11-07-06

Een eigentijdse kijk op een gebeurtenis van 704 jaar geleden

In het gewezen klooster van de Arme Klaren, ooit het laatste hoofdkwartier van de Groeningeabdij, is vandaag het museum 'Kortrijk 1302 - één dag zeven eeuwen' ingericht. Een discrete maar smaakvolle nieuwbouw van het architectenbureau De Meyere, Devolder & De Laey versterkt de historische site. Het museum verrast door zijn relativerende kijk op de Guldensporenslag. Het was een veldslag, die een van de vele op het Kortrijkse slagveld had kunnen blijven, ware het niet dat men hem in de 19e eeuw opnieuw ontdekt heeft als nationalistisch ijkpunt. Het eigentijdse museum, aantrekkelijk voor alle leeftijden, doorprikt de mythe. Dat het museum, onder een dak met het Streekbezoekerscentrum voor Kortrijk & de Leiestreek, een stroom toeristen op gang zal brengen, staat in de sterren geschreven.

Groeningeabdij

Het museum is ondergebracht in gebouwen die men in Kortrijk met graagte de Groeningeabdij noemt. Dat is toch wel een wat grove vereenvoudiging van de geschiedenis. De christelijke instelling begon als een grafelijk geschenk voor hand en spandiensten. Ene Walter was meegetrokken op kruistocht en kreeg als bedanking een 'leen' (gronden dus) op de Rodenburg in Marke. Zijn dochters stichtten er in 1236 een cisterciënzerabdij, met ... Franse nonnen. Zeg maar abdijtje, met veel gronden en bezittingen en weinig nonnen en altijd zeer Fransgezind.

In 1259 werd de rijke vrouwengemeenschap in Marke overvallen door een bende woestelingen. Daarom verkaste de gemeenschap zich naar de Groeningekouter, ongeveer op de plaats waar nu de Abdijkaai ligt aan de Vaart Kortrijk-Bossuit die toen nog niet bestond. Van dan af sprak men van de Groeningeabdij. Op Groeninge hield de vermogende gemeenschap het 350 jaar uit. Gelegen buiten de stadsmuren had de abdij te lijden van elk leger dat onze streek passeerde, en er passeerden er veel. In 1573 werd de Groeningeabdij verwoest door de Geuzen.

Pas in 1593 kwam het hoofdkwartier van de religieuze grootgrondbezitter om veiligheidsredenen wat dichter bij de stad, in wat nu de Groeningeabdij wordt genoemd. Na 200 jaar was het ook daar gedaan, na liquidatie door de Franse revolutionairen in 1796. Van 1842 tot 1978 namen de Arme Klaren hun intrek in de gebouwen.

Met die locatie had de slag van 1302 dus niets te maken, wel met het Groeningeveld wat verderop naar Harelbeke toe.

Guldensporenslag

De slag op 11 juli 1302 was een opvallende episode - maar slechts een episode - in het aanhoudende feodale conflict tussen de machtige koning van Frankrijk en de bijna even machtige graaf van Vlaanderen (toen slechts het huidige West-Vlaanderen, een deel van Oost-Vlaanderen en nog wat gebieden in Henegouwen en Noord-Frankrijk). Die Frans-Vlaamse feodale oorlog was zelf slechts een uiting van de voortdurende strijd tussen krijgsheren voor de macht over gebieden waar belastingen konden geheven worden.

Opvallend was de overwinning van een legertje dat grotendeels uit gemeentelijke milities en boeren bestond op ridderscharen. Het ging om 8.000 man tegen 8.000 man.

Het Vlaamse aspect aan de schermutseling was de steun van het ene kamp aan de opgesloten graaf van Vlaanderen, de Franse edelman Gewijde van Dampierre. Maar je kan niet zeggen dat het 'Vlaamse volk' toen als één man achter dat gekroonde hoofd stond. De Vlaamse gewesten waren grondig verdeeld. In de grootste stad van het toenmalige Vlaanderen, Gent, bleven de koningsgezinden aan de macht; zij deden niet mee. Wie wel meedeed was bijvoorbeeld een zoon van de Vlaamse graaf, Guido, graaf van Namen, met een Waalse troep.

Het nationalisme, eerst het Belgische en daarna het Vlaamse, haalde die ene van de vele slagen bij Kortrijk naar boven. Heruitvinder van wat hij de Guldensporenslag noemde, was de Kortrijkse notabele Jacob Goethals-Vercruysse op het einde van de 18e eeuw. Zijn studie inspireerde Henri Conscience tot het schrijven van 'De Leeuw van Vlaanderen', waarmee de nationalistische romantiek vleugels kreeg.

