03-09-06

ZONDAG 3 SEPTEMBER 2006:100 jaar Kortrijk in één straat

Een detail van het soort waarop ik verlekkerd ben: bovenaan de gevel prijkt een hoofdletter M. Het is de M van Martha. De man die haar hart won en de M in steen in de façade van hun liefdesnestje liet metselen, was Jerome 'van-het-bananenkot', werkzaam in de bananenrijperij om de hoek. Deze Martha mag niet verward worden met Martha Dhondt, wonend in nr. 29. Zij was kort na de oorlog een van de sterren van de straatcarnavalgroep 'De Chinezen'; volgens de brochure van de zomercavalcade van 1946 was het een schoonheid "de Folies Bergères waardig".

Ik sta met Ivan Vermeulen voor het huis nummer 48 van de Voorzienigheidsstraat. Ivan is geboren in die honderjarige en pas vernieuwde straat en kan de historie van elk huis inpassen in die eeuw Kortrijkse geschiedenis. Een onvermoed hoekje Kortrijk dat ons kan vertellen hoe onze voorouders het hoofd boven water hielden en plezier maakten in moeilijke tijden. Ivan is onze gids.

De Voorzienigheidsstraat is een elleboogvormige straat. De kleinste arm werd de "korte reke" genoemd, de langste arm de "lange reke". De Voorzienigheidsstraat werd aangelegd in het begin van de vorige eeuw. In dezelfde periode werden ook de Toekomststraat, het Volksplein en de Vooruitgangsstraat aangelegd - hoe optimistisch waren die namen! Het was een tijd van volle industriële opgang en dus werd de straat bijna onmiddellijk volgebouwd met woningen. De Kortrijkse economie had werkvolk nodig en dat moest gehuisvest worden. Met een enkele verdieping en een zolder zien die huisjes er heden ten dage veeleer bescheiden uit, maar rond 1900 waren het middenklassewoningen, voor de beter verdienende arbeiders en bedienden, bouwvakkers en winkelpersoneel bijvoorbeeld.

Schotelhuis

Van die relatieve welvaart getuigen bepaalde gevels die zijn opgetrokken in de modestijlen van toen: neo-stijlen zoals de Vlaamse neo-renaissance (huis 72 met trapgevel en 74 met booggevel van 1908). Andere woningen hebben neo-romaanse vensters en voordeuren (gevel 58 bijvoorbeeld, waaraan nog niet veel is verbouwd en waar de eerste inwijkeling, een Tunesiër, lange tijd geleden zijn intrek nam). Nog andere zijn dan weer getooid met de cementen bloemenslingers die voordien in zwang waren. De woningen met twee verdiepingen zijn later vergroot of zijn heropgebouwd na de bombardementen van 1944. Aan veel woningen is nog te zien dat ze ooit een zaak in huisde, dikwijls uitgebaat door de echtgenote.

De meeste woningen hadden in den beginne slechts een enkele verdieping. Daar waren twee of drie slaapkamers - een luxe want in de citeetjes en poortjes sliep het hele gezin soms bijeen op de zolder onder hetzelfde pannendak. Achter de voordeur was geen gang maar een 'portaal' en daarachter was de woonplaats. Achter de woonkamer bevond zich het 'schotelhuis', een kleinere aanbouw met twee pompen (een steenput en een regenwaterput) en een kookfornuis.

Niet zo heel veel later bouwden de meeste bewoners een 'waskot' achteraan hun schotelhuis. Ook daar stond een (kolen)kachel waarop het water werd gewarmd voor de 'marmiet', die zowel gebruikt werd voor de was als om een geïmproviseerd bad te nemen. De ruimte tussen de eigen achterbouw en de achterbouw van de buur werd nog later veelal overdekt met een veranda.

Achterdeur

De gezinnen die hun intrek namen in de Voorzienigheidsstraat waren steevast enorm groot en het was geen uitzondering als ook de grootouders en behoeftige familieleden meewoonden. Het moet heel veel geduld en begrip gevergd hebben om dat gebrek aan privacy op te vangen. Op de foto - de oudste prent van de straat! - de bevolking van de nummers 33 en 35 in het jaar 1915 (foto uit het archief van Ivan Vermeulen).

