18-05-08

LAR-Zuid bedreigt weer waardevol landschap tussen Kortrijk en Menen

Het stadsbestuur van Kortrijk zet het licht op groen (!) voor onteigeningen die het waardevolle landschap tussen Kortrijk en Menen moeten verdringen voor de niet-onbetwiste uitbreiding van het transportcentrum LAR. Die beslissing steunt op een hoogst eigenaardige interpretatie van een studie. Stad Menen, ook betrokken, is minder enthousiast. Het actiecomité dat al dat moois van landbouw en natuur wil bewaren, geeft toch de moed niet op. Voor een reportage in het bedreigde gebied, klik hier.

Droge haven

Kortrijk en omstreken ligt wel in de kustprovincie maar niet aan de kust. Toch heeft de streek een haven met internationale ambities, een droge haven weliswaar: de LAR (van de deelgemeenten waarop hij is gelegen: Lauwe, Aalbeke en Rekkem). Het is een transportcentrum voor bedrijven, gericht op de vervoers-, expeditie- en distributiesector. Op 76 hectare zijn 71 bedrijven neergestreken, op de westelijke 'oever' van de E17, ook ontsloten door de expresweg N58 en de Triloyweg.

Je vindt er niet alleen firma's met logistieke activiteiten met inbegrip van een spoorterminal, maar ook transportondersteunende diensten, douane en accijnzen, een openbaar entrepot, kantoren, onthaalfuncties en zelfs een vleesgroothandelscentrum met veemarkt (van stad Menen), een slachthuis en versnijderijen. Van de bestaande logistieke bedrijvenzone staat ongeveer 12 ha leeg, maar het grootste deel daarvan is niet beschikbaar omdat het reservegrond is in eigendom van gevestigde bedrijven.

Meerwaarde

Politiek-economische kringen in Kortrijk, gecoacht door de intercommunale Leiedal, dringen aan op uitbreidingsmogelijkheden voor de LAR. Zij zien voor het Kortrijkse een belangrijke rol weggelegd als een van de logistieke centra van Vlaanderen. Het zou een unieke kans zijn om het economisch weefsel van de streek, dat vooral is gebaseerd op voortboerende familiebedrijven, te verrijken met wat internationale investeringen.

De streek is strategisch goed gelegen als transitzone en heeft troeven om VAL- en EDC-activiteiten aan te trekken. VAL staat voor 'value added logistics' (logistiek met meerwaarde) en EDC voor 'Europese distributiecentra'. Zo kwam discounter Lidl enkele jaren geleden bij Leiedal aankloppen voor een vestigingsplaats voor een regionaal distributiecentrum van 6,4 hectare. Omdat er op de LAR geen plaats was, is de warenhuisketen dan maar ondergebracht op het regionaal bedrijventerrein Gullegem-Moorsele.

Haskoning

Wat er ook van zij, de Vlaamse Regering heeft begin 2006 haar definitieve goedkeuring gegeven aan het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan 'afbakening regionaalstedelijk gebied Kortrijk'. in dat plan zit onder meer de uitbreiding van de LAR aan de overkant van de E17. Die nieuwe zone werd LAR-zuid gedoopt. Maar er stak onmiddellijk een storm van bezwaren op, niet in het minst van de Vlaamse Commissie Ruimtelijke Ordening (VLACORO), die in haar advies aandrong op onderzoek naar alternatieve locaties. Die vraag naar verder onderzoek werd politiek gesteund door de parlementsleden Bart Caron (nog altijd Vlaams Parlement, VlaamsProgressieven) en Philippe De Coene (toen lid van de Kamer van Volksvertegenwoordigers, sp.a).

Daarop nam de Vlaamse Regering volgende subtiele beslissing: er wordt een studie besteld, en "indien blijkt dat er andere locaties toch beter geschikt zijn dan de locatie zuid, zal voor de nieuwe locatie een gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan moeten worden opgemaakt". Het onderzoek werd in handen gegeven van Studiegroep Omgeving (projectleiding, ruimtelijk onderzoek en eindrapport), ECSA (European Centre for Strategic Analysis, economisch onderzoek) en Haskoning België (ecologisch en milieuonderzoek). De onderzoekers gingen op zoek naar 30 hectare. Voor de studie werd 97.000 euro uitgetrokken.

larzuid

Noord

Een fundamentele leemte van de studieopdracht was dat men alleen op zoek mocht gaan naar alternatieve locaties "aansluitend op het bestaande transportcentrum". Eerder waren er voorstellen om elders in de streek een tweede transportcentrum uit te bouwen, in Wevelgem bijvoorbeeld, waar gebruik kon gemaakt worden van de nabijgelegen Leie als waterweg.

Het onderzoek (eindrapport 30 april 2007) besluit met een wat dubbelzinnige aanbeveling. In de conclusie wordt eerst onomwonden gesteld dat de locatie noord (tussen de Dronckaertstraat, de Grote Kruisstraat en de noordelijke afrit Moeskroen van de E17, grotendeels grondgebied Rekkem) economisch gezien "het beste scoort". Ook op de criteria volksgezondheid, ruimtelijke ordening en ecologie is de noordelijke uitbreiding het meest aangewezen. De noordelijke optie is evenwel het moeilijkst te realiseren, omdat er het meest moet onteigend worden bij bewoners. Om die reden keurde de gemeenteraad van Menen, waarvan Rekkem een deelgemeente is, in juni 2007 een motie goed tegen die uitbreiding.

Zuid

De locaties zuid en noord-west scoren achter noord ongeveer even goed, volgens de auteurs van de studie. Maar dat is een eigenaardige conclusie. De resultaten van het onderzoek geven aan dat de locatie zuid het best scoort op mobiliteitscriteria; wat nogal vanzelfssprekend is omdat het gaat om het gebied in de hoek van de E17 en spoorweg naar Moeskroen. Op tal van andere criteria scoort zuid slechts minnetjes en de betere scores zijn veelal een kwestie van interpretatie.

In het rapport dat tot die conclusies leidt, worden tegen de locatie zuid - dat is LAR-zuid zoals voorlopig vastgelegd in het ruimtelijk uitvoeringsplan van de Vlaamse Regering -  heel wat argumenten aangevoerd. Zo wordt aan de locatie zuid veel punten toegekend, omdat het een uitstekende 'zichtlocatie' zou zijn; goed zichtbaar van op de E17. Maar dat is dan geheel in tegenspraak met de vaststelling dat die locatie zuid "vanaf de E17 geldt als een zeer waardevolle landschapskamer met het duidelijkste ruimtelijk profiel". Daarom, zegt de studie, is zij vanuit landschappelijk oogpunt het minst geschikt om als bedrijventerrein te worden aangesneden.

Potyzer

Daarmee is dan weer tegengesteld de positief gewaardeerde vaststelling dat de locatie zuid de voorkeur verdient: "omdat er rondom de site beduidend minder woningen aanwezig zijn". Tja, heren onderzoekers, zou dat waardevolle landschap niet precies versterkt worden doordat er weinig bewoning is? Overigens erkent de studie dat de uitbouw van een transportzone op de locatie zuid "het minst geschikt is omdat zij een onderdeel is van een groter, gaaf openruimte-geheel". Ook zou daar het meeste landbouwgebied verdwijnen.

De studie erkent bovendien dat de locatie zuid belangrijke ecologische schade zou oplopen door de realisatie van een nieuw transportcentrum. Dwars door het gebied loopt de Rekkembeek, die gewaardeerd wordt als natuurverbinding van provinciaal niveau. tevens zou een bosgebied moeten verdwijnen en zou het aangrenzende natuurgebied Potyzer, een habitat voor de kamsalamander, afgesneden worden van zijn hinterland. Voor allerlei diertjes zou het leefgebied inkrimpen of zelfs te klein worden, met name voor bijvoorbeeld de eikelmuis, vleermuizen, de sleedoornpage, salamanders en zelfs de bunzing en de steenuil. De locatie zuid scoort het slechts wat betreft het verdwijnen van waardevolle tot zeer waardevolle natuurelementen.

larzuid2

Industrieweg

Het is duidelijk wat hier aan het gebeuren is. Een zachte collectieve rijkdom, zijnde een prachtig landschap met hoge natuur- en belevingswaarde, wil men verkwanselen voor de realisatie van snelle, harde rijkdom. De locatie zuid is maar de gemakkelijkst te bebouwen en de minst dure oplossing als men de landschaps- en natuurwaarde van het gebied veronachtzaamt.

Als LAR-zuid wordt gerealiseerd, wordt de E17 helemaal een industrieweg. De auteurs van de studie wijzen erop dat de autostrade nu nog een afwisselend karakter heeft voor wie erop rijdt. Tussen Kortrijk en Waregem is het een aaneenschakeling van bedrijventerreinen. Ter hoogte van Kortrijk is de weg volledig ingegraven, zodat de weggebruikers de stad niet zien. Tussen Kortrijk en Menen is er dan weer een golvend landschap "dat als het ware de E17 negeert".

Noord-west

Tien maanden na aflevering van de studie is Vlaams minister van Ruimtelijke ordening Dirk Van Mechelen (OpenVLD) tot de bevinding gekomen dat de studie geen bezwaar heeft tegen de realisatie van LAR-zuid. Een ultiem voorstel, onder meer gesteund door Bart Caron, VlaamsProgressieven, schoof de locatie noord-west naar voren met behoud van de bestaande gehuchtjes in het gebied. De minister, na ruggenspraak met de pro LAR-zuid-lobby, had er geen oren naar, omdat er dan iets minder dan 30 ha ter beschikking zou komen. Zijn beslissing is door het Kortrijkse stadsbestuur (CD&V en OpenVLD) op gejuich onthaald. Schepen van Ruimtelijke Ordening Wout Maddens (OpenVLD) verklaarde in de pers dat "de uitbreiding van de transportzone naar het zuiden er zeker komt".

Inmiddels besliste het stadsbestuur van Kortrijk om aan de intercommunale Leiedal de opdracht te geven een onteigeningsplan op te stellen voor LAR-zuid. Als argument haalt het stadsbestuur aan "dat de studie concludeerde dat de verschillende alternatieven voor de uitbreiding van de LAR quasi gelijkwaardig waren". Dat argument is vals, zoals al aangetoond. 

Vuilnisbak

Stad Menen is veel minder enthousiast. Burgemeester Gilbert Bossuyt, sp.a, liet optekenen dat de verhoopte vraag naar uitbreiding van de LAR helemaal niet zo zeker was. In Frankrijk heeft men immers beslist het zware verkeer op de E17, die de Rijselse agglomeratie dwarst, om te leiden. De burgemeester vraagt zich daarbij bovendien af of de grotendeels toegebouwde streek het zich wel kan permitteren om nog eens ettelijke hectaren te bestemmen voor ruimteverslindende logistieke activiteiten. Samen met Bart Caron heeft hij zijn twijfels over de effectieve jobs die de uitbreiding met zich mee zal brengen (de studie heeft het over een kleine 1.000 voltijdse banen, maar niemand durft daar een eed op te doen). "Menen moet de economische activiteiten niet hebben waarvoor men elders geen plaats wil vrijmaken. We zijn de vuilnisbak van Vlaanderen niet", aldus Bossuyt.

Intussen legt het actiecomité Geen LAR-zuid (website)zich niet bij de zaken neer. Het comité, waarbij de meeste bewoners van het gebied zijn aangesloten, heeft een proces aangespannen. De zaak kwam een eerste keer voor de rechtbank op 9 oktober 2007 en is nog hangende. De mensen pikken het niet dat het negatieve advies van het officiële adviesorgaan VLACORO en de in dezelfde lijn liggende resultaten van de studie ongemotiveerd aan de kant worden geschoven. Een direct gevolg van dat proces is dat stad Menen de uitspraak afwacht vooraleer een beslissing te nemen over eventuele onteigeningen.

geen larzuid

09-02-08

Abdijkaai Kortrijk: grote veranderingen op til

abdijkaai1

In het enigszins verborgen stadskwartier Abdijkaai-Loodwitstraat zijn grote veranderingen op til in de komende jaren. Diverse industriële panden verliezen hun functie en maken plaats voor woonprojecten. De verscheidenheid van de buurt en de verkeerproblemen maken het wel niet eenvoudig. Daarom gaf het stadsbestuur de intercommunale Leiedal de opdracht een onderzoek te doen naar de ontwikkelingsmogelijkheden aldaar.

De oude abdij

De Kortrijkse buurt waar het hierover gaat, ligt verscholen achter de vaart Kortrijk-Bossuit en de overdrukke Gentsesteenweg. Het zou een verloren hoek van de stad zijn, ware het niet dat aan de Abdijkaai sinds 1867 (!) het stedelijk openluchtzwembad ligt, met zijn ligweide op warme zomerdagen een waar stadsstrand. De smalle straatjes herbergen een grote verscheidenheid aan bebouwing en functies. Er zijn fabrieksgebouwen, bescheiden rijwoningen met inbegrip van een citeetje, allerhande sportinfrastructuur (publiek zwembad, privaat sportcomplex van de Wikings, een schietbaan en restanten van een paardenmanège), een gewezen katholieke thans ortodoxe kerk, en - vivons cachés, vivons heureux - in de groene zones kasten van villa's. Het gebied geeft aan twee kanten uit op water: de vaart en de Leie. Veel ruimtelijke ordening is daar nooit toegepast. Alles staat er gezellig dooreen.

doude abdy

De site is zelfs historisch van belang. Het was daar dat rijke Franse cisterciënzennonnen hun tweede abdij bouwden nadat zij op de Rodenburg in Marke in 1259 overvallen waren door 'een bende woestelingen'. De abdij werd de Groeningeabdij genoemd, naar de Groeningekouter en -beek waaraan ze was gelegen. De veel gronden bezittende vrouwengemeenschap hield het daar uit tot hun abdij in 1573 door de Geuzen werd verwoest. Nadien trokken zij zich terug naar een stek dichter bij de stad (thans Groeningelaan genoemd, maar Groeninge lag elders, in de buurt waar het nu over gaat). Van de abdijgebouwen schiet niets meer over. Zeker niet nadat societyclub de Wikings enkele jaren geleden twee oeroude schuren sloopte en er een nieuwe sporthalle bouwde. Wel staat er in de Ruitersweg een villa in neo-renaissancestijl die de naam draagt van "D'Oude Abdy".

Het is op de Groeningekouter dat de Guldensporenslag plaatshad in 1302.

Projectontwikkelaar HPG

Een tijd geleden had ik het al over die buurt, in een stuk over de bouwplannen van de Brusselse promotor HPG in het bouwblok tussen de Loodwitstraat en de Abdijkaai (zie hier). Er komen daar, op de gronden van de gewezen ververij Lambrecht en een magazijn van de verdwenen Linière de Courtrai, een zestigtal doorzon-appartementen met ondergrondse garages, een winkel, zeven eengezinswoningen, alle ingepast in een parktuin. Intussen heeft het stadsbestuur zijn fiat gegeven aan het project.

meuleman

In dezelfde buurt komen binnen afzienbare tijd ook de gebouwen vrij van het schildersbedrijf Decorteam Meuleman (hoek Schuttersstraat-Abdijkaai). En het management van het textielverdelingsbedrijf Vetex neemt zich voor om zijn fabriek aan de Ruitersweg op te geven. Projectontwikkelaar HPG heeft interesse voor beide uitgestrekte sites, om er zijn voormeld project - wonen in een parkachtige omgeving - verder uit te breiden. Het stadsbestuur wil evenwel de grootschalige ontwikkeling van die buurt bewaken en niet alles overlaten aan het privé-initiatief - wat heel verstandig is.

Het stadsbestuur is er zich van bewust dat er een oplossing moet komen voor de verwachte aangroei van het verkeer in de nauwe straatjes van die buurt. Parkeren is er nu al een probleem voor bewoners, personeel van de dar gevestigde bedrijven en bezoekers van het zwembad. En de in- en uitrit van de buurt op de Gentsesteenweg (café Au Pont du Canal) is een verschrikking.

Insteekdok

Het stadsbestuur maakt zich ook zorgen over een 'reservatiestrook' voor een mogelijke verbreding van de vaart, waardoor een groot stuk van de site Meuleman niet herbebouwbaar zou zijn. Die bedenking vind ik minder ernstig. Al jaren herhaalt het Vlaamse Gewest dat er geen plannen meer bestaan om dat, groene, stuk van de vaart Kortrijk-Bossuit te verbreden. De vaart wordt door nv Waterwegen en Zeekanaal beschouwd als een groot insteekdok met toegang vanaf de Schelde. De toegang vanaf de Leie is nog slechts voor de pleziervaart.

