27-05-08

De Kortrijkse plezierhaven heeft voortaan een havenkapitein

havenmeester1

De Kortrijkse plezierhaven, op diverse plekken op de Oude Leie en de Vaart Kortrijk-Bossuit, was tot nog toe een heel spontane bedoening. Meer aan en trek je plan. Daar komt verandering in. Er is een havenreglement goedgekeurd door de gemeenteraad. En het stadsbestuur benoemde een heuse havenmeester. De kapitein van de Ghidan is de eerste.

Koksmaatje

Hoewel het boottoerisme in Kortrijk, gelegen op de Leie en aan de Vaart Schelde-Leie, toeneemt, was het aanmeren aan de stedelijke kades en vlotters niet geregeld. Er wordt gewag gemaakt van 'overlastproblemen'. Bij gebrek aan een aanmeerreglement doet al wie komt aanvaren, van kapitein tot koksmaatje, zowat zijn goesting. De aanlegsteigers worden gebruikt als hersteldok, en als men het niet meer ziet zitten, laat men zijn wrak in het water achter. Elkeen zoekt op zijn manier elektriciteit; de kabels liggen onbeschermd op de steiger. Er is vandalisme en er is geen oplossing voor het afval. En hoe dikwijls gebeurt het niet dat zware wagens in de weg staan voor de tewaterlating van andere boten?

Toch heeft Kortrijk de laatste jaren enige investeringen gedaan om de ontwikkeling van een plezierhaven in het centrum van de stad een bescheiden kans te geven. Aan het Guido Gezellepad en de Handelskaai zijn vlottende aanlegsteigers aangebracht, uitgerust met 'aftakpalen' waar de plezierschippers water en elektriciteit kunnen halen. Tot vandaag is dat allemaal gratis geweest. Per jaar liepen de kosten voor de stad al gauw op tot zowat 8.000 euro.

Kajakadmiraal

Daar komt verandering in. Vanaf 1 juni 2008 valt er te betalen, maar dan alleen aan de kaaien die door het stadsbestuur zijn uitgeroepen tot 'passantenhaven': het Guido Gezellepad stroomafwaarts het houten brugje over de Oude Leie (115 meter ter hoogte van de residentie van de burgemeester), en de Handelskaai stroomopwaarts de Kasteelbrug (90 meter). Grappig is dat de retributie ook geldt voor de 10 meter vlottende steiger aan de Kasteelkaai stroomafwaarts de Kasteelbrug. Omdat de doorvaarthoogte daar zo miniem is, is die steiger enkel geschikt voor bootjes van het type kano of kajak. Ik ben eens benieuwd hoeveel kayakadmiraals hun vaartuig daar in het water gaan achterlaten...

Aan die steigers kun je maar 10 dagen naeen blijven liggen, in het vaarseizoen. Dat kost je dan 8 euro per dag, water en elektriciteit inbegrepen. Je kunt je vaartuig er ook laten overwinteren, van 1 november tot 31 maart. Dan betaal je een forfaitaire som van 250 euro en moet je je water- en stroomverbruik zelf afrekenen. Die taks wordt contant geïnd en je krijgt ervoor een vignet "toelating tot aanmeren". Je kan betalen aan de havenmeester of aan de dienst Toerisme. Vaartuigen zonder vignet worden weggesleept, op kosten van de eigenaar. Althans, daarmee dreigt het reglement.

havenmeester2

Havenkapitein

Bij de aflevering en de controle van de vignetten krijgt de havenmeester een belangrijke rol toebedeeld. Dat is een nieuwe functie en het stadsbestuur meent die opdracht te kunnen toevertrouwen aan een vrijwilliger.

Tot eerste havenkapitein van de Kortrijkse geschiedenis heeft het stadsbestuur de heer Daniël Spriet benoemd, een inwoner van Wuustwezel, die zijn plezierjacht 'Ghidan' een heel jaar aan de aanlegsteiger van de Guido Gezellepad mag laten dobberen. Hij krijgt zijn vignetten gratis en mag bovendien gratis stroom en water afnemen. En ten slotte bezorgt de stad hem nog een vrijwilligersverzekering.

Al bij al is dat toch maar een karige beloning voor iemand met een dergelijk takenpakket. Hij moet de naleving van het aanmeerreglement controleren. Dat houdt onder meer in de ontvangst van passantenboten, het doorverwijzen van zijn collega's-kapiteins naar de dienst Toerisme voor de betaling van het liggeld, en de controle van de vignetten. Eigenlijk is dat een bijna dagelijkse opdracht.

Archimedes

De regels - eerste regels! - voor het aanmeren op de Kortrijkse binnenwateren zijn vastgelegd in een apart politiereglement. De handhaving gebeurt voorlopig door het strafgerecht, waar dat wellicht geen prioriteit zal zijn. Maar het is de bedoeling het reglement op te nemen in het nieuwe algemeen politiereglement waaraan men op het stadhuis aan het werken is. na die opname zal men overtredingen kunnen bestraffen met administratieve sancties die niet meer door de strafrechter moeten worden uitgesproken.

Die reglement geldt voor alle binnenwateren op Kortrijks grondgebied. Dus ook voor wie per kano het niet al te welriekende water van de Heulebeek opvaart. Onder vaartuig begrijpt het reglement "elk drijvend of varend toestel" en zelfs "met inbegrip van de tuigen zonder waterverplaatsing". Wat zou dat kunnen zijn? Gelden in Kortrijk de wetten van Archimedes niet? Artikel 2 geeft een indrukwekkende opsommingt van al wat ooit op de Kortrijkse binnenwateren zou kunnen aangetroffen worden: binnenschepen, woonvaartuigen, pleziervaartuigen, bedrijfsvaartuigen, vlotten, pontons, drijvende werktuigen, baggermolens, bokken, elevatoren, watervliegtuigen (!), kajaks, kano's, en zelfs zeilplanken, surfplanken of andere gelijkaardige tuigen.

De auteurs hebben een soort vergeten: duikboten. Nochtans is er ooit(jaren dertig?) een experiment geweest met een ineengeknutseld duikbootje; eer het kon aanmeren, lag het vol water in het Leieslib. 

Lens houden

Het reglement is opgebouwd zoals men het leert in de colleges legistiek aan de rechtsfaculteiten: het is verboden aan te meren op Kortrijks grondgebied, behalve op bepaalde plaatsen voor bepaalde soorten boten. De aanlegoevers zijn opgedeeld in zones voor verschillende soorten boten. Op de zuidelijke oever aan beide uiteinden van de Oude Leie wordt het aanmeerverbod opgeheven voor plezierboten (passanten). Voor een jachthaven in het centrum zoals Portus Ganda is de uitrusting vooralsnog te gering.

Woonboten, zoals de schilderachtige Pavot op de foto, kunnen ankeren aan het verste stuk van het Guido Gezellepad stroomafwaarts de Oude Leie, en aan de Groeningekaai op de Vaart. Aan de Handelskaai mogen horecaschepen aanmeren. Aan de Kasteelkaai, zoals gezegd, kano's, kajaks en ... gondels. En op de Vaart, kant Venning, Spinnerijkaai, is er 350 meter ter beschikking als tijdelijke aanmeerplaats, voor de Bijbelschepen bijvoorbeeld die er nu op gelovigen wachten.

Een belangrijke regel is dat men elk vaartuig dat men aan een Kortrijkse oever legt, moet "lens houden". Dat moet gebeuren met een door een hulpmotor aangedreven lenspomp. Ook op het water is dubbele parkeerfile verboden. Op de oever mogen geen vaste constructies gebouwd worden. "Het is verboden te hengelen (op de Leie?!), te barbecuen of te spelen op de aanmeersteigers". Over 'spelevaren' rept het reglement niet.

En eindelijk krijgen bootbewoners het recht - want ook de plicht - zich in Kortrijk te domiciliëren als inwoner. Eindelijk stemrecht! 