Gelukkig hadden de meeste woningen (behalve die op de hoeken) een tamelijk grote tuin. Tot een eind na de tweede wereldoorlog waren er aan de achterkant geen afsluitingen. De achterdeur werd meestal meer gebruikt dan de voordeur voor het contact met de buren. Zo hadden de talrijke kinderen een betrekkelijk veilig speelterrein.

Die open tuinen hebben ook het leven gered van verzetsman Olivier Laporte in de Tweede Wereldoorlog. De man was voorzitter van de Kommunistische Partij in Kortrijk, vakbondsleider (ACOD Ministeries) en voorzitter van het Onafhankelijkheidsfront, de linkse 'weerstand'. Op een dag stond de gestapo voor zijn deur om hem te arresteren. Hij vluchtte langs achteren weg en kon zich voor de rest van de oorlog verbergen in enkele boerderijen in Zwevegem. Als die tuinen daar niet waren geweest, dan was hij gegarandeerd gestorven in een concentratiekamp of nog eer door de mishandelingen die politieke gevangenen te beurt vielen.

Fakkel

De straat heeft in Kortrijk de naam een links bolwerk te zijn. De vader van mijn gids, Eugène Vermeulen, was na de oorlog secretaris van de KP en betrok nummer 35, waar Ivan geboren is. In nummer 46 woonde een andere communist, Roger Decock, voorzitter van ACOD Kortrijk.

Van socialistische kant woonde in nr. 33 (voddenhandelaar Alphonse Liagre) de bekende feministe Colette Liagre, provincieraadslid voor de SP in de jaren 70. In nummer 100 woonde Achiel Delrue met zijn echtgenote Maatje en hun dochter Denise, die er nog altijd woont. Achiel was de broer van Alfons Delrue, echtgenoot van Marie Desmet, socialistisch gemeenteraadslid, provincieraadslid en senator. Marie Desmet en Alfons Delrue zijn de ouders van Cecile Delrue, jarenlange baas van de Socialistische Vooruitziende Vrouwen en gemeenteraadslid voor de (B)SP. Cecile is dus de nicht van Denise. In nr. 10 woonde in zijn jeugd Edmond Delooze, secretaris van de rode overheidsvakbond ACOD, voordat hij naar Zwevegem vertrok, waar hij gemeenteraadslid werd. Zijn vader was trambestuurder in Kortrijk.

De progressieve fakkel in de straat is thans overgenomen door Bert Herrewyn, die zijn intrek heeft genomen in nr. 2. Daar woonde vroeger Silvère Dubois, van wie de zoon aannemer is van elektriciteitswerken met specialiteit airconditioning. Bert Herrewyn is verantwoordelijke voor Muziekcentrum De Kreun en hij staat op de 9e plaats op de lijst sp.a-spirit voor de komende gemeenteraadsverkiezingen. Hij is, samen met Mario Craeynest, de drijvende kracht achter onze campagne.

Zottebollen

De straat is vandaag zonder café. Maar ooit waren er 3: 1 in de straat zelf, "In de Voorzienigheid", en een op elk uiteinde van de straat. Op de hoek van de 'lange reke' en de Sint-Denijsestraat was er café De Bloementuin. Op de hoek van de korte reke met de Filips van de Elzaslaan was er café De Bloemendreef, lange tijd het lokaal van de Kortrijkse KP.

Herberg In de Voorzienigheid bestond van 1910 tot na de Tweede Wereldoorlog in het grote huis nummer 8. De zaak tapte bier van de Kortrijkse brouwer AugusteTack (Broelkaai 4). Op de statige gevel is nog de vorm te zien van het opschrift, maar de letters zelf werden enkele jaren geleden overschilderd. Herbergier Volckaert sloot het café in de jaren 40 en installeerde er zijn dochter Cecile als coiffeuse. Na enkele jaren heropende wijkburgemeester Marcel Quartier nog voor een tijdje de herberg maar daarna was het definitief afgelopen.