De laatste sluizen naar de Leie toe zijn trouwens beschermd als monument, met inbegrip van een paar sasmeesterswoningen die zouden verdwijnen als het gabarit van de vaart op 1230 ton wordt gebracht. De enige instantie die zich nog vastklampt aan die reservatiestrook is ... het Kortrijkse stadsbestuur, om onbegrijpelijke redenen (masochisme?). Het stadsbestuur zou er beter bij de bevoegde instanties op aandringen om die onteigeningsstrook op te heffen.

Studieopdracht

Wat er ook van zij, heeft het stadsbestuur aan de intercommunale Leiedal een studieopdracht gegeven met betrekking tot de verdere ontwikkeling van dat gebied. Leiedal heeft daartoe een offerte ingediend in de vorm van een afsprakennota, met daarin de opdrachtomschrijving, de uitvoeringstermijn, het gewenste resultaat van de studie en de kostprijs.

Eerder (12 november 2007) keurde de gemeenteraad een lijst goed van exclusieve diensten die Leiedal de stad mag verlenen. Onderzoek naar de herbestemming van bedrijfspanden behoort daartoe. Dit onderzoek hier wil de intercommunale afwerken tegen een prijsje van 13.500 euro (vrij van BTW). Het eindrapport moet Leiedal afleveren binnen zes maanden. 

vetex ruitersweg

De Vetex in de Ruitersweg

30-10-07

De Gecoro van Kortrijk weer uit de startblokken

regenboog

De Gemeentelijke Commissie voor Ruimtelijke Ordening (Gecoro) is in oktober eindelijk weer van start gegaan. Het is een van de belangrijkste adviescommissies van de stad en de plaatsjes blijken zeer gegeerd. Zo is het advies van de Gecoro vereist bij het gemeentelijk jaarprogramma voor ruimtelijke ordening, dat samen met de stadsbegroting moet worden goedgekeurd. Zal dat nog lukken voor 2008 (begrotingsbespreking in de gemeenteraad van november of december)? Onder meer door het vereiste minimumaantal vrouwen (1/3) en door een nogal eigenzinnige keuze van vertegenwoordigers uit 'de maatschappelijke geledingen' liep de samenstelling van de Gecoro niet van een leien dakje. Hierbij dan toch de gelukkigen.

In primeur krijgen de commissieleden toegang tot een soort intranet van stad Kortrijk, om documenten in te kijken. Zelfs de gemeenteraadsleden of de schepenen beschikken nog niet over die mogelijkheid.

Moeilijke bevalling

Het zou normaal zijn dat de adviesraden en -commissies niet lang na de vernieuwde gemeenteraad van start zouden gaan in een eveneens vernieuwde samenstelling. Het is immers de gemeenteraad die al die adviesorganen benoemt. Voor de Gecoro is dat pas in de gemeenteraad van september, een klein jaar na de verkiezingen, gelukt. En dan nog was de Bestendige Deputatie niet al te vlug met haar goedkeuring van de gemeenteraadsbeslissing. 

De strenge regeling in het decreet ruimtelijke ordening maakte van de samenstelling van de Gecoro een moeilijke bevalling. Bovendien is er artikel 200 van het Gemeentedecreet, dat bepaalt dat ten hoogste twee derden van een gemeentelijk adviesorgaan mag bestaan uit leden van hetzelfde geslacht. Er moet dus een derde vrouwen zijn, niet alleen bij de vertegenwoordigers van de maatschappelijke geledingen, maar ook bij de deskundigen, en zowel bij de effectieve leden als bij de plaatsvervangers. Je kan je afvragen waarom het niet simpelweg de helft moet zijn.

In elk geval is men er in Kortrijk in geslaagd bij de effectieve leden een verhouding te bekomen van 13 mannen en 8 vrouwen en bij de plaatsvervangers zelfs complete pariteit (10 mannen en 10 vrouwen). Bij de deskundigen is de pariteit bij de effectieve leden bijna bereikt: 3 vrouwen tegen 4 mannen. Bij de vertegenwoordigers van het middenveld is het succes wat kleiner omdat het overkoepelende Handelscomité van Kortrijk zogezegd "geen bekwame vrouw bereid vond". Er was nochtans erop aangedrongen om tegenover elke effectieve een plaatsvervanger van het andere geslacht voor te dragen. Toch is de verhouding ook hier beter dan de opgelegde regel: 5 vrouwen tegen 9 mannen bij de effectieven en zelfs 9 vrouwen tegen 5 mannen bij de plaatsvervangers. 

Maatschappelijke geledingen en deskundigen

Artikel 9 van het decreet op de ruimtelijke ordening stelt volgende eisen aan een Gecoro: maximum 21 leden, een kwart daarvan (6 dus) moeten deskundigen zijn, en er moeten vertegenwoordigers zijn van volgende 'maatschappelijke geledingen': werknemers, werkgevers en zelfstandigen, handelaars, milieu- en natuurverenigingen, en landbouwers.  

In Kortrijk heeft de gemeenteraad geopteerd voor vertegenwoordigers van de drie representatieve vakbonden (ACV, ABVV, ACLVB: 3 commissieleden), voor vertegenwoordigers van twee werkgeversorganisaties (VOKA/Kamer van Koophandel, en Unizo: 2 leden), 1 vertegenwoordiger van de andere verplichte groepen van het middenveld (1 handelaar, 1 milieubeschermer, 1 landbouwer). De vertegenwoordiging van het middenveld is voorts aangevuld met iemand van de senioren, van de jeugd, van de sport, de cultuur, het hoger onderwijs en het OCMW. Tel daar nog de voorzitter bij en je komt aan 21 effectieven en 20 plaatsvervangers.

De Bestendige Deputatie had zo haar twijfels over die vertegenwoordigers van niet verplichte 'maatschappelijke geledingen'. Vandaar extra vertraging.

Bij die 21 komen er ook waarnemers van de politieke fracties uit de gemeenteraad. Ikzelf ben afgevaardigd door de progressieve fractie (sp.a-spirit-Groen!). Uiteraard mag ook de schepen van Ruimtelijke ordening, Wout Maddens (OpenVLD) de vergaderingen bijwonen. De politici mogen de toelichtingen bijwonen, maar worden door de voorzitter de deur gewezen op het moment dat de Gecoro begint te beraadslagen en te stemmen. Het is de bedoeling dat die politieke waarnemers het debat over de ruimtelijke ordening voeren in de gemeenteraad en dat zij intussen de adviescommissie zonder beïnvloeding haar werk laten doen.  

Goede raad

De Gecoro moet de gemeenteraad adviseren bij de opmaak van het gemeentelijk ruimtelijk structuurplan - dat is al gebeurd in Kortrijk. Ook bij de gemeentelijke uitvoeringsplannen (GRUP, de vroegere BPA's) en bij de stedenbouwkundige verordeningen en verkavelingsverordeningen moet de Gecoro haar zeg doen, aan de gemeenteraad. Aan het college van burgemeester en schepenen geeft de commissie advies bij het jaarprogramma van ruimtelijke ordening, een document dat samen met de stadsbegroting wordt besproken. Voor gewone bouwvergunningen kan het stadsbestuur de raad inwinnen van de Gecoro maar is dat niet verplicht. De stedelijke overheid kan trouwens de Gecoro raadplegen voor alles wat met stedenbouw te maken heeft.

Voorts kan de Gecoro op eigen initiatief voorstellen doen die verband houden met ruimtelijke ordening.

De stedelijke overheden kunnen van de adviezen van de Gecoro afwijken, maar ze moeten die afwijking dan afdoend motiveren. In de adviezen kan de Gecoro ook vermelden dat er een minderheid was met een ander standpunt.

In de opdrachtverklaring "mission statement" die de Kortrijkse Gecoro zichzelf oplegt, staat dat het niet de bedoeling is dat de commissie optreedt als kritische oppositie ten opzichte van het stadsbeleid. Als er oppositie moet gevoerd worden, kan dat in de gemeenteraad. De Gecoro daarentegen wil de beleidsmakers en -beslissers bijstaan met goede raad.

De namen 

Er waren meer kandidaten dan te begeven plaatsen. Vijf deskundigen vielen uit de boot, waaronder bijvoorbeeld de architect die de vzw Vereniging van Bos- Land- en Natuureigenaars vertegenwoordigde (de grootgrondbezitters?).

Wie zit er dan wel in (plaatsvervangers tussen haakjes)? Mildred Decock (Claude Tanghe) - ACLVB, Eric Pauwels (Annemieke Lambrecht) - ACV, Franky Roels (Françoise Vermeersch) - ABVV, Jacques Laverge (Sofie Rapsaet) - VOKA/Kamer van Koophandel, Carlos Debucquoy (Ann Pascale Mommerency) - Unizo, Marc Nys (Eric Wastyn ) - Handelscomité, Jan Desmet (Trees De Prest) - milieuverenigingen, Daniël Sobry (Katrien Van der Meulen) - landbouwers, Jelle Laverge (Elien Tant) - Jeugdraad, Jozefa Hoornaert (Germain Coelembier!) - Seniorenraad, Veerle Vercruysse (Drik Verhamme) - Sportraad, Bob Carron (Vera Declercq) - Cultuurraad, Violette Braecke (Regis Debrulle) - hoger onderwijs, Francine Vanneste (Rik Lambrecht) - OCMW. 

Als deskundigen zijn benoemd: Bernard Wittewrongel, architect, docent Sint-Lucas Doornik (!) (Guy Bourdet, ruimtelijke planner Grontmij Gent), Ilse Piers, ir. architect, ruimtelijke planner, directeur van de Kortrijkse sociale huisvestingsmaatschappij Goedkope Woning (André Sonneville, eredirecteur Zuid-West-Vlaamse Huisvestingsmaatschappij), Denis Dujardin, landschapsarchitect (Mieke Tanghe, landschapsarchitect, Technum Gent), Fien Vermeulen, bio-ingenieur, ruimtelijk planner, RO Brugge (Sylvie Van Enys, architect, ruimtelijk planner, GSA Ieper), Jan Victor, lic. Economie, ruimtelijk planner, directeur Nationale Bank (Dirk Rygole, lic. economie, ruimtelijk planner).  Ook als deskundige is, na enige commotie wegens zijn nogal autoritaire manier van vergaderingen leiden, als voorzitter benoemd Bert Vanbelle, ir. architect, eredirecteur Leiedal. Vast, maar niet stemgerechtigd, secretaris is Pieter Jacobs, ir. architect, waarnemend directeur van de stedelijke dienst Stadsplanning en -ontwikkeling.

Intranet

Het grote belang dat aan de werking van de Gecoro wordt gehecht, blijkt onder meer uit de inzet van ICT-instrumenten waarvan gemeenteraadsleden en zelfs schepenen slechts kunnen dromen. Er wordt een soort 'intranet' opgezet waar de leden van de Gecoro, op de tijdstippen dat het hen past, de documenten en plannen kunnen raadplegen van thuis uit. Voor het Kortrijkse bestuur is dat zeer vooruitstrevend.

ring1

27-10-07

Bouwvergunningen in Kortrijk: binnenkort vlotter?

ro1

Kortrijk kan nog altijd niet zelfstandig bouw- of verkavelingsvergunningen  afleveren. 'Brugge', d.w.z. de gemachtigde ambtenaar van het Vlaamse Gewest in onze provinciehoofdstad, moet nog zijn zeg doen. Dat leidt tot heel wat vertraging. Avelgem, Wevelgem en Zwevegem in onze streek staan wel al een hele tijd op eigen poten wat ruimtelijke ordening betreft! Voor de 'ontvoogding' van Kortrijk moeten vijf voorwaarden vervuld zijn. Drie van de voorwaarden zijn in orde. Voor de laatste twee wordt het nog spannend om er tegen medio 2008 te geraken.

Volgens het decreet 'houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening' van 2000 moesten alle gemeenten tegen 1 mei 2007 (eerst zelfs tegen 2005) bij machte zijn om zelfstandig stedenbouwkundige vergunningen af te leveren zonder bindend advies bij de Vlaamse diensten voor ruimtelijke ordening te moeten opvragen. Zoals de meeste gemeenten is Kortrijk er niet in geslaagd die deadline te halen.

Nog niet ontvoogd

Eventjes hing er de 'slome' gemeenten een zware sanctie boven het hoofd: de bevoegdheid om bouw- en verkavelingsvergunningen af te leveren zou helemaal van de gemeente in kwestie afgenomen worden en naar de bestendige deputatie (provinciebestuur) gaan. Maar in het licht van de te verwachten chaos is men in Brussel zo verstanding geweest die sanctie te schrappen. Maar het blijft een gegeven dat Kortrijk nog altijd niet ontvoogd is.

Om ontvoogd te geraken, moeten de gemeenten beantwoorden aan vijf vereisten. Er moet een stedenbouwkundige ambtenaar worden benoemd, die het gemeentebestuur op onafhankelijke wijze moet kunnen adviseren. Ondanks enig verloop en persoonlijke en/of diplomabelemmeringen zijn er in Kortrijk in principe twee stedenbouwkundige ambtenaren en is de stad voor dit punt in orde. De tweede vereiste is lange tijd beschouwd als de moeilijkste klus: de opmaak van een gemeentelijk ruimtelijk structuurplan. Intussen is ook dat geklaard. En een derde vereiste, het maken van een inventaris van onbebouwde percelen, leverde evenmin onoverkomelijke problemen op.

De twee laatste opdrachten zijn lange tijd onderschat geweest:  het uitwerken van een vergunningenregister en een plannenregister. Te lang heeft het stadsbestuur gedaan alsof die registers door de stedenbouwkundige dienst van de stad tussen de normale werkzaamheden door konden opgesteld worden. Te lang heeft men niet willen zien dat de dienst, ondanks zijn nieuwe ambitieuze naam, "Stadsplanning en -ontwikkeling", met zijn beperkt aantal personeelsleden tegen de grenzen van zijn kunnen functioneerde. En een uittocht van ervaren ambtenaren vergemakkelijkte de opdracht niet. Bovendien groeide de werkomvang zienderogen aan doordat Kortrijk na jaren van indommelen plots een opleving van de bouwactiviteiten beleefde. 

Overigens is het hoogst eigenaardig dat een bedrijvige stad als Kortrijk niet beschikt over noodzakelijke werkinstrumenten als een register van de verleende vergunningen en van de plannen. 

Filip Canfyn

Van de zomer werd het stadsbestuur weer eens wakker geschud door een nogal dwingend schrijven van de Vlaamse ministers Dirk Van Mechelen (ruimtelijke ordening) en Marino Keulen (binnenlands bestuur). Zij eisten dat er eindelijk eens werd voortgedaan met die 'ontvoogding' en dat de stad een tijdschema zou opstellen voor het afwerken van de vijf vereisten. Tevens vroegen de liberale excellenties dat de kosten om ontvoogd te geraken en de kosten van de consequenties van de ontvoogding zouden opgenomen worden in het algemene beleidsprogramma van de stad en in de meerjarenbegroting.

Het stadsbestuur reageert met diverse maatregelen. Vooreerst is men er eindelijk in geslaagd een geschikte directeur Stadsplanning en -ontwikkeling te vinden. De selectieprocedure bracht niemand minder dan topingenieur Filip Canfyn binnen, Wallenaar, momenteel nog algemeen directeur van de Antwerpse promotor-aannemersgroep Vooruitzicht nv. Hij is ook docent aan Sint-Lucas in Gent. Een tweede leven leidt Filip Canfyn als ondervoorzitter en kadettentrainer van de Noord-Franse club Rugby Tourcoing. Tja, ook de dienst Stadsplanning en -ontwikkeling kan wel wat punch gebruiken. In zijn taakomschrijving is expliciet de 'ontvoogding' van Kortrijk opgenomen. Een tegenslag is wel dat Canfyn pas na nieuwjaar zijn transfer naar Kortrijk kan doen.

Waarnemend directeur Pieter Jacobs zal zich, helemaal niet tegen zijn zin,  in de directie Stadsplanning en -ontwikkeling toeleggen op de ontwikkeling van de stationsomgeving en op planologisch werk in uitvoering van het ruimtelijk structuurplan Kortrijk. Hij is ook vast secretaris van de Gecoro (Gemeentelijke Commissie voor Ruimtelijke Ordening).

Filip Canfyn
Filip Canfyn met zijn 'cadets'. Hij staat uiterst links.

Attest

Intussen zijn voor het opstellen van het vergunningenregister ook al 4 administratieve medewerkers, waarvan een halftijds, aangeworven voor een half jaar. Zij moeten de data inbrengen. Voor het plannenregister is de directie versterkt met een technisch tekenaar, die viervijfde werkt.

Zelfs is het stadsbestuur nu bereid zich in de kosten te steken voor de aanschaf van extra computerprogrammatie voor het opstellen van die registers. Geraamde kostprijs: 40.000 euro, met een jaarlijkse onderhoudsprijs van 10 à 15.000 euro. 

Leidend ambtenaar An Verstraete, vastbenoemd architect, vervult thans de opdracht van een stedenbouwkundig ambtenaar (vereiste 1 voor de ontvoogding), maar heeft niet het juiste attestje om als 'titelvoerend stedenbouwkundig ambtenaar' te kunnen optreden. De Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten protesteerde al vaker tegen dergelijke muggenzifterij inzake diploma's. Hoe dan ook heeft het stadsbestuur beslist haar een opleiding 'ruimtelijke planner' te laten volgen, zodat ze een officieel bewijs van bekwaamheid krijgt voor de taken die zij al lang vervult. 

Echte deadlines

In zijn antwoord op de missive van beide ministers maakt het stadsbestuur zich sterk medio 2008 de registers van de plannen en de vergunningen voltooid te hebben en ter goedkeuring te zullen overzenden aan het Agentschap RWO (ruimtelijke ordening, wonen en onroerend erfgoed). Een mogelijke verwikkeling is dat RWO de stad eventueel kan verplichten het archief van de stedenbouwkundige vergunningen verder aan te vullen tot 22 april 1962.

Op het moment dat de stad voor zijn ruimtelijke ordening eindelijk ontvoogd wordt, moet men in Kortrijk voor de dossiers met een bepaalde omvang niet meer op Brugge wachten voor bindende adviezen van de gemachtigde ambtenaar van het Vlaamse Gewest. Dat kan de behandelingstermijn van vergunningsaanvragen serieus inkorten.

Voor de aanvragers is een belangrijk voordeel dat de termijnen voor het afleveren van een vergunning echte deadlines worden in plaats van streeftermijnen zoals nu. De stad is verplicht een stedenbouwkundige vergunning af te leveren binnen de 75 dagen (150 dagen voor verkavelingen). Er is een mogelijkheid om die termijnen te verlengen tot 105 en 180 dagen. Als die termijnen niet gehaald worden - veel tijdverlies of onbeslist dralen kan men zich niet veroorloven - wordt dat beschouwd als een weigering van de aanvraag. Uiteraard gaat de aanvrager dan meestal in beroep bij de Bestendige Deputatie. Als dat provinciaal bestuur niet tijdig beslis, is de vergunning stilzwijgend verleend! Er is geen mogelijkheid van beroep meer bij de minister in de ontvoogde gemeenten.

In de ontvoogde gemeenten kunnen niet alleen de aanvrager en de overheid in beroep gaan - zoals dat eigenaardig genoeg nu nog het geval is - maar ook belanghebbende derden, omwonenden bijvoorbeeld. Ook dat is een grote verbetering.

De vraag is of de dienst Stadsplanning en -ontwikkeling al die opdrachten om te voldoen aan de vereisten van de ontvoogding en aan de grotere werkdruk na de ontvoogding, zal aankunnen. Alvast neemt het stadsbestuur zich voor om een extra planoloog aan te werven, voor de opmaak van de 'ruimtelijke uitvoeringsplannen' (RUP's, vroeger BPA's). 

ro2
 

11-09-07

Mestput wordt zwembad in Kooigem

paint1

Het Kortrijkse stadsbestuur geeft gunstig advies bij de aanvraag van nv Transim om op The Paint Ranch in Kooigem een mestput om te bouwen tot zwembad. Evenmin heeft de stad bezwaren tegen de inrichting van acht 'chambres d'hôtes' op het bedrijf, dat een centrum is van 'Western riding' (een Noord-Amerikaanse manier van paarden te mennen). Een tiental jaar geleden had het paardenbedrijf heel wat meer moeite om een vergunning/regularisatie te bekomen voor de ombouw van het historische 'Goed te Mylbeke'. De boerderij op de landschappelijk waardevolle Geitenberg werd een paardenbedrijf dat met zijn allures van een kasteelvilla en zijn grote bedrijfsloods volop de aandacht trekt op de Doornikserijksweg .

Is Kooigem een dorp van mirakelen? Een mestput wordt een zwembad, tien jaar nadat een patattenschuur plots een ruiterij-installatie werd. Het schepencollege van 21 augustus geeft gunstig advies aan de aanvraag van Transim, eigenaar van de Kooigemse Paint Ranch, om een mestput om te bouwen tot een zwembad van 10 op 5 meter, om de halfopen loods boven de put af te sluiten met vensters, en om op de zolder van de loods acht gastenkamers met eigen sanitair in te richten. Overnachtingen ('chambres d'hôtes') en eventuele maaltijden voor de gasten ('tables d'hôtes') zijn daarbij toegestaan; horecadiensten voor niet-gasten zijn verboden. De aanvraag was geen routinekwestie gezien de incidentrijke voorgeschiedenis van het paardenhoudersbedrijf.

In de tijd van Juul,  Marcel, Gerrit en Patrick

In 1997 kreeg de eigenaar een vergunning voor de bouw van een 'aardappelloods' op de plaats van een afgetakelde hangar op zijn erf. Toen bleek dat er in de plaats daarvan een paardenfokkerij was gebouwd, die 500 m² groter was dan de vergunde oppervlakte en waaraan een dienstgebouw en een houten stapmolen waren toegevoegd, werd het stadsbestuur bereid gevonden de zaak te regulariseren (eind 1998). De Vlaamse administratie voor ruimtelijke ordening (Arohm) weigerde evenwel de regularisatie (2000). De gemachtigde ambtenaar stoorde zich vooral aan de aard van de uitbating van de 'ranch'. Volgens hem was de Paint Ranch in hoofdzaak een handel in paarden en dat beschouwde hij als een niet-agrarische activiteit die niet thuis hoorde in een - dan nog als waardevol beschermd - landbouwgebied. Uiteindelijk moest Vlaams minister van Ruimtelijke Ordening Dirk Van Mechelen de resterende knopen doorhakken.

paint2

Indertijd vlooiden de toenmalige Nieuwsbladjournalisten Gerrit Luts (die de kat de bel aanbond in de krant van 7-8 juni 1997) en Patrick Ghyselen de zaak grondig uit. Gemeenteraadslid Jules Debaere, Agalev, ondervroeg daarover schepen voor Ruimtelijke Ordening Marcel Waegemans, CVP, in de gemeenteraad van 12 april 2000. Hij betwistte dat The Paint Ranch een paardefokkerij - een landbouwexploitatie dus - was en schaarde zich achter het Arohm-standpunt dat het hier ging om een paardenhandel. De schepen onthulde dat de ranch een milieuvergunning klasse Ii bezat om tot 2018 paarden te fokken. Om beschouwd te kunnen worden als fokkerij dienden er toen minstens twintig fokmerry's in de stallen te staan. Debaere betwijfelde of dat het geval was.

Agrarische functie

Intussen heeft de ranch zich meer ontwikkeld tot een gespecialiseerde manège voor liefhebbers van 'Western riding', een Noord-Amerikaanse manier van omgang met paarden. De diensten die er worden aangeboden zijn: paardrijlessen op eigen of gehuurd paard, allerhande paardrijstages, demonstratiedagen, het rijvaardig maken van paarden, training en presentatie van wedstrijdpaarden, en occasionele verkoop van eigen kweek en andere dieren. Er is een binnen- en een buitenmanège. Met de verblijfsaccomodatie die er nu aan toegevoegd wordt, krijgt de kasteelhoeve ook een toeristische betekenis voor paardenliefhebbers. Het omliggende landbouwgebied is een landschapsbreed park geworden.

 

paint3

Daarmee verwijdert The Paint Ranch zich meer en meer van zijn oorspronkelijke landbouwfunctie. Maar dat is inmiddels geen probleem meer. De heisa van tien jaar geleden zou zich nu niet meer voordoen. Minister Dirk Van Mechelen (Open VLD) liet de Vlaamse Regering op 28 november 2003 een besluit treffen waardoor 'paardenhouderij' uitdrukkelijk is vernoemd als een functiewijziging die kan verleend worden aan een landbouwbedrijf in een agrarisch gebied (art. 5 van het besluit van de Vlaamse regering van 28 november 2003, zoals gewijzigd door het besluit van 23 juni 2006).

Hoe geschikt is een mestput als zwembad? 

Een addertje onder het gras duikt mogelijk op in een nieuwe wijziging van dat besluit op 29 juni 2007. Daarin wordt gesteld dat een toelaatbare functiewijziging enkel kan als het gebouw 'bouwfysisch geschikt is voor de nieuwe functie' (art. 2, §4). 'Geschikt zijn' wordt uitgelegd als geen ingrijpende werken noch al te grote investeringen nodig te hebben en "als de bestaande structuur van het gebouw grotendeels wordt benut en gevaloriseerd". Als voorbeelden van dergelijke minder ingrijpende verbouwingen noemt de toelichting bij het besluit van de Vlaamse Regering: "het bijmaken van raam- en deuropeningen en het aanbrengen van uithangborden".

