12-06-12

Ook mijn trouwe lezers uitgenodigd

invitatie 23 VI.JPG

Inschrijven hoeft niet echt, maar als je mij laat weten dat je komt, is het wel gemakkelijker: Kortrijk@marclemaitre.be.

11-06-12

Een ferme meevaller voor Kortrijk bij verkoop deel ex-fabriek KKS

Stasegemsesteenweg 110+ 1.JPG

De openbare verkoop van een fabriekspand in de Stasegemsesteenweg brengt de stad de helft meer op dan verwacht. Het gaat om nummer 110+, een deel van de bedrijfsgebouwen van de vroegere textielfabrieken Kortrijkse Katoenspinnerij en Kortrijkse Textielmaatschappij. NV AG Plastics en NV Bessa Benelux zijn samen bereid 525.000 euro te betalen (152 euro per m²). De instelprijs was 350.000 euro. Van een financiële meevaller gesproken!

Onevenaarbaar

Het expansieve AG Plastics gaat onverdroten verder met het opkopen van leegstaande fabrieksgebouwen in de Stasegemsesteenweg. Het gaat telkens om onderdelen van het gewezen textielconglomeraat Kortrijkse Katoenspinnerij/Algemene Fluweelweverij/Kortrijkse Textielmaatschappij. De panden moeten de onderneming de nodige groeimogelijkheden bieden. Eerder kocht de groep van Rik Glorieux het hoofdgebouw van de KKS aan de Luipaardbrug.Een deel daarvan is verhuurd aan Energy ICT. Het dichtst bij de Vaart gelegen fabrieksgebouw is in volle renovatie. De hoofdzetel van AG Plastics bevindt zich in moderne gebouwen aan de overkant van de straat, waar vroeger de Algemene Fluweelweverij was gevestigd.

 

AG Plastics.JPG

Nu heeft AG Plastics met een onevenaarbaar hoog bod ook een magazijn verworven waarvan Stad Kortrijk eigenaar was. Er staan nog nadars en podiumonderdelen op het terrein. Het gaat om 3.454 m² bedrijfsgrond voor milieubelastende industrie met een vervallen magazijn onder sheddak. Het ligt tussen de vroegere KKS en de thans door het sociale bedrijvencentrum Kanaal 127 ingenomen vroegere gebouw van de Kortrijkse Textielmaatschappij.

CVP

De kaars van de ooit zo machtige Kortrijkse textielgroep ging definitief uit in augustus 2001. Door het faillissement verloren de resterende 115 werknemers hun job. De groep kende een merkwaardige geschiedenis. Gesticht in de jaren 20 vond ongeveer heel Stasegem er werk. Maar ook de oprichting en de stichters zijn opmerkelijk.

Onder hen vinden wij bijvoorbeeld Arthur Mulier, een man die begon in de christelijke arbeidersbeweging. Nadat hij zich daar onmogelijk had gemaakt door onder de Duitse bezetter in de Eerste Wereldoorlog mee te werken aan de vernederlandsing van de Gentse universiteit, werd hij textielondernemer - met durfkapitaal van bevriende industriëlen - en hij schopte het tot voorzitter van het VEV (Vlaams Ekonomisch Verbond). Hij was ook volop politiek actief, in de christendemocratie, als deputé van West-Vlaanderen en als parlementslid.

Directeur van KKS enzovoort was lange tijd Tony Herbert. Nadat hij voordien flirtte met autoritaire regimes keurde hij de collaboratie in de Tweede Wereldoorlog af. Hij was bij de stichters van de christendemocratische partij CVP, zonder nochtans ooit een mandaat te willen bekleden.

Stasegemsesteenweg 110+ 3.JPG

Hero

Over de laatste dagen in de KTM volgende interessante getuigenis van Peter Van Synghel: "Ik heb er nog een halfjaar gewerkt in het jaar voor de KTM failliet ging, in de oude fabriek, waar dit stuk een onderdeel van is, waar men toen resten van textiel recycleerde naar nieuwe draad, het ganse gebouw was een soort machine, mijn job bestond erin resttextiel in balen geperst (veel uit Kaboel, veel uit ergens in Amerika) in grote plukken op een band te leggen, het begin van het recyclageproces (extreem ongezond werk, achteraf bekeken, in de zin van met dat rookverbod en die plotselinge bezorgdheid om ons aller gezondheid, of iets dat daarvoor door moet gaan) aan de andere kant kwam er nieuwe witte draad uit de kont van de machine - het was de tweede laatste fabriek die dat nog (op die manier) deed weet ik nog, tot daar ook de kaars uitging. ja, 'a working class hero is something to be' toch wel.

En het grappigste was, zowat elke dag stond die fabriek in brand! als er in de balen resttextiel ijzer zat (vooral in die van Kaboel) dat ik niet opgemerkt had, dan draaide dat ijzer ergens in het midden van het monster zo heet dat het textiel begon te branden, en dan was het alles stil en zoeken, en met een emmertje dat we in de Vaart vulden, blusten we en deden onvermoeibaar verder met recycleren - allemaal voor het geld."

Stasegemsesteenweg 110+ 4.JPG

Met die verkoop is weer een stuk vastgoed van de stad te gelde gemaakt. In 2008 werd in opdracht van het stadsbestuur een 'patrimoniumstudie' voltooid, een uitgebreide inventaris van alle immobiliën die de stad niet meer nodig had. Het was de bedoeling dat vastgoed stuk voor stuk tegen de beste condities aan de man te brengen. Daarover meer in een volgend stuk.

10-06-12

Zondags Kortrijk (ansicht 34)

Elke zondag een bijzonder prentje, een ansicht van Kortrijk.

Verloren Hof zonder velo.JPG

Voor het prentje van vandaag waagde ik mij in een mysterieus en magisch deel van groot-Kortrijk, de Geitenberg, met zijn 53 m het hoogste punt van deelgemeente Kooigem. De vergezichten zijn er alom schitterend. De voetwegels zijn soms begaanbaar, maar daar komt verbetering in. En de Tontekapel, een eeuwenoude devotieplaats, trekt er, op welke helling je ook bent, dwingend de aandacht.

Kooigem.JPG

Voetweg

De aanleiding van dit zondags stukje is de beslissing van de Kortrijkse gemeenteraad morgen om een fel betwist stuk voetweg te verharden: de verbinding tussen de Geitenbergstraat en de Tontestraat (Tontekapel) dwars door een akker. In de jaren tachtig dacht de landbouwer van de twee akkers aan beide kanten van die in de officiële Atlas der Buurtwegen geregistreerde voetweg, een grote akker te maken door de weg mee om te ploegen en door elke passage te verbieden. Het kwam tot een hoogoplopende discussie met het stadsbestuur, dat in die tijd zelf menige voetwegel heeft laten verdwijnen. Maar in dit geval moest de boer de duimen leggen.