Café De Bloementuin was een zaak van brouwer Henri Maelfait, opgericht in 1909. Bijna onafgebroken werd het café uitgebaat door Tinneke Pauwels, die achter de toog stond tot ze meer dan 90 jaar oud was. Achteraan het café kon men zottebollen, een kegelspel met een halve bol die de doelwitten in cirkels ronddraaiend benadert.

Café De Bloemendreef dateerde van 1914, opgericht door de brouwerij Lust (bekend voor zijn "ouden bruinen, krachtig gerstebier naar ouden trant", al lang verdwenen). Tijdens de oorlog werd het café open gehouden door Georges Vermeulen, de vader van voormelde Eugène en grootvader van Ivan. Georges hield later café "In de Roode Steentjes" open in de Vaartstraat (thans sociale appartementen). Na de oorlog maakte de KP-afdeling Kortrijk van het grote pand achter de trapgevel zijn lokaal, met gelagzaal, vergaderzalen en kantoren. Achter de toog stonden René Van Camp en Eliza Bostoen.

Het café werd door sommigen in de straat heel scheef bekeken, maar anderen zagen er geen graten in om te gaan genieten van de uitbundige ambiance. Het was bekend dat er goede muziek werd gedraaid en dat er al eens een dansje kon gemaakt worden. Om de tijdsgeest te schetsen: in 1953 was daar een feest voor de verjaardag van Jozef ... Stalin. De Russische dictator werd toen nog algemeen geacht voor zijn beslissende interventie in de geallieerde overwinning op Hitler-Duitsland. Tot een eind in de straat stonden ze aan te schuiven aan café De Bloemendreef. Kort na de oorlog zat de KP in de regering. De communistische minister Lallemand bezocht toen Kortrijk en kwam bij die gelegenheid een toespraak houden in De Bloemendreef.

Snuifdoos 

Zoals het meestal de vrouwen waren die als bijverdienste voor het gezin café hielden, waren het ook de vrouwen die de vele handelszaken in de Voorzienigheidsstraat lieten draaien. Momenteel is er nog 1 enkele zaak uit die tijd: bakkerij Wittouck, tot voor kort Bostoen.

In nr. 2 dreef Silvère Bostoen een winkel van lampen, zekeringen en schakelaars. Nr. 6, een brede woning met poort, was de beenhouwerij van André Warlop. Door de poort werd het vlees met paard en kar binnengevoerd. Zijn broer was schoolhoofd van de stadsschool op Walle en hij was als 'Warlopke' een befaamd leraar notenleer in het Kortrijkse muziekconservatorium (ik heb er nog solfège van geleerd). Nummer 1, aan de overkant, is een hogere woning, heropgebouwd na de bombardementen van 1944. Het was de kruidenierswinkel van melkboer Nestor Desmet, de eerste melkboer van de straat.

Zijn moeder Mariette was waarzegster. Zij had een grote klandizie bij de chiquere dames van Kortrijk, die zich in limousines met chauffeur of door taxi's tot in de Voorzienigheidsstraat lieten voeren. Mariette was verslingerd op snuiftabak en omwille van haar bruingevlekte zakdoek werd zij "de snuifdoos" genoemd. Zij was een populaire bezoekster van café In de Voorzienigheid. Als zij wat verdiend had met haar waarzeggerij, kwam zij dat vieren in de herberg en gaf zij al eens een tournée générale (en een 'lat' chocolade Jacques aan de kinderen).

Nr. 14 was van Maurice Coigné, een vakbekwame schilder-garnierder. Op de duur ging hij voor de firma De Coene maandenlange periodes in de Golfstaten werken voor de oliesjeiks. Elke keer dat hij terugkwam, hing de buurt aan zijn lippen toen hij uitpakte met zijn exotische verhalen van duizend en een nacht. In nr. 22 was de tweede melkboer van de straat actief: Ernest Opbrouck, die ook een kruidenierswinkel dreef.