Politiereglement, retributiereglement en een kaart met de indeling in verschillende aanmeerzones vind je op de website van stad Kortrijk, onder toerisme/praktische info. 

havenmeester3

21-04-08

De Kortrijkse vlasvallei: Golden River en lage lonen

roterij 31

Het Vlaams-Nederlands tijdschrift 'Erfgoed van Industrie en Techniek' pakt uit met een speciaal nummer gewijd aan het vlaserfgoed. Uiteraard komt het Kortrijkse, de vallei van de legendarische Golden River, daarin uitvoerig aan bod. Het zeer gedocumenteerde werk biedt een schat aan historische wetenswaardigheden over de vlassector in verschillende streken in Europa. In een uitvoerig interview laat Bert Dewilde, oprichter van het Nationaal Vlasmuseum vooral zijn sociale ingesteldheid zien. En er wordt natuurlijk ook aan de alarmklok getrokken om toch maar nog wat van het ooit zo talrijk aanwezige vlaserfgoed te conserveren. Zelf deed ik een kleine expeditie naar een verlaten roterij op een Leie-oever in Kuurne. Het staat er nog allemaal... kapot te gaan.

roterij 41

Bert Dewilde 

"Ik heb geen liefde voor het vlas. Ik heb er te veel de sociale nadelen en de slachtoffers van gezien" is een verrassende uitspraak van Bert Dewilde, stichter van het Nationaal Vlasmuseum in Kortrijk. De oprichter van 'le musée mère du lin', zoals men in een andere vlasstreek, in Normandië, de Kortrijkse trekpleister noemt, wordt diepgaand geïnterviewd in het jongste nummer van 'Erfgoed van Industrie en Techniek - Vlaams-Nederlands tijdschrift voor industriecultuur'. Interviewer is Adriaan Linters, dè promotor van het behoud van industrieel erfgoed in de lage landen.

Als kind van de vlassersgemeente Bissegem herinnert Bert Dewilde zich nog het lawaai, het stof en de reuk van het vlas. Hij is het onmenselijke van het harde labeur niet vergeten. Hij weet nog "hoe kinderen van grote gezinnen voordat ze naar school gingen, eerst een uur moesten zwingelen, over de middag ook een half uur kwamen zwingelen, en na de schooluren nog een paar uur aan het werk werden gezet". Dat waren kinderen van amper 10 jaar. Zwingelaars leefden niet lang; ze kregen last van een soort stoflong. Dewildes grootvader was vlashandelaar-slager. In de week stond hij in het vlas, in het weekend in de slagerij: "De mensen aten maar één keer per week vlees, op zaterdag of zondag".

Dàt verhaal werd door niemand verteld; dat vond je vroeger niet in de musea die enkel over kunst gingen en over grote mannen en hogere klassen, aldus Dewilde. Vandaar dat hij verbeten op zoek ging naar het oud ijzer, waarvoor de oude vlasserswerktuigen werden aanzien. Hij wou niet dat dit reële verleden van onze streek in de vergetelheid zou wegzinken. Het interview doet je met heel andere ogen kijken naar de taferelen met wassen poppen in het Vlasmuseum. Het is veel meer dan een folkloristische versie van Madame Tussaud's; het is een concrete evocatie van ons sociaal verleden.

Golden River

Het 80 bladzijden dikke dubbelnummer is onmisbaar voor wie iets wil te weten komen over de industriële geschiedenis van onder meer de Kortrijkse Leiestreek. Toeristische brochures stellen het soms voor alsof het vlas in onze contreien een ononderbroken opgang naar algemene welvaart heeft gebracht. In zijn heel gedocumenteerd en rijkelijk met oude foto's verluchte essay "De vlasvallei", schets Adriaan Linters een heel wat genuanceerder verhaal.

Zo doorprikt hij de opvatting alsof Kortrijk zijn vlassucces zou te danken hebben aan het uitzonderlijke Leiewater - de Golden River weet je wel. Ook op andere plekken in Europa bestaan immers waterlopen met vergelijkbare en zelfs betere eigenschappen, schrijft Linters. Toen de vlasbedrijvigheid zich in de 19de eeuw in en rond de Groeningestad ging concentreren, was dat niet zozeer aan het Leiewater te danken maar aan factoren zoals de goede ligging voor import en export en vooral ook ... de erg lage lonen.

