25-11-12

Zondags Kortrijk (ansicht 57)

Elke zondag een bijzonder prentje, een ansicht van Kortrijk.

Apotheek Pluimstraat.JPG

Vandaag een rood prentje. Het laatste overblijfsel van het socialistische bolwerk dat ooit de Veemarktbuurt in Kortrijk beheerste, is enkele maanden geleden verkocht. De coöperatieve apotheek is verhuisd naar het leegstaande naftestation op de hoek van de Zwevegemsestraat (nummer 65 A) en de Sint-Antoniusstraat (een andere rode fief eertijds).

Zwevegemsestraat 65 A.JPG

Het verlaten gebouw (nummer 45) is het opvallendste van de Pluimstraat. Het is toch een beetje godgeklaagd dat van heel die straat geen enkel pand is opgenomen op de inventaris van waardevol onroerend erfgoed van de Vlaamse Gemeenschap. Behalve die apotheek is er bijvoorbeeld ook de feestzaal Scala, waar de Unie der Zorgelozen haar intrek neemt, en het gewezen auto-onderdelenmagazijn Autox.

De verlaten apotheek grensde met haar achtergevel aan het complex van de socialistische coöperatieve Het Volksrecht in de Slachthuisstraat. Door de garagepoort links in de gevel reden de karren van de roemruchte bakkerij van 't Volksrecht uit met "het beste en voedzaamste brood van stad en omliggende" (volgens een advertentie in het weekblad Volksrecht). In die zin is die garagepoort eigenlijk het enige èchte restant van de Samenwerkende Maatschappij Het Volksrecht.

garagepoort Volksrecht.JPG

De socialistische coöperatieve beweging heeft in Kortrijk grote triomfen gevierd en ligt aan de basis van de doorbraak van talrijke rode organisaties in de stad, maar het succesverhaal heeft toch niet zo lang geduurd.

Ook het begin was heel moeizaam. Met de hulp van en naar het wervende voorbeeld van de Gentse coöperatieve Vooruit was er in 1888 in Menen de coöperatieve Voorwaarts opgericht. Voorwaarts verkocht in het Kortrijkse tot 3000 broden per week. De prijs lag onder de productiekost en de schijnbaar succesvolle collectieve bakkerij ging in 1893 al failliet. Het heeft de Meense socialisten tien jaar gekost op de klop te boven te komen, maar in 1902 startte August Debunne op een steviger commerciële basis de nieuwe coöperatieve De Plicht en die was wel levensvatbaar.

Intussen hadden de Kortrijkse kameraden al gepoogd het schijnbare succes van de Menenaars te kopiëren. In 1890 werd op initiatief van broodvoerder Emiel Egels in Kortrijk een coöperatieve vennootschap De Vereenigde Werklieden opgericht. Zowat veertig werklieden legden wekelijks 50 centiemen uit om een eigen bakkerij te stichten. Het grootste probleem was het vinden van een pand waar men kon bakken.

In de Stasegemsestraat kon men in 1892 via een stroman van een zekere Verduyn een kelder met bakoven huren. Maar toen die te weten kwam dat zijn huurders socialistische duivels waren, liet hij de stadspolitie de boel ontruimen. De voorraden bloem werden daarbij meedogenloos over de straat gegoten. In 1896 kon men terecht in het huis van Jan Mattelaer, de grondlegger van het socialisme in Kortrijk, in de Zwevegemsestraat.

In 1897 werd de eerste coöperatieve, De Vereenigde Werklieden, niet zonder ruzie, vervangen door een nieuwe samenwerkende maatschappij: Het Volksrecht. Die werd eerst gevestigd in de Groeningelaan en in 1898 in de Sint-Jansstraat waar een groot gebouw werd gekocht en verbouwd. Behalve met brood bakken hield Het Volksrecht zich ook bezig met het uitbaten van een café en een winkel, waar bijvoorbeeld ook kloefen van een coöperatieve van het Waalse Nismes werden aangeboden. Later kwamen daar een kolenhandel, een bioscoop, een feestzaal en allerhande sociale kassen bij. 

apo Pluimstraat.JPG

In 1937 was Het Volksrecht al zo sterk gegroeid dat men het zich kon permitteren een geheel nieuw complex te bouwen in de Slachthuisstraat - de Abatwaorstraote in het Kortrijks. Het meest trots was rood Kortrijk op zijn Feestpaleis, een feestzaal/cinema die plaats bood aan 840 toeschouwers. Ook de bureaus van de verschillende takken van de Belgische Werkliedenpartij vonden er onderdak.

volksrecht advertentie.jpg

De bakkerij werd achteraan ondergebracht met, zoals al gezegd, een verbinding met de Pluimstraat via de poort van de apothekerij aldaar. Die apothekerij werd uitgebaat door een bevriende coöperatieve (de in 1881 opgerichte Pharmacies Populaires de Bruxelles). De ouders van Cecile Delrue, de iron lady van de Kortrijkse socialisten, die ik onlangs nog interviewde samen met kersvers gemeenteraadslid Phyllis Roosen, waren er een tijdlang conciërge.

Meubelhall.JPG

In de Tweede Wereldoorlog, op 4 september 1943 werd het Volksrecht evenwel platgebombardeerd. Ook omdat de coöperatieve gebukt ging onder torenhoge schulden en in zijn werking grondig werd verstoord door de oorlog en de bezetting, heeft men het grote pand in de Slachthuisstraat verkocht. De coöperatieve apotheek in de Pluimstraat is daarbij apart blijven bestaan (later onder de naam MultiPharma). Met de schadevergoeding van de verzekering heeft Het Volksrecht zich dan verkast naar Overleie, waar rechtover de Sint-Elooiskerk een moderne winkel werd ingericht, een soort grootwarenhuis avant-la-lettre. In de Slachthuisstraat kwam op de ruïnes van Het Volksrecht de 'Meubelhall Ballegeer', die daar nog altijd actief is.

Na de oorlog is er in de jaren zestig een poging geweest om Het Volksrecht van Kortrijk te laten opslorpen door La Fraternelle van Moeskroen. Maar dat heeft niet gepakt. Arthur Sercu, de Roeselaarse volksvertegenwoordiger die toen voorzitter was van Het Volksrecht, wilde niet dat het geld van Kortrijk zou verdwijnen naar Moeskroen dat op het punt stond overgeheveld te worden naar Henegouwen. Arthur Sercu was ook de vader van Yvonne Sercu, die van 1989 tot 1994 en van 1998 tot 2000 voor de SP zetelde in de Kortrijkse gemeenteraad. Tegen de concurrentie en het grotere aanbod van de echte grootwarenhuizen kon Het Volksrecht het op de duur niet meer bolwerken en in 1966 werd de maatschappij ontbonden en opgeslorpt door de Vooruit van Gent.

Zoals gezegd, is de coöperatieve apotheek, deel uitmakend van de groep MultiPharma, wel blijven bestaan. Sinds september jongstleden heeft die apotheek - wie herinnert zich nog apotheker Maes? - het te grote en grotendeels leegstaande gebouw in de Pluimstraat verlaten voor haar nieuwe stek in de Zwevegemsestraat.

voorschriften.JPG

Een vooroorlogse foto (archief AMSAB) toont de gevel van het gebouw in de Pluimstraat. Boven de poort staat inderdaad geschilderd 'BAKKERY'. De apotheek nam toen niet geheel het gebouw noch de hele gevelbreedte in. Blijkbaar was er in het laatste stuk nog een andere winkel. De top van de gevel heeft ook een ander uitzicht. Er stond toen een rondboog op in het midden. Is die decoratie gesneuveld in het bombardement? In elk geval staat op het gebouw thans een wat eigenaardig, verwrongen, zadeldak dat wellicht het oorspronkelijke dak moet hebben vervangen.

bakkerijpoort Volksrecht.JPG

Een ander onderdeel van de socialistische coöperatieve beweging dat nog lang heeft bestaan is de spaarkas. In 1933 werd in Kortrijk de SM Spaarkas Volksrecht opgericht. Maar na de beurscrash gevolgd door het faillissement van de socialistische Bank van de Arbeid in 1934, is de Spaarkas voorzichtigheidshalve opgenomen in de maatschappij Coop-Deposito's (Codep). Intussen is Codep in de voorbije jaren samengegaan met bank Nagelmackers en nadien met Delta Lloyd, zodat we hier nauwelijks nog kunnen spreken van een socialistische instelling. Overigens heeft dat Delta Lloyd zich enkele jaren geleden toch weer gevestigd aan de Veemarkt!

Slachthuisstraat BM.JPG

Het is nog Cecile Delrue die erop aangedrongen heeft dat in de Slachthuisstraat, dè bakermat van het Kortrijkse socialisme en nog altijd een zeer volkse buurt, een kantoor kwam van de socialistische mutualiteit Bond Moyson. In tegenstelling tot de andere mutualiteiten is de Bond Moyson tot onlangs doktersbriefjes cash blijven uitbetalen aan het loket. Evenzo in de Slachthuisstraat. Maar ook dat is nu gedaan. Het pand is deels verhuurd; er is wel een brievenbus gebleven voor doktersbriefjes (die nadien per overschrijving worden betaald).

Bmoyson.JPG

Maar geen nood. Bond Moyson is in de wijk een centraal stadskantoor aan het bouwen aan de Veemarkt, naast de groentenhandel van Isabelle.

BM Veemarkt.JPG

Met dank aan Martijn Vandenbroucke uit wiens artikel in De Leiegouw (Samenwerkers voor de eigen zaak. De arbeiderscoöperaties in het Kortrijkse, De Leiegouw 2007, afl. 2, p. 243-260) ik schaamteloos heb geput.

18-11-12

Zondags Kortrijk (ansicht 56)

Elke zondag een bijzonder prentje, een ansicht van Kortrijk.

waterput Littoral.JPG

Het prentje van vandaag zou wel eens een inbreuk op de privacy-wetgeving kunnen zijn. Gelukkig liggen de lokale verkiezingen al weer een dikke maand achter ons, hihi! Het geheimzinnige bouwsel kwam ik tegen op weg naar Zwevegem, aan de voet van de Vlieberg, waar ooit de beste stormpannen ter wereld werden gebakken.

Ik fotografeer het object aan alle kanten, en dan word ik ter orde geroepen door een - gehoofddoekte - mevrouw. Het uitgestrekte gazon aan de gerenoveerde droogloodsen van Koramic is privé-terrein, zegt ze en dat had ik niet mogen betreden. Fotograferen is al helemaal uit den boze. "Straks vraagt ze mij nog het filmrolletje van mijn camera, ook al is het een digitaal toestel" denk ik lichtjes geërgerd, maar ik ga de charmante toer op. Of mevrouw misschien de conciërge is van het domein? Ja, antwoordt ze trots, haar uiterste best doend om Nederlands te spreken. "Wel gefeliciteerd, mevrouw, u doet uw job uitstekend. Ik heb echt geen slechte bedoelingen hoor. Ik ben gewoon nieuwsgierig. Dat eigenaardige bouwsel is heel interessant". Met een brede glimlach laat ze mij gaan in het besef dat ze toch wel een belangrijke verantwoordelijkheid heeft. Wat waar is ook!

Wat zou dat bouwsel kunnen zijn? Het ziet er uit als een voorhistorische offertafel. Maar ik denk niet dat onze heel verre voorouders al stenen bakten. Het bakken van dakpannen begon op die plaats pas in 1924. Met de aanzienlijke schadevergoeding van de Engelsen voor het in puin schieten van zijn steenbakkerij in Ramskapelle bij Nieuwpoort tijdens de Eerste Wereldoorlog, bouwde Ernest Dumolin op de zuidelijke oever van de Vaart Kortrijk-Bossuit een pannenfabriek: NV Céramique et briqueterie méchanique du Littoral. Zie mijn verslag van een bezoek aan de site van zes jaar geleden.

pannenfabriek droogloodsen.JPG

Mijn aandacht ging toen vooral naar de unieke droogloodsen. Volgens een zelfbedacht procéde liet Ernest Dumolin in die loodsen vers gevormde kleipannen drogen met de restwarmte van de kleiovens. Het heeft nog heel wat voeten in de aarde gehad om die droogloodsen beschermd te krijgen vooraleer ze vanzelf zouden instorten ten prooi aan verval en verwaarlozing. Ze zijn nu prachtig gerenoveerd, met een interne glazen wand waarachter hypermoderne kantoren huizen. Een deel van de loodsen (enkele traveeën aan de kant van de behouden fabrieksschouw) behield zijn oorspronkelijk uitzicht. Ik hoop maar dat men daar ook het ingenieuze binnenwerk - droogrekken, ventilatoren en schermen) heeft opgekalefaterd.

Gerestaureerd is ook de overdekte brug onder de fabrieksschouw.

brug litoral.JPG

De brug verbond de eigenlijke productieruimten met de droogloodsen. Ze is gebouwd in 1928 naar een ontwerp van niemand minder dan ingenieur-professor G. Magnel van Gent, bestuurder van het laboratorium voor betonbouw van de staatsspoorwegen. Nu verbindt ze die loodsen alleen nog met een gevel waarachter slechts leegte ligt.

 

brug.JPG

Van de productieruimten en de rest van de fabriek schiet helaas niet veel meer over. In 2008 sloopte men een deel van de niet beschermde gedeelten. Stad Kortrijk verleende een sloopvergunning, doch slechts op voorwaarde dat een aantal waardevolle elementen - opgenomen in de Vlaamse inventaris van bouwkundig erfgoed - zouden gespaard blijven. Tussen die (nog) niet afgebroken ruïnes aan de Luipaardstraat en de droogloodsen gaapt nu een grote open ruimte. In het midden van de grasvlakte ligt een proper bijeengeveegde puinhoop van baksteen (èchte brique pilée in feite). In de verte zie je het zwarte skelet van dat andere icoon van Kortrijks industriële verleden: de Kortrijkse Katoenspinnerij KKS, aan de overkant van de Vaart. Maar daar is een herbestemmingsproject aan de gang.

