04-07-12

Dreigende staking bij het burgerpersoneel van de Politiezone Vlas?

pol1.JPG

Een invloedrijke politievakbond dreigt met staking indien in de Politiezone VLAS (Kortrijk-Kuurne-Lendelede) vijf kopstukken van het burgerpersoneel een aangepast statuut krijgen en de rest moet wachten. Na een fel debat in de politieraad werd de onvolkomen wijziging van de personeelsformatie voor het burgerlijk personeel toch meerderheid tegen oppositie goedgekeurd.

Op 18 juni 2012 werden de politievakbonden van de Politiezone VLAS bijeengeroepen op het gemeentehuis van Kuurne. Daar werden ACOD, ACV, NSPV en VSOA - bij de politiediensten heeft het sindicaal landschap een wat ander uitzicht - geconfronteerd met een voorstel van het politiecollege (de verzamelde burgemeesters en korpschef Stefaan Eeckhout) om de personeelsformatie voor het burgerpersoneel aan te passen. Alvorens de bespreking van start kon gaan, was er wat ergernis te horen bij de vakbonden omdat zij het dossier veel te laat hadden ontvangen. Maar dat bezwaar werd weggewuifd door de werkgever met een verwijzing naar de hoogdringendheid: 't zou nu of nooit zijn.

Achterhaald

In de Politiezone VLAS zijn heel wat administratieve functies toevertrouwd aan burgerpersoneel. Zo kunnen de geüniformeerden meer ingezet worden voor de operationele taken. Dat is een voorbeeldige beleidskeuze. Jammer genoeg heeft dat burgerpersoneel ('CALog'-personeel genoemd in politiejargon, van 'Cadre Administratif et Logistique') bij VLAS nog altijd geen ernstig statuut. Het 'nieuwe' statuut voor het CALog-personeel is nochtans al in 2007 ingevoerd door de federale regering. Bij VLAS werkt men nog altijd met de personeelsformatie van 2003.

Die achterhaalde toestand begint door te wegen. De politiezone wordt geconfronteerd met het dreigende vertrek van waardevolle elementen naar jobs met betere verloning en/of carrièremogelijkheden. Dat had men kunnen voorkomen door eerder de personeelsformatie up-to-date te maken. Het gaat bij het burgerpersoneel om 56 personeelsleden. Het kader van 2003 voorziet in een formatie van slechts 41 leden. Daarin zijn 3 ambtenaren niveau A (hoogste niveau), 8 niveau B, 22 niveau C en 8 niveau D.

A B C D

Om bepaalde hooggekwalificeerden aan boord te houden, wil het uitvoerend bestuur van de politiezone (het 'politiecollege') het aantal leden van het hoogste niveau optrekken tot 8 (dus +5). Dit, door het optrekken van 3 B-functies naar A en de creatie van 2 nieuwe A-functies. Het gaat om volgende gespecialiseerde betrekkingen: een personeelsdirecteur (de job wordt nu waargenomen door een geüniformeerde), een communicatieverantwoordelijke (idem), een adviseur financiële en milieurecherche (nu een B-functie), een adviseur operationele analyse (idem) en een adviseur informatica (idem). Vooral op die laatste functie is het moeilijk geschikt personeel in huis te houden; elders - niet alleen in de privésector maar ook in andere politiezones - kunnen aantrekkelijker werkvoorwaarden bekomen worden.

Behalve de opwaardering van 3 niveau B's (en dus de vermindering van het aantal functies op B-niveau tot 5) blijft de formatie op de lagere niveaus onaangeroerd. Alles bijeen komt men dan uit op een formatie van 43. Niettemin is men niet van plan de bestaande formatie van 41 uit te breiden. Het is niet geheel duidelijk waar die 2 overtallige jobs gaan sneuvelen.

Die versterking van de top van het burgerpersoneel zal later gevolgd worden door een tweede fase waarin ook de lagere niveaus zullen kunnen delen in de omschakeling van contractuele jobs naar statutaire benoemingen, die een beter loon en meer carrièremogelijkheden bieden. Tot daar het voorstel dat de vakbonden onverhoeds op hun bord kregen.

Stakingsaanzegging

De reactie was unaniem negatief. Eind vorig jaar hadden de vakbonden al het probleem van het contractueel personeel op tafel gegooid. Daar is toen niet op ingegaan. En nu de werkgever erop in gaat, betreft het voorlopig alleen een vijftal topfuncties. De rest van het personeel wordt in de kou gelaten. Bovendien wordt er ook voor de topfuncties geïmproviseerd dat het niet leuk meer is. In niveau A bestaan verschillende klassen. De vijf nieuwe functies worden alle voorlopig in de laagste klasse geparkeerd; dat is niet houdbaar. Overigens is het ook in strijd met het voornemen gespecialiseerd personeel aan boord te houden met concurrentiële werkvoorwaarden.

Toen de vertegenwoordigers van het politiecollege niet wilden toegeven, werd de discussie beëindigd met unanieme afkeuring van vakbondszijde. Meer zelfs, de grootste vakbond, het Nationaal Syndicaat voor Politie en Veiligheidspersoneel liet in het verslag optekenen dat er een stakingsaanzegging komt in september als de politieraad (zeg maar de algemene vergadering van de Politiezone, samengesteld door afgevaardigde gemeenteraadsleden) het tweefasenvoorstel goedkeurt.

Onrust

Intussen heeft de politieraad dat betwiste voorstel inderdaad goedgekeurd (25 juni 2012), na een fel debat. Zelfs vanuit de meerderheid gingen kritische stemmen op tegen de stuntelige aanpak. De burgemeesters (het politiecollege dus) wilden de gemoederen bedaren met een drietal argumenten. Ze beloofden zeker een tweede fase waarvan ook het 'lagere' personeel zou kunnen genieten. Alleen kan die tweede fase niet meer worden afgerond door het huidige bestuur. Er zijn immers in oktober gemeenteraadsverkiezingen en uit de nieuwe gemeenteraden komt er een geheel nieuwe politieraad en politiecollege. Kan het huidige bestuur zomaar zijn opvolgers binden?

Ten tweede wees het politiecollege op de audit (grondige doorlichting) die is opgestart naar de werking en de personeelsbehoeften van de Politiezone Vlas. Maar is dat dan geen reden om heel de operatie op te schorten tot na die audit?

En ten slotte werd er uitgepakt met het dreigende vertrek van noodzakelijk personeel, vooral de informaticaspecialist zou zich met de huidige voorbijgestreefde formatie elders flink kunnen verbeteren. Maar wist men dat al niet lang? En komt het nu wel op die enkele maanden aan, als men de persoon in kwestie kan garanderen dat zijn statuut heel wat zal verbeteren bij de aangekondige actualisering van de personeelsformatie.

Die argumenten hebben ons niet kunnen overtuigen. Wij hebben tegen gestemd. De sp.a-fractie in de politieraad bestaat uit Bert Herrewyn, Roger Lesaffre en ikzelf. Wij konden onmogelijk instemmen met een voorstel dat de niet onterechte onrust bij het burgerpersoneel alleen maar kan aanwakkeren. Een eventuele staking zal hoe dan ook zijn weerslag hebben op de operationele activiteiten van de lokale politie en dus op het veiligheidsbeleid. Afwachten wat het wordt in september!

02-07-12

Erfgoedcel haalt grote slag binnen bij Kortrijks stadsbestuur

brandweerkazerne oud.JPG

De Erfgoedcel slaat op de valreep - drie maanden voor de gemeenteraadsverkiezingen - nog een grote slag bij het stadsbestuur. Eindelijk wordt er een aanzet gegeven tot een professionele bewaring van erfgoedstukken. Hoewel het stadsbestuur het complex op de lijst van te verkopen vastgoed had gezet, wordt onderzocht of van de oude brandweerkazerne en tuighuizen in de Rijkswachtstraat geen permanent erfgoeddepot kan worden gemaakt. Er wordt zelfs onmiddellijk overgegaan tot de aanwerving van een 'stedelijk depotmedewerker' (niveau B). Die laattijdige inkeer komt evenwel te laat voor de stadsreuzen Manten en Kalle. Hun lijf en kleren zijn intussen vergaan bij gebrek aan deskundige bewaring. Maar hun hoofden en handen zijn nog te redden.

brandweerkazerne oud2.JPG

Vernietigend

De nota van de Erfgoedcel is gebaseerd op een vernietigende analyse: Kortrijk worstelt met een achterstand in de bewaring van waardevolle collecties. Dat leidt tot noodsituaties zoals de beschimmeling van de historische boekencollectie van het Willemsfonds, waarvan noodgedwongen een deel van de verzameling moest afgevoerd worden.

Bepaalde collectiestukken geraakten nooit in een erfgoeddepot en verkommerden zoals de reuzen Manten en Kalle, die ooit triomfantelijk werden rondgedragen bij elke opening van de centrumbraderie of bij een koninklijk bezoek. Hun houten gebinte was vermolmd door houtworm en moest vernietigd worden. Hun kledij was verstorven en ging ook richting brandbaar afval.

Thans zitten er stedelijke collecties bij verschillende diensten: de musea, het stadsarchief, de bibliotheek, de dienst Evenementen, de cel Tentoonstellingen, het Ck* (Cultuurcentrum-Stadsschouwburg) en diverse magazijnen van het OCMW. De Erfgoedcel stelt vast die collega's wel allemaal hun best doen maar dat zij niet over de middelen beschikken om een efficiënt collectiebeheer en een verantwoorde publiekswerking te garanderen die beantwoordt aan de hedendaagse normen.

Er is in heel de stadsadministratie geen expert te vinden in het behoud en beheren van erfgoedcollecties. De budgetten voor erfgoedzorg zijn onvoldoende en in bepaalde gevallen zelfs onbestaande. De opslagplaatsen zijn versnipperd - de cel telt er 15 voor de stadsdiensten en 9 voor het OCMW en dan houdt zij nog geen rekening met de vele verzamelingen in kerken, kloosters en andere particuliere gebouwen.

tuighuizen1.JPG

Chronisch

Er is een chronisch plaatsgebrek. Vzw Stedelijke Museau moet externe ruimte huren voor zijn reserve. Erger nog: voor de nieuwe site van het Vlasmuseum (Engels Syndicaat, Noordstraat) waren depotruimtes opgenomen in de verbouwingsplannen maar die zijn om besparingsredenen geschrapt!

De geschetste versnippering is er ook wat de beheerders betreft: de collecties worden niet altijd vanuit een duidelijk erfgoedperspectief benaderd. De Erfgoedcel ergert zich bijvoorbeeld aan hoe er omgesprongen wordt met religieuze collecties, grafstenen van Belgische soldaten, sculpturen enzovoort. En de stapelruimtes die er zijn, zijn veelal niet geschikt. Ze laten geen efficiënt beheer toe. De financiële inbreng is ontoereikend om bijvoorbeeld de nodige restauraties te laten uitvoeren.

Voor de collecties die niet in stadsbezit zijn, vraagt de Erfgoedcel niet dat de stad ze zou overnemen. Maar er zou wel begeleiding en ondersteuning kunnen komen van de stad en die ontbreekt nu. Ten slotte ziet de cel een accute nood aan tijdelijke stapelruimte, voor nooddepots (collecties die het slachtoffer zijn van calamiteiten) en voor transitdepots (collecties die in de weg staan voor verbouwingen of om een andere reden moeten verhuizen).

brandweerkazerne oud1.JPG

Twee centrale bewaarplekken

Vanuit die scherpe analyse heeft de Erfgoedcel een plan uitgewerkt. Daarin wordt absolute prioriteit gegeven aan de stadscollecties. Niet-stedelijke verzamelingen kunnen geen permanent onderdak vinden in stadsgebouwen, en bovendien blijven ze beter waar ze nu zijn. De aanpak moet voortaan integraal gebeuren. Dat wil zeggen dat het nog van weinig belang is welke dienst een bepaalde collectie heeft samengesteld in de loop van de jaren; van nu voort worden collecties met gelijkaardige noden samengebracht. De niet-stedelijke collecties moeten wel kunnen rekenen op een ondersteuningsbeleid van de stad (vooral advies en begeleiding).

De Erfgoedcel stelt voor om de collecties in de 24 bestaande depots samen te brengen in twee centrale bewaarplekken (en een viertal kleinere gespecialiseerde ruimten). Kwestbare stukken die stabiele bewaaromstandigheden (temperatuur en vochtigheidsgraad) vereisen kunnen naar het Stadsarchief dat daar nu al uitstekend is voor ingericht. In het Stadsarchief kan een textieldepot komen, een schilderijenbewaarplaats en uiteraard een archief en documentenverzameling. Maar daarnaast is er nood aan een 'stedelijk depot met regionaal karakter' voor stukken van middelgrote en grote omvang zoals oude brandweerwagens, werktuigen, volkskundige verzamelingen, meubels, theaterdecors, materiaal van stoeten en processies enzovoort.

