09-10-07

Bart Caron: haal het muziekconservatorium van zijn eiland

gita1

Het stedelijk muziekconservatorium komt weinig aan bod in de gemeenteraad. Bart Caron, sp.a, heeft op de voorbije raad de stilte doorbroken. Hij vindt het Kortrijkse muziekonderwijs te elitair. Het conservatorium houdt zich afzijdig van het lokale cultuurleven. Het trekt vooral welgestelde kinderen aan. Het is teveel gericht op traditionele kunstvormen. Er is geen band met amateurorkesten en -gezelschappen. En de leerkrachten worden teveel gekozen voor hun muzikaal-technische kunde en te weinig voor hun vermogen om leerlingen enthousiast te maken en te houden voor de muziekbeoefening. Het betoog van Caron werd bijgetreden door Filip Santy, CD&V, hoornblazer. Bart Caron speelt contrabas.

Bart Caron heeft al een heel leven als cultuurdeskundige en -vrijwilliger (Humorologie!) achter de rug, èn als muzikant met zijn contrabas. Momenteel is hij niet alleen Vlaams volksvertegenwoordiger voor sp.a-Spirit (meer precies voor Spirit) maar ook gemeenteraadslid voor de sp.a-spirit-groen!-fractie in Kortrijk. Hij had het in de voorbije gemeenteraad (8 oktober 2007) over het Kortrijkse muziekconservatorium.

Kon. Elisabethwedstrijd

Net zoals het hele deeltijds kunstonderwijs in Vlaanderen, staat het stedelijke muziekonderwijs in Kortrijk, volgens mijn collega in de gemeenteraad, te veel op zichzelf, geïsoleerd van het cultuurleven in stad en streek. Die kwalijke vaststelling voor heel Vlaanderen is gedaan door een recente studie in opdracht van Vlaams onderwijsminister Frank Vandenbroucke (sp.a). Bart Caron citeerde de auteur van de studie, prof. dr. Anne Bramford van the University of the Arts van London: "Het deeltijds kunstonderwijs [...] spreekt [...] een elitaire groep van blanke, welgestelde kinderen aan. Dat is een laag percentage. Het zijn steecds dezelfde kinderen die overal weer opduiken." Kenmerkend voor het kunstonderwijs in ons land is dat het gericht is op de vorming van een elite van beoefenaars, evenwel zonder erin te slagen de allerbesten van de wereld te vormen. Zo mist men twee dingen: men slaagt er niet in een brede laag van kunstliefhebbers aan te spreken, maar evenmin slaagt men erin winnaars van de Kon. Elisabethwedstrijd klaar te stomen.

Volgens Bart Caron gelden de conclusies van de studie ook voor ons Conservatorium. Het slaagt er niet in om bepaalde doelgroepen aan te trekken. Er is nauwelijks contact met de gewone scholen, met het basis- en middelbaar dagonderwijs - waar overigens slechts in zeer uiteenlopende mate aan kunstopvoeding wordt gedaan, meer niet en te weinig dan te veel. Het lessenpakket is te veel gebaseerd op traditionele kunstvormen. Het leerlingenaantal is te laag.

Conservatoire

Bart Caron hield een warm pleidooi om nauwere banden te smeden tussen het Conservatorium en de amateurmuziekbeoefening. Thans is het nog te veel een 'conservatoire', een concept dat lang geleden ontstond in Frankrijk om de hoge muzikale kunst in stand te houden. Door samen te werken met allerlei muziekverenigingen, van rockgroepen tot harmonieën, van toneelverenigingen tot dansensembles, kan ons conservatorium zijn drempels verlagen en zijn elitaire uitstraling verminderen. Een samenwerking is goed mogelijk doordat men bijvoorbeeld deelname van een leerling aan een jeugdorkest kan laten meetellen als een les samenspel. Zo kun je een beetje de stress verminderen bij jongeren die in het Conservatorium al gauw tot vijf uur per week moeten schoollopen voor notenleer, instrument, samenspel, algemene muziekcultuur en -geschiedenis, enzovoort.

Voorts kan de hoogstaande opleiding aan het conservatorium slechts gunstig inwerken op de kwaliteit van de amateurgezelschappen en -orkesten als er aan de doorstroming wordt gewerkt. Bart Caron betwijfelt of er wel genoeg overleg is met de verenigingen en of het conservatorium wel genoeg inspeelt op hun noden. Ook vraagt Bart Caron meer inspraak van de ouders en de leerlingen. En om van het stedelijke muziek- en toneelonderwijs een troef te maken voor het plaatselijke cultuurleven, bepleit Caron een nauwe samenwerking met stadsinstellingen zoals het Muziekcentrum, het Cultuurcentrum, de musea, de Erfgoedcel, enzovoort. Die samenwerking moet ook intenser worden met particuliere muziekinitiatieven zoals concertorganisator De Kreun, het Kortrijks Symfonisch Orkest en andere.

Bart Caron maakt zich daarbij zorgen over de selectiecriteria voor de leerkrachten van het conservatorium. Zij worden momenteel nog altijd gekozen voor hun muzikaal-technische vaardigheden, bewezen door een officiële diploma's. Mijn collega in de gemeenteraad zou liever zien dat de nadruk wordt gelegd op de pedagogische kwaliteiten van de leerkrachten, op hun kunde om de leerlingen hun liefde voor muziek over te brengen.

Kortrijkse Filharmonie 

CD&V-fractieleider Filip Santy, toekomstig schepen en eveneens muzikant (hoorn) sprong Bart Caron bij. De instrumentale muziekbeoefening in het Kortrijkse staat of valt met de aanlevering van goed opgeleide muzikanten door het deeltijds kunstonderwijs van bijvoorbeeld ons conservatorium. Santy kan het weten, want beroepshalve is hij strategisch directeur van Vlamo, de koepel van de Vlaamse Amateur-MuziekOrganisaties. Volgens Santy moeten evenwel ook de verenigingen, harmonieën en fanfares weer zelf muzikanten gaan vormen, op basis van een algemeen muzikale vorming in het Conservatorium, waar men zich ook verder kan vervolmaken.

Filip Santy constateert een nijpend tekort aan bespelers van blaasinstrumenten bij bijvoorbeeld de Kortrijkse Filharmonie en de Sint-Jozefharmonie. Aan het conservatorium zijn blaasinstrumenten vandaag de dag minder in trek; de leerlingen kiezen liever gitaar en piano. Ook hij vond het toch zo jammer dat de leerkrachten van ons conservatorium toch zo weinig betrokken zijn bij het plaatselijke muziekleven.

Avelgem

Zoals te verwachten relativeerde onderwijsschepen Jean de Bethune, CD&V, de alarmkreten van Caron en Santy. Het aantal leerlingen aan het stedelijk Conservatorium is weer aan het toenemen. Voor het lopende schooljaar zijn er 1.874 leerlingen ingeschreven; dat is 8,8% meer dan vorig jaar. De lesuren zijn zelfs met 15% gestegen.

De schepen moest wel toegeven dat er een probleem is van versnippering. Het lerarenkorps telt 83 docenten die niet minder dan 110 klassen moeten bedienen - er zijn ook afdelingen in Gullegem en Avelgem. Hij bekloeg zich over een veel te strak personeelsstatuut, dat het onmogelijk zou maken om flexibel in te spelen op de noden. In de hoop dat Vlaams onderwijsminister Frank Vandenbroucke het zou horen, verklaarde hij zich voorstander van de verlaging van de leeftijd waarop leerlingen aan muziekonderwijs kunnen beginnen: nu is dat 8 jaar in tegenstelling tot de opleiding dans waar het 6 jaar is.