KKS.JPG

De niet gesloopte kleimagazijnen en het paviljoen met de stoommachines van het constructieatelier Van Coppenolle van Berchem (Kluisbergen) zijn intussen snel in ruïnes aan het vervallen. De machinekamer is overstroomd. De kleimagazijnen met hun sierlijke gevels van de Izegemse bouwmeester W. Vercoutere (ontwierp ook de Vandemoortelefabrieken in Izegem) missen een achtergevel, hebben vreselijke gaten in hun pannendaken en zijn wellicht niet geheel stabiel meer.

 

machinekamer littoral.JPG

Zucht. Terug naar die grote bakstenen smeerkaasdoos op het gazon van de gerenoveerde droogloodsen. Wie wat dichter gaat kijken - en riskeert achterna te worden gezeten door de conciërge - ziet dat het een omvangrijke waterput is. Grondwater of regenwater? Ik weet het niet. De pannenfabriek werkte met stoom, en geen stoom zonder water.

put.JPG

De cirkelvormige put is opgebouwd in baksteen. Het deksel is iets heel speciaals. Het is een dikke en harde laag in baksteenkleur. Is het een reusachtige bakstenen plavuis? Of is het een laag beton waarin baksteenafval is verwerkt? Ook dat weet ik niet.

deklaag put.JPG

Het is in elk geval een monumentaal bouwsel dat zeer de moeite waard is om gespaard te blijven. En kan men niets met die watervoorraad doen?

 

put met deksel.JPG

11-11-12

Zondags Kortrijk (ansicht 55)

Elke zondag een bijzonder prentje, een ansicht van Kortrijk.

Verbatex1.JPG

Terwijl er in Genk tienduizenden mensen opstappen uit solidariteit met de slachtoffers van de aangekondigde sluiting van Ford, wil ik toch een optimistische prent van Kortrijk tonen. In Heule vraagt en krijgt een textielweverij een vergunning om zijn bedrijvigheid uit te breiden. Tapijtwever Verbatex, Mellestraat 196, gaat over op volcontinu om aan de vraag te kunnen voldoen. Nu al werken er 75 werknemers.

Er komt nog meer hoor.

04-11-12

Zondags Kortrijk (ansicht 54)

Elke zondag een bijzonder prentje, een ansicht van Kortrijk.

voor god en vaderland.JPG

Vandaag een prentje waar niet al te veel van klopt. De datum is wel juist, en vorige week was het precies 214 jaar geleden dat het tragische voorval - want dat was het en geen heldendaad - gebeurde.

De gedenksteen staat in de Markebekestraat, ongeveer aan de overkant van de Kasteeldreef die leidt naar het kasteel van de 'Baron de Bethunes'. Toen muur en plaat in 2004 werden hersteld op kosten van stad Kortrijk, werd het ensemble 'het monument van de Boerenkrijg' genoemd. Dat was geheel in de opvatting van de romantische mythe die blijkbaar nog altijd leeft.

markebeek.JPG

Vooreerst: de stenen plaat dateert niet van 1798, hoewel de steenhouwer zijn best heeft gedaan om met antiek aandoende letters die indruk te wekken. De plaat werd gekapt in 1899 en was aanvankelijk geen op zichzelf staand standbeeld. Ze werd op 3 september 1899 ter gelegenheid van Markekermis bevestigd aan de gevel van café De Markebeke. Dat café stond niet op de plaats van het huidige monument maar aan de overkant van de straat. De herberg was, komende van Marke, het eerste pand van een rijtje van acht arbeiderswoningen, eigendom van de familie de Bethune, aan de brug over de Markebeek. Café, het huis ernaast en het laatste huis van de oorspronkelijke acht werden vernield door de bombardementen van 1944. Zoals het café werd het gehucht aan de brug over de Markebeek 'Markebeke' geheten.

Bij de sloop van de ruïne van herberg De Markebeke heeft Baron de Bethune de gedenkplaat aan de kant gelegd vooraleer ze in 'brikeljon' werd vermalen. Emmanuel de Bethune, de latere burgemeester van Kortrijk maar toentertijd gemeenteraadslid in Marke, overtuigde het gemeentebestuur in 1969 om van de Belgische staat enkele vierkante meter grond tussen de straat en de Markebeek aan te kopen. Op die spie werd genoemde plaat verwerkt in een monumentale muur. De gedenksteen werd hersteld door steenkapper Hugo Kesteloot.

markebekestraat.JPG

Voorts vervalst de tekst op de gedenksteen simpelweg de geschiedenis. Op de plaat staat in kapitalen: "Voor god en vaderland / schonken hier hun leven / op 29 oktober 1798 / Augustijn Vromant / oud 46 jaren / Jan Vromant / oud 26 jaren / Jan Carlier / oud 21 jaren / Vlamingen bidt voor / hunne ziel en volgt / hunne heldenmoed na".

De drie mannen hebben inderdaad op die dag, bij het ochtendkrieken, het leven gelaten, doodgeschoten door ruiters van het leger van de Franse Republiek, dat toen onze gewesten had veroverd op het Oostenrijkse Keizerrijk. Maar dat was per ongeluk. Augustijn en de twee Jans hadden de malchance zich op die plek te bevinden. Het waren helemaal geen verzetstrijders noch boerenkrijgers.

kasteeldreef.JPG

In de periode van eind oktober tot december 1798 woedde in de latere Belgische provincies een korte opstand tegen het Franse revolutionaire bewind. Die opstand werd pas na meer dan veertig jaar in de jonge onafhankelijke staat België uit de vergetelheid opgediept. De staat steunde romantici die de publieke opinie wilden opzwepen tegen het gevaar dat men dacht te lopen van een nieuwe Franse invasie. Allerlei herdenkingsplechtigheden werden op touw gezet; populaire Vlaamse schrijvers zoals Conscience en de gebroeders Snieders publiceerden epische verhalen, monumenten werden opgericht. De opstand werd verheerlijkt met de heldhaftige benaming 'Boerenkrijg', een term die doet vergeten dat het al na amper twee maanden amen en uit was.

De herdenkingsactiviteiten kenden een hoogtepunt op de honderdste verjaardag, in 1898. Ook toen nog was het de bedoeling het patriotisme aan te wakkeren. Niet zo verwonderlijk dus dat de gedenkplaat aan herberg De Markebeke in 1899, met een jaartje vertraging is ingehuldigd. Daarmee wou het dorp Marke een beetje delen in de postume roem die het opstandje van een eeuw vroeger kreeg.

markebeke.JPG

De aanleiding voor de Boerenkrijg was de 'militaire conscriptie', de opeising van alle jonge mannen tussen 20 en 25 jaar voor het leger van de Franse Republiek. Sinds 1795 waren onze gewesten immers een deel van die republiek. Er heerste al een grote ontevredenheid over de zware belastingen en de anti-kerkelijke maatregelen die het nieuwe bewind had ingevoerd. Tegelijk wemelde het hier van de wapens. De Brabantse Omwenteling tegen de Oostenrijkse keizer  (1789-1790) lag nog vers in het geheugen. En na de nederlaag van de Belgische omwentelaars was het het Oostenrijkse bewind zelf dat overal te lande vrijkorpsen bewapende om zich te verzetten tegen de Franse revolutionaire invallen (1972 en 1794). 