Linters noemt dat de beschikbaarheid van een groot aantal handen, die voor dit uitzonderlijk arbeidsintensief proces, bereid waren tot lang na de Eerste Wereldoorlog tegen lage lonen te werken. Die lage lonen waren een uitvloeisel van de miserie - hongersnood zelfs - in de jaren 1840 en de onbestaande syndicalisatiegraad. Met vlas kon je dan ook in onze streek grote winsten maken, ... zolang je zelf je handen niet moest vuilmaken.

Roten en herroten 

Die onuitputtelijke bron van goedkope slavenarbeid stond lange tijd zelfs de mechanisering en de modernisering van het vlasbedrijf in de weg. Vernieuwers zoals de Vansteenkistes werden tegengewerkt en soms openlijk geboycot, zoals te lezen valt in een ander artikel van Adriaan Linters: "De geur van welstand. Vlas roten - tussen wetenschap, techniek en milieuhygiëne".

Dichter Emile Verhaeren bejubelde het vlas uit Zuid-West-Vlaanderen als volgt: "Que nulle part ailleurs, sous la clarté des cieux, O Lys! toile n'est blanche autant qu'en Flandre". De kwaliteit en de bleekheid van het gezwingelde vlas uit onze streek zijn altijd sterke troeven geweest. Dat was onder meer te danken aan de vakbekwaamheid van de vlassers, de kieskeurigheid waarmee ladingen onbewerkte stengels werden opgekocht tot in het noorden van Nederland en in Frankrijk, en vooral de toepassing van het herroten. De stengels werden niet eenmaal maar verschillende keren in de Leie gedompeld en tussendoor gedroogd en gebleekt in de zon. De Leie speelde daar ook wel een rol in door het traag afvoeren van de afvalstoffen van het rootproces.

Dat roten gebeurde niet reukloos. De langzaam wegdrijvende afvalstoffen verpesten vaak tot in Gent de lucht op de oevers van de Leie. Talloos waren de pogingen van de elkaar opvolgende overheden om die stinkende toestand te verbieden. Uiteindelijk is het de nazibezetter die in 1943 het Leieroten definitief heeft stilgelegd, zogezegd om het visbestand te beschermen (!). Ondertussen was men, na veel aanvankelijke argwaan en tegenstand, algemeen overgestapt op het roten met verwarmd water in rootputten. De rol van vernieuwers zoals de Vansteenkistes en "een reeks andere uit de vlasserswereld gegroeide knutselaars en uitvinders" moet daarbij zeker vermeld worden.

Léonard De Kien en Jef Coole

Veel gezwingeld vlas werd uitgevoerd, vooral naar Engeland en Ierland. Pas in 1850 ging in Kortrijk de eerste mechanische vlasspinnerij aan de slag: de firma Boutry-Van Isselsteyn & Cie, op de gronden van het gewezen Recolettenklooster op Overleie (Nijverheidskaai-Gasstraat). Omstreeks 1880 werd het bedrijf overgenomen en uitgebreid door de industrieel Léonard De Kien. In het tijdschrift staat een prachtig briefhoofd afgedrukt van van de firma waarin een afbeelding is verwerkt van de grote fabriek (p. 15).

Wat niet in het tijdschrift staat: het is in die fabriek - een van de grootste vlasfabrieken van het land - dat het socialisme in Kortrijk voor het eerst wortel schoot bij de arbeiders. Omdat hij een ontluisterend artikel schreef over de afgrijselijke werkomstandigheden bij De Kien, vloog vakbondspionier Jef Coole voor zes maanden in de gevangenis in 1909. Van die fabriek schiet jammer genoeg nog slechts een klein deel over. Conservatie van dit industrieel erfgoed waar bijvoorbeeld alle linnen voor de uniformen van het Nederlandse koloniaal leger werd geproduceerd, komt te laat.

Overigens toont Adriaan Linters overtuigend aan dat de regionale economie in het Kortrijkse voor een groot deel uit de vlasverwerking is gegroeid. 70% van de plant zijn afvalproducten, die werden aangewend als grondstoffen voor andere activiteiten. De lange vezels werden gesponnen voor textieltoepassingen. Van de kortere werden touwen gemaakt of papier. Uit het zaad van het vlas werd lijnolie geperst in talrijke oliemolens, die ook wel andere zaden verwerkten (koolzaad, raapzaad en kempzaad van hennep). De olie ging naar diverse bedrijven (verlichting, zeep, smeermiddelen, vernis enzovoort). Het afval van die oliemolens kon dan weer verwerkt worden in nog andere bedrijfstakken. 

 

roterij51

 

Vlaserfgoed

Over het behoud en de herwaardering van vlaserfgoed in Europa gaat het eerste artikel in het tijdschrift. Auteur is Lucie Maluta, archeologe van Boulogne-sur-Mer. In het stuk zijn heel wat oude foto's opgenomen. Een ervan toont een authentieke vlasserswoning in Kuurne; nu weet ik eindelijk wat een 'pedeir' is: een kelder voor het vochtig bewaren van het gezwingeld vlas.

Voorts krijg je ook een essay over het vlas in Friesland (en afgesloten tijdperk?), van Gerrit Herrema, secretaris van de Friese verenigin,g voor historische landbouw. Luc Soens, voorzitter van vzw Preetjes Molen, schrijft een verhandeling over die vlaszwingelmolen in Heule. Er is een bespreking van het Nationaal Vlasserij-Suikermuseum in Klundert, Nederland.

En ten slotte vind je in het tijdschrift nog een overzicht van al wat er op het wereldwijde net te vinden is over het vlas. Vermelden we speciaal de collectie vlasfoto's van de beeldbank van de provincie West-Vlaanderen.

roterij61

Het dubbeldikke nummer gewijd aan het vlaserfgoed van het Vlaams-Nederlands tijdschrift voor industriecultuur 'Erfgoed van Industrie en Techniek' is te koop tegen 16,65 euro per exemplaar. Bestellen kan door het juiste bedrag te storten op bankrek. nr. 462-7314161-68. Het bestelformulier vindt u HIER.

roterij71

De foto's tonen de roterij Sabbe, Bondgenotenlaan in de Kortrijkse buurgemeente Kuurne. Het is een onaangeroerd gelaten vlasroterij op de oevers van de Leie, gestopt op het einde van de jaren zeventig. Dit doornroosje van industrieel erfgoed is sindsdien in versneld tempo aan het vervallen. Toch werd de roterij in 2005 nog beschermd als monument: de schoorsteen, de stoomketel en de stoommachine Phoenix Gand met toebehoren. En waarempel staat daar nog een grote vlaswagen geparkeerd, niet beschermd.

27-01-08

De oude Noordbrug is niet meer, binnenkort nieuwe tuibrug

afbraak Noordbrug Kortrijk1
Liefhebbers van dramatische afbraakwerken kunnen de jongste tijd in Kortrijk wel hun hartje ophalen. Van het weekend is nog de Gerechtshofbrug (Noordbrug) voor de bijl gegaan. Dat gebeurde in het kader van de grootse Leieverbredingswerken die Kortrijk al decennia lang in de ban houden. Met die sloping - een huzarenstukje waarvoor de aannemer geen twee volle dagen nodig had - is de vierde fase van de Leieverbreding weer een stap verder. Nog drie (of vier) nieuwe bruggen geduld en de Golden Riverstad is af van alle bouwhinder. Laat ons zeggen tegen 2012.

Sloper Verhelst was zondag (27 januari) om 6.35 uur al klaar met de afbraak van de brug over de Leie tussen de Beheerstraat en de Noordstraat. Dat was een dag vroeger dan gepland. Ononderbroken waren zijn machines en ponton na de passage van het laatste schip vrijdagaviond in de weer geweest. Meegedragen door een stevige westenwind was het gedreun en geklop van de boorhamers overal te horen op de oevers van de rivier in het stadscentrum. Prachtige foto's van de sloop zijn te vinden op de blog van Het Nieuwsblad, van Kortrijkzaan Tom Fossaert.

noordbrug3 

Greischbrug

Met de sloop van de brug - de brughoofden in metersdik bakstenen metselwerk moeten nog afgebroken worden maar dat zal de scheepvaart niet hinderen - is een belangrijke stap gezet in fase 4 van de verbreding van de Leie in de Kortrijkse stadskern. Die vierde fase omvat ook een grondige verbouwing van het westelijke uiteinde van het eiland Buda. Aan de tip, waar de oude en de nieuwe Leie uit elkaar gaan, ter hoogte van het 'moederhuis' van het hospitaal en de vroegere Reepbrug, komt een stuk land bij. Achter stalen damplanken is men nu al zand aan het stapelen. Gewezen burgemeester de Bethune wou daar een 'groene' parking. Maar dat plan is verlaten; er komt een parkje met op de punt wellicht een cafétaria met panoramisch uitzicht op het aan beide kanten wegvliedende water.

Noordbrug afbraak2

De afgebroken brug zelf wordt, na verbreding van de oevers, vervangen door een kunstwerk dat nog ontworpen is door de wereldberoemde bruggenbouwer René Greisch, die in de zomer van 2000 overleed. Het wordt een tuibrug, hangend aan zeven kabels die vertrekken van een enkele pyloon aan de kant van de Beheerstraat. Een maquette van die ingenieuze brug staat in de etalage van het Stadsinfopunt op het Overbekeplein. Onderaannemer voor de bouw van de tuikabelbrug is de firma Victor Buyck Steel Construction, Eeklo, een van de grootste Belgische staalbouwers. Intussen blijkt die informatie niet meer te kloppen. De echte constructeur van de brug is BVBA AELTERMAN (Christoffel Columbuslaan 5, Haven 7080 A, 9042 Gent), ook één van de grootste Belgische staalbouwers. - Tekst aangepast op 18 februari 2009 -

 

Op zijn Kortrijks is het gestuntel met de naam van de brug. De brug stond van oudsher bekend als de Noordbrug, naar de Noordstraat waar ze naartoe leidt. Maar in het stadhuis vonden ze dat blijkbaar niet chique genoeg en het werd plots de 'Gerechtshofbrug'. Nu, een gerechtshof is een tribunaal waar een hof zetelt, een hof van beroep bijvoorbeeld. Dat heeft het Kortrijks tribunaal niet. Eigenlijk zou het dan "Rechtbankbrug" moeten zijn, maar dat klinkt te banaal. Daarom heeft men - godweetwie, moet dat niet officieel beslist worden door de gemeenteraad? - beslist dat de nieuwe brug weer 'Noordbrug' zal heten. Heel grappig voor een brug die aan de westkant van de stadskern ligt. Dus ook niet goed. Waarom er geen Greischbrug van gemaakt, of zijn Walen taboe in de Guldensporenstad?

 Tuibrug2

Al elf jaar bezig

In elk geval komt er weer zichtbaar schot in de Leiewerken na de vertraging te wijten aan de ontploffing van de afvalwaterpersleiding van Aquafin enkele maanden geleden. De achterstand op de verwachtingen van in het begin is niet meer te overzien. Er is heel lang, in de jaren zeventig, gedebatteerd over zin en onzin van een dergelijke ingrijpende operatie in de historische stadskern. Er was zelfs lange tijd sprake van een alternatief plan, dat veel minder investeringen zou vergen. In plaats van de rivier te verbreden, wilde men een systeem met verkeerslichten om de boten om beurten stroomop- en stroomafwaarts te laten passeren door Kortrijk. Maar het behoud van die ene flessenhals voor grotere binnenvaartschepen op de verbinding Seine-Schelde bleek onhoudbaar.

In 1985 is begonnen met de eerste onteigeningen. Ik herinner mij hoogoplopende discussies in de Kortrijkse gemeenteraad waarin Jozef De Jaegere uitriep dat het volkomen onverantwoord zou zijn de Kortrijkse binnenstad voor tien jaar te gijzelen met die werken. Diverse protocollen en charters werden afgesloten tussen de stedelijke en Vlaamse overheid om de voortgang van de werken de bespoedigen en om Kortrijk te compenseren voor de overlast.

