11-07-06

Een eigentijdse kijk op een gebeurtenis van 704 jaar geleden

In het gewezen klooster van de Arme Klaren, ooit het laatste hoofdkwartier van de Groeningeabdij, is vandaag het museum 'Kortrijk 1302 - één dag zeven eeuwen' ingericht. Een discrete maar smaakvolle nieuwbouw van het architectenbureau De Meyere, Devolder & De Laey versterkt de historische site. Het museum verrast door zijn relativerende kijk op de Guldensporenslag. Het was een veldslag, die een van de vele op het Kortrijkse slagveld had kunnen blijven, ware het niet dat men hem in de 19e eeuw opnieuw ontdekt heeft als nationalistisch ijkpunt. Het eigentijdse museum, aantrekkelijk voor alle leeftijden, doorprikt de mythe. Dat het museum, onder een dak met het Streekbezoekerscentrum voor Kortrijk & de Leiestreek, een stroom toeristen op gang zal brengen, staat in de sterren geschreven.

Groeningeabdij

Het museum is ondergebracht in gebouwen die men in Kortrijk met graagte de Groeningeabdij noemt. Dat is toch wel een wat grove vereenvoudiging van de geschiedenis. De christelijke instelling begon als een grafelijk geschenk voor hand en spandiensten. Ene Walter was meegetrokken op kruistocht en kreeg als bedanking een 'leen' (gronden dus) op de Rodenburg in Marke. Zijn dochters stichtten er in 1236 een cisterciënzerabdij, met ... Franse nonnen. Zeg maar abdijtje, met veel gronden en bezittingen en weinig nonnen en altijd zeer Fransgezind.

In 1259 werd de rijke vrouwengemeenschap in Marke overvallen door een bende woestelingen. Daarom verkaste de gemeenschap zich naar de Groeningekouter, ongeveer op de plaats waar nu de Abdijkaai ligt aan de Vaart Kortrijk-Bossuit die toen nog niet bestond. Van dan af sprak men van de Groeningeabdij. Op Groeninge hield de vermogende gemeenschap het 350 jaar uit. Gelegen buiten de stadsmuren had de abdij te lijden van elk leger dat onze streek passeerde, en er passeerden er veel. In 1573 werd de Groeningeabdij verwoest door de Geuzen.

Pas in 1593 kwam het hoofdkwartier van de religieuze grootgrondbezitter om veiligheidsredenen wat dichter bij de stad, in wat nu de Groeningeabdij wordt genoemd. Na 200 jaar was het ook daar gedaan, na liquidatie door de Franse revolutionairen in 1796. Van 1842 tot 1978 namen de Arme Klaren hun intrek in de gebouwen.

Met die locatie had de slag van 1302 dus niets te maken, wel met het Groeningeveld wat verderop naar Harelbeke toe.

Guldensporenslag

De slag op 11 juli 1302 was een opvallende episode - maar slechts een episode - in het aanhoudende feodale conflict tussen de machtige koning van Frankrijk en de bijna even machtige graaf van Vlaanderen (toen slechts het huidige West-Vlaanderen, een deel van Oost-Vlaanderen en nog wat gebieden in Henegouwen en Noord-Frankrijk). Die Frans-Vlaamse feodale oorlog was zelf slechts een uiting van de voortdurende strijd tussen krijgsheren voor de macht over gebieden waar belastingen konden geheven worden.

Opvallend was de overwinning van een legertje dat grotendeels uit gemeentelijke milities en boeren bestond op ridderscharen. Het ging om 8.000 man tegen 8.000 man.

Het Vlaamse aspect aan de schermutseling was de steun van het ene kamp aan de opgesloten graaf van Vlaanderen, de Franse edelman Gewijde van Dampierre. Maar je kan niet zeggen dat het 'Vlaamse volk' toen als één man achter dat gekroonde hoofd stond. De Vlaamse gewesten waren grondig verdeeld. In de grootste stad van het toenmalige Vlaanderen, Gent, bleven de koningsgezinden aan de macht; zij deden niet mee. Wie wel meedeed was bijvoorbeeld een zoon van de Vlaamse graaf, Guido, graaf van Namen, met een Waalse troep.

