18-03-12

Zondags Kortrijk (ansicht 22)

Elke zondag een bijzonder prentje, een ansicht van Kortrijk.

Bouvekerke.JPG

Moeilijk om thuis te blijven vandaag. Er is de Woningwandeling. Maar er is ook de Dag van de Zorg waaraan in Kortrijk een dozijn initiatieven deelnemen (tot 17 uur):

de Hond in het Kegelspel 8500 Kortrijk
De Korf vzw 8500 Kortrijk
Den Achtkanter 8500 Kortrijk
het Andere Geschenk 8500 Kortrijk
Rode Kruis Bloeddonorcentrum 8500 Kortrijk
Sint Vincentius vzw 8500 Kortrijk
Solidariteit voor het Gezin 8500 Kortrijk
Wit Gele Kruis West-Vlaanderen 8500 Kortrijk
Zorggroep H.Hart 8500 Kortrijk
'de branding' 8501 Heule
De Kindervriend 8510 Rollegem

De Dag van de Zorg wordt dit jaar voor het eerst georganiseerd.Meer dan 200 zorg- en welzijnsorganisaties verwelkomen u over heel het Vlaamse Gewest op hun opendeurdag: ziekenhuizen, ouderenzorg, gehandicaptenvoorzieningen, thuiszorg en thuisverpleegkunde, psychiatrische ziekenhuizen, centra algemeen welzijn enzovoort. Eigenlijk is dat wel een teken van hoge beschaving, al die initiatieven voor zorg en welzijn. Nu maar hopen dat de opeenvolgende besparingsrondes die beschaving niet ondergraven. 

Achtkanter1.JPG

Ik bezocht Den Achtkanter, gevestigd in de historische hoeve Goed te Bouvekerke, Sint-Denijseweg 71 in Kortrijk. Den Achtkanter verricht bewonderenwaardig werk voor en met volwassenen met verstandelijke beperkingen en volwassenen met een niet-aangeboren hersenletsel. De gewezen boerderij zit stampvol ateliers en verblijfsruimten waarin beide doelgroepen - ieder volgens zijn of haar persoonlijke interesses en noden - aangename dagen kunnen doorbrengen. De al dan niet therapeutische activiteiten zijn erop gericht met een persoonlijke aanpak elkeens mogelijkheden te ontplooien.

Den Achtkanter wordt professioneel gerund. Toch zijn vrijwilligers meer dan welkom.

Bouvekerke4.JPG

Goed te Bo(u)vekerke

Goed te Bouvekerke is onder de Kortrijkse hoeven er een waarvan men tot het verst in de geschiedenis het wedervaren heeft kunnen terugvinden. Het is dan ook een beetje raar dat ze niet is opgenomen op de officiële lijst van waardevol bouwkundig erfgoed. Heel vroeg, in de jaren 1300 en ervoor was de hoeveuitbating een soort van betaling in natura van de 'broodmeester' (panetier) van de graaf van Vlaanderen in hoogsteigen persoon. De oudste benaming is Goed te Bovekerke.

Het 'broodmeesterschap' was een erfelijke functie aan het hof van de graaf van Vlaanderen. De panetier was verantwoordelijk voor al wat betrekking had op het kopen van koren en bakken van brood voor het uitgebreide grafelijke hof. Dat evolueerde tot een meer boekhoudkundige en inkopersfunctie.

Ter vergoeding van dat hoge ambt kreeg de broodmeester de opbrengsten van Goed te Bovekerke (met bijna 35 ha landbouwgrond) en nog wat andere lucratieve rechten. Zo mocht hij ook rechtertje spelen op het domein dat hij in leen had, boeten opleggen en voor zichzelf houden, tol heffen, vondsten opeisen enzovoort. De bezitter van het goed werd dan ook de heer van Bovekerke genoemd. In 1365 was dat Lodewijk van der Woestine. Nadien kwam de functie en het goed in handen van de kapitein van het kasteel van Kortrijk, Lotin de Coninglant en zijn echtgenote Maria de Clary(s). In 1470 was Jacob de Gilleschamps, residerend in Amiens, de heer van Bovekerke.