Niettemin wordt het pad nog geregeld mee omgeploegd, zonder nochtans dat de landbouwer de doorgang verbiedt. De verbinding maakt deel uit van het wandelnetwerk Land van Mortagne. Reacties van wandelaars wijzen op de deerlijke toestand van dat stuk weg. Bijvoorbeeld: "De doorgang van knooppunt 46 (Geitenberg) naar knooppunt 58 (Tontekapel) is onmogelijk. Een en al modder. De boer is hier in fout!" (februari 2011). En in vorige herfst: "Vandaag daar gewandeld. Bij het rooien van de patatten is de paal van knooppunt 46 geraakt en is het wandelpad meegerooid. Kan de stad dat pad niet verharden?".

De stad zal nu inderdaad het wegje voorzien van een fundering in drainerend schraalbeton waarop betonnen 'riettegels' van een halve meter breedte komen, die daarna opgevuld  met terreau en ingezaaid met gras zullen worden. De vele wandelaars en mountainbikers zullen blij zijn. De ruiters heel wat minder. Want alhoewel het mensen te paard waren die het pad ondanks het verzet van de boer zijn blijven betreden, is aan paarden de toegang tot het wegje verboden. Gemeenteraadslid Philippe Avijn bracht de kwestie onlangs nog ter sprake in de gemeenteraad.

knooppunt 46.JPG

Geitenberg

De Geitenbergstraat bereik je het gemakkelijkst via de Doornikserijksweg en het Verloren Hof. Het Verloren Hof is een openbare weg die dwars door de hoevegebouwen van ... het Verloren Hof passeert. Wegen die niet langs maar door boerhoven lopen, zijn niet uitzonderlijk in de heuveltjes tussen Leie en Schelde. Het Verloren Hof is een prachtige vierkantshoeve met oorsprong in de jaren 1600. De rare naam heeft het bedrijf te danken aan de Franse revolutionairen. In 1792 werd Kooigem een eerste keer bezet door de sansculotten. Zij werden die keer nog weggejaagd door de troepen van de Oostenrijkse keizer. Op hun terugtocht stelden de revolutionairen plots vast dat er een hoeve was die zijn niet hadden bezet (en gebrandschat). Zij noemden ze 'Cense Perdue'. Het Verloren Hof speelde ook een rol in de Tweede Wereldoorlog. Het Verzet kampeerde er een week of zes, en het werd per ongeluk gebombardeerd in 1944.

Geitenberg.JPG

Een zijweg van het Verloren Hof, dat zelf een asfaltweg is, is de Geitenbergstraat, een slechts met kiezel bedekt karrenspoor dat afdaalt tot in Kooigem. Onderaan de Geitenberg ligt het Goed te Tollardrie, met een gekende geschiedenis die teruggaat tot in 1440. In het ancien regime was het een belangrijk 'leenhof' met adelijke allures. Op een monumentale dubbele dwarsschuur met imposante steunbeer staat het jaartal 1773.

Tollardrie.JPG

Aan de voet van de 'berg' ga je linksaf naar de Tontestraat, waarover je dan weer de Geitenberg kunt opklimmen, naar de mysterieuze kapel die op de top bij een bundel populieren staat te lonken. Het is naar die kapel dat op de kam van de Geitenberg voormelde verbinding tussen de Geitenbergstraat en de Tontestraat loopt (tussen de knooppunten 46 en 58).

Tontekapel

DSCN0131.jpg

Er is al sprake van een Tontekapel in 1729. Maar in 1914 sloeg de bliksem er in en ze brandde helemaal uit. De huidige kapel is gebouwd in 1929. Er hangt een speciaal soort devotie omheen. Naar oeroud gebruik hangen gelovigen er stukjes stof van zieke familieleden aan de kapeldeur, in de hoop daarmee de genezing met hogere voorspraak een zetje te geven. Volgens mijn aanvoelen moet dat gebruik teruggaan op een voor-christelijke traditie. Elders zijn het wel meestal monsterlijk oude bomen die met stukjes stof worden behangen.

Tonte.JPG

Op de Geitenberg zou ooit een Romeins legerkamp zijn ingericht en de Tontestraat zou een zijweg zijn geweest van de heirweg van Bavai over Doornik naar Kortrijk en verder naar Oudenburg. Was er toen al een heiligdommetje op die plaats?

Tontekapel.JPG

In de kapel vind je niet alleen een houten beeld van Maria en kind maar ook diverse andere beelden en cultusvoorwerpen. Naast de kapel staat een zitbank, een ideale plek om eens romantisch te piknikken. En op een stuk arduin aan de voet van de kapel heeft een verliefde kerel de naam Nadine gekerfd.

Nadine.JPG

En als je van de Tontekapel op de Geitenberg naar Kooigem tuurt, zie je in de verte de Mont Saint-Aubert. De tepel op die wat hogere heuvel is de toren van de kerk gewijd aan de Heilige Drievuldigheid (Trinité). Dat is ook iets raars, een kerk gewijd aan een ... dogmatisch principe. Volgens bepaalde historici zou het een verchristelijking zijn van een ouder, Gallo-Romeins heiligdom, een tempel gewijd aan de meest hermetische van alle klassieke goden: Hermes of Mercurius. Die Heilige Drievuldigheid vinden wij overigens ook in de muurkapel van het Laatste Oord(t)je op de grens van Kortrijk en Zwevegem, ook op een heuvel. Toch wel een magische streek daar met al die van in de oudheid bewoonde heuvels.

Mont-Saint-Aubert.JPG

03-06-12

Zondags Kortrijk (ansicht 33)

Elke zondag een bijzonder prentje, een ansicht van Kortrijk.

OLVVV1.JPG

Een van de legendes van Kortrijk is het eeuwenoude verhaal van het mirakuleuze beeldje van Onze Lieve Vrouw van Groeninghe. Het vroeggotische kunstwerkje zou niet alleen op bepaalde nachten hemelse muziek hebben laten klinken in de kerk van de Groeninge-abdij; het zou ook genezend werken voor alle ziekten zonder onderscheid. En bovendien zou het de Vlaamse milities de overwinning hebben bezorgd in de Guldensporenslag op de Groeningekouter in 1302.

Historisch onderzoek toonde aan dat die religieus-nationalistische vertelling niet klopt. Maar het verhaal is interessant genoeg om het beeldje in kwestie eens te gaan opzoeken. Aangezien het vandaag Dag van de Open Kerken is, kon ik er moeiteloos bij geraken: het staat in een kapel van de gewezen Jezuïetenkerk Sint-Michielskerk in Kortrijk (vlakbij het Textielhuis).

Ivoor

De herkomst van het beeldje is raadselachtig. Ook daarover bestaat een legende en die is al even onbetrouwbaar. Het zou zijn meegebracht op een Romereis van Beatrijs (1225-1288), de weduwe van graaf Willem van Dampierre. Ze zou het van de paus zelf hebben gekregen. Zelf schonk zij het aan een abdijtje dat zij zelf had gesticht op de Rodenburg in Marke - dat abdijtje verhuisde later naar de Groeningemoerassen tussen Kortrijk en Harelbeke (zeg maar in de omgeving van het huidige openluchtzwembad Abdijkaai) en werd van dan af de Groeningeabdij genoemd. Dat sprookje wordt uitgebeeld in een bas-relief in een muur van voormelde kapel in de Sint-Michielskerk.

Beatrijsmuur.JPG

Welnu, er klopt niets van. Pater oblaat N.N. Huyghebaert toonde aan dat het beeldje in de Kortrijkse geschriften pas opduikt in de jaren 1600, na de verhuis van de Groeningeabdij, die eerder door de geuzen (protestanten) was verwoest en geplunderd, naar de binnenstad. De katholieke historicus wijdde aan het beeldje een bijdrage in de bijzondere Leiegouw naar aanleiding van 675e verjaardag van de Guldensporenslag (1977). Andere historici noemen het een werk van Parijse makelij, weliswaar wel daterend van het begin van de jaren 1300. De stijl is immers vroeg-gotisch, met een S-vormige figuur met een Etruskische glimlach op haar gezicht. Het is in ivoor en niet meer dan 19 cm hoog.

OLVVVV2.JPG

Majorka

Wellicht was het toch al aanwezig in de oude Groeningeabdij; daarover ondervraagd door een inspecteur van de bisschop verklaarden de nonnen in de nieuwe abdij in de jaren 1600 dat zij het beeld altijd in hun gemeenschap hadden geweten. Het werd toen trouwens niet Onze Lieve Vrouw van Groeninghe maar Onze Lieve Vrouw van Mirakelen genoemd.

Van een verering die begon in 1302 na de Guldensporenslag zijn geen bewijzen gevonden. Volgens een legende die in het begin van de jaren 1600 begon, zou de christelijke moeder gods in de vooravond van de slag zijn verschenen aan een zekere koning Sigis van Majorka, die tot het Franse kamp behoorde. Ze zou hem de nederlaag en zijn dood hebben voorspeld. Van die Sigis is overigens in de jaren 1600 een graftegel gemaakt die in de Groeningeabdij werd neergelegd, zogezegd ter vervanging van een oudere grafsteen.

Welnu, er heeft wel kortstondig een koninkrijk Majorka bestaan maar nimmer een koning met de naam Sigis. Wellicht is het een verkeerde interpretatie van Sanses (Sanchez). Maar voor de rest is van de man niets meer geweten. In de Groeningeabdij werden wel na de Guldensporenslag enkele gesneuvelde leden van de hoge adel begraven. Maar dàt mirakel is dus niet betrouwbaar.

Groeningeabdij.JPG

Keerse

De verering van het beeldje startte pas in de jaren 1600. Eerst had het nog grote concurrentie van een eerder vereerd beeld, van OLV van Foy, een stenen exemplaar zogezegd maar eigenlijk een Utrechts afgietsel van pijpaarde (zeg maar plaaster). Nog meer magische kracht had het Groeninghepostuurke te overtreffen van een andere relikwie waarmee de nonnen van Groeninge bedevaarders naar hun offerblokken lokten: een stukje kaars, 'de Heylighe Keerse van Atrecht".

In Arras was volgens nog een andere vrome legende Maria verschenen aan twee ministrelen, Norman en Iterius, tijdens een perstepidemie in 1120. Zij kregen een magische kaars waarmee men water kon wijden dat op slag geneeskrachtig werd. Het was Marie van Champagne die het stukje kaars meebracht naar Kortrijk, naar haar nieuwe thuis, de grafelijke burcht waar zij resideerde met graaf Boudewijn IX, de vlerk die zich later op kruis- en plundertocht liet benoemen tot keizer van het Oost-Romeinse Rijk. Als weduwe schonk zij dat krachtig stukje kaars aan de Groeningeabdij (toen nog in de Groeningemoerassen). Water waarin de kaars werd gedoopt, werd verkocht als een geneesmiddel tegen besmettelijke ziekten.

In 1635, 36 en 37 werd Kortrijk geteisterd door een pestepidemie. Om er een einde aan te maken organiseerde men een processie rond de Houtmarkt waarbij alles uit de kast werd gehaald. Niet alleen deed men een rondgang met de kaars van Arras (met een massale bedeling van heilig water) maar ook het ivoren beeldje mocht mee. Het is op dat moment dat de beangstigde bevolking zich ook op dat beeldje begon te beroepen tegen de pest. Enkele jaren later werd de magische faam van het glimlachende beeldje pas goed bevestigd toen het in het midden van de nacht 'hemelse muziek' produceerde in de kerk van de abdij (1643).

Een gebruik van verering van het ivoren beeldje dat het lang heeft uitgehouden, tot aan de Eerste Wereldoorlog, is de Peperbollenommegang met Sinksen in de Sint-Michielskerk en de Rijselsestraat. Zie mijn stukje van vorige week.

Groeningeabdij1.JPG

Maagd

Een tweede golf van populariteit kreeg het beeldje bij de nationalistische revival van de Guldensporenslag in de jaren 1800. De herdenking van de slag in de julimaand was in den beginnen vooral religieus: het waren letterlijke bedevaarten naar de plekken waar men het oude slagveld vermoedde (buiten de Gentpoort). In 1832 liet de Kortrijkzaan Eduard Dujardin daar zelfs een kapel bouwen met een gipsen afgietsel van het ivoren beeldje. Het heiligdommetje staat daar nog, te verkommeren tot het weer ingebouwd wordt in een flatgebouw. Zie mijn eerder stuk.

