17-10-12

Kortrijk is een lege doos, zegt een studie die pleit voor het doorbreken van de continuïteit van beleid

Grote Markt.JPG

Van de zomer heeft het Oostendse studiebureau MOP Urban Design - architecture and engineering samen met het West-Vlaams Economisch Studiebureau een onderzoek gedaan naar de commerciële problemen in het hart van Kortrijk. De bevindingen stellen het beleid zoals het tot nu toe is gevoerd fundamenteel in vraag. Zo zien de onderzoekers de binnenstad als 'een lege doos' na het vertrek van de ene grote centrumfunctie na de andere naar Hoog Kortrijk. Er zijn tussen het nieuwe winkelcentrum K in Kortrijk en het overige winkelgebied in Kortrijk veel te weinig verbindingen. De Grote Markt is verkeerd aangelegd en staat vol obstakels, muurtjes en parkeerplaatsen die de bezoekers hinderen. Het stadscentrum is onderbevolkt. Er is geen verwevenheid tussen de (openbare) dienstverlening, de winkels en de horeca. Ieder zit op zijn eiland. In Gent, Leuven en Rijsel heeft men het beter aangepakt. Enzovoort.

De studie is besteld door NV Pandenfonds, opgericht in de marge van K in Kortrijk door de investeerders van Foruminvest en de stad (en het stadsontwikkelingsbedrijf SOK). Het is het WES zelf die ze vandaag heeft bekendgemaakt door publicatie van een bespreking in het tijdschrift 'West-Vlaanderen Werkt'.

Bevolking

Het rapport van MOP en WES zoekt in feite naar de diepere oorzaken van de vaststelling dat met de komst van het winkelcentrum 'K in Kortrijk' de commerciële leegstand in het hart van de stad verergerd is in plaats van verbeterd. De bevindingen zijn opmerkelijk.

De detailhandel sluit zeer nauw samen met de evolutie van de bevolking, stelt MOP. In 2009 telde het stadscentrum (het gebied binnen de stadsring) 8020 bewoners. Vergelijk dat met de 64.771 binnen de Gentse boulevards en de 27.476 in de binnenstad van Leuven. En dan heeft men nog geen rekening gehouden met de meer dan 30.000 studenten die in het academiejaar de bevolking van beide universiteitssteden komen versterken. In Kortrijk zijn dat er maar de helft en die zijn dan meestal nog op kot buiten het stadscentrum. Wat ook in het nadeel van Kortrijk speelt, is dat de stadsring zo dicht het centrum omspant. De centra van Gent en Leuven zijn veel uitgestrekter.

Stedelijke diensten

In Kortrijk is het centrum verworden tot "een lege doos". Dat komt doordat heel wat stedelijke voorzieningen (hogescholen, Xpo, Kinepolis, AZ Groeninge en andere) naar de rand van de stad zijn uitgeweken. Nochtans zijn stedelijke voorzieningen onontbeerlijk voor het stadsleven. In Gent zien we de tegenovergestelde beweging. Daar wordt het stadscentrum versterkt met grote publiekstrekkers (bibliotheek op de Waalse Krook, creatief bedrijvencentrum in de garages Mahy, universiteitsgebouwen in de Sint-Pietersnieuwstraat enzovoort). In Rijsel zien we hetzelfde dicht bij Vieux Lille. In Leuven is een nieuw Provinciegebouw opgetrokken dicht bij het handelscentrum en liggen de universitaire afdelingen verspreid over de binnenstad.

In Kortrijk zijn de publiekaantrekkende functies uit de stad gedreven naar Hoog Kortrijk, "op een te grote afstand van het stadscentrum om een kruisbestuiving te creëren". Daarenboven is Hoog Kortrijk sterk op de auto als transportmiddel gericht, merkt de studie fijntjes op. Gelukkig gaat de inplanting van 'K in Kortrijk' in het hart van de stad daar tegenin. En het rapport stelt de vraag of het stadscentrum nog over voldoende densiteit beschikt om de overblijvende functies krachtig met elkaar te verbinden.

Leegstand

Voorts constateert men dat in tegenstelling met Gent en Leuven de winkels in Kortrijk niet verweven zijn met dienstverlenende activiteiten en horeca. In het winkelwandelgebied vind je bijna uitsluitend winkels; in de richting van het station en het Schouwburgplein is er dan weer een concentratie van dienstverlening.

In het Kortrijkse stadscentrum staan 97 winkelpanden leeg; dat is 15% van het totale aantal. In Leuven en Gent bedraagt de leegstand in het (veel grotere) kernwinkelgebied respectievelijk 5 en 6%. Vooral in de schaduw van 'K in Kortrijk' is de leegstand dramatisch: 66,7% in de Grijze Zusterstraat, 29% in de Wijngaardstraat, 26,1% op het Overbekeplein, 25% op de Grote Kring, 22,8% in de Doorniksestraat, 15,6% in de OLVrouwestraat, 15% in de Voorstraat. Het aantal bezoekers per week is ook beduidend lager dan in Gent of Leuven.

Speerpunten

De onderzoekers zijn dan de toestand met eigen ogen komen bekijken en ze hebben ook een aantal gesprekken gehad met 'bevoorrechte getuigen'. Het resultaat is een sterkte/zwakte-analyse. Opvallend is dat ook bij de sterke punten heel wat zwakheden worden vermeld. Zo vindt men het goed dat het stadsbestuur het vertrek van jonge tweeverdieners uit de stad wil tegengaan. Maar er zijn weinig of geen studentencampussen en -residenties in het stadscentrum: "Hierdoor ontbreekt de aanwezigheid van studenten en verkleint de kans dat zij na hun schoolcarrière in het centrum blijven vertoeven".

Ook noemt de studie het een sterk punt dat Kortrijk 'inzet' - toch wel een modewoord geworden! - op: "winkelen, studeren, toerisme, economie, cultuur, verzorging, design en creatie", maar, voegen de auteurs eraan toe: "wat is het speerpunt?". De reeds veel gehoorde kritiek dus dat men alles wil promoveren zonder echte keuzes te maken, waardoor er niets echt uit de verf komt. Ook wat de stadsvernieuwing betreft, waarschuwt de studie ervoor om niet te veel tegelijk aan te pakken. Dat leidt tot ontwrichting. En de sterkte dat Kortrijk het industriële hart is van West-Vlaanderen wordt meteen gerelativeerd door erop te wijzen dat "jammer genoeg de activiteiten zich afspelen buiten het centrum".

Zwakten

Het lijstje met de zwakten is beduidend langer. Ik pik er enkele uit. Zo zijn er weinig publiekstrekkers in de onmiddellijke omgeving van 'K in Kortrijk'. Meer zelfs, de komst van K heeft de aantrekkingskracht van aloude sterke winkelstraten als de Steenpoort verminderd en secundaire locaties zoals de Grijze Zusterstraat in de schaduw gezet. Eigenlijk was de hoop dat het omgekeerde zich zou voordoen.

Wie K verlaat, wordt niet automatisch naar de rest van het commerciële hart van de stad gezogen. De studie heeft het over "slechte leesbaarheid, morfologisch niet verbonden met de rest van Kortrijk, een parkeerkelder die slechts uitgeeft op de binnenkant van het winkelcentrum. Op de vele pleintjes en steegachtige verbindingsstraatjes tussen de Markt en K staan veel te veel obstakels in de weg (stroomkasten, loshangende kabels, enzovoort).

Zoals al gezegd, heeft het Kortrijkse stadscentrum veel minder kantoren in vergelijking met bijvoorbeeld Gent, Leuven, Mechelen en zelfs Roeselare (!):  "Er is voornamelijk een ontwikkeling naar het zuiden van de stad toe. Er is een gebrek aan stedelijke densiteit". Met andere woorden, het Kortrijkse stadscentrum wordt stilaan een dorpskern (mijn appreciatie). Er is trouwens in die stadskern ook een relatief laag bevolkingsaantal en -dichtheid.

Een opmerkelijke uitspraak is voorts: "Kortrijk als toeristische stad mist een reason to stay (zwakke toeristische identiteit). Wat mij het dan weer toch zo jammer doet vinden dat het zittende stadsbestuur de grondige herwaardering van de historische Leieboorden (Broel- en Verzetskaai) heeft laten liggen, hoewel de plannen al zes jaar klaar zijn.

Ook constateert de studie dat het aantal weekbezoeken en de penetratiegraad relatief laag liggen. Opmerkelijk bijvoorbeeld is dat het als doods bekend staande Overbekeplein momenteel meer passanten heeft dan de Wijngaardstraat vlak naast 'K in Kortrijk'! Door de komst van K ligt de Wijngaardstraat volledig buiten het shoppingcircuit. Voor de onderzoekers is dat zelfs een lichtpuntje: wat het Overbekeplein betreft zien zij er reële ontwikkelingskansen om er een levendige verbinding van te maken tussen de winkelstraten en het historische centrum van de stad.

Bibliotheek op de Grote Markt

De studie geeft ten slotte ook een aantal suggesties om de commerciële situatie in het hart van de stad te verbeteren. Bepaalde suggesties zijn opmerkelijk en sturen aan op een breuk met het tot nu gevoerde beleid. Zo willen de onderzoekers de parkings op zowel de Grote Markt als rond het Begijnhofpark (Boerenhol, achterkant Begijnhof, Sint-Vincentius) weg. Die parkings storen "een duidelijk leesbare en alternatieve wandeling" van de Broeltorens naar de winkelstraten en K, over het Vandaleplein, het Overbekeplein en het Begijnhofpark.

Het noodlijdende winkelcentrum op het Overbekeplein moet opgefrist worden en zijn gebreken, te wijten aan de bouwstijl van de jaren zeventig (ordeloos, donker, een achterkant die eruit ziet als een achtergevel enzovoort) moeten weggewerkt worden. De studie ziet het niet zitten om van het plein een uitsluitende woonlocatie te maken maar ziet wel enig heil in een bestemmingsaanpassing als horecaplein. Ook wellness-activiteiten zouden er heel welkom zijn.