Na de eerste spadesteek in 1997 zijn we intussen al elf jaar bezig. Zijn we al halverwege? De prijs van de verbreding is parallel gestegen met de duur van de werken. De gigantische opdracht werd Europees aanbesteed. De tijdelijke vereniging Stadsbader-Flamand (Harelbeke)/Herbosch-Kiere (Kallo)/Jan De Nul (Aalst/CEI Construct (Zaventem), met de gezamenlijke naam Tijdelijke Vereniging Leie Doortocht, deed het interessantste bod: 1,65 miljard frank of een dikke 40 miljoen euro. Vandaag rekent men op 101,5 miljoen euro. En dat is een soldenprijsje. Het zag er in 2006 naar uit dat men ging uitkomen op 108,4 miljoen euro. Maar bouwheer Waterwegen en Zeekanaal (W&Z) is gaan onderhandelen met de Tijdelijke Vereniging en heeft er 7 miljoen euro van af kunnen knijpen.

Frivoliteiten

Die stap van W&Z kwam er na nog maar eens een 'pact' afgesloten tussen Stad Kortrijk, het Vlaamse Gewest en W&Z. In die overeenkomst van april 2006 garandeerde W&Z een voltooiing van de werken tegen 2010 - wat intussen weeral niet meer haalbaar blijkt. Het Vlaamse Gewest beloofde elk jaar voldoende financiële middelen vrij te maken (12 miljoen euro per jaar), om te vermijden dat een tekort aan geld de werken op de lange baan zou sturen.

En de stad verbond zich ertoe mee te betalen voor zijn "frivoliteiten" (dixit kortstondig Vlaams minister van Openbare Werken Gilbert Bossuyt, waarmee hij de extra wensen van Kortrijk bedoelde ter compensatie van de overlast). Zo betaalde Kortrijk zijn deel in de realisatie van het tunneltje onder de westelijke binnenring - die nieuwe weg is de belangrijkste compensatie; de stad heeft voor de weg zelf niets moeten betalen. Een tegengeste van W&Z is dan weer dat het na de verbreding van de nieuwe Leie op vraag van het stadsbestuur wil investeren in opknapwerken aan de oude Leie (de Leie die tussen de Broeltorens stroomt). Inmiddels zijn die werken wel weer uitgesteld.

Tafelbrug

Voor de vierde fase, Buda-eiland en Noordbrug, is twee jaar uitgetrokken. Na openstelling van de tuikabelbrug kan men beginnen aan fase 5, de Budabrug. De Kemelbrug, zoals ze in de volksmond wordt genoemd, moet plaats maken voor een ophaalbrug. Daarmee komt een einde aan een eeuwenlange vaste oeververbinding tussen Overleie en het centrum. Voor die 'tafelbrug' wordt een 'wedstrijdaanbesteding' (design & build)uitgeschreven, met een maximumprijs als belangrijke voorwaarde.

Gehoopt wordt dat de Budabrug weer berijdbaar is halverwege 2010 - de wonderen zijn de wereld niet uit! Er is nog volop discussie over het 'ophaalbeleid' voor de Budabrug. Ooit drong de stad erop aan de brug niet op te halen op piekmomenten van het verkeer. Nu is er een suggestie van de intercommunale Leiedal om de brug maar 10 keer per dag op te trekken.

Reepbrug

Voor diezelfde fase 5 moet nog beslist worden of er al dan niet een nieuwe brug komt ter vervanging van de gesupprimeerde Reepbrug. Het geraamte van die Reepbrug staat trouwens nog altijd recht, bovenop de landaanwas aan de westelijke tip van het Buda-eiland. Er bestaat al een ontwerp, van het befaamde Nederlandse bureau Zwarts en Jansma. Het zou een voetgangersbrug worden die uitkomt op de campus van het hospitaal.

Collegebrug

Intussen is de bouw van de Collegebrug, een fietsersbrug, volop aan de gang. Het wordt een spectaculaire S-vormige hangbrug. De bijzondere vorm is mede gekozen voor het comfort van de fietsers: met een grotere lengte wordt een te steile helling vermeden. Het ontwerp is van architect Ney. De onderaannemers zijn Van Laere, Antwerpen en Ameco, Nederland, maar er wordt ook heel wat Pools gesproken op de bouwplaats. In feite is die Collegebrug nog altijd een onderdeel van fase 1 van de Leiewerken.

