19-09-06

Verkeersoverlast schooltje Sterreberg aangepakt

Er komt eindelijk een oplossing voor de chaotische toestanden met auto's aan het wijkschooltje in de Sterrebergstraat (Aalbeke). Het doodlopende straatje krijgt een verbinding met de Doomansstraat. De ouders, die van heinde en verre, ook van over de taalgrens hun kindjes komen afzetten, en vooral de langsbewoners zijn opgelucht.

Het straatje heeft een naam die doet denken aan de Hollywood Hills, maar de realiteit is veel bescheidener: het is een nederig doodlopend wegje in Aalbeke. De berg in kwestie is een bult van 55 meter hoog, de hoogste top van Aalbeke, genoemd naar de Sterre, een samenkomst van verschillende wegen in een al lang vergeten bos in de omgeving. Sterreberg is ook een merk van pannen die in de dakpannenfabriek aan de voet van de heuvel werden gebakken. Tot in de jaren zeventig was het straatje niet meer dan een bekiezelde veldweg, met de naam Veldweg. Pas na de samenvoeging van Aalbeke met Kortrijk werd het "Sterrebergstraat".

De onooglijke Sterrebergstraat is toch bekend, en wel om zijn schooltje. Op het einde van de jaren 20 kreeg het Aalbeekse gehucht zijn eigen wijkschool omdat de afstand naar de school in het centrum van de gemeente te ver was (20 minuten stappen). Het is een stichting geweest van de 'zusters van de Heilige Jozef van Lichtervelde', later opgegaan in de 'zusters van Liefde van Heule'. De officiële naam van de instelling was 'Heilig Hartschool'; vandaar het christusbeeld met open armen op de gevel van het schilderachtige schoolgebouw uit 1932.

De school kende een absoluut dieptepunt in 1970 met amper 8 leerlingen. Toen is de curve omgekeerd en het leerlingenaantal is ononderbroken blijven stijgen, tot thans een 80-tal. De oorzaak van het succes is vooral te zoeken bij ouders van aan de overkant van de nabijgelegen taalgrens, die hun kinderen liever in het Nederlands laten onderwijzen. Twee derde van de kindjes blijkt thuis Frans te spreken. Onlangs nog is het schoolgebouw grondig gerenoveerd.

Bijna alle ouders brengen hun kroost per auto en rijden daarvoor tot op de stoep van het schooltje. Je kunt je voorstellen tot wat voor chaos dat elke ochtend en avond leidt in het smalle doodlopende straatje. In 1996 legde het stadsbestuur ter hoogte van de school al een draai- en keerzone aan, maar dat helpt niet veel. Ook de buren werkt dat dagelijkse gewriemel met al die wagens ferm op de zenuwen.

Uiteindelijk zag het stadsbestuur in dat de enige oplossing erin bestond dat men de Sterrebergstraat een tweede verbinding zou geven, waardoor doorgaand eenrichtingsverkeer zou mogelijk worden. Die nieuwe verbinding kan er komen door achter de tuinen van enkele woningen van de Moeskroensesteenweg een 80 meter lange weg aan te leggen naar de Doomanstraat.

Na goedkeuring van het rooilijnplan door een Ministerieel Besluit (5 april 2004) konden de plannen worden uitgewerkt. Het definitieve ontwerp is vorige week goedgekeurd in de gemeenteraad van Kortrijk. Het is een investering van 67.812,64 euro, waarvoor nog een wijziging zal nodig zijn aan de stadsbegroting 2006. Voor die opdracht wordt een openbare aanbesteding uitgeschreven.

Het wordt een rijweg met 3 meter brede asfalt. Aan de ene kant komt er een parkeerstrook in kasseien uit de voorraad van de stad. Aan de andere kant wordt een trottoir aangelegd in kleine betondallen (22/22/8 cm). En onder de weg is de riolering voor de afvoer van het regenwater niet vergeten.

 

Bron o.m.: http://www.convince.be/aaltje/nov2003/sterrebergstraat.htm

07:19 Gepost in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) | Tags: school, aalbeke, verkeer |  Facebook |

18-09-06

Elektrisch aangedreven paarden voldoen nog niet

Wagens aangedreven met elektriciteit zijn momenteel nog altijd kreupele paarden. Die technologie is nog niet zoals het hoort. Stad Kortrijk experimenteert al langer met 'propere motoren', maar die prototypewagens zijn lang niet altijd een succes. Drie wagens op elektriciteit stonden meer in panne dan ze reden. Na een stevig potje onderhandelen waren de betrokken garages bereid de niet-rijklare wagens te ruilen voor auto's op klassieke brandstof. In de gemeenteraad ging niet iedereen daarmee akkoord; ik wel.

Stad Kortrijk neemt al lang voorzichtig het voortouw in het gebruik van auto's met milieuvriendelijker motoren. De stadslucht kan heel wat verbeteren als al die auto's, vrachtwagens en bussen niet voortdurend verbrandingsgassen en fijn stof zouden lozen. Dat autorook de gevels vervuilt en aantast, weet iedereen. Reeds onder burgemeester Sansen, zowat 15 jaar geleden, pionierde de stad samen met De Lijn, naar het voorbeeld van Utrecht, met aardgasmotoren. Zo werden een paar jaar geleden ook enkele dienstwagens aangeschaft op elektriciteit.

Bij garage Vereecke werd een prototype van Citroën aangekocht, bij Vandecasteele een paar Peugeots. Twee wagens werden ingezet bij het stedelijk parkeerbedrijf Parko, eentje bij de directie Stadsplanning en Ontwikkeling. Maar de wagen vielen erg tegen. Na een reeks pannes bleek de vervanging van de transactiebatterijen veel te duur om verantwoord te zijn.

Met de garage Vereecke kon het probleem in der minne geregeld worden. De garage nam de wagen terug en gaf in ruil een nieuwe wagen op klassieke brandstof. De stad moest alleen een kleine opleg doen van 3.025 euro.

Garage Vandecasteele was minder toeschietelijk. De onderhandelingen stevenden recht af op een geschil voor de rechtbank. Maar uiteindelijk gaf de garage zijn akkoord om een dading (overeenkomst om niet naar de rechter te stappen) af te sluiten. Daarin verklaart Vandecasteele zich bereid om eveneens zijn elektrische wagens terug te nemen en te vervangen door twee klassieke wagens op diesel. Ook hier betaalt de stad een geringe opleg.

Daarmee is er nu geen enkele wagen op elektriciteit meer in de stedelijke vloot. Piet Missiaen, spirit, en Cathy Matthieu, Groen!, vonden dat in de gemeenteraad een 'achteruitgang'. Ik ben het daar niet mee eens. Een wagen die voortdurend in panne staat en waaraan de onderhoudskosten torenhoog zijn, past niet in het wagenpark van de stad. In Nederland, waar de steden en gemeenten al jaren verder staan in het gebruik van 'schone wagens', wordt de technologie van elektrische aandrijving daarom voorlopig nog geweerd, in Haarlem bijvoorbeeld.

Bovendien mogen de milieuvoordelen van elektrische wagens niet overschat worden. Wagens op stroom produceren geen uitlaatgassen op de weg - dat is het grote voordeel -, maar de elektriciteitscentrales waar die stroom wordt opgewekt, hebