22-06-08

Arbeid geadeld in de Koffiestraat in Heule

koffiestraat4.5 

In de Koffiestraat in Heule staan enkele beschermde arbeiderswoningen uit de negentiende eeuw.  De bescherming als monument redt een typisch straatbeeld, dat je elders hoe langer hoe minder vindt. Eindelijk ook aandacht voor andere architectuur dan die van de bourgeoisie uit vroegere tijden: de arbeid geadeld! Die bewarende maatregel betekent wel een zware dobber voor de eigenaars. Maar dat hoeft verstandig hergebruik niet in de weg te staan. Een Wevelgems echtpaar geeft het goede voorbeeld. Gesteund met een restauratiepremie doen zij de nodige investeringen om van een bijna 130-jarig arbeidershuis een gezellige woning te maken, met respect voor het beschermde erfgoed. Maar waaraan heeft dat straatje de naam Koffiestraat te danken? Toch wel weer een onvermoed hoekje...

Rustieke bungalow

Misschien is het wel de straat met de grootste monumentendichtheid van Kortrijk, het Koffiestraatje van Heule. Van het 10-tal panden aan de pare kant (de onpare kant wordt grotendeels ingenomen door het klooster van Heule) zijn er niet minder dan 6 geklasseerd als monument (de nummers 2, 4, 14, 16 18 en 20). Je zou het niet zeggen als je erdoor loopt. Bij monumenten denk je meestal aan opvallende gevels en duizelingwekkende dakpartijen. In dat Heulse straatje zijn het nederige arbeiderswoningen die decretaal beschermd zijn. Eens te meer was het toenmalig Vlaams minister Paul Van Grembergen, Spirit (VlaamsProgressieven), die op 30 april 2004 het beschermingsbesluit ondertekende. De bewindsman voerde een heel doortastend erfgoedbeleid, dat ook aandacht had voor het patrimonium van het gewone volk.

De meeste van die beschermde woningen zijn platte doeningen met een zolderdak boven de gelijkvloerse verdieping. Ze zijn nogal breed in vergelijking met 19de-eeuwse werkmanshuizen in het Kortrijkse stadscentrum (Stasegemsestraat bijvoorbeeld). En hoe ouder ze zijn, hoe breder. Dat komt omdat ze gebouwd werden op verloren gelegen grond buiten de Heulse dorpskern, grond die toen minder gegeerd en dus goedkoop was. De huidige Koffiestraat was tot zowat 1880 slechts een voetweg, "buurtweg nr. 29" op de Atlas der Voetwegen van 1843, genaamd de Molendreef want leidend naar de Plaatsmolen van Heule. Bij de opmaak van de Atlas stonden er nog maar twee huizen in de straat. De huisjes hebben achteraan stuk voor stuk een aanzienlijke tuin; het kwam op geen vierkante meter.

koffiestraat4.4

Met die typische eigenschappen van landelijke arbeiderswoningen hebben die panden - raar maar waar - heel wat troeven voor renovatie en hergebruik, hoe oud en eenvoudig ze ook mogen zijn. Opgeknapt ogen ze als als een rustieke bungalow, en daarvan zijn er al een paar voorbeelden te zien in het straatje. Dank zij de bescherming blijven ze toch min of meer hun schilderachtig uitzicht van diep in de jaren 1800 behouden.

Vingerberaping

De oudste panden zijn de nummers 14 en 16, daterend van voor 1835. Tot 1920 was het een enkele arbeiderswoning, wat niet uitsluit dat zij verschillende grote families bijeen onderdak heeft verleend. Toen is het pand in twee aparte woningen opgedeeld. Beide huisjes hebben elk een voordeur en drie ramen in de gevel. Boven hun enige bouwlaag worden ze beschut door een zadeldak met Vlaamse pannen. Het metselwerk van de buitenmuren is in verankerde baksteenbouw. Een voortuintje siert beide panden; dat van nr. 16 staat vol weelderig groen; ooit waren het moestuintjes of 'begraasde' tuintjes (voor een geit?). Ook het verzorgde schrijnwerk van ramen en deuren is meegeklasseerd.

koffiestraat4.2

De huizen die vlaskoper J.A. Vansteenkiste in 1864 (nr. 20) en 1877 (nr. 18) liet bouwen, staan aan de rooilijn. Het gemis van een voortuintje wordt goedgemaakt door meer 'land vanachter', te bereiken via een steegje op de perceelsgrens. Nummer 20 is het breedste, voorzien van een poort, vier ramen en een voordeur in de straatgevel. Nummer 18 heeft vijf traveeën (dat wil zeggen vier vensters en een voordeur in de gevel). Beide typische dorpswoningen hebben eveneens slechts één bouwlaag en een zadeldak. In de beschrijving van het Vlaams Instituut voor Onroerend Erfgoed wordt gewag gemaakt van de restanten van cementbekleding op een zijgevel: "sporen van vingerberaping" (wellicht smeerde men een dikke laag cement op de muur en versierde men die door in de nog natte laag gaatjes met de vingers te maken).

Renovatie

De latere huisjes hebben dan weer wel een voortuintje. Het jongste is nummer 2, van 1902: vijf traveeën, één bouwlaag onder een pannen zadeldak. Maar het pand dat mij vooral interesseert is nummer 4. Nummer 4 is een achter een voortuin gelegen arbeiderswoning van 1880. Eerst waren het twee woningen onder hetzelfde met pannen bedekte zadeldak, maar in 1897 maakte men er een van. In de brede gevel van één bouwlaag zitten vier vensters met luiken, een poortje en een voordeur.

koffiestraat4.1

Het stadsbestuur van Kortrijk heeft een bouwvergunning verleend aan het Wevelgemse koppel Pepijn en Ilse Rosseel-Waeyaert om dat nummer 4 grondig te restaureren. De renovatie gebeurt in nauwe samenspraak met de Vlaamse administratie van Onroerend Erfgoed en levert de moedige investeerders dan ook een restauratiepremie op.

Het uitzicht van de beschermde dorpswoning in verankerde baksteenbouw met geaccentueerd voegwerk wordt zorgvuldig bewaard. En dat gaat ver: zo wordt het bestaande schrijnwerk (typische houten T- en schuiframen met luiken) eerst weggenomen voor restauratie en dan teruggeplaatst. De zijgevels worden bezet met kalk met grove structuur na het verwijderen van de bestaande cementbezetting. Aan de achterkant van de woning wordt een later toegevoegd bijgebouwtje met eternitdak gesloopt. De afgeleefde veranda wordt vervangen. De bestaande indeling van het dorpshuis wordt zoveel mogelijk behouden. De zolder wordt ingericht tot slaapkamers, te bereiken met een nieuwe binnentrap. En in de tuin wordt een regenwaterput van 15.000 liter gestoken.

Men kan hier werkelijk spreken van een maximale vrijwaring van de erfgoedwaarden van het pand, een goed voorbeeld voor andere eigenaars van beschermde monumenten. Toch wordt het een woning die zal beantwoorden aan de hedendaagse wooncomforteisen. Het ontwerp is van het architectuur- en restauratiebureau J & A Demeyere van Kortrijk.

koffiestraat4.3

Beschermd is beschermd!

Toch is opname van een pand op de lijst van beschermde monumenten voor eigenaars soms een last en zeker een beperking van hun vrijheid. De eigenaar van nummer 14 wou in 2005 zijn huisje slopen en de grond ter beschikking stellen van de aanpalende school. Men wou er een extra uitgang voor de school van maken, zogenaamd om de leerlingen meer verkeersveiligheid te geven. De eigenaar deed daartoe een aanvraag tot opheffing van de bescherming.

Het is de eigenaar niet gelukt. De Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen ging op haar achterste poten staan. De experten wezen op "het algemeen belang van deze woning omwille van de historische, sociaal-culturele en industrieel-archeologische waarde". Huidig Vlaams minister Dirk Van Mechelen, OpenVLD, wees de aanvraag dan ook af.

koffiestraat4.6

Maar de eigenaar bleef aandringen; hij diende een nieuwe aanvraag in, met nog meer verkeerstechnische argumenten. Opnieuw was het advies van de Koninklijke Commissie geheel afwijzend: "het gaat hier om een waardevol, beschermd gebouw, waarvan de waarde niet kan worden uitgespeeld tegen problemen van verkeerstechnische aard". De minister won toch ook maar advies in bij verkeersdeskundigen. Die overtuigden hem ervan dat er verschillende andere ontsluitingsopties mogelijk zijn "die een groter effect hebben op de verkeersveiligheid van de schooltoegang". Ook de tweede aanvraag tot opheffing van de bescherming werd dus afgewezen.

