24-02-08

Geen Aldi op de Kortrijkse Pottelberg

Aldi stop

Het stadsbestuur van Kortrijk weigert een vestigingsvergunning aan Aldi Roeselare NV, die in de Engelse Wandeling (buurt Pottelberg) een winkelcomplex wil uitbaten. Het was de bedoeling om behalve een Aldi-supermarkt ook een Zoomarkt (dierenspeciaalzaak) en een Renmans-slagerij op te richten. Het stadsbestuur volgt het niet-bindend advies van het Nationaal Sociaal-economisch Comité voor de Distributie. De beslissing van het college van burgemeester en schepenen, zoals die gepubliceerd is in het officieel verslag van de vergadering van 15 februari 2008, is evenwel nauwelijks gemotiveerd. Ik ben eens benieuwd of dat motivatiegebrek kan leiden tot een schorsing van de weigering in beroep. 

Zoomarkt

In oktober vorig jaar deed bvba Zoomarkt bij het stadsbestuur een aanvraag voor de vestiging van een kleinhandel in dieren en dierproducten, met een netto verkoopoppervlakte van 700m² in de Engelse Wandeling. Die wandeling is een lange straat op de westflank van de Pottelberg, waar na het verdwijnen van het meubelconcern De Coene en de pannenfabriek Pottelberg een massa groot- en kleinhandelszaken zijn neergestreken. Die aanvraag werd geweigerd door het stadsbestuur op 18 december 2007.

Bij die eerste aanvraag was al sprake van een voedingssupermarkt die zich bij Zoomarkt wou voegen. Een maand later werd het duidelijk dat die voedingszaak een Aldi zou worden. De aanvraag werd meteen opnieuw ingediend door Aldi Roeselare NV. De uiteindelijke aanvraag betreft een Aldi Markt van 761 m², een Zoomarkt van 700 m² e, een slagerij Renmans van 25 m². Samen is dat netto 1486 m². 

Voor de oprichting van winkels geldt de wet van 13 augustus 2004 betreffende de vergunning van handelsvestigingen. Die wet geeft in alle gevallen - en in tegenstelling met vroeger - de gemeente de beslissingsbevoegdheid om al dan niet een vestiging van een kleinhandelszaak toe te staan. Voor handelscomplexen van meer dan 1000 m² (zoals hier) moet de gemeente wel eerst het advies vragen van het Nationaal Sociaal-economisch Comité voor de Distributie (NSECD). Dat advies is evenwel niet bindend. Het stadsbestuur had gerust een beslissing kunnen nemen die tegengesteld was aan die van het NSECD.

Dat comité wordt benoemd door de federale regering ("de Koning") en telt 18 leden. Je vindt er ambtenaren (federale en gewestelijke), vertegenwoordigers van allerlei belangengroepen (verbruikers, vakbonden, 'de groot-distributie', KMO-organisaties) en van de provincies. Onder die werkende leden tref je Kortrijkzaan Stefaan Matton aan, directeur Unizo Zuid-West-Vlaanderen. In 2006 (laatste jaarverslag) bracht het NSECD advies uit over 47 West-Vlaamse dossiers van handelsvestigingen van meer dan 1000 m², voor een totale netto verkoopsoppervlakte van 135.206 m². Daarvan kregen er 96.268 m² gunstig advies. Niettemin troffen de betrokken gemeentebesturen uiteindelijk voor 110.303 m² een gunstige beslissing. In zowat 15% van de gevallen negeren de gemeentebesturen dus het advies van het NSECD.

Kreupel

In elk geval moet de beslissing van een gemeentebestuur "met redenen omkleed" zijn, uitvoerig gemotiveerd dus. De wet preciseert dat het betrokken gemeentebestuur zich uitdrukkelijk moet uitspreken over vier welbepaalde criteria. Er moet ingegaan worden op 1. de ruimtelijke ligging van de handelsvestiging (het effect op het verkeer bijvoorbeeld, of de aard van de omgeving), 2. de consumentenbelangen (Wat is het afzetgebied van de nieuwe winkel? Hoe bereikbaar is de winkel voor de klanten? Welk effect heeft de vestiging op de evolutie van de prijzen - een Aldi!), 3. de weerslag op de werkgelegenheid (Hoeveel jobs komen er bij?), en 4. de weerslag van het project op de bestaande handel( Is het een versterking van de aantrekkingskracht van een bepaalde zone, of is het een bedreiging voor gelijksoortige zaken?).

Het stadsbestuur gaat - althans als we het verslag van het college van burgemeester en schepenen van 15 februari 2008 lezen, punt 66 - op geen enkele van die vier criteria in. het enige argument dat wordt gehanteerd is het ongunstige advies van het NSECD. Ik vrees dat die beslissing kreupel loopt door een gebrek aan afdoende motivatie. Aldi en compagnons kunnen in beroep gaan bij het Interministerieel Comité voor de Distributie (dat zijn de federale ministers van Economie, Middenstand, Werk, Mobiliteit en Vervoer en de Vlaamse minister van Economie - Patricia Ceysens, Open VLD). Ik geef ze niet op voorhand verloren!

Persoonlijk zie ik niet in voor welk van de vier criteria de Aldi moet geweerd worden in de Engelse Wandeling. Het is een gebied met een rijke waaier aan handelszaken, zowel in het handelscentrum Pottelberg als daarbuiten, en een Aldi kan dat assortiment alleen maar aanvullen. De locatie is uitstekend te bereiken, zowel met privé middelen als met het openbaar vervoer. De lage prijzen die Aldi hanteert, kunnen een remmende invloed hebben op de prijszetting in nabijgelegen zaken. Het afzetgebied is de uitgebreide, residentiële westkant van groot-Kortrijk.

In zijn laatste jaarverslag raadt voorzitter Erik Sterckx van het NSECD de gemeenten aan om lokaal een "schaduwcomité" op te richten om het gemeentebestuur te begeleiden en te adviseren bij sociaal-economische aanvragen. In Kortrijk bestaat een dergelijk comité met ruime samenstelling niet. Heeft het stadsbestuur geen pottenkijkers nodig?