De auteurs van de studie raden het ten zeerste af om de geplande nieuwe bibliotheek te bouwen op het Conservatoriumplein - daar is nochtans al een internationale architectuurwedstrijd voor gehouden. Liever zien zij die bibliotheek op de Grote Markt zelf of in de omgeving van het Begijnhofpark (site Sint-Vincentius?). Op de hoek van de Langesteenstraat en de Grijzezusterstraat zouden zij in het leegstaande pand graag een satelietkantoor zien komen van de dienst Toerisme.

Sint-Vincentius

Veel verwachten de onderzoekers van de stadsontwikkeling op de huidige site van het rusthuis Sint-Vincentius. Maar zeker op de begane grond zouden zij na het vertrek van het rusthuis naar de Houtmarkt (ex-Sint-Niklaaskliniek) commerciële en dienstverlenende functies willen. Op die manier zou er naast 'K in Kortrijk' en de Grote Markt een derde aantrekkingspool kunnen komen die het hele stadscentrum een boost kan geven.

De Zwevegemsestraat ten slotte zou de studie graag ontwikkeld zien als een "volwaardige exotische straat". Ook de Veemarkt zou daarvan profiteren. Dat veronderstelt ook een krachtig veiligheidsbeleid op dat deel van de binnenstad.

15-10-12

En zo komt er een einde aan anderhalve eeuw alleenheerschappij in Kortrijk

persconf 15 X 12 2.JPG

In 1864 werd liberaal burgemeester Benoit Danneel in Kortrijk na een nipte verkiezingsnederlaag aan de kant gezet door de katholieke partij. Sindsdien deelden in de Groeningestad de opeenvolgende partijen die zich tot het katholieke geloof bekenden, de lakens uit. De twee laatste bestuursperioden nam CVP-CD&V wel een partner mee - eerst de sp.a met De Coene en dan VLD met Maddens - maar de samenwerking leed ten zeerste onder de dominantie van de aloude heersende partij. Daar is nu een einde aan gekomen. Er is een bestuursakkoord getekend tussen OpenVLD, N-VA en sp.a. Stefaan De Clerck en zijn aanhangers verhuizen na anderhalve eeuw alleenheerschappij naar de oppositiebanken. Dat wordt een boeiende ervaring. En wie de tekst van het bestuursakkoord leest dat ik hier publiceer, die zal verrast zijn door de hoeveelheid programmapunten die zijn overgenomen uit het sp.a-programma.

Historische persconferentie

Dàt moest ik meemaken! Een historische persconferentie om 11 uur in de koffiezaak Viva Sara op de Grote Markt vandaag (15 oktober 2012). De delegaties van OpenVLD (lijsttrekker Vincent Van Quickenborne en schepen Wout Maddens), N-VA (lijsttrekker Rudolf Scherpereel en voorzitter Marniek De Bruyne) en sp.a (lijsttrekker Philippe De Coene en voorzitter Axel Weydts) kwamen er duidelijk maken dat Stefaan De Clerck, zetelend burgemeester, en zijn afgeslankte CD&V-fractie vanaf 1 januari 2013 in de gemeenteraad zouden moeten plaatsnemen op de oppositiebanken. In meer dan anderhalve eeuw had Kortrijk dat niet meegemaakt.

Winning team

Recente peilingen hadden het enthousiasme bij de campagneploeg van de sp.a in Kortrijk, een ploeg die aanzwol naarmate de verkiezingsdag naderde, hoog laten opwaaien. De uitslag gisteren was dan ook geen echte reden tot euforie. Het kartel sp.a-Spirit had in 2006 7 zetels opgeleverd (9278 stemmen, 18%). De definitieve uitslag gisterenavond gaf sp.a zonder Spirit 14,3% (7222 stemmen) en 6 zetels. Geen winst dus. Verlies? Tja, halverwege de bestuursperiode was Spiritist Bart Caron al vertrokken naar Groen met meeneming van zijn zetel. Sp.a stond dus al een tijdlang op 6. Die versterking van de partij zou meteen de winst (+1,8%) kunnen verklaren.

Het belangrijkste aspect van de verkiezingsuitslag was evenwel de verdere achteruitgang van CD&V. Ooit waren de christendemocraten de partij van de aanhoudende absolute meerderheden in Kortrijk. In 1988 behaalden zij met 27.831 stemmen (52,78%) nog 25 zetels. Dat is stelselmatig afgekalfd, tot 24.940 stemmen in 1994 (48,49% of 24 zetels) en 22.999 stemmen in 2000 (45,07% of 21 zetels). De meerderheid van de christendemocraten in 2000 was al een moeilijk werkbare meerderheid van 21 op 41. In 2006 werd het een verloren meerderheid van 18 zetels op 41 (mèt N-VA 20.656 stemmen of 40%). En thans stranden ze op 15 (16.666 stemmen of 33%). Dat hun onaantastbaarheid op het stadhuis ten einde was, drong daar nog niet direct door. Stefaan De Clerck peroreerde op de Grote Markt in de schaduw van het stadhuis ten overstaan van de camera's dat hij de electorale winnaar was en dat hij aan zet was voor de vorming van een meerderheidscoalitie. Hij wilde blijkbaar niet zien dat er deze keer - voor het eerst! - andere alternatieven mogelijk waren.

Ergerlijk was het herhaald gezwaai van Stef met het aloude managementsprincipe 'Never change a winning team' (een goeie ploeg moet je behouden). Precies de CD&V-volksvertegenwoordiger had in 2006 zijn 'winning team' met sp.a zonder veel omhaal gebroken om scheep te gaan met VLD die hij een halve zetel extra had kunnen afpersen. En zoals in de periode 2001-2006 met sp.a-er Philippe De Coene als enige schepen werd ook de periode 2007-2012 met liberaal Wout Maddens als enige schepen (de drie jaartjes van Marie-Claire Vandenbulcke buiten beschouwing gelaten) gekenmerkt door de arrogante dominantie van de traditioneel heersende partij. De niet-christendemocratische schepenen vormden niet meer dan het vijfde wiel aan de wagen, wat zij ook probeerden om op hun eenzame post zich enigszins te profileren. Denk bijvoorbeeld alleen maar aan de kwestie van de Kortrijke bouwpremies. Over hoe het er zes jaar geleden aan toeging, lees mijn stuk van toen.

Evenwichtig

Het is volstrekt logisch dat ook de sp.a alle mogelijkheden wou afwegen vooraleer eventueel in een bestuurscoalitie te stappen. En een belangrijk criterium voor de beslissing zou en moest zijn: de betrouwbaarheid van de partner(s). Stefaan De Clerck hing bij het naderen van de verkiezingsdatum wel voortdurend aan de lijn van sp.a'ers waarvan hij dacht dat ze het voor het zeggen hadden. Maar van veel bereidheid tot een evenwichtige coalitie met een inhoudelijke inbreng van àlle partners was geen sprake.

Het voorstel van OpenVLD, met een op het burgemeesterschap beluste Vincent Van Quickenborne, was objectief gezien veel aantrekkelijker en bood ook meer garanties op een voor alle partijen redelijk bestuursakkoord. Die tien engagementen, die nog zullen geconcretiseerd worden in de komende weken, geef ik in extenso achteraan dit artikel. Op volgende onderdelen heeft de partij zeer zwaar gewogen:

  • Inspraak
  • Vergroening
  • Verjonging
  • Klimaatstad
  • Armoedebestrijding: nultolerantie tegen armoede
  • Netheid en onderhoud
  • Een betaalbare stad met ambitieuze woonpremies
  • Kinderopvang, het koesteren van kinderen en senioren
  • Participatie in alle domeinen
  • Meer ruimte voor voetgangers en fietsers
  • Een nieuwe boost voor het openbaar vervoer
  • Een swingende stad van muziek en evenementen
  • Een bestuur dat sober is voor zichzelf: minder postjes
  • Diversiteit is een rijkdom: iedereen hoort erbij

Bemerk dat zowat alle programmapunten waarmee sp.a naar de kiezer trok, erin zijn opgenomen. De evenwichtigheid van de coalitie komt al tot uiting in de zeer eerlijke verdeling van de mandaten in het stadsbestuur. Elke partij krijgt 3 schepenzetels. Ook voor al de rest is de verdeelsleutel: elk evenveel. Dat is helemaal anders dan het geschooi en de aalmoezen van de vorige keren!

De tekst van de tien bestuursengagementen in extenso:

Onze tien engagementen voor Kortrijk


Een stad die luistert en dialogeert
De stadscoalitie wil Kortrijk teruggeven aan de Kortrijkzanen. Daarom gaat ze rechtstreeks in dialoog met alle 75.000 inwoners. We werken het bestuursakkoord uit op basis van gesprekken met de inwoners, wijk per wijk. Op die manier leggen we samen met de inwoners de prioriteiten vast van de stad en haar zeven deelgemeenten. Inspraak leidt tot uitspraak. We besturen Kortrijk samen met de Kortrijkzanen. De buurt bestuurt.

Een stad die verjongt en vergroent
De stadscoalitie wil dat iedereen thuis is in Kortrijk. We maken de stad aantrekkelijker met meer groen en we gaan voor een verjongingskuur. Jonge gezinnen vormen mee de toekomst van Kortrijk. We zorgen ook voor nieuwe parken en groene verbindingen om buurten te versterken. We hebben de ambitie om van Kortrijk een klimaatstad te maken.

Een stad die onderneemt en deelt
Kortrijk is het hart van werkend West-Vlaanderen. Na de K in Kortrijk is het nu tijd voor de O in Kortrijk, de O van ondernemende mensen. Kortrijk moet de kern zijn van de creatieve maakeconomie van Vlaanderen. Dit zit in het DNA van de vele bedrijven die nu al actief in onze regio. De stadscoalitie vereenvoudigt vergunningen en creëert ruimte voor iedereen die de handen uit de mouwen wil steken. Zo zorgen we voor welvaart, welvaart waarmee we mensen die het moeilijk hebben sterker maken. Een welvarende stad als Kortrijk hanteert een nultolerantie tegen armoede. Armoedebestrijding wordt een volwaardig beleidsdomein.

Een stad die veilig en proper is
Veiligheid is vanaf dag één een absolute topprioriteit voor de stadscoalitie. We gaan voor een duurzame totaalaanpak met aandacht voor sterke wijken en een lik-op-stuk beleid voor hardleerse overtreders. Veiligheid en vuiligheid zijn elkaars tegenpolen. Daarom extra zorg voor netheid en beter onderhoud van de publieke ruimten.

Een stad die betaalbaar is
Kortrijk moet betaalbaar blijven voor al haar inwoners. Daarom kiest de stadscoalitie voor betaalbaar wonen met een ambitieus stelsel van woonpremies. We geven wijken een nieuw gezicht. Betaalbare dienstverlening is een prioriteit. Iedereen moet kunnen deelnemen aan sport, cultuur en het stadsleven.

Een stad die houdt van de kinderen en alle opa’s en oma’s
Kortrijk kan maar groeien als we ruimte geven aan onze kinderen. Daarom maakt de stadscoalitie Kortrijk kindvriendelijker met meer speelpleintjes en een betere kinderopvang. Ook de groeiende groep van opa’s en oma’s krijgt veel ruimte: mensen langer zelfstandig laten wonen, meer ontspanning op maat en kansen om in groep en vereniging mee te werken aan een sterke stad.


Een stad die beweegt, durft en verandert
Kortrijk moet een verkeersveilige plek zijn met meer ruimte voor fietsers en voetgangers. We geven pleinen terug aan de mensen en we investeren in ondergrondse parkings. De stad en de deelgemeenten moeten voor jong en oud beter bereikbaar zijn. Dat betekent een openbaar vervoer afgestemd op de noden van inwoners en bezoekers. De stadsontwikkeling gaat verder. We maken keuzes die ambitieus, maar haalbaar en betaalbaar zijn. Zo geven we de Leie terug aan de mensen met verlaagde Leieboorden en waterplezier.

Een stad die verenigt en verbindt
We verenigen onze inwoners en lokale ondernemers om sterker te staan op alle mogelijke markten. We maken van diversiteit een kracht. Elke Kortrijkzaan is uniek, heeft talent en hoort erbij. Rechten en plichten zijn er voor iedereen. Elke wijk, elke buurt, elke deelgemeente van onze stad is even belangrijk.

Een stad met veel ambiance en goesting
Kortrijk bulkt van talent. Dat moeten we vermenigvuldigen. De stadscoalitie wil van Kortrijk een swingende muziek- en evenementenstad maken met ruimte om te feesten en te beleven, altijd met respect voor de inwoners.

Een stadsteam dat transparant en sober is
De stadscoalitie springt zuinig om met de middelen en is sober voor zichzelf. Dat betekent een kleiner bestuur dat goedkoper is en geen euro belastingverhoging. We brengen de stadsdiensten dichter bij de mensen. Met de komst van sociale media en nieuwe technologie is veel mogelijk om mensen samen te brengen. De stadsdiensten zijn er voor de mensen en niet omgekeerd.

Verkiezingsuitslag Kortrijk: wie er niet meer bij zal zijn

stadhuis gesloten.JPG

De teerling is gevallen; de kiezer heeft zich uitgesproken: een bont-en-blauwe uitslag in Kortrijk. Zelf ben ik weer verkozen voor zes jaar. Maar wie zal er niet meer bij zijn van de huidige collega's?

Voor de zesde keer naeen zal ik de eed mogen afleggen ten overstaan van de voorzitter van de gemeenteraad. Wie die voorzitter zal zijn, staat misschien in de sterren geschreven maar is nog niet bekend. In elk geval zal het niet meer de burgemeester zijn zoals in de voorbije zes jaar - dat mag wettelijk niet meer. Ik ben heel tevreden dat ik op de elvendertigste plaats (lijstduwer) op de spa-lijst toch nog 780 kiezers heb kunnen overtuigen mij tussen de verkozenen op de kop van de lijst te catapulteren. Het is plezierig geapprecieerd te worden voor het vele werk, ook al wordt een groot deel daarvan in de schaduw verricht.

Die verkiezing geeft mij in elk geval de kans om voort te doen met het inlichten van de burgers over wat er in het stadhuis bedisseld wordt en wat de achtergronden daarvan zijn. Mijn 'journalistieke' (ahum) gretigheid is groot.

Publieksbanken

Maar mijn gedachten gaan vandaag onwillekeurig naar wie er niet meer zal bijzijn in 2013. Ik heb de lijst van de verkozenen eens naast de lijst van de zittende gemeenteraadsleden gelegd. Opmerkelijk is dat de grote helft, 22 op de 41, gewoon blijft zitten! Met een dergelijke historische uitslag zou je heel wat meer verschuivingen verwachten.

Wie zijn de 19 die naar de publieksbanken verhuizen - als het stadsbeleid hen nog blijft interesseren?

Antoon Sansen, CD&V - stond niet meer op de lijst
Marianne De Candt, CD&V - ondanks 847 voorkeurstemmen (6e opvolger)
Guy Leleu, CD&V - stond niet meer op de lijst, maar zijn dochter Carol is wel verkozen (1212)
Martine Vandenbussche, CD&V - ondanks 888 voorkeurstemmen (4e opvolger)
Lieve Vanhoutte, CD&V, ex-N-VA - stond op geen van beide lijsten meer
Ann Pascale Mommerency, CD&V - ondanks 473 voorkeurstemmen (20e opvolger)
Johan Coulembier, CD&V - ondanks 999 voorkeurstemmen (waarmee hij eerste opvolger is)

Hans Masselis, OpenVLD - stond niet meer op de lijst
Moniek Gheysens, OpenVLD - ondanks een opmerkelijke persoonlijke folder en 862 voorstemmen (3e opvolger)
Elisabeth Van Damme, OpenVLD - ondanks 546 voorkeurstemmen (24e opvolger)
Anthony Vanden Berghe - stond niet meer op de lijst

Roger Lesaffre, sp.a - ondanks 625 voorkeurstemmen (waarmee hij eerste opvolger is)
Petra Demeyere, sp.a - ondanks 570 voorkeurstemmen (4e opvolger)

Philippe Avijn, Groen - ondanks 361 voorkeurstemmen (5e opvolger)

Wilfried Depauw, VB - ondanks 200 voorkeurstemmen (waarmee hij eerste opvolger is)
Roos Heuvelmann, VB - ondanks 134 voorkeurstemmen (8e opvolger)
Jan Deweer, VB - ondanks 266 voorkeurstemmen (2e opvolger)

Eric Flo, ex-VB, nu op zijn eigen lijst - ondanks 25 voorkeurstemmen

Die voorkeurstemmen geef ik puur als informatie. Het belang ervan ligt vooral in de lijst zelf. Bij de ene partij moet je meer voorkeurstemmen halen dan bij de andere om verkozen te zijn. En uiteraard ligt het aantal voorkeurstemmen per kandidaat hoger naarmate de lijst zelf meer stemmen heeft behaald in het algemeen.

14-10-12

Verkiezingszondags Kortrijk (ansicht 51)

 Elke zondag een bijzonder prentje, een ansicht van Kortrijk.

't onzent1.JPG

Op deze verkiezingszondag gaat mijn aandacht naar medeburgers zonder stemrecht, de daklozen. Wie er niet in slaagt om zich op een vast adres in te schrijven op het stadhuis - en geloof mij, dat loopt niet altijd van een leien dakje - die geraakt evenmin op de kiezerslijst en kan dus niet gaan stemmen. Er zijn ook mensen die ècht dakloos zijn en elke dag en elke nacht moeten terugvallen op overlevingspogingen die we niet meer voor mogelijk achten. In de winter, en alléén in de winter, zorgt de stad sinds enkele jaren in samenwerking met het OCMW en de sociale sector voor nachtopvang. Komende winter worden een beperkt aantal daklozen opgevangen in de stadsvilla 'T Onzent, Sint-Amandslaan 30 op Overleie.

Tot voor enkele weken maakte de villa deel uit van het halve politiehoofdkwartier van de Politiezone Vlas. De villa staat met zijn rug immers tegen de gewezen watertherapiekliniek van dokter Jules-Henri Valcke, waar het gros van de flikken hun bureaus hadden tot zij naar de gewezen Tercakantoren in Ter Doenaert verhuisden. Het 'Institut Médical pour Hydrotérapie' van dr. Valcke heeft het niet lang uitgezongen, amper een paar jaartjes (van 1913 tot het moest sluiten in de Eerste Wereldoorlog).

Oudere Overleienaars kennen het statige gebouw van de voormalige waterkliniek als de bureaus van de gas- en stroomintercommunale Interleie (de voorganger van Gaselwest), die daar decennialang resideerde. Als wij als kind thuis te veel lampen lieten branden, placht mijn vader te zeggen: "Doe ne keer dat licht uit achter je gat. Ik werk niet voor Maurice Delaere". Op het zijdeurtje van het gebouw stond immers die naam op een plaatje. De naam is overschilderd, maar het plaatje is er nog. Wie was die Maurice Delaere dan toch? De conciërge? Ik weet het nog altijd niet. Blijkbaar was hij de achterkleinneef van de stichter van het bisschoppelijke Sint-Amandscollege (aan de overkant van de straat gelegen), priester David Verbeke (1796-1867), die trouwens ook lid was van het Nationaal Congres dat België stichtte!