Schuimkraag

En van waar komt die rare naam van het straatje? Wel met koffie, het zwarte vocht, heeft die naam niets te maken. De 'koffie' van de Koffiestraat werd geserveerd met een kraag schuim; het was bier. Koffie is een te letterlijke vertaling van ... café. Tot in de jaren 20 was het straatje - dat nog eerder als voetweg de Molendreef werd genoemd - de 'Caféstraat' van Heule. Het Heulse gemeentebestuur vond dat in de jaren twintig waarschijnlijk niet chique genoeg.

Het enige café dat ik er heb gekend, is café 't Park, op de hoek met de Heulsekasteelstraat. De Heulse socialisten vergaderden er; een origineel onderdeel van de werking was de jaarlijkse avond met "patatjes met de pelle" (en de fabelachtig smakende ingelegde zilveruitjes van Nadia niet te vergeten!) in het zaaltje achter de herberg. Maar ook dat café is verdwenen. Men heeft zelfs de deur toegemetst.  Dat hoeft niemand tegen te houden om deze onvemoede hoek van Kortrijk eens te gaan bezoeken. Elders in Heule zijn er cafés genoeg. Maar zilveruitjes?

koffiestraat4.7

13-05-08

Graanjenever St-Pol gered: authentiek Kortrijks slowfoodproduct

spol1

De Kortrijkse graanstokerij St-Pol, de enig overblijvende in West-Vlaanderen, draaide vorig jaar het kookvuur uit, gedaan met distilleren. Overigens ging de milieuvergunning toch dit jaar verlopen. Maar onverwachts kwam de redding. Een jonge overnemer is van plan opnieuw aan het stoken te gaan in de Gentsesteenweg; het stadsbestuur verleent hem de nodige vergunning. Een authentiek stadsproduct, gefabriceerd zoals het vroeger op de boerhoven gebeurde, blijft als waarlijk slowfood-artikel deel uitmaken van de Kortrijkse lekkernijen. Met mate te degusteren!

Bij St-Pol moet ik altijd denken aan Seetje, mijn jaren geleden gestorven kameraad Roger Deglorie. Onder nazi-bezetting wou hij niet naar Duitsland als slavenarbeider. Hij verbleef, sliep, at en dronk al die oorlogsjaren tussen de vaten en de installaties van de graanstokerij en hij stak in ruil een handje toe bij de productie. Kelders en verborgen hoeken en kanten genoeg om zich weg te stoppen. Dat terloops.

Redder in nood

De sterkedrankenfirma St-Pol bestaat bijna honderd jaar. De oprichter was Felix Rademan (1851-1934). Zijn zoon Paul breidde in 1922 het bedrijf uit met een eigen likeurstokerij en in 1935 met een graanstokerij. Op het moment dat Roger Deglorie zich weer in het daglicht mocht vertonen, in 1945, kwam de derde generatie, Pierre Rademan in het bedrijf. In 1997 had St-Pol nog zes werknemers. Het was Bruno Rademan, jurist en zoon van Pierre, die na enkele jaren activiteit in het bedrijf zijn conclusies trok, de merknaam verkocht (aan FX de Beukelaar - van Elixir d' Anvers) en in augustus 2007 het stookproces stopzette.

Maar nu is jenevermeester Koen De Jans opgedoken, Deinzenaar en de jongste ambachtelijke alcoholstoker van België (32). Eerder nam hij de Waregemse likeurstokerij De Valk over (2001) en de Hasseltse jeneverstokerij van Roland Wissels (2005) waar hij de knepen van het stoken leerde. Zoals in Hasselt wil De Jans bij St-Pol de oorspronkelijke stookinstallaties op stoom opnieuw in gebruik nemen en hiermee een stuk industrieel erfgoed redden. Verheugend is dat de redder in nood ook opnieuw wil aanknopen bij de traditie van St-Pol om bezoekersgroepen te ontvangen voor een rondleiding en degustatie. Zijn streefdoel is niet minder dan 10 à 15.000 belangstellenden per jaar te ontvangen.

Vieux système

Bij St-Pol is men al die jaren blijven zweren bij het eeuwenoude 'vieux système' van de landbouwstokerijen. Men is er blijven werken met graan in plaats van met voorbewerkte massagrondstoffen zoals suikerbietenmelasse of ruwe alcohol van industriële makelij. St-Pol maakte naam met de vervaardiging van moutwijn, de basis van graanjenever, uit rogge, mout en maïs, en van graanalcohol uit tarwe en mout. Het productieproces voor beide distillaten duurt minstens drie jaar. 

Ook, maar niet alleen, daarom kan hier terecht gesproken worden van slowfood, authentieke producten bereid volgens beproefde traditionele methodes. 'Van korrel tot borrel' was het devies van de St-Polstokers, die zich graag vergeleken met een 'warme bakker', eveneens een ambachtelijke verwerker die alle stadia van het productieproces in eigen bedrijf volbrengt.

Het begint al met de aanvoer van de grondstoffen, de granen dus. Die worden niet uit bulkwagens binnengepompt, maar in zakken binnen gedragen. Voor de omwonenden scheelt dat hemel en aarde wat stofhinder betreft. De granen worden opgeslagen in silo's. Eerst worden de granen uitgestoft - de kafresten gaan eruit - in een borstelmachine, en dan worden ze gemalen in de hamermolen. Voor de verschillende soorten bloem staan drie silo's klaar van 1.200 kilo.

spol3

Flegma

In beslagkuipen wordt de bloem vermengd met water en aan de kook gebracht met stoom. Er wordt gestookt met petroleum. Als het beslag klaar is en afgekoeld is tot 69° C. wordt er mout aan toegevoegd. Mout is gekiemde gerst waarvan de enzymen het zetmeel van het beslag omzetten in suikers. De versuikering duurt zowat een uur, waarna het beslag wordt afgekoeld tot 30° C. en in gistingskuipen wordt gestort (vier van elk 10.000 liter). Om de suikerconcentratie optimaal te maken wordt er water aan toegevoegd. De toevoegde gist zet de suikers om in alcohol en neemt daarvoor drie dagen.

Dan is het tijd voor de distillering. Het gegiste beslag, de wort, gaat door twee distilleerkolommen naar de koperen stookkolommen, 6 meter hoog. Door verhitting verdampt de alcohol; die straffe dampen worden opgevangen en door koeling gecondenseerd. Voor de koeling wordt regenwater gebruikt, dat opgevangen wordt in betonnen kuipen op de bedaking. De vloeibare alcohol noemen de stokers 'flegma'. Het van zijn alcohol verloste beslag wordt als veevoeder verkocht.

Accijnzen

Op dat moment komt de fiscus een kijkje nemen. De eerste distillatie komt terecht in een verzegeld lokaal waar de dienst der Douane en Accijnzen kan vaststellen hoeveel alcohol is geproduceerd. Daarna komt er een tweede distillatie om de voorlopige eindproducten te bekomen: moutwijn (57% vol alcohol) en graanalcohol (96% vol).

Die distillaten gaan dan in vaten van 200 - er zijn er 120 - voor de rijping. En daaruit komen na enkele jaren de verschillende soorten jenevers, die gebotteld worden in de typische, stoere glazen en stenen flessen en kruiken.

Omdat het om een bedrijf gaat met een eerbiedwaardige ouderdom, is voor de nieuwe exploitatievergunning afgeweken van de hedendaagse normen. Normaal mogen vaten met brandbare vloeistoffen - alcohol bijvoorbeeld - niet binnen opgesteld worden; bij St-Pol mag dat wel. En in plaats van de vereiste halve meter moet er bij de stoker in de Gentsesteenweg slechts 30 cm ruimte gelaten worden. Bovendien hoeft Koen De Jans de productie niet stoppen op zon- en feestdagen; alcohol stoken is immers een continu proces. Met die nieuwe vergunning kan De Jans tot 2028 aan de slag.

Slagveld

Het bedrijf  is sinds 1928 gevestigd op de huidige percelen, Gentsesteenweg 212, achteraan uitgevend op de Deerlijksestraat. Volgens de overlevering lagen die percelen in 1302 in het midden van het slagveld van de Guldensporenslag. Vandaar waarschijnlijk de naam "St-Pol", in Kortrijk uitgesproken op zijn Frans: 'St' als een borst van een Française en niet als de kindervriend van 6 december.

De aanvoerder van het Franse ridderleger dat op de Groeningekouter in de pan werd gehakt, Robert d'Artois, familie van de Franse koning, was de stiefzoon van graaf de Chatillon, graaf van St-Pol. Met de heilige Polydor heeft het Kortrijkse edele vocht niet direct iets te maken, hoewel op de flessen in pseudo-oud-Vlaams een legende met die Pol staat gedrukt.

Zanne

De veeleer bescheiden bedrijfsgebouwen en de dubbelvilla van St-Pol staan op de inventaris van het bouwkundig erfgoed in Vlaanderen. Zie inventaris. De imposante villa, een dubbelhuis, is een vrijstaande burgerwoning met vijf traveeën en twee verdiepingen onder een schilddak met pannen. Naast het huis is er een rondbogige poort die toegang geeft tot een kasseiwegje naar de fabriek. De fabriek en de magazijnen zijn compact gebouwd in torenvorm en bekroond met een industriële hoge schouw.

spol2

St-Pol is ook de naam van het volkscafé aan de overkant van de Deerlijksestraat. Het is een herberg die bier tapt van Bockor, die andere producent van een authentiek Kortrijks - of toch 'Bellegems' - product. De naam is tamelijk recent. Eerder heette de kroeg 'café Deerlijk'. In de tijd van bazin Zanne (Suzanne) werd daar ieder weekend uitbundig gefeest; berucht zijn de polonaises waarmee de tooghangers de straat opvrolijkten en er niet voor terugschrokken ook bij de buren door het huis te struinen. Iets van dat volkse plezier is er blijven hangen; stap er maar eens binnen.

St-Pol is ook op het internet te vinden: hier

spol4

21-04-08

De Kortrijkse vlasvallei: Golden River en lage lonen

roterij 31

Het Vlaams-Nederlands tijdschrift 'Erfgoed van Industrie en Techniek' pakt uit met een speciaal nummer gewijd aan het vlaserfgoed. Uiteraard komt het Kortrijkse, de vallei van de legendarische Golden River, daarin uitvoerig aan bod. Het zeer gedocumenteerde werk biedt een schat aan historische wetenswaardigheden over de vlassector in verschillende streken in Europa. In een uitvoerig interview laat Bert Dewilde, oprichter van het Nationaal Vlasmuseum vooral zijn sociale ingesteldheid zien. En er wordt natuurlijk ook aan de alarmklok getrokken om toch maar nog wat van het ooit zo talrijk aanwezige vlaserfgoed te conserveren. Zelf deed ik een kleine expeditie naar een verlaten roterij op een Leie-oever in Kuurne. Het staat er nog allemaal... kapot te gaan.

roterij 41

Bert Dewilde 

"Ik heb geen liefde voor het vlas. Ik heb er te veel de sociale nadelen en de slachtoffers van gezien" is een verrassende uitspraak van Bert Dewilde, stichter van het Nationaal Vlasmuseum in Kortrijk. De oprichter van 'le musée mère du lin', zoals men in een andere vlasstreek, in Normandië, de Kortrijkse trekpleister noemt, wordt diepgaand geïnterviewd in het jongste nummer van 'Erfgoed van Industrie en Techniek - Vlaams-Nederlands tijdschrift voor industriecultuur'. Interviewer is Adriaan Linters, dè promotor van het behoud van industrieel erfgoed in de lage landen.

Als kind van de vlassersgemeente Bissegem herinnert Bert Dewilde zich nog het lawaai, het stof en de reuk van het vlas. Hij is het onmenselijke van het harde labeur niet vergeten. Hij weet nog "hoe kinderen van grote gezinnen voordat ze naar school gingen, eerst een uur moesten zwingelen, over de middag ook een half uur kwamen zwingelen, en na de schooluren nog een paar uur aan het werk werden gezet". Dat waren kinderen van amper 10 jaar. Zwingelaars leefden niet lang; ze kregen last van een soort stoflong. Dewildes grootvader was vlashandelaar-slager. In de week stond hij in het vlas, in het weekend in de slagerij: "De mensen aten maar één keer per week vlees, op zaterdag of zondag".

Dàt verhaal werd door niemand verteld; dat vond je vroeger niet in de musea die enkel over kunst gingen en over grote mannen en hogere klassen, aldus Dewilde. Vandaar dat hij verbeten op zoek ging naar het oud ijzer, waarvoor de oude vlasserswerktuigen werden aanzien. Hij wou niet dat dit reële verleden van onze streek in de vergetelheid zou wegzinken. Het interview doet je met heel andere ogen kijken naar de taferelen met wassen poppen in het Vlasmuseum. Het is veel meer dan een folkloristische versie van Madame Tussaud's; het is een concrete evocatie van ons sociaal verleden.

Golden River

Het 80 bladzijden dikke dubbelnummer is onmisbaar voor wie iets wil te weten komen over de industriële geschiedenis van onder meer de Kortrijkse Leiestreek. Toeristische brochures stellen het soms voor alsof het vlas in onze contreien een ononderbroken opgang naar algemene welvaart heeft gebracht. In zijn heel gedocumenteerd en rijkelijk met oude foto's verluchte essay "De vlasvallei", schets Adriaan Linters een heel wat genuanceerder verhaal.

Zo doorprikt hij de opvatting alsof Kortrijk zijn vlassucces zou te danken hebben aan het uitzonderlijke Leiewater - de Golden River weet je wel. Ook op andere plekken in Europa bestaan immers waterlopen met vergelijkbare en zelfs betere eigenschappen, schrijft Linters. Toen de vlasbedrijvigheid zich in de 19de eeuw in en rond de Groeningestad ging concentreren, was dat niet zozeer aan het Leiewater te danken maar aan factoren zoals de goede ligging voor import en export en vooral ook ... de erg lage lonen.

Linters noemt dat de beschikbaarheid van een groot aantal handen, die voor dit uitzonderlijk arbeidsintensief proces, bereid waren tot lang na de Eerste Wereldoorlog tegen lage lonen te werken. Die lage lonen waren een uitvloeisel van de miserie - hongersnood zelfs - in de jaren 1840 en de onbestaande syndicalisatiegraad. Met vlas kon je dan ook in onze streek grote winsten maken, ... zolang je zelf je handen niet moest vuilmaken.

Roten en herroten 

Die onuitputtelijke bron van goedkope slavenarbeid stond lange tijd zelfs de mechanisering en de modernisering van het vlasbedrijf in de weg. Vernieuwers zoals de Vansteenkistes werden tegengewerkt en soms openlijk geboycot, zoals te lezen valt in een ander artikel van Adriaan Linters: "De geur van welstand. Vlas roten - tussen wetenschap, techniek en milieuhygiëne".

Dichter Emile Verhaeren bejubelde het vlas uit Zuid-West-Vlaanderen als volgt: "Que nulle part ailleurs, sous la clarté des cieux, O Lys! toile n'est blanche autant qu'en Flandre". De kwaliteit en de bleekheid van het gezwingelde vlas uit onze streek zijn altijd sterke troeven geweest. Dat was onder meer te danken aan de vakbekwaamheid van de vlassers, de kieskeurigheid waarmee ladingen onbewerkte stengels werden opgekocht tot in het noorden van Nederland en in Frankrijk, en vooral de toepassing van het herroten. De stengels werden niet eenmaal maar verschillende keren in de Leie gedompeld en tussendoor gedroogd en gebleekt in de zon. De Leie speelde daar ook wel een rol in door het traag afvoeren van de afvalstoffen van het rootproces.

Dat roten gebeurde niet reukloos. De langzaam wegdrijvende afvalstoffen verpesten vaak tot in Gent de lucht op de oevers van de Leie. Talloos waren de pogingen van de elkaar opvolgende overheden om die stinkende toestand te verbieden. Uiteindelijk is het de nazibezetter die in 1943 het Leieroten definitief heeft stilgelegd, zogezegd om het visbestand te beschermen (!). Ondertussen was men, na veel aanvankelijke argwaan en tegenstand, algemeen overgestapt op het roten met verwarmd water in rootputten. De rol van vernieuwers zoals de Vansteenkistes en "een reeks andere uit de vlasserswereld gegroeide knutselaars en uitvinders" moet daarbij zeker vermeld worden.