Nu begrijp ik waarom die mestput wordt ingeschakeld voor de bouwaanvraag van een zwembad. Als die put daar niet was geweest, dan was het graven van een zwembad zeker niet vergunbaar geweest. Maar of die mestput de schuur geschikt maakt voor het realiseren van een zwembad 'zonder ingrijpende werken', is nog maar de vraag. Het blauw schilderen van de put zal wel niet voldoende zijn. En waar moet men voortaan met het mest naartoe? De aanvraag moet nu nog naar de stedenbouwkundige ambtenaar van het Vlaamse Gewest. Ik ben eens benieuwd wat zijn oordeel zal zijn...

paint4

12-11-06

Golf in Kortrijk? Structuurplan herbeginnen!

liblan

In het openbaar onderzoek voor het gemeentelijk ruimtelijk structuurplan Kortrijk duikt in één (1) bezwaar het voorstel op om plaats te reserveren voor een golfterrein. Die optie was niet in het ontwerp opgenomen omdat er tot tweemaal toe in het college van burgemeester en schepenen beslist was dat niet te doen. Toch was dat ene bezwaar voldoende om de Gecoro en later de meerderheid van het stadsbestuur overstag te laten gaan. Vooralsnog wil men de optie golf opnemen in het structuurplan.

Een zeer risicovolle zwenking, als je het mij vraagt. Die optie is niet voorgelegd aan enig openbaar onderzoek. Door ze er in extremis op te nemen, riskeert Kortrijk dat de hogere overheid (Provincie en Vlaamse Regering) het structuurplan ondanks goedkeuring in de gemeenteraad afwijst en dat men de hele operatie mag herbeginnen. Is een project van twijfelachtig allooi, zoals een ongastvrij gazon van 60 hectare dat niet is opgenomen in de Golfmemorandums van de Vlaamse Regering, dat risico waard?

Ik ben niet tegen de golfsport. Ieder diertje zijn pleziertje. Maar niet ten koste van alles! Golf is een sport die veel ruimte nodig heeft. Je kunt niet gelijk waar een golfterrein aanleggen; daarvoor is de ruimte in Vlaanderen en vooral in het verstedelijkte Kortrijk te schaars geworden.

Groot was dan ook mijn verbazing bij het zien van het ontwerp van gemeentelijk ruimtelijk structuurplan Kortrijk dat het stadsbestuur aan de gemeenteraad (13 november 06) voorlegde ter goedkeuring. Op advies van de Gecoro (gemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening) en op basis van 1 bezwaarschrift was dat ontwerp aangedikt met het voornemen een golfterrein aan te leggen op het grondgebied van onze stad.

Die beleidszwenking is een radicale breuk met het standpunt dat het stadsbestuur tot voor enkele weken altijd had ingenomen: in Kortrijk is geen plaats genoeg voor een golfterrein van zowat 60 hectaren. Dat standpunt is in overeenstemming met de mening van zowel de provinciale als de Vlaamse overheid. Dat laattijdig gepruts aan het structuurplan gebeurt bovendien na het openbaar onderzoek. Omdat een voorstel met een dergelijke impact niet kan zonder openbaar onderzoek, riskeert die onbesuisde wijziging de bekrachtiging door de hogere overheid van het Kortrijkse structuurplan - waar voor de rest overwegend goede zaken in staan - in gevaar te brengen.

Behoeftig

Het bezwaarschrift in kwestie kwam van mevrouw Pia Piette-Ingelbeen (van het domein Wulvendael in de Wolvendreef). Het zijn haar argumenten die grotendeels de tekstaanvulling bij het structuurplan schragen. Wonderbaarlijk genoeg onderbouwt zij haar stelling met te wijzen op de "democratisering" van de golfsport. Dat is niet erg geloofwaardig. Hoewel - toegegeven - het tijdverdrijf niet langer gereserveerd is voor de 'happy' few, zijn zelfs de laagste lidgelden van 1000 euro per jaar voor de meeste Kortrijkzanen toch nog iets te hoog gegrepen.

Bovendien spreekt de sportieve dame zichzelf tegen. Zij ziet het golfterrein als "een troef voor het aantrekken van bedrijven in de regio" door "de leefkwaliteit van het topkader" te verbeteren. Verder schrijft zij dat de golf ook een middel is "om een groot deel van het medisch en academisch korps te motiveren om zich in de streek te vestigen" (ja, bijvoorbeeld op goedkope bouwgrond aan de groene kant van Moeskroen!).

In elk geval is die ene aangetekende brief geen bewijs van de nijpende behoefte aan een golfterrein in Kortrijk. Die behoefte blijkt ook niet uit een studie die de Vlaamse Regering in 2004 liet uitvoeren door het West-Vlaams Economisch Studiebureau. Op basis van dat onderzoek is een Vlaams Golfmemorandum uitgewerkt (en onlangs geactualiseerd) waarin Kortrijk niet voorkomt. Er blijkt nood te zijn aan een uitbreiding van de bestaande terreinen in Damme en Ieper-Palingbeek en aan een nieuw terrein in Knokke. Dat is alles voor West-Vlaanderen.  

Ook in het Provinciaal Ruimtelijk Structuurplan, waarnaar het Kortrijkse zich moet schikken, is geen sprake van een golfterrein op het grondgebied van onze stad. Overigens stemde in de Gecoro niet alleen Jan Desmet van de milieu- en natuurverenigingen en Daniël Sobry van de landbouwsector tegen maar ook Jacques Oosterlinck, de vertegenwoordiger van de sportsector!

Gazon of landschap?

De Vlaamse Regering heeft een 'checklist' opgesteld voor plaatsen waar eventueel een golfterrein zou kunnen komen. Zo is een golfterrein uitgesloten in "agrarische gebieden met bijzondere waarde", in "bouwvrij agrarisch gebied", in "beschermde landschappen" of op "terreinen in 100% agrarisch gebied volgens het gewestplan". Het gebied dat de Kortrijkse golflobby (Leiedal, CD&V, VLD, ACW ...) op het oog heeft, het 'zuiden van Kortrijk' tussen het Kennedypark, het Stadsgroen Marionetten en Bellegem, is voor het grootste deel "landschappelijk waardevol landbouwgebied". Het voorstel gaat dus regelrecht in tegen het Vlaamse golfbeleid.

In het advies van de Gecoro was de gewenste plaats voor de golf aangegeven: "in het zuiden". Het stadsbestuur (minus sp.a-schepen Philippe De Coene die tegen de golf stemde) heeft die precieze ligging geschrapt om geen slapende honden wakker te maken. Op de Gecoro kwam er op slag felle tegenstand van de vertegenwoordiger van de landbouw, Daniël Sobry. Het kon niet zijn dat de landbouw nog meer hectaren zou kwijtspelen. In de komende jaren zag hij een grote overschakeling op teelten zoals koolzaad en andere biobrandstofgewassen en daarvoor hebben de boeren grond nodig.

Daniël Sobry deed dan maar de suggestie om die golf aan te leggen in het Stadsgroen Marionetten, een natuurontwikkelingsgebied van 60 hectare, precies de oppervlakte voor een golfterrein met 18 holes. Door de precieze ligging van het gewenste terrein in het vage te laten, is zelfs die optie niet uitgesloten!

In de tekst die aan het Kortrijkse structuurplan is toegevoegd wordt het golfterrein voorgesteld als "een meerwaarde voor recreanten" aangezien het ingekaderd wordt in "het netwerk van groenvoorzieningen, fiets- en voetpaden". Dat is nu waarlijk de werkelijkheid op zijn kop zetten. Het beoogde terrein is nu een echt wandel- en fietsparadijs, doorspekt met landbouwwegen en 'stapsteentjes' en 'kerkwegels'. Als er daar een golfterrein komt van 60 hectare, zal er ferm gesnoeid worden in die oeroude 'trage verbindingen'.

Tevens geneert men zich niet om de aanleg van een golfterrein voor te stellen als "landschapsopbouw". Wie gaat kijken, ziet dat er momenteel een prachtig landschap ligt, glooiende hellingen waarop landbouw en natuurrelicten elkaar afwisselen. Als men die schitterende panorama's zal inkleuren met eentonig groen van gemillimeterd gras, is dat landschapsafbraak.