In 1502 splitste de Bourgondische hertog Filips de Schone, ook graaf van Vlaanderen, Goed te Bouvekerke af van het pan(n)etierschap. Panetier werd Olivier Roose. Paschier van den Bogaerde werd heer van de landbouwuitbating. Soms duiken ook religieuze ambtenbekleders op als bezitter van Goed te Bouvekerke. Zo was dat halverwege de jaren 1500 Jan Mosschroen, kanunnik in Ronse. Rond 1700 inden de Kortrijkse Jezuieten de opbrengsten van het goed.

1882.JPG

Na de Franse Revolutie geraakte Goed te Bouvekerke in handen van de Kortrijkse textielpatriciërs van de clans Goethals en Vercruysse die zich uiteindelijk door huwelijk verenigden. De eerste Belgische burgemeester van Kortrijk was trouwens een Goethals, Antoine. Ook de (de) Bethunes zijn verwant. De familie Goethals renoveerde de hoevegebouwen grondig in 1882, te zien op een jaarsteen. In de jaren 1950 erfde Boudewijn Goethals het goed van Thérèse Goethals, de kasteelvrouw van 't Hoge in Kortrijk. In de jaren 60 heeft Stad Kortrijk hoeve en gronden opgekocht, onder meer voor de bouw van de Kulak en voor stadsverkavelingen door de stedelijke Grondregie. De laatste exploitante was Lea Samyn, tot 1967.

Bouvekerke5.JPG

Van die verkavelingsgronden is er nog altijd eentje niet gerealiseerd: de enkele hectaren tussen de Ambassadeur Baertlaan, het crematorium, de Sint-Denijseweg en ... Den Achtkanter. Het stadsontwikkelingsbedrijf SOK is momenteel die verkaveling aan het realiseren, na onnoemelijk veel hindernissen te hebben overwonnen.

Bouvekerke6.JPG

Van de gebouwen van 1882 zijn woonhuis, schuur en stallingen, wagenberg, berging en zelfs het hondenkot, verplaatst naar het erf, bewaard gebleven. De oude gebouwen zijn geschikt gemaakt en uitgebreid voor de werking van het dagcentrum. De gedempte vroegere gracht is weer uitgegraven en rondomrond is er een uitgestrekte (moes- en sier-) tuin met ecologisch verantwoorde aanleg.

Bouvekerke3.JPG

Is er nog iets dat herinnert aan de grafelijke broodmeester? Neen. Maar op Goed te Bouvekerke werd, zoals in bijna alle boerderijen, toch brood gebakken voor eigen gebruik. Dat gebeurde in het 'ovenbuur'. Bij de verbouwing van 1882 werd een nieuw overbuur gebouwd links van het woonhuis, onder hetzelfde dak met de berging, maar los van het woonhuis en de schuren wegens het brandgevaar. Na de Tweede Wereldoorlog werd met dat bakken gestopt. Waar het overbuur was, kun je nog zien aan de schouw op het dak, aan de aparte deur en het venster. Achteraan het overbuur, met een zijdeur met luchtgaatjes, is nog het toilet van 1882 te vinden: een plank met een gat erin. Het wordt niet meer gebruikt.

 

ovenbuur.JPG

11-03-12

Zondags Kortrijk (ansicht 21)

Elke zondag een bijzonder prentje, een ansicht van Kortrijk.

site Callens 1.JPG

Persoonlijk had ik liever een woonwijk gehad achter de Moorseelsestraat en de Vlasbloemstraat. Maar het nieuwe gebouw dat er nu staat, waarin bijna alle technische diensten van de stad zijn bijeengebracht, is wel een van de mooiste realisaties van de stad in de voorbije tien jaar. Een prentje waard!