Mentebakkers 

Aan de gevel van nummer 11 kun je nog zien dat er ooit een winkel was: Pierre Van Landeghem baatte er een zaak van kachels uit, later verhuisd naar een groter pand in de nabijgelegen Boerderijstraat. Nr. 34 was het salon van coiffeuse Muguette, wat oneerbiedig "het bultje" genoemd. Haar vader, Dewaele, was vaandeldrager bij het ACOD.

Het huis nummer 15 is het enige met een balkon in de straat. Op het moment dat de carnavalstoet er passeerde stond het balkon vol toeschouwers. Het was de winkel van Anaïs Kerckhove, die garen en knopen verkocht en mariabeeldjes onder stolp maakte. Om op te vallen werd de gevel eerst in het groen geschilderd en nadien bezet met blinkende zwarte steen. In nr. 40 vond je horlogemaker Jef Mullie. In nr. 48 verkocht Gusta Deconinck snoep; Gusta was, zoals de zussen Martha en Zulma Dhondt, een van de stralende sterren van de zomercavalcade van 1946.

In nr. 66 maakten de gebroeders Callewaert allerhande snoep; zij woonden in nr. 76. Het was een seizoensactiviteit, zo rond Sinterklaas en het jaareinde. In de zomer waren de broers ... metsersbazen. Toch gingen ze door het leven als de "mentebakkers". Zij maakten behalve chocoladeventjes en echte karamel ook een soort marsepein, met kokospulp in plaats van met amandelmeel. Daarvan maakten zij allerlei figuurtjes: patatjes, worteltjes, varkentjes, alles in de aangepaste kleuren. Zij leverden elk jaar een vrachtwagen gevulde dozen aan de Bond van Kroostrijke Gezinnen, die er de kinderen mee vergastte op een Sinterklaasfeest in de zaal van de Gilde. Ivan Vermeulen heeft de "mentebakkers" veel geholpen.

Heilige Familie

De buitenste hoek van de elleboog is iets speciaals. Op nr. 68 is de vroegere woning vervangen door een moderne nieuwbouw. Nummer 70 is aan de straatkant slechts een lage inrijpoort. Erachter staat evenwel een grote villa in een park van een tuin. Het verborgen landhuis is gebouwd door aannemer Leon Vanassche, de rijkste man van de straat en dus ook sponsor van diverse straatinitiatieven zoals de carnavalgroep (waarover verder meer). Op de dag van de straatkermis in augustus inviteerde 'madame' Vanassche de kinderen van de straat op een feestje met cacaomelk en koekenboterhammen.

Naast het geheimzinnige poortje staan de woningen 72 en 74, gebouwd in 1908 in Vlaamse renaissancestijl, met opvallende trap- en booggevel. Het contrast met het moderne ensemble van nr. 68 is groot, maar in een stad steekt dat niet af. De stijlgevels kijken recht de lange reke in en zijn dus in heel het langste deel van de straat te zien.

De binnenste hoek van de elleboog, nr. 47, wordt gevormd voor de voormalige grote kruidenierswinkel van Georges Vantieghem, tevens melkboer. Op de mooie hoekgevel heeft hij een kapel aangebracht waarin een beeldengroep de Heilige Familie voorstelt. De winkel was een toevlucht voor de gezinnen van de straat in moeilijke tijden, want bij Vantieghem kon je 'op de poef' kopen en komen betalen als er vers geld in huis was. Op het einde van het jaar werden de trouwe klanten (al wie op krediet kocht dus) beloond met een pak chocolade Van Houtte. In de winkel stond meestal echtgenote Olga Dewyn.

In nr. 80 woonde kleermaker Willy Demeyer, die achteraan zijn woning een ateliertje had waarin hij bovenop een grote tafel in kleermakerszit maatpakken naaide. De oudste man van de straat, Valère Demets (1928), betrekt woning  nummer 92. Hij was in zijn actief leven een van de fijnste goudsmeden van de streek.

Chemie

Nummer 94 was de patattenwinkel van Albert Desloovere en Mariette. Zij verkochten ook groenten. En in de zomer ging Albert werken in de bouw. Na hun overlijden stapelde hun neef, José Clarysse, cafébaas van vroeger het Vlaams Bierhuis op de Veemarkt en thans van Den Boulevard in de Groeningelaan, daar een tijdlang zijn schat aan zeldzame, exclusieve bieren.

