27-05-12

Zondags Kortrijk (ansicht 32)

Elke zondag een bijzonder prentje, een ansicht van Kortrijk.

Sinksenfeesten 1.JPG

Zeker op de sinksendagen is Kortrijk ècht stad. Where it happens. Waar iedereen naartoe gezogen wordt. Een gigantische rommelmarkt - bij de inschrijvingen werden zelfs nog hele rijen gegadigden onverrichterzake naar huis gestuurd omdat elke vierkante meter trottoir volzet was. En op elk plein animatie en optredens, in een geur van exotische of meer vertrouwde kookkramen.

Sinksenfeesten 4.JPG

De Kortrijkse Sinksenfeesten zijn een redelijk recent verschijnsel, gestart in 1975 als evenement in het kader van het Europees jaar van het Bouwkundig Erfgoed. De oorspronkelijke bedoeling was bij de bevolking aandacht te vragen voor de historische bezienswaardigheden die de stad (nog) rijk was. Om het festival te populariseren werd er een rommelmarkt voor de kinderen (!) aan verbonden in enkele centrumstraten. Na zoveel jaar staat de rommelmarkt nog steeds overeind. De erfgoedbedoelingen zijn vergeten. Maar tja, daarvoor zijn er andere zondagen in Kortrijk.

Maar heel vroeger bestond er iets dat geleek op de Sinksenfeesten: de Peperbollenommegang, elk jaar op tweede Sinksen. Het gebruik heeft de Eerste Wereldoorlog niet overleefd. Toch is hier ook sprake van erfgoed, culinair erfgoed dan.

De plaats van die ommegang was de Rijselsestraat, van het stadhuis tot aan het Textielhuis (dat toen nog niet bestond, verspreking uit pure gewoonte) - ik bedoel het Sint-Michielsplein (toen de Area genoemd). In de Sint-Michielskerk had de echte ommegang plaats, een gebedsrondgang ter ere van het beeldje van OLV van Groeninghe dat als een mirakuleur voorwerp werd vereerd in de kerk. Het kwam van de gewezen Groeningeabdij (derde versie) in de Groeningestraat en er waren een heleboel legenden en misverstanden rond gegroeid - maar die vertelling is voor een andere keer.

Sinksenfeesten 2.JPG

De Peperbollenommegang geschiedde op straat. De hele Rijselsestraat stond vol met gebakkramen waar niets anders dan 'peperbollen' werden verkocht. Honderden kilo's werden er verpatst. Bolachtig waren de brokken 'pennepisse' (peperkoek - waarbij de peper gember is) allerminst maar dobbelsteenvormig. Er waren zelfs peperbollen voor de rijken en peperbollen voor de armen. In het deeg voor de rijken was sukade verwerkt (geconfijte 'ginappel'-schillen); in dat voor de armen zaten alleen rozijnen. Dat vertelt althans Kortrijks kronikeur Julien Huysentruyt (Herinneringen aan Kortrijk 1900-1940). Het verschil tussen echte Kortrijkse Peperbollen en ordinaire pennepisse is de toevoeging van anijs en geconfijt fruit.

peperbollen.JPG

Na 14-18 werd de peperbollenommegang vervangen door de verkoop van dat Kortrijkse sinksengebak in de bakkerijen in heel de stad. Ook die traditie is grotendeels verdwenen, behalve in de bakkerij van de Doorniksestraat. De familie Focque - de beste taarten van het westelijk halfrond, wist de Kortrijkse bourgeoisie - is ze blijven produceren. De bakkerij is intussen overgenomen door Courcelles maar ze zetten de traditie voort. En voor de vitrine van hun patisserie in de Doorniksestraat staat nu weer een heus kraam waar Kortrijkse Peperbollen worden verkocht.

Sinksenfeesten 3.JPG

Die Kortrijkse Peperbollen hebben daarmee recentere culinaire stadsinitiatieven overleefd. Op de Sinksenfeesten van 1977 lanceerden de Kortrijkse bakkers en slagers de Kalletaart en de Mantenworst. Veel spel wordt daarover niet meer gemaakt, ook niet op hun geboortedag. Zijn die nog ergens te krijgen?

06-05-12

Zondags Kortrijk (ansicht 29)

Elke zondag een bijzonder prentje, een ansicht van Kortrijk.

Parc SG13.JPG

Vandaag beslissen de Franse kiezers of ze een rechtse (Nicolas Sarkozy) of een linkse president (François Hollande) willen. De uitslag kan de koers van Europa bepalen. Intussen ben ik op zoek gegaan naar een 'vue' van Kortrijk die met Frankrijk in verband worden gebracht. Vergeet niet dat Kortrijk van 1795 tot 1814 een stad was in het revolutionaire Frankrijk. Onze - ik bedoel wel degelijk de Kortrijkse - aanhangers van de Franse Revolutie hebben een tijdlang op het huidige Sint-Michielsplein (toen de Area) plechtigheden gehouden ter ere van de Rede. De Sint-Michielskerk deed daarbij dienst als Tempel van de Wet. Maar daar is niets meer van te zien.

Een Kortrijks gebouw met Franse roots - uit de tijd van Napoleon! - is blijven staan en het heeft zelfs zijn oorspronkelijke functie behouden: het clubhuis van het Parc Saint-Georges in de Doorniksewijk, gebouwd in 1810. De club, de Gilde van de Weledele Ridder Saint-Georges / la Société du Noble Chevalier Saint-Georges, stamt in rechte lijn af van de ergens in de middelleeuwen ontstane gilde van kruisboogschutters van Kortrijk. Het was de eerste schuttersgilde van de stad. Zelf vermoedt het hedendaagse bestuur dat de gilde het licht zag in de jaren 1100, maar ze hebben niets op papier. Volgens een bron in 1600 (de toenmalige geleerde J.B. Gramaye) zou de gilde in 1323 een oorkonde hebben ontvangen van de Vlaamse graaf Lodewijk van Nevers (de Crécy). Die privilegies zijn bevestigd door de aartshertogen Albrecht en Isabella in 1601 - na de godsdiensttroebelen waarbij de overheid tot in de dorpen schuttersgilden liet ontstaan om zich onder meer te verweren tegen 'vrijbuiters'. De patroon van de kruisboogschutters was Sint-Joris.

De kruisboogschutters recruteerden altijd bij de begoede toplaag van de stad. Voor dat vreselijke wapen, waarmee zelfs stalen harnassen lek geschoten werden, had de schutter een knecht nodig. Je moest al van centen weten om die knecht te kunnen betalen. De kruisboog werd ook 'voetboog' genoemd omdat men de sterkere beenspieren moest gebruiken om hem op te spannen. Wat later, in de jaren 1300, ontstond in Kortrijk ook een handboogschuttersgilde. Hun patroon was Sint-Sebastiaan.

Van zodra het weer het een beetje toeliet, trainden de voetboogschutters aan de overkant van de Leie ter hoogte van de Broeltorens (zeg maar parking Dam). Rond 1330 openden ze een lokaal in de Doorniksestraat met kapel en gastenverblijf en al. Tot voor enkele jaren was daar op de hoek met de Langesteenstraat café Saint-Georges, dan hamburgertent Quick en nu een schoenenwinkel. 'Sint-Joris' en een afbeelding van de heilige torenen nog altijd op de mooie artdeco-gevel. Nog niet zo lang geleden was het gebouw achteraan omringd door een overdekt steegje, waardoor je als het ware in een minigalerie de hoek kon afsnijden. Dat was wellicht nog een overblijfsel van de vrijstaande kapel. Maar is thans het steegje ingepalmd door de commercie.

kortrijkse ansichten

Zelf gaan de huidige clubleden er prat op dat hun voorvaderen meevoeren op de eerste kruistocht (1096-1100), in de troepen van de Vlaamse graaf Robert II 'van Jeruzalem' en dat hun banier op de muren van Jeruzalem wapperde. Maar ook daarvan hebben ze niets op papier. Wel staat vast dat ze in 1440 in Gent deelnamen aan een memorabele feestschieting in Gent, toen de tweede grootste stad op aarde, waar zelfs de Bourgondische hertog Filips de Goede in de tribune zat. De Kortrijkse voetboogschutters veroverden er twee zilveren bekers.

Er zit een hiaat in de geschiedenis van de 'stalenbogisten', zoals ze in Kortrijk ook werden genoemd, in de eerste jaren van de Franse tijd (vanaf 1795). De Franse revolutionairen hadden het immers niet zo hoog op met de 'gilden', ook al waren het sportieve gilden. Maar onder Napoleon, in 1801, herbegonnen de boogschietingen. Tot 1810 was dat op 't Plein, met het nodige gevaar voor omwonenden en passanten. In dat jaar kreeg 't Plein voor het eerst een plantsoenaanleg, met een haag rondomrond. De Société Saint-Georges kocht daarop grond buiten de Doornikpoort. Aan de overkant van de straat streek de Sint-Sebastiaansgilde neer.

Het park van de Sint-Sebastiaansgilde werd omstreeks 1870 al verkaveld. Een indrukwekkende rij herenhuizen is in de plaats gekomen. Het Parc Saint-Georges is tot vandaag blijven bestaan.

kortrijkse ansichten

Het is in Parc Saint-Georges dat de club in 1810, in volle Napoleontische tijd, het paviljoen liet bouwen dat er nog altijd te pronk staat. Volgens kenners is het merkwaardig van stijl. De ontwerper heeft er de empirestijl gemengd met de opkomende neo-gotiek. Behalve zijn elegante vorm, waaraan naderhand vanalles is aangebouwd, onder zijn chinees aandoende zware dak, zijn het de spitsbogige ramen die de aandacht trekken.

Hoe ontoegankelijk het Parc Saint-Georges voor buitenstaanders ook is, het fungeert als een fameuze groene long in een van de meeste versteende hoeken van de stad. Tot grote tevredenheid van promotoren en bewoners van flatgebouwen in de omgeving. Zelfs aan de overkant van de spoorweg biedt het park een prachtig panorama aan de nieuwe appartementsgebouwen.

kortrijkse ansichten

Er is lang discussie geweest over wie nu eigenlijk de architect was van het clubhuis. Zeker was dat men hem in 1810 in Rijsel is gaan zoeken. Eerst dacht men dat het François Verly (1760-1822) was, een Rijselse bouwmeester die onder het Keizerrijk in Antwerpen als stadsarchitect aan het werk was. Maar uiteindelijk blijkt het zijn leerling Benjamin Dewarlez (1768-1819) te zijn geweest.

De Société du Noble Chevalier Saint-Georges is al die tijd een elitair gezelschap gebleven. Er werd nogal gerecruteerd onder industriëlen en andere kapitaalkrachtigen of telgen uit beroemde families. De maatschappij heeft zich doorheen de eeuwen ook altijd opmerkelijk flexibel aangepast aan de elkaar opvolgende heersers. Na de nederlaag van Napoleon in Waterloo schaarden ze zich vlotjes onder de hoede van de Hollandse koning Willem I en nadien onder het Belgische bewind. De voertaal is Frans, hoewel een recent bordje op de toegangspoort in het Engels verklaart: "Private Parking. Members only".

kortrijkse ansichten

Van kruisboogactiviteiten is sinds het einde van de negentiende eeuw geen sprake meer. De leden kunnen er zich nu vermeien in tennis en hockey. Voor de aanleg van het hockeyveld in 1945 - eerder speelden ze op de velden van Kortrijk Sport - dempten ze de grote vijver in hun park met puin van de bombardementen op het einde van de Tweede Wereldoorlog.

kortrijkse ansichten

Thans wil de club het hockeyveld voorzien van kunstgras. Men vroeg en verkreeg daarvoor een subsidie van de provincie van 250.000 euro. De provincie wou die subsidie alleen toekennen als Stad Kortrijk bereid was borg te staan. En dat is beslist in de gemeenteraad van 10 februari jl. de borgstelling van de stad bestaat erin dat men het onderhoud van het kunstgrasveld zal overnemen als de club na al die eeuwen toch de geest zou geven.

kortrijkse ansichten

29-04-12

Zondags Kortrijk (ansicht 28)

Elke zondag een bijzonder prentje, een ansicht van Kortrijk.

Mezennestje1.JPG

Het is bijna mei, en in die maand leggen alle vogels een spreekwoordelijk ei. Ik vermoed dat het alleen de vrouwelijke exemplaren zijn. Bij Freddy Clauw in de Olmenlaan is dat al enkele jaren in zijn vroegere brievenbus.

Zeven zakjes doorzichtig vel richten zich meteen op als Freddy het deurtje van zijn vroegere brievenbus voorzichtjes opent, met evenveel fluorescerend gele opengesperde snaveltjes. Ze zijn niet gemakkelijk te trekken die nerveuze opdondertjes; stilzitten staat niet in hun genetische code.

Maar Freddy (auteur volgende foto) heeft blijkbaar een vastere hand dan jullie dienaar - het zijn er dus wel degelijk 7:Foto Freddy.jpg

Voor de op- en afvliegende pa en ma koolmees maken die oversizede bekken het heel duidelijk wat er van hen wordt verwacht: eten! De minuscule jongen liggen op zowat twintig centimeter zacht groen, mos vooral, afgewerkt met een bovenlaagje dons en haartjes - en 't zou mij niet verwonderen als daar ook haartjes bij zijn die Freddy's hondje César op de koer heeft achtergelaten.

Het spektakel keert elk jaar terug. Het is alsof die, toch wel ongewone, nestplek in het collectieve geheugen van een stam koolmezen is opgeslagen. Toch wel een markant voorbeeld van hoe bepaalde vogels zich aanpassen aan de oprukkende verstedelijking.

Mezennestje4.JPG

Freddy woont in de sociale woonwijk Nieuw Kortrijk, door oude Kortrijkzanen soms ook 'Korea' genoemd, naar de oorlog die woedde op het moment van de bouw van de wijk. Met geld van de eerste wet-De Taeye bouwde de stedelijke sociale huisvestingsmaatschappij Goedkope Woning in 1951-1955 een sociale wijk op een waterzieke uithoek van de in de jaren dertig begonnen stadsuitbreiding Nieuw Kortrijk. Disten Pulle, alias Vlasmuseumoprichter Bert Dewilde, omschreef het gebied in een beroemd cursiefje in het weekblad Atlas in 1953 als 'Kortree Plaaze in 't Ingels' (Kortrijk aan Zee). Bij de ophoging van het gebied heeft men de tuinen achter de sociale woningen vergeten. 's Winters hebben de bewoners soms water tot aan hun achtergevel. 

De wijk is merkwaardig om meer dan een reden. Hoewel het allemaal woningen zijn in dezelfde stijl - traditionele baksteengevels -, was het een mengeling van huur- en koopwoningen. De huurders kregen bovendien het recht hun woning na verloop van tijd aan te kopen met aftrek van een deel van de huur die ze al betaald hadden (zogenaamd BA-woningen, vlug afgeschaft wegens onbetaalbaar voor de overheid).

Hier zag men ook voor het eerst een type woningen opduiken dat naderhand heel populair zou worden in Kortrijk: rijhuizen met keldergarages en met de living op een halve verdieping boven het straatniveau. Nog meer vooruit op de tijd waren de 'duplex-woningen', waarin twee gezinnen boven elkaar gehuisvest werden, een soort kangoeroewoningen avant-la-lettre hoewel ze door de maatschappij nooit op die manier zijn uitgebaat. Freddy woont in een dergelijke duplex, in het gelijkvloerse appartement.

De huurwoningen in de wijk zijn heden ten dage dringend aan renovatie toe. Wijkbewoonster Petra Demeyere, sp.a-gemeenteraadslid, bracht die verwaarlozing een tijd geleden in de gemeenteraad ter sprake.

Olmenlaan Freddy.JPG

De woningen hadden eerst allemaal een ingebouwde brievenbus in de gevel. Maar met al die voortuintjes en trappen eiste de Post bussen tegen het voetpad. De meeste bewoners hebben hun oorspronkelijke bussen dan ook toegemetst of gebarikadeerd met plaklint. Freddy niet. En hij vindt het jammer dat niet meer van zijn buren zijn voorbeeld volgen en hun afgedankte brievenbussen ter beschikking stellen van het gevederde volkje.

In de wijk is de zorg voor de natuur nochtans opmerkelijk. Een buurtcomité maakte onder de vleugels van Natuurpunt Kortrijk van een strook restgrond tussen de wijk en een hoge beboste oprit van de Kortrijkse ring een stadsreservaatje, de 'Natuurtuin Gilbert Desloovere'. Freddy's tuin paalt aan die weelderige begroeiing, tot zijn groot genoegen. "Het is nog niet te laat voor de natuur" zegt Freddy: "maar het is toch de hoogste tijd om ze in stand te houden".

Mees.JPG

Nu is het leuk te zien dat de mezenpopulatie in de wijk stevig is en zelfs nog aangroeit, niet alleen door Freddy zijn brievenbus maar ook door de vele nestkastjes die overal worden opgehangen. Anders is het gesteld met de mussen. Er zijn er nog, in tegenstelling tot veel andere plaatsen in Kortrijk, maar toch veel minder dan ooit. Een van de oorzaken van de achteruitgang zou het gebrek aan nestmogelijkheden zijn. De daken zijn zodanig geïsoleerd dat er geen gat meer te vinden is waarin mussen kunnen nestelen.

Misschien moet er eens gedacht worden aan een stedelijke premie voor mussenpannen. De Kortrijkse dakpannenproducent Koramic (Wienerberger) heeft die altijd in zijn assortiment gehad. Hier en daar zie je er nog op daken maar niet op vernieuwde. In Kortrijk bestaat thans al een premie voor de bescherming van zwaluwnesten. De mussen behoren toch ook tot het aloude stedelijke natuurerfgoed?

mussenpan.JPG

Foto Freddy2.JPG

22-04-12

Zondags Kortrijk (ansicht 27)

Elke zondag een bijzonder prentje, een ansicht van Kortrijk.

Bloemfontijn.JPG

In deze traag op gang komende lente - vorig jaar liep de zomer al op zijn einde! - ben ik voor het zondagse prentje op zoek gegaan naar bloesem. Een spectaculaire explosie van bloeisel is te zien in de Stasegemsestraat. Of hoe één boom (kerselaar of pruimenboom?) een hele straat kan opfleuren. De boom is buur van een gewezen café met de heel toepasselijke naam 'Bloemfontijn'. Maar onverlaten hebben het uithangbord met de beroemdste spellingsfout van Kortrijk heel recent van de gevel gehaald. Jammer (voor mijn verhaaltje).

De steenvruchtdrager die dienst doet als levende fontein van bloemetjes staat op het perceel van een arbeiderswoning die  is gesloopt (jaren 80?) in het kader van  stadsherwaarderingsplannen voor de wat achtergestelde buurt. Het was een briljante zet van de stadsplanners om in die groenarme buurt een hoogstam te planten waar men in heel de nochtans zeer lange Stasegemsestraat niet naast kan kijken. In de Pieter de Conincklaan vormt die boom en zijn tweelingbroer een gezellig plantsoentje met een paar rustbanken en een fietsenstalling. Wat verderop staat het gerenoveerde poortgebouw, in art deco-stijl, van de vroegere vestiging van de Vetex-fabriek (eerder Algemene Jutemaatschappij). Het wordt als buurthuis gebruikt.

De felle bloeier is de buur van het pand Stasegemsestraat 84. Daar was tot voor enkele jaren het volkscafé Bloemfontijn. Dat was een herberg met een hele geschiedenis. Hij werd gebouwd in 1900; van meet af aan was het een café. Het kwam tegemoet aan een behoefte van de sinds de aanleg van de Vaart Kortrijk-Bossuit (1861) stilaan volgebouwde fabrieken- en arbeidersbuurt.

Bloemfontijn3.JPG

De werkmanswoningen uit het einde van de negentiende eeuw zijn lang miskend als onvolwaardige huisvesting maar de typerende 'reken' die er nog staan geven de buurt toch stilaan een schilderachtige aanblik. Te herkennen zijn nog de 6 huizen in de Stasegemsestraat van de familie Delombaerde (1873), 5 huizen van aannemer A. Geers-Declercq in de Schaekenstraat (1876), 7 huizen van aannemer Victor Debooserie in de Vaartstraat (1878), 7 huizen op de hoek van de Schaekenstraat en de Stasegemsestraat van Petrus Saelens (1881), 4 huizen van handelaar Gustaaf De Geyne in de Schaekenstraat (1883), hele reken huizen van hoefsmid Gabriël Vanden Broucke in de Stasegemsestraat: 14 in 1868 en nog eens 6 in 1891. En in 1888 verkreeg Minet-Cavenaille een bouwvergunning om zijn schuur in de Stasegemsestraat om te bouwen tot 4 huizen; in 1894 bouwde hij er nog eens 9 huisjes bij. De standaardbreedte van al die woningen is 3,5 meter. Voor zijn gelagzaal kreeg Bloemfontijn een grotere breedte.

De naam van het café is om meer dan een reden merkwaardig. Vooreerst is er die spellingsfout. Die is meer dan 110 jaar op de gevel blijven staan; qua authenticiteit kan dat tellen. Bloemfontein is en was de hoofdstad van de Zuid-Afrikaanse deelstaat Vrijstaat. De naam van de stad bevat op zichzelf al een spellingsfout. Hij is genoemd naar de bron van de chef van de inlandse Khoikhoi; hij werd door de Nederlandse kolonisten Jan Blom genoemd; eigenlijk moest het dus Blomfontein zijn.

Rond de vorige eeuwwisseling woedde in Zuid-Afrika de bloedige Tweede Boerenoorlog (1899-1902), het Engelse imperium op zoek naar diamanten en goud tegen de eerder daar gevestigde Zuid-Afrikaners (Boeren) in hun republieken. Er was in Europa nogal wat solidariteit met de Boeren, ook al omdat de Engelsen er voor het eerst concentratiekampen inrichten waar de vrouwen en kinderen van de guerillavoerende boeren werd opgesloten en uitgehongerd. De president van de boerenrepubliek Transvaal, Paul Kruger, bezocht in de jaren ook ons land, op zoek naar steun. Overal te lande, ook in Kortrijk, werden er grote steunmanifestaties gehouden, onder meer gesteund door de opkomende socialisten.

Uit die tijd stammen veel straatnamen die verwijzen naar Zuid-Afrika. In Kortrijk was het dus een café dat aan die anti-imperialistische beweging een naam ontleende. Toch is het merkwaardig dat het de naam van een stad uit de republiek Onranje-Vrijstaat koos. Meestal nam men namen uit de republiek Transvaal (Pretoria) van de genoemde Kruger. Krüger is in die tijd ook de naam geworden van een biermerk - met een nieuwe spellingsfout: die umlaut op de u hoeft niet.

bloemfontijn2000.JPGHet café in 2000

Het café in de Stasegemsestraat is in de jaren zeventig nog een lokaal geweest van de Kortrijkse afdeling van de Kommunistische Partij, uitgebaat door de broer van André Dekimpe die toen KP-vrijgestelde was. In het zaaltje achteraan was een zelfs een jeugdclubje voor de communistische jongeren. Eigenaardig genoeg hield de waard niet erg van politieke disputen aan zijn toog. De KP werd toen trouwens erg gecontesteerd door extremer varianten. Maar als je hem op zijn paard kreeg, ging hij in zijn achterkeuken een oude affiche opdiepen van een steunmanifestatie aan Francisco Ferrer, de Spaans-Catalaanse anarchist die in 1909 op het kasteel van Montjuïc (Barcelona) werd geëxecuteerd als vermeend leider van een anarchistische opstand. Hij introduceerde heel vernieuwende ideeën in het onderwijs. Die affiche erfde Dekimpe van zijn grootmoeder: "In de strijd voor het algemeen stemrecht is mijn grootmoeder nog vertrokken met een bel op straat. Tegen dat zij op de Grote Markt arriveerde, werd zij gevolgd door een menigte manifestanten!". Dat moet in 1902 geweest zijn. (Ik had eerst geschreven 'moeder' maar Ivan Vermeulen maakte er mij op attent dat de moeder van Romain pas in 1908 is geboren. Ik heb het dus gecorrigeerd.)

Waartoe een pak bloesem toch al niet kan leiden!

Toch jammer dat het uithangbord van café Bloemfontijn zonder boe of ba is verwijderd van de gevel. Op het venster is een kenteken aangebracht van het jongerenvormingscentrum Arktos

Bloemfontijn2.JPG

15-04-12

Zondags Kortrijk (ansicht 26)

Elke zondag een bijzonder prentje, een ansicht van Kortrijk.

BIsisdo 1.JPG

De prentjesjacht vandaag gaat naar een wel zeer mysterieuze, zeg maar mystieke plek in de stad: de Mariagrot van broeder Isidoor, op het kloosterdomein van de Passionisten (Veldstraat-Wandelingstraat). In 1984 is op het hoofdkwartier van de katholieke kerk in Rome officieel bevestigd dat zich daar een 'mirakel' heeft voorgedaan. Zo staat het toch in het dossier van de 'zaligverklaring' van broeder Isidoor. Grot en graf van de broeder trekken nog steeds volle bussen bedevaarders, hopend op een beetje meeval, wat troost of een gelukkig 'hiernamaals'. De Sint-Antonius-kerk van de Passionisten is een vroeg werkstuk van François Hennebique, later wereldberoemd uitvinder van het gewapend beton.

Alleen de naam van de straat, Veldstraat, herinnert nog aan wat de paters en broeders Passionisten daar aantroffen toen zij in 1873 in Kortrijk neerstreken: een terrein landbouwgrond tussen de velden, niet ver van de gedempte stadsgracht en de Sint-Janspoort. Nu is het hartje stad, een oud ogende wijk al.

BIsisdo 2.JPG

In 1908 bouwde men er naast het klooster een kunstmatige grot, min of meer een kopie van de Masabiellegrot in Lourdes (Franse Pyreneeën), waar in 1858 de katholieke moeder gods, Maria zou zijn verschenen aan het herderinnetje Bernadette Soubirous. Het opvallende bouwsel werd ook de jubelgrot genoemd omdat het Lourdesgebeuren toen vijftig jaar geleden was. Van meet af aan was de grot op zichzelf reeds een aantrekkingspool voor bedevaarders.

BIsisdo 5.JPG

In 1912 arriveerde de nog jonge maar doodzieke (kanker) broeder Isidoor in het klooster. De boerenzoon uit Okkerzele (Waasland, 1881-1916) maakte er zich nuttig, eerst als kok voor het klooster en het bijhorende Sint-Gabriëlscollege, later als portier in het winkeltje van religieuze snuisterijen bij de grot. De grotbezoekers vonden hem heel sympathiek; hij werd op de duur 'broeder Goed' genoemd.

Als 'goedgelovig' had men hem ook kunnen typeren. Verschillende van zijn brieven aan zijn ouders zijn bewaard gebleven. Behalve de te verwachten godsdienstigheden blijkt er ook een zeker heimwee uit naar zijn vroeger leven als boerenjongen en wat schrik voor de boze buitenwereld waaraan hij was kunnen ontsnappen bij de paters en broeders. Van de socialisten die toen volop aan het opkomen waren, moest hij evenmin iets weten (citaat brief): "Gij leest soms in de gazet over de socialisten, hoe die zeggen : alleman gelijk, alleman even rijk. Ja maar zij werken allemaal voor de kas van een die alles binnenpalmt. Maar hier zijn wij allen gelijk van de overste tot de laagst geplaatste : allen aan ene tafel. allemaal in een gebed, allemaal in ene rust, allen in een verzet, allen gelijk aan het werk : de enen met de geest, de anderen met het lichaam volgens ieders gesteldheid".

.   

 

Straks meer

08-04-12

Paaszondags Kortrijk (ansicht 25)

Elke zondag een bijzonder prentje, een ansicht van Kortrijk.

Docquir 5.JPG

In mijnen tijd vertelden ze aan de kindjes - om ze braaf te houden - dat de paaseieren werden uitgestrooid bij het krieken van de Paasdag door de klokken na hun terugkeer uit Rome. Die klokken waren halverwege de mis op Witte Donderdag naar Rome gevlogen om die eieren van bij de paus te gaan ophalen. En waarempel op Goede Vrijdag en Stille Zaterdag was noch op de toren van Sint-Maarten, noch op die van Onze-Lieve-Vrouwe of van Sint-Elooi of Sint-Rochus en zelfs niet van Sint-Eutropius of Sint-Audomarus enig gebeier te horen! Dat was het katholieke sprookje.

In de protestantse gebieden (Duitsland, Nederland) was het de paashaas die de eieren kwam leggen. Thans zijn al die vertellingskes overal te horen. Nog een geluk dat Coca-Cola het chocoladeneierengesnoep niet heeft aan de haak geslagen.

Docquir 3.JPG

In Kortrijk is het traditie dat de winkeliers hun paasbeste beentje voorzetten om op Witte Donderdag uit te pakken met zo mooi mogelijke etalages. Ik heb er eentje uitgekozen. Wie de andere wil zien - zeer de moeite waard! - moet maar zelf gaan kijken. 

Bij Gyselinckdesign, Wijngaardstraat 26-28, is er overigens tot eind mei een opmerkelijke tentoonstelling: 'Kortrijkse commerçanten'. Winkeliers worden er met familie en al in beeld gebracht in hun etalage. Het is een project van de Kortrijkse zelfstandige fotografe Sabine Deknudt (Jan Palfijnstraat 8). 

Bij bloemist Vincent Docquir in de Leiestraat zijn de klokken op zijn gevel geland. Ze trekken niet alleen kleurrijk de aandacht naar zijn boetiek maar naar heel de straat, een van de hoofdstraten van de stad.

Docquir 2.JPG

Vincent Docquir startte in maart 2007 een zaak van 'florale vormgeving' in de Leiestraat 38 in Kortrijk. Hij maakt boeketten en bloemstukken volgens de wensen van zijn klanten voor begrafenissen, huwelijken en andere bijzondere gelegenheden. Het zijn telkens originele creaties. Zijn werk is te zien op zijn website.

Docquir 4.JPG

01-04-12

Zondags Kortrijk (ansicht 24)

Elke zondag een bijzonder prentje, een ansicht van Kortrijk.

kasteelbrug A1.JPG

Vandaag brengt het zondagse plaatje ons tot op de Acropolis. Maar beide voetjes op de grond - of is het in het Leieslib? - : het gaat over dat onnozele brugje genaamd 'Kasteelbrug'. Het was de eerste compensatie voor stad Kortrijk voor de vreselijke Leiewerken. Het is ontworpen - maar niet het meest geslaagde project - van een wereldberoemd stedenbouwkundige. Het ligt in de weg voor de ontwikkeling van de jachthaven die Kortrijk al zo lang begeert. En dat kasteel, waar slaat dat op?

Het stadsbestuur maakte een paar weken geleden bekend dat Waterwegen & Zeekanaal, het Vlaamse overheidsagentschap voor de waterwegen, toch nog altijd van plan was om de Kasteelbrug, over de Oude Leie tussen de Kasteelkaai en de Reepkaai, te verhogen. Daarmee zou ook die Leiearm, in het hartje van de stad, weer bevaarbaar worden, althans voor plezierboten. Momenteel verspert die brug de stroomafwaartse toegang tot de jachthaven die de stad graag zou ontwikkelen om en rond de Broeltorens. Ook de stroomopwaartse toegang tot de Oude Leie is moeilijk want de nieuwe Kalkovenbrug (Damkaai) over de samenvloeiing van oude en nieuwe Leie is, hoewel wat hoger, eveneens veel te laag voor jachten en toervaartboten van enige omvang.

kasteelbrug 4.JPG

De Kasteelbrug is de eerste compensatie van hogerhand geweest voor de Leieverbredingswerken die de doortocht van van de rivier door Kortrijk onvermijdelijk ooit moesten teisteren. Het was nog kortstondig burgemeester Jozef De Jaegere, die in 1983 - bijna 30 jaar geleden! - Kortrijk de bittere pil liet slikken onder twee voorwaarden. De stad moest vooreerst beter uit de grootschalige werken in zijn volle centrum komen. En bovendien mochten de werken niet al te lang aanslepen. Ik hoor het hem nog zeggen: "Het zou een drama zijn voor het leven in ons stadscentrum als die werken ons tien jaar of langer zouden gijzelen". Welnu, het ziet er niet naar uit dat het laatste grote deelproject, de bouw van een nieuwe Budabrug, een ophaalbrug, zal voltooid worden voor 2014.

Om er voor Kortrijk het beste van te maken liet het Kortrijkse stadsbestuur zich begeleiden door een 'deskundig' team. De Jaegere deed daarvoor een beroep op zijn vriend, de wereldberoemde professor Raymond M. Lemaire, van de Université de Louvain-la-Neuve. Dat was meteen heel hoog gegrepen, want de hoogleraar Kunstgeschiedenis (hoewel hij jurist was van vorming) was eerder betrokken bij de restauratie van wereldwonderen zoals de Acropolis in Athene, de tempels van  Borobodur in Indonesië en de Kasba van Algiers!

Het contract werd afgesloten tegen een prijsje van een dikke 3 miljoen frank (78.111 euro, gemeenteraad 13 april 1984). Veel begeleiding heeft de vedette aan zijn Kortrijkse cliënt niet kunnen verstrekken. Na jaren getalm is het dossier pas in 1996 op gang gekomen onder socialistisch minister van Openbare Werken Eddy Baldewijns. Lemaire, ondertussen baron geworden, was toen al 75 jaar (hij overleed trouwens het jaar nadien). Zijn begeleidingswerk werd grotendeels overgenomen door de logische instantie voor die job: de intercommunale Leiedal.

kasteelbrug 5.JPG

Maar het folietje van Jozef De Jaegere, de schoonvader van Stefaan De Clerck, heeft toch 1 spoor nagelaten in het stadsweefsel: de Kasteelbrug. De oorspronkelijk door de Vlaamse diensten ontworpen extra oeververbinding over de oude Leiearm voldeed niet in de ogen van de restaurator van de Acropolis. Hij vond het ontwerp vooral niet mooi en niet monumentaal genoeg. Hij liet dan maar zijn studenten een nieuw plan tekenen en het is naar dat plan (hieronder een schets uit 1992) dat het bruggetje is uitgevoerd.

 

kasteelbrug schets 1992.JPG

Het is een geval geworden waarbij op geen ton arduin is gekeken - zelfs het beton ziet eruit als rotssteen. Het moest een licht kunstwerk worden maar het is een logge constructie geworden. En die logheid is bovendien nep. De brupijlers zijn aangekleed met arduinen platen maar die reiken niet tot in het rivierwater op momenten dat de Leie laag staat. In Kortrijk zeggen ze van iemand die een pantalon aan heeft met te korte pijpen dat het heeft gebrand in zijn kleerkast. Waaraan de onderkant van een brugje allemaal niet doet denken!

Zelfs voor dat brugje heeft Kortrijk nog veel geduld moeten hebben. De bouw is pas op 2 november 1994 kunnen starten, door aannemer Jan De Nul, Aalst (19.378.700 frank of zowat 480.000 euro). 

kasteelbrug 2.JPG

Het ergste van die Kasteelbrug uit 1994 is dat zij de stroomafwaartse toegang van schepen tot de oude Leiearm simpelweg barrikadeert. Na verloop van tijd heeft men die toegang ook verboden met een verkeersteken 'verbod door te varen' (twee rode liggende balken met een witte ertussen) op de reling van de brug. Alsof enige bootbestuurder dat zou aandurven. Aan de stroomopwaartse kant van de brug is er nu een gezellige drukte van plezierbootjes, die moeten drummen voor een plaatsje. Aan de stadskant van de brug ligt een lege steiger, waaraan een half ondergelopen verroeste reddingssloep nog niet weet dat aan het zinken is. Waar is de tijd dat het Mosselschip aan de Dolfijnkaai lag? Het zou er nu niet meer naartoe kunnen varen.

kasteelbrug 3.JPG

De aankondiging dat de Kasteelbrug binnen afzienbare tijd (binnen 10 jaar?) zal worden opgehoogd is daarom goed nieuws. Maar die belofte komt er niet voor het eerst. In 2006 vatte het toenmalige stadsbestuur, CVP-SP, het plan op om de boorden van de oude Leie grondig te verbouwen. Het succesvolle Gentse project Portus Ganda achterna. Zo zouden ondermeer de Broelkaai en de Verzetskaai gradinsgewijs verlaagd worden tot bijna op rivierniveau. Zo zou een aantrekkelijk en groot amfitheater worden gevormd, met de Broeltorens als monumentaal decor, waarop volop terrassen aan de waterkant kunnen gedijen, met zicht op aanmerende bootjes. Toen al, in 2006, pakte men uit met het plan de miskleun van de Kasteelbrug te verhogen. Maar de nieuwe coalitie, CD&V-OpenVLD, stelde het project Leieboorden sine die uit.