Léonard De Kien en Jef Coole

Veel gezwingeld vlas werd uitgevoerd, vooral naar Engeland en Ierland. Pas in 1850 ging in Kortrijk de eerste mechanische vlasspinnerij aan de slag: de firma Boutry-Van Isselsteyn & Cie, op de gronden van het gewezen Recolettenklooster op Overleie (Nijverheidskaai-Gasstraat). Omstreeks 1880 werd het bedrijf overgenomen en uitgebreid door de industrieel Léonard De Kien. In het tijdschrift staat een prachtig briefhoofd afgedrukt van van de firma waarin een afbeelding is verwerkt van de grote fabriek (p. 15).

Wat niet in het tijdschrift staat: het is in die fabriek - een van de grootste vlasfabrieken van het land - dat het socialisme in Kortrijk voor het eerst wortel schoot bij de arbeiders. Omdat hij een ontluisterend artikel schreef over de afgrijselijke werkomstandigheden bij De Kien, vloog vakbondspionier Jef Coole voor zes maanden in de gevangenis in 1909. Van die fabriek schiet jammer genoeg nog slechts een klein deel over. Conservatie van dit industrieel erfgoed waar bijvoorbeeld alle linnen voor de uniformen van het Nederlandse koloniaal leger werd geproduceerd, komt te laat.

Overigens toont Adriaan Linters overtuigend aan dat de regionale economie in het Kortrijkse voor een groot deel uit de vlasverwerking is gegroeid. 70% van de plant zijn afvalproducten, die werden aangewend als grondstoffen voor andere activiteiten. De lange vezels werden gesponnen voor textieltoepassingen. Van de kortere werden touwen gemaakt of papier. Uit het zaad van het vlas werd lijnolie geperst in talrijke oliemolens, die ook wel andere zaden verwerkten (koolzaad, raapzaad en kempzaad van hennep). De olie ging naar diverse bedrijven (verlichting, zeep, smeermiddelen, vernis enzovoort). Het afval van die oliemolens kon dan weer verwerkt worden in nog andere bedrijfstakken. 

 

roterij51

 

Vlaserfgoed

Over het behoud en de herwaardering van vlaserfgoed in Europa gaat het eerste artikel in het tijdschrift. Auteur is Lucie Maluta, archeologe van Boulogne-sur-Mer. In het stuk zijn heel wat oude foto's opgenomen. Een ervan toont een authentieke vlasserswoning in Kuurne; nu weet ik eindelijk wat een 'pedeir' is: een kelder voor het vochtig bewaren van het gezwingeld vlas.

Voorts krijg je ook een essay over het vlas in Friesland (en afgesloten tijdperk?), van Gerrit Herrema, secretaris van de Friese verenigin,g voor historische landbouw. Luc Soens, voorzitter van vzw Preetjes Molen, schrijft een verhandeling over die vlaszwingelmolen in Heule. Er is een bespreking van het Nationaal Vlasserij-Suikermuseum in Klundert, Nederland.

En ten slotte vind je in het tijdschrift nog een overzicht van al wat er op het wereldwijde net te vinden is over het vlas. Vermelden we speciaal de collectie vlasfoto's van de beeldbank van de provincie West-Vlaanderen.

roterij61

Het dubbeldikke nummer gewijd aan het vlaserfgoed van het Vlaams-Nederlands tijdschrift voor industriecultuur 'Erfgoed van Industrie en Techniek' is te koop tegen 16,65 euro per exemplaar. Bestellen kan door het juiste bedrag te storten op bankrek. nr. 462-7314161-68. Het bestelformulier vindt u HIER.

roterij71

De foto's tonen de roterij Sabbe, Bondgenotenlaan in de Kortrijkse buurgemeente Kuurne. Het is een onaangeroerd gelaten vlasroterij op de oevers van de Leie, gestopt op het einde van de jaren zeventig. Dit doornroosje van industrieel erfgoed is sindsdien in versneld tempo aan het vervallen. Toch werd de roterij in 2005 nog beschermd als monument: de schoorsteen, de stoomketel en de stoommachine Phoenix Gand met toebehoren. En waarempel staat daar nog een grote vlaswagen geparkeerd, niet beschermd.

19-01-08

Eerherstel voor de Belforten van de Arbeid van Kortrijk?

ba1
Een parel onder de Kortrijkse Belforten van de Arbeid: de schoorsteen van de gewezen  textielfabriek De Poortere in de Wagenmakersstraat 

Naar Noord-Frans voorbeeld wil ook de Vlaamse Vereniging voor Industriële Archeologie (VVIA) dit jaar op 1 mei initiatieven nemen om de aandacht te trekken op de resterende fabrieksschouwen. Nog niet zo lang geleden markeerden die reusachtige schoorstenen als het ware vanzelfsprekend de horizon. Nu ze veelal niet meer worden gebruikt, staan ze te verkommeren en verdwijnen ze een voor een uit ons landschap. Nochtans zijn het bakstenen hoogstandjes, die voor de komende generaties de gedachtenis in stand zouden kunnen houden aan de noeste arbeid die in de fabrieken aan de voeten van deze reuzen werd geleverd. Belforten van de Arbeid, noemt men ze in het Franse Noorden. In Kortrijk staan er nog verschillende.

Historicus Adriaan Linters, VVIA-voorzitter ziet het met lede ogen aan: "Fabrieksschouwen worden een zeldzaamheid. Moderne fabrieken hebben ze niet meer nodig. De oude schouwen verdwijnen samen met de legendarische bedrijven die ze ooit bekroonden. Ook is het onderhoud duur en niemand die er het nut van inziet". Het Noord-Franse Roubaix bood ooit een indrukwekkend schoorstenen-horizon van 400  schouwen. Nu resteren er nog amper dertig.

ba2
De schouw van de gewezen textielfabriek van de familie Vlerick, Walle

In Kortrijk is de appreciatie voor die tot bijna in de wolken reikende getuigen van een groots industrieel verleden niet veel groter. Toch staan er nog meer van die schoorstenen dan men denkt. Misschien hebben ze hun voortbestaan eraan te danken dat het zo duur is om ze te slopen. Maar intussen staan ze er toch nog!

De eerste mei

In andere landen worden er allerlei initiatieven genomen om die industriële symbolen te redden. In Catalonië zijn campagnes opgezet voor hun behoud en restauratie. Het industriestadje Terassa bij Barcelona lokt er zelfs toeristen mee aan. In Nederland is al tien jaar een Stichting Fabrieksschoorstenen (STIF) actief. Zie website.

Ook in onze buurregio over de grens roert het. De aanzet kwam in 2004, het jaar van Rijsel Culturele Hoofdstad, met een culturele manifestatie rond de schouwen van Roubaix: 'Les totems de Roubaix'. Het werd een eerbetoon aan de textielarbeiders van de stad. Door de grote weerklank besloot de vereniging Le non-lieu (website) voortaan jaarlijks op 1 mei acties op te zetten om de aandacht te trekken op die bakstenen reuzen. Het project kreeg de naam 'Les Beffrois du Travail', de belforten van de arbeid. Vorig jaar waren schouwen in Fourmies (nabij Chimay, de schouw van de voormalige spinnerij Prouvost-Masurel), Mortagne du Nord (nabij Valenciennes, de schouw van een oude steenbakkerij) en Bailleul (bij ieper, de schouw van de textielfabriek Hié) aan de beurt. 

ba3
De - afgetopte - schouw van de gewezen pannenfabriek, nu handelscentrum, Pottelberg

Bij de Vlaamse industriële archeologen werkt het enthousiasme van hun Noord-Franse collega's aanstekelijk. De VVIA besloot ook in ons land op 1 mei 2008 activiteiten te organiseren aan de voet van enkele uitgekozen fabrieksschouwen. Enkele belangstellenden, waaronder een paar schoorsteeneigenaars, staken al de koppen bijeen in Wevelgem. Meer vrijwilligers zijn van harte welkom. Meer informatie vind je op de website van de vereniging: www.vvia.be.

ba4
De voormalige Pannenfabrieken van Marke, nu het machinebedrijf Vandewiele

Inventaris

In opdracht van de Région Nord-Pas de Calais worden intussen in Noord-Frankrijk alle resterende fabrieksschouwen geïnventariseerd met de bedoeling een conservatiebeleid ervoor te ontwikkelen. In ons land is er van overheidswege nog niet zoveel bekommernis voor dit industrieel erfgoed. Daarom is de VVIA op eigen houtje een inventariscampagne begonnen. Je kunt eraan meedoen. Op de VVIA-site vind je een inventarisformulier dat je kunt invullen als je een schouw weet staan die tot nu aan de aandacht van de vereniging is ontsnapt.