Maar ik citeer Véronique Lambert, die het wetenschappelijk comité van Kortrijk 1302 voorzit: "Het grootste misverstand is dat de Guldensporenslag iets met Vlaamse identiteit of nationaliteit zou te maken hebben"...

Eigentijds museum

Hetgeen in het museum, op een heel aantrekkelijke manier, aan de bezoekers wordt meegegeven, is inderdaad wetenschappelijk verantwoord. Met dit nieuwe museum is Kortrijk niet in de val van het chauvinisme getrapt.

De vormgeving is interactief en multimodaal. Je loopt tussen schitterende decors waarin zeven eeuwen opnieuw tot leven komen. Met een audiogids aan het oor hoor je de Doornikse abt Gilles Li Muisit, een tijdgenoot die het oudste geschrift erover maakte - het originele handschrift is een van de pronkstukken van het museum - de gebeurtenis van 1302 becommentariëren. Onderweg kun je goedendags, zwaarden en maliënkolders betasten en bots je de meest uiteenlopende objecten en documenten. Met een stofferig historisch museum heeft dit gelukkig niets meer te maken.

Een bijzonder object is een replica van de 'Koffer van Oxford". Het houtsnijwerk op het voorpaneel van de koffer zou de gebeurtenissen uitbeelden die in Vlaanderen leidden tot de Guldensporenslag. De kist zou kort na de slag in Brugge zijn vervaardigd als diplomatiek geschenk aan de Engelse koning. Sommigen twijfelen aan de authenticiteit van het voorwerp. De replica van de koffer is een schenking van de Koninklijke Geschied- en Oudheidkundige Kring van Kortrijk, onder het voorzitterschap van baron Goethals, nazaat van Jacon Goethals-Vercruysse. Filippe De Potter en Didier Dumolin schreven over de kist en de reconstructie door Jean-Albert Glatigny een interessante monografie.

Als apotheose word je in de zogenaamde 'kapel van de Groeningeabdij' (de echte abdijkapel werd in 1804 gesloopt) vergast op een film van niemand minder dan Stijn Coninx en met Vic De Wachter, Michaël Pas en Kurt Van Eeghem in de hoofdrollen. De meeslepende prent geeft een nuchter beeld van de Guldensporenslag en de betekenis die hij kreeg vanaf de 19e eeuw. Je zit er op vrolijke designstoeltjes van Quinze & Milan.

Stijn Coninx werkte ook samen met het bureau Maverick, waarin Niek Kortekaas en Johan Schelfhout het hele concept van het museum ontwierpen. Het museum in deels gevestigd in de oude gebouwen van de Arme Klaren en deels in een strakke nieuwbouw. Aan de buitenkant is het contrast groot, maar dat stoort niet door de kwaliteit van de architectuur. De architecten waren de Kortrijkzanen Eric De Meyere, Geert Devolder en Christian De Laey. In het moderne gebouw zelf zijn de brede ramen zo aangebracht dat je aandacht voortdurend wordt gevestigd op de historische gebouwen errond. Op een binnenplaats staat een immense maquette van het slagveld.

Conservator Isabelle De Jaegere, die meer dan 50.000 bezoekers per jaar verwacht, mag terecht fier zijn op deze realisatie. Het is een investering van 3 miljoen euro, voor een derde gefinancierd door Toerisme Vlaanderen. Ook het Streekbezoekerscentrum voor Kortrijk en de Leiestreek is in het museum gevestigd. In de inkomhal zie je onmiddellijk een indrukwekkende draaiende kubus met kiekjes uit de hele Leiestreek. Daarmee maakt de nieuwe vzw Toerisme Leiestreek duidelijk dat ze meedoet. Dat is ook het geval met de toeristische dienst van Stad Kortrijk.

Deze toeristische trekpleister is gratis te bezoeken op elke weekdag behalve de maandag, van 10 tot 18 uur. Zie ook: http://www.kortrijk1302.be

10-07-06

Algemene revisie statuten stadspersoneel en brandweer

Wordt het verschil tussen statutair ('vastbenoemd') en contractueel personeel van de stad uitgegomd? In elk geval komt er een grote revisie van de personeelsformatie en de statuten. Voor juridische ondersteuning bij die algehele hervorming van het stadspersoneel en de brandweer worden externe experten ingeschakeld, na een heuse marktbevraging onder de gespecialiseerde consultants.

