22-02-08

Biersteker laat Kortrijk wachten op de sleutel van de Raadskelder

raadskelder stadhuis

Op Allerzielendag 2006 schreef ik dat ik akkoord kon gaan met het opzeggen door het stadsbestuur van de handelshuur van de Raadskelder, omdat de huurprijs die 'brouwer' A. De Grijse betaalde, te laag was. Ik had minder begrip voor de beslissing om voortaan elke horecabestemming voor de historische kelders van het stadhuis uit te sluiten. Die kelders hadden die bestemming altijd gehad. Maar nu weet ik waarom het stadsbestuur zo categoriek tegen een nieuwe herbergfunctie was: om niet te veel schadevergoeding te moeten betalen aan huurder NV Etablissementen A. De Grijse. Intussen is er een akkoord tussen stad en biersteker, na maanden van getouwtrek waarbij de biersteker de sleutels van de Raadskelder achterhield.

De Kantyne

Egied Van Hoonacker is in zijn standaardwerk over het Kortrijkse herbergleven (2002) in de geschiedenis van het café in de kelder van het stadhuis van Kortrijk kunnen teruggaan tot 1822, in volle Hollandse periode. In 'La Feuille de Courtrai' - een officieus Kortrijks staatsblad? - maakte het stadsbestuur bekend dat de stadhuiskelder, "De Kantyne", zou verpacht worden voor een periode van 3-6-9 jaar. Zelf vond ik sporen van nog eerdere herbergactiviteiten onder het stadhuis. Zo kun je in het Rijksarchief vinden dat het Kortrijkse Ambacht van de Zilversmeden van 1745 tot 1793 elk jaar zijn "rekeningen" liet voorlezen "in de herberg van de kelder van het stadhuis, De Raadskelder genaamd".

In elk geval was die kelder, na jaren leegstand en na een grondige, niet altijd even oordeelkundige renovatie, sinds 1980 in handelshuur gegeven aan de gekende Kortrijkse 'brouwer' - die niet meer brouwde maar een groothandel in bier dreef - A. De Grijse. De laatste jaren draaide het knusse etablissement, na een te snelle opeenvolging van uitbaters, niet meer zoals het hoort. En de ruimte heeft stilaan weer behoefte aan een stevige opknapbeurt. Het stadsbestuur besloot dan ook in het najaar van 2006 de handelspacht op te zeggen. De gemeenteraad keurde dat goed. 

Nu kun je een handelshuur niet zomaar opzeggen. Artikel 16 van de handelshuurwet noemt slechts 5 geldige redenen om op te zeggen, zelfs op het einde van de wettelijke termijn van 9 jaar. Een opzegging om een andere reden of zonder opgave van redenen, komt de verhuurder op een schadevergoeding te staan van minstens drie jaar huur, te betalen aan de huurder. Geldige opzegredenen zijn: 1. het goed zelf gaan gebruiken - schepen Jean de Bethune aan de tap, stel je voor! -, 2. het goed een bestemming geven die elke handel uitsluit, 3. het goed afbreken of strippen tot op de ruwbouw, 4. grove tekortkomingen van de huurder, 5. het aanbod van een hogere huurprijs van een andere kandidaat-uitbater.

De Zwarte Leeuw

Ik blijf het jammer vinden dat het stadsbestuur niet heeft geopteerd voor de 5de mogelijkheid. Gekozen werd voor nummer 2: het uitsluiten van elke handelsbestemming in de komende jaren, het einde van een eeuwenlange traditie. Wat men er dan wel mee wou beginnen, wist en weet het stadsbestuur nog niet. In de gemeenteraad heb ik gevraagd om die interessante ruimte, de authentieke kelders van de huizen die indertijd zijn afgebroken om het stadhuis te bouwen (De Baars, De Zwarte Leeuw en De Stoutenbergh), niet te laten verworden tot een stapelkot. De burgemeester antwoordde dat het niet uitgesloten was dat de kelders na renovatie zouden ingeschakeld worden in het "stadhuisgebeuren", lees recepties en kleinere plechtigheden.

Maar zelfs al opteer je voor die tweede geldige reden, dan nog ontsnap je niet aan het betalen van een vergoeding aan de huuder waarvan je afscheid neemt. Een normale vergoeding is dan een jaar huur, in casu 10.224,48 euro, volgens artikel 25 van de handelshuurwet. Als je kiest voor reden 5, een nieuwe huurder die meer betaalt, dan betaal je een vergoeding van twee jaar; maar dat kan je normaliter wel recupereren in de nieuwe hogere pachtprijs. 

Het stadsbestuur heeft een poging ondernomen om aan die schadevergoeding te ontsnappen. Men is gaan onderhandelen met de firma De Grijse.  Het grote argument was dat de huurder de kelders had laten vervallen. Intussen bleek er een arrest van het Hof van Cassatie (1991) te bestaan waarin dat argument naar de prullemand was verwezen.

Bij zijn sleutels 

De tegenpartij liet zich niet doen. De wet geeft aan de huurder namelijk het recht de sleutel van het goed achter te houden zolang de opzegging niet is geregeld. En dat heeft A. De Grijse ook gedaan. Wij hebben met de gemeenteraad al die tijd vergaderd boven kelders waarin niemand nog binnenkon! De brouwer had de stad goed bij zijn ... sleutels.

Aan die potsierlijke toestand kan nu een einde komen. Het college van burgemeester en schepenen heeft op 12 februari jl. beslist in te stemmen met de betaling van voormelde uitzettingsvergoeding. In ruil wordt aan de Etn. A. De Grijse N.V. gevraagd daarmee in te stemmen met het definitieve einde van de handelshuur. De stad van zijn kant verbindt er zich toe geen horeca-uitbating in de kelders van het stadhuis toe te staan in de komende 9 jaar. Toch wordt de deur voor een nieuw café niet helemaal dichtgedaan: als De Grijse akkoord is, kunnen er wel weer horeca-activiteiten komen. De biersteker krijgt dus een veto-recht... 

Zie ook mijn vorig stuk hierover.