In nummer 96 verkocht Louis-de-velomaker fietsen die hij ineengesleuteld had. Je kon er ook terecht voor herstellingen. Nummer 98 was de andere bakkerij van de straat, van bakker Biebaert. Aan de overkant van de korte reke huisde in de omvangrijke woning met poort en overdekte stapelplaats kolenmarchand Clovis Vantieghem, de broer van melkboer-kruidenier Georges. De hangar wordt vandaag verhuurd als autostalplaats.

In nummer 55 verkocht eveneens het echtpaar Pattyn snoep. Zij deden met hun confiserie ook aan groothandel. En nr. 51 is de nog altijd bestaande bakkerij, met ovens waarvan je in de winkel soms een glimp kunt opvangen. De bakkerij is gestart door Joseph Arlin. Verser in het geheugen ligt de lange periode dat Leopold Bostoen er brood bakte. Bostoen kwam uit een gezin dat men nu erg kansarm zou noemen. Van kindsbeen af moest hij werken, in de bouw bijvoorbeeld. Op een bepaald moment werd hij opgevangen door een bakker waarvan hij alle knepen van het vak leerde.

Het brood van Bostoen was befaamd, ook bij restauranthouders, tot ver buiten de stadsgrenzen. "Ik moet niets weten van al die chemie die andere bakkers in hun deeg doen" zei hij en hij bakte uitsluitend met meel, gist en water. Thans wordt de bakkerij uitgebaat door de jonge bakker Wittouck.

Lintenfabriek

Met al die actieve bewoners was de Voorzienigheidsstraat een heel bedrijvig milieu. Van al dat ondernemersgeweld schiet alleen nog de bakkerij in nr. 51 over. In het begin van de lange reke is er echter een winkelcentrum ingericht met onder meer een Aldi en een groenten- en fruitzaak. Daar stond vroeger de lintenfabriek van Charles Delvoye, nadien uitgeweken naar de Munkendoornstraat 110, waar de producent van technisch textiel nog altijd linten en banden fabriceert maar dan op hightech-niveau.

Een nieuwe zaak is Aquaverde in nummer 10, waar een sauna en verzorgingscentrum wordt uitgebaat.

Chinezen

Dat een mens niet leeft om te werken alleen, wist men in de Voorzienigheidsstraat maar al te goed. Vooraleer de TV iedereen aan de sofa vastkluisterde, was er een intens gemeenschapsleven. Hoogtepunt was telkenjare Kortrijk Kermis, ook het moment om in de straat ambiance te maken. Het begon ermee dat de wijkburgemeester, Marcel Quartier, een tijdlang cafébaas van In de Voorzienigheid, stoetsgewijze werd afgehaald van het stadhuis van Kortrijk. Op een fotootje uit de jaren veertig heeft hij zich opgetut in een matrozenpakje.

De hele bevolking deed mee aan de carnavalgroep van de straat. In 1946 was dat een schitterend verklede groep 'Chinezen', in 1952 vormden zij 'de Echte Paljassen'. De Chinese groep ontstond in de jaren 30, onder het voorzitterschap van André Warlop, de beenhouwer, en artistiek begeleid door zijn broer, het schoolhoofd Warlop. Ere-voorzitter en hoofdsponsor was aannemer Leon Vanassche, eigenaar van de enige villa in de straat.

De carnavalgroep "de Chinezen", was een van de grote attracties van "Kortrijks eerste grote zomerkavalkade" op 21 juli 1946. De enorme, vrolijke stoet moest de moed er weer inbrengen bij de bevolking die heel wat te verwerken had na vier jaar wrede bezetting en rampzalige bombardementen. De Chinezen van de Voorzienigheidsstraat beperkten hun optredens niet tot de eigen stad. Zij trokken ook naar stoeten in Aalst (!), Bergen, Gent, Blankenberge en zelfs over de grens in Tourcoing.