Historisch bibliotheekmateriaal, dat een leeszaal nodig heeft, mag in de bibliotheek blijven. De collectie toegepaste kunsten mag in het Broelmuseum blijven. Alle instellingen mogen hun documentatiecentra behouden. En de onlangs gerestaureerde historische theaterdecors mogen in het Ck* blijven.

Tuighuizen

De Erfgoedcel is dan op zoek gegaan naar de geschikte site voor het voorgestelde stedelijk depot met regionale uitstraling voor wat grotere stukken. Ze zochten 2000 à 3000 m², eventueel in verdiepingen, compartimenteerbaar, zonder lage plafonds, stabiel genoeg voor zware stukken en gemakkelijk toegankelijk. Een site met erfgoedkarakter zoals een gewezen industrieel gebouw genoot de voorkeur.

Zo kwam men als vanzelf uit op de oude brandweerkazerne met tuighuizen in de Rijkswachtstraat. Voor de 'petite histoire': erfgoedcoördinator Bernard Pauwels zijn oom, Pierre A. Pauwels, zelf verwant aan de historische stads- en provinciearchitect Pierre-Nicolas Croquisson, was een van de ontwerpers van het gebouw.

schuilkelder3.JPG

Volgens de Erfgoedcel wacht dat complex op herbestemming en is het zo goed als instapklaar. Dat laatste zou ik durven betwijfelen. Het stadsbestuur broedt al van in 2008 op een plan om dat historische gebouwengeheel te restaureren. Die broodnodige restauratie moet nog gebeuren. Kunnen die ingrijpende werken, bijvoorbeeld de vervanging van de beeldbepalende glaspartijen, gebeuren terwijl al dat waardevols staat gestapeld in de magazijnen?

schuilkelder2.JPG

Vorig jaar nog was de brandweerkazerne en vooral haar schuilkelder een van de topattracties van de Open Monumentendag (11 september 2011). Vooral de fiets om elektriciteit te produceren of om de kelder te voorzien van verse lucht (zie foto's) trok veel nieuwsgierigheid. Eigenlijk staat er dus al wat erfgoed in het gebouw. Bij die gelegenheid verklaarde schepen Wout Maddens: "We gaan in ieder geval over tot de restauratie van de buitenkant. Dat moet gebeuren als we verder verval willen voorkomen".

verboden.JPG

01-07-12

Zondags Kortrijk (ansicht 37)

Elke zondag een bijzonder prentje, een ansicht van Kortrijk.

Gloriëtte Nolf1.JPG

Goed nieuws van het erfgoedfront. Twee belangrijke relicten van het fel geteisterde domein Nolf zijn gerestaureerd, dat wil zeggen: zijn grotendeels herbouwd naar de oorspronkelijke ontwerpen. Ik heb het over de 'mirador' en de 'gloriëtte' van het park, Doorniksewijk 148. Aan het park zelf is nog wel een pak werk als men het in zijn glorie wil herstellen.

park Nolf gloriette.JPG

De voorgeschiedenis is tragisch. Gebouwd in de 19e eeuw door de textielbaronnen Vercruysse en later bewoond door de andere textieldynastie Nolf werd het prachtige landhuis in empirestijl achter de rijhuizen van de Doorniksewijk (ingangspoort nr. 148) op een vakantiedag in de zomer van 1985 wederrechtelijk gesloopt door de nieuwe eigenaar, de kliniek Maria's Voorzienigheid (Loofstraat). Men wou er een ordinaire parking aanleggen. Na een juridische oorlog tot in de hoogste gerechtelijke regionen kwam het tot een overeenkomst tussen het verongelijkte Kortrijkse stadsbestuur en de kliniek. Een van de zoenoffers was de medewerking van de kliniek aan een fietspad op haar domein, een project dat toch nog jarenlang heeft aangesleept. Voorts moest het voor de kliniek nu wel duidelijk zijn dat zij het resterende erfgoed op haar domein in stand moest houden. Voor alle zekerheid is de parkachtige landschapstuin met glooiend gazon, eendenvijver met eilandje, uitkijktoren en prieel sinds 2003 officieel beschermd.

mirador Nolf.JPG

ln 2005 ging ik er een kijkje nemen en ik stelde vast dat het park schromelijk werd verwaarloosd. Het prieel, een houten 'gloriëtte' in chinese trant, en de achtzijdige toren, een bakstenen 'mirador' in Vlaamse renaissancestijl met wenteltrap en een houten dakverdieping werden met vreselijke gaten in hun bedaking overgeleverd aan de weersomstandigheden. Op Erfgoeddag 2007 (22 april) ging ik er weer eens neuzen en ik schrok mij een hoedje. De 'gloriëtte' was simpelweg gesloopt; zelfs de oude vloertegels waren afgeschraapt - enkele tegels lagen nog verspreid tussen de honderdjarige taxussen. En ook de toren was zijn houten bekroning kwijt.

mirador Nolf nieuw.JPG

In oktober 2010 kwam er dan plots nieuws van het kabinet van Erfgoedminister Geert Bourgeois. Hij had het besluit getroffen om het herstel van beide erfgoedelementen te subsidiëren. AZ Groeninge, de rechtsopvolger van Maria's Voorzienigheid, werd 142.639 euro beloofd, op voorwaarde dat Stad Kortrijk daar nog eens 42.791,70 euro bijlegde en de kliniek ook nog eens 52.000 euro investeerde. Zelfs Provincie West-Vlaanderen deed zijn duit in het zakje. Ik vond dat een beetje raar: een subsidie voor het herstel van wederrechtelijke verwaarlozing.

Maar soit, het geld is dan blijkbaar toch goed besteed. De restauratieopdracht ging naar Monument Vandekerckhove NV, de specialist van Ingelmunster. Bouwmeester was het Stasegemse architectenbureau De Hullu en Partners. De 'gloriëtte' staat er weer in alle glorie en de 'mirador' kan weer bewonderd worden. Nu nog het torendeurtje openstellen en hij kan weer dienen waarvoor hij ooit is gebouwd: om de tuin vanuit de hoogte te aanschouwen.

park Nolf gloriette2.JPG

De gloriëtte had ook die bedoeling. De 'restaurateurs' - ik denk dat ze niet veel meer hebben kunnen opkalefateren aan het vermolmde oorspronkelijke prieel, eigenlijk is het veeleer kopiebouw - zijn wel erg enthousiast geweest in hun kleurenkeuze. Het gesloopte prieel was altijd in discrete kleuren gestoken of in natuurlijke houtskleur. Zo trok het niet al te veel aandacht weg van de idyllische parktuin. Het nieuwe bouwsel is fel wit met primair rode accenten. Het doet mij een beetje denken aan de Lego-tinten. Maar misschien moeten we wat geduld hebben tot de natuur het kotje bekleed met mos en algen.

Jammer genoeg zijn ook de honderdjarige taxussen verdwenen die de gloriëtte verenigden met de tuin. En ik denk dat de imitatierots waarop het prieel was gebouwd, vroeger een stuk hoger was. Zou het kunnen dat men - per vergissing! - een deel van de brokken van die imitatierots heeft gebruikt voor ook een kunstmatig rotspartijtje aan de voet van de uitkijktoren? Die mirador stond voor de restauratie gewoon op de opgehoogde grond.

mirador Nolf nieuw2.JPG

Zelfs de vloer van de gloriëtte ziet er weer uit als vroeger. Men heeft gebruik gemaakt van gerecupereerde tegels. Maar ik betwijfel of het wel negentiende-eeuwse zijn: bij de brute verwijdering van de oorpronkelijke vloerbekleding zijn nogal wat tegels gesneuveld. 

Gloriëtte Nolf vloer.JPG

Een derde uitkijkpunt is de goed uitgekiende Engelse landschapstuin was de brug over een vernauwing van de vijver. Van op die brug had men een prachtig uitzicht over vijver, gazon, landhuis en de toren van de Sint-Rochuskerk in de verte. De oorspronkelijke sierlijke boogbrug is al lang verdwenen. Tot voor kort lag er op de in baksteen uitgevoerde brughoofden een oeververbinding in betonplaten. Waarom heeft men die nu verwijderd? Zou het kunnen dat er een nieuwe sierbrug komt? Zonder die brug is het park ronduit gehandicapt. De rondgang met opeenvolgende verrassingen over de slingerpaden kan je zo niet meer maken.

Overigens is het park wat groenaankleding betreft nog altijd verwaarloosd. Er zijn wat rustbanken geplaatst maar de plekken errond liggen vol blikjes en ander afval. Wat ook stoort, is het oude bordje dat de toegang verbiedt aan het publiek. Was het niet een van de toegevingen van de kliniek bij de dading dat het park een openbaar karakter zou krijgen?

park Nolf0.JPG

Ten slotte blijf ik aandringen op de officiële bescherming in datzelfde domein Nolf van het gespaard gebleven koetshuis aan de achterkant van de huizenrij van de Doorniksewijk. Het is een groot gebouw in neo-Vlaamse-renaissancestijl, gebouwd in 1873 naar de plannen van de Kortrijkse architect Leopold De Geyne (1836-1916). Die bouwmeester ontwierp onder meer de Sint-Elooiskerk op Overleie en de stadsuitbreidingsplannen rond de Sint-Janskerk (tussen de Veldstraat en de Stasegemsestraat).

koetshuis Nolf.JPG

 

koetshuis 1.jpg

Het koetshuis in 1895, met het echtpaar Nolf (foto uit Historische parken en tuinen in Kortrijk, Paul Debrabandere, Verhandelingen van De Leiegouw 1992)

24-06-12

Zondags Kortrijk (ansicht 36)

Elke zondag een bijzonder prentje, een ansicht van Kortrijk.

Plein 32.JPG

Op deze zondag, die zijn naam absoluut geen eer aandoet, betreft het prentje een heel opmerkelijk pand, met de meest mysterieuze gevel na die van de Loge Amicitia Fortior: Plein 32. Het herenhuis is interessant vanuit bouwkundig opzicht maar ook door een merkwaardige en tegendraadse vrouw die er ooit resideerde zonder er gedomicilieerd te zijn. In zijn lokale encyclopedie 'Rond Kortryk of Schetsen over de prochien van het oud bisdom van Doornyk liggende in de voormalige dekenijen van Helkyn, Kortryk en Wervick' (deel III, 1904) noemde pastoor Petrus Leopoldus Slosse het pand al "dat eigenaardig gebouw op het Plein, tegen het Oudmanhuis". Dat bejaardenhuis voor mannen heeft in 1968 plaats gemaakt voor de Romeinselaan.

loggia.JPG

Empire

Op het Kortrijkse plein met de naam Plein - ik blijf dat raar vinden - staat een van de mooiste voorbeelden van de empirestijl in de stad. Het huis nr. 32 op de hoek met de Langemeersstraat (vroeger Molenstraat) is grondig verbouwd in 1819 (Hollands bewind) door fiscusbaas L. De Laveley-Le Camus. Hij week daarbij een beetje af van het bouwplan, dat er nog exotischer uitzag. Zo zijn in de gevel van de, als mezzanine opgevatte, tweede verdieping de vijf getekende ronde en halfronde venstertjes en de 'bossage' (uitstralende strepen zoals gelijkvloers) vervangen door drie eenvoudiger vierkante vensters tussen zes pilasters.

In het oog springen toch vooral de loggia op de middenverdieping en de 'lantaarn' op het tentvormige dak. Die loggia is een balkonvormige uitsparing in de gevel, ondersteund door vier Toscaanse zuilen. Naar verluidt, is het interieur van het salon dat uitgeeft op het balkon, via drie rondbogige deurvensters tussen pilasters, bewaard gebleven in zijn oorspronkelijke empirestijl.

Communiebank

De ballustrade heeft een hele geschiedenis. Het hek dat er in 1886 werd geïnstalleerd was niets minder dan de communiebank van de Sint-Michielskerk, waarvan toen de barokke gevel en binneninrichting uit 1720 werden uitgebroken om plaats te maken voor een neogotische verbouwing (1891, architecten JB Bethune en J. van Ruymbeke). Maar ook dat houten hek is vervangen; in 1931 kwam er de zwierige ballustrade van een gesloopt herenhuis uit de Veldstraat van Gent.

lantaarn.JPG

De zogenaamde lantaarn op het dak wordt soms ook een belvédère genoemd. In het oorspronkelijke ontwerp van 1819 was die niet opgenomen. Wellicht heeft men een oplossing gezocht om wat meer licht in het grote volume van het pand te trekken. Er zitten zes venstertjes in waartussen 'blinde oculi' (ronde raampjes) ter versiering zijn aangebracht.