Het opstandje was niet geheel spontaan. Er was een plan van de naar het huidige Nederland gevluchte conservatieve deel van de reeds genoemde Brabantse omwentelaars. Hun doelstellingen waren vooral het herstel van het 'ancien regime', met de voorrechten voor landbezitters en de kerkelijke overheid. Maar de opstandelingen te velde deden het meer om den brode (tegen excessieve belastingen) en om te ontsnappen aan legerdienst. Er was bewapening onderweg, gefinancierd door Engeland. En ook Pruisen beloofde hulp om de Fransen een hak te zetten.

Maar een belastingsincident in Overmere deed enkele weken eerder dan gepland het oproer ontbranden. Vooral opgeroepen jonge mannen gingen liever in het verzet dan zich in te lijven in het Franse leger. In tegenstelling met de benaming 'Boerenkrijg' bleven de meeste boeren echter op hun hofstee en stuurden zij hun dagloners het avontuur in. Ook lukte het niet al te best om de dorpsmilities te mobiliseren.

De Boerenkrijg speelde zich vooral af in het Waasland, de Kempen, Limburg en Brabant. Daar slaagde men erin min of mee georganiseerde legertjes in het gelid te brengen, die evenwel toch genadeloos in de pan werden gehakt door het republikeinse leger, enkele geslaagde schermutselingen daargelaten. In West-Vlaanderen bleef de opstand beperkt tot een oproer van nagenoeg spontaan samengetroepte benden plattelandsbewoners.

Kortrijk-Stad deed niet mee, Kortrijk-Buiten in een zekere mate wel. Volgens Franse rapporten gold Walle als een haard van verzet. Op 27 oktober 1798 's nachts naderde een grote groep bewapende opstandelingen de Rijselsepoort met het voornemen het munititedepot van de stad in handen te krijgen. Ze werden weggejaagd door het Franse garnizoen. Er sneuvelde 1 'boerenkrijger'. 's Anderendaags daagden andere opstandige benden op aan de Brugse poort. Ze kwamen van Moorslede, Rumbeke, Dadizele en Gits. Ook zij werden op de vlucht gedreven. Achtervolgd door het Franse garnizoen en de gendarmerie botsten de opstandelingen in Ingelmunster op Franse legereenheden uit Brugge. Het resultaat was een slachting. 200 bleven op het slagveld.

markebeke2.JPG

Het was in die onheilssfeer dat zich het incident aan de Markebeke afspeelde. In Marke was er een schuttersfeest geweest op 28 oktober, op dezelfde dag dus van de 'slag van Ingelmunster'. Drie Markse schutters, ver boven hun theewater, haalden het in hun hoofd om die nacht nog eens af te zakken naar Kortrijk. In de Magdalenastraat losten zij zelfs enkele schoten in de lucht, de eerste nacht na de nachtelijke aanvalspoging van 27 oktober dus! Meer was niet nodig om de Franse militairen in alarmfase te brengen. Bij het zien van de troepenmacht die op hen afstormde, renden onze drie helden terug naar Marke, achtervolgd door ruiters. Aan de Markebeek verstopten zij zich onder de brug.

Al die herrie deed het volk van het gehucht Markebeke nieuwsgierig naar buiten komen. Zo ook drie mannen die werkten in de brouwerij die toen naast het legendarische café De Slabbaert (al lang verdwenen) werd uitgebaat. De Franse militairen dachten in die drie mannen - inderdaad Augustijn en Jan Vromant en Jan Carlier - de drie dolle schutters te herkennen. Augustijn en de twee Jannen vluchtten de herberg binnen, maar de soldaten beukten de deur in en schoten ze alledrie dood. Van enige bereidheid om voor god en vaderland hun leven te schenken en van heldenmoed was er bij deze drie onschuldige slachtoffers bijgevolg geen sprake.

de beek.JPG

31-10-12

De ploeg van de Stadscoalitie in Kortrijk voorgesteld

schepencollege 2013.JPG

De nieuwe meerderheid stelde vandaag, 31 oktober 2012, zijn ploeg voor aan de pers.

Het stadsbestuur, 'college van burgemeester en schepenen' zal vanaf 2 januari 2013 bestaan uit (van links naar rechts op de foto): Koen Byttebier, OpenVLD - schepen voor bevolking, personeel en facility (voor de eerste drie en een half jaar); Bert Herrewyn, sp.a - schepen voor leefmilieu, klimaat, jeugd en Noord en Zuid; Marc Lemaitre, sp,a - schepen voor mobiliteit, openbare werken en parkeerbeleid (voor de eerste twee jaar); Philippe De Coene, sp.a - schepen voor sociale zaken, OCMW(-voorzitter), consumenten en ICT; An Vandersteene, N-VA - schepen voor cultuur, sport en onderwijs; Vincent Van Quickenborne, OpenVLD - burgemeester en bevoegd voor veiligheid; Catherine Waelkens, N-VA - schepen voor financiën; Wout Maddens, OpenVLD - schepen voor wonen en bouwen; en Rudolf Scherpereel, N-VA, eerste schepen, bevoegd voor ondernemen. In 2015 volgt Axel Weydts, sp.a, Marc Lemaitre op. Halverwege 2016 volgt Eveline Brugman, OpenVLD, Koen Byttebier op.

Die verdeling van de bevoegdheden over negen mensen betekent dat er één schepenambt niet wordt ingevuld van het wettelijk toegestane aantal. Het is ook één ambt minder dan waarmee tot nu toe in Kortrijk werd gewerkt. Bij de voorstelling op een zonovergoten Budabeach - Bar Amorse had jammergenoeg al een paar weken geleden zijn zomers terras opgekraamd - benadrukte Vincent Van Quickenborne nogmaals de uitgangspunten van de veelkleurige coalitie. Men wil voluit gaan voor een gemeenschappelijk project met hoge ambities. En de ploeg engageert zich ertoe het verschil te maken met wat Kortrijk gewoon is door een sober en transparant beleid te voeren. Luisteren naar en dialogeren met de Kortrijkse mensen is daarbij essentieel.

