13-08-07

Democratie in de gemeente: het Nederlandse voorbeeld

raadszaal Ede

De gemeenteraadszaal in Ede 

Morgen, 14 augustus 2007, ga ik mijn afstudeerscriptie verdedigen in het hoofdkwartier van Open Universiteit, Heerlen, Nederlands Limburg. Daarmee rond ik - hopelijk! - mijn opleiding Nederlands Recht af. Als onderwerp van mijn scriptie heb ik iets gekozen dat aansluit bij mijn andere interesses: de gemeentelijke democratie. Zoals al gemeld op 31 juli jl. kunnen wij in ons land misschien wel een en ander leren van de manier waarop onze Noorderburen hun gemeenten besturen.

Mijn hele scriptie staat op deze link. Maar omdat de tekst erg juridisch is opgevat - dat moest ook wel om af te studeren in Nederlands recht -, wil ik hier een poging doen om er in een leesbare samenvatting een idee van te geven.

Meer leven in de lokale politiek

Al lang probeert de regering in Nederland de gemeentelijke democratie meer leven in te blazen. Reeds tijdens de laatste rooms-rode regering Lubbers III (1989-1994) is men beginnen sleutelen aan de Nederlandse Gemeentewet. De gemeenteraad kreeg als hoofd van het gemeentebestuur meer bevoegdheden.  Bij het aantreden van de tweede paarse regering - Kok II (1998-2002) - wilde men het roer helemaal omgooien, en bepaalde bevoegdheden van de gemeenteraad overdragen aan het college van burgemeester en wethouders (bij ons schepenen). Maar de uitgangspunten waren dezelfde. Men wilde het politieke gebeuren op lokaal vlak nieuw leven inblazen. Er werd immers vastgesteld dat de partijen steeds maar meer leden verloren en dat het in een aantal gemeenten zelfs moeilijk werd om kandidaten te vinden voor de gemeenteraadsverkiezingen. 

Bij ons is het zo erg niet, hoor ik bepaalde lezers denken. Maar de mindere belangstelling voor de gemeentepolitiek in Nederland is grotendeels te wijten aan specifieke omstandigheden aldaar. In een land waar slechts de helft van de gezinnen een eigen woning bewonen (in Vlaanderen is dat bijna 80%), verhuist men vlugger en heeft men een mindere band met de gemeente en haar bestuur. Bovendien hebben de Nederlandse gemeenten minder beleidsruimte dan in ons land. Het grootste deel van het bestuur van een gemeente is niets anders dan de uitvoering van opdrachten van het centrale gezag. Ook financieel is de situatie helemaal anders: de Nederlandse gemeenten hebben heel wat minder eigen belastingsinkomsten dan bij ons.

Er gaan dan ook in Nederland stemmen op om de gemeentelijke autonomie te versterken. Maar wie in dergelijk ondankbare omstandigheden het bestuur van de gemeente wil democratiseren en de belangstelling van de kiezers wil aanwakkeren, moet wel zeer diepgaand nadenken over de organisatie van de lokale democratie. En daarom kan het resultaat van die democratiseringspogingen ook voor ons interessant zijn.

Staatscommissie Elzinga

De poging van het kabinet Kok II in 1998 bestond erin dat men de scheiding  van de machten in het bestuur van de gemeente wou invoeren. Men koos ervoor om gemeenteraad (raad) en college van burgemeester en wethouders (college) elk hun eigen bevoegdheden te geven (dualisme, noemt men dat in Nederland), in plaats van aan de raad alle  bevoegdheden toe te kennen, die de raad dan naar eigen goeddunken kon delegeren aan het college (monisme). Een 'Staatscommissie Dualisme en lokale democratie' werd opgericht onder leiding van staatsrechtprofessor Douwe Jan Elzinga (van PvdA-strekking).

De Staatscommissie Elzinga leverde een omstandig rapport af, dat door de regering geheel werd bijgetreden. Vooreerst constateerde de Staatscommissie dat de gemeenteraden in theorie oppermachtig waren, maar in de praktijk grotendeels afhankelijk waren van de colleges. Meer dan de uitvoerders van het door de raden uitgestippelde beleid, waren de colleges, met hun kennisvoorsprong en hun apparaat van gemeenteambtenaren, de werkelijke leiders van het gemeentebestuur. De uitgebreide bevoegdheden van de raad waren veeleer een rem op de invloed van de verkozenen van de bevolking. De gemeenteraadsleden moesten zich veel te veel bezig houden met zaken die veel beter door het college konden afgehandeld worden, en konden daardoor hun eigelijke taken als volksvertegenwoordigers en controleurs van het bestuur niet waarmaken.