En dat zijn er nog heel wat. Als je de VVIA-inventaris aanklikt, dan tref je daar amper drie Kortrijkse schouwen aan: deze van de pannenfabriek Kapel ter Bede, die van Steverlyncks spinnerij in de Groeningekaai en die van de Algemene Fluweelweverij in de Stasegemsesteenweg. Zelf ging ik op ontdekkingstocht en al fietsend kwam ik er verschillende tegen, waarvan ik de kiekjes hierbij publiceer.

Waar staan er in Kortrijk?
 

ba5
De schoorsteen van de gesloopte textielfabriek Vlaamse Textielweverij, VTW, later Prado, thans 'landmark' op het binnenplein van het sociale woonproject Prado, Zwevegemsestraat. Let ook op de prachtige stoomketels
 
De meest monumentale schouw in Kortrijk is ongetwijfeld deze van de voormalige N.V. Céramique et briquetteries mécaniques du Littoral, de pannenfabriek van Dumolin, Kapel ter Bede. De erg vervallen droogloodsen met poortgebouw en de schoorsteen zelf zijn beschermd als monument bij ministerieel besluit van 08 januari 2005. De rest van de schitterende fabriek - ontworpen in 1923 door de architecten W. Vercoutere en E. Traneeuw, met een prachtig stookgebouw en machinekamer - is jammer genoeg nog altijd vogelvrij en zal vroeg of laat gesloopt worden om plaats te maken voor nieuwe bedrijven. Meer over de pannenfabriek bij Onvermoede Hoekjes.
koramic
Droogloodsen en schouw van de pannenfabriek 'du Littoral', beschermd maar volop aan het verloederen hoewel in die loodsen nog de hele ingenieuze droogmechaniek aanwezig is
 
in3
Het 'interieur' van de droogloodsen: een wirwar van houten droogrekken, maar bemerk de wiekenmechaniek waarmee de restwarmte van de pannenbakkerij door de te drogen gelegde ongebakken pannen werd gejaagd. Een schat aan industrieel erfgoed die dreigt te verdwijnen...

 
De mooiste schouw vind ik persoonlijk die van de voormalige textielfabriek De Poortere in de Wagenmakersstraat. De fabriek uit 1903 (!) wordt thans gebruikt door de verfgroothandel Duthoo-Casteur. De architect was Van Hoecke-Peeters van Gent. Vooral in combinatie met de machinekamer rond een verstilde binnenkoer in het midden van de stad biedt de schouw een bijna magische aanblik. De rode bakstenen in combinatie met de witte stenen maker er een heel apart ensemble van.
 
ba6
De mooie machinekamer onder de schoorsteen van de fabriek De Poortere in de Wagenmakersstraat
 
De oudste schouw meen ik gevonden te hebben in de voormalige textielfabriek Callens NV, voorheen Weyers, in de Moorseelsestraat, nu in eigendom van Stad Kortrijk. Die met klimop begroeide schouw staat in de schaduw van een recenter exemplaar.
 
ba7

De oudste schouw van Callens Textielfabriek, lan,gzamerhand overwoekerd door klimop


ba8

De twee schoorstenen van Callens Textielfabriek, onlangs aangekocht door Stad Kortrijk. Blijven ze behouden?

 

ba9
De schoorsteen van de Blanchisserie de Courtrai, thans Masureel maar nog altijd een textielveredelingsbedrijf, in de Meensesteenweg

 

Manchester
De achtergevel van Steverlyncks fabriek in de Stasegemsestraat, zoals ze jaren leegstond na het faillissement van Beklon Fibers. Het complex is nu gedeeltelijk gesloopt en voor de rest hard verbouwd tot somptueuze lofts. Boven het bedrijfsgebouw zie je het topje van de fabrieksschouw. Precies dat topje, 15 meter, is afgebroken omdat het kromgebogen was. Het overschot van de schoorsteen is behouden

Er zijn nog meer van die schoorstenen in Kortrijk waar de textielindustrie en de kleinijverheid duizenden mannen en vrouwen aan het werk stelden van in de negentiende eeuw. Als iedereen die zo een schouw weet staan, dat meldt aan de VVIA, dan zal de inventaris vlug gemaakt zijn. Mensen met andere ideeën om de aandacht erop te trekken, stellen zich in verbinding met VVIA, vvia@vvia.be.

24-12-07

Het park van het kasteel van Walle verkaveld?

kasteel van W1
Dit wordt wellicht de duurste verkaveling ooit, als het lukt. Promotor Samainvest, patrimoniumvennootschap van een De Coene-tak, wil de uitgestrekte landschapstuin van het Kasteel van Walle, Wolvendreef 75, opdelen in bouwkavels. Het moet een woonparkverkaveling worden. Het kasteel uit 1760 is een beschermd monument. Jozef De Coene, stichter van de Kunstwerkstede waar de beroemde Kortrijkse meubels werden gemaakt, resideerde er. De tuin behoort tot de historische parken en tuinen van Kortrijk. Onder de buren in de sjieke Wolvendreef ontstond enige beroering. Maar het Vlaamse Agentschap Onroerend Erfgoed blijkt al zijn goedkeuring te hebben gegeven, onder strenge voorwaarden. Vooraleer de graafmachines er aan de slag gaan, ben ik dat onvermoede hoekje van Kortrijk nog eens gaan bekijken.

Kasteel van Walle

Wie het Kasteel van Walle in het Kortrijkse gehucht Walle gaat zoeken, zal het niet vinden. Het kasteel ligt wat verderop, in de Wolvendreef (nr. 75). Walle, ooit een centrum van Kortrijk-buiten, is momenteel nog slechts de dooier in het 'Ei van Kortrijk', een verkeerswisselaar van de E17 en de Ring R8. Walle was een van de gekende 'heerlijkheden' rondom het oude Kortrijk, maar of de heer van Walle ooit het kasteel in de Wolvendreef bewoonde, is twijfelachtig. Het wordt in erfgoedinventarissen steevast het 'zogenaamde' Kasteel van Walle genoemd. Het oudste deel van wat er nu nog staat, is gebouwd in 1760 door de Rijselse rijkaard Hypolite Petipas, als buitenverblijf en jachtpaviljoen.

Het kasteel werd oorsponkelijk opgetrokken in directoire-stijl (overgang van de zwierige Louis XVI-stijl naar de soberder empirestijl). In de inventaris van het Vlaams Instituut voor Onroerend Erfgoed wordt de aandacht getrokken op de markante verschillen tussen voor- (naar het zuidoosten gerichte hoofdgevel) en achterkant van het oorspronkelijke landhuis. Aan de bepleisterde voorgevel steekt een drie vensters breed gedeelte eruit ('middenrisaliet van drie traveeën') onder een driehoekige hoed ('fronton') met ruitvormig venster. Dat uitspringend gedeelte geeft uit op een bordestrap. En beneden de trap ligt het gazon van de voortuin die half omringd is door een tot vijver verbrede gracht.

De achterkant van het 'kasteel' ziet er veel minder plechtstatig uit. De bovenverdieping overkraagt de halvekelder- en gelijkvloerse verdieping en "rust op korfbogen op pijlers met Corinthische kapitelen die aldus een loggia vormen". In dat overkapte gedeelte is er links en rechts een buitentrap met smeedijzeren leuning naar de eerste verdieping. Die achterkant is trouwens de voorkant geworden. Aan die kant van het gebouw staat ook een meermaals verbouwd koetshuis.

De Coene

Het landhuis is veel verbouwd. Waarschijnlijk tijdens de Eerste Wereldoorlog werden er twee bunkers bijgebouwd.

In 1920 kocht meubelindustrieel Jozef De Coene het landhuis, met de bedoeling er zijn buitenverblijf in te richten, en hij herdoopte het 'Kasteel' tot het meer burgerlijke 'Ma Campagne'. Hij restaureerde het bestaande landhuis, maar bouwde er heel wat tegenaan. Zo kwam er een zijvleugel met onder meer een atelier met groot noordervenster - om als schilder over constant licht te kunnen beschikken - en een rond uitspringend zomersalon. Bovenop de bunkers liet hij terassen aanleggen. Jozef De Coene bleef er wonen tot aan zijn overlijden.