Het sectoraal akkoord 2005-2007 voor het personeel van de lokale besturen, dat er vorige herfst na langdurige onderhandelingen kwam, geeft de gemeenten meer bewegingsruimte in hun personeelsbeleid. Het personeel zelf krijgt meer kansen, ook de contractuelen. Zo wordt er een einde gemaakt aan de voorbijgestreefde eis dat ambetaren van niveau A 'onbeperkt beschikbaar' moeten zijn; ook de chefs kunnen hun overuren nu compenseren. Personeelsleden die tijdelijk worden belast met de eindverantwoordelijkheid, kunnen daarvoor nu beloond worden. De toegang tot de betrekkingen en de bevorderingen wordt zeer verruimd. Enzovoort.

Het Kortrijkse stadsbestuur maakt van die vernieuwing gebruik om de personeelsformatie en de statuten grondig te herwerken. Het doel is een rechtspositieregeling waarin zowel het statutair als het contractueel personeel onder valt. Om juridisch geen fouten te maken, is het stadsbestuur op zoek gegaan naar externe raadgevers voor het uitschrijven van de statuten van zowel het gewone stadspersoneel (eerste fase) als van de brandweer (tweede fase). Ook de verlofregelingen worden meegenomen in de algehele revisie.

Voor die externe bijstand werden offertes opgevraagd bij Acerta (Leuven), SD Works (Antwerpen), Associatie Ria Janvier-Dirk de Meulemeester (Gent), en Schaubroeck (Nazareth). De offertes werden getoetst aan 5 criteria. De gespecialiseerde juridische kennis was het belangrijkste (40 punten). 20 punten konden verdiend worden met ervaring en voeling met de lokale openbare sector. Ook op 20 punten stond de ervaring met HRM (personeelsbeleid). De kostprijs telde slechts voor 15 punten mee. En ten slotte konden nog 5 punten verdiend worden met ervaring in onderhandelingen met de vakbonden.

Uit die strenge selectie kwam de Associatie Janvier-de Meulemeester als veruit de sterkste naar voren. Hiermee haalt Kortrijk werkelijk de top van sector in huis. Professor dr. Ria Janvier is een autoriteit in ambtenarenrecht. Haar lijst van wetenschappelijke publicaties is eindeloos. Diverse overheden èn vakorganisaties doen een beroep op haar kennis en expertise. Haar associé, Dirk de Meulemeester, is de spil van het Advocatenbureau de Meulemeester & Partners, gespecialiseerd in sociaal recht. Stevige referenties zijn o.m. de herwerking van het personeelsstatuut van de Belgische Post en van Belgocontrol.

De Associatie Janvier-de Meulemeester krijgt de opdrachten toegeschoven van de herwerking van de personeelsstatuten (16.940 euro) en de herwerking van het evaluatie- en vormingsreglement (6.776 euro).

Voor deelopdracht 2, de reorganisatie van de personeelsformatie, had de associatie geen offerte ingediend. Die opdracht gaat naar SD Works: 10.164 euro. SD Works is een totaaldienstverlener voor de publieke sector. Voor de opdracht in de Kortrijkse administratie zet de firma Kurt De Ridder en Bea Van Praet in. Kurt De Ridder verdiende zijn sporen als juridisch adviseur bij de Provincie Vlaams-Brabant en bij NV Schaubroeck, een sociaal secretariaat voor lokale besturen. Op zijn palmares staan dossier bij BIAC, het Auroraziekenhuis van Oudenaarde en de Vlaamse Opera. Bea Van Praet werkte als jurist op de personeelsdienst van de Antwerpse watermaatschappij PIDPA vooraleer zij stafmedewerker personeel werd bij de Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten.

00:10 Gepost in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) | Tags: kortrijk, personeel |  Facebook |

09-07-06

KORTRIJK 9 JULI 2006: Kortrijks tweede begijnhof

Nee, Kortrijk heeft geen twee begijnhoven. Maar er is wel een tweede omsloten 'hof' met huisjes, opgericht uit religieuze overwegingen voor alleenstaande vrouwen, weduwen of arbeidsongeschikte kuise jonge dames. Ik heb het over het Baggaertshof op de hoek van de Sint-Jansstraat en de Stompaertshoek. Het is de moeite waard om het gangetje achter de verweerde deur in te stappen en de sfeer op te snuiven van de 17e eeuw. Dank zij de kruidentuin is het een aangenaam geurende sfeer.