De dubbele voordeur is eigenlijk een koetspoort. Ze is versierd met twee sfinksen die elkaar raadselachtig aanstaren, een typsiche empiredecoratie die op nog andere panden te zien is in Kortrijk. De acht rozetten die op elke deurvleugel pronken, zijn ook te vinden in het 'hoofdgestel' dat op het balkon de tweede verdieping omhoog houdt. De twee leeuwenkoppen met trekring zijn een toevoegsel uit 1925 en komen van een huis in de Recollettenstraat (Overleie).

Fenomeen

Ik weet niet of de genoemde directeur van de belastingen zijn lucratieve post heeft kunnen behouden na de Belgische revolutie in 1830. Kort na de Belgische onafhankelijkheid kwam het monumentale pand in eigendom van Joseph De Backer, advocaat en grootgrondbezitter (1798-1844). De rijkaard trouwde in 1834 op een gure novemberdag met de vijf jaar oudere Moorseelse kasteelbewoonster Marie Cornillie (1793-1867). Na zijn dood behield Marie het vruchtgebruik en daar maakte ze veel gebruik van door er te gaan wonen, hoewel ze gedomicilieerd bleef op het kasteel van Moorsele.

Die Marie Cornillie was een fenomeen. Haar reputatie gaat nog over de tongen in haar geboortedorp en in 1998 publiceerde het Davidsfonds Moorsele nog een zeer plezierig om te lezen levensschets ('Marie Cornillie. Een kijk op de negentiende eeuw te Moorsele vanuit het levensverhaal van een schatrijke dame' door Lut Vanoverberghe).

sfinks.JPG

Conscience

Haar familie had zich steenrijk geboerd met de handel en het opkopen van lijnwaad van thuiswevers. De winsten werden vooral geïnvesteerd in hectaren en hectaren vastgoed: akkers, bossen, hofsteden, huizen en uiteindelijk ook het kasteel van Moorsele. In Kortrijk bezat Marie onder meer het indrukwekkende herenhuis in de OLVrouwestraat 40 (met koetshuis op het Deken Zegherplen). Vanaf 1861 verhuurde zij dat huis aan schrijver Hendrik Conscience, toen arrondissementscommissaris, die, hoewel zij hem werkelijk verafgoodde, toch 20% meer huur (1000 frank per jaar) moest betalen dan haar vorige huurder.

Het was de Kortrijkse stadsarchitect Pierre Nicolas Croquison, een persoonlijke vriend van de schrijver, die Conscience in contact bracht met Marie Cornillie. Conscience bracht haar zelfs een officieel bezoek op het kasteel in Moorsele op een van zijn ambtsreizen. Zijn dochter Maria was toen mee en later beschreef zij de rijke dame als "eene oude zwarte vrouw, die met een zichtbaar afgeschoren knevel veel op een man geleek". Na de episode De Backer-Cornillie werd het huis op het Plein een tijdlang gebruikt door een juffrouw Croquison als antiek- en brocantewinkel. Tot 1969 was het eigendom van de heer Pierre Pauwels-Croquison, antiquair.

leeuw.JPG

Liberaal

Wat er ook van zij, Marie Cornillie lag voortdurend overhoop met de pastoors en het gemeentebestuur van Moorsele. Hoewel er nog lang geen vrouwenstemrecht was, moeide zij zich actief in de dorpspolitiek met manifesten en steun aan de voorzichtig liberaal gezinde oppositie.

In haar persoonlijk leven geneerde zij zich niet om min of meer openlijk te breken met de kwezelachtige conventies uit die tijd. Zij had een nauwelijks verborgen verhouding met Pepin Lowie, een Brusselse kunstschilder, 23 jaar jonger dan haar. Pepin werd door haar aangesteld als uitvoerder van haar testament en was daar ook de belangrijkste begunstigde van. Hij verkreeg ongeveer de helft van haar onmetelijke vermogen. Zo mocht hij onder meer de meubels verkopen van het huis op het Plein. In dat huis, waar zij het liefst resideerde, moet hij nog hebben meegewoond.

Momenteel is het huis de zetel van Boes&Co Bedrijfsrevisoren (opgericht in 1991). Voordien zat er een bank in.

romeinselaan.JPG

23-06-12

Een politiek jubileetje in Kortrijk

bibi 25.JPG

Op 12 juni 1987 legde ik de eed af als nieuw gemeenteraadslid van Kortrijk. Ik ben onafgebroken lid gebleven; dat is 25 jaar. Als ik getrouwd ware geweest met de stad - zo innig is mijn band ermee nu ook wel niet (er zijn nog andere dingen in het leven) -, dan was dat een zilveren jubileum. Buiten beschouwing gelaten dat die periode zo vlug is verlopen, is het merkwaardig hoeveel er is veranderd en is het even merkwaardig hoeveel er niet is veranderd. Zonder een historisch referaat te willen plegen, toch wat herinneringen.

Gehoorzaamheid

Op vrijdag 12 juni 1987 legde ik in het stadhuis voor de eerste keer de eed als als gemeenteraadslid. Het was nog de oude formule, "Ik zweer getrouwheid aan de Koning en gehoorzaamheid aan de Grondwet en de wetten van het Belgische volk". Tja, de term 'gehoorzaamheid' schraapte wel een beetje in mijn keel. Ik was helemaal niet van plan braaf in de pas te lopen! Pas in 2007 is de oude formule in het Vlaamse Gewest vervangen door de zakelijker belofte "Ik zweer de verplichtingen van mijn mandaat trouw na te leven". Daar kan ik inkomen.

De gemeenteraad vergaderde toen nog op vrijdag (nu op maandag). Dat had zijn voordelen. De debatten mochten uitlopen; je moest 's anderendaags toch niet vroeg op. En de kemphanen konden na het officiële gedeelte de pluimen weer wat glad gaan strijken in de Raadskelder, de gezellige kroeg onder de raadszaal, nu jammer genoeg al enkele jaren weer alleen nog maar kelder.

Ik had bij de verkiezingen van 1982 van op de 10e plaats nogal wat stemmen behaald (400-tal) maar niet genoeg om te springen over kandidaten die voor mij stonden op de lijst. In 1985 was ik al Jacques Geldof opgevolgd als raadslid van het OCMW en in 1987 kon ik Johnny Verhulst, die naar Kuurne uitweek, opvolgen in de gemeenteraad.

