09-07-10

Damast, een nieuw relatiegeschenk op het Kortrijks stadhuis

verilin 1

Op het stadhuis van Kortrijk zit men met een tekort aan relatiegeschenken. Iemand had een zinvol idee: in plaats van voor allerlei gênante gadgets en kookboeken is er gekozen voor een aloud streekproduct: linnen damast. Bovendien is het de bedoeling dat de tafellakens en servetten een designtoets krijgen. Na een vlugge prijs-kwaliteitvergelijking gaat de opdracht naar de firma Verilin uit Heule-Watermolen. De financiering wordt gedebudgetteerd; het zijn de Vrienden van de Musea die de prijs gaan voorschieten. Het gaat om een opdracht van 23.541 euro.

Damast

De Cel Protocol van het Kortrijkse stadhuis liet aan het stadsbestuur weten door zijn relatiegeschenken te zitten. De Cel organiseert alle recepties met inbegrip van officiële ontvangsten, zoals indertijd van de beruchte Silvio Berlusconi (19 oktober 2001, op vraag van zijn vriend en toenmalig burgemeester Stefaan De Clerck). Nog geen jaar geleden kocht het stadsbestuur voor een 13.000 euro prent- en kookboeken van het inmiddels al ter ziele gegane VTM-restaurant Dell'Anno (zie mijn eerder stuk). Maar die kan men nu bezwaarlijk nog meegeven als bijvoorbeeld nogmaals de ontslagnemende Nederlandse premier Balkenende het stadhuis met een bezoek zou vereren. Wat het lot is van die boeken (1000), is zelfs voor de Cel Protocol nog een raadsel.

Op het stadhuis had men thans het zeer zinvolle idee terug te grijpen naar een aloud streek- en zelfs stadsproduct: linnen damast. Toen rond 1500 de Kortrijkse lakenproductie (wol) ten onder ging aan protectionisme en godsdiensttroebels, vond de plaatselijke textielbedrijvigheid in het linnen (vlas) nieuwe bestaans- en ontwikkelingsmogelijkheden. Een van de verfijnde vormen van linnen is damast: monochrome stof waarin toch een dessin wordt geweven. Dat dessin is door de lichtinval vanuit een bepaalde hoek zichtbaar, bijvoorbeeld als men op een damasten tafelkleed kijkt terwijl men aan tafel zit.

Le Corbusier

Op voorstel van de Cel Protocol is voor de nieuwe relatiegeschenken gekozen voor tafellakens en servetten in 100% linnen damast. Het ontwerp is het resultaat van een gericht optreden van de overigens heel discrete vzw Designregio, onder leiding van designmeester en ex-directeur van de biënnale Interieur Marc Dubois. Hij liet de damastdessins uitwerken door de befaamde interieurontwerpsters Marie Mees en Cathérine Biasino. Beide design-iconen lieten zich al vaker inspireren door wat Le Corbusier 'le jeu savant des formes sous la lumière' noemde. En wat is damast anders dan een geweven spel van licht?

Voor de bestelling werd prijs gevraagd aan drie gespecialiseerde luxe-weverijen: Verilin uit Heule-Watermolen (site), Slots Pure Textiles uit Vichte (site), en Textiellab Tilburg (een textielmuseum dat ook op bestelling produceert, zie site). Het Nederlandse Textiellab moest onmiddellijk de rol lossen omdat men daar niet de gewenste breedte kan weven - ze zijn meer gespecialiseerd in vlaggen en dergelijke. Slots boodt een gunstiger prijs. Maar Verilin stak erbovenuit met zijn hogere afwerkingsgraad en de kwaliteit van zijn puur Belgische linnen.

Museumshop

Het luxetextiel wordt verpakt in geschenkdozen met een woordje uitleg over damast. Op het stadhuis wil men ineens 100 tafellakens en 800 servetten. Daarmee moet men twee jaar voort kunnen.

Het gaat om een niet onaanzienlijke uitgave van 23.541 euro. Maar het stadsbestuur hoeft niet meteen in de stadskas te graaien. Het blijkt eigenlijk te gaan om een initiatief van de vzw Vrienden van de Musea, die damasttextiel te koop zal aanbieden in de museumshop van het Broelmuseum, het Vlasmuseum en Kortrijk 1302. De stad zal van die voorraad afnemen naar gelang de noodwendigheden en pas dan de kostprijs betalen aan de museumshop.

verilin22

29-06-08

Mini-renovatie oud Stadhuis Kortrijk

stadhuis1

In juni 2006 kreeg het jonge bureau noA.architecten, Brugge, de opdracht een masterplan te maken voor een grondige herinrichting van het oude gedeelte van het stadhuis van Kortrijk. In mei 2007 waren de bouwmeesters An Fonteyne, Jitse van den Berg en Philippe Viérin klaar. Maar een jaar later besliste het stadsbestuur, ondanks alle bewondering voor de gepresenteerde plannen, om die renovatie toch maar uit te stellen. In de plaats daarvan komt een bescheiden opfrissing, die toch zowat 200.000 euro zal kosten, met inbegrip van 22.298,79 euro ereloon voor de architecten. De eerdere ontwerpopdracht voor het masterplan van het noA-team kostte 24.986,50 euro (er was 25.000 euro begroot - goed gemikt!). 