Maar waar verwijst de naam Kasteelbrug (en Kasteelkaai) naartoe? Daar is in de verste geen kasteel te bespeuren. Dat was ooit anders. Precies ter hoogte van de Kasteelbrug stond tussen 1394 en 1684 het zogenaamde Bourgondische Kasteel. Het werd gebouwd door de Bourgondische hertog Filips de Stoute, die ook graaf van Vlaanderen was. Hij trok het op als versterking tegen enigerlei bedreiging door zijn grote rivaal, de Franse koning. Maar het was ook wel bedoeld om de roerige stad die Kortrijk was in bedwang te houden.

Bourgondisch_kasteel1.jpg

Het kasteel werd in 1684 opgeblazen door de Franse koning Louis XIV. In de Frans-Spaanse Oorlog had hij weliswaar Kortrijk veroverd maar door de Vrede van Regensburg moest hij de stad weer afstaan aan de Habsburgers die toen de lage landen in hun bezit hadden. En voor hij Kortrijk ontruimde, moest hij eerst nog de versterkingen met kasteel en al ontmantelen. De ruïnes zijn er blijven liggen tot het stadsbestuur in 1781 besloot er een kaai te bouwen, de Kasteelkaai dus. 

kasteelbrug 6.JPG


25-03-12

Zondags Kortrijk (ansicht 23)

Elke zondag een bijzonder prentje, een ansicht van Kortrijk.

frituur1.JPG

Ze verdwijnen een voor een uit het straatbeeld: de vrijstaande frietkoten. Eind 2012 zou zelfs de legendarische frituur op de Grote Kring - 105 jaar oud! - eraan moeten geloven. Ze zou in de weg staan voor bepaalde stadsvernieuwingsplannen. Die frietkoten op de openbare weg vallen onder het stedelijke reglement voor ambulante en kermisactiviteiten. Meer bepaald wordt hun activiteit beschouwd als 'kermisgastronomie'. Een van de bepalingen van het reglement is dat de frietbakkers jaarlijks een standgeld moeten betalen. Overigens lijkt achter dat reglement de bijbedoeling dat culinair erfgoed zoveel mogelijk te beperken.

Maar het frietkot dat vandaag mijn aandacht trekt, is een speciaal geval, De Smullhoek in de Oude Ieperseweg in Heule. Het staat zo vrij als het kot van Nero's boezemvriend Jan Spier (in de Fraterstraat in Merelbeke bij Gent). Toch ontsnapt De Smulhoek aan voormeld reglement want het staat op de eigen grond van de uitbater. Wat niet wil zeggen dat zijn frieten het predicaat 'gastronomie' niet verdienen. In elk geval is het er druk, met vaste klanten uit de buurt en veel scholieren uit scholen in de omgeving. Met die vaste cliëntèle kan de baas het zich zelfs permitteren de zaterdag heel de dag te sluiten. En aangezien de Oude Ieperseweg dagelijks veel - te veel - verkeer verwerkt, stoppen er ook heel wat passanten. De zaak is dan ook uitgerust met een ruime, private parking.

frituur2.JPG

De naam van het patatkraam is een beetje speciaal: 'De Smullhoek' met twee l'en. De L van likkebaarden waarschijnlijk.

Wegens gezondheidsredenen staat de zaak al enige tijd te koop. De prijs is een opmerkelijk laag, 99.000 euro, via makelaar Maribrik. Die investering levert je niet alleen een volledig uitgeruste, startklare en drukbeklante frituur op, met inbegrip van handelsfonds en inboedel, maar bovendien 214 m² grond. Het is nog geen bouwgrond, maar dat kan het vlug worden. Het is 'woonuitbreidingsgebied'. Het volstaat dat het stadsbestuur een ruimtelijk uitvoeringsplan (RUP) goedkeurt om er bouwgrond van te maken.

Nergens in groot-Kortrijk is er meer verkaveld in de jongste jaren dan in Heule. Vroeg of laat komt ook het binnengebied achter de Kortrijksestraat, de Oude Ieperseweg en de Moorseelsestraat aan bod. Naast het terrein van de frituur ligt trouwens een discreet, onverhard maar openbaar weggetje naar enkele oude woningen aan de afgeschafte overweg Leiaarde (achterkant KTA Heule).

frituur3.JPG

De Smulhoek is op zichzelf erfgoed. Vrijstaande frietkoten behoren tot onze eigenheid! Maar wie kan denken dat het kraam bijna rug aan rug staat tegen een op de lijst van waardevol erfgoed opgenomen pand? Samen met de twee werkmanshuizen vormt De Smulhoek echt een hoek, de hoek van de Oude Ieperseweg en de Kortrijksestraat. Het echte hoekhuis, Oude Ieperseweg nr. 1, trok de aandacht van de deskundigen van het Vlaamse agentschap Onroerend Erfgoed, die steeds op zoek zijn naar gebouwen die het conserveren waard zijn. Het wordt omschreven als: "Arbeidershuisje van ca. 1900 met verankerde bakstenen lijstgevel. Aflijnende overhoekse muizentandfries. Muurkapel".

OI1.JPG