Sommigen durven dat golfterrein zelfs voorstellen als een verrijking van de natuurwaarden in dat gebied. In de gemeenteraad zei schepen Frans Destoop (CD&V, ACW) een golfterrein voor de natuur hoger in te schatten dan bijvoorbeeld een sparrenbos in de Ardennen. Wat er ook van zij, ik geloof nooit dat natuurwaarden zoals een kolonie wilde konijnen of mollen daar welkom zullen zijn; met die holengravende fauna zullen de 18 holes al rap het gezelschap krijgen van honderden andere gaten.

Gewoonweg dom

Ten slotte is die zeer laattijdige wijziging van het Kortrijkse structuurplan heel onverstandig: de Bestendige Deputatie kan het hele plan afwijzen wegens procedurele fouten. Het voorstel van een golfterrein van zowat 60 hectare in Kortrijk heeft een belangrijke impact op de ruimtelijke ordening. De weerslag is voor de ruimte heel wat ingrijpender dan andere toevoegsels (zoals de mogelijkheid van een overdekt 50 m-zwembad).

Voorstellen met een dergelijke weerslag op de ruimtebalans moeten voorgelegd worden aan openbaar onderzoek en aan het advies van de provinciale en gewestelijke instanties. Door die optie golfterrein toe te voegen na het openbaar onderzoek denkt men te ontsnappen aan die vereiste. Dat zal niet waar zijn.

Die onbesuisde actie is trouwens helemaal niet nodig. Het gemeentelijk ruimtelijk structuurplan Kortrijk kan gerust goedgekeurd worden zonder die golf: in de loop van de planperiode kan het plan herzien en gewijzigd worden. Nu is het risico niet denkbeeldig dat het hele openbare onderzoek opnieuw zal moeten gebeuren, met maanden zoniet jaren vertraging tot gevolg.

Woelige gemeenteraad

Ik heb al die argumenten in het lang en het breed uit de doeken gedaan in de gemeenteraad. Logischerwijze vroeg ik dan ook een gesplitste stemming: ik wou dat de gemeenteraad de mogelijkheid kreeg om het golfterrein te schrappen. Dat kon niet zijn, antwoordde de golflobby. Er kon alleen gestemd worden over het geheel.

Allee toe, dat is zo een regel die men ter plekke uitvindt om de democratie te fnuiken. Toen wij op ons stuk bleven staan, werd de gemeenteraad geschorst voor een half uur. En staatssecretaris Van Quickenborne, ook Kortrijks gemeenteraadslid, maar driftig bellen naar zijn kabinet om advies te krijgen over de gevraagde manier van stemmen.

Uiteindelijk is er eerst gestemd over de vraag of we wel gesplitst mochten stemmen, een nooit gezien en uiterst betwistbaar manoeuvre. De wisselmeerderheid van CD&V en VLD maakte die gesplitste stemming onmogelijk. Bij de (unieke) stemming over het geheel hebben wij ons met de sp.a dan maar onthouden. Ik vraag mij wel af of de beslissing van de gemeenteraad in die omstandigheden geldig is...

11-11-06

Structuurplan Kortrijk: openbaar onderzoek maat voor niets?

ven14

Ruimtelijke structuurplannen moeten stilaan de dertig jaar oude gewestplannen vervangen. Ook in Kortrijk is de procedure voor een gemeentelijk ruimtelijk structuurplan al geruime tijd aan de gang. Een onderdeel van die procedure is een openbaar onderzoek. 39 bezwaarschriften van burgers, verenigingen en instanties kwamen binnen, met een menigte van uiteenlopende bezwaren op het ontwerp van structuurplan. Die bezwaren moesten behandeld worden door de Gecoro (Gemeentelijke Commissie voor de Ruimtelijke Ordening).

De commissie heeft er zich, op aansturen van haar voorzitter, wel heel gemakkelijk van af gemaakt - met alle begrip voor de zware opdracht. In plaats van de bezwaren inhoudelijk te bespreken, heeft men zich voor de meeste punten beperkt tot een verwijzing naar vroeger ingenomen standpunten, waarna onmiddellijk werd gestemd. Waarnemers van de politieke fracties werden daarbij geweerd. Het openbaar onderzoek is dus grotendeels een maat voor niets geweest. Het getuigt niet van veel respect voor burgers die de moeite doen om na te denken over de ruimtelijke ordening in hun stad. Ik vraag mij bovendien af of hier geen procedurele fout is gemaakt die de verdere afhandeling van het gemeentelijk ruimtelijk structuurplan Kortrijk op de helling zet!

Een ontwerp van Gemeentelijk Ruimtelijk Structuurplan Kortrijk werd in mei goedgekeurd door de gemeenteraad. Ik noemde het een "proper werkstuk" en keurde het dan ook goed. Wel kondigde ik aan gebruik te zullen maken van het (verplichte) openbaar onderzoek om een bezwaar in te dienen tegen de optie om van de 8 hectare resterende open ruimte tussen de Venningwijk en Harelbeke de helft af te nemen voor een "lokaal bedrijventerrein" (een snelwegzichtlocatie voor een paar showrooms). Van dat democratisch recht heb ik dan ook gebruik gemaakt.

Mijn bezwaarschrift was slechts een van de 37 die binnen de termijn van 18 mei tot 15 augustus toekwamen op het stadhuis. Onder die bezwaarschriften tref je er ook een aan van het Vlaamse Gewest (Afdeling Ruimtelijke Planning) en een van de Provinciale Commissie voor Ruimtelijke Ordening (Procoro). Na de termijn kwam het officiële advies van de Bestendige Deputatie van West-Vlaanderen.

Die bezwaarschriften moesten in de eerste plaats voorgelegd worden aan de Gecoro. De stedenbouwkundige diensten van Kortrijk, onder leiding van Pieter Jacobs, ambtelijk secretaris van de Gecoro, verknipten die grote oogst aan reacties tot 110 "argumenten". Dat paardewerk vergemakkelijkte aanzienlijk de zware opdracht van de Gecoro. Maar die behandeling door de Gecoro (op 13 en 20 september en 4 oktober) verliep hoogst merkwaardig en, volgens mij, op een manier die niet door de beugel kan.

'Bespreking' achter gesloten deuren

Vooreerst werden de waarnemers van de politieke fracties van Kortrijk geweerd uit de besprekingen. De Gecoro bestaat uit 15 vertegenwoordigers van de "maatschappelijke geledingen" en 6 deskundigen. De vergaderingen kunnen bijgewoond worden door een vertegenwoordiger van elke politieke fractie van de Kortrijkse gemeenteraad (ikzelf voor de sp.a), zonder dat die waarnemers zich mogen mengen in het debat; de waarnemers mogen zelfs de stemmingen niet bijwonen om elke beïnvloeding van de beraadslaging te voorkomen. Ik sta achter die aanpak.

Maar deze keer kregen wij als waarnemers samen met de uitnodiging van de vergaderingen de wenk om niet af te komen. De reden was de volgende. De lijst van de te bespreken "argumenten" (deelbezwaren) was lang (110 opmerkingen). Men vond het geraadzamer om onmiddellijk na de bespreking van elk punt apart over te gaan tot de stemming. En aangezien de politieke waarnemers toch bij elke stemming de vergadering moeten verlaten, zouden zij meer aan de deur vertoeven dan in de vergaderzaal. Alsof men de bespreking niet anders had kunnen organiseren, bijvoorbeeld in blokken van 10 of 20 opmerkingen vooraleer tot stemming over te gaan...

Inhoudelijke bezwaren van tafel geveegd

Uit het verslag, dat wij als waarnemer toch hebben gekregen, blijkt dat die besprekingen overigens tot het minimum zijn beperkt gehouden. Voorzitter Bert Vanbelle, gewezen plannenmaker van Leiedal, wees erop dat de Gecoro het ontwerp van gemeentelijk ruimtelijk structuurplan reeds had goedgekeurd op 29 maart 2006. Daaruit trok men volgende eigenaardige conclusie: het plan is een "consensusdossier, waarbij de verschillende leden afzonderlijk hun opmerkingen hebben, maar het kan niet de bedoeling zijn om voorafgaande discussies opnieuw te voeren".