Ooit werden in de Moorseelsestraat 102, op de grens tussen de Kortrijkse laagstad Overleie en de Heulse wijk Haantjeshoek, ameublementstoffen geweven. Eerst door de firma Weyers (1923), later na overname in 1927 door Callens Textielfabriek NV. Toch eigenaardig dat een dorp zoals Moorsele met een straatnaam is bedacht in Kortrijk. Wel, dat heeft een reden: eeuwen geleden lieten de Kortrijkse vlasverwerkers bijna al hun linnen kleuren in Moorsele! Het is dus al langer een druk bereden weg.

callens4.JPG

Callens wierp tientallen jaren hoge ogen op de internationale textielmarkten, ook door zijn vroeg gebruik van nieuwsoortige garens. De stoffen, waarmee vooral matrassen en zetels werden bekleed, werden ter plekke ontworpen. Maar na de gouden jaren zestig ging het langzaam bergaf, ook al omdat men in de Moorseelsestraat bleef zweren bij de ingeburgerde dessins met ambachtelijke toets (medaillon- en gobelinweefsels). Eind december 2002 werden de boeken ingediend. Daarbij verloren toch nog 33 mensen hun job.

Sindsdien stond het fabriekspand, een site van 1,5 hectare voor twee derden bebouwd, te verkommeren. De fabriek had van die typische zaagtanddaken (sheddak) met belichting uit het noorden (altijd dezelfde lichtsterkte). Erbovenuit torende een hoge fabrieksschouw, een echt 'belfort van de arbeid' - jammer dat men die schouw niet heeft laten staan als aandenken aan de plek waar zoveel mensen in de textielnijverheid hun zweet hebben gelaten. Aan de Moorseelsestraat zelf stond een karaktervol bureaugebouw, met daarin stalen ramen van de even Overleise smederij Halsberghe Gebroeders. Van die typische textielfabriek schiet niet veel meer over. Wel heeft men ter afscheiding van de achtertuinen van de huizenrij in de Moorseelsestraat de fabrieksmuren laten staan, met steunberen en al. Dat geeft dan toch nog een zekere herinnering aan de grote fabriek die er ooit zoveel mensen uit de buurt werk verschafte.

site Callens 2.JPG

De curatoren van Callens organiseerden in 2005 een openbare verkoop van de fabriek. Na puik prospectiewerk van het Stadsontwikkelingsbedrijf SOK en een vluchtig onderzoek naar de mogelijkheden door de intercommunale Leiedal deed de stad een bod. De stad won de openbare verkoop en kocht het bedrijfspand tegen 502.200 euro. Hoewel ik diverse keren in de gemeenteraad erop aandrong om op de verworven 1,5 ha bouwgrond een nieuwe woonwijk te laten ontwikkelen, verkoos het stadsbestuur daar zijn technische diensten te centraliseren. Na enig buurtprotest, waarin Axel Weydts, toen nog politiek niet actief maar intussen lokaal sp.a-voorzitter, mee aan de koord trok, werd er toch ook aandacht besteed aan de opwaardering van de wat verkommerde buurt.

Een architectuurwedstrijd (drie deelnemers, elk 8300 euro) leverde het Kortrijkse bureau Architecten en Ingenieurs D'Hondt (Beneluxpark) op als laureaat. In samenwerking met architect Carl Claeys ontwierp het bureau een elegant gebouw in prefabbetonplaten "afgewerkt met verfijnde geïsoleerde sandwichpanelen". D'Hondt hanteert als leuze: "Venustas firmitas utilitas" (schoonheid, stevigheid en bruikbaarheid). Dat is een adagio van Vitruvius (Romeins militair architect, 85-20 voor Christus, schrijver van het klassieke standaardwerk 'De architectura'). In de site Callens zijn die vrome voornemens zichtbaar toegepast.

site Callens 3.JPG

Op het dak van het gebouw staan genoeg zonnepanelen om niet alleen zichzelf van voldoende stroom te voorzien maar ook het nabijgelegen Sportcentrum Wembley. Het regenwater van de uitgestrekte daken wordt gebruikt voor de besproeiing van het openbaar groen in de stad.