De Stadscoalitie is gevormd door OpenVLD, N-VA en sp.a. De coalitie heeft zowel een meerderheid in gemeenteraadszetels (22 op 41) als in stemmen (26.240 stemmen op 50.534 of 51,93%). In de komende zes jaar zal de oppositie worden gevormd door fracties met heel uiteenlopende standpunten: CD&V (15 zetels), Groen en VB (elk 2 zetels).

scie 2.JPG

Opvallend bij de meerderheidsfracties zijn de vele nieuwelingen. Niet minder dan 13 gemeenteraadsleden van de 22 zetelen voor het eerst. Voor OpenVLD zijn dat: Arne Vandendriessche, Wouter Allijns, Hilde Verduyn en Mohamed Ahouna. Voor N-VA (uiteraard allemaal nieuw): Kelly Detavernier, Piet Lombaerts (advocaat, 50, die voorzitter van de gemeenteraad wordt), Steve Vanneste en Liesbet Maddens. Voor sp.a: Phyllis Roosen en Axel Weydts (die in 2015 schepen wordt). Herverkozen raadsleden zijn: Marie-Claire Vandenbulcke (OpenVLD), Eline Brugman (die halverwege 2016 schepen wordt, OpenVLD) en Sliman You-Ala (sp.a). Bij de schepenen zijn nieuw: Rudolf Scherpereel, Catherine Waelkens en An Vandersteene (allen N-VA).

sp.a-fractie.JPG

Opvallend bij de sp.a-fractie is de sterke aanwezigheid van mensen die actief zijn in de vakbond ABVV: Phyllis Roosen is syndicaal consulente,  Bert Herrewyn is educatief medewerker in het ABVV, en Sliman You-Ala is een doorgewinterd vakbondsafgevaardigde.

Op de website die de Stadscoalitie intussen geopend heeft, vind je ook een beknopte biografie van de schepenen en opvolgende schepenen. Opvallend is dat alleen bij de N-VA'ers wordt gemeld hoe groot hun nageslacht is. Wellicht is dat omdat bij Catherine Waelkens wordt gepreciseerd dat zij haar professionele carrière heeft opgebroken als 'huisvrouw met gezin met zes kinderen'.

De burgemeester en schepenen in volgorde van leeftijd:
- Axel Weydts, 30 jaar, Vlasbloemstraat 49, 8500 Kortrijk, kabinetsmedewerker federaal vice-premier Johan Vande Lanotte
- Eline Brugman, 32, Bloemistenstraat 11, bus 32, 8500 Kortrijk, consultant Deloitte
- Bert Herrewyn, 33, Sint-Joblaan 23, 8501 Heule, educatief medewerker ABVV
- Vincent Van Quickenborne, 39, Koning LeopoldI-straat 13, 8500 Kortrijk, gewezen vice-premier en minister van pensioenen, lid van de Kamer van Volksvertegenwoordigers
- Philippe De Coene, 52, Merellaan 7, 8500 Kortrijk, Vlaams volksvertegenwoordiger, commissievoorzitter Cultuur en Media
- Wout Maddens, 52, Mimosalaan 2, 8500 Kortrijk, uittredend schepen van stedenbouw
- An Vandersteene, 53, Marke, leerkracht wiskunde-informatica
- Koen Byttebier, 57, Minister Liebaertlaan 53/C2, 8500 Kortrijk, zaakvoerder Byttebier NV
- Catherine Waelkens, 60, 8500 Kortrijk, licentiaat economie en MBA
- Rudolf Scherpereel, 61, 8500 Kortrijk, gewezen voorzitter Unizo-Kortrijk en zaakvoerder Eres-Rutten
- Marc Lemaitre, 62, Goedendaglaan 69, 8500 Kortrijk, commissiesecretaris Mobiliteit en Openbare Werken, Vlaams Parlement.

tony.JPG

Met dank aan de pertrettetrekker van dienst: Tony Decruyenaere.

28-10-12

Zondags Kortrijk (ansicht 53)

 Elke zondag een bijzonder prentje, een ansicht van Kortrijk.

Sint-Antoniusstraat.JPG

Het zondags prentje van vandaag heb ik gekozen ter ere van een herstel van een typisch Kortrijks straatgezicht.

Toontjesstraat

Twontjesstroate, de Sint-Antoniusstraat is een van die legendarische arbeidersbuurten van Kortrijk. Louis, het hoofdpersonage in 'Het Verdriet van België' van Hugo Claus, was erdoor gefascineerd: "Toontjesstraat waar het slecht volk woont dat leeft van de Openbare Onderstand en al dat geld verdrinkt [...] Louis keek vol afgunst naar de ravottende jongens met hun rauwe grotemensenstemmen, kolengruis in hun oren en wimpers, zij schopten op een bal van papier en touw, zij vloekten." - het verhaal speelt zich af kort voor en tijdens de Tweede Wereldoorlog.

De meeste huizen (gevelbreedte veelal tussen 3 en 3,5 meter, 1 verdieping en zadeldak) zijn gebouwd rond 1875. Dat er altijd veel bier werd gedronken, is niet verwonderlijk. Voor het drinkwater waren de meeste bewoners tot ver in de twintigste eeuw aangewezen op gemeenschappelijke waterpompen. En veel van de huisjes werden gebouwd in opdracht van brouwer Albert Vuylsteke. Zijn brouwerij in de Beheerstraat staat er nog, naast het Sint-Niklaasinstituut, en is gelukkig beschermd of ze had al lang plaatsgemaakt voor een uitbreiding van de school.

SA1.JPG

Volgens Egied Van Hoonacker in zijn 'Duizend Kortrijkse straten' waren er in 1898 niet minder dan 17 cafés op een totaal van 117 woningen. Slechts drie van de herbergen hadden een naam, waarvan een 'In de muizenval'. Die naam zal wel refereren aan het feit dat de volkse straat toen nog doodlopend was. Of het zou moeten zijn dat de naamgever cynisch de situatie beschreef van de vele arbeidersgezinnen die van het platteland naar de stad afzakten met de hoop op een beter leven, dat hen niet gegund was. Van al die cafés schiet er geen enkele meer over. Meer nog, het Petit Café van Bockor in de Zwevegemsestraat met uizicht over de Sint-Antoniusstraat is intussen ook al weer een paar jaar gesloopt na opkoping door de stad.

Overbouwde gangen

Typisch voor de straat waren een paar overbouwde gangen en een steegje aan de onpare kant. Die gangen gaven toegang tot drie cités met binnenkoer. Van de 35 beluikhuisjes schieten er nog welgeteld 9 over. Schilderachtig waren ze wel, maar de bewoonbaarheid was een andere kwestie. Aan de opruiming van al die krotwoningen heeft de onpare kant van Toontjesstraat zijn chaotische huisnummering te danken. De nummers 11 tot 19, 23 tot 41, en 97 tot 117 zijn verdwenen.

muizeval.JPG

In de straat zelf zijn onder andere ook de herbergen verdwenen met onderdoorgang naar een achterliggend pleinbeluik. Zo gaf de gang onder een kamer van het verbouwde pand nr. 21, café In de Muizenval (later De Preekstoel), toegang tot vijf huisjes met kot, toilet en gemeenschappelijke waterpomp (bouwjaar 1875, bouwheren Coucke en Sieleghem). Het beluikje is gesloopt in 1980. Een rustiek gevelsteentje geeft het gewezen café het uitzicht van een burgershuis en de gang ziet eruit als een gewone garagepoort. Achteraan zijn garageboxen gebouwd.

Middenste Citeetje

Aan de andere kant van het gewezen café was de breedte van een pand uitgespaard (4,28 meter) voor een steegje - niet overbouwd - leidend naar een tweede pleinbeluik, met 10 huisjes, elk met kot en toilet, en ook een collectieve waterpomp. Het werd het 'Middenste Citeetje' genoemd (bouwjaar 1875, bouwheer brouwer Albert Vuylsteke).

De huisjes gingen inmiddels eveneens voor de bijl, samen met de rijwoningen nrs. 43 en 45 in de Sint-Antoniusstraat zelf. Het beluik is vervangen door 20 garageboxen. En de stad richtte op de braakliggende perceeltjes in Toontjesstraat een provisoir parkje in, met 1 boom. In het voorjaar verkocht het stadsbestuur de 88 m² dan weer aan een belangstellende straatbewoner (kostprijs: 38.000 euro).

SA2.JPG

Erfdienstbaarheid

Het is de bedoeling van de aankoper om er opnieuw een, twee of drie woongelegenheden te bouwen. Met dat vooruitzicht polste hij het stadsbestuur of het eventueel de toestemming wou geven om het steegje te overbouwen. Het antwoord van het stadbestuur was enigszins verrassend. Om een of andere reden mag de bouwlustige straatbewoner daar maar een woning bouwen: "Twee afzonderlijke woningen zouden een te groot project uitmaken". Een wat eigenaardig argument, want op het aangekochte perceel stonden voorheen precies twee huisjes (met een gevelbreedte van zowat 3 meter). Hoe één project met hetzelfde volume als kleiner kan beschouwd worden dan twee projecten met elk de helft van dat volume, is mij niet geheel duidelijk. Nu is het wel zo dat de bouwheer eigenlijk een duplex voor ogen had, met een woongelegenheid op de benedenverdieping en een op de étage.

middelste.JPG

Op advies van de dienst Stadsplanning en -ontwikkeling stemt het stadsbestuur wel in met de overbouwing van het steegje. Maar onder andere voorwaarden dan de bouwer voorstelde. Hij wou een 'erfdienstbaarheid' (soort eeuwige toestemming na betaling) van overbouw en de aankoop van een strookje van 15 cm langs de gevel van de buur aan de overkant van het steegje (om de gemene muur te verstevigen). De stad doet een eenvoudiger aanbod: de verkoop van het hele steegje met een 'erfdienstbaarheid' van doorgang naar de achterliggende garages. En dat tegen de helft van de normale verkoopprijs omdat gelijkvloers niet mag gebouwd worden: 215,9 euro per m².

Vuylsteke

De stedelijke urbanisten juichen de geplande overbouw het het steegje toe. Zij vinden het een herstel van de straatwand. Zij gaan ervan uit dat het eertijds ook overbouwd was, maar dat klopt niet. Maar soit, je kan het beschouwen als een compensatie voor de verdwenen overbouw van de gang naar het derde pleinbeluik in de Sint-Antoniusstraat, de 'cité Vuylsteke', wat verderop in de straat. In 1876 wou het stadsbestuur de koer de naam geven van Cité Saint-Louis, maar dat heeft niet gepakt. In de volksmond is het bekend als Cité Vuylsteke, naar brouwer Albert Vuylsteke die er in 1875 de 20 arbeidershuisjes bouwde rond een binnenkoer met twee waterpompen.

Vuylsteke.JPG

De gekasseide gang naar Cité Vuylsteke liep onder de verdieping van café 'Rust der Werklieden', nr. 99. In de vroege jaren 80 is er korte tijd nog een lokaal geweest van Agalev, de voorloper van de partij Groen.

 

Cite V.JPG

Het kasseiwegje is er nog en er is een merkwaardige arduinen gedenksteen in verwerkt met het opschrift: "Renovatie Cité Vuylsteke 15/06/02 (doorstreept) 15/11/07". De eerste, doorstreepte datum verwijst naar de sloop van 11 van de 20 huisjes. De hele rij tegenaan de spoorweg moest plaatsmaken voor de aanleg van het Guldenspoorpad voor fietsers. De tweede datum herdenkt de renovatie van de overgebleven negen woningen. 

Sint-Antoniusstraat achterkant.JPG


23-10-12

Kortrijks-Harelbeeks grensconflict vreedzaam opgelost

Spinnerijstraat.JPG

Een stuk van de Stasegemsesteenweg wordt Spinnerijstraat. De straat vormt immers de grens tussen Kortrijk en Harelbeke en draagt tot nu een verschillende naam al naargelang je je op de Harelbeekse dan wel de Kortrijkse kant bevindt. Vrachtwagens die er moeten zijn, rijden vaak verloren. In maart 2010 is al een poging ondernomen om de straat een eenvormige naam te geven. Maar dat stuitte op te veel bezwaren van bewoners en bedrijven. De tweede poging, tweeëneenhalf jaar later, houdt meer rekening met die bezwaren. In Kortrijk moet de gemeenteraad de nieuwe naam nog goedkeuren maar wellicht is dat maar een formaliteit.

Heirweg

De schuttersgilden van beide steden zijn niet moeten uitrukken. Het probleem is opgelost met de nodige palavers, onder begeleiding van de intercommunale Leiedal. De Stasegemsesteenweg is in de zestiende eeuw aangelegd als de bestrate weg naar Oudenaarde, 'den Audenaerdsen Heirweg'. De Stasegemsestraat aan de stadskant van de Vaart Kortrijk-Bossuit vormde, voor het kanaal was gegraven, het eerste stuk van de Stasegemsesteenweg. In 1858 werd de uitvalsweg door die vaart onderbroken. Van toen af heette het eerste stuk Stasegemsestraat en het gedeelte aan de overkant van de vaart  Stasegemsesteenweg.

De Kortrijkse Stasegemsesteenweg loop van café De Lille (spoorwegbrug) tot aan Steentje, het doodlopende straatje aan café Terminus van de Stasegemsesteenweg naar de Luipaardbrug over de Vaart. Dat Steentje dankt zijn naam aan een grenspaal die eewenlang daar de grens markeerde tussen de 'prochies' Harelbeke(-Buiten) en Kortrijk-Buiten. De steen verdween ongemerkt bij de rechttrekking van de Vaart in 1970. Maar soit!

Problemen

De steenweg ligt vanaf de kruising met de Kortrijkse Ring (R8) evenwel op de grens van Kortrijk en Harelbeke. De Kortrijkse kant heet Stasegemsesteenweg, de Harelbeekse kant Spinnerijstraat. Vooral het bedrijf AG Plastics ondervindt daar veel hinder van. Camionchauffeurs geraken er dikwijls geen wijs uit; hun gps trouwens ook niet.