De Staatscommissie werkte een hele reeks van voorstellen uit. De grote doelstelling was de 'ontvlechting' van functies en bevoegdheden tussen de raad en het college. Aanvankelijk ging de regering 'voortvarend' aan de slag om de voorstellen van de Staatscommissie te realiseren. Maar ondanks het aandringen van de hervormingspartij D'66 (die slechts ontbrak in het kabinet Balkenende I , 2002-2003), zwakten de opeenvolgende regeringen de voorgenomen hervorming van de gemeentelijke democratie stelselmatig af. Toch is het onvoltooide resultaat van de "operatie dualisering gemeentebestuur" indrukwekkend in vergelijking met de kleine hervorming die het Gemeentedecreet in het Vlaamse Gewest doorvoerde. 

Onverenigbaarheid wethouder/raadslid

Het verst is de regering, gevolgd door de Staten-Generaal (parlement) gegaan in de functionele 'ontvlechting'. Zoals op nationaal vlak (en zoals bij ons tussen regering en parlement) is er een onverenigbaarheid ingevoerd tussen de functie van gemeenteraadslid en wethouder. Daarmee kwam een einde aan een dubbelzinnige situatie die nog altijd bij ons bestaat: namelijk bestuurders die zichzelf controleren.

Reeds bij de herziening van de gemeentewet in 1994 was de vertrouwensregel ingevoerd tussen raad en college. Als een of meer wethouders of het gehele college niet meer het vertrouwen had van de raad, kon de raad hen afdanken. Die regel is bij de dualisering nog versoepeld: beroepsmogelijkheden van ontslagen wethouders bij de rechter zijn afgeschaft. Die regeling geeft de Nederlandse gemeenteraden een machtspositie waarvan zij zelf soms niet altijd de omvang schijnen in te schatten. Belachelijke toestanden zoals bij ons met schepenen zonder portefeuille die blijven zitten zonder nog het vertrouwen te hebben van de collega's en van de meerderheid, zijn in Nederland uitgesloten.

Bestuursbevoegdheden van raad en college

Heel wat behoedzamer is men te werk gegaan wat betreft de scheiding van bevoegdheden. Het voorstel van de Staatscommissie was om alle bestuursbevoegdheden aan het college toe te vertrouwen en aan de raad 'alleen nog' (?) de bevoegdheid tot het vaststellen van formele 'verordeningen' (bij ons 'reglementen') en de controlebevoegdheid te laten. Let wel dat die controlebevoegdheid heel ver-strekkend is gezien voormelde macht om wethouders zondermeer op gelijk welk moment af te danken. Toen de regering dat voornemen bekendmaakte, steeg een storm van protest op van politicologen en juristen die daarin een aftakeling zagen van de democratie en van de macht van de rechtstreeks verkozen raad. Als reactie veranderden de hervormers het geweer van schouder, en meer en meer ging men spreken over een 'versterking van de raad en zijn controlebevoegdheden' als doelstelling van de dualisering, in plaats van een 'versterking van de lokale democratie'. 

In eerste instantie hevelde de regering (en de wetgever) een aantal bevoegdheden die her en der in de Gemeentewet waren genoemd over van de raad naar het college. Zo is het voortaan het college dat beslist over de organisatie en de aanwerving van gemeentepersoneel en over alle aankopen en privatiseringen van gemeente-activiteiten. Daarmee beschikt het college nog lang niet over alle bestuurbevoegdheden. Aangezien art. 125 van de Nederlandse Grondwet de gemeenteraad aan het hoofd plaatst van het gemeentebestuur, heeft de raad de algemene bestuursbevoegdheid en moet het college zich behelpen met de expliciet aan hem toegewezen bevoegdheden. Het was aanvankelijk ook de bedoeling om de Grondwet op dat punt te herzien, maar dat is er met al die regeringswisselingen niet van gekomen en intussen heeft men er officieel van afgezien.

Een tweede deeloperatie betrof de vele wetten die aan de gemeentebesturen bepaalde taken opdragen, bijvoorbeeld met betrekking tot het voorzien van basisonderwijs. Het was de bedoeling van de regering om in al die wetten telkens de bevoegdheid te verlenen aan het college in plaats van aan de raad. Ook hier is de regering teruggekrabbeld. Uiteindelijk heeft men aan het college alleen de bevoegdheden toegekend die uitvoering betreffen van kaders vastgelegd door de raad. En waar het delicate onderwerpen betreft, die te maken hebben met levensbeschouwelijke gevoeligheden, is het altijd de raad die mag beslissen, zelfs bij concrete uitvoeringsbeslissingen.

De schouwburg van Elzinga

Om het verschil tussen de aanvankelijke doelstellingen en de uiteindelijke hervorming van de Gemeentewet te illustreren, kan ik wijzen op de "schouwburg van Elzinga". Als voorbeeld van een niet in de Gemeentewet genoemde bestuursbevoegdheid, wees de Staatscommissie op de bevoegdheid om te beslissen of er in de gemeente een gemeentelijke schouwburg kwam. Onder de Gemeentewet van voor de dualisering kwam die bevoegdheid in elk geval toe aan de raad, als een onderdeel van zijn algemene bestuursbevoegdheid als hoofd van het gemeentebestuur. De Staatscommissie wou dat het college daarvoor bevoegd zou worden.

Uiteraard zou een college niet zomaar onverhoeds beslissen een schouwburg te bouwen, maar zou dat gebeuren op aandringen of op suggestie van de raad; maar het zou wel het college zijn die op een bepaald moment de knoop zou doorhakken, onder nauwlettende controle van de raad uiteraard. Door af te zien van de wijziging van de Grondwet en door de raad het hoofdschap van het gemeentebestuur te laten behouden, heeft de regering de beslissingbevoegdheid over de schouwburg van Elzinga uiteindelijk dan toch aan de raad gelaten.

Dualisering onvoltooid

Om het gebrek aan doortastende structurele hervormingen te compenseren, is door de regering nadien de nadruk gelegd op 'culturele' wijzigingen in het gemeentebestuur. Met miljoenen euros overheidssteun werd een campagne opgezet om de gemeenteraden te overtuigen zich minder met het bestuur van de gemeente te bemoeien en zich meer toe te spitsen op controle en kaderstelling. De resultaten waren zeer ongelijk.

Dat heeft mij er in mijn scriptie toe laten besluiten dat het gemeentebestuur niet geheel is gedualiseerd zoals de campagnevoerders van de dualisering het willen laten geloven. Het Nederlandse gemeentebestel is in de grond monistisch gebleven, met weliswaar sterkere dualistische elementen. Ik had het liever wat meer dualistisch gezien. Veel zogenaamde bevoegdheden van de gemeenteraad komen neer op 'bezigheidstherapie', die de raadsleden hopen tijd doen verspelen die ze heel wat politiek nuttiger zouden kunnen besteden.

Maar in vergelijking met het Nederlandse systeem is het Vlaamse nog vele keren meer monistisch. Een operatie dualisering, zelfs al gaat ze slechts zo ver als in Nederland, zou heel heilzaam zijn bij ons. 

11-01-07

Meester Pol Hiergens als ijsbreker voor fractieondersteuning?

achterkant stadhuis

Kabinetten (persoonlijke medewerkers) voor burgemeester en schepenen: het is een recent verschijnsel, overgenomen van een al lang bestaande praktijk bij de ministers. Nog geen uur nadat hij tot schepen was benoemd door de gemeenteraad, kreeg Wout Maddens, VLD, zijn eigen kabinet, met twee medewerkers. Een van die medewerkers is niemand minder dan Pol Hiergens, advocaat en gewezen VLD-provincieraadslid.

Intussen doktert de Vlaamse Regering aan een besluit om de veralgemening van kabinetten in de gemeenten in goede banen te leiden. Het nieuwe van dat initiatief is dat ook de mogelijkheid wordt geschapen om secretarissen op kosten van de gemeente te benoemen voor de gemeenteraadsfracties (de partijen met verkozenen in de gemeenteraad). Dat is een maatregel die het grote machtsverschil tussen de schepenen met hun personeel èn persoonlijk kabinet en de aan hun lot overgelaten gemeenteraadsleden moet verminderen. Ik juich het toe. Nu nog afwachten of de meerderheid in Kortrijk zo fair zal zijn om van die mogelijkheid gebruik te maken.

Kabinetten zijn een recent verschijnsel in het stadhuis van Kortrijk. De bedoeling is de burgemeester en de schepenen enkele persoonlijke medewerkers te bezorgen, die hun baas met hun werkkracht en deskundigheid bijstaan bij de uitoefening van het mandaat. Vroeger was het een soort voorrecht van de burgemeester. Maar toen de christendemocraten voor het eerst een andere partij moesten dulden in 'hun' schepencollege - de intrede van sp.a-er Philippe De Coene als schepen in 2001 -, kregen ook de schepenen kabinetsmedewerkers. Na veel pramen kreeg De Coene, als enige andersgekleurde, twee medewerkers (Inge Vervaeke en Thomas Bulcaen). De andere schepenen moesten het stellen met aan halftijdse kabinetsbediende.

Etat major

Zoals hier al uitvoerig becommentarieerd, heeft CD&V de sp.a als coalitiepartner ingeruild voor de VLD. Waar CD&V in de periode 2001-2006 nog altijd met 1 gemeenteraadslid de meerderheid had in de Kortrijkse raad (21 op 41), is dat overwicht afgekalfd tot 18 zetels. De nieuwe coalitiepartner kon dus in principe hardere eisen stellen aan CD&V. Dat VLD uiteindelijk slechts 1,5 schepenambten uit de brand heeft gesleept, is een bewijs van zwakke onderhandelingen (en van de onverbeterlijke arrogantie van de vroegere meerderheidspartij). Die zwakte wordt thans bevestigd als we kijken naar de verdeling van de kabinetsmedewerkers.

Hoewel de VLD thans in theorie in een sterkere positie staat als coalitiepartner dan de sp.a zes jaar geleden, heeft VLD-schepen Wout Maddens slechts evenveel (even weinig?) medewerkers kunnen afdwingen als Philippe De Coene indertijd. Hij mag 1 voltijdse kabinetsattaché aanwerven (niveau A1-A3) en 1 voltijdse kabinetsbediende (niveau C1-C3). Trek daarmee maar eens ten strijde tegen de - onevenredige - overmacht van CD&V in het college van burgemeester en schepenen!

De burgemeester daarentegen kan met een hele 'état major' van niet minder dan 5 medewerkers optrekken: 1 kabinetssecretaris, 1 kabinetsattaché, 2 kabinetsbedienden en 1 persoonlijke chauffeur. De andere schepenen moeten zich behelpen met een halftijdse bediende.

Uiteraard kan men zich de vraag stellen of de stedelijke bewindslieden niet evengoed zouden kunnen werken met het reguliere personeel van de stadsdiensten die aan hen zijn toevertrouwd. Maar die opmerking geldt dan wel in de eerste plaats voor de burgemeester. Ik kan erinkomen dat een van de anderhalve VLD'ers van dienst in het schepencollege, wat politieke medewerkers krijgt om de VLD-inbreng in het beleid mee te bewaken.

Schepen Wout Maddens koos als kabinetsattaché advocaat Pol Hiergens. Pol Hiergens zag zich als blauwe kopman voor de provincieraadslijst, overvleugeld door populair cafébaas en gemeenteraadslid Hans Masselis. Ik vraag mij af of het verlies van dat provinciemandaat wel afdoende wordt goedgemaakt door die job als kabinetsmedewerker. Soit, ik wens hem veel werkgenoegen.

Als kabinetsbediende ging Wout Maddens iemand zoeken van buiten Kortrijk: Amélie Lapauw van Zwevegem.

Fractiesecretarissen

Intussen is het te verwachten dat Kortrijk zijn kabinettenregeling binnenkort zal moeten aanpassen. Er is een besluit van de Vlaamse Regering in de maak (dat met terugwerkende kracht vanaf nieuwjaar 2007 zou gelden). Dat besluit is vorige vrijdag (12 januari) op de ministerraad gekomen.

Het interessante aan dat besluit is dat er naast kabinetspersoneel nu ook 'fractiepersoneel' kan aangeworven worden in de gemeenten. Met fractiepersoneel bedoelt minister Marino Keulen: "personeel ten behoeve van de fracties in de gemeenteraad", m.a.w. een of meer secretarissen voor de partijen die in de gemeenteraad zijn vertegenwoordigd. In artikel 2 wordt onmiddellijk elke partijdige discriminatie onmogelijk gemaakt: "Indien de gemeente fractiepersoneel wenst aan te stellen, doet zij dit voor alle fracties die dit wensen".

Ik ben groot voorstander van de inschakeling van fractiepersoneel. De gemeenteraadsleden zijn geen professionele politici. De meesten kunnen hun mandaat slechts uitoefenen in de uren die hen resten na hun gewone dagtaak. Daartegenover zijn de burgemeester en de schepenen in principe voltijds (sommige halftijds) beschikbaar voor hun opdracht en beschikken ze naast hun persoonlijke medewerker(s) over de ettelijke personeelsleden van hun diensten.

Als wij ervan uitgaan dat de allereerste opdracht van de gemeenteraad erin bestaat het beleid van het schepencollege te controleren en bij te sturen, is het overduidelijk dat de gemeenteraadsleden erg weinig middelen hebben om die belangrijke democratische opdracht te vervullen. Een beetje professionele hulp zou zeer welkom zijn. Ik doe dus een oproep aan de meerderheid om de mogelijkheid van fractiepersoneel in Kortrijk te gebruiken.

Afsprakennota

Het besluit van de Vlaamse Regering schetst meteen het statuut van zowel de kabinets- als de fractiemedewerkers. Dat statuut is trouwens identiek voor beide groepen. De gemeenteraad moet vastleggen hoeveel kabinets- en fractiemedewerkers er mogen komen en van welke graad die mogen zijn. Er kunnen zowel nieuwe mensen aangeworven worden als bestaande stadsmedewerkers die voor een periode worden ter beschikking gesteld. Uiteindelijk is het het college van burgemeester en schepenen die de kabinets- en fractiemedewerkers aanwerft, onder de voorwaarden van de gemeenteraad. Voor de fractiemedewerkers moet het schepencollege de mensen kiezen die zijn voorgesteld door de fracties zelf.