Het nationalisme, eerst het Belgische en daarna het Vlaamse, haalde die ene van de vele slagen bij Kortrijk naar boven. Heruitvinder van wat hij de Guldensporenslag noemde, was de Kortrijkse notabele Jacob Goethals-Vercruysse op het einde van de 18e eeuw. Zijn studie inspireerde Henri Conscience tot het schrijven van 'De Leeuw van Vlaanderen', waarmee de nationalistische romantiek vleugels kreeg.

Maar ik citeer Véronique Lambert, die het wetenschappelijk comité van Kortrijk 1302 voorzit: "Het grootste misverstand is dat de Guldensporenslag iets met Vlaamse identiteit of nationaliteit zou te maken hebben"...

Eigentijds museum

Hetgeen in het museum, op een heel aantrekkelijke manier, aan de bezoekers wordt meegegeven, is inderdaad wetenschappelijk verantwoord. Met dit nieuwe museum is Kortrijk niet in de val van het chauvinisme getrapt.

De vormgeving is interactief en multimodaal. Je loopt tussen schitterende decors waarin zeven eeuwen opnieuw tot leven komen. Met een audiogids aan het oor hoor je de Doornikse abt Gilles Li Muisit, een tijdgenoot die het oudste geschrift erover maakte - het originele handschrift is een van de pronkstukken van het museum - de gebeurtenis van 1302 becommentariëren. Onderweg kun je goedendags, zwaarden en maliënkolders betasten en bots je de meest uiteenlopende objecten en documenten. Met een stofferig historisch museum heeft dit gelukkig niets meer te maken.

Een bijzonder object is een replica van de 'Koffer van Oxford". Het houtsnijwerk op het voorpaneel van de koffer zou de gebeurtenissen uitbeelden die in Vlaanderen leidden tot de Guldensporenslag. De kist zou kort na de slag in Brugge zijn vervaardigd als diplomatiek geschenk aan de Engelse koning. Sommigen twijfelen aan de authenticiteit van het voorwerp. De replica van de koffer is een schenking van de Koninklijke Geschied- en Oudheidkundige Kring van Kortrijk, onder het voorzitterschap van baron Goethals, nazaat van Jacon Goethals-Vercruysse. Filippe De Potter en Didier Dumolin schreven over de kist en de reconstructie door Jean-Albert Glatigny een interessante monografie.

Als apotheose word je in de zogenaamde 'kapel van de Groeningeabdij' (de echte abdijkapel werd in 1804 gesloopt) vergast op een film van niemand minder dan Stijn Coninx en met Vic De Wachter, Michaël Pas en Kurt Van Eeghem in de hoofdrollen. De meeslepende prent geeft een nuchter beeld van de Guldensporenslag en de betekenis die hij kreeg vanaf de 19e eeuw. Je zit er op vrolijke designstoeltjes van Quinze & Milan.

Stijn Coninx werkte ook samen met het bureau Maverick, waarin Niek Kortekaas en Johan Schelfhout het hele concept van het museum ontwierpen. Het museum in deels gevestigd in de oude gebouwen van de Arme Klaren en deels in een strakke nieuwbouw. Aan de buitenkant is het contrast groot, maar dat stoort niet door de kwaliteit van de architectuur. De architecten waren de Kortrijkzanen Eric De Meyere, Geert Devolder en Christian De Laey. In het moderne gebouw zelf zijn de brede ramen zo aangebracht dat je aandacht voortdurend wordt gevestigd op de historische gebouwen errond. Op een binnenplaats staat een immense maquette van het slagveld.

Conservator Isabelle De Jaegere, die meer dan 50.000 bezoekers per jaar verwacht, mag terecht fier zijn op deze realisatie. Het is een investering van 3 miljoen euro, voor een derde gefinancierd door Toerisme Vlaanderen. Ook het Streekbezoekerscentrum voor Kortrijk en de Leiestreek is in het museum gevestigd. In de inkomhal zie je onmiddellijk een indrukwekkende draaiende kubus met kiekjes uit de hele Leiestreek. Daarmee maakt de nieuwe vzw Toerisme Leiestreek duidelijk dat ze meedoet. Dat is ook het geval met de toeristische dienst van Stad Kortrijk.

Deze toeristische trekpleister is gratis te bezoeken op elke weekdag behalve de maandag, van 10 tot 18 uur. Zie ook: http://www.kortrijk1302.be