Viérin

Een van de belangrijkste en laatste wapenfeiten van burgemeester Emmanuel de Bethune was de aankoop van een groot bankgebouw palend aan de achterkant van het stadhuis in Kortrijk, het KBC-gebouw (2000). Na een meer dan geslaagde verbouwing werd het herdoopt tot het Nieuwe Stadhuis, waar nagenoeg alle administratieve diensten van de stad zijn gecentraliseerd, met de publieksbalies op de benedenverdieping, een festivalweide groot.

Het ontwerp van het Nieuwe Stadhuis was al van noA.architecten. Opmerkelijk is de aanwezigheid van Philippe Viérin in dat bureau, telg uit een Kortrijks-Brugse dynastie van bouwmeesters en kunstenaars. Het historische stadhuis, Grote Markt 54, heeft zijn neo-zestiende-eeuwse uitzicht gekregen bij een grondige verbouwing in 1959-1962, naar de plannen van arch. Jozef Viérin en onder leiding van zijn zoon Luc Viérin. Zie ook mijn stuk van twee jaar geleden. 

Op een 'strategisch college' (een soort conclaaf zonder publieke notulen, een typische werkmethode van het Kortrijkse stadsbestuur) op 8 mei 2007 kreeg het stadsbestuur het bestelde masterplan gepresenteerd. De heren en dames waren vol bewondering: op een intelligente manier en zonder bijkomende ruimte te vragen worden hier oplossingen aangebracht voor de vele tegenstrijdige functies en mogelijheden van de oude gedeelten van het stadhuis, aldus een insider.

Beperkt budget

Maar later rees de twijfel: is een grondige verbouwing van het oude stadhuis wel prioritair? De duizend Foruminvest-perikels eisen ook hier, in het stadhuis zelf, hun financiële tol. Dus werd beslist om zich te beperken tot het in orde zetten van enkele vergaderzalen, met een beperkt budget. Later, als er nog wat over is, volgt misschien de rest van de uitvoering van het masterplan.

stadhuis2

Meer bepaald worden alleen volgende kamers aangepakt: de "Nieuwe Schepenzaal" (op de eerste verdieping, ook al stokoud, maar jonger dan de oude schepenzaal, de trouwzaal beneden), het 'salonske' op de gelijkvloerse verdieping (niet te verwarren met de café in de schaduw van het stadhuis op de hoek van de Grote Markt en de O.L.Vrouwestraat), de 'conciërgerie' en de vergaderzaal ernaast, in een annex op de binnenkoer van het stadhuis.

Paterstafel

Het drastische masterplan van noA.architecten wordt beperkt tot schilderwerken, nieuwe stroom-, ICT- en projectiebekabeling, propere gordijnen en nieuwe meubeltjes aangevuld met enkele oude waarvan men geen afscheid kan nemen. Toch is ook voor die mini-renovatie de hulp ingeschakeld van het noA-team; kwestie van compatibel te blijven met een eventuele latere uitvoering van het grote masterplan.   

De ingrijpendste werken gebeuren in de Nieuwe Schepenzaal. De zaal ligt een meter lager dan de rest van de eerste verdieping en het niveauverschil wordt momenteel overbrugd door een trapconstructie die op het toneel niet zou misstaan. De trap wordt vervangen door iets kleiners. De huidige opvallend gekleurde plankenvloer van de zaal krijgt een andere tint die meer zal samengaan met de verse muurverf. De grote vensters met eronder lelijke radiatoren worden weggestopt achter transparante gordijnen. Met moderne stopcontacten, een projectiescherm en een plaats voor een beamer, krijgt de Nieuwe Schepenzaal een multimediaal karakter. De waardevolle schouw en plafondelementen worden gerestaureerd. En er komen nieuwe meubels: een op maat gemaakte paterstafel en standaardstoelen.

Het Salonske wordt opnieuw receptiekamer en wordt daartoe grondig opgefrist, met behoud van de historische schouw. Het bestaande design-meubilair uit de hall van het stadhuis zal daar een nieuwe bestemming krijgen. De ruimten in de conciërgerie krijgen eigenlijk alleen maar nieuwe meubels. 

Rond

De renovatie wordt opgesplitst in drie afzonderlijke dossiers, met de bedoeling gespecialiseerde vakmensen de opdracht te kunnen gunnen, na telkens een beperkte prijsvraag. De afwerking van de vergaderzalen wordt op 66.376,97 euro geraamd; het maatmeubilair op 54.692 euro, de levering van standaardmeubels 56.632,24 euro en het ereloon 22.298,79 euro. Samen is dat 200.000 euro rond. Er zal nog wat met kredieten moeten geschoven worden op de begroting 2008 om dat allemaal betaald te krijgen. 

