11-01-08

Het risico van een concessieaanvraag in een centrumstad

bierviltje

Een stadsbestuur heeft zich te houden aan de motiveringsplicht. Maar dat betekent niet dat men bij de keuze tussen twee kandidaten de niet in de smaak vallende kandidaat moet vernederen. Zakelijke argumenten volstaan ruimschoots. Te meer als die beledigende argumentatie wordt opgenomen in de officiële notulen van het college van burgemeester en schepenen. Met de openbaarheid van bestuur kunnen alle burgers daarvan kennisnemen.

Een stadsbestuur van een middelgrote centrumstad - ik laat je raden welke - zocht recentelijk een uitbater voor een cafetaria in een van zijn stadsinrichtingen. Twee gegadigden staken prijs in en toen de enveloppen werden geopend, bleek dat beide prijsbiedingen ongeveer gelijk waren. Een dieptegesprek moest argumenten leveren om de knoop door te hakken.

Uit dat dubbel interview bleek dat de eerste kandidaat heel wat succesvolle ervaring had in het uitbaten van een horecabedrijf. De andere kandidaat was een nieuweling. De eerste kon een soort businessplan voorleggen en was te rade gegaan bij een boekhouder. De andere kandidaat niet. De eerste kandidaat ontvouwde enthousiast allerlei plannen voor een actieve uitbating; de andere kandidaat was heel wat afwachtender.

Met die vaststellingen zou het voor mij al lang duidelijk zijn wie ik zou nemen: de eerste natuurlijk. En dat heeft het stadsbestuur ook gedaan.

Maar datzelfde stadsbestuur vond het nodig - zo lees ik in de notulen van een vergadering van het schepencollege - om bovendien ook nog eens de andere kandidaat af te kammen op een manier die beledigend en kwetsend is voor de persoon in kwestie. Voormelde zakelijke argumenten werden volkomen overbodig aangevuld met een reeks subjectieve beschouwingen.

Hoe zou je het oppakken als je het volgende over jezelf te lezen krijgt: "overwegende dat [betrokkene] een 'vlakke' spreektaal hanteert wat een fel contrast is tegenover de frisse verschijning van [de eerste kandidaat]; overwegende dat [de eerste kandidaat] vlot overschakelt van een beschaafde spreektaal naar onderhoudend taalgebruik en doordacht zijn ideeën formuleert;"? Ik zou mij niet graag in 'contrast met een frisse verschijning' horen noemen.

Op hetzelfde elan gaat het stadsbestuur voort: "Overwegende dat de motivatie van [de tweede kandidaat] redelijk zwak te noemen is;" en "overwegende dat [de tweede kandidaat] geen enkele blijk geeft van enige visie met betrekking tot de gevraagde kwaliteitsvolle uitbating van deze cafetaria;".

Als je dat allemaal om je oren geslagen krijgt, enkel en alleen omdat je het aangedurfd hebt een bod te doen op een concessie, dan heb je waarschijnlijk alle zin verloren om je ooit nog op het ondernemerspad te begeven. Is dat stimuleren van het ondernemersschap bij jongeren? Dergelijke argumentatie beschadigt de betrokken kandidaat. En bovendien waren die beledigingen overbodig; de stad had genoeg zakelijke argumenten om in dit geval de andere kandidaat te kiezen. 

Als je in die middelgrote centrumstad een bod doet voor een concessie, riskeer je er getraumatiseerd uit te komen...