Jamaar, waarom is er een openbaar onderzoek als de commissie al op voorhand zegt toch geen rekening te zullen houden met bedenkingen die afwijken van haar eerder ingenomen standpunten? Na protest van bepaalde leden licht de voorzitter zijn standpunt als volgt toe: "Slechts argumenten die wijzen op foutieve gegevens, nieuwe gegevens of tekortkomingen kunnen aanleiding geven tot een voorstel van tekstwijziging". Overduidelijk wou hij dus niet dat men zou ingaan op argumentaties die een nieuw licht konden werpen op een bepaald punt; alleen tekstcorrecties en correcties van punten gebaseerd op verkeerde feiten waren toegestaan.

Neem nu de bezwaren tegen de KMO-zone Venning. Niet toevallig was dat het punt waartegen in het openbaar onderzoek de meeste bezwaren werden ingediend. Niet minder dan 7 bezwaarschrijvers kantten zich tegen de 'lokale bedrijvenzone Venning'. Daaronder vind je verscheidene buurtbewoners (spontaan, zonder dat er een petitieactie werd opgezet!), Natuurpunt Kortrijk, de Stedelijke Milieu- en Natuurraad, en Groen!-gemeenteraadslid Cathy Matthieu.

Zonder enig argument werden alle aangetekende brieven van tafel geveegd met een verwijzing naar het vroeger ingenomen standpunt. Twee Gecoro-leden stemden tegen: voorspelbaar Jan Desmet als vertegenwoordiger van de milieuverenigingen maar ook Jacques Oosterlinck, die de Kortrijkse sportwereld vertegenwoordigt. Op die manier is de Gecoro niet (nu niet maar ook eerder niet) ingegaan op bijvoorbeeld mijn opmerking dat de KMO-zone slechts kan ontsloten worden voor vracht- en klantenverkeer met grote schade voor de natuur en het wooncomfort in de nabijgelegen wijk en straten - de jongste "oplossing" (?) die sommigen lanceren zou erin bestaan dat men de Vennestraat langs de spoorweg zou doortrekken dwars en vernietigend door de Vlindertuin!

Gevolgen?

Volgens de procedure die vastgelegd is in de Vlaamse decreten voor Ruimtelijke Ordening, kan een gemeentelijk structuurplan slechts goedgekeurd worden indien de Gecoro "een gemotiveerd advies" heeft uitgebracht over de bezwaren zoals die tot uiting kwamen in het openbaar onderzoek. Er kan sterk betwijfeld worden of het advies van de Kortrijkse Gecoro wel voldoende is gemotiveerd, aangezien de bezwaren niet ten gronde zijn besproken. Als dat niet zo is, kan dat betekenen dat de procedure moet herbegonnen worden.

30-09-06

KMO-zone naast natuurgebied: moeilijkheden zoeken

duma1

Het zit er bovenarms op in de Torkonjestraat: heftruckbedrijf NV Duma krijgt een pv van bouwovertreding aangesmeerd en ziet zijn milieuvergunning geweigerd. De groothandel maakt volop gebruik van zijn zichtlocatie aan de E17, maar dat blijkt nu niet de bedoeling te zijn van de plannenmakers. Men wil dat de vorkliftverkoper meer rekening houdt met het nabije stadsgroen Marionetten en het geplande Preshoekbos (stadsrandbos). Of hoe een beperkte KMO-zone en een natuurgebied heel moeilijke buren zijn.

De vrolijke kleuren van het uitgestalde hef-, duw- en trektuig en de Vlaamse en Waalse vlag op de hoogste kraan trekken de aandacht van de chauffeurs op de E17 en de Torkonjestraat. NV Duma ligt uitstekend om gezien te worden en de firma maakt daar ongegeneerd gebruik van. Hoe zou je zelf zijn?

Duma is gevestigd op een beperkte zone voor enkele KMO's in een uithoek van de Kortrijkse deelgemeente Marke. De zone is als het ware een enclave in een uitgestrekt groengebied. Het is alsof de plannenmakers indertijd dachten dat ze het nieuwe groen, waarvan in de streek zeker geen overvloed is, moesten compenseren. De verzuchting van elke deelgemeente om een eigen bedrijventerrein te hebben, is ook niet vreemd aan de gewaagde combinatie.

Dat daar ooit vodden van moesten komen, stond in de sterren geschreven. Het is zover. In februari vorig jaar stuurde de stedelijke directie stadsplanning de milieupolitie naar NV Duma voor de vaststelling van een reeks bouwovertredingen. Tegen de afspraken in stalde Duma heftoestellen op zijn gazon, waren de wegen uitgebreid op het terrein van de firma en was er een tweede toegang uitgevend op de Torkonjestraat gerealiseerd. Voor die aanlegwerken is uiteraard een bouwvergunning nodig, waarover Duma niet beschikte, maar ook het uitzetten van 'rollend materieel' op onverharde grond (pelouze) is milieu- en bouwvergunningsplichtig. Ook de Vlaamse milieuinspectie stelt een overtreding vast: de milieuvergunning die Duma heeft, dekt niet alle uitgeoefende activiteiten en de vergunningsvoorwaarden worden niet genoeg nageleefd.

Als reactie op die processen-verbaal dient Duma in oktober 2004 een bouwaanvraag in. Voor het ontwerp tekent NV Topokor. Het blijkt al ras dat de aangevraagde wijzigingen van het terrein niet kunnen volgens de stedenbouwkundige diensten. Men struikelt vooral over teveel extra verhardingen en over het voornemen om kranen en andere bouwmachines tentoon te stellen op het gazon. Als compromis komt een voorstel van Kortrijk uit de bus om een aangepast dossier in te dienen en intussen toch al de toelaatbaar geachte zaken te regelen (bufferbekken en riolering).

Maar Duma laat nadien niets meer van zich horen. Wel dient Duma in maart 2006 een milieuvergunningsaanvraag in. De stedelijke directie Leefmilieu gaat te rade bij de collega's van stadsplanning en die constateren dat de aanvraag gebaseerd is op de ongewijzigde bouwplannen die eerder werden afgekeurd. Het terrein achteraan de bedrijfsgebouwen, palend aan het domein van het kasteel van Sint-Anne, een onderdeel van stadsgroen Marionetten, wil Duma volledig verharden en de hele strook bovenaan de talud van de E17 wil men volzetten met heftrucks.

Het komt tot onderhandelingen tussen Duma, zijn architect Topokor en de directie Leefmilieu. Er wordt zelfs een compromis bereikt. Daarin staat dat de tweede ingang van Duma kan geregulariseerd worden. Maar voor de rest dient Duma in te binden. Een extra voorwaarde is dat de hoogte van de tentoongestelde kranen niet boven het gebouw mag uitsteken. Dat wil zeggen dat de kraan met de vlaggen van beide Belgische Gewesten naar beneden moet. De afspraak is dat Duma voor eind juni 2006 met een nieuw uitvoeringsplan voor de proppen komt.

Maar halverwege juli zijn die aangepaste plannen nog steeds niet in de bus gevallen van het stadhuis. De directie Leefmilieu is dan het wachten moe en adviseert het stadsbestuur om de aangevraagde milieuvergunning simpelweg te weigeren. Zelfs het verlenen van een vergunning op proef wordt ten zeerste afgeraden. En zo luidt ook de beslissing van het stadsbestuur. Hoe het nu verder moet, weet ik niet. Wettelijk bezien kan Duma voortaan alleen nog zijn activiteiten uitoefenen volgens zijn lopende vergunning. Dat wil zeggen dat al dat uitgestald bouwmaterieel illegaal staat opgesteld. Wordt ongetwijfeld vervolgd.

Interessant is een van de beschouwingen waarmee het stadsbestuur zijn draconische beslissing motiveert. Het overweegt "dat de inrichting gelegen is nabij het Stadsgroen Marionetten en het toekomstig Stadsrandbos; dat in functie van de bestemming van deze aanpalende natuurgebieden het visuele aspect van deze omgeving zeer belangrijk is; en dat de industriegebieden in deze opgelegd worden om een degelijk groenscherm aan te leggen". In die redenering, waar ik volkomen achter sta, getuigt het niet van een goed overwogen ruimtelijke ordening als men KMO-zones laat aanleggen aan de zoom van een natuurgebied. Het visuele apsect van het groengebied zal altijd schade lijden en anderzijds worden de KMO's in kwestie ernstig beperkt in hun activiteiten. Kortom, dat is moeilijkheden zoeken.

In de toekomst moeten wij dergelijke vergissingen vermijden. Dat sterkt mij in mijn overtuiging dat er naast het natuurgebied van de Venning, Kortrijk, geen plaats is voor een KMO-zone met, ocharme, ruimte voor twee showrooms.

duma2