Het gebouw heeft zowat 5,5 miljoen euro gekost. De bouw ging van start in februari 2011 en is onlangs voltooid. De hoofdaannemer was Desiré Stadsbader-Flamand. Studiebureau Boydens, Brugge, tekende voor de technieken. De veiligheidscoördinatie was in handen van W&B, Roeselare. Six bvba deed de loodgieterij, Electrolyse bvba de elektrische installatie, Schindler nv de goederenlift en Vandenabeele nv de garage-inrichting.

Tot voor kort sprak men altijd over de 'Site Callens'. Maar het gebouw is in alle stilte herdoopt tot 'Depot 102'. Het pand biedt inderdaad onderdak aan niet minder dan zes eerdere stadsdepots (stapelplaatsen). 102 is het nummer dat Callens Textielfabriek had in de Moorseelsestraat. In Overleie spreken de oudere generaties evenwel nog altijd over 'Te Kaljes' als zij het over die site hebben. Was dat geen mooiere naam geweest? 'Depot 102' is trouwens de naam van een al eerder bestaande internethandel van tuinmeubelen in Izegem. Als daar maar geen proces van komt!

En wat heel raar is, ook in Izegem heeft het stadsbestuur een 'Site Callens' ontwikkeld, de gronden van een gewezen houthandelaar. Daar heeft men wel een op wonen gericht inbreidingsproject gerealiseerd. De woonwijk kreeg de naam 'De nieuwe wereld'.

Depot 102.JPG

04-03-12

Zondags Kortrijk (ansicht 20)

Elke zondag een bijzonder prentje, een ansicht van Kortrijk.

Wit Kasteel3.JPG

Het is niet zeker dat fabrikant Emiel Florin in 1910 een dergelijke bestemming voor ogen had toen hij in de Doorniksesteenweg in Kortrijk de beroemde architect Jan Robert Vanhoenacker zijn witte villa liet bouwen. Maar eigenlijk: hij wou een lusthof, welnu 't Wit Kasteel wòrdt een lusthof (in een letterlijke betekenis van het woord)!

Het Wit Kasteel dook in de voorbije weken geregeld op in de lokale dagbladpagina's. In de doening met toren, Doorniksesteenweg 210 komt een 'parenclub'. Toch wel een eigenaardig samengesteld woord, een combinatie van een werkwoord met een zelfstandig naamwoord, of ben ik mis?

Grote opschudding op 17 februari 2012 toen Barbara Gandolfi, niemand minder dan de actuele vriendin van Jean-Paul Belmondo, Bebel pour ses amis, er een inval deed met een gespierd groepje. Zijzelf heeft, naast uiteenlopende andere drukke bezigheden, een concurrerende club in Ronse. Achter het project in Kortrijk zou haar 'stiefvader' zitten en hij zou niet alleen 200.000 euro schulden bij haar hebben, zij verdenkt hem bovendien van diefstal in Ronse. De raid liep uit op een sisser.

De oudere Kortrijkzanen kennen 't Wit Kasteel van de wat chiquere communie- en trouwfeesten waarbij de traiteursfamilie Darras in de potten roerde en over het protocol waakte. Later passeerde er een pleiade van 'feestarchitecten', zaalverhuurders, fuiforganisatoren, lounge-uitbaters enzovoort, waarbij de naam 't Wit Kasteel soms niet en soms wel werd vervangen door exotischer uithangborden (zoals Villa Alba en Ksanadoe). De parenclub wordt - als 't toch nog lukt - 'Amatus' gedoopt. Vergeten we zeker niet die heugelijke zomerdag in 2008 toen er een lokale afdeling van Lijst Dedecker (LDD) boven de doopvont werd gehouden. Voorzitter - heel kortstondig - werd Eric Flo, ex-VlaamsBelanger, die zich onlangs in de gemeenteraad nog voorstelde met de woorden: "Ik ben een genie!".