Al die speciale medewerkers krijgen hetzelfde loon als hun collega's van dezelfde graad in de stadsdiensten. Daar bovenop kunnen zij nog een kabinets- of fractietoelage ontvangen. Nu het overheidspersoneel geregeld wordt geëvalueerd, is dat ook het geval voor die medewerkers. Die evaluatie gebeurt evenwel voor het fractiepersoneel op basis van een verslag van de fractie.

Nieuw is dat er een 'afsprakennota' moet worden opgesteld om de interne werkverdeling tussen de stadsadministratie en het kabinets- en fractiepersoneel te regelen. Geen overbodige luxe, me dunkt. Misschien is het moment waarop die afsprakennota in de gemeenteraad komt, de gelegenheid om de eis voor een betaalde secretaris voor elke fractie kracht bij te zetten.

10-10-06

Wie wordt voorzitter van de Kortrijkse gemeenteraad?

stadhuis5

Nu CD&V-N-VA met 18 zetels niet meer de meerderheid heeft in de Kortrijkse gemeenteraad (41 zetels), moeten ze op zoek gaan naar een partner in het bestuur. Die onderhandelingen zijn ingezet. Een tip voor de onderhandelaars: maak van het voorzitterschap van de gemeenteraad een apart mandaat. Met het nieuwe gemeentedecreet kan dat. Het kan wat meer gewicht geven aan de gemeenteraad als rechtstreeks verkozen vertegenwoordiging van de bevolking.

Tot nog toe was het de burgemeester die de gemeenteraad voorzat. Vanaf 1 januari 2007, bij het aantreden van de pas verkozen gemeenteraad, hoeft dat niet meer (art. 8, 20, 24 en 25 Gemeentedecreet). Integendeel, in de toelichting bij het Gemeentedecreet wordt gesteld dat het beter een gewoon gemeenteraadslid zou zijn. Dat zou de gemeenteraad versterken in zijn rol als het rechtstreeks verkozen orgaan dat het college van burgemeester en schepenen moet controleren.

Wie een tijdje de gemeenteraad volgt, ziet het zo gebeuren. Een burgemeester, Stefaan De Clerck bijvoorbeeld, die de gemeenteraad voorzit, zit eigenlijk als hoofdverantwoordelijke voor het beleid voortdurend zichzelf te verdedigen. Neutraal blijven in een discussie is onwenselijk, maar iedereen de kans geven zijn mening uit de doeken te doen is wel wenselijk. Precies dat is heel moeilijk voor iemand die zo mee verantwoordelijk is voor het beleid als de burgemeester.

Een voorzitter die niet de burgemeester of een schepen is, kan bovendien meer gezicht geven aan de gemeenteraad. Nu lijkt het meestal alsof de meerderheid van de gemeenteraad slechts de troepen zijn van de schepenen en de burgemeester, en de oppositie de lastigaards die stokken in de wielen willen steken. Men vergeet dan dat burgemeester en schepenen in feite benoemd zijn op voordracht van of door de gemeenteraad en slechts de uitvoerders zijn van de grote beleidslijnen die door de gemeenteraad, meerderheid tegen oppositie, zijn getrokken. Een afzonderlijke voorzitter kan de werking van de gemeenteraad sterker benadrukken door de raad een meer onafhankelijke positie te geven ten opzichte van het college.

Natuurlijk kan een voorzitter die zijn taak niet goed begrijpt, even partijdig optreden als de burgemeesters doorgaans doen. Maar de ervaring in het parlement (waar niet de eerste minister maar een aparte voorzitter de vergaderingen leidt) leert dat een dergelijke voorzitter prompt terecht wordt gewezen door de oppositie en al rap inbindt. Zijn partijgenoten gaan hem niet lang steunen in zijn partijdigheid omdat dat politiek heel slecht over komt bij de pers en de publieke opinie.

Bevoegdheden

De voorzitter van de gemeenteraad krijgt belangrijke, zij het formele, bevoegdheden. Hij (of zij uiteraard) is het die de gemeenteraad bijeenroept en de agenda vaststelt. Nu is dat een bevoegdheid van het college van burgemeester en schepenen. Zo een groot verschil zal dat niet maken, want de voorzitter is verplicht de gemeenteraad bijeen te roepen op verzoek van het college of van de burgemeester alleen. Ook is hij verplicht de punten die het college of de burgemeester alleen aanbrengen op de agenda te zetten. Maar niets belet hem om ook andere gemeenteraden bijeen te roepen of andere punten op de agenda te zetten. Natuurlijk kunnen de gemeenteraadsleden zelf ook nog de gemeenteraad bijeenroepen (met minimum een derde van de leden) en punten aan de agenda toevoegen.

Wie graag voorzitter zou worden voor de pree, is eraan voor zijn moeite. Een voorzitter krijgt slechts presentiegeld per vergadering die hij voorzit - precies zoals de gemeenteraadsleden het ook met een 'zitpenning' moeten stellen.

De voorzitter krijgt ook geen personeel ter beschikking. Hij moet zich laten bijstaan door de medewerkers van de stadssecretaris. Maar het is wel de bedoeling dat hij perfect wordt op de hoogte gehouden van het stadsbestuur en dat hij nauwer dan een normaal raadslid wordt betrokken bij de werking van de gemeente.

De man of de vrouw die voorzitter wordt van de gemeenteraad krijgt bovendien een beperkte politionele bevoegdheid om de orde tijdens de vergadering te handhaven. Hij kan daarvoor een beroep doen op de aanwezige politieagenten die zijn bevelen moeten opvolgen. Hij kan zelfs een proces-verbaal opstellen en een ordeverstoorder verwijzen naar de politierechtbank.

Democratie

Al met al is dat een niet te onderschatten mogelijkheid om de gemeentelijke democratie te verstevigen. Het Gemeentedecreet schept de mogelijkheid dat de gemeenteraad het college van burgemeester en schepenen zeer veel vrij spel geeft om de stad te besturen. Dat kan goed zijn voor een dynamisch bestuur. Maar dat is alleen verantwoord als de gemeenteraad zelf, rechtstreeks verkozen door de bevolking, nog meer en beter het beleid kan controleren en in een bepaalde richting sturen. Een aparte voorzitter van de gemeenteraad kan daartoe bijdragen.

Het Gemeentedecreet is mee goedgekeurd in het Vlaams Parlement door CD&V, spa.a-spirit, VLD-Vivant en N-VA. Ik denk dus niet dat de plaatselijke geledingen van die partijen ertegen zullen zijn. Overigens wordt het een verplichting dat de commissies in de gemeenteraad worden voorgezeten door een gemeenteraadslid en niet meer door een schepen zoals nu.

11-09-06

De sp.a-spiritlijsten zijn ingediend!

Zaterdag hebben wij de lijsten ingediend van sp.a-spirit - lijst 1 - voor de gemeenteraadsverkiezingen en de provincieraadsverkiezingen. De stembusslag kan beginnen. Wij zijn paraat. Veel schoon volk gezien op de rechtbank.

Zaterdag 9 en zondag 10 september konden de partijen die willen deelnemen aan de komende lokale verkiezingen tussen 13 en 16 uur hun lijsten indienen bij de voorzitter van het hoofdbureau op de rechtbank. Voor de gemeentelijst van sp.a-spirit (lijst nummer 1) dienden Roger Lesaffre, gemeenteraadslid en ikzelf, fractieleider in de gemeenteraad de lijst in. Voor de provincieraad stuurde sp.a-spirit provincieraadslid Els Maertens en gewezen Europarlementslid Jan Dhaene. Luc Debels, een van onze hoofdgetuigen, stond beide delegaties met raad en daad bij. De andere hoofdgetuige is Germain Coelembier, deken van de Kortrijkse socialistische gemeenteraadsleden, die jammer genoeg niet meer opkomt.

Op de foto's zie je ons glunderend op de trappen van de Kortrijkse rechtbank, in het harde middaglicht van de zomerse zaterdag.

Voor de VLD dienden voorzitter Wout Maddens en provincieraadslid Pol Hiergens de lijsten in. Voor Groen! was dat gemeenteraadslid Cathy Matthieu en provincieraadslid Mareen Lieveyns. De CD&V-N-VA-delegatie werd geleid door burgemeester Stefaan De Clerck en UNIZO-man Gerard Parmentier. 

Lijst gemeenteraad

De sp.a-spiritlijst voor de gemeenteraadsverkiezingen die wij hebben ingediend, wordt getrokken door ons boegbeeld Philippe De Coene (45), de eerste socialistische schepen in de stad Kortrijk. Na hem komt Vlaams parlementslid Bart Caron (50, Marke, spirit).

De volgende plaatsen worden ingevuld door de uittredende gemeenteraadsleden Hilde Overbergh (46, Kortrijk), Marc Lemaitre (55, Kortrijk, voorzitter Goedkope Woning) en Roger Lesaffre (57, onze stemmenkampioen uit Rollegem). Daarna komen de uittredende OCMW-raadsleden Els Maertens (41, Aalbeke, ook provincieraadslid) en Patrick Nuyttens (53, Heule) aan de beurt.