Aan Kortrijkse kant zijn er minder problemen. Het sociale bedrijvencentrum Kanaal 127, Stasegemsesteenweg 110, heeft meer last van de verwarring met de Stasegemsestraat aan de overkant van de Vaart. Dat is op zich niet verwonderlijk aangezien de organisatie ooit is gestart met het idee in diezelfde Stasegemsestraat, nummer 127 (!), het toenmalige leegstaande fabriekspand van de gewezen Groeningeververij (Steverlyncks fabriek) in te richten als vestigingsplaats. Die droom is toen niet uitgekomen omdat de fabriek zich in een te belabberde staat bevond. Nu zijn daar de Kanaallofts (een realisatie van Lofting Group). Kanaal 127 is uiteindelijk naar de gebouwen van de vroegere Algemene Fluweelweverij getrokken, in de Stasegemsesteenweg.

Spinnerijstraat bis.JPG

Revitalisering

In opdracht van het Harelbeekse stadsbestuur en met steun van de Vlaamse Regering is de intercommunale Leiedal daar op en rond die tweenamige straat een project gestart voor de 'revitalisering' van de bedrijvenzone die zich daar bevindt. In dat kader wou men het straatnaamprobleem oplossen. Na enig onderzoek kwam de intercommunale studiedienst af met vier voorstellen.

Het eerste voorstel was om de grensstraat (van de R8 tot Steentje dus) aan beide kanten Spinnerijstraat te noemen. Voorstel twee wilde de hele grensstraat Stasegemsesteenweg noemen. Maar dat voorstel stuitte op bezwaren aan Harelbeekse kant: in Harelbeke bestaat al een Stasegemsesteenweg (van het kruispunt De Mol naar Stasegem, langs het Forestiersstadion en de Gavers).

Het derde voorstel behelsde de invoering van de naam Spinnerijstraat in Kortrijk voor de hele weg op de oostoever van de Vaart, van de Gentsesteenweg (nu Spinnerijkaai) tot de grens met Harelbeke. De historische naam Stasegemsesteenweg (èn Spinnerijkaai) zou dus verdwijnen. En voorstel 4 pleitte voor een geheel nieuwe naam voor de grensstraat.

Spinnerijstraat ter.JPG

Bezwaren

Op voorstel van Leiedal werd het eerste voorstel pincipieel goedgekeurd door de gemeenteraad van Kortrijk op 8 maart 2010. De stadsdirectie Burgerzaken liet in het dossier wel de waarschuwing opnemen dat een adreswijziging heel wat rompslomp met zich meebrengt voor de betrokken bewoners en bedrijven.Er konden veel bezwaren worden verwacht.

Het openbaar onderzoek bevestigde die vrees. Daarom werd de wijziging van de straatnaam een tijdlang uitgesteld. Intussen knoopte men overleg aan met de betrokkenen. Dat resulteerde in het voorstel om toch voorstel 1 door te voeren maar met een reeks maatregelen om de hinder zo veel mogelijk te beperken.

Geschikte moment

De hele grensstraat tussen de R8 en Steentje (café Terminus) wordt dus ook aan Kortrijkse kant Spinnerijstraat. De Kortrijkse kant neemt evenwel de Harelbeekse nummering over. Het laatste pand in Stasegem (Harelbeke) draagt het nummer 69; het eerste pand in Kortrijk (voormalige fabriek van de Kortrijkse Textielmaatschappij) krijgt het nummer 71. De straatnaamwijziging wordt in november goedgekeurd door de Kortrijkse gemeenteraad maar gaat voor de betrokken bewoners en bedrijven pas in op 1 juli 2013. Kwestie van tijd te hebben voor de nodige adreswijzigingen op visitekaartjes, bedrijfscorrespondentie, facturen en ander drukwerk.

De naamsverandering gaat gepaard met een verbetering van de bewegwijzering, die nu nogal chaotisch is. En eigenlijk is het nu wel het geschikte moment om die straatnaam te veranderen. Op de gewezen KTM-site komen binnenkort immers tal van nieuwe bedrijven en die kunnen dan meteen starten met het nieuwe adres.

Steentje.JPG

21-10-12

Zondags Kortrijk (ansicht 52)

 Elke zondag een bijzonder prentje, een ansicht van Kortrijk.

stadhuis walle.JPG

Een week na de historische gemeenteraadsverkiezingen blijf ik wel een beetje geobsedeerd door het stadhuis. Dat is een gelegenheid, dacht ik, om ook eens het tweede stadhuis dat ooit op Kortrijks grondgebied dienstdeed, te gaan opsporen: het stadhuis van Kortrijk-Buiten op de 'platse' van Walle. En terwijl ik daar was, heb ik meteen maar een heel album van Walle gemaakt. Nergens op het grondgebied van groot-Kortrijk kun je nog zo de indruk krijgen dat de tijd een eeuw of zo heeft stilgestaan. Alle roemrijke geschiedenis ten spijt is Walle ook een van de meest verwaarloosde hoeken van de stad. De plek heeft nochtans een bijzondere uitstraling - daarvan getuigen verschillende horeca- en zelfs toeristische initiatieven.

stadhuis walle zijgevel rechts.JPG

Het ansicht van vandaag (de openingsfoto) is de gewezen herberg Het Stadhuys, reeds vermeld in 1663 en 1779. Tot 1796 vergaderden daar de schepenen van Kortrijk-Buiten; de schepenen bestuurden niet alleen maar spraken vooral recht. Maar wat was Kortrijk-Buiten? Wel ga es mee in het verre verleden.

platse.JPG

Kortrijk-Buiten

De stad Kortrijk ontstond toen de nederzetting aan de Leie stadsrechten kreeg van de toenmalige graaf, in de jaren 1100. Daarvoor bestond er alleen een 'parochie'. De graaf was wel goed maar ook niet gek, want de schenking van stadsrechten betekende dat die stad grotendeels ontsnapte aan zijn macht en zijn belastingen. Dus gaf hij die stadsrechten maar aan de kern van de 'prochie'. Zeg maar van 't Astridpark tot aan het station en van de OLVrouwekerk tot aan het Robbeplein.

De rest van de prochie bleef apart en men deed er voort zoals men het al eeuwen moest verdragen: wroeten op het land en 't grootste deel van de opbrengsten afstaan aan een of andere heer of heertje. Zo ontstond er als het ware een boers spiegelbeeld van de stad: Kortrijk-Buiten. Dat Kortrijk-Buiten bleef kerkelijk een deel van de Sint-Maartensparochie maar werd een afzonderlijke wereldlijke 'prochie'. Het is pas in februari 1796 dat Kortrijk-Buiten is samengevoegd met Kortrijk-Stad. Dat hebben de Franse revolutionairen gedaan. Zo bereikte de stad zijn grondgebied zoals het was op het moment van de fusie van gemeenten in 1977.