Tot diezelfde fase behoort ook de aanleg van de nieuwe grond aan de IJzerkaai tot een 'Budabeach', naar een idee van burgemeester De Clerck. De stad zelf bekostigt daar de bouw van een cafetaria. Een echt strand zal het wel niet worden zolang het Leiewater te vuil is om bezwommen te worden. Overigens is de stroming van de rivier, sinds zijn kanalisering, ook veel te sterk voor veilig baden.

Kanoclub

De bouw van voormelde bruggen, kademuren en neveninfrastructuur zal wellicht tegen eind 2012 voltooid zijn. Rest dan nog een laatste fase bestaande uit wat oeverwerken buiten het stadscentrum, stroomopwaarts voorbij de westelijke binnering en stroomafwaarts voorbij het Albertpark (Wikings). In die laatste fase sneuvelt nog een laatste icoon van Kortrijk, het clublokaal met aanlegstijger van de Kortrijkse Kanoclub. Maar zij krijgen een alternatieve locatie, het sashuis nr. 9 op de vaart Kortrijk-Bossuit, waar zij trouwens een voor peddelaars veel bevaarbaarder water hebben.

Zie ook mijn vroegere stukken: Het ambetantste stuk van de Leiewerken is gestart, Einde Leiewerken tegen 2010?, De frivole, bakstenen kaden van de Leie

15:45 Gepost in Algemeen | Permalink | Commentaren (25) | Tags: kortrijk, leie, buda |  Facebook |

11-11-07

Weer vis in de Leie!

vodl1

Er zit weer vis in de Leie in Kortrijk! Niemand die dat ging geloven enkele jaren geleden. De waterkwaliteit van de Golden River moet dan toch beduidend verbeterd zijn. De hengelaars met pioniersgevoel testen met succes dit 'nieuwe' viswater uit. Ik sprak er een aan, op de plek waar de Oude Leie en de verbrede vaarweg samenvloeien.

De man en zijn hondje kwamen van Menen. Ze waren eerst eens gaan kijken bij Lauwe-brug, maar daar zat er teveel stroming op de rivier. Maar ze zouden en gingen vissen op de Leie, stroming of niet, weer of geen weer, en ze vonden een luw plaatsje aan de samenvloeiing van de Oude en de nieuwe, verbrede Leie in Kortrijk, ter hoogte van het Koning Albertpark (skatebowl, Budabeach).

Kortrijkzanen geloven hun eigen ogen niet als ze een hengelaar zien neerstrijken op de oever van hun Golden River. Iedereen van een zekere leeftijd herinnert zich nog de stank van beerputlozingen, de drijvende olieplekken, de gekleurde vloeistoffen van textielververijen, het hete afgelaten water van stoomketels, het ongezuiverde rioolsop ... Nog niet zo lang geleden kwam dat allemaal, legaal of illegaal in de Leie terecht. Wie daarin wou hengelen, werd zot verklaard.

Blijkbaar hebben de inspanningen voor waterzuivering en het verbieden van lozingen uiteindelijk toch resultaat. Ik vroeg aan de vriendelijke visser of hij iets hoopte te vangen. Hij was daar volkomen zeker van. Hoewel nog niet veel hengelaars het weten, is de Leie weer een prima visgrond geworden. Vooral voorn (blank- en rietvoorn), karper en baars had hij er al aan zijn haak geslagen. Ook paling duikt er vaak op. Voorts ook: brasem, alver, zeelt, kolblei, enzovoort. En zelfs roofvissen zoals de snoekbaars, wat erop wijst dat het met de giftigheid van het visbestand goed meevalt. En allemaal puur natuur, geen uitgezette vis als in gereputeerde hengelwaters zoals de vaart Kortrijk-Bossuit.

Ik vroeg de hengelaar of hijzelf van zijn vangst durfde te eten. Mij een beetje meewarig bekijkend antwoordde hij: "Vissen voor de panne: dat wordt niet veel meer gedaan. We vissen niet meer uit armoe maar voor de sport". Van wat hij aan zijn haken kreeg, noteerde hij soort, gewicht en lengte. En de dieren werden terug te water gelaten. 

Kunnen wij binnenkort ook zelf weer in de Leie duiken? Budabeach, letterlijk dan.

Over de Leie, kijk ook hier even.