Bij de eerste tien, twee jonge kandidaten: Bert Herrewyn (27), educatief medewerker bij de Kreun, gewezen voorzitter van de jeugdraad en actief in de fair trade-beweging en Vredeseilanden, en Hanne Denoo (28), maatschappelijk werker bij het OCMW.

Spirit levert 6 kandidaten: na de eerder genoemde Bart Caron, komt er vanaf de 31ste plaats een blokje met vier kandidaten: Huguette Deloddere (39, Marke, zelfstandig styliste), Hilde Eggermont (40, Kortrijk, zelfstandig kinderverzorgster), Hilde Declercq (49, Heule, coördinator dienstencentrum OCMW) en Michel Samyn (49, Kortrijk, commercieel consulent bij De Post).

De lijst wordt geduwd door Eddy Van Lancker (50, uittredend gemeenteraadslid en intussen de nummer drie bij het nationale ABVV) op de 41ste plaats, Jan Dhaene (47) op de 40ste plaats en Piet Missiaen (45), uittredend raadslid voor Spirit op de 39ste plaats.

De kern van de lijst wordt gevormd door een blok jongerenkandidaten: vanaf de 21ste plaats Petra Demeyere (27, projectcoördinator), Inge Vervaecke (28, beleidsmedewerker), Kenzy Dekimpe (24, moreel consulente), Bouchra Tamimi Yousoufi (20, studente aan de Hogeschool Gent), Tomas Bulcaen (24, kabinetsmedewerker), Timothy Synhaeve (19, student KULAK en scoutsleider), Ruben Mayeur (25, historicus en nazaat van wijlen CVP-burgemeester Arthur Mayeur) en Wesley Bille (27, assistent Vrije Universiteit Brussel).

De allochtone gemeenschap is vertegenwoordigd door Sliman You-Ala (57, arbeider en bekend vanuit basketmiddens), de eerder genoemde Bouchra Tamimi Yousoufi en Lily Galstyan (40, vormingswerker, afkomstig uit Armenië).

Andere opvallende kandidaten zijn huisarts Gerrit Bostoen (57) en uitbater van jongerencafé Den Bras Pierre Lefebvre (43). Ik trek ook de aandacht op Luc Vanden Bogaerde, ooit stichter van het bewonerscomité Kameleon dat in de jaren 80 zo lang aan de bel trok bij het stadsbestuur tot Overleie werd betrokken in de stadsvernieuwing. bewonersparticipatie en socialisme van onderenuit, daar ben ik voorstander van en Luc heeft daarin zijn sporen verdiend.

Trouwe en hardwerkende partijmilitanten op de lijst zijn Mario Craeynest, Ronny Titeca, Marleen Opsommer, Martine Messiaen, Dorine Debusschere, Isabelle Lemaire, Christine Deprez en Caroline Decaluwé. Een bijzondere vermelding geef ik mijn vriend uit de wijkclub AC-Curieus Freddy Bossuyt, bediende en onvermoeibaar organisator.

Ten slotte is ook de aanwezigheid van een hele ploeg vakbonders van het ABVV vermeldenswaard. Naast al genoemde lijstgenoten, vermeld ik Ann De Deken (8ste plaats), Phyllis Roosen (13de) en Katy Ackeyn (30ste).

In totaal zijn er 21 mannen en 20 vrouwen, de gemiddelde leeftijd van de lijst bedraagt 42 jaar. Opvallend zijn de vele nieuwe namen op de lijst.

Lijst provincieraad

De ingediende lijst voor de provincieraad is compleet met 10 kandidaten. Het district Kortrijk omvat ook Kuurne, Lendelede, Zwevegem, Avelgem, Anzegem en Spiere-Helkijn.

Lijsttrekker is ABVV-kopman Eddy Van Lancker van Kortrijk, gevolgd door Sandra Platteau van Avelgem. Op de derde plaats staat Annelies Vandenbussche van Kuurne, juist voor Els Maertens, uittredend provincieraadslid van Aalbeke (Kortrijk). Anzegem (Vichte) vaardigt Sofie De Smet-Demurie af (5de plaats) en Lendelede Nina Verstraete (6). De 7de plaats wordt ingenomen door de groen-rode Zwevegemnaar Marc Claeys.  Zoals op de gemeenteraadslijst staat Jan Dhaene, even groen-rood, op de voorlaatste duwersplaats. Philippe De Coene is lijstduwer.