02-11-06

De Raadskelder wordt weer gewoon kelder van het stadhuis van Kortrijk

raadskelder3bis_edited

Het keldercomplex onder het stadhuis van Kortrijk is een zeer stemmige plek en wellicht het oudste deel van - als het al niet ouder is dan - het historische gebouw. Jarenlang werd de ruimte onder de bakstenen gewelven uitgebaat als herberg. Het was voor de gemeenteraadsleden - behalve dan die van christendemocratische strekking - een uitgelezen gelegenheid om even stoom af te blazen na de gemeenteraad. Na nieuwjaar worden er geen pinten meer getapt. Het stadsbestuur wil de kelder inschakelen in het stadhuisgebeuren. Ik zie niet direct een zinnige bestemming. Eigenlijk wel een beetje jammer.

Eigenlijk heeft het stadsbestuur al op 3 oktober jl. de beslissing genomen. Omdat er twijfel bestaat of het schepencollege daar zelf over kan beslissen, wordt aan de gemeenteraad gevraagd die beslissing te bevestigen. Het stadsbestuur nam zijn beslissing naar aanleiding van een vraag van de huurder van de Raadskelder, "brouwer" (die al lang niet meer brouwt, eigenlijk biersteker) NV Etablissementen A. De Grijse, om de bestaande handelshuur met nog eens 9 jaar te verlengen.

De brouwer heeft een beetje zijn hand overspeeld door te vragen dat die verlenging zou gebeuren "tegen dezelfde voorwaarden als voorheen". Nu moet je weten dat het gaat om voorwaarden vastgelegd in 1981! Na indexaties bedraagt de jaarlijkse handelshuurprijs, zoals bepaald door de gemeenteraad van 14 maart 1980 - o nostalgie! - amper 10.037,20 euro (BTW incluis). Gemiddeld brengt een cafetaria in stadsgebouwen de stad een dikke 17.700 euro op; de huur van de Raadskelder ligt daar ferm onder.

Eigenaardig is dat de Raadskelder al die jaren is "verhuurd". Cafetaria in stadsgebouwen worden al geruime tijd "in concessie gegeven". Concessiehouders zijn, veel meer dan huurders, gehouden aan strikte voorschriften en uitbatingsvoorwaarden. Het is de stad als concessieverlener die bijvoorbeeld bepaalt wanneer de tap moet lopen en wanneer de zaak moet gesloten zijn. Een van de recente problemen met de uitbating van de Raadskelder was precies dat de zaak in de week nooit meer open was.

Ik kan erin komen dat de vergoeding voor de stad zou moeten opgetrokken worden en dat er duidelijker afspraken zouden moeten komen over de uitbating van de herberg in de pittoreske krochten van het stadhuis. Maar of dat voldoende redenen zijn om die herberg te sluiten, betwijfel ik. Keren wij terug naar de lamentabele situatie van in de jaren zestigen zeventig toen "Het Kelderke" jarenlang opgesloten stond en gedegradeerd werd tot vergeetput voor allerhande materiaal en afval waar men geen blijf mee wist?

Het keldercomplex is een restant van kelders van diverse middeleeuwse stenen huizen die een voor een werden opgenomen in uitbreidingen van de schepenbank en later het stadhuis van Kortrijk. De oudste delen dateren uit de 12de eeuw en zijn opgebouwd in Doornikse kalksteen. Latere verbouwingen (13de eeuw) voegden daar drie middenzuilen in grèsgesteente uit Béthune (waarempel een Kortrijkse zusterstad) aan toe. Die pilonen dragen twee bakstenen gewelven. Een historisch konteverkeerde restauratie in 1980 (ontwerper Fred Sandra) liet veel authenticiteit uit het verleden verloren gaan, maar het (nep-)resultaat schiep wel een zeer stemmige ruimte.

Een van de grote argumenten om de herberg op te doeken is dat "deze caféruimte eigenlijk vervat zit in het stadhuiscomplex". Het stadsbestuur wil daar "elke handelsonderneming uitsluiten" met de bedoeling "die ruimte (opnieuw [sic]) te incorporeren in het stadhuiscomplex". Die argumenten gaan voorbij aan het feit dat die kelders al sinds mensenheugenis werden gebruikt als herberg. Meer zelfs, de herbergfunctie werd gezien als een essentieel onderdeel van het stadhuisgebeuren. Zo kun je in het Rijksarchief vinden dat het Kortrijkse Ambacht van de Zilversmeden van 1745 tot 1793 elk jaar zijn "rekeningen" liet voorlezen "in de herberg van de kelder van het stadhuis, De Raadskelder genaamd". Dat "opnieuw" klopt dus van geen kanten.

Ik ga er dus mee akkoord dat het contract met brouwer Arsène De Grijse niet wordt verlengd. Ik ben het niet eens met het uitgangspunt dat er geen handelsonderneming meer mag komen. Ik zou het doodjammer vinden als de mooie kelders "geïncorporeerd" zouden worden als stapelruimte. Als er geen kroeg meer komt, maak er dan een merkwaardige receptieruimte van.

Zie ook: http://kortrijkwatcher.be/?p=392