Zwaargewichten

De bewoners van de Voorzienigheidsstraat konden zich ook optrekken aan de sportfiguren uit hun straat. Ivan noemt Valère Mahau, kampioen van België boksen van de zwaargewichten, wonend in nummer 48. Valère was ook keeper bij SV Kortrijk. Een andere Mahau uit de Voorzienigheidsstraat, Theo, kweekte Mechelse schepers en was Belgisch kampioen in een competitie van 'verdedigingshonden'. Zijn zoon, Albert Mahau is voorzitter van de Kortrijkse hondenclub die zijn lokaal heeft op Kapel ter Bede.

Voetbaltrainer Georges Millecamps, wonend in nummer 44, begeleidde zowel de ploeg van SV als die van Stade Kortrijk (later opgegaan in KV Kortrijk).

Paraat voor de volgende honderd jaar

De Voorzienigheidsstraat is zopas grondig vernieuwd. Riolering, trottoirs en wegdek zijn heraangelegd door aannemer Wegrovan van Waarmaarde in opdracht van de stad (kostprijs: een kleine 430.000 euro) Het was een dossier dat al aansleepte van in de beginjaren 90. Een van de moeilijke punten was de kwestie van de voortuintjes.

Bij de aanleg van de straat rond 1900 kreeg elke woning een voortuintje omringd door een buxushaagje. Vooral aan de zonnige onpare kant van de lange reke maakten verschillende bewoners daar een miniparadijsje van. Als je door de straat liep, kon je de rozen ruiken. Met de opkomst van de auto werden veel voortuintjes echter geplaveid, dikwijls met dezelfde soort dallen als het trottoir. Daar werd dan de gezinswagen op gestald.

Anderen, zoals Ivan Vermeulen, hielden hun voortuintje in stand. Het had er ook mee te maken dat bepaalde bewoners een bouwvergunning kregen om gelijkvloers een garage te maken. Naderhand werd het stadsbestuur veel minder bereidwillig omdat het meestal gaat om nogal smalle woningen. Nu wordt de voorwaarde gesteld dat men van twee woningen een maakt. Ook Ivan Vermeulen wou een garage, maar die werd geweigerd. Van lieverlede heeft hij dan maar naast zijn voordeur een tweede deur laten steken, als het ware een dienstingang, voor fietsen en dergelijke. Dat geeft zijn gevel (nr. 33) een merkwaardig uitzicht (architect Geert Maes).

De Voorzienigheidsstraat is te smal om er plaats te bieden aan zowel een weg voor het verkeer als aan brede trottoirs en voortuintjes. De ingenieurs van de stad stelden daarom voor om de voortuintjes te annexeren. De vraag rees of die tuintjes wel eigendom waren van de stad. Ikzelf heb daar nog over geïnterpelleerd in de gemeenteraad. Maar uiteindelijk legde iedereen zich neer bij de mooie heraanlegplannen.

Nu is de straat aangelegd voor eenrichtingsverkeer. De voortuintjes zijn opgebroken en vervangen door langsparkeerstroken en trottoirs aan weerzijden met hier en daar een strook voor groen (dat er komt in het volgende plantseizoen). Door die groenstroken afwisselend aan de ene kant en de andere kant van de straat heeft het wegdek een kronkelend uitzicht gekregen, wat snelheidsremmend werkt.

Na die vernieuwing is de Voorzienigheidsstraat weer paraat voor de volgende honderd jaar. Ik wens de bewoners op zijn minst evenveel plezier en geluk als hun voorgangers. En dat men gespaard moge blijven van armoede en oorlogsgeweld!

Meer foto's op: http://kortrijkonvermoedehoekjes.skynetblogs.be/?date=200...

06-08-06

ZONDAG 6 AUGUSTUS 2006: het wildste park van Kortrijk, voorlopig

Voorlopig is het de wildste kant van Kortrijk, de helling van de Spoelberg waarop de KULAK is neergestreken en waarop het ooit geplande research-"park" niet zal komen. Vergis je niet: een deel van die overvloedige natuur is een openlucht-laboratorium voor de richting Biologie aan de KULAK. De lagergelegen woestenij is verwilderde grond waarop ooit voorbarig een aannemer-grondwerker is losgelaten voor de eerste inrichtingswerken van het researchpark. Maar toen kwam de buurt in opstand... Ook dat groen wordt in de toekomst een keer getemd: er komt een beschaafd 'universiteitspark'. Maar in dat onvermoede hoekje van Kortrik kun je momenteel nog op safari!

