberg werden gereden zijn nog hier en daar op te merken.

Maar vooral de aanleg van de autostrade E17 (vroeger E3) in de periode 1966-1977 ging als een schokgolf door het reliëf. De E17 werd ingegraven, soms tot 15 meter diep, in de zware leemlaag tot in de harde klei. Niet minder dan 600.000 m³ grond werd gestapeld op 11 hectare ten oosten van de Brumierstraat. Op die heuvel werd in 1974 het monument "De Sjouwer" geplaatst, een indrukwekkende betonnen toren (35 meter hoog), ontworpen door de Brusselse architect Jacques Moeschal (die ook De Pijl, een Frans paviljoen op de Wereldtentoonstelling van Brussel in 1958 had getekend). 

Een beetje grappig is de GSM-mast die op diezelfde heuvel is geplaatst in de vorm van een eeuwig groene boom (hyperrealistische kitch in plastiek!). De plannen om de heuvel te bebossen en op die manier het Potijzerbos te laten herrijzen, zijn nog altijd niet uitgevoerd. Maar de schrale weiden op de kleibulten hebben ook wel iets. Die groene heuvel tekent de horizon van het bedreigde gebied.

Meidoornvlindertjes

Ondanks al die menselijke ingrepen straalt het gebied nog een authentieke sfeer uit. Het is een van die zeldzaam geworden voorbeelden van een uiterst afwisselend landschap. Akkers, bosjes, struweelwallen, vochtige en droge weiden en inheemse hagen bieden een unieke rijkdom aan flora en fauna.

De tweestijlige meidoorn bloeit er uitbundig en daarop tref je de zeldzame meidoornvlindertjes aan. Het is een paradijs voor natuurliefhebbers waar je nog eikelmuisjes, boerenzwaluwen, hermelijnen, steenuilen, geelgorzen, allerhande vleermuizen, grote en kleine groene kikkers en verschillende salamandersoorten tegenkomt.

Onteigeningen

In de landelijke woningen die verspreid in het gebied liggen, zijn de voorbije jaren vaak jonge gezinnen neergestreken. Zij zijn er uit respect voor de paradijselijke omgeving aan natuurontwikkeling gaan doen. Een koppel verkreeg van stad Kortrijk in 1999 de toestemming om een groot stuk landbouwgrond te bebossen met inheems groen. Anderen (her)plantten streekeigen hagen en pittoreske rijen knotwilgen. Toegeslibte poelen werden uitgebaggerd. Het zou zonde zijn voor die inspanningen als al dat moois zou moeten verdwijnen onder betonnen laadkoeren, industriële hallen en opeengestapelde containers.

Des te harder zouden de onteigeningen aankomen in het gehucht De Triloy. Alle bebouwing aan de oostkant van de landelijke straat zou sneuvelen. Daardoor zou ook de 300-jarige afspanning La Forge/De Smesse verdwijnen, een zaak die van generatie op generatie in leven werd gehouden door dezelfde familie. Overigens heb ik al gezegd dat veel bewoners van De Triloy aanverwant zijn. De onteigeningen zouden die eeuwenoude familiebanden uit elkaar trekken.

Alternatieven

Het is overigens de vraag of het bestaande transportcentrum LAR, een creatie van de economische streekintercommunale Leiedal, wel zo nodig moet kunnen uitbreiden. Niet alle percelen van de bestaande zone aan de andere kant van de E17 zijn bezet en de verkochte percelen bieden eveneens nog heel wat groeimogelijkheden. Bovendien zijn er ongetwijfeld alternatieven die minder kwalijke gevolgen hebben dan het toebouwen van het gebied tussen De Triloy en Potijzer.

In 1991 werd trouwens een aanvraag van de Gewestelijke Ontwikkelingsmaatschappij van West-Vlaanderen om de LAR in zuidelijke richting uit te breiden, afgekeurd door het Vlaamse Gewest. De motivatie was dat men het waardevolle landschap niet wou schenden!

Onder druk van het aanhoudende protest en aangepord door de parlementsleden Bart Caron (spirit en van Aalbeke) en Philippe De Coene (sp.a) heeft de Vlaamse regering intussen principieel beslist om een omvattende, onderbouwde studie te laten uitvoeren van alle mogelijke locaties voor 30 hectare in de omgeving van de huidige transportzone. Het gaat over LAR-Zuid, LAR-West en LAR-Noord. LAR-Noord is een locatie grenzend aan de bestaande LAR aan beide zijden van de Dronkaertstraat. LAR-West is een locatie die begrensd wordt door de Dronkaertstraat (noorden), de N58 (oosten), E17 (zuiden) en N366 (in het westen).

In het verleden werd nog geen grondige studie uitgevoerd over de ideale locatie. In die studie moeten de verschillende mogelijke locaties worden afgewogen op een hele set van criteria: economie, kost, ecologie, ruimtelijke draagkracht, sociaal en volksgezondheid zoals stof, geluid of geur, bescherming open ruimte, landbouw, ontsluiting en mobiliteit. Ook de aspecten werkgelegenheid, visibiliteit en zuinig ruimtegebruik moeten bekeken worden.

Ook de concrete vraag naar terreinen voor transport, distributie en logistiek in Kortrijk moet worden onderzocht. Gaat het hoofdzakelijk om kleinere, lokale transportbedrijven of eerder om internationaal opererende transportfirma?s die ruimte zoeken in de regio Kortrijk ? Rijsel? Ook het ruimtegebruik op de bestaande LAR-site zal in kaart worden gebracht. De studie wordt uitgevoerd door een onafhankelijk studiebureau en moet klaar zijn tegen 31 december 2006.
Indien uit deze studie blijkt dat LAR-Zuid niet de beste locatie - waaraan ik niet twijfel! - is voor een bedrijventerrein voor transport, dan start de Vlaamse Regering een gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan (RUP), waarbij de huidige locatie LAR-Zuid wordt herbestemd tot landbouwgebied. Een nieuw gewestelijk RUP wordt opgestart voor de nieuwe locatie. Dat moet gebeuren voor 30 juni 2007.

Zou het comité Geen-LAR-Zuid zijn slag hebben thuisgehaald?

Meer foto's op http://kortrijkonvermoedehoekjes.skynetblogs.be

Zie ook de website van het comité Geen-LAR-Zuid: http://users.pandora.be/aaronvanneste/lar/inleiding.htm

 

13-09-06

Vandecasteele bouwt eindelijk nieuwe Busschaertstraat

Houtimport Vandecasteele is een wereldspeler op de houtmarkt. Zijn hoofdkwartier in de Kortrijkse deelgemeente Aalbeke is uitgebouwd tot een imposant kunstmatig landschap. Bij die uitbouw geraakten twee traditionele dorpswegen, stukken van de Busschaertstraat en de Wolverijdreef, in de verdrukking. Na jaren gekissebis en een niet uitgevoerd akkoord, ziet het er thans naar uit dat een nieuwe overeenkomst nu toch zal leiden tot heraanleg van die buurtverbindingen.

De Busschaertstraat en het laagste deel van de Wolverijdreef verdwenen in Aalbeke na grootscheepse uitbreidingswerken van Houtimport Vandecasteele. Een reusachtig opgehoogd platform met daarop gestyleerde zwarte stapelplaatsen hertekenden de horizon van de Sint-Corneliusgemeente. Vandecasteele heeft altijd befaamde landschapsontwerpers aan het werk gezet zoals Arthur De Geyter, Paul Deroose en zelfs eventjes Bernardo Secchi. Onder het grondig gewijzigde reliëf liggen voormelde traditionele dorpswegen (op de Atlas der Buurtwegen bekend als buurtweg 21 en voetweg 66) bedolven.

Er brak een hard conflict uit tussen stad Kortrijk, die de Aalbeekse bevolking steunde in haar protest, en de houtimporteur. Uiteindelijk leidde dat in 2002 tot een eerste vergelijk. NV Patrivas, de vastgoedpoot van Vandecasteele, gaf zijn akkoord om buurtweg 21, het opgebroken deel van de Busschaertstraat, op eigen kosten te verleggen, onder toezicht van de stad. BVBA Arcoo werd aangesteld als ontwerper. Aan de bouw van die vervangende weg werd wel begonnen, maar de werken werden nooit voltooid.

Er moest immers ook een juridische regeling komen voor die andere wederrechtelijk ondergedolven weg, voetweg 66 of een stuk van de Wolverijdreef, goed gekend bij wandelaars. Verdere, even harde, onderhandelingen leidden tot een geheel nieuwe overeenkomst. Om het akkoord hard te maken werd Vandecasteele verplicht een financiële waarborg te stellen van 420.000 euro.

De overeenkomst voorziet in twee fasen. In een eerste fase komt een nieuwe weg tussen de Moeskroensesteenweg en de Lampestraat, aan de rand van de Vandecasteeledomein langs de berm van de A17. Die weg kan beschouwd worden als een compensatie voor het verdwenen stuk Busschaertstraat. De tweede fase bestaat uit een wandelpad dat zal vertrekken van de Moeskroensesteenweg ter hoogte van de Kapelhoekstraat en dat na een slingerend parcours langs de vijver(s) zal aansluiten op de nieuwe Busschaertstraat. Met die tweede fase wordt gewacht op duidelijkheid over verdere bedrijfsuitbreidingen en verplaatsingen van de vijvers (bufferbekkens).

De nieuwe weg langs de A17 wordt een verbeterde versie van de voorlopige weg die er nu ligt. Het tracé wordt hier en daar wat bijgestuurd om te steile hellingen te vermijden. De weg zal in één richting wagens toelaten en in de twee richtingen fietsers en voetgangers. Aan beide kanten van de weg komen 'droge grachten' met daaronder een drainagesysteem, om het regenwater op te vangen.

Het betreft een werk van 284.852,15 euro. Als ontwerper is nv Topocor, Kortrijk, aangesteld, de rechtsopvolger van bvba Arcoo. Stad Kortrijk schrijft een openbare aanbesteding uit. NV Patrivas, Vandecasteele dus, betaalt alles.

Zie ook: http://kortrijklinksbekeken.skynetblogs.be/?number=1&...