Maurice Delaere.JPG

Maurice Delaere2.JPG

Ook in de tijd van die raadselachtige Maurice Delaere was stadsvilla T'Onzent al verbonden met de voormalige waterkliniek, als directeurswoning voor de baas van Interleie. In de tijd van de flikken, waren er evengoed kantoren in de villa als in het grotere gebouw. De villa dateert volgens de officiële inventaris van 1911 en als architect wordt op de inventaris van het Vlaamse bouwkundig erfgoed opgegeven: J. De Coene. Weer een raadsel! Zou dat Jozef De Coene kunnen zijn, de beroemde meubelfabrikant van de Kortrijkse Kunstwerkstede? Het pand is in elk geval in een stijl die toen opgang maakte bij diens vrienden-architecten zoals Jozef Viérin en Richard Acke.

asiel 3.JPG

De officiële Inventaris van het Bouwkundig Erfgoed noemt de villa een voorbeeld van eclectische stijl, "aanleunend bij de Engelse cottage-architectuur". De inventaris wijst daarvoor naar de "houten bow-windows" en erkers, waarvan er een is uitgewerkt in een torenaan de kant van de Kollegestraat. De naam van de villa staat in kalligrafie en op een arduinen banderol gebeiteld boven de ingangsdeur. Ik dacht eerst: die apostrof staat aan de verkeerde kant van de T. Maar ik was verkeerd. Het is immers een afkorting van Ten Onzent. En op de banderol staat een beestje en een vogel.

tonzent bius.JPG

Om terug te keren tot het onderwerp: het is in die villa dat van 1 november 2012 tot 31 maart 2013 een nachtasiel voor daklozen wordt ondergebracht volgens het principe van bed-bad-brood. Voor die daklozen is de naam T'Onzent wel misleidend: het is niet de bedoeling dat zij zich daar settelen. Na de nacht moeten zij weer de straat op, of het zou moeten zijn dat ze zich willen laten opnemen in een of andere instelling waar ze opnieuw voor de samenleving kunnen worden klaargestoomd.

asiel1.JPG

Dat nachtasiel is er voor het vierde opeenvolgende jaar. Het is een gezamenlijk initiatief van de stad, het OCMW, de provincie en de centra voor algemeen welzijnswerk Stimulans en Piramide. Er zijn afspraken met de politie en de straathoekwerkers om buitenslapers ernaar toe te leiden. En ook vrijwilligers werken eraan mee, onder meer twee Lionclubs. Eerder was dat nachtasiel ingericht in een bijgebouw van de Korenbloem (Pieter De Conincklaan) en op het Plein (bijgebouw leegstaande Sint-Niklaaskliniek).  Maar daar kon het niet meer.

Een tijdlang heeft men gedacht aan de oude Rijkswachtkazerne in de Boudewijn IX-laan, maar die bleek niet geschikt. De jeugdherberg in de Passionistenlaan was ook een optie. Die komt binnenkort leeg maar toch te laat: pas op 1 januari en het asiel moet kunnen starten op 1 november.

asiel2.JPG

Zo kwam men uit op de cottagevilla op de hoek van de Sint-Amandslaan en de Kollegestraat. Dat is een ruim huis met zeker voldoende kamers. Sanitair is er al. Uiteraard moet het nog ter dege worden ingericht met douches, brandwerende wanden, veiligheidsverlichting. En ik vrees dat er ook nog wat oplapwerk zal moeten gebeuren aan de bouwvallige staat van het pand. De villa is nog altijd eigendom van de stad. De stad zal hem gratis ter beschikking stellen. Bovenop die gunst geven de stad, het OCMW en de provincie elk nog eens 17.000 euro aan het initiatief, voor de loonkosten van de personeelsleden die nachtpermanentie doen, van een halftijdse coördinator en voor de werkingskosten.

Het is de bedoeling dat in de komende jaren dat nachtasiel - op meer permanente basis? - definitief wordt ondergebracht in de nieuwbouw op het terrein van het vroegere stadsdepot in de Sint-Antoniusstraat. Zie hierover een eerder stuk op Kortrijklinksbekeken.

asiel4.JPG

Intussen vernam ik meer over de stadsvilla, dank zij de heer Noël Hostens, onderzoeker De Coene Meubeldesign Kortrijk 1900-1975 (met eigen website: www.decoeneartvillage.be of www.decoeneartvillage.org). De expert meldt mij het volgende:
"In 1995 vond in het 'Bouwcentrum Pottelberg Kortrijk' de 'Retrospectieve De Coene' plaats.
Naar aanleiding van die tentoostelling over de meubelfirma De Coene en zijn stichter 'Jozef De Coene (1875-1950)' had de 'Werkgroep De Coene' een klein boekje laten drukken: DE COENE.Op pagina 21 wordt 'Jozef De Coene Architect' belicht. Immers de veelzijdige ondernemer was ook kunstschilder, ontwerper van meubelen en zelfs architect.

Op die pagina 21 wordt verwezen naar de hoekvilla LOMMENS aan de Kollegestraat (en de Sint-Amandslaan 30) te 8500 Kortrijk die door Jozef De Coene werd ontworpen.Onderaan de pagina werd een zwart-witfoto van de villa LOMMENS afgedrukt. Volgens de tekst werd de villa in 1906 gerealiseerd."  En dus niet in 1911 zoals de inventaris van het Vlaams Bouwkundig Erfgoed opgeeft. 

12-10-12

Dat moet nogal wat kosten, zo'n verkiezingscampagne!

stadhuis Leiestraat.JPG

Zondag is het zover. Dan kunnen de Kortrijkzanen bepalen wie er de volgende zes jaar de stad gaat besturen. De partijen en kandidaten hebben hun best gedaan om in de laatste weken nog zoveel mogelijk kiezers te winnen. Wat al die campagnes hebben gekost, blijft geen geheim. De kandidaten en lijsten zijn verplicht hun uitgaven bekend te maken. Dan zal het ook duidelijk zijn of er geen lijst of kandidaat de maximum toegelaten uitgaven heeft overschreden. De straf is verlies van zetel. Maar het zijn alleen de kiezers zelf die de aangiften kunnen controleren. Hoe zit het in Kortrijk?

Kiesdecreet

"Amai, wat moet dat allemaal niet kosten?" is een veel gehoorde uitspraak in Kortrijk van de week. Maar Kortrijkzanen die dat echt willen weten, kunnen het te weten komen. Van dinsdag 13 november tot dinsdag 27 november 2012 liggen de aangiften van de kandidaten en van de verschillende lijsten ter inzage op de griffie van de rechtbank van eerste aanleg. Kiezers kunnen die gaan inkijken op vertoon van hun oproepingsbrief. Wie dat van plan is, mag dus zijn of haar kiesbrief zeker niet weggooien na het vervullen van de stemplicht.

Het 'Kiesdecreet' (Vlaamse wet) verplicht de kandidaten en lijsten om tegen 13 november een overzicht in te dienen van alle uitgaven die ze hebben gedaan voor de campagne en een overzicht van waar het gebruikte geld vandaan is gekomen. Het bedrag van de uitgaven moet overeenkomen met het bedrag van het overzicht van de herkomst van het geld. 

Maximale verkiezingsuitgaven

Welke uitgaven moeten worden aangegeven? Gemakkelijk: alle uitgaven van de campagne. Bijvoorbeeld: de kosten van filmpjes op youtube, van telefooncampagnes, van advertenties in de pers, van nep-trouwboekjes en andere folders, van brieven en enveloppen, van e-mailcampagnes (zoals ontwerpkosten), van verzending en distributie, van affiches en borden, verkiezingsmanifestaties, websites enzovoort. De kosten moeten aangegeven worden tegen marktwaarde. Dus het volstaat niet te zeggen dat men bouwplaatsfsluitingen in bruikleen heeft gekregen van een bevriende aannemer - je moet de marktwaarde van die geste inschrijven. En pas op, de giften aan partijen, lijsten en kandidaten zijn ook wettelijk beperkt, op straffe van boete en zelfs gevangenisstraf.

Zoals gezegd zijn die verkiezingsuitgaven wettelijk beperkt. De maximumbedragen hangen af van het aantal kiezers. Kandidaten die zowel voor de provincie als voor de gemeenteraad opkomen, mogen beide toegestane bedragen niet optellen. In hun geval telt alleen het hoogste bedrag, dat van de provincie dus. In Kortrijk met zijn 57.492 ingeschreven kiezers mag een kandidaat voor de gemeenteraad niet meer uitgeven dan het toch al respectabele bedrag van 4.224,76 euro. Naast die persoonlijke uitgaven van kandidaten mag elke lijst ook uitgaven doen voor de gezamenlijke campagne. In Kortrijk is het maximum voor de lijsten: 64.090,40 euro. Een lijst mag wel een of meer kandidaten financieel ondersteunen met dat bedrag.

Voor de provincieraadsverkiezingen zijn de bedragen voor heel het kiesdistrict (219.456 kiezers): 110.623,84 euro voor de lijsten en 7.291,84 voor de kandidaten.

Dat betekent in Kortrijk voor de verkiezing van de gemeenteraad dat de voltallige lijsten met hun 41 kandidaten, alles bijeen niet minder dan 237.305,56 euro mogen besteden aan hun campagne. Toch wel een immens bedrag en je kunt je niet voorstellen dat er partijen zijn die dat bedrag benaderen. Maar je kunt het ook anders bekijken. Wat heb je als gezin allemaal niet in je brievenbus gepropt gekregen? Zo bezien is de maximumuitgave per partij dus 4 euro per kiezer. Zouden er echt geen partijen zijn die meer dan 4 euro folders, affiches en borden per kiezer hebben besteed?

Giften

Van waar komt al dat geld? Ik denk dat er veel uit de persoonlijke kas komt van de kandidaten. Het is niet als gemeenteraadslid dat je rijk zult worden. De lijstuitgaven zullen dan weer grotendeels gespekt zijn door de strijdkassen die de partijen in de voorbije zes jaar hebben opgebouwd. In de ene partij meer dan in de andere moeten de gemeenteraadsleden en andere mandatarissen een deel van hun zitpenningen afstaan aan de lokale partij.

Maar er kunnen ook giften aanvaard worden en daarvoor moet er een aparte lijst worden ingevuld. Alleen giften van 125 euro en meer moeten worden opgeschreven. Let wel, dat geldt niet alleen voor giften in geld; ook prestaties in natura (in bruikleen geven van bouwplaatsafsluitingen of borden bijvoorbeeld) moeten worden aangegeven. 