Hendrik Conscience liet zich door die vertellingen inspireren voor zijn bestseller De Leeuw van Vlaanderen. In de proefversie van zijn beroemde boek speelde OLV van Groeninge nog een rol in de overwinning van de Vlaamse milities. Maar naderhand schrapte hij die passage omdat hij de zegepraal ten volle wou toeschrijven aan het Vlaamse heir en niet aan een of ander mirakel.

maagd vV.JPG

Toen men in Kortrijk naar aanleiding van de 600e verjaardag van de slag een 'nationaal' monument wou oprichten, op het tot plantsoenproporties herleidde 'slagveld', gingen er aan katholieke kant stemmen op om een monumentale Maria op te richten. De liberalen waren daartegen. Uiteindelijk won Godfried Devreese de beeldhouwwedstrijd met een compromis: geen Heilige Maagd maar een symbolische Maagd van Vlaanderen. Hij is er wel in geslaagd in de arduinen sokkel van het beeld in bas-relief een afbeelding van het ivoren beeldje aan te brengen. De maagd kon pas vier jaar na het jubileum worden ingehuldigd (1906).

OLVVVV5.JPG

Mirakel

Als er al van een mirakel kan worden gesproken, is het dat dat wondermooie beeldje, wellicht van onschatbare waarde, nog altijd bestaat en te bezichtigen is in Kortrijk. Toen de Franse revolutionairen in Kortrijk de kloosters opdoekten, ging in 1797 ook de Groeningeabdij voor de bijl. Het beeldje kwam na veel omzwervingen terecht in de Sint-Michielskerk. Toen die kerk in de Tweede Wereldoorlog zware schade opliep door de bombardementen, kreeg het een ereplaats in een nieuwe kapel die tegen de kerk aan werd gebouwd. Het staat er nog altijd, beschermd onder een glazen stolp en moeder en kind versierd met een gouden kroon. In wat rest van de Groeningeabdij-tweede-versie en een mooie aansluitende nieuwbouw is thans het Museum 1302 ingericht en de Toeristische Dienst van Kortrijk.

OLVVVV4.JPG

Op de voorgevel van de kerk is een bronzen plaat aangebracht waarop de Kortrijkse bevolking het beeldje bedankt voor de bescherming die men genoten heeft tijdens de Eerste Wereldoorlog.

OLVVVV3.JPG

OLVVVV6.JPG

27-05-12

Zondags Kortrijk (ansicht 32)

Elke zondag een bijzonder prentje, een ansicht van Kortrijk.

Sinksenfeesten 1.JPG

Zeker op de sinksendagen is Kortrijk ècht stad. Where it happens. Waar iedereen naartoe gezogen wordt. Een gigantische rommelmarkt - bij de inschrijvingen werden zelfs nog hele rijen gegadigden onverrichterzake naar huis gestuurd omdat elke vierkante meter trottoir volzet was. En op elk plein animatie en optredens, in een geur van exotische of meer vertrouwde kookkramen.

Sinksenfeesten 4.JPG

De Kortrijkse Sinksenfeesten zijn een redelijk recent verschijnsel, gestart in 1975 als evenement in het kader van het Europees jaar van het Bouwkundig Erfgoed. De oorspronkelijke bedoeling was bij de bevolking aandacht te vragen voor de historische bezienswaardigheden die de stad (nog) rijk was. Om het festival te populariseren werd er een rommelmarkt voor de kinderen (!) aan verbonden in enkele centrumstraten. Na zoveel jaar staat de rommelmarkt nog steeds overeind. De erfgoedbedoelingen zijn vergeten. Maar tja, daarvoor zijn er andere zondagen in Kortrijk.

Maar heel vroeger bestond er iets dat geleek op de Sinksenfeesten: de Peperbollenommegang, elk jaar op tweede Sinksen. Het gebruik heeft de Eerste Wereldoorlog niet overleefd. Toch is hier ook sprake van erfgoed, culinair erfgoed dan.

De plaats van die ommegang was de Rijselsestraat, van het stadhuis tot aan het Textielhuis (dat toen nog niet bestond, verspreking uit pure gewoonte) - ik bedoel het Sint-Michielsplein (toen de Area genoemd). In de Sint-Michielskerk had de echte ommegang plaats, een gebedsrondgang ter ere van het beeldje van OLV van Groeninghe dat als een mirakuleur voorwerp werd vereerd in de kerk. Het kwam van de gewezen Groeningeabdij (derde versie) in de Groeningestraat en er waren een heleboel legenden en misverstanden rond gegroeid - maar die vertelling is voor een andere keer.

Sinksenfeesten 2.JPG

De Peperbollenommegang geschiedde op straat. De hele Rijselsestraat stond vol met gebakkramen waar niets anders dan 'peperbollen' werden verkocht. Honderden kilo's werden er verpatst. Bolachtig waren de brokken 'pennepisse' (peperkoek - waarbij de peper gember is) allerminst maar dobbelsteenvormig. Er waren zelfs peperbollen voor de rijken en peperbollen voor de armen. In het deeg voor de rijken was sukade verwerkt (geconfijte 'ginappel'-schillen); in dat voor de armen zaten alleen rozijnen. Dat vertelt althans Kortrijks kronikeur Julien Huysentruyt (Herinneringen aan Kortrijk 1900-1940). Het verschil tussen echte Kortrijkse Peperbollen en ordinaire pennepisse is de toevoeging van anijs en geconfijt fruit.

peperbollen.JPG

Na 14-18 werd de peperbollenommegang vervangen door de verkoop van dat Kortrijkse sinksengebak in de bakkerijen in heel de stad. Ook die traditie is grotendeels verdwenen, behalve in de bakkerij van de Doorniksestraat. De familie Focque - de beste taarten van het westelijk halfrond, wist de Kortrijkse bourgeoisie - is ze blijven produceren. De bakkerij is intussen overgenomen door Courcelles maar ze zetten de traditie voort. En voor de vitrine van hun patisserie in de Doorniksestraat staat nu weer een heus kraam waar Kortrijkse Peperbollen worden verkocht.

Sinksenfeesten 3.JPG

Die Kortrijkse Peperbollen hebben daarmee recentere culinaire stadsinitiatieven overleefd. Op de Sinksenfeesten van 1977 lanceerden de Kortrijkse bakkers en slagers de Kalletaart en de Mantenworst. Veel spel wordt daarover niet meer gemaakt, ook niet op hun geboortedag. Zijn die nog ergens te krijgen?