Het landhuis is beschermd als monument bij besluit van de Vlaamse Executieve van 9 maart 1983.

Kasteeldomein

Het 'kasteel' ligt in een domein dat uitvoerig is beschreven in het standaardwerk 'Historische parken en tuinen. Kortrijk' van Paul Debrabandere, 1992 (p. 122-128). Het domein paalt ten zuidoosten aan de Bruyningstraat (op een steenworp van de Ring R8). Daar was oorspronkelijk de hoofdingang van het domein. Overwoekerd door struikgewas is er nog de vroegere toegangspoort. In dat gedeelte van het domein ligt de tot vijver verbrede gracht met twee aanlegsteigers en een stenen brug. Aan de brug wordt de wacht gehouden door een vrouw met hoorn des overvloeds. Op het gazon aan die kant van het 'kasteel' staan verschillende merkwaardige hoogstammen, o.m. een Oosterse plataan.

Aan de zijde van de Wolvendreef was er een boomgaard aan de overkant van de gracht. Aan de noordkant is er een kleine dreef met smeedijzeren vleugelpoort geflankeerd door twee paviljoentjes voor duiven. De huidige ingangspoort geeft uit op een binnenplaats met twee Franse plantsoenen. Vervolgens kom je in een grote tuin met pergola en klein waterbassin met beeld van een meisje. Aan de westkant van het park was er ooit een verlengd gedeelte van een beek, thans toegeslibt. Nog te zien is de brug over die beek, met 19de-eeuwse schildhoudende leeuwen.  

Doornroosje

Het landhuis is ondertussen zwaar vervallen. Het begint er meer en meer uit te zien als het kasteel van Doornroosje, voordat de prins haar kwam verlossen uit haar honderdjarige slaap. Het is maar de vraag of promotor Samainvest die moedige prins zal zijn, die erin slaagt het historische domein tot nieuw leven te wekken.

Samainvest, een patrimoniumvennootschap van de eigenaarsfamilie, wil het domein verkavelen. Volgens het gewestplan Kortrijk ligt het domein in een 'woonpark', dat is een zone waarin de woondichtheid kleiner is dan elders en er verhoudingsgewijs veel meer groen is. De promotor heeft voorzichtigheidshalve zijn verkavelingsplan uitgewerkt in samenspraak met het Vlaams Agentschap Onroerend Erfgoed. Het resultaat is een woonparkverkaveling, waarbij de parkambiance rond het landhuis zoveel mogelijk wordt gevrijwaard. Kavels en ontsluitingswegen worden daarin optimaal geïntegreerd. Niemand minder dan landschapsarchitect Wirtz - ook actief voor Stad Kortrijk in de binnenstad - werd aangezocht voor de opmaak van het inrichtingsplan. 

Volgens dat plan wordt het domein verdeeld in 6 loten. Het 'kasteel' blijft behouden als lot 6 - oef, het wordt niet gesloopt! Lot 5 is het bestaande tuinmanshuisje, dat ook bewaard blijft. Vier kavels van 1500 à 2400 m² worden uit de domein geknipt. Twee van die stukken bouwgrond liggen tegen de Bruyningstraat aan, twee tegen de Wolvendreef.

Op de kavels nieuwe bouwgrond mag er slechts gebouwd worden op ruime afstand van de perceelsgrenzen. Er zijn alleen villa's toegelaten, en er mag niet meer dan 250 m² bebouwd worden, alles inbegrepen. De beplanting moet conform het tuinplan van Wirtz zijn en dat wordt gecontroleerd door een syndicus die zal worden aangesteld.

Vogelreservaat

 Bij het openbaar onderzoek kwamen vijf bezwaren binnen van buren. Dat is veel, gezien de schaarse bewoning in de omgeving. De buren vrezen wateroverlast als de beek verder wordt gedempt en als het glooiende terrein wordt genivelleerd. Zij vrezen ook dat hun uithoek geen stabiele aanvoer van elektriciteit meer zal hebben als die nieuwe villa's erbij komen. Voorts denken zij dat de inrichting van die kavels te veel monumentale bomen zal doen sneuvelen en dat de Wolvendreef zijn dreefachtig karakter zal verliezen. Ook menen zij dat het - verlaten! - domein dienst doet als vogelreservaat en de buren komen op voor de gevederde fauna.

Het stadsbestuur heeft die bezwaren onderzocht en grotendeels ongegrond verklaard. Wel voegt het stadsbestuur aan het dossier de voorwaarden toe dat de bestaande grachten optimaal behouden moeten blijven en dat het bestaande groen zoveel mogelijk moet gerespecteerd worden. Gerooide bomen moeten gecompenseerd worden met nieuwe aanplantingen. De terreinnivelleringen moeten tot het uiterste beperkt blijven en de natuurlijke helling moet behouden worden.

Volgens het stadsbestuur is het dreefkarakter van de Wolvendreef niet in gevaar; de breedte van de ontsluitingsweg wordt beperkt tot 4 meter en aan beide kanten komt een bomenrij. De stad wijst erop dat de promotor kan uitpakken met een akkoord van het Vlaamse Agentschap Onroerend Erfgoed en koestert grote verwachtingen in de aanbreng van landschapsmeester Wirtz. De vogeltjes gaan onder de veranderingen niet veel te lijden hebben omdat de nieuwe bouwkavels aan de rand van het domein liggen, waardoor het park zoveel mogelijk ontzien wordt. 

Compound

Persoonlijk meen ik dat de exclusieve verkaveling, hoe behoedzaam ze ook wordt uitgevoerd, hoe dan ook het historische park geen deugd zal doen. Het 'kasteel' zal veel van zijn allure verliezen als zijn domein wordt teruggebracht tot een, zij het dan riante, villatuin. Maar anderzijds staat dat landhuis daar toch maar te verkommeren. Wellicht is het park, dat veel en duur onderhoud vergt, veeleer een beletsel om kopers te vinden die het willen instandhouden. Door dat domein op te delen in zes stukken krijgen kasteel en parklandschap misschien nieuwe levenskansen. Het stelt mij gerust dat het Vlaams Agenschap voor Onroerend Erfgoed een oogje in het zeil houdt.

Overigens is de Wolvendreef meer dan een bezoekje waard. Te weinig mensen, ook de Kortrijkzanen niet, weten die merkwaardige buurt te vinden voor een wandeling door weelderig groene dreven, kasten van villa's en open grachten, restanten van de bleekweiden van de familie Condé. Dit stukje Kortrijk, verschanst achter een aarden geluidsberm van de Ring en achter de autostradebrede Condédreef, heeft dan ook wel iets van een compound, een omheinde woonwijk in een of ander derdewereldland - alleen de slagbomen en de privé-bewaking ontbreken nog.

Laat dit je niet ontmoedigen voor een ontdekkingstocht. Behalve het 'Kasteel van Walle' kun je er nog drie andere merkwaardige stukken onroerend patrimonium ontdekken. Naast het kasteeldomein staat op nummer 73 een houten bungalow, vervaardigd door de firma De Coene en, naar het schijnt, van binnen gedecoreerd met schilderijen van AlbertSaverys (de expressionistische Leieschilder die ook in het Textielhuis aan de slag is geweest). Over Jozef De Coene en Saverys zie:decoeneartvillage.

Nummer 20 is de historische hoeve "Hof ter Walle". In 1944 is ze grondig verbouwd naar plannen van P. en J. Viérin (Kortrijk) voor textielbaron De Stoop, waardoor het authentieke hoeve-uitzicht verdween. Maar de enorme villa mag er ook zijn.

En nummer 63 is het zogenaamde domein "Isengrim". Van voor 1780 tot na 1807 was dat de blekerij van de familie Condé, waarvan enkele sloten behouden zijn gebleven. Het woonhuis met jaarankers 1799 is vergroot in 1919, maar thans zijn weer grondige verbouwingswerken aan de gang.