04-07-06

Miljoen euro investeringen voor unieke Kortrijkse beiaard

Ware het niet dat mijn micro zin had om te fluiten, dan had ik gisteren in de gemeenteraad een interpellatie kunnen doen in ideale omstandigheden... met achtergrondmuziek! Ik ondervroeg de schepen over de plannen om de unieke Van Aerschodt-beiaard op de Sint-Maartenstoren te restaureren. Op de achtergrond twinkelden de beiaardklanken van het eerste zomeravondconcert over de Grote Markt. De ramen van de gemeenteraadszaal van het stadhuis stonden rekwijd open. Ik vernam dat restauratiewerken voor een miljoen euro gepland worden, maar dat wij nog wat geduld moeten hebben.

In de 16e eeuw kreeg de Sint-Maartenstoren een beiaard, opgebouwd rond het klokkenspel dat van de bouwvallig geworden Halletoren kwam. Op 7 augustus 1862 sloeg het noodlot toe en de bliksem in op de Sint-Maartenstoren die met klokkenspel en al uitbrandde. Pas in 1875 werd de torenspits herbouwd. Klokkengieter Sévérin Van Aerschodt goot 47 klokken voor de eigenlijke beiaard, en ook de 6 bestaande luidklokken werden ingeschakeld. De inrichting van de beiaard werd toevertrouwd aan François De Flandre. Het monumentale instrument werd bediend met een Smuldersklavier, toen het beste op de markt. De beiaard speelde het eerst op 21 augustus 1880.

 

In 1974 werd de versleten beiaard grondig gerestaureerd. Daarbij heeft men uit archeologische overwegingen de oude installatie laten zitten in de torenspits. De klokken werden herschikt en er kwam een nieuw klavier met kortere verbindingen. De beiaard werd gerestaureerd door de Leuvense klokkengieter Jacques Sergeys en het constructiebedrijf Clock-o-Matic. Sindsdien konden opnieuw alle 49 klokken betokkeld worden. Kenners zeggen dat de beiaard van de Sint-Maartenstoren de enige nog bestaande zware 19e-eeuwse beiaard van ons land is.

 

Maar wij hebben nog meer in Kortrijk. Ook op de Halletoren is er een bespeelbare beiaard, een geschenk van de Kortrijkse Verzekering uit 1994. Hier zijn er 48 klokken, gegoten door Koninklijke Eijsbouts van Assen in Nederland. De klank van de klokken in de Halletoren is afgestemd op die van de Sint-Maartenstoren: de twee beiaarden hebben een zelfde kern van drie octaven.

 

Als het mechanisme van de beiaard in de Sint-Maartenstoren helemaal in orde en de klokken gestemd zouden zijn, zou men beide instrumenten tegelijk kunnen laten spelen. Op die manier zou men beiaardmuziek in stereo kunnen brengen. Dat zou een ongekend evenement zijn.

 

Het probleem is dat de beiaard in de Sint-Maartenstoren weer aan herstel toe is. Aangezien het een historisch instrument is, moet ook Monumenten en Landschappen zijn zeg krijgen. Dat heeft dan weer het voordeel dat er stevige subsidies kunnen komen (60% Vlaams Gewest, 20% Provincie).

 

Voorstudie

 

Ik ondervroeg bevoegd schepen Jean de Bethune naar het voornemen van de stad om de Sint-Maartensbeiaard te restaureren en naar de stand van zaken in het dossier. De schepen bevestigde dat de vermoedelijke kost zou iets meer dan een miljoen euro zou zijn. Op een van de komende gemeenteraden komt een voorstel om een voorstudie te laten uitvoeren (kost zowat 10.000 euro). Het dossier is zo ingewikkeld dat de eigenlijke restauratie niet voor 2008 of 2009 zal afgewerkt zijn.

 

Intussen zijn de zomerse beiaardconcerten (in juli vanuit de Halletoren en in augustus vanop de Sint-Maartenstoren) onder impuls van de uiterst gedreven stadsbeiaardier Frank Deleu uitgegroeid tot evenementen met een aanzienlijk en aangroeiend publiek. Als de beiaard op de Halletoren speelt, zitten de terrassen op de Grote Markt nog voller dan anders. Op tijd een tafeltje met stoeltjes gaan bezetten, is het ordewoord. Als de historische Van Aerschodtbeiaard klinkt, kun je er het beste van genieten in het stemmige Begijnhof. Maar ook op een terras op het Overbekeplein is de luistersfeer zeer gezellig.

Met die twee beiaarden op een boogscheut van elkaar, bekleedt Kortrijk toch wel een unieke positie op beiaardgebied. Overtalrijk zijn de gastbeiaardiers die zich aanbieden om op de befaamde Kortrijkse instrumenten te mogen spelen. En van de schepen ik heb vernomen dat in september in het Conservatorium een cursus beiaard van start gaat.

Zie ook de website van stadsbeiaardier Frank Deleu: http://users.skynet.be/frank.deleu/index.htm