De Poort

Ik had mezelf het voornemen opgelegd om, als ik ooit de kans zou krijgen gemeenteraadslid te worden, onmiddellijk op mijn eerste zitting een tussenkomst te doen. Mijn tussenkomst toen was een oproep aan het stadsbestuur om het pas opgerichte sociale verhuurkantoor De Poort te ondersteunen, naar aanleiding van de goedkeuring van een reglement op de logementshuizen. Ik wees op de schaarste aan sociale woningen en de dure kamers die privé werden verhuurd.

Het initiatief tot oprichting van De Poort kwam niet van het stadsbestuur of het OCMW maar van de toenmalige Regionale Welzijnsraad, een veeleer informeel verbond van welzijnswerkers, los van hun werkgevers. De Poort was een van de eerste sociale verhuurkantoren van het land (zelf woningen huren voor een lange periode van private eigenaars en ze verhuren en eventueel opknappen aan kansarmen). Het initiatief is uitgegroeid tot het grootste Vlaamse SVkantoor. Dat succes is meteen een veeg teken voor het tekortschieten van de normale sociale huisvestingsmaatschappijen. Hoe groter de wachtlijsten van die laatsten, hoe meer huiszoekers zich inschrijven bij De Poort, als laatste strohalm.

Het is toevallig - maar eigenlijk niet - dat mijn laatste tussenkomst tot nog toe ook over dat onderwerp ging: woonkansen voor woonbehoeftigen. Van de week nog (19 juni) wees ik in een 'verenigde commissie' van de gemeenteraad op de problemen in de Kortrijkse sociale huisvesting. Zoveel is er in die sector sinds 1987 niet veranderd; hoopvol is dat men zich nu stilaan bewust begint te worden van de problemen.

Personeel

Een ander agendapunt die vrijdag in juni 1987 betrof het personeel. Eindelijk konden bepaalde ambtenaren een 'diplomabijslag' krijgen. Tot dan was dat verboden door een koninklijk besluit dat een 'loonmatiging' oplegde. Ik kan mij niet herinneren dat de vrees voor een economische crisis in heel die periode van 25 jaar ooit uit de lucht is geweest.

Een andere toeslag waarvoor toen groen licht werd gegeven, betrof een 'kabinetstoelage'. Eén persoon (1) kon ervan profiteren, de chauffeur van de burgemeester. Toen was het nog lang niet de gewoonte dat de schepenen, allen zonder uitzondering, ministersgewijs een kabinet mochten benoemen van persoonlijke assistenten.

Geluidsinstallatie gemeenteraadszaal

Toen werd ook beslist de geluidsinstallatie van de gemeenteraadszaal te vernieuwen. 8500 euro werd ertegenaan gegooid om 43 nieuwe micro's met allerhande toebehoren (waaronder een 'uitschakelaar van overspraakgevoeligheid') aan te schaffen. Veel heeft het niet geholpen. Zelfs na nog een algehele vernieuwing enkele jaren later, is de akoestiek in de raadszaal nog altijd schabouwelijk, tot ergernis van pers en publiek.

Toentertijd stemden we nog mondeling (ja, neen of onthouding). Dat is verbeterd: we hebben nu knopjes en een digitale verwerking van het resultaat dat geprojecteerd wordt op een groot scherm.

Steyts Koer

Op diezelfde vergadering werd ook beslist tot het slopen van heel het beluik Steyts Koer (het 'moordpartje') tussen de Zwevegemsestraat en de Sint-Denijsestraat (met inbegrip van 'Verplanckes Poortje'), een opdracht van zowat 15.000 euro. Aankoop en sloping konden grotendeels betaald worden met subsidies van hogerhand. Toch wel pikant dat de huisjes al in 1976 'ongezond' en in 1979 zelfs totaal onbewoonbaar waren verklaard. Stadsvernieuwing had blijkbaar toen ook al zijn tijd nodig.

Aansluitend op de braakgrond die na de afbraak ontstond, realiseerde de Zuid-West-Vlaamse Sociale Huisvestingsmaatschappij enkele jaren later op de terreinen van de Prado-textielfabriek en andere bouwvallige beluiken het modelproject Pradopark. Het was de bedoeling op het vroegere Steytskoer een 'kopcomplex' te bouwen. Maar daar is het nog altijd op wachten.

Regie

Intussen zijn er in Kortrijk tal van andere initiatieven van stadsvernieuwing op gang gebracht, onder meer door de oprichting en de werking van het Stadsontwikkelingsbedrijf SOK. Maar we zijn er nog lang niet. Het SOK was eerst door oprichter burgemeester de Bethune tot 'Woonregie' gedoopt. Later werd de werking van het autonome stadsbedrijf verruimd en lag de focus meer op de commerciële vernieuwing van de stad. Na de realisatie van K in Kortrijk is weer meer het wonen in de stad in het vizier genomen.

Zonder een pluim op mijn hoed te willen steken, herinner ik toch aan een tussenkomst van mijnentwege, gericht tot toenmalig burgemeester Antoon Sansen (beginjaren 90). Kortrijk had toen een 'Grondregie'. In het zuiden van de stad waren vele hectaren landbouwgrond opgekocht en nadien goedkoop verkaveld. Die zogenaamd sociale verkavelingen - het ging toch om villaatjes - hebben een hele generatie jonge gezinnen met kinderen aan de stad gebonden. In de tijd van mijn interpellatie zat de Grondregie stilaan door zijn voorraad percelen. De verkopen hadden wel een aanzienlijke pot geld opgebracht. Mijn voorstel was om dat geld voortaan in te zetten in de binnenstad, om er oude panden mee op te kopen voor sociale vernieuwbouw. Was dat eigenlijk niet het idee dat de Bethune later heeft uitgewerkt? In elk geval is stadsvernieuwing mij tot op vandaag blijven boeien en ik was dan ook iedere bestuursperiode vragende partij om in de raad van bestuur van het SOK te mogen zetelen.


 

.


Straks meer, als dat nog lukt op deze hectische dag (vanavond DRINK IN HET OPENLUCHTZWEMBAD ABDIJKAAI van 20 tot 21.30 uur! Iedereen welkom)

18-06-12

Een opmerkelijk terras voor regenheilige Saint-Médard

terras Saint-Médard2.JPG

De recent geopende brasserie Saint-Médard, op de hoek van de Kortrijkse Begijnhofstraat en het Deken Zegerpleintje, heeft nu ook zijn terras. En wel in de historisch beladen omgeving van de OLVrouwekerk in Kortrijk. Bijzonder is dat het terras deels boven het water van de gracht van de opgegraven keermuur van de verdwenen grafelijke burcht is gebouwd. Omdat het stadsbestuur erover nadenkt die site in de komende jaren nog een definitieve aanleg te geven, is de vergunning beperkt tot twee jaar. De vergunning is toegekend in juni, toevallig de maand van genoemde Sint-Medardus, jammer genoeg een regenheilige.