Voor meer foto's van het Kasteel van Walle en zijn park, zie Kortrijk onvermoede hoekjes.

w6

02-11-07

Een kwalijke erfeniskwestie op de Watermeulen (Izegemsestraat)

Izegemsestr 105

De familie van Bernard Vandamme zit er al decennialang mee verveeld. Nu worden ze ook nog eens beboet! De woningen Izegemsestraat 101 tot 107 zijn familiebezit. Het gaat om een gewezen brouwershof uit de tijd van de Franse Revolutie (1789), later omgebouwd tot landelijke dorpswoningen. Het gemeentebestuur van Heule, nu een deelgemeente van Kortrijk, besliste indertijd dat de woningen in een gebied lagen dat onteigend zou worden voor de bouw van een nieuwe weg. Toenmalig burgemeester Cattebeke gaf de eigenaars de raad dat rijtje woningen niet te renoveren of zelfs maar te onderhouden.

In tegenstelling met die onteigeningsdreiging werd het rijtje in 2003 beschermd als monument. Kortrijk heeft bijna geen andere woningen uit die ver vervlogen tijd. Die bescherming betekent dat eventuele renovatie slechts onder heel strenge voorwaarden kan gebeuren en heel wat duurder wordt. Die kosten overstijgen de financiële draagkracht van de eigenaars. Tot overmaat van ramp krijgt Bernard Vandamme, huidig eigenaar, nu plots een aanslag van de leegstandstaks in de bus. Het stadsbestuur erkent zijn verantwoordelijkheid in die kwestie door een gedeelte van de taks kwijt te schelden.

Dorpswoning met hoofdletter

De Izegemsestraat is een van de oudste wegen vanuit Kortrijk. Het was de oude weg naar Brugge (de 'heirweg' naar Brugge), tot hij in 1750 door het Oostenrijkse bewind vervangen werd door de rechte weg die nu nog altijd de Brugsesteenweg is. Toch moet het nog een drukke verkeersader geweest zijn op het moment dat het huizenrijtje nr. 101-105, bijna op de Watermeulen, een gehucht, werd gebouwd op het einde van de jaren 1700. Dat was de tijd van de 'Verlichting' (de Rede werd ingezet tegen de vooroordelen van de godsdienst en de vastgeroeste gewoonten van het 'ancien régime'). In onze streken was er de Brabantse Omwenteling tegen het Oostenrijkse gezag. Noord-Amerika maakte zich los van de Engelse koning. En in Frankrijk overwon de Franse Revolutie. 

Ik denk niet dat er nog veel woningen uit die tijd overgebleven zijn in Kortrijk. Het was mij eerst niet duidelijk of het huidige rijtje van 3 huisjes oorspronkelijk niet een enkele woning met stallen en schuur was. In het beschermingsbesluit is sprake van een "Dorpswoning", met hoofdletter. Feit is dat slechts de eerste woning beschikt over een 'voutekamer'. Intussen weet ik dat het inderdaad eerst een enkel huis was, een brouwershof dan nog. Die informatie vond ik op de site van het Vlaams Instituut voor Onroerend Erfgoed, dank zij Francis Devriendt, die ook een woning uit die tijd betrekt - zie reactie.

De brouwerswoning is reeds te zien op de landkaarten die graaf de Ferraris in opdracht van het Oostenrijkse keizerlijke gezag opmaakte van onze gewesten (1770-1778) Het rijtje is tevens duidelijk te herkennen op de Atlas der Buurtwegen (1843); op dat ogenblik is het één enkele woning en is het eigendom van brouwer Frans Vanrobaeys. In 1883 wordt de woning opsplitst in drie woningen. In die tijd was de textiel volop aan het industrialiseren en al dat nieuwe werkvolk moest gehuisvest worden. Rond 1950 wordt aan de achtergevel een klein volume toegevoegd.
 
Herberg

Thans is het nog altijd een driewoonst, die het Vlaams Instituut voor Bouwkundig Erfgoed omschrijft als: "van verankerde baksteenbouw onder zadeldak bekleedt met Vlaamse pannen. Witgekalkte gevels op gepikte (gepekte? - met pek ingesmeerde) plint. Rechthoekige muuropeningen met behouden schrijnwerk zoals de ramen met roedeverdeling en de luiken. Deels gecementeerde achtergevel gemarkeerd door vier opkamertraveeën. Verdiepte vensters met schuiframen en luiken. Rechthoekige kelderopeningen met getraliede blokvensters. Rechter zijgevel gemarkeerd door twee gedichte vensters onder druiplijst. Drie blinde benedenvensters."
 
Het Vlaams Instituut heeft het rijtje ook aan de binnenkant bestudeerd: "De huidige drie woningen hebben een eenvoudige interieuraankleding. Nr. 101 doet thans dienst als opslagruimte. Nr. 103, wordt getypeerd door de twee traveeën brede woonkamer met achterliggende opkamer. Nr. 105, dat het grootste deel van het volume beslaat, wordt gekenmerkt door de eenvoudige marmeren schouwmantels en bepleisterde plafonds met geprofileerd lijstwerk. Vermoedelijk deed dit deel dienst als herberg. Het huis heeft een kelder met eenvoudig witgeschilderd bakstenen tongewelf en bakstenen vloer."

Dat lezende, vind ik het prima dat die zeldzame panden zijn beschermd. In het ministerieel besluit van 15 april 2004 (van Vlaams minister Paul Van Grembergen, Spirit) staat dat het rijtje is beschermd als monument, "wegens de historische en sociaal-culturele waarde".

Vandamme2

Vervloekt

Die historische waarde is lange tijd niet onderkend. Zowel de eigenaars als de gemeentelijke overheid, van Heule en na de fusie van Kortrijk, zagen in het rijtje niets anders dan drie hopeloos vervallen krotten, alleen nog geschikt voor de sloop, goed gelegen bouwgrond voor nieuwbouw. Maar het perceel was vervloekt. Het gemeentebestuur van Heule had een BPA 'Stade Heule 1' goedgekeurd, waardoor het rijtje in een onteigeningsstrook kwam te liggen. Het was de bedoeling er een weg aan te leggen (de 'Vlasweg').

Meteen had deze eigendom nauwelijks nog verkoopwaarde voor de ouders en grootouders van Bernard Vandamme. Als er dan toch niet kon gebouwd worden, was er geen reden om het ensemble af te breken. In 1965 ging de familie te rade bij burgemeester Cattebeke van Heule. Die drukte hen op het hart die woningen in de lamentabele staat te laten als ze waren: "We gaan ze onteigenen en afbreken". Nochtans waren er wel investeringen nodig om ze verder te kunnen verhuren. Zo was en is er nog altijd geen badkamer. Voor het toilet moet men naar buiten; bij nummer 105 zijn dat twee naast elkaar gelegen schilderachtige hokjes met in het ene hokje nog een voorvaderlijke plank met gat en deksel.

Mettertijd kwam het rijtje door schenkingen terecht op naam van Bernard Vandamme. Hij ging zich onmiddellijk informeren bij de dienst stedenbouw van Kortrijk, toen nog in de Belfaststraat. De ambtenaar kon hem niet veel wijzer maken. Vast stond dat de Vlasweg er nooit ging komen, maar er was een verkaveling gepland tussen de Molenstraat en de Bozestraat en die nieuwe wijk kon wel eens ontsloten worden via de Izegemsestraat. In dat geval ging het rijtje alsnog tegen de vlakte. De onteigeningsmogelijkheid werd gehandhaafd. Telkenjare werd die informatie herhaald. Er werd aan toegevoegd: "Tja, dat is een kwalijke erfenis van Heule".

Ize4

Monument

In 2004 vernemen de eigenaars tot hun ontsteltenis dat het rijtje beschermd is als monument. Zij vernemen intussen ook dat het BPA Stade Heule 1, dat hun rijtje in een zone voor onteigening legde, al op 20 april 2001 was afgeschaft. Dat was hen niet gemeld door de stadsdienst bij wie ze te rade gingen. 

Die officiële bescherming zou goed nieuws kunnen betekend hebben: er konden subsidies aangevraagd worden voor de renovatie. Maar in dit geval was het alsof het dak op het hoofd van de eigenaars stortte. Weg was de beloofde onteigening die hen van alle zorgen zou bevrijden. Weg was de mogelijkheid om het rijtje te slopen en de goed gelegen grond bouwrijp te maken. Weg was hun vrijheid om de gebouwen naar eigen goeddunken en eigen financiële mogelijkheden op te knappen...