24-05-12

Een nieuw tailleurke voor de Kortrijkse stadshostessen

De Bloeze 1.JPG

Het stadsbestuur steekt zijn hostessen in het nieuw. Daarvoor wordt een aanbesteding (zonder bekendmaking) gehouden voor een raamcontract voor drie jaar. Of het haute-couture wordt, zal moeten blijken op een défilé op het stadhuis. Maar het aspect 'algemeen uitzicht' telt bij de beoordeling toch maar mee voor 10 punten op 100. De opgelegde kleuren zijn alvast heel klassiek - om niet te zeggen braafjes: marineblauw. Het gaat over een bestelling van 12.300 euro over drie jaar. Onder de vijf geselecteerde confectiebedrijven die een staal mogen inleveren, zit geen Kortrijkse firma.

Het stadsbestuur acht het tijd om zijn hostessen in het nieuw te steken. Voor de herkenbaarheid wordt vastgehouden aan uniformen. Men gaat daarom een raamcontract afsluiten met een confectieproducent voor een twintigtal stuks van alle kledijonderdelen - het kan ook meer of minder zijn - af te nemen over een periode van drie jaar. De opdracht wordt geraamd op zowat 12.300 euro. Voor die relatief beperkte aankoop houdt men geen openbare aanbesteding maar grijpt men naar de lichtere procedure van de onderhandelingsprocedure met enkele gekende firma's.

Het is wel opvallend dat daar geen enkele Kortrijkse kleermaker bij zit. Is de tijd voorbij dat onze stad een befaamd confectiecentrum was? Stalen en prijzen worden opgevraagd bij: EFD bvba, Kuurne, Prestige Business Fashion bvba, Sint-Denijs-Westrem, Sarco, Temse, Tric, Kuurne, en Villa Maria, Brugge.

Défilé

De outfit van de stadshostessen is van groot belang voor de eerste indruk die gasten van de stad krijgen bij ontvangsten en evenementen. Het is dan ook is een beetje opmerkelijk dat designstad Kortrijk voor die uniformen niet eerst een beroep doet op een ontwerper maar zich rechtstreeks tot kleermakers wendt. Het stadsbestuur vraagt aan de mededingers toch wel kledij die 'smaakvol' is en 'de nodige dynamiek uitstraalt'.

Om dat te controleren worden de aangeboden stalen (2 klokrokjes, pantalons, winter- en zomerblouses, sjaaltjes, pullovers en jasjes - maat 44) geshowd op een défilé op het stadhuis voor diverse medewerkers van de stedelijke protocoldienst en andere uitverkorenen.

Brave tinten

Hoewel het dossier zegt te mikken op een modieuze snit en frisse kleuren, worden op het eerste gezicht heel brave tinten opgelegd aan de deelnemende kleermakers. Voor de bovenkledij (klokrokjes tot op kniehoogte, pantalons, blazers en kleedjes) legt het stadsbestuur marineblauw op. Voor de rolkraagtruien ('pull' noemt men dat op het stadhuis) ook marineblauw.

Voor de bloezen kiest men voor wit met een lichtblauwe streep: de zomerbloezen met ruches, de winterbloezen met eventueel knoopsgaten in contrasterende kleur, rood bijvoorbeeld. De enige frivoliteit die het stadsbestuur zich toestaat is de felle rode kleur van de sjaaltjes; ze moeten wel effen zijn van dessin.

Draagcomfort

Al met al speelt de couture ('algemeen uitzicht') bij de beoordeling maar voor 10% mee. De prijs is het belangrijkste criterium (40%). Andere beoordelingspunten zijn het draagcomfort ('praktisch en comfortabel zitten tijdens het werk', 20%), de 'zweetopname en verluchting' (10%), en het resultaat na nieuwkuis (10%). Ook de leveringstermijn speelt voor 10% mee. Toe te juichen is dat de mededingers een 'code of conduct' moeten onderschrijven waarin zij zich ertoe verbinden rekening te houden met het leefmilieu, de duurzaamheid en het maatschappelijk verantwoord ondernemen. Daarmee wordt toch al uitgesloten dat er kledij wordt geleverd die vervaardigd is door kinderhanden in Zuid-Oost-Aziatische sweatshops.

De Bloeze2.JPG

 

20-05-12

Zondags Kortrijk (ansicht 31)

Elke zondag een bijzonder prentje, een ansicht van Kortrijk.

Tacktoren1.JPG

Het prentje van vandaag illustreert een bewogen geschiedenis: die van de brouwerijtoren van de gewezen brouwerij Tack op Buda. Eigenlijk is het een groot geluk dat die toren, relict van ooit belangrijke economische bedrijvigheid op die plek aan de Leie, is blijven staan. Dat voortbestaan heeft aan een zijden draadje gehangen. Als voorwerp van heel wat lokaalpolitieke debatten is de uiteindelijke renovatie uitgelopen op een juridische uitputtingsslag. Dat gevecht is pas onlangs beslecht. Zie mijn vorig stuk.

Brouwers

Op beide oevers van de Leiebrug, op het eiland Buda en aan de stadskant, is er altijd een grote brouwerijbedrijvigheid geweest. Men had er water - met enige gistbestanddelen? - uit de rivier en diezelfde rivier maakte een gemakkelijke aanvoer van gerst, haver en hoppe per schip mogelijk. De Dolfijnkaai en de Trompestraat op Buda zijn genoemd naar brouwerijtjes die daar ooit actief waren.

Tack.JPG

De Tacktoren maakte deel uit van de belangrijke brouwerij Tack ('den kleinen Tack' - er was ook een andere brouwerij, 'den groten Tack, in de Handboogstraat aan de stadskant van de Leie). Het was Pieter Frans Ignatius Tack die in 1760 op het eiland Buda, op de Broelkaai, een brouwerij oprichtte. Ze bleef zes generaties in dezelfde familie, waarin de naam Pieter (of Pierre) heel gegeerd was. In de loop van de geschiedenis splitste zich een deel van de familie af en zij waren het die op zichzelf begonnen in de Handboogstraat aan de overkant van de Leie.

Over die brouwerij in de Handboogstraat wist liberaal Julien Huysentruyt in zijn kroniek 'Herinneringen aan Kortrijk 1900-1940' een smakelijk verhaal te vertellen. Het bedrijf was in handen van Pierre Armand Tack (1818-1910), advocaat-brouwer, en conservatief katholiek politicus. De man was niet alleen schepen in Kortrijk maar ook kamerlid. In 1870 was hij kortstondig minister van Financiën. In 1897 werd hij opgenomen in de Kroonraad (minister van Staat). Volgens Huysentruyt werd hij in Kortrijk door de man in de straat Peetje Tack genoemd. Zijn zoon was gokverslaafd en sloeg afgrijselijke bressen in het familiekapitaal. Na het overlijden van Peetje op hoge leeftijd en van de zoon op jonge leeftijd was de kleinzoon niet meer bij machte de zaak drijvende te houden.

In Kortrijk heeft men ter ere van staatsminister Pierre Tack de Zuiderlaan (op de toegegooide stadsgracht in het zuiden van de stad) herdoopt tot eerst Pieter Tacklaan en daarna Minister Tacklaan. Maar de advocaat-brouwer had al eerder zijn stempel gedrukt op die kant van de stad. Op een bepaald moment wou men de spoorweg, die in Kortrijk als het ware het stadscentrum in tweeën snijdt, een beetje meer naar het zuiden verleggen. Er waren plannen om een nieuw station te bouwen in de Beverlaai, een honderdtal meter verder dan waar het nu nog altijd ligt. Peetje Tack heeft al zijn politieke invloed aangewend om dat plan te kelderen. Zijn brouwerij bezat immers heel wat herbergen en afnemers in de stationswijk en die zouden door een verhuis van station en spoorweg heel wat klandizie kwijt zijn. Toch raar dat men precies op de plaats waar hij obstructie pleegde een straat, een boulevard dan nog, naar hem heeft genoemd.

Tacktoren2.JPG

Brouwtoren

Maar soit, het gaat hier niet over die 'tak' van de dynastie van Tackbrouwers maar over de hoofdtak op Buda. Die hoofdtak hield het vol tot de laatste dag van 1962; toen werden de brouwketels definitief stilgelegd. Brouwerij Tack veranderde zoals zoveel Kortrijkse brouwers van activiteit en werd bierverdeler van een groot merk (Chevalier Marin - met een zeepaardje als logo, een merk dat toen al was opgekocht door Stella Artois).

De toren in de Kleine Kapucijnenstraat werd gebouwd in 1948 naar de plannen van architect Gernay. Hij ontwierp een imposant betonnen skelet dat hij liet opvullen met baksteen. De toren speelde een rol in het modernere brouwproces voor de productie van pils (Orta-Pils). Laat ons zeggen dat het water tot de hoogste verdieping werd opgepompt en dat het er op de benedenverdieping als bier uitkwam. In de toren werd het bier 'gelagerd': met achtereenvolgende procédé's van afkoeling, bezinken, gisten en bewaren.

Tacktoren3.JPG

In 1977 - de toren stond toen al 15 jaar leeg - kocht de stad het gebouw op, samen met 0,44 ha brouwerijdomein met inbegrip van paardenstallen en koetshuis. Andere onderdelen van het domein Tack, onder meer de villa aan de Dam en de gewezen mouterij in de Kapucijnenstraat - thans brasserie Het Mouterijtje - werden niet opgekocht. De stad had op dat moment uitzicht op drie miljoen frank subsidie om de site een culturele bestemming te geven. Hoe dat afliep, vond ik in een knipsel van Het Nieuwsblad van 26 juni 1999 (auteur Patrick Ghyselen).

Maar is het de crisis die toesloeg? Of was het een vlaag van futloosheid die de almachtige CVP teisterde? In elk geval bleef de toren decennialang onaangeroerd. In 1989 speelde het stadsbestuur zelfs met het idee het hoge gebouw te slopen. Het was de Stichting Interieur (die zich nu Interieur Foundation noemt), jawel de organisatoren van de tweejaarlijkse Kortrijkse designbeurs, die daar een stokje voorstak. Eerst probeerden de bevlogen interieurpromotoren een nieuwe vzw op te richten met vertegenwoordigers van het stadsbestuur, de culturele sector en de Kortrijkse bedrijfswereld. Die poging liep op een sisser uit in 1991. Maar intussen hadden zij sterarchitect Stéphane Beel al kunnen verleiden tot het op papier zetten van enkele schetsen voor een mogelijke herbestemming van de toren.

Tacktoren taatsvensters.JPG

In de zomer van 1994 geraakt het homogeen christendemocratische maar niet altijd in dezelfde richting kijkende stadsbestuur dan toch onderling akkoord om de toren een culturele bestemming te geven. Het zou een productiecentrum voor podiumkunsten moeten worden. Vanuit de Tacktoren zouden gezelschappen van allerlei pluimage uitzwermen met de ideeën en de creativiteit die de weidse blik over de Kortrijkse pannendaken hen had opgeleverd. Het plan was bedacht door een regionaal consortium van kunstencentra zoals Limelight, Antigone, Dans in Kortrijk en het Cultureel Centrum (de uitbaters van de Stadsschouwburg).

Eind september werd genoemde Beel, samen met zijn maatje Lieven Achtergael, door het stadsbestuur aangesteld als ontwerpers van de torenrenovatie. Toch duurde het nog tot april 1997 eer de werken van start konden gaan. Een van de oorzaken van de vertraging was een zware discussie binnen de CVP, die door de oppositie publiek werd gemaakt in de gemeenteraad, over de koppeling van een ontmoetingscentrum voor het stadscentrum aan de Tacktoren. In Kortrijk hebben wel de meeste deelgemeenten een OC maar niet de kernstad. Die wens druiste niet alleen in tegen het concept van een productiecentrum (waar producties werden klaargestoomd om ze elders op heuse podia te gaan uitvoeren). Het was ook een duur project. En het ACW wou liever een dergelijk OC in zijn 'homeland', de stadsuitbreiding uit de jaren 50 en 60, Sint-Elisabeth. Uiteindelijk hebben noch Buda noch Sint-Elisabeth een OC gekregen.

Tacktoren4.JPG

De Tacktoren is dan wel gerenoveerd, maar het resultaat is niet zonder gebreken. Daarover is een proces van meer dan twaalf jaar gevoerd, dat onlangs tot een vonnis heeft geleid. Zie mijn stuk van gisteren. Maar al met al vult de verbouwde toren, herdoopt tot Budatoren, toch de aanzienlijke culturele infrastructuur op Buda aan waarvan de gewezen Pentascoop de kern vormt. Hopelijk draalt het stadsbestuur nu niet langer om het relict van Brouwerij Tack van zijn kinderziekten - inmiddels toch al puberkwalen - te verlossen.