Hèt Begijnhof, erkend als werelderfgoed door de UNESCO, is een miniatuurstadje in de stad, met straatjes die ontelbare keren zijn gefotografeerd en geschilderd. Het OCMW is al jaren bezig om huisje per huisje op te knappen. Het is helemaal geen onbekend hoekje van Kortrijk. Het Baggaertshof is dat wel.

De gezusters Baggaert

Het Baggaertshof is het bewaard gebleven resultaat van een liefdadige stichting uit 1638 door de gezusters Joosijne, Katriene en Willemijne Baggaert, dochters van een voorname poorter, Willem Baggaert, schepen van de stad. De gezusters bouwden met een deel van hun erfenis 13 huisjes rond een binnentuin. In 1643 schonken zij het "hof" aan het stadsbestuur, met de opdracht de huisjes en de tuin gratis te laten bewonen door deugdzame vrouwen, weduwen of alleenstaande jonge vrouwen zonder werk. De gezusters bezorgden de stad bovendien nog een aanzienlijke jaarlijke rente (6 "pond groten") voor het onderhoud van de huisjes en voor het vermaak van de bewoonsters.

De arme vrouwen die er werden opgevangen, moesten zich houden aan een reeks betuttelende regels. Zo moesten ze "vrough" (vroeg) thuis zijn 's avonds: "In den Somer voor het opgaen van de groote klocke ende in den Winter met den acht uren" (art. 4 van het reglement). Elke avond moesten de bewoonsters bijeenkomen in de kapel om hun weldoeners te bedanken en te bidden voor hun 'zieleheil'. De stichting was als het ware een investering van de zusters om na hun overlijden een mooie plaats te krijgen in de hemel waarin zij geloofden.

Weldadigheid

De hoofdregel van het "hof" was artikel 6. Daarin werd van de bewoonsters gevraagd dat zij "cuyisch" (kuis), "reyn" en "stille" zouden zijn. Moesten vermeden worden: "tweedracht, achterclap ende kinagien". Zij waren integendeel verplicht elkaar "vriendelijck ende behulpsaem" te behandelen wanneer "den noot ende kristelijcke liefde sulcks vereijsen sal". Achterliggende gedachte: zolang ze elkaar uit de ergste nood hielpen, moest de stad niet bijspringen. "Hof" betekende in het Baggaertshof ook tuin. De kruiden en de vruchten van de gemeenschappelijke tuin mochten de vrouwen planten en oogsten met toestemming van het stadsbestuur. Ook die voorziening was erop gericht zoveel mogelijk zelfbedruipend te zijn.

Over kronkelige wegen van de geschiedenis kwam het Baggaertshof, zoals ook het Begijnhof, uiteindelijk in handen van het OCMW van Kortrijk. Eerst werd het eigendom van de Jezuïeten. Ook de paters lieten er behoeftige vrouwen gratis wonen in ruil voor deugdzaamheid. In 1777 werd het hof overgenomen door de 'Armenkamer', een instelling door het stadsbestuur opgericht om de armenzorg wat georganiseerder aan te pakken. Onder Frans bewind werd het een onderdeel van het 'Bureau van Weldadigheid'. Later werden die Bureaus omgevormd tot COO (Openbare Onderstand) en nog later tot OCMW.

Moerbeiboom

Op het einde van het gangetje achter het houten poortje kom je als het ware in de 17e eeuw terecht. In L-vorm staan de huisjes naast elkaar geschaard. Ze zijn niet hoger dan 2,5 meter. Elk huisje heeft een deur met een bovendeel en een onderdeel (zoals ze indertijd ook heel populair waren nij de vlassers in Bissegem). Een van de huisjes is heringericht zoals het er oorspronkelijk uit zag. Het heeft slechts een enkele kamer (12 à 15 m²) waarin bijna alles moest gebeuren: eten, koken, wassen, slapen en werken.  Valluiken geven toegang tot het zoldertje onder het pannendak en tot het keldertje. Elk huisje was uitgerust met een open haard en een alkoof met sponde.

Op de koer staat nog de gemeenschappelijke waterpomp. Van het unieke toilet kun je nog de deur zien (naast de kapel), maar het kamertje is thans ingenomen door de enige nog bewoonde woning, de enige ook met een rechtstreekse voordeur in de Sint-Jansstraat en met een als slaapkamer ingerichte mansardezolder.