Hoe vervallen de panden nr. 101, 103 en 105 ook zijn: ze moeten in hun 'oorspronkelijke' staat hersteld worden, volgens de eisen van de administratie voor Monumenten en Landschappen. Een door de eigenaars aangesproken architectenbureau raamde de kosten voor die restauratie op 620.000 euro. Daar tegenover staan slechts subsidies voor de buitenwerken. De vereiste financiële inspanning gaat de draagkracht van de eigenaar te boven. Intussen heeft hij de panden al proberen te verkopen (o.m. aan de Zuid-West-Vlaamse Huisvestingsmaatschappij en aan het OCMW), maar zonder succes. Persoonlijk zie ik ook niet goed in op welke manier van dat rijtje een of meer sociale woningen kan worden geaakt. Volgens de eisen van Monumenten en Landschappen kan dat moeilijk, en op een betaalbare manier al helemaal niet.

Ize3

2250 euro taks

Een ander verhaal is de woning nr. 107; een huisje dat in de 19de eeuw is bijgebouwd in de tuin van het rijtje. Ook die woning stond in het onteigeningsgebied van BPA Stade Heule 1 en zij werd dus eveneens om die reden niet gemoderniseerd. De verhuur ervan eindigde op het moment dat het pand onbewoonbaar werd verklaard op 1 mei 1996. De woning nr. 103 is nog verhuurd en nr. 105 is in gebruik door de eigenaar zelf.

"De erfenis van Heule" wordt nog kwalijker. Op grond van een stadstaks op "leegstaande, ongeschikte, verwaarloosde en onbewoonbaar verklaarde woningen en gebouwen", ingevoerd door de gemeenteraad van 14 maart 2005, kreeg Bernard Vandamme in 2006 een aanslagformulier in de bus. Voor de woning nr. 107 wordt hem twee keer 750 euro aangerekend (leegstaand èn onbewoonbaar verklaard), voor de woning nr. 101 een keer 750 euro (leegstaand). Samen 2.250 euro voor 2006. En wat hangt er hem boven het hoofd voor de komende jaren? 

Verantwoordelijkheid 

De tegenslagen met die woningen beu, laat Bernard Vandamme het niet daarbij. Hij dienst een bezwaarschrift in en vraagt zich persoonlijk te mogen komen verdedigen. Het schepencollege ontvangt hem op 4 september 2007. Zijn pleidooi komt erop neer dat de leegstand en de onbewoonbaarheid van beide huisjes niet het gevolg zijn van moedwillige verwaarlozing van zijn kant. Aan het rijtje en de achterwoning werd niets gedaan omdat ze toch voor de sloop waren bestemd door het onteigeningsplan van Heule. De verwaarlozing vindt zijn oorzaak in de "aanslepende aarzelende houding van de overheid zelf". Door die door de overheid in de hand gewerkte verwaarlozing zijn de kosten voor restauratie van het 'monumentale' rijtje niet meer draagbaar voor een particulier. Intussen poogt de eigenaar een koper te vinden die wel genoeg middelen heeft om er nog iets van te maken.

Zonder het met zoveel woorden te zeggen, erkent het stadsbestuur - tegen het advies in van haar eigen diensten - enige verantwoordelijkheid in deze kwestie. De eigenaar krijgt een korting van 750 euro - rest te betalen voor 2006: 1500 euro. Hij kan tegen die beslissing nog in beroep gaan bij de rechtbank van eerste aanleg in Brugge.

Ize 105

Kafka

Persoonlijk vind ik dat hier een kafkaiaanse toestand. Woning nr. 107 buiten beschouwing gelaten - door te slopen kan de eigenaar verdere taksen vermijden - zie ik niet goed in welke oplossing bestaat voor het beschermde rijtje. Ik ga ermee akkoord dat de historische waarde noopt tot restauratie in zijn oorspronkelijke toestand. Voor de gemeenschap is het belangrijk dat een dergelijk mooi overblijfsel uit de tijd van de Oostenrijkers wordt bewaard. Maar die last kan men niet op de schouders leggen van een particulier die toevallig in het bezit gekomen is van die panden. Bovendien zijn de opeenvolgende eigenaars een halve eeuw lang door de gemeentelijke overheid zelf in de waan gelaten dat het rijtje in de weg stond. 

In plaats van de eigenaar met oplopende taksen te dwingen grote investeringen te doen, zou de stad zelf actief op zoek moeten gaan naar een zinvolle bestemming voor dat zeldzaam en ondanks alles bewaard gebleven bouwkundig erfgoed. Misschien is het tijd om dat rijtje eindelijk toch te ... onteigenen; niet meer om het tegen de vlakte te slaan maar om het deskundig te restaureren en een nieuwe functie te geven. Horeca bijvoorbeeld. En misschien moeten wij ook eens kijken hoe we de stadstaks op leegstaande gebouwen kunnen verfijnen om dergelijke onrechtvaardige situaties te voorkomen.

Ize101

22-04-07

Ontdekt op Erfgoeddag: weer beschermd erfgoed verdwenen

Op Erfgoeddag, 22 april 2007, besloot ik eens een kijkje te gaan nemen in het beschermde park Nolf in de Doorniksewijk in Kortrijk. De grote tuin, nog altijd eigendom van de fusiekliniek AZ Groeninge, is hetgeen overblijft van een domein met een prachtig kasteelpaviljoen dat wederrechtelijk is gesloopt door de vroegere kliniek Maria's Voorzienigheid (Loofstraat). In die parktuin, bestemd om ooit door stad Kortrijk overgenomen te worden als openbaar park, stonden een paar beschermde gebouwtjes: een 'mirador' (uitkijktoren) in neogotische stijl en een 'gloriëtte' (prieel) in chinoiserieschrijnwerk op een namaakrots boven de vijver. Precies op Erfgoeddag ontdek ik dat de gloriëtte is gesloopt en dat de uitkijktoren is ontdaan van zijn dak. Zijn hier antiekdieven aan het werk geweest of heeft de kliniek zich nogmaals van zijn barbaarse kant laten kennen?

Op 23 oktober 2005 schreef ik hier een stuk over het domein Nolf naar aanleiding van de afbraak van een rij herenhuizen in de Doorniksewijk waarbij de vroegere tuinmanswoning van het domein hoorde. Nu, de promotor die daar een appartementencomplex aan het neerpoten is, heeft zijn woord gehouden. De tuinmanswoning, in neo-renaissancestijl, is gerestaureerd en is smaakvol geïntegreerd in het nieuwe ensemble.

Mijn teleurstelling over de verdere degradatie van het park Nolf is des te groter.

In mijn vorig stuk schreef ik het volgende: "In het verwaarloosde park staan de beschermde bouwsels voorlopig nog recht. De gloriëtte is een prachtig houten tempeltje dat uitkijkt over de vijver, maar zij is in erbarmelijke staat. Het dak is voor de helft weggerot. De mirador staat er nog, op een heuveltje waarachter een eindeloze parking begint. De wenteltrap is verdwenen en ook hier is de helft van het stijlvolle dak ingevallen. Zelfs de brug is er nog, maar ik geloof nooit dat de betonnen overgang de oorspronkelijke constructie is."

Het monumentale prieel is dus compleet afgebroken. De slopers hebben zelfs de 19de-eeuwse vloertegels uitgebroken. Maar in hun haast hebben zij er enkele in de struiken rondom moeten achterlaten. Is dat een aanwijzing dat er hier antiekdieven aan het werk zijn geweest? Of heeft de directie van de kliniek eens te meer erfgoed dat in de weg stond of dat teveel onderhoudskosten vergde, 'opgeruimd'? En zelfs al zijn hier plunderaars langsgekomen: wordt van de eigenaar van beschermd erfgoed niet verwacht dat hij dat erfgoed in stand houdt en vrijwaart van vernieling?

Tot mijn grote verbazing ontdekte ik bij mijn bezoek in 2005 dat er nog een ander restant van het domein Nolf bestond en dat dit een functie had gekregen in de ziekenhuiswerking. Tegenaan de tuinen van de buren in de Doorniksewijk staat nog in volle glorie het koetshuis, in dezelfde neo-renaissansestijl van het nu heropgefriste tuinmanshuisje. Binnen afzienbare tijd moeten de gebouwen van het ziekenhuis een andere bestemming krijgen, want alle Kortrijkse klinieken worden bijeengebracht in de nieuwbouw in de Kennedylaan (nabij stadsgroen Marionetten). Dat koetshuis is nog niet beschermd. Gezien de herhaalde aanslagen op het domein, is het reëel in gevaar.
Zie ook: Kortrijkonvermoedehoekjes