Tacktoren5.JPG

Een merkwaardig detail op de Budatoren is het 'bankje' van de Nederlandse kunstenares Valentine Kempynck (2009). Het bestaat uit een poortje gemaakt van drie met mortel aan elkaar en aan het uitstekende deel van het dak van de toren verankerde bakstenen. Zij refereert daarmee aan de nokstenen die in onze streken op veel oude daken te zien zijn en de geesten van overleden voorouders een rustplek moeten bieden. In de ogen van de kunstenares zijn de drie stenen een eerbetoon aan wijlen Willy Malisse, de oprichter en bezieler van Limelight (opgegaan in Kunstencentrum Buda). Zie mijn eerder stukje, dat nogal ironisch was gezien de vele reële problemen waarmee de Tacktoren toen en momenteel nog kampt.bankje Tacktoren.JPG

18-05-12

Architecten en aannemer Tacktoren veroordeeld tot zware vergoedingen aan Stad Kortrijk

tacktoren.JPG

De rechtbank van eerste aanleg veroordeelde de architecten Stéphane Beel en Lieven Achtergael en aannemer Arthur Vandendorpe tot betaling van respectievelijk zowat 110.000 en 50.000 euro aan Stad Kortrijk voor hun gebrekkige dienstverlening bij de renovatie van de gewezen brouwerijtoren Tack tot de Budatoren (ruimtes voor artistieke creaties). Het was al van in den beginne duidelijk dat er vanalles schortte aan de toren. Dat is nu bevestigd door de rechtbank. De renovatie startte in 1994; het proces in 2000; de uitspraak viel eind november vorig jaar; het stadsbestuur legde er zich officieel bij neer op 2 mei jl. De schadevergoeding van de architecten kon nog zwaarder zijn geweest als het stadsbestuur zijn stadsarchitect afzijdig had gehouden van het project. Nu houdt de rechbank rekening met een zekere gedeelde verantwoordelijkheid.

Ramptoren

'Tacktoren net geen ramptoren' blokletterde Het Nieuwsblad op 28 juni 1999 bij de plechtige opening van de toren die nu de Budatoren wordt genoemd. Een zware plank kwam tijdens de toespraken naar beneden gewaaid en verpletterde ei zo na West-Vlaams député Marleen Titeca-Decraene. De dag voor de opening was nog een hele verdieping onder water gelopen door een lek in de waterleiding.

Hoewel het stukje positief eindigde met: "overigens een mooie realisatie', waren dat toch geen gunstige voortekenen. Het heeft niet lang geduurd eer de stad en de gebruikers ervaarden dat het concept en de uitvoering van de gerenoveerde toren echt wel rampzalig was.

Ernstige fouten

De gewezen brouwerijtoren was in 1977 aangekocht door de stad. Men heeft hem laten leegstaan, tot in 1994 (30 juni) het stadsbestuur besliste het gebouw in de Korte Kapucijnenstraat te renoveren en geschikt te maken tot een productiecentrum voor culturele projecten. Op 30 september 1994 werden de architecten Stéphane Beel en Lieven Achtergael aangesteld als ontwerpers. De werken liepen pas in april 1997 van stapel. De belangrijkste aannemer (voor de loten ruwbouw en afwerking en buitenschrijnwerk) was Algemene Bouwonderneming Vandendorpe Arthur, Brugge.

Van meet af aan bleken bij de renovatie ernstige fouten te zijn gemaakt, zowel bij het ontwerp (verantwoordelijkheid architecten) als bij de uitvoering (verantwoordelijkheid aannemers). Vergeten afvoeren voor lavabo's op de hogere verdiepingen werden achteraf nog snel aangebracht, maar er was erger. De nieuwe glazen gevel die sterarchitect Beel tegen uitgerekend de zuidgevel van het bestaande gebouw liet monteren, werkte ongevraagd als een serre. Aan zonnewering is niet gedacht. 's Zomers waren tropische temperaturen van meer dan 40° niet zeldzaam. Bovendien bleek het aartsmoeilijk om ergens een raam open te zetten. Men moest - moet? - zich van lieverlede behelpen met geïmproviseerde airconditioningtoestelletjes.

's Winters was de toren dan weer niet te verwarmen, zelfs niet met elektriciteit vretende bijverwarming of petroleumdampen en -rook brakende kacheltjes. Dansgezelschappen die er repeteerden vertrokken 'met de noorderzon' naar warmere lokalen in andere steden.

En overal zwermde stof en zand omdat de heer Beel geen deklaag op de ruwe betonnen vloeren wou 'om het industriële karakter van de site te bewaren'.

Ophefmakend

Het gevolg was een reeks processen waarmee de stad, de architecten en de verschillende aannemers en studiebureaus elkaar vanaf 2000 bestookten. Alles kwam bijeen in één ingewikkeld proces, waarin de stad werd verdedigd door advocaat Dirk Van de Sijpe. De rechter stelde meteen de Brugse expert bouwgeschillen, gewezen leidend ambtenaar van de Regie der Gebouwen, Roland Vandenberge aan als gerechtsdeskundige. Hij rondde zijn ophefmakend verslag af in 2007. En dan heeft het nog vier jaar geduurd eer men op de rechtbank van eerste aanleg in Kortrijk met een uitspraak voor de pinnen kwam.

Ironie van het lot: die rechtbank zetelt in het nieuwe gerechtsgebouw in de Beheerstraat, nog een realisatie van Stéphane Beel, en evenmin zonder problemen. Diezelfde Beel tekende overigens een aanbouwvleugel aan de privéwoning van zijn vriend Stefaan De Clerck (afwisselend burgemeester van Kortrijk en minister van Justitie).

Vonnis

De architecten en de aannemers (en ook Stad Kortrijk niet) halen weinig eer uit het vonnis (dd. 22 november 2011). Het vonnis behandelt de uiteenlopende problemen een voor een.

Verzanden betonnen vloeren. Doordat de vloeren in de gangen en trappen geen slijtlaag hebben gekregen, heeft het normale gebruik een 'verzandend effect'. De rechter is van oordeel dat een dergelijke vloer niet geschikt is voor de ruimtes waarin hij is aangelegd. Dat losgekomen zand vervuilt het hele gebouw. Duidelijk een ontwerpfout dus. Maar de rechter legt de verantwoordelijkheid ook voor de helft op Stad Kortrijk. De stad behoorde beter dan wie ook te weten waarvoor de lokalen zouden dienen. Een geborstelde betonnen vloer op weg naar een danslokaal is geen blijk van zorgvuldigheid. Dat kun je niet rechtpraten met de opmerking dat men niet met schoenen aan de danslokalen mag betreden.

Ondichte ramen noordgevel. Voor de noordgevel - dus deze zonder het 'glazen membraan' van Beel - is ervoor geopteerd de bestaande ramen te restaureren: uitbreken, herstellen en schilderen en terugplaatsen. Volgens de deskundige kon men weten dat "bij dergelijke behouden ramen de luchtlekken te groot zijn en dat ze geen comfort kunnen bieden". Ontwerpfout!