De onvermoede hoek van vandaag ligt tussen het schilderachtige laatste stuk van de Maandagweg en de Bad Godesberglaan, op het domein van de KULAK en de aansluitende hectaren van de stad achter de (stads)verkaveling Klaverstraat-Tarweveld. Het is een helling die 'de Spoelberg' genoemd wordt- een verdwenen café daar droeg de naam Schietspoel maar of de naam van de heuvel met dat soort 'spoel' te maken had, is maar de vraag. De helling begint in het valleitje van de beek met de grappigste naam van Kortrijk: de Pietjespaterbeek. Op de kam van de helling ligt de Ambassadeur Baertlaan, en daarachter de nieuwe stedelijke begraafplaats, de vallei van de Keibeek en het eindeloze golvende landschap van het Leie-Schelde-interfluvium.

Pietjespatervijvers

Genoemde Pietjespaterbeek was een ontstuimig geval. Als ze niet droog lag, stroomde er bij regenbuien zoveel water door, dat er verderop vaak overstromingen waren. Om de beek te temmen investeerde Kortrijk 60 miljoen frank in de bouw van een waterbekken.

Op aanraden van de Intaliaanse stedenbouwkundige Bernardo Secchi werd het oospronkelijke ontwerp in Engelse landschapsstijl verlaten voor een strakke rechthoekige vorm, in de functionalistische betonarchitectuur van de nabijgelegen KULAKgebouwen. Tegen dat bassin aan ligt een overstromingspoel met een meer natuurlijke vorm en een dikke rietkraag.

De oevers van de poel zijn versterkt met betongrasdallen die een natuurlijke vegetatie mogelijk hebben gemaakt. Tussen het betonnen bassin en het KULAKdomein zijn over de hele breedte gradins gebouwd. Wellicht droomden de ontwerpers ervan dat op die trappen de studenten in volle natuur zouden studeren. Maar de gradins zijn ingenomen door een weelderige en verscheiden begroeiing. Beide vijvers zitten inmiddels vol vis en dat hebben de hengelaars ook al ontdekt. De waterpartijen trekken ook veel eenden en andere watervogels aan. En dat trekt dan weer andere rare vogels aan: in 2004 werd er een eendestroper betrapt die ongegeneerd aan het schieten was.

Ecolab

Vooraleer de Kortrijkse afdeling van de Universiteit Leuven er landde (jaren 70), was het puur landbouwgebied (in de feiten en zone voor openbare voorzieningen op het gewestplan). De sobere KULAKgebouwen stonden er lange tijd tussen de akkers en de koeien. Van meet af aan kreeg het KULAKdomein een parkachtige aanleg. Daarnaast beschikte de KULAK over meer dan 10 hectare grond die door landbouwers werd bewerkt.

Toen aan de KULAK begonnen werd met de richting biologie, vatte professor Paul Busselen het plan op er een ecologisch testgebied in te richten, een veldlaboratorium, een 'ecolab' dus. Op zes hectare tussen de KULAKgebouwen en de Ambassadeur Baertlaan, de kam, moesten de landbouwers plaats maken voor uiteenlopende natuurzones.

Het terrein werd gedeeltelijk bebost. Onderaan de helling zijn verschillende poelen gegraven. Een stukje akker wordt berwerkt volgens het traditionele drieslagstelsel (opschuivende teelten met elk jaar een ander stuk braakliggende grond die weer op krachten kan komen dank zij het onkruid dat er opschiet).

Er is veel grasland, dat op diverse manieren en op verschillende tijdstippen wordt gemaaid. 'Oude' landschapselementen zoals hagen, houtwallen, een boomgaard met appelsoorten van vroeger, bermen en struikgewas geven het uitgestrekte gebied een zeldzame rijkdom aan biotopen. Studenten kunnen er hun boekenkennis aan de feiten toetsen en interessante onderzoeken produceren en natuurobservaties verrichten.