Van de oorspronkelijke binneninrichting zal na die onophoudelijke stroom uitbaters met elk hun eigen ideeën wel niet veel meer overschieten. De buitenkant van de monumentale villa is wel nog goed bewaard gebleven. Het pand is terecht opgenomen op de lijst van waardevol bouwkundig erfgoed. De officiële inventaris wordt de villa 'eclectisch' genoemd. Dat is een stijl die gebruik maakt van diverse elementen uit andere, historische stijlen.

In 1910 koos architect Jan Robert Vanhoenacker voor een bakstenen gevel waarbij de overwegend witte vlakken horizontale strepen kregen in grijze stenen. Uit de voorgevel springen twee stukken naar voren - in architectuurjargon noemt men zo een uitsprong een 'risaliet'. Het risaltiet van de voordeur is uitgebouwd tot een vijf verdiepingen hoge toren, als je de met leien bedekte bedaking met lantaarn onder een peerenspits meerekent. Het vensterrisaltiet zit onder een puntgevel met een ronde erker.

Dat Wit Kasteel moet nogal opschudding hebben verwekt onder de Kortrijkse beau monde. Het opvallende project was het startsein voor een hele reeks opdrachten in de Groeningestad tot aan de Eerste Wereldoorlog. In 1909 had Vanhoenacker al het 'hôtel' van graanmarchand Charles Vande Venne-Meeuws, Doorniksewijk 66, ontworpen. Tijdens de bezetting logeerde daar de Duitse legerstaf en er wordt verteld dat de Duitse kaiser er ooit over de drempel schreed. In 1911 tekende Vanhoenacker het spectaculaire Brouwershuis van Omer Vander Ghinste - ja, die van de Bockorbrouwerij in Bellegem, Doorniksewijk 49. In 1912 niets minder dan de Kortrijkse stadsschouwburg! In 1913 de villa van dokter Peel in de Bloemistenstraat (kantoor van de Belastingen), een nieuwe gevel voor café De Middenstand in de Lange Steenstraat en het Van Ackershof op Hoog Mosscher. Enzovoort.

Jan Robert Vanhoenacker is dus zeker een van de bouwmeesters die zijn stempel heeft gedrukt op het uitzicht van Kortrijk. Hij was wat in de vergetelheid geraakt maar Filip Canfijn, directeur van de stadsdienst Stadsplanning en Ontwikkeling heeft er, ter promotie van het wonen in de stad, een zeer interessante brochure over geschreven.

Jan Robert Vanhoenacker (1875-1958) is in Kortrijk geboren. Hij volgde eerst de opleiding houtsnede en schrijnwerkerij (!) aan de Kortrijkse Academie. Nadien (1895-1898) ging hij bouwkunde studeren aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten van Antwerpen. Als beginnend architect liep hij stage bij de bekende architect Ernest Dieltiens (de ontwerper van onder meer het Zuiderpershuis in Antwerpen, 1882). Vanhoenacker is in Antwerpen blijven hangen, maar tot aan de Eerste Wereldoorlog wist hij vooral in het Kortrijkse opdrachten op de kop te tikken. Na de oorlog werd hij rijk, in associatie met zijn confraters Jos Smolderen en John Van Beurden, in de grootschalige wederopbouw van de 'verwoeste gewesten' aan de IJzer.

Zijn huzarenstuk blijft evenwel de Antwerpse Boerentoren, de eerste wolkenkrabber van Europa in 1928-1931. Maar dat is uiteraard geen Kortrijks ansicht.

Wit Kasteel4.JPG

26-02-12

Zondags Kortrijk (ansicht 19)

Elke zondag een bijzonder prentje, een ansicht van Kortrijk.

Oud Cortryck1.JPG

De mirakels zijn de wereld nog niet uit!