Ook voor giften gelden beperkingen en die zijn belangrijk. Kandidaten en lijsten mogen van één en dezelfde persoon elk niet meer dan 500 euro per jaar ontvangen. De schenker mag op zijn beurt niet meer dan 2000 euro uitdelen aan politieke actoren (partijen, lijsten en kandidaten). En bovendien: giften van bedrijven zijn ten strengste verboden; alleen 'natuurlijke personen' mogen giften doen. Op overtredingen van die regels staan belangrijke boetes voor kandidaten en schenkers! En de partijen lopen het gevaar een deel van hun aanvullende partijdotatie van het Vlaams Parlement kwijt te spelen.

Controle door de kiezers

En hoe wordt dat nu allemaal gecontroleerd? Wel... het zijn de kiezers die de controle moeten doen. Ze kunnen zoals al gezegd van 13 tot 27 november 2012 de aangiften gaan inkijken en opmerkingen maken aan de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg. In diezelfde periode kunnen kandidaten - en alleen kandidaten - die iets onwettelijks opmerken in de aangifte van een andere, verkozen kandidaat of lijst bezwaar indienen bij de Raad voor Verkiezingsbetwistingen in Brugge. Die Raad kan dan de overtreder schorsen in zijn mandaat of hem van zijn mandaat vervallen verklaren. De lijsttrekkers worden in die gevallen beschouwd als verantwoordelijk voor hun lijst.

Een delegatie van de Raad van Europa, de anticorruptiecommissie, is in de voorbije jaren in België komen onderzoeken hoe de partijfinanciering hier is geregeld en hoe de verkiezingsuitgaven worden beperkt. De heren en dames moesten eens smakelijk lachen met de manier waarop bij ons de controle op de verkiezingsuitgaven is georganiseerd. Maar dat hoeft u als kiezer niet te beletten gebruik te maken van uw wettelijk inzagerecht. Er is ook geen beletsel voor journalisten en onderzoekers om voormelde aangiften te gaan inkijken er erover te publiceren. Zo een artikel kan soms wel eens het signaal zijn om bezwaren in te dienen als er te erge inbreuken worden vastgesteld. Een hitparade van de uitgaven per lijst en per kandidaat is ook altijd leuk leesvoer.

10-10-12

Cecile Delrue: "Phyllis (Roosen), 't zit in onze venen" - een dubbelinterview

Cecile en Phyllis.JPG

Phyllis Roosen staat tweede op de sp.a-lijst voor de gemeenteraad van Kortrijk. Op die belangrijke strijdpost belichaamt zij de continuïteit in de socialistische beweging en de band tussen partij en de socialistische vakbond ABVV. Zij loopt dan ook in de sporen van een familie die zich, onafgebroken van de pionierstijd tot nu, inzette voor de arbeidersbeweging. Cecile Delrue (89) ging Phyllis vooraf. Zelf dochter van een rode passionaria wijdde zij haar lange actieve loopbaan vooral aan organiseren, mobiliseren, en blijven organiseren. Daarbij was het altijd haar bedoeling om vooral vrouwen aan te zetten hun positie op te eisen in de politieke wereld. Phyllis is familie van Cecile. "Als ik Cecile ga bezoeken, dan geraak ik daar nooit in een uurtje buiten. Vertellen dat ze kan! Maar wat wil je, na zo een bewogen leven. Ik steek er iedere keer weer wat van op." zegt Phyllis. Voor een keer mocht ik erbij zijn. Hierbij het verslag.

Het zou al heel erg moeten tegenvallen, Phyllis als je op de tweede plaats op de sp.a-lijst bij de Kortrijkse gemeenteraadsverkiezing niet zou verkozen zijn op 14 oktober. Dat is dan voor de eerste keer, als 54-jarige. Ook jij, Cecile, bent pas op 48-jarige leeftijd in de gemeenteraad van Kortrijk geraakt (1971-1989). Dat is opvallend gelijklopend.

Cecile Delrue: Och, in mijn geval heb ik wat geduld moeten hebben tot mijn moeder, Marie Desmet, het politieke toneel in Kortrijk had verlaten. Mijn moeder zetelde in de gemeenteraad van 1932 tot 1965. Toen gaf zij haar mandaat in de gemeenteraad op voor haar neef Andreas (André) Roosen, maar zij bleef tot 1971 een zetel bezetten in de raad van de Commissie voor Openbare Onderstand (nu OCMW). Pas na haar vertrek kon ik, ondanks mijn stevig aantal voorkeurstemmen, mijn plaats innemen in de gemeenteraad. Tja, als je in een politiek nest geboren bent, nietwaar.

Maar je hebt de gemeenteraad niet nodig om aan politiek te doen! Mijn moeder troonde mij al mee op manifestaties van de socialistische beweging als ik nog in haar buik zat. Phyllis, het socialisme zit in onze venen, in de vrouwelijke lijn dan nog. De aangetrouwden kwamen veelal van andere strekkingen, maar dank zij de vrouwen belandden zij in het rode kamp.

Cecile zei wel degelijk 'venen' en niet 'genen'. Venen is een ander woord voor aders. 'Het zit in onze aders' - uit de tijd dat men dacht dat de erfelijke kenmerken met de samenstelling van het bloed hadden te maken - betekent dus : het is een familietrek. En ja, 'het zit in onze genen' betekent juist hetzelfde. (Marc)

Cecile Delrue: Mijn moeder, Marie Desmet, was de dochter van Gustave Desmet, wever en een van de pioniers van de socialistische beweging in Kortrijk. Zijn vrouw hield in de Slachthuisstraat het café De Maenevlieger open. Dat was om de touwtjes aan elkaar te kunnen knopen iedere 'quinzaine' - 't werkvolk wierd dan nog halfmaandelijks betaald, àls ze werk hadden. In dat milieu werd Marie Desmet zo mogelijk nog militanter dan haar vader. Gehuwd met Alfons Delrue, waren zij een tijdlang conciërge van het gebouwencomplex van de socialistische coöperatieve Volksrecht in de al genoemde Slachthuisstraat. Mijn moeder speelde ook mee in de toneelmaatschappij Kunst Veredelt, zelfs toen ze zwanger was van mij. En zo kan ik zeggen dat ik als ongeboren kind reeds op de planken stond.

Cecile kan er niet over zwijgen, over haar jeugdherinneringen. De anecdotes borrelen als vanzelf naar boven. Zoals de vooroorlogse kindervakanties in de kolonie in het home van Liège Rouge in Koksijde - toen was er onder socialisten nog een hechte solidariteit zonder onderscheid van taalgemeenschap. Voor de meeste arbeiderskinderen was dat hun eerste contact met de zee. Als ze terug in het station van Kortrijk aankwamen, werden ze met de harmonie Het Volksrecht afgehaald en in stoet naar het Feestpaleis in de Slachthuisstraat begeleid. Een zeer effectieve methode om hen van jongs af aan te behoeden voor de slaafse mentaliteit die anderen hen wilden opleggen. De socialistische burcht in de Slachthuisstraat is platgebombardeerd op het einde van de Tweede Wereldoorlog. Nu is daar de meubelzaak Ballegeer.

En na de oorlog, vertelt Cecile glimlachend, gingen wij als jonge twintigers met rode leeftijdsgenoten in de zomervakantie kamperen aan de 'sousterrains' (de Vaarttunnel) in Moen, met de steekkar, in tenten, met strozakken als veldmatrassen. Zelf organiseerde zij jarenlang jongerenvakanties in Joegoslavië; ooit met 147 deelnemers. "Wij gaven ze logies in kampen van het Rode Kruis; er hoefde geen al te grote luxe te zijn: vriendschap, zon en interessante activiteiten waren voldoende. Voor mij was dat een manier om de besten uit de groep te ontdekken, en die probeerde ik dan te recruteren als monitor in de komende jaren. En dikwijls waren het die goede elementen die dan ook actief werden in de socialistische beweging. Ik denk daar met veel plezier aan terug". (Marc)

Phyllis Roosen: De heldhaftige tijden van de pioniers heb ik natuurlijk moeten missen maar niettemin ben ook ik opgegroeid in een politiek, socialistisch milieu. Mijn vader Paul Roosen was een neef van Cecile. Hij was ook de broer van genoemde André, die in de gemeenteraad zat - begrotingsspecialist. Daardoor was ook voor mijn vader de weg versperd naar het stadhuis. Na het vroege overlijden van zijn broer werd mijn vader wel degelijk verkozen maar hij heeft toen zijn mandaat niet opgenomen. Hij was immers als vakbondssecretaris (Algemene Centrale ABVV) rechter aan de Arbeidsrechtbank en beide opdrachten waren niet verenigbaar.

Op die manier kwam toenmalig Bissegemnaar Johnny Verhulst in de gemeenteraad. En toen die ontslag nam wegens verhuis naar buiten Kortrijk, kwam ik als zoveelste opvolger in de gemeenteraad in 1987. (Marc)

Phyllis Roosen: Dat belette niet dat mijn vader, zoals zijn broer, niet alleen in de vakbond maar ook in de partij superactief was. En zodra ik kon lopen, werd ik meegenomen naar allerhande activiteiten van de beweging. Ik mag zeggen dat ook ik van kleinsaf in een socialistisch milieu doorbracht, van bij de Rode Valken, de jeugdbeweging die we toen nog hadden, tot nu. Ik zocht en vond werk in de vakbond, waarin ik verschillende opdrachten vervulde; thans ben ik consulente bij de Algemene Centrale van het ABVV.

Na mijn huwelijk, met Frank D'Hondt, sinds enige tijd voorzitter van het vrijzinnig ontmoetingscentrum Mozaïek, heb ik mij bewust wat op de achtergrond gehouden. Mijn werk, gezin en kind gingen voor. Maar zes jaar geleden kon ik toch niet aan de drang weerstaan en stemde ik erin toe op de sp.a-lijst te gaan staan. Ik werd niet rechtstreeks verkozen - dat had ik ook niet durven verwachten. Maar ik scoorde toch redelijk en na enkele opvolgingen bleek ik zowel voor de gemeenteraad al het OCMW de volgende opvolger te zijn. Ik ben toen niet bij de pakken blijven zitten en ik heb mij volop geëngageerd in de partijwerking. Zo werd ik ondervoorzitter van de afdeling Kortrijk. En ik mocht de partij vertegenwoordigen in enkele instanties zoals het PWA (Plaatselijk Werkgelegenheidsagentschap), Sport Plus en Toerisme Kortrijk.

De hechte band tussen de plaatselijke sp.a en de vakbond werd tot nu duidelijk gemaakt door de kandidatuur van de bekende vakbondsleider Eddy Van Lancker. Nu hij teveel aan zijn hoofd heeft in de nationale vakbondstop, moest Eddy afhaken. De partij ging op zoek naar een vervanger en zo kwam men bij mij terecht. Ik heb die uitdaging met plezier aanvaard.

1931.JPGEen feestzitting van de SVV in 1931. Het tweede kleinste meisje in het midden vooraan - dat met het hoedje en het bleke kraagje - is de toen achtjarige Cecile Delrue. De foto is genomen op de binnenplaats van het socialistische gebouwencomplex in de Slachthuisstraat. Rechts is de achtermuur van de socialistische apotheek, die onlangs is verhuisd naar de Zwevegemsestraat. Het is het enige gebouw dat de bombardementen van maart 1944 heeft doorstaan.

Cecile, je komt uit een tijd waar het als vrouw niet evident was om aan politiek te doen. Weinigen weten dat in ons land het vrouwenstemrecht pas in 1948 is ingevoerd voor 's lands bestuur (voor de gemeenteraden was het al in 1921, terzelfdertijd met dat van de mannen. Phyllis ondervindt jij als hedendaagse vrouw nog een weerstand om je politiek uit te leven?

Cecile Delrue: Weet waaraan je begint, Phyllis, de politiek is een harde wereld. Wat je niet moet beletten om hard tegen hard je vrouw te staan! Ik heb mij eigenlijk mijn hele actieve leven ingezet om meer vrouwen in de politiek te lanceren.

Cecile, die nochtans was opgevoed in het beschermde milieu van de socialistische beweging, ondervond reeds als scholier wat de politiek met een mens kan doen. Door haar ouders werd ze naar de niet-katholieke Ecole Laïque pour jeunes filles (in Lustsstraatje, de Potterijstraat waar de brouwerij Lust was gevestigd, verdwenen door de aanleg van de Romeinselaan) gestuurd waar ze in de 'cours supérieurs' in 1932 de 'Prix Français' in de wacht sleepte. Nadien verhuisde zij als scholier naar de meisjesschool van het Atheneum in de Felix de Bethunelaan. Ze was daar juist afgestudeerd, binst de oorlog, toen de hele klas werd opgepakt door de Duitsers voor verzetsdaden.

Cecile liep intussen cursussen in de Arbeidershogeschool in Brussel. Ze kreeg er les van kleppers zoals Louis Major en Frans Detiège. Voor haar stage als sociaal assistent probeerde zij een plaats te bekomen in de COO (nu OCMW) van Kortrijk maar men wees haar daar af met als officiële reden dat zij te jong was. Het zullen wel politieke redenen zijn die hebben gespeeld. Zij heeft dan maar stage gelopen in het preventorium voor kinderen Tribeaumont in Ukkel.

Perfect tweetalig is Cecile door haar schoolcarrière wel geworden. En laat ons zeggen: drietalig. Zij spreekt immers naast het algemeen Nederlands en het Frans ook nog het authentieke Kortrijks zoals je dat niet veel meer kunt horen. Waar wij bijvoorbeeld 'famielie' zeggen zoals in het VTM-feuilleton, zegt zij 'famillie' of 'femillie', met een doffe 'i' in het midden.

De Arbeidershogeschool in Brussel was tijdens de oorlog een haard van verzet. Voor de Kortrijkse kameraden kreeg Cecile op een dag een pak pamfletten mee. Zij stapte daarmee naar Ernest Maes, senator. Maar die leerde haar ter plekke de regels van de clandestiniteit: ze werd wandelen gestuurd en moest maar zien terug te keren als 't donker was...

cecile en phyllis001.jpg

Cecile Delrue in het schooljaar 1937-1938 in de Ecole Laïque pour Jeunes Filles, Voorstraat 38. Cecile zit links vooraan.

Cecile Delrue: Zoals je weet, lag mijn hoofdbezigheid in de socialistische beweging bij de SVV (Socialistische Vooruitziende Vrouwen, nu VIVA). Ik liep daar in de voetsporen van mijn militante moeder, die dertig jaar lang provinciaal voorzitster was van SVV. Als beginnend propagandiste heb ik er veel geleerd van de legendarische Sirène Blieck van Menen. Hoewel SVV een tak was van de mutualistische beweging heeft Sirène Blieck mij altijd ingestampt dat SVV de ambitie moest hebben van een politieke organisatie van vrouwen. Ik heb dat mijn hele loopbaan toegepast.

Zo ben ik op een federaal partijcongres nog de tribune opgegaan om mij heftig te verzetten tegen een maatregel die de mannen wilden invoeren. De vrouwen gingen toen nog aan zestig jaar op pensioen (de mannen aan 65). Dat wilden de heren-kameraden ook toepassen voor politieke mandaten in de partij. Zij gingen mogen blijven tot 65 terwijl de vrouwen al op 60 gingen moeten afzwaaien. Ik heb het toen gehaald in de stemming over dat onnozele voorstel!

In de werking van SVV nam ik initiatieven zoals de organisatie van studiedagen waarin talrijke vrouwen zich in werkgroepen bogen over actuele thema's als geboortebeperking, abortus en dergelijke. Ook daar lette ik weer op wie opviel in de groepen en die probeerde ik dan te recruteren voor de politiek. In de aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen van 1982 toerde ik zelfs rond met een vrouwelijk gezelschap met een zelf geschreven toneelstuk. We toonden het publiek hoe moeilijk vrouwen het soms hadden om zich maatschappelijk te engageren, in tegenstelling tot de mannen.

Hierbij moet ikzelf wat grijnzen. In dat theaterstuk was er natuurlijk een man nodig om duidelijk te maken hoe weinig begripvol mannen soms reageren als hun vrouw of vriendin zich op het politieke pad wil begeven. Welnu, in verschillende optredens was ik die man. Dikwijls was het wel een beetje genant omdat bepaalde vrouwen ervan uitgingen dat ik echt zo was, wat ik nog altijd ontken tot het tegenbewijs is geleverd! (Marc)

Phyllis Roosen: Jamaar, zelfs zonder tegenstand van de mannen, hadden de vrouwen een jaar of vijftien geleden zeg maar ook gewoon geen tijd om zich in het politieke bedrijf te storten! Gelukkig is de rolverdeling in de hedendaagse gezinnen flink veranderd of zou dat niet? Indertijd lag het niet voor de hand dat de man zou babysitten terwijl de vrouw naar een avondlijke vergadering trok. En zelfs al gebeurde dat, dan waren het toch vooral de mannen die na de vergadering aan de toog konden blijven napraten, terwijl veel vrouwen zich met enig schuldgevoel huiswaarts spoedden. Ik zie toch dat dit nu al heel wat veranderd is. 

In die zin ben ik voorstander van de regel dat de helft van de kandidatenlijsten voor de verkiezingen uit vrouwen moet bestaan. Een consequente 'rits' (man/vrouw/man/vrouw) zou nog beter zijn. Misschien is dat wat geforceerd maar we moeten de vastgeroeste patronen toch eens voorgoed doorbreken! Anders zaten we nog te wachten op een meer evenredige participatie van vrouwen. Wat niet belet, dat ik veel respect heb voor vrouwen die zich engageren. Ik vrees dat zij er nog altijd wat meer moeten voor opofferen dan de mannen.

Cecile Delrue: Ik ben zelf niet zo een grote voorstander van de 'rits'-lijsten. Het is de bekwaamheid die moet primeren en ik ben ervan overtuigd dat er evenveel bekwame vrouwen zijn als mannen. Alleen moeten die vrouwen hun kop durven uitsteken. 

Maar tja, als ik mijn eigen leven overschouw, heb ik toch veel opgeofferd voor de beweging. Ik zat eens op een vormingsdag van SVV-secretaresses en als ik rondkeek, moest ik vaststellen dat ze nagenoeg allemaal gescheiden waren of niet getrouwd. Een normale menage onderhouden, dat ging niet. Als vrouw moest je kiezen: je gezin of je werk en de politiek. Het is niet prettig voor de partner en de kinderen als mensen om negen uur 's avonds nog komen aanbellen met een probleem. Bij mij was dat schering en inslag. Ik geef grif toe dat mijn zoon eigenlijk een 'sleutelkind' was. Als 't ie thuiskwam van school, moest hij zijn plan trekken.

Voorts heb ik ook veel jaloezie meegemaakt van mannen, die mij mijn carrière niet gunden. En dan heb ik het maar geschopt tot gemeenteraadslid. Mijn moeder is provincieraadslid geworden en zelfs even senator, en zij had nog meer afgunst te verduren van bepaalde mannen.

Phyllis Roosen: Ik heb toch de indruk dat het nu al veel verbeterd is. Er is natuurlijk de concurrentie onder politici maar of er nog veel verschil is tussen mannen en vrouwen, denk ik niet. Ook is het werk in de doorsnee huishoudens veel beter verdeeld en bovendien zijn er doorgaans toch minder kinderen dan vroeger per gezin.

Ik ben ervan overtuigd dat de jonge vrouwen vandaag de dag meer kansen hebben. Ik hoop dat ze die grijpen.

Cecile, je haalde indertijd heel wat voorkeurstemmen, ondanks de socialistische gewoonte om op de kop te stemmen (uitsluitend lijststem). Welke raad kun je Phyllis geven in haar campagne?

Cecile Delrue: Tja, waar haalde ik mijn voorkeurstemmen? In mijn tijd was het dienstbetoon natuurlijk nog veel verregaander dan vandaag. Ik kon nogal wat zaken regelen met de meerderheid. In veel gevallen zijn de mensen die je geholpen hebt, je dankbaar. Ik moet hier toch een anekdote vertellen. Bij de overgang van het burgemeesterschap van Jozef Dejaegere op Emmanuel de Bethune, werd ik ondervraagd door journalist Gerit Luts van Het Nieuwsblad. Ik verklaarde hem eerlijk: "Als ik iets aan Dejaegere vroeg - dienstbetoon dus -, dan verkreeg ik dat meestal. Zal dat ook waar zijn met de Bethune?". De man had mij evenwel verkeerd begrepen en schreef dat ik de Bethune "niets waard" vond. Vervelend!

Voor het overige kan ik Phyllis alleen aanraden om zoveel mogelijk mensen persoonlijk aan te spreken. En je werk goed doen als je daarin veel in contact komt met mensen, helpt natuurlijk ook. Je moet gewoon je gezond verstand gebruiken en geen kansen laten liggen.

Phyllis Roosen: Dat doe ik al hoor. Er gaat niets boven persoonlijk contact.

Cecile Delrue: Loop je dan ook de cafés af?

Phyllis Roosen: Ik ga niet zeggen dat ik nooit buitenkom. Frank en ik zijn bijvoorbeeld heel actief en aanwezig in het vrijzinnig ontmoetingscentrum Mozaïek. Maar hoeveel mensen vind je eigenlijk op café? Ik stel mij soms vragen hoeveel het opbrengt als je alle evenementen afschuimt in de verkiezingscampagne. Als je ergens naartoe trekt waar ze je niet kennen, heeft dat niet veel zin, denk ik. Populariteit en bekendheid moet je opbouwen in de zes jaar die aan de verkiezing voorafgaan.

Cecile, hoewel je er laat aan begonnen bent, ben je toch 18 jaar lid geweest van de gemeenteraad. Wat is jouw goede raad aan een nieuwkomer zoals Phyllis?

Cecile Delrue: Vooral niet benauwd zijn van de micro, Phyllis! Je moet niet aggressief zijn maar toch zoveel mogelijk je gedacht zeggen. En probeer hetgeen je te zeggen hebt, zo origineel mogelijk uit te drukken. Zo kreeg ik eens een debat op gang met de uitspraak: "Mijnheer de burgemeester, ik heb de indruk dat u uw begroting hebt geschreven met een 'fersette' (fourchette, vork)". Ik had namelijk vastgesteld dat de toelagen voor inititiatieven van gezinshulp plots fel waren gestegen voor bepaalde katholieke organisaties.

Hou ook zoveel mogelijk contact met de bevolking. Zo ondersteunde ik in de gemeenteraad een petitie van de bewoners van de Elfde Julilaan tegen de vestiging van een mortuarium in hun dichtbevolkte straat. Ik kreeg gelijk van toenmalig burgemeester Jozef Dejaegere, CVP. Dat was ook omdat ik mij als oppositielid redelijk bleef gedragen; als 't goed was, moest je dat ook al eens durven toegeven.

En ten slotte, laat je niet van de kaart brengen als het er al eens 'schurftig' aan toe gaat. Bij een andere begrotingsbespreking was er een liberaal voorstel om de geboortepremie te laten stijgen naarmate er meer kinderen in een gezin waren. Christiane Kerckhof, PVV, vroeg begrip voor haar eigen gezinslast "met al haar jongens". Ik replikeerde dat niemand verplicht was er zoveel te kopen. Waarop Karel Debaillie, ook PVV, sneerde dat ik gemakkelijk spreken had omdat ik maar een hond had om voor te zorgen. Kameraad en neef André Roosen - ja, jouw nonkel - schoot daarop in vuur en vlam en greep Debaillie bij zijn revers met de eis die kwetsende uitspraak in te trekken. De Heulse vetsmelter was zo geschrokken dat hij prompt een verontschuldiging liet horen. Ik was goed omringd zoals je ziet (geniet er zichtbaar nog van).

Phyllis, wat verwacht je zelf te kunnen doen in de gemeenteraad?

Phyllis Roosen: Met 'open mind' ga ik eerst alles wat op mij laten afkomen. Ik ben eigenlijk geïnteresseerd in alle aspecten van het stadsbeleid. Uiteraard heb ik heel wat voorkennis vanuit mijn werk in de vakbond wat betreft werkgelegenheidsbeleid, sociale economie en welzijn. De sociale economie is in Kortrijk meer ontwikkeld dan in veel andere steden maar die ontwikkeling is niet altijd volledig transparant te noemen en de sector zit nogal chaotisch in elkaar. Met de kameraden in de sp.a-fractie ga ik mij daarin verdiepen.

Veiligheid is een ander interessepunt en als de fractie het wil, zou ik graag naar de politieraad gaan.

Maar voor het uitwerken van ons verkiezingsprogramma, heb ik mij vooral toegelegd op mobiliteit. Met een burgemeester die een paar weken voor de verkiezingen durft te verklaren: "Kortrijk is een autovriendelijke stad en dat is niet zonder risico's" is er wel wat te zeggen over de aanpak van het verkeer. Ik stel bijvoorbeeld vast dat het openbaar vervoer in onze stad onderontwikkeld is; het is tijd voor een grondige doorlichting. Het is toch belachelijk om op de Grote Markt die enkele parkeerplaatsen te behouden. Dat degradeert een van de grootste marktpleinen van het land tot parking, achter een muur dan nog die een vlotte oversteek van de markt voor voetgangers belemmert. En wat doen die rode lichten op de Grote Markt nog altijd, in een zone van 30 km/u?

Cecile Delrue: Goed zo, Phyllis. Het thema welzijn is OK en vrouwen hebben er misschien wat meer voeling mee. Maar laat je daar vooral niet in opsluiten. Waarom zouden vrouwen zich bijvoorbeeld niet met openbare werken en verkeer mogen bezighouden?

Het gesprek loopt uit op een niet-politiek onderwerp: 'smoren'. Op de tafel bij Cecile staat immers een mooi asbakje. "Ik had dat altijd mee als 't gemeenteraad was" bekent Cecile. Wij kunnen het ons niet meer voorstellen, maar toen werd er nog volop gerookt tijdens de raadszitting. Cecile: "Ik heb heel mijn leven gesmoord als een Turk. ik heb ze in mijn oren gestoken, de sigaretten. Ik ben pas gestopt toen ik de prijs veel te hoog vond gekomen". Ook Phyllis is ermee gestopt: "Kun je geloven dat ik heb leren roken aan mijn grootmoeder? Ik was 13! Ik ben gestopt in 2000 en ik heb het kunnen volhouden". Ook dat zat blijkbaar in de venen. (Marc)

07-10-12

Zondags Kortrijk (ansicht 50)

Elke zondag een bijzonder prentje, een ansicht van Kortrijk.

Juweliersplein1.JPG

Voor deze jubileum-ansicht ben ik een prentje gaan zoeken van een Kortrijkse wijk waar ik meer dan dertig jaar geleden mijn hart aan verloor, de Venning. Het 'dorpje aan de overkant van de Vaart', een sociale woonwijk, ligt momenteel in puin. Ook de resterende woningen zijn veroordeeld en de twintig gezinnen die er nog wonen, weten dat ze volgend jaar elders hun nest gaan moeten inrichten. Het is dus een prentje vol nostalgie. Mijn gedachten gaan naar de hechte gemeenschap die de Venningnaren ooit vormden en die tot uiting kwam in gezamenlijke activiteiten zoals de Venningfeesten en allerhande solidaire acties. Ik bewaar nog altijd warme herinneringen aan de medewerking die ik daaraan mocht verlenen.

Venning2.JPG

Hoe kwam ik begot op de Venning terecht op het einde van de jaren zeventig? Wel, als jonge (toen was ik dat nog) socialisten wilden wij de lokale partij laten heropleven en daartoe gingen wij in groepjes terug de wijken in om daar met de mensen de problemen aan te pakken. Ik trok met enkele kameraden naar de Venning, omdat ik er niet zo ver van woonde (overkant Vaart) en omdat ik wist dat veel mensen van de volkse Roterijstraat (waar ik mijn kinderjaren doorbracht) daar naartoe getrokken waren. Om contact te krijgen met de wijkbewoners, gingen wij er simpelweg een soort enquête afnemen; van deur tot deur gingen wij de problemen opschrijven.

En die problemen waren er wel degelijk. De meeste woningen ontbeerden elementair comfort: geen warm water laat staan een badkamer, slechte afvoer van afvalwater (van veel woningen liep de afvoerbuis zelfs dood in de zandbodem!), geen onderhoud van de woningen, geen onderhoud van de vele groenvoorzieningen, sluikstorten, meters en meters hagen rond bejaardenwoningen die door de bewoners onmogelijk konden worden gesnoeid enzovoort enzoverder!

venning3.JPG

De bewoners zelf drongen aan op actie, en die organiseerden wij: zwarte vlaggen, een optocht in de wijk met de socialistisch muziek Volksrecht en een petitie. Uiteindelijk stond het stadsbestuur (CVP) de wijk een hoorzitting toe op het stadhuis. De wijk ging daar massaal naartoe - wat het stadsbestuur niet had verwacht. Huisvestingsschepen Omer Soubry nam het woord en ... gaf de aanwezige massa een regelrechte bolwassing: wat dacht men wel? "Ze mochten al blij zijn dat ze een sociale woning mochten bewonen!". Complete stilte in de zaal.

En toen stak ik mij vinger op en gaf lezing van de verzuchtingen van de wijkbewoners. Reactie van de schepen: "En wie zijt gij wel, meneer? Woont gij op de Venning? Wat komt gij hier eigenlijk doen?". Daar had hij te veel gezegd. Irène Deglorie, 'roste Irène', een gepensioneerde delegee van het ABVV bij Solintex, sprong recht als een furie en gaf een tirade ten beste waar de mannen achter de sprekersdesk van terugdeinsden. En dat wat het signaal voor een stormvloed van klachten. De wijk liet zich niet meer muilkorven. De vergadering werd afgesloten met een gestamelde belofte van de aanwezige schepenen om de klachten ernstig te onderzoeken.

Veel is daarvan niet in huis gekomen, een wijklokaaltje op het Juweliersplein en een buurtwerker daargelaten. Maar de wijk had een nieuwe identiteit gekregen. Maandelijks staken wij de koppen bijeen voor allerlei eigen initiatieven. Een van die initiatieven was het wijkfeest, dat de Venningfeesten werd gedoopt. Het werd gehouden op de schapenweide van boer Eric Vanfleteren. Het vlees van zijn schapen moet een voorgerookte smaak hebben gekregen val al die sigarettenpeuken die ze na de feesten met plezier tussen het gras oppeuzelden.

venning4.JPG

Zonder veel tralala werd een reuzentent gehuurd en werd jaar na jaar een muzikaal programma in elkaar gebokst met de nadruk op wat de mensen zelf graag hoorden: Vlaamse zangers. Het grootste succes had Paul Severs. Die feesten waren telkens een krachttoer. Niet erg kapitaalkrachtige mensen organiseerden evenementen die doorgaans meer dan een half miljoen frank kostten. Twintig jaar heb ik eraan meegewerkt, met veel plezier. De slogan was: "Vakantie tot de laatste druppel", meestal in het weekend na 15 oogst.

venning.jpg

De eerste feesten gingen gepaard met een bloemenhulde aan 'het monument van de Venning, een zelfgemaakte zitbank - van de stad kregen ze er maar geen - in de Vennestraat ter hoogte van de Kunstsmedenlaan. Die bank stond symbool voor het gemeenschapsgevoel onder de Venningbewoners. Enkele jaren geleden werd de bank zonder boe of ba in stukken gezaagd en verwijderd door de stadsdiensten. De bank werd weliswaar vervangen door twee officiële exemplaren, maar ik was er toch de kop van in, zoals ook enkele wijkbewoners.

venning bank.JPG

De solidariteit van de wijk kwam ook tot uiting in verschillende acties, bijvoorbeeld door het sluikverkeer dat de wijk teisterde. En ook toen bekendgeraakte dat het stadsbestuur plannen koesterde om een deel van de groene zone tussen de wijk en de Ring R8 om te vormen tot KMO-zone, schoot de wijk in actie.

venning5.JPG

Die gemeenschap, voor zover heel wat mensen van het eerste uur nog niet zijn overleden, is nu uiteengehaald voor de renovatie van de wijk. De 160 woningen die dateerden van 1960 zijn nu al grotendeels gesloopt. Tussen de Tapijtweversstraat en de Damastweversstraat verrijzen al de nieuwe flatgebouwen die de vroegere landelijke huisjes zullen vervangen. Meer comfort zal er zeker zijn voor de nieuwe bewoners. En hopelijk komt het gemeenschapsgevoel ooit terug.

Zelf ging ik dat renovatieproject toch wel enigszins anders hebben aangepakt. Andere maatschappijen bouwen eerst een nieuwe wijk waarnaar de oude wijk en bloc naartoe kan en beginnen pas dan te breken. Ook is er veel te weinig sociale begeleiding en inspraak geweest. Maar nu is het te laat. Laat ons hopen op een spoedige realisatie van het gehele project.

Dat belet mij niet herinneringen op te halen aan de vrienden die ik op de Venning mocht meemaken. Op de foto van de bloemenhulde van 1982 zie je van links naar rechts: Jean-Pierre (man van Chantal), Gunther (zoon van Irène), Gustaf (man van Laurette), Roger (broer van Lionel), Noel (man van Christelle), Maurice (man van Yvette) en die cowboy ben ikzelf, dertig jaar geleden. Ach, nostalgie!

Beeldhouwerslaan.JPG

05-10-12

Worden 1,5 hectare bomen in het Kennedybos gerooid op een drafje?

sh....JPG

Het stadsbestuur (CD&V-OpenVLD) heeft zopas beslist te laten onderzoeken hoe men kan ontsnappen aan het verplichte milieu-effectenonderzoek (MER) voor de aanleg van een personeelsparking van AZ Groeninge in het beschermde Kennedybos. Als die MER-procedure moet worden gevolgd, kan de parking nooit gereed geraken tegen de opening van de tweede fase van het ziekenhuis in 2016. Om diezelfde reden moet de 'hoogwaardige openbaarvervoerverbinding' - zeg maar sneltram van 't Hoge naar het station - wachten, want als men dat prestigeproject erbij neemt, is zeker een MER-onderzoek nodig. Het valt te verwachten dat die beslissing de gemoederen bij de tegenstanders van de amputatie van het Kennedybos nog zal doen oplaaien. Een reden te meer om deel te nemen aan de mensenketting op zaterdag 6 oktober om 17 uur aan het bos.

Enkele weken geleden wijdde ik er al een zondags stukje aan (zie ansicht 45). Het Kennedybos is een waardevol natuurgebied waarmee heel wat Kortrijkzanen een emotionele band hebben met de kleistapeling waar zij er ooit een boom plantten. Het bos moest een groene verbinding krijgen met het verderop gelegen in ontwikkeling zijnde Preshoekbos. Maar in die verbindingsstrook langs de E17 werd enkele jaren geleden beslist daar, buiten de bebouwde stadskom, het fusieziekenhuis AZ Groeninge neer te poten. De verbinding is plaatselijk verengd tot een bufferstrook.

Workshop

Voor dat ziekenhuis moest een ruimtelijk uitvoeringsplan worden gemaakt: het RUP nr. 5. In dat plan is ook een parkeergebouw opgenomen. Nu is men tot de vaststelling gekomen dat het geplande parkeergebouw, dat deels ondergronds zou moeten worden gebouwd, te duur is voor het ziekenhuis. Ook ligt het te ver van de kantorenzone Kennedypark en het expositiehallencomplex Xpo opdat zij er op piekmomenten gebruik van zouden kunnen maken. Er worden nog enkele andere redenen aangehaald maar die zijn er onmiskenbaar bijgesleurd. Zo zegt men dat het parkeergebouw het ziekenhuis zou afsnijden van het landschap - is het niet veeleer het ziekenhuis dat het zicht op het landschap verhindert?

Op een 'workshop' van de intercommunale Leiedal begin dit jaar is een alternatief uitgewerkt. Een bezoekersparking zou worden gebouwd onder een opgehoogde Kennedylaan en een personeelsparking op 1,5 hectare van wat nu nog beschermd bosgebied is, het Kennedybos. De inname van bosgebied zou men proberen te compenseren met wat meer bomen in de stadsgroen Marionetten. Dat alternatief vergt een nieuw RUP.

Milieu-effecten

Alvast heeft het stadsbestuur de intercommunale Leiedal aangesteld als stedenbouwkundig ontwerper voor het uitwerken van een 'startnota' en een 'schetsontwerp', kostend 21.917,92 euro plus een indexverhoging. In de toelichting bij de beslissing van het stadsbestuur wordt gewezen op een 'vrij positief' onthaal van het plan door de 'betrokken actoren'. Dat ontlokt een wrange grimlach. Zowel in de gemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening (gecoro) als de milieu- en natuurraad (minaraad) werd er immers fel tegen geprotesteerd. Ook het Agentschap Natuur en Bos (Vlaamse administratie) en Natuurpunt-Kortrijk reageerden uitsluitend negatief. Die twee laatste actoren werden zelfs niet geraadpleegd maar het stadsbestuur neemt zich voor om dat voortaan wel te doen, in een 'vaste werkgroep'.

Nu, als men een RUP met een dergelijke ingrijpende weerslag op natuur en bos wil uitvaardigen, kan dat normaal niet zonder eerst een grondig onderzoek te doen naar de milieu-effecten (MER-onderzoek). Zo een MER duurt lang. Volgens de toelichting bij de beslissing van het stadsbestuur tè lang. Als men eerst een MER moet laten uitvoeren, haalt men de deadline niet meer van de opening van de tweede bouwfase van het ziekenhuis tegen 2016.

Ontheffing

Daarom heeft men nu beslist een poging te ondernemen om te ontsnappen aan die MER-plicht. Het lijkt het stadsbestuur "opportuun om een externe MER-deskundige in fauna en flora aan te stellen die de intercommunale Leiedal voldoende ondersteuning kan bieden bij de inschatting van de milieu-effecten". Men zal dat doen "gezien de gevoeligheid rond de inname van het Kennedybos". Wat? "Inname van het Kennedybos": gaat uiteindelijk heel het bos voor de bijl? Op basis van het rapport van die MER-deskundige zal men, als het uitkomt, een 'ontheffing tot opmaak van een planMER' aanvragen bij de Vlaamse dienst MER.

Als zou blijken dat er geen ontsnappen aan is, aan die MER-plicht, dan laat men het hele plan varen. Dan zal men terugvallen op het nu al in het RUP nr. 5 opgenomen half ondergronds parkeergebouw op de huidige terreinen van AZ Groeninge. Voor alle zekerheid heeft AZ Groeninge ook al laten weten dat de alternatieve oplossing (inname Kennedybos) niet duurder mag zijn dan de bestaande mogelijkheid.

Op basis van de voorstudie, met inbegrip van de oppervlakkige screening door de MER-deskundige, zal het stadsbestuur begin januari 2013 de knoop doorhakken. Een niet onbelangrijke vraag hierbij is: welk stadsbestuur zal dat dan zijn? Er zijn immers verkiezingen die de politieke verhoudingen wel eens grondig door elkaar zouden kunnen gooien. Het nieuwe RUP zou dan tegen eind 2013 kunnen goedgekeurd zijn, zodat begin 2014 de bouwwerken van het parkeergebouw kunnen starten. Eerst zien en dan geloven! 

Kennedybos.jpg