21-04-08

De Kortrijkse vlasvallei: Golden River en lage lonen

roterij 31

Het Vlaams-Nederlands tijdschrift 'Erfgoed van Industrie en Techniek' pakt uit met een speciaal nummer gewijd aan het vlaserfgoed. Uiteraard komt het Kortrijkse, de vallei van de legendarische Golden River, daarin uitvoerig aan bod. Het zeer gedocumenteerde werk biedt een schat aan historische wetenswaardigheden over de vlassector in verschillende streken in Europa. In een uitvoerig interview laat Bert Dewilde, oprichter van het Nationaal Vlasmuseum vooral zijn sociale ingesteldheid zien. En er wordt natuurlijk ook aan de alarmklok getrokken om toch maar nog wat van het ooit zo talrijk aanwezige vlaserfgoed te conserveren. Zelf deed ik een kleine expeditie naar een verlaten roterij op een Leie-oever in Kuurne. Het staat er nog allemaal... kapot te gaan.

roterij 41

Bert Dewilde 

"Ik heb geen liefde voor het vlas. Ik heb er te veel de sociale nadelen en de slachtoffers van gezien" is een verrassende uitspraak van Bert Dewilde, stichter van het Nationaal Vlasmuseum in Kortrijk. De oprichter van 'le musée mère du lin', zoals men in een andere vlasstreek, in Normandië, de Kortrijkse trekpleister noemt, wordt diepgaand geïnterviewd in het jongste nummer van 'Erfgoed van Industrie en Techniek - Vlaams-Nederlands tijdschrift voor industriecultuur'. Interviewer is Adriaan Linters, dè promotor van het behoud van industrieel erfgoed in de lage landen.

Als kind van de vlassersgemeente Bissegem herinnert Bert Dewilde zich nog het lawaai, het stof en de reuk van het vlas. Hij is het onmenselijke van het harde labeur niet vergeten. Hij weet nog "hoe kinderen van grote gezinnen voordat ze naar school gingen, eerst een uur moesten zwingelen, over de middag ook een half uur kwamen zwingelen, en na de schooluren nog een paar uur aan het werk werden gezet". Dat waren kinderen van amper 10 jaar. Zwingelaars leefden niet lang; ze kregen last van een soort stoflong. Dewildes grootvader was vlashandelaar-slager. In de week stond hij in het vlas, in het weekend in de slagerij: "De mensen aten maar één keer per week vlees, op zaterdag of zondag".

Dàt verhaal werd door niemand verteld; dat vond je vroeger niet in de musea die enkel over kunst gingen en over grote mannen en hogere klassen, aldus Dewilde. Vandaar dat hij verbeten op zoek ging naar het oud ijzer, waarvoor de oude vlasserswerktuigen werden aanzien. Hij wou niet dat dit reële verleden van onze streek in de vergetelheid zou wegzinken. Het interview doet je met heel andere ogen kijken naar de taferelen met wassen poppen in het Vlasmuseum. Het is veel meer dan een folkloristische versie van Madame Tussaud's; het is een concrete evocatie van ons sociaal verleden.

Golden River

Het 80 bladzijden dikke dubbelnummer is onmisbaar voor wie iets wil te weten komen over de industriële geschiedenis van onder meer de Kortrijkse Leiestreek. Toeristische brochures stellen het soms voor alsof het vlas in onze contreien een ononderbroken opgang naar algemene welvaart heeft gebracht. In zijn heel gedocumenteerd en rijkelijk met oude foto's verluchte essay "De vlasvallei", schets Adriaan Linters een heel wat genuanceerder verhaal.

Zo doorprikt hij de opvatting alsof Kortrijk zijn vlassucces zou te danken hebben aan het uitzonderlijke Leiewater - de Golden River weet je wel. Ook op andere plekken in Europa bestaan immers waterlopen met vergelijkbare en zelfs betere eigenschappen, schrijft Linters. Toen de vlasbedrijvigheid zich in de 19de eeuw in en rond de Groeningestad ging concentreren, was dat niet zozeer aan het Leiewater te danken maar aan factoren zoals de goede ligging voor import en export en vooral ook ... de erg lage lonen.

Linters noemt dat de beschikbaarheid van een groot aantal handen, die voor dit uitzonderlijk arbeidsintensief proces, bereid waren tot lang na de Eerste Wereldoorlog tegen lage lonen te werken. Die lage lonen waren een uitvloeisel van de miserie - hongersnood zelfs - in de jaren 1840 en de onbestaande syndicalisatiegraad. Met vlas kon je dan ook in onze streek grote winsten maken, ... zolang je zelf je handen niet moest vuilmaken.

Roten en herroten 

Die onuitputtelijke bron van goedkope slavenarbeid stond lange tijd zelfs de mechanisering en de modernisering van het vlasbedrijf in de weg. Vernieuwers zoals de Vansteenkistes werden tegengewerkt en soms openlijk geboycot, zoals te lezen valt in een ander artikel van Adriaan Linters: "De geur van welstand. Vlas roten - tussen wetenschap, techniek en milieuhygiëne".