Het ecolab ging in 2002 van start. De universiteit betaalde het grootste deel, maar stad Kortrijk schoot in zijn beurs voor de graafwerken. Het gerecontrueerde 'oude' landschap is de moeite van het bezoeken waard. Je kan er rond wandelen op romantische paadjes. Er is geen afsluiting rond het gebied en laat je vooral niet afschrikken door het bordje 'Privaat terrein, toegang verboden'. Het gebied is wondermooi. Alleen maar een beetje jammer dat door al die beplantingen het vroegere, indrukwekkende panorama van op de Spoelberg over Kortrijk-stad grotendeels verdwenen is. Maar misschien komt er nog gepast snoei- en rooiwerk om het uitzicht te optimaliseren.

De universiteitsparken Vlasakker

Aan de voet van de helling, de brede strook rond de dubbele vijver van de Pietjespaterbeek is er echt wilde natuur te zien. De zone moest een parkachtige overgang worden - Universiteitspark geheten - tussen het groene KULAKdomein en het geplande researchpark. Een juridische uitputtingsslag van de bewoners van de verkavelingen in de buurt deed het stadsbestuur afzien van dat plan.

In ruil voor intrekking van alle juridische acties verkregen de protesteerders dat er op de gereserveerde 10 hectare geen researchpark met mogelijks industriële activiteiten komt, maar een ... 'universiteitspark'. Volgens de voorschriften van de gewestplannen is een universiteits-"park" echter evenmin een park als een research-"park". Het is gewoon een terrein voor verschillende activiteiten die min of meer met onderzoek, wetenschap en onderwijs te maken hebben, met uitzondering van industrie. Wel moet er heel veel aandacht besteed worden aan de kwaliteit van de omgeving, en in die zin zul je het toch een park kunnen noemen.

In elk geval is het ene 'universiteitspark' hier het andere niet. De hectaren die een activiteiten-'park' moet worden, zijn nog altijd in gebruik door landbouwers.

De strook die echt een nieuw stadspark moet worden, ligt er nu heel verwilderd bij sedert de aannemer wandelen werd gestuurd onder bedreiging van arresten van de Raad van State. De hopen aarde en klei die golvende gazons moesten worden, vormen een avontuurlijk terrein vol spontane begroeiing. Waar de Pietjespaterbeek loopt, zijn imposante rietvelden opgeschoten.

Toen ik er rondstruinde op zoek naar geschikte kiekjes, werd ik er op een bepaald moment omringd door azuurblauwe vlindertjes. Op een pad lag een konijn met een doorgebeten nek (van een vos?). Op sommige stukken heeft de natuur zo drastisch haar rechten opgeëist dat je je er waarlijk in een bos waant.

Beide universiteitsparken - samen 'Vlasakker' genoemd - zijn opgenomen in het Gemeentelijk Ruimtelijk Structuurplan Kortrijk. In een eisenbundel dringt Natuurpunt Kortrijk aan op de aanleg van het eigenlijke park. Ik vind dat een beetje eigenaardig. Zou men niet beter de natuur haar gang laten gaan, met hoogstens hier en daar wat ecologisch verantwoorde bijsturing?

In elk geval heeft stad Kortrijk architectenwerkgroep AWG van gewezen Vlaams bouwmeester bOb Van Reeth de opdracht gegeven een masterplan op te maken voor het gebied van beide universiteitsparken samen. Stéphane Beel, die andere sterarchitect maakte al een masterplan voor het KULAKdomein. En Bernardo Secchi schetste de vijvers. Hier is toch veel geld gestopt in hoogstaande ontwerpen in een gebied vol wilde natuur! Het zal in de komende jaren boeiend blijven om er te gaan kijken.

Zie ook: http://www.kuleuven-kortrijk.be/facult/wet/biologie/pb/ku... en voor een gedetailleerde plantenlijst van het ecoloab: http://www.kulak.be/bioweb

Meer foto's op: http://kortrijkonvermoedehoekjes.skynetblogs.be