Kortrijk-Buiten was zoals al gezegd een lappendeken van 'heerlijkheden', landbouwexploitaties en financiële rechten op exploitaties ('lenen') die toekwamen aan een heer (leenman) onder bescherming van de graaf of zijn ondergeschikten (leenheren). Te Walle was de belangrijkste heerlijkheid van Kortrijk-Buiten. Dat kwam niet door zijn uitgestrektheid maar door zijn 30 achterlenen - dat wil zeggen dat aan de heerschappij van Te Walle (financiële en juridische) rechten waren verbonden op 30 andere heerlijkheden. Die achterlenen lagen niet alleen in Kortrijk-Buiten maar vooral ook in Bellegem (15) en elders.


Hof te Walle

Het Hof Te Walle lag met (verdwenen) kasteel en herenboerderij niet waar nu het gehucht Walle is, maar meer waar nu de verkaveling Hof te Walle is gerealiseerd. Het laantje van Walle naar de verkaveling doet een beetje denken aan de kasteeldreef van ooit. Maar op het grondgebied van de heerlijkheid Te Walle groeide mettertijd een dorpje rond een 'plaetse', en dat is het Walle dat nu nog bestaat, mèt het aloude stratenpatroon.

 

Wallehoeve.JPG

De Wallehoeve, aan het uiteinde van een van de zijwegjes van Walle, heeft met het Hof Te Walle niets te maken. Het is een boerderij die pas in 1904 is gebouwd, eigendom van de Brabantse familie de Beauffort. Ook het Kasteel van Walle, buiten het Ei in de Wolvendreef, is niet het genoemde middeleeuwse kasteel van de heren van Walle; maar veeleer een buitenverblijf van een latere heer. Zie mijn eerder stuk.

hof.JPG

De heerlijkheid Te Walle werd rechtstreeks gehouden van het feodale leenhof van Kortrijk, dus eigenlijk rechtstreeks van de oppermachtige graaf van Vlaanderen. De oudst bekende leenman is ridder Lodewijk van de Walle die halverwege 1300 in een gevecht is gedood door een zoon van een bastaard van de graaf van Vlaanderen (Pieter, zoon van bastaard Hendrik van Vlaanderen). De heren van Walle hadden niet alleen de opbrengsten van de landbouwexploitatie van Hof Te Walle en de daaraan verbonden rechten op andere heerlijkheden (achterlenen). Zij waren op hun domein ook rechter; daartoe mochten zij een 'baljuw' (een ambt dat zowel gelijkt op dat van een procureur als van een politiecommissaris) aanstellen en ook een 'prater' (boswachter). De heren mochten ook alle gevonden goederen aanslaan en de goederen van bastaarden.

Om een lang verhaal kort te maken: op het einde van de herentijd (ancien régime) was Het Stadhuys op Walle "het ordinaire wethuys van Prochie Cortrijck", dus het gemeentehuis van Kortrijk-Buiten. Het was logisch dat het juridisch centrum van Kortrijk-Buiten werd gevestigd in de belangrijkste heerlijkheid van de prochie. In 1710 kreeg het gehucht Walle ook een prochiekapelle, een bijkerk van Sint-Maarten. Maar die is al lang gesloopt. Tegen de fusie met de stad heeft Kortrijk-Buiten zich nog twee jaar lang (tot 1798) verzet.

Om aan dat verzet enigszins tegemoet te komen stond de Franse regering toe dat Kortrijk-Buiten toch een apart 'Bureau van Weldadigheid' (voorloper OCMW) mocht behouden. Dat aparte bureau heeft het zelfs nog uitgezongen tot 1887, lang na de Belgische onafhankelijkheid dus.

Walle Platse

Het stadhuis van Kortrijk-Buiten is grondig verbouwd rond 1900. Op de linkerzijgevel zijn nog sporen te zien van de vroegere herberg. Bij die verbouwing werd de voorgevel gecementeerd. Op de rechterzijgevel is nog vaagweg een geschilderde reclame te zien voor het chicoreimerk Pacha.

Pacha.JPG

straat Walle.JPG

Walle is thans de naam van de zeer lange straat van de Doorniksesteenweg tot aan de Ring. Op een stadsplan van 1955 was de naam Walle voorbehouden voor Walle Platse en werd de weg ernaartoe de Steenweg naar Walle genoemd. Eigenlijk was het de weg naar Rollegem en Dottenijs. Van die verbinding getuigt nog restaurant Table d'Amis (eerder 't Boerenhof), Walle 184. Egied Van Hoonacker weet in zijn standaardwerk 'Het herbergleven in Kortrijk' te vertellen dat het pand al in 1601 werd gemeld als herberg en brouwerij Sint-Huybrechts. Men gaf er ook logement 'te voet en te paard'. Tot in de jaren 1800 was er een tolbarrière en een cachot voor passerende dronkelappen.

Boerenhof.JPG

Die verbinding is brutaal verbroken door de aanleg van de E17, de Kortrijkse Ring en de verkeerswisselaar 'het Ei'. Walle Platse is op die manier in dat Ei komen te liggen. Door die amputatie werd Walle een doodlopende straat en wellicht is dat de reden waarom er van stadswege nog nauwelijks wordt naar omgekeken.

Ei.JPG

gieter.JPG

Achtergesteld

De kenmerkende eindeloze kasseiweg vanaf nummer 148 - een erfenis uit de jaren 1800? - is wel pittoresk maar behoeft toch wel eens opnieuw hersteld te worden. Bepaalde zijstraatjes zijn zelfs nog altijd niet verhard en moeten het stellen met kiezel.

Walle 11.JPG

 kiezel.JPG

Overigens vind je nergens in Kortrijk een dergelijke concentratie aan steegjes, verrassende hoekjes, doorkijkjes naar grazige weiden en een volstrekt anarchistische mengeling van bouwsels met willekeurige hoogten, aanbouwsels, koterijen, studentenresidenties en zelfs in die uithoek ... een flatgebouw. Ik vind dat schitterend.

anarc.JPG

 walle 32.JPG

walle 33.JPG

walle 41.JPG

En doordat de kern van Walle in een put ligt gevormd door de hoge bermen van verkeerswisselaar het Ei, ontsnapt het gehucht schijnbaar aan het hectische stadsleven.

ei 1.JPG

 zijweg Walle.JPG

zijweg2.JPG

Samen met de eerbiedwaardige ouderdom van de meeste panden om en rond de kasseiweg zorgt die rust voor een wat vreemde, niet-onaantrekkelijke sfeer. Het is op die eigen sfeer dat er verschillende horeca-ondernemers zijn afgekomen. B&B Aura noemt Walle zelfs 'A fabulous place to stay'. Misschien ligt in recreatie wel een toekomst voor het achtergestelde gehucht. Wanneer komt er bijvoorbeeld een wandelpad door het vele groen dat Walle omringt? Of kan daar de camping niet komen die Kortrijk nog steeds mist?

 

eethuis.JPG

B&B.JPG

Hedendaags ontwikkelt Walle zich evenwel meer en meer tot studentendorp. In vogelvlucht liggen al die koten in het Ei heel dicht bij de campussen van Hoog-Kortrijk, maar door die verkeerswisselaar moet het studerende volkje toch heel wat omfietsen.

koten.JPG

ezel.JPG