Dichter Emile Verhaeren bejubelde het vlas uit Zuid-West-Vlaanderen als volgt: "Que nulle part ailleurs, sous la clarté des cieux, O Lys! toile n'est blanche autant qu'en Flandre". De kwaliteit en de bleekheid van het gezwingelde vlas uit onze streek zijn altijd sterke troeven geweest. Dat was onder meer te danken aan de vakbekwaamheid van de vlassers, de kieskeurigheid waarmee ladingen onbewerkte stengels werden opgekocht tot in het noorden van Nederland en in Frankrijk, en vooral de toepassing van het herroten. De stengels werden niet eenmaal maar verschillende keren in de Leie gedompeld en tussendoor gedroogd en gebleekt in de zon. De Leie speelde daar ook wel een rol in door het traag afvoeren van de afvalstoffen van het rootproces.

Dat roten gebeurde niet reukloos. De langzaam wegdrijvende afvalstoffen verpesten vaak tot in Gent de lucht op de oevers van de Leie. Talloos waren de pogingen van de elkaar opvolgende overheden om die stinkende toestand te verbieden. Uiteindelijk is het de nazibezetter die in 1943 het Leieroten definitief heeft stilgelegd, zogezegd om het visbestand te beschermen (!). Ondertussen was men, na veel aanvankelijke argwaan en tegenstand, algemeen overgestapt op het roten met verwarmd water in rootputten. De rol van vernieuwers zoals de Vansteenkistes en "een reeks andere uit de vlasserswereld gegroeide knutselaars en uitvinders" moet daarbij zeker vermeld worden.

Léonard De Kien en Jef Coole

Veel gezwingeld vlas werd uitgevoerd, vooral naar Engeland en Ierland. Pas in 1850 ging in Kortrijk de eerste mechanische vlasspinnerij aan de slag: de firma Boutry-Van Isselsteyn & Cie, op de gronden van het gewezen Recolettenklooster op Overleie (Nijverheidskaai-Gasstraat). Omstreeks 1880 werd het bedrijf overgenomen en uitgebreid door de industrieel Léonard De Kien. In het tijdschrift staat een prachtig briefhoofd afgedrukt van van de firma waarin een afbeelding is verwerkt van de grote fabriek (p. 15).

Wat niet in het tijdschrift staat: het is in die fabriek - een van de grootste vlasfabrieken van het land - dat het socialisme in Kortrijk voor het eerst wortel schoot bij de arbeiders. Omdat hij een ontluisterend artikel schreef over de afgrijselijke werkomstandigheden bij De Kien, vloog vakbondspionier Jef Coole voor zes maanden in de gevangenis in 1909. Van die fabriek schiet jammer genoeg nog slechts een klein deel over. Conservatie van dit industrieel erfgoed waar bijvoorbeeld alle linnen voor de uniformen van het Nederlandse koloniaal leger werd geproduceerd, komt te laat.

Overigens toont Adriaan Linters overtuigend aan dat de regionale economie in het Kortrijkse voor een groot deel uit de vlasverwerking is gegroeid. 70% van de plant zijn afvalproducten, die werden aangewend als grondstoffen voor andere activiteiten. De lange vezels werden gesponnen voor textieltoepassingen. Van de kortere werden touwen gemaakt of papier. Uit het zaad van het vlas werd lijnolie geperst in talrijke oliemolens, die ook wel andere zaden verwerkten (koolzaad, raapzaad en kempzaad van hennep). De olie ging naar diverse bedrijven (verlichting, zeep, smeermiddelen, vernis enzovoort). Het afval van die oliemolens kon dan weer verwerkt worden in nog andere bedrijfstakken. 

 

roterij51

 

Vlaserfgoed

Over het behoud en de herwaardering van vlaserfgoed in Europa gaat het eerste artikel in het tijdschrift. Auteur is Lucie Maluta, archeologe van Boulogne-sur-Mer. In het stuk zijn heel wat oude foto's opgenomen. Een ervan toont een authentieke vlasserswoning in Kuurne; nu weet ik eindelijk wat een 'pedeir' is: een kelder voor het vochtig bewaren van het gezwingeld vlas.

Voorts krijg je ook een essay over het vlas in Friesland (en afgesloten tijdperk?), van Gerrit Herrema, secretaris van de Friese verenigin,g voor historische landbouw. Luc Soens, voorzitter van vzw Preetjes Molen, schrijft een verhandeling over die vlaszwingelmolen in Heule. Er is een bespreking van het Nationaal Vlasserij-Suikermuseum in Klundert, Nederland.

En ten slotte vind je in het tijdschrift nog een overzicht van al wat er op het wereldwijde net te vinden is over het vlas. Vermelden we speciaal de collectie vlasfoto's van de beeldbank van de provincie West-Vlaanderen.

roterij61

Het dubbeldikke nummer gewijd aan het vlaserfgoed van het Vlaams-Nederlands tijdschrift voor industriecultuur 'Erfgoed van Industrie en Techniek' is te koop tegen 16,65 euro per exemplaar. Bestellen kan door het juiste bedrag te storten op bankrek. nr. 462-7314161-68. Het bestelformulier vindt u HIER.

roterij71

De foto's tonen de roterij Sabbe, Bondgenotenlaan in de Kortrijkse buurgemeente Kuurne. Het is een onaangeroerd gelaten vlasroterij op de oevers van de Leie, gestopt op het einde van de jaren zeventig. Dit doornroosje van industrieel erfgoed is sindsdien in versneld tempo aan het vervallen. Toch werd de roterij in 2005 nog beschermd als monument: de schoorsteen, de stoomketel en de stoommachine Phoenix Gand met toebehoren. En waarempel staat daar nog een grote vlaswagen geparkeerd, niet beschermd.