In 2006 gaf het toenmalige stadsbestuur al een principiële toestemming om op het gras naast de Gravenkapel (OLV-kerk) een terras te bouwen voor de uitbaters van café Saint-Médard. De aanvragers waren toen de uitbaters van Petit Paris in de Wijngaardstraat, die de wijk moesten nemen omdat hun pand plaats moest maken voor het winkelcentrum K in Kortrijk. Maar dat terrasplan ging toen niet door omdat Claude de Stadswaag in de Rijselsestraat op de kop kon tikken.

Vorig jaar nog weigerde het stadsbestuur een vergunning te verlenen voor dat terras. Deze keer is het wel gelukt. Hoewel het om werken gaat die zijn vrijgesteld van de medewerking van een architect, heeft de brasserie toch het Architectenbureau Devolder BVBA (Schouwburgplein 11, Kortrijk) ingeschakeld.

Vlonder

Hoe merkwaardig de locatie ook is, het is er niet eenvoudig een terras te realiseren. Het gazon is immers erg hellend en komt uit in de gracht aan de opgegraven keermuur van de al lang verdwenen grafelijke burcht. De ontwerpers hebben zich uit de slag getrokken door een soort balkon, een vlonder, over helling, slotgracht en vestingsmuur te bouwen, rustend op stalen profielen. Ze hadden gehoopt een vergunning te krijgen voor 55,25 m² maar het stadsbestuur heeft de constructie beperkt tot 40,80 m² (4,8 meter diep in plaats van de aangevraagde 6,50 meter). Het terras is enkel aan de straatkant toegankelijk.

De groenzone naast de OLVrouwekerk ontstond in 1991 na sloping van de kosterswoning en een paar herenhuizen waar ooit het toen nog Belgische Ministerie van Tewerkstelling en Arbeid kantoor hield. Het kwam de stad goed uit dat de panden, die nochtans eigendom waren van diverse overheden, onbewoonbaar konden worden verklaard. Heden ten dage zouden ze beschermd zijn geweest, denk ik. In elk geval verdween een stadsgezicht, zoals te zien op volgende foto (Pauwels, Oswald, 01-01-1989, ©Vlaamse Gemeenschap).

Bij de slopingswerken stootten archeologen op de resten van een vestingsmuur van de grafelijke burcht die daar ooit stond. Het is geweten dat de OLVrouwekerk in opdracht van graaf Boudewijn IX, die graag in Kortrijk resideerde omwille van het goede water dat hier zomaar uit de grond opborrelde, is gebouwd in zijn boomgaard. Het pleintje kijkt uit op de achtergevels van enkele huisjes van het begijnhof. Over de kerk en de aangebouwde Gravenkapel meer in een eerder stukje.

Sint-Medardus is overigens een risicovolle patroonheilige voor een terras dat het zal moeten hebben van het mooie weer. Hij wordt 'de grote pisser' genoemd. Er bestaan ontelbare spreuken die de man linken aan regen. Zoals: "Sint-Medard geeft zijn zegen, met zes weken wind en regen". En jammer genoeg regende het effectief op zijn naamdag (8 juni).

 

terras Saint-Médard3.JPG

17-06-12

De (vergeten) dag dat de Kortrijkzanen de graaf kidnapten: 17 juni 1325

Sint-Maartens.JPG

Nog geen vijfentwintig jaar nadat de Vlaamse milities zich aan de zijde van de graaf van Vlaanderen schaarden tegen de Franse koning in de Guldensporenslag, nam een woedende volksmassa op 17 juni 1325 - vandaag verjaardag! - een latere graaf van Vlaanderen, Lodewijk I, gevangen en men moordde zijn riddergevolg uit. Dat alles op het voorplein van de Sint-Maartenskerk waarin graaf en hovelingen hun toevlucht hadden gezocht. De Kortrijkzanen wierpen hun onderdanigheid voor de hoge krijgsheer af nadat die heel Overleie in brand had gestoken waarbij de vlammen oversloegen op een groot deel van de binnenstad. Achterliggende oorzaken van de opstand waren de hoge belastingen die de adelijke vlerk meende te kunnen opleggen op een bevolking die nog de gevolgen niet te boven was gekomen van een vreselijke hongersnood (1315-17).

Tegen de kleinzoon van graaf Gwijde van Dampierre (in wiens naam Vlaamse milities in 1302 de Guldensporenslag uitvochten), Lodewijk I van Vlaanderen (en II van Nevers) was in 1323 al een groot deel van zijn graafschap in opstand gekomen. In tegenstelling tot zijn opa en zijn pa, die in de aartsrivaliteit tussen de Franse en Engelse koningen om economische redenen (aanvoer goede wol voor de draperieproductie) veeleer aan Engelse kant stonden, trok hij partij voor de Franse koning. Hij was dan ook aan het hof in Parijs opgevoed. Behalve die partijdigheid waren het vooral zijn topzware belastingen die Lodewijk werden kwalijk genomen. Die belastingen dienden onder meer als schadevergoeding aan de Franse koning na de Guldensporenslag. In ruil voor een zekere zelfbeschikking moest het graafschap, de steden en de boeren, zwaar afdokken.

Voortrekker in de opstand was de toenmalige grootstad Brugge. Volgens sommige bronnen zou in de machtsstrijd in de stad zelfs Jan Breydel, de mythische held van de Guldensporenslag, zijn gelyncht omdat hij kamp koos voor de graaf. In 1325 was een delegatie uit Brugge naar Kortrijk getrokken met een verzoek tot solidariteit. Graaf Lodewijk wou daar een stokje voorsteken en haastte zich met een meute ridders (400) naar de Groeningestad. Het Kortrijkse stadsbestuur liet hem binnen. Onmiddellijk sloeg hij de Brugse delegatie in de boeien. Daarop zond Brugge een 5000 man sterk gemeenteleger naar Kortrijk om hun stadsgenoten te bevrijden.

Krijgsheer Lodewijk vond er niets beters op dan in afwachting van de komst van de Bruggelingen alvast het niet omwalde stadsdeel Overleie plat te branden. De vlammen sloegen evenwel over en verwoesten ook een deel van de binnenstad. Voor de Kortrijkse bevolking deed dat de deur dicht. Er werden spontane barricades opgeworpen; de mannen gingen de ridders te lijf en de vrouwen bestookten de edellieden met huisraad vanop de daken van de huizen. Het draaide uit op een grootschalige slachting. De arrogante ridders werden een voor een afgemaakt. De graaf en zijn dichtste gevolg vluchtten in de Sint-Maartenskerk, maar ze werden naar buiten gesleept en doodgeranseld. Een van de hovelingen werd zelfs in tweeën gekliefd. Ook de graaf zelf, nochtans de hoogste krijgsheer, kreeg rake klappen.

Op verzoek van de Bruggelingen werd hij niet terechtgesteld maar in vernederende omstandigheden - vastgebonden op een 'klein paard' (een ezel?) - in gevangenschap naar Brugge afgevoerd. Daar hebben ze hem nog zes maanden in een kerker opgesloten.

Hongersnood

De razernij van de Kortrijkzanen is te verklaren door het verlies van gave en goed door de brandstichting in opdracht van de graaf. Maar de felheid is zeker ook toe te schrijven aan de uiterst moeilijke omstandigheden waarin de bevolking moest zien te overleven in die jaren. Niet alleen waren er voortdurend militaire schermmutselingen en brandschattingen. Ook waren de mensen de gevolgen nog niet te boven gekomen van de hongersnood in 1315-1317. Door harde winters en natte zomers waren de graanoogsten enkele jaren naeen mislukt. Tot overmaat van ramp viel de Franse koning Louis X de Vlaamse gewesten ook nog eens binnen. Omdat hij op de verzopen akkers niet genoeg eten vond voor zijn troepen, trok hij zich terug maar niet eerder dan nadat hij de schaarse graanvelden platgebrand had.

Die historische anekdote van de kidnapping van de graaf van Vlaanderen door de Kortrijkzanen krijgt veel minder aandacht dan de Guldensporenslag. Maar wie een beetje wil weten hoe het er in die zogenaamd heldhaftige tijd eraan toeging in het graafschap Vlaanderen, moet het verhaal toch kennen.

 

Sint-Maartensb.JPG

Zondags Kortrijk (ansicht 35)

Elke zondag een bijzonder prentje, een ansicht van Kortrijk.

Beverlaai.JPG

Juni, rozenmaand! Ook in Kortrijk.

De rozen bloeien uitbundiger dan ooit dit jaar. Ze bezorgen de prachtige villa, Beverlaai 12, sprookjesachtige allures.

Beverlaai12.JPG

Die gedeeltelijk vrijstaande villa is van 1926 en ontworpen door de Joseph Viérin (1872-1942). De man is de stamvader van een beroemd architectengeslacht. Zelf was hij de broer van Emmanuel Viérin (1869-1954), de 'schilder van het licht', een van de bekendste Belgische luministen (impressionistische stroming). Beiden zagen het licht in een van de huizen die ooit de Halletoren op de Kortrijkse Grote Markt omringden. Hun ouders waren gegoede textielhandelaars (kapmantels in draperie).

Joseph Viérin week uit naar Brugge, waar hij een tijdlang schepen van Openbare Werken was. Na de Eerste Wereldoorlog coördineerde hij in de Bouwdienst van de Dienst der Verwoeste Gewesten de heropbouw van Diksmuide en Nieuwpoort. Hij poogde de platgegooide gebouwen zo goed mogelijk te reconstrueren in hun eerdere vorm, en waar er geen documentatie voorhanden was, ontwierp hij invulbouw in de lokale Vlaamse bouwtradities. Hij werkte nauw samen met andere aanhangers van de Engelse art deco, 'arts and crafts' genoemd, die vanuit de bestaande bouwkunde vernieuwing in de wooncultuur wou brengen. Medestanders waren onder meer Richard Acke en meubelfabrikant Jozef De Coene; ze vonden elkaar in de Kortrijkse Kunstgilde.

Tastbaar erfgoed in Kortrijk van de hand van Joseph Viérin is bijvoorbeeld de Groeningepoort (1906) op het Plein. Hij restaureerde ook de Halletoren op de Grote Markt in zijn oorspronkelijke zestiende-eeuwse stijl (1899). Het is even de bedoeling geweest van het Kortrijkse stadsbestuur om dat torentje, het Kortrijkse belfort, mee te slopen na de afbraak van het huizenblokje en de Grote Wacht (1896). In de plaats daarvan zou daar een hoofdkantoor van de Post gekomen zijn. Fel protest van onder meer genoemde Jozef De Coene (liberaal) konden de sloop verhinderen.

Joseph werkte vanaf de jaren dertig ook aan plannen voor de restauratie van het Kortrijkse stadhuis, maar het is uiteindelijk zijn zoon Luc Viérin die daarvoor als bouwmeester is opgetreden (1956). Ook zoon Piet en kleinzoon Philippe van Luc zijn befaamde architecten.

De villa in de Beverlaai is in Engelse cottagestijl. Met die stijl maakte Joseph Viérin heel wat furore over heel de Belgische kust, waar zijn villaatjes niet te tellen zijn.

Beverlaai12b.JPG

'De Rozen' is ook de naam van een herenhuis en een huizenensemble in de Minister Liebaertlaan. En waarempel ook daar bloeien de koninklijke bloemen weelderig.

De Rozen1.JPG

Het is een geheel in neo-Vlaamse-Renaissancestijl uit 1913 (naar een ontwerp van de Oostendse architect Henri Carbon). In de Tweede Wereldoorlog vond de meisjesschool van 't Fort (Plein) er een tijdelijk onderkomen.

De Rozen2.JPG

Samen met zijn compagnon Charles Pil had ook architect Carbon handenvol opdrachten bij de wederopbouw van de frontstreek rond de IJzer. In tegenstelling met Joseph Viérin opteerden de Oostendenaars meer voor de neo-stijlen, die na de Groote Oorlog al op hun retour waren.

En de grootste chançards in de Kortrijkse rozenmaand zijn wel de bewoners van de Pater Beckstraat.

Beckstraat.JPG

Alle boomspiegels van het laantje zijn beplant met ... rozen! Wie ècht veel rozen wil zien in de periode van het jaar waarop ze op hun fleurigst zijn, kan in Kortrijk de internationale Rozentuin op 't Hoge bezoeken.

 

De Rozen3.JPG