Behalve de schilderachtige huisjes is ook de tuin de moeite van het bezoeken waard. Een club van apothekers en dokters heeft er een kruidentuin aangelegd met meer dan tweehonderd medicinale planten. De aandacht trekken enkele grote bomen waaronder een flink uit de kluiten gewassen Moerbeiboom (in onze streek een zelfzaamheid, met vruchtjes die gelijken op braambessen maar nog veel kwetsbaarder zijn en in juli een donkerrode plas stroop veroorzaken onder de boom).

Ten-Olme

Een laatste bezienswaardigheid in het Baggaertshof is de kapel, een gebouwtje rechtover de langste huisjesrij. In die kapel staat het beeld van O.L.Vrouw-ten-Olme centraal. Het is een beeld van 1628, gemaakt door houtsnijder Jan Bolle Veys en gepolychromeerd door Joos Van Moerkercke. Het kindje Jezus trekt ondeugend aan Maria haar hoofddoek. Het beeld stond eerst in de kapel van O.L.V.-ten-Olme die buiten de stadsmuur tussen de Gentsepoort en de Sint-Janspoort stond. De kapel werd in 1785 gesloopt in opdracht van de Oostenrijkse verlichte keizer Jozef II, en toen werd het beeld overgebracht naar de kapel van het nabijgelegen Baggaertshof.

Aan het beeld worden door mensen die erin geloven geneeskundige krachten toegeschreven. Daarvan getuigen de vele ex-voto's die als bedanking voor vermeende genezingen werden opgehangen. In de kapel vind je ook een komisch doek waarop drie bepruikte mannen een beetje verdwaasd door het landschap stappen. Het is een uitbeelding van de legende van O.L.V.-ten-Olme. Drie jonge kerels waren eens op stap tussen het groen van Kortrijk-Buiten. Een van die jonge mannen had ergens een roos geplukt. Aan een olm hing een mariabeeldje waaronder iemand een roos had gelegd die veel mooier was dan die van de passant. Hij kon aan de verleiding niet weerstaan om ze te ruilen met de zijne. Op slag werd hij verlamd. Pas toen hij op aanraden van zijn metgezellen de belofte deed een kapel te bouwen, kreeg hij zijn benen weer in beweging... Die vertelling zou ik graag eens door een psychoanalist laten verklaren. In elk geval is de kapel nog altijd een bedevaartsoord voor ingewijden.

Een aanrader

Het echte mirakel is dat dit historische ensemble in het bedrijvige en ononderbroken vernieuwende Kortrijk bewaard is gebleven. Misschien is dat te danken aan de beslotenheid van het "hof". Toch is het al in 1939 beschermd als monument. Na de tweede wereldoorlog werd het nog bewoond, altijd alleen door dames, maar verkommerde het snel tot een achterbuurt met een verwilderde binnenplaats. In 1980 nam de Kortrijkse Rotaryclub het initiatief tot restauratie. Later herstelde het OCMW de fouten die daarbij werden gemaakt - men had bijvoorbeeld alle goten onder de overkragende daken weggenomen.

Het Baggaertshof is nog altijd een besloten hof. Behalve op de bezoekersuren gaat het poortje onverbiddellijk op slot. Kortrijks tweede begijnhof - dat geen begijnhof is! - is toegankelijk van dinsdag tot donderdag en op zaterdag en zondag telkens van 14 tot 17 uur. De toegang is gratis (056 25 53 49). Een aanrader!

 

08-07-06

Colruyt mag parking uitbreiden tot binnenstadsring

De Kortrijkse vestiging van Colruyt, gelegen tussen de Sint-Sebastiaanslaan en de Aalbeeksesteenweg, mag zijn parking uitbreiden in de richting van de Minister Tacklaan, de binnenstadsring. Daartoe gaat een gewezen koetshuis, waarin achtereenvolgens de jeugdclubs De Weerstand en Bledi huisden, tegen de vlakte. De haagjes blijven staan.

De Colruyt is in Kortrijk is ingericht boven een half ingegraven parkeerkelder. Toch zijn er blijkbaar geen parkeerplaatsen genoeg. Daarom wil het grootwarenhuis een extra parking op het aanpalende perceel dat tussen de winkel en de Minister Tacklaan ligt. De wijk achter het station is gekenmerkt door een dichte verwevenheid van stedelijke functies. Samen met het nog altijd ontbreken van een pendelaarsparking veroorzaakt dat daar een te hoge parkeerdruk.

De grond die Colruyt wil innemen is thans een tuin, van de straat afgesloten door een haag en een tuinmuurtje. Tegen het Colruytgebouw aan staat nog een gebouw dat tot voor kort als jeugdclub werd gebruikt. Jeugdhuis Bledi ging daar van start als een initiatief om jongeren uit families van Noord-Afrikaanse herkomst in het verenigingsleven te introduceren. Bledi heeft ondertussen zijn intrek genomen in het jongerenontmoetingscentrum in de Filip van de Elzaslaan.

Vanop de Minister Tacklaan gezien is het te slopen gebouwtje nauwelijks te zien. De afbraak zal dan ook niet opvallen. Op hetzelfde terrein staat ook nog een eengezinswoning. Het is de bedoeling die te behouden en af te schermen van de parking met betonplaten een een groenstrook. De woning krijgt nog voldoende tuin om verhuurd te kunnen worden als stadswoning.

De nieuwe parking zal verbonden zijn aan de bestaande onder de winkel. De parkeerplaatsen worden geplaveid met waterdoorlatende klinkers. De bestaande haag wordt gespaard en versterkt met enkele extra hoogstammen - er staat al een prachtige ceder.

Voor dat plan kreeg het grootwarenhuis uit Halle een bouwvergunning. Daarin wordt gepreciseerd dat de 'ingetekende groenzones' in het eerstvolgende plantseizoen na voltooiing van de parking moeten aangeplant worden. "Het niet naleven van deze voorwaarde zal beschouwd worden als een bouwmisdrijf".

 

07-07-06

Beeldbepalend bourgeoisgebouw gered door Nederlandse investeerder

Een Nederlandse investeerder kreeg een bouwvergunning voor de verbouwing van het appartementsgebouw Grote Markt 16. Het betreft de gewezen winkel van porseleinhandel Bijttebier, nadien speelgoedwinkel Christiaensen. Het pand is beschermd door Monumenten en Landschappen en de investeerder wil de karakteristieke elementen behouden.

Een Nederlandse investeerder met een neus voor bouwkundig erfgoed heeft een bouwvergunning verkregen voor de modernisering van het pand Grote Markt 16. Dezelfde investeerder, die in België opereert met de firma T.O.G. van Zandhoven, kocht ook de directeurswoningen van Vetex in de Veldstraat.

Grote Markt 16 is een appartementsgebouw waarvan weinigen weten dat het beschermd is als monument (ministerieel besluit van 28 mei 2003 - de betrokken Vlaamse minister was Paul Van Grembergen, waarvan Bart Caron, thans Spirit-Vlaams volksvertegenwoordiger, toen kabinetschef was). Het gebouw is op de monumentenlijst geraakt als "beeldbepalend pand".

Het appartementsgebouw dateert van 1928. Er was een plan om er een gebouw van te maken in de art-decostijl, die toen volop in de mode was en waarin Kortrijk wereldfaam verwierf met de stijlmeubels van Kunstwerkstede De Coene. Maar uiteindelijk zwichtte de eigenaar voor een deftiger, minder excentrieke, uitvoering. De gevel sluit veeleer aan bij het neoclassicisme, een stijl die toen al ferm verouderd en heel bourgeois was.

Het beschermingsbesluit beschrijft het gebouw als een pand met 4 'traveeën' (zoiets als verticale vensterlijnen) en vier bouwlagen onder plat dak. In het verbindingsstraatje van de Grote Markt naar het Begijnhof trekt de bepleisterde en beschilderde 'eclectische' (allegaartje van stijlelementen) gevel inderdaad de aandacht. De gevel wordt "verticaal benadrukt door erkers met houten kroonlijstje.

Van binnen waren er eerst twee flatjes per verdieping, maar naderhand zijn die per verdieping samengevoegd tot een. Er is een trappenhuis met bordestrap en een te behouden lift. Die drie appartementen zijn voorzien van elk drie slaapkamers. Achteraan is er nog een appartement met twee slaapkamers.

T.O.G. schakelt voor de renovatie het Architecten- en Studiebureau BR², Menen, in. De inrichtingswerken veranderen niets aan het bestaande bouwvolume. Het gebouw wordt aangepast aan het hedendaagse wooncomfort. Op het platte dak boven het achteraan uitstekend gedeelte van de gelijkvloerse verdieping komt een dakterras.