Taatsramen. De nieuwe ramen op de gelijkvloerse verdieping die moesten geopend kunnen worden, zijn taatsramen. Dat zijn ramen die om een verticale as (vastgemaakt aan de boven- en onderdorpel) draaien, meestal op zowat een derde van de raambreedte. De rechter stelt vast dat ze bijzonder groot zijn, 3,5 op 3 meter. Dat maakt het openen en sluiten lastig. De deskundige vreest ook voor thermische uitzettingen en krimpen. Weeral een ontwerpfout dus, maar de stad wordt gedeeltelijk medeverantwoordelijk geacht omdat men de ramen niet heeft uitgetest toen dat nog kon.

Kromgetrokken inkomdeur benedenverdieping. De inkomdeur aan de glazen kant is overgewaaid en daardoor kromgetrokken. De geplaatste bovenstop werkte niet afdoende. Men heeft ze dus maar vervangen door een voorlopig planken geval (is er nog altijd!). Volgens de rechter is de hoofdverantwoordelijke aannemer Vandendorpe (voor 2/3) maar is ook het architectenduo voor een derde aansprakelijk omdat zij tekortgeschoten zijn in hun toezichtsopdracht.

Gewapend gras. De brandweertoegang aan de noordkant (kant Dam) moest worden uitgevoerd in 'gewapend gras'; in de ondergrond steekt een lichte metalen versterking. Maar door een foutieve uitvoering is de bodem daar niet stabiel genoeg. Een gedeelde fout van de hoofdaannemer en de architecten (gebrek aan controle).

Zonnewering. Volgens de gerechtsdeskundige was het oorspronkelijke ontwerp van zonnewering simpelweg niet uitvoerbaar. Latere concepten, ontwikkeld door het door Beel en Achtergaele ingeschakelde Studiebureau Mouton bleken onbediendaar. Dat noopte de stad tot het inschakelen van nood-airco, een koelings- en verluchtingsinstallatie waarvan de huurprijs 10.000 euro per jaar bedraagt en het stroomverbruik 2500 euro. Oké zegt de rechter aan de stad maar slechts voor vier jaar, want toen moest het al wel geheel duidelijk zijn dat er een ernstige airconditioning moest worden geïnstalleerd. De architecten moeten de stad voor die erkende schade vergoeden.

Waterinfiltratie liftput. De liftput is niet waterdicht voor het grondwater. Aannemer en architecten hadden samen besloten af te zien van de nochtans geplande dichting. Beiden aansprakelijk dus.

Gebreken Zuidgevel. Op de glazen zuidgevel (kant Kapucijnenstraat) zijn diverse gebreken vastgesteld: slordig aangebrachte opkittingen, ondeskundige bevestiging van de drainagebuisjes in de dubbele beglazing (te klein en zonder afdekkapjes), en geen afdekking van de uitzettingsvoegen. In bepaalde gevallen gaat het om uitvoeringsfouten in andere gevallen om ontwerpfouten.

Dak liftmachinekamer. Het dak van de liftmachinekamer is niet waterdicht, heeft onvoldoende ventilatie, condensatieproblemen en een gebrekkige afvoer van het regenwater. Het betreft een verkeerd concept van de architecten.

Betonnen roosters. De betonnen roosters op de grond zijn niet sterk genoeg bewapend om het gewicht te kunnen dragen van een hoogtewerker (nodig voor het onderhoud van het 'glazen membraan' van de zuidgevel). De rechter legt de verantwoordelijkheid hiervoor volledig bij de architecten.

Betonnen trappen. Volgens het ontwerp moesten de betonnen trappen afgeboord zijn met een latje. In de plaats daarvan bevestigde aannemer Vandendorpe treden met afgeronde randen. Een volledige uitvoeringsfout.

Minder architect

Een nevendispuut ontspon zich tussen de stad en de architecten over een eventuele medeverantwoordelijkheid van de stad. Volgens Beel en Achtergael hebben zij geen schuld aan toezichtsfouten omdat de stad, die haar stadsarchitect inschakelde, geen leek in het vak kon worden genoemd. Zij wezen erop dat de stadsarchitect hen bepaalde keuzes heeft opgedrongen.

De rechter stelt dat er wel degelijk een zekere gedeelde aansprakelijkheid is aangezien de stad werd bijgestaan en vertegenwoordigd door technisch onderlegde vakmensen. Van een bouwheer mag worden verwacht dat hij geen fouten maakt bij zijn optreden en "niet tekortschiet in de zorgvuldigheidsverplichting die van een normaal voorzichtig bouwheer mag verwacht worden".

Anderzijds is het niet omdat een architect werkt met een professioneel bouwheer dat hij minder architect moet zijn: "Van een architect mag verwacht worden dat hij correcte en technisch haalbare concepten voorstelt die zijn aangepast aan het doel van de cliënt". Beel en Achtergael kunnen zich niet wegsteken achter een stizwijgen of goedkeuren van de professionele bouwheer.

Schadevergoedingen

Na verrekening van de aan de architecten en aannemer Vandendorpe opgelegde schadevergoedingen, verminderd met de aan de stad aangewreven gedeeltelijke medeverantwoordelijkheid en met de sommen die de stad nog verschuldigd was, betekent het vonnis voor de architecten Stéphane Beel en Lieven Achtergael een nettoschadevergoeding te betalen aan de stad van 109.952,89 euro (intresten, rechtsplegingskosten en expertisekosten inbegrepen). Aannemer Arthur Vandendorpe moet nog 49.107,91 euro betalen.

Een deel van die bedragen kunnen gerecupereerd worden op diverse borgstellingsrekeningen. Het is nog maar de vraag of de architecten Beel en Achtergael wel veel zullen over hebben gehouden aan hun, toch prestigieuze opdracht. In de ereloonovereenkomst die door de gemeenteraad van 9 september 1994 is goedgekeurd, was sprake van 8% op de bouwkosten. Wetende dat de renovatie van de Tacktoren zowat 70 miljoen Belgische frank heeft gekost, bedroeg het ereloon van de ontwerpers zowat 140.000 euro. Daar gaat nu toch 110.000 euro vanaf.

In elk geval heeft het stadsbestuur op 2 mei jl., na veel wikken en wegen, beslist te berusten in het vonnis. Nu het dossier de juridische mijnenvelden heeft doorkruist en er zekerheid is over de eindafrekening, kan het stadsbestuur nu misschien eindelijk beslissen de gemaakte fouten recht te zetten. Met de gerecupereerde 160.000 euro kan men toch al een begin maken met de meest noodzakelijke werken, die planken voordeur bijvoorbeeld.