Na jaren leegstand - en gebakkelei met de Vlaamse erfgoedadministratie - heeft een van de oudste herbergen van Kortrijk uitzicht op restauratie: café Oud Kortrijk in de Wijngaardstraat. Het pand met trapgevel, waarin tientallen duiven een onderkomen hebben gevonden, staat op invallen. Als er nu nog Vlaamse restauratiesubsidies kunnen bekomen worden, kan het tegen 2014 in zijn volle glorie hersteld worden (zie Het Laatste Nieuws van 2 februari jl.).

Het vervallen café is wellicht toch niet het oudste van Kortrijk. Waarschijnlijk is dat café Amsterdam, Overleiestraat 78, ook met trapgevel. Zie mijn eerder stukje over het historische pand en het beluikje erachter. Maar dat telt niet want het is al lang geen café meer en het is in 1923 (al te?) drastisch gerestaureerd. Uit dezelfde periode van Oud Cortryck is café 't Fonteintje op de hoek van de Handboogstraat en de Konventstraat. 1661 zeggen de muurankers op de trapgevel. Het is genoemd naar de bron die in zijn kelder opborrelde. Ook het vroegere café Vagant, Voorstraat 32, eveneens met trapgevel, stamt uit die zeventiende eeuw.

Van Oud Cortryck is niet geweten in welk jaar het precies is gebouwd, ergens in de jaren 1600. op het einde van de jaren 1800 droeg de herberg de naam In den biervoerder. Het bier werd er aan gevoerd door de brouwerij van Pieter Tack, die het ver schopte in de politiek, uit de Handboogstraat. Niet te verwarren met de brouwerij van Auguste Tack op Buda (die van de Tacktoren!). Volgens Egied Van Hoonacker (in zijn standaardwerk Het herbergleven in Kortrijk) werd het café in de jaren 1960 'Oud Cortryck', nadien de Koperen Ketel, The Copper Kettle Inn, 'De ton' en vanaf 1991 opnieuw Oud Cortryck.

Oud Cortryck2.JPG

In 2003 werd het 'diephuis' officieel beschermd als monument. De 'trap' van het opvallend geveltje heeft aan beide kanten zeven treden en een topstuk. De ingangsdeur en het raam op de eerste verdieping zijn segmentbogig overspannen. In de top zit nog een klein steekbogig venstertje. De kelder dateert uit 1800 en heeft troggewelven. Het rechthoekige caféraam is er pas in 1933 gekomen in de plaats van de oorspronkelijke twee 'getoogde' (d.w.z. onder een platte boog) vensters.

Oud Cortryck4.JPG

De huidige eigenaar is een dochterfirma van brouwerij Verhaeghe, Vichte (Vera Pils). Ze kochten het van nazaten van Pieter Tack. Het Kortrijkse stadsbestuur gaf al in maart 2009 een bouwvergunning. Maar omdat het om een beschermd pand gaat, moest architect Alex Demeyere over elk detail gaan onderhandelen met het Vlaamse agentschap Onroerend Erfgoed. Pas onlangs werd een algemeen akkoord bereikt. Zo mag men nu toch opnieuw de twee getoogde vensters aanbrengen in de gevel in plaats van dat ene grote raam.

Oud Cortryck3.JPG Oud Cortryck zal omzeggens herbouwd moeten worden. Het dak moet vernieuwd worden, de muren opnieuw gemetst. Er komt een nieuwe vloer met recuperatiematerialen. De twee oude schouwen worden in ere gehouden. In 2009 dacht men nog de herberg in 2011 te kunnen heropenen. Het zal wellicht 2014 worden, als tenminste de Vlaamse restauratiepremies niet op zich laten wachten.

Wijngaardstraat1.JPG

 Ondertussen wordt aan de overkant van de voetgangersstraat die de Wijngaardstraat is, een ander interessant pand gerenoveerd. Het gaat om een winkel uit het rijtje bekleed met witte en groene geglazuurde tegels. Ik hoop dat die tegelbekleding behouden blijft. Ze is bovendien gesigneerd. Op een bijzondere tegel staat de naam van de producent: "Vve Gustave Piepers Carreaux en Faïence Courtrai".

Wijngaardstraat3.JPG

 


19-02-12

Zondags Kortrijk (ansicht 18)

Elke zondag een bijzonder prentje, een ansicht van Kortrijk.

villa rozenkrans 1.JPG

Deze ansicht wordt binnenkort misschien een oude postkaart, met een prent van hoe het ooit is geweest.

De kasteelachtige villa van Baldewijn Steverlynck moet binnen afzienbare tijd waarschijnlijk plaatsmaken voor een zoveelste flatgebouw. Er is nog wat verzet van het Vlaamse Gewest. Ook de buurt, ooit het 'miljoenenkwartier' van Kortrijk, staat op zijn achterste poten. Het imposante gebouw staat op de Vlaamse lijst van het bouwkundig erfgoed maar heeft bovendien heel wat betekenis in de Kortrijkse (economische en sociale) geschiedenis. Toch wel jammer dat het veroordeeld lijkt. 

Wijkstichter

De villa is in 1947 gebouwd in opdracht van textielmagnaat Baldewijn Steverlynck (1893-1976). Het hele bouwblok tussen de uit Kortrijk wegstromende Leie, de Leopold III-laan - de naam van die avenue met groene middenberm was al een politiek statement op zich! - en de Sint-Elooisdreef, was trouwens van hem. Met zijn omvangrijk gezin bewoonde hij voorheen het 'Rootershof', de tot villa omgebouwde hoeve 'Coucke's Hof' in de Sint-Elooisdreef, ook met zicht op de Leie. Van dat kroondomein met zijn parkachtige tuin vol kunstwerken en een groot zwembad, zijn na zijn overlijden overigens stelselmatig stukken bouwgrond weggesneden, veelal voor de bouw van moderne flatgebouwen in min of meer de stijl van villa Rozenkrans.

villa rozenkrans 2.JPG

Steverlynck moet veel geld hebben verdiend met het verkavelen van heel wat hectaren landbouwgrond buiten zijn eigen domein op de noordelijke oever van de Leie tussen Kortrijk en Kuurne. Niet voor niets werd hij door bisschop Emile-Jozef De Smedt in 1958 bij de eerstesteenlegging van de Pius X-kerk als 'wijkstichter' ('condictor vici') gedecoreerd met het gulden kruis van Sint-Donatius - maar toch ook wel omdat hij uit zijn onmetelijk vermogen had geput ten voordele van het bouwfonds van de nieuwe kerk.

Op de oever aan de overkant van de Leie stond Baldewijn Steverlynck overigens ook aan de wieg van de Vlaamse eliteclub Wikings (1923) en was hij eigenaar van de stroomafwaarts aangrenzende ruitersclub (waarvan de hectaren nu zijn ingenomen door een van de telgen van Kinepolisfamilie Bert).

steverlynck.JPG

BST

De bouwheer was een hyperactief ondernemer van het type innovator, bijna een exact voorbeeld van wat de beroemde econoom JA Schumpeter voor ogen had. Hij startte als textielingenieur in De Stoomweverij Gebroeders Steverlynck van vader en oom. Van daaruit bouwde hij een waar imperium uit.

Zo richtte hij in de Stasegemsestraat NV Groeninge Ververij op (fabriek thans gedeeltelijk omgebouwd tot luxelofts), waar hij nieuw ontwikkelde kleurstoffen aanwendde die vlasgarens kleurvaste tinten gaven. In een vleugel van de Leiewatermolens in Harelbeke maakte hij waspoeder (1930, merk Ozonia). In Ieper voorzag hij de weefgetouwen Picanol van het nodige kapitaal. In de Minister Liebaertlaan in Kortrijk, weeral aan de Leie, vormde hij de stoomweverij om tot de fabriek BST, waar onder meer breigarens werden gesponnen. In het glas-in-loodraam in de art-deco-gevel van 1935 staat BST voor Belgian Sewing Threat, maar niet toevallig zijn dat ook de beginletters van Baldewijn Steverlynck.

Zeer vlaamsgezind stichtte hij samen met Lieven Gevaert het Vlaams Economisch Verbond, waarvan hij in 1934 voorzitter werd (tot hij door de Duitse bezetter in 1940 werd afgezet). In 1928 richtte hij samen met Leon Bekaert het Verbond van Katholieke Werkgevers voor West- en Oost-Vlaanderen op. In 1934 lag hij mee aan de basis van de Kredietbank, waar hij toetrad tot de raad van 'beheer'.

Kinderzegen

Enzovoort. Vermeldenswaard is nog dat hij in 1937 samen met andere Vlaamsgezinde industriëlen en intellectuelen de oproep ondertekende voor de stichting van De Vlaamsche Kinderzegen, een flamingantisch-katholieke concurrent voor de Bond van Kroostrijke Gezinnen (Gezinsbond nu). De Kinderzegen werd ontbonden in 1945 na te veel genante steun van de bezetters tijdens de Tweede Wereldoorlog. Baldewijn Steverlynck was gezegend met niet minder dan dertien kinderen: vijf bij zijn eerste echtgenote (Isabelle Rodenbach, die overleed in 1929) en acht bij zijn tweede vrouw (Cecile Van Dycke, die meer dan honderd jaar zou worden).

Opvallend aan villa Rozenkrans is het reusachtige zadeldak met vooraan twaalf opvallende mansardes (en achteraan nog een zestal) - een aparte kamer voor elk van zijn kinderen, zei mijn vader altijd. Het pand bepaalt het deftige voorstadsgezicht dat men ondergaat op de nieuwe Groeningebrug en in de omgeving van het Leiemonument. De villa is ontworpen in neo-Vlaamse-renaissancestijl door de Brugse architect met Kortrijkse roots Luc Viérin. De bouwmeester tekende onder meer ook voor de restauratie van het stadhuis van Kortrijk (1959-1962). De voordeur van de villa is gedecoreerd met een zwierige madonna.

villa rozenkrans 3.JPG

Frankignoul

Hoe traditioneel het uitzicht van het familiehuis ook is, het verbergt moderne bouwtechnieken. Zo is het gefundeerd op Franki-palen. Die in de grond gevormde betonnen funderingspalen zijn een uitvinding van Edgar Frankignoul bij het begin van de jaren 1900. De villa van Steverlynck had dergelijke stevige basis nodig want hij is gebouwd op een van Kortrijks vroegere 'vettekaaien', afvalstorten.

De toestemming van het Kortrijkse stadsbestuur, CD&V-OpenVLD, om de villa te slopen stuit op hevige afkeuring van (industrieel) erfgoeddeskundige Adriaan Linters. Op Facebook schrijft hij: "Opgenomen in de vastgestelde inventaris van het bouwkundig erfgoed, maar voor de stad niet belangrijk... "Dat dit geen beschermd monument is, heeft een reden", zo zegt schepen van Ruimtelijke Ordening Wout Maddens (OpenVLD). "Het schepencollege heeft eind vorig jaar de afweging gemaakt dat een nieuw project verantwoord is als het van uitstekende architecturale kwaliteit is." Vlaanderen heeft maar een 12.000 beschermde monumenten (Amsterdam zowat 25.000). De vastgestelde inventaris wil aantonen wat belangrijk is en bij overheden en burger een mentaliteit pro erfgoed creëren. Als dat door schepenen en lokale overheden systematisch ondergraven wordt, dan is het erg gesteld. [...] Omdat er van de buurt druk is tegen de sloping van Villa Rozenkrans en vervanging door een appartementsgebouw, durft men niet onmiddellijk "sloop maar" te zeggen. Er moet "iets beters" komen. Wat dat in Kortrijk betekent, kunnen we op veel plaatsen in de stad zien. "Gestapelde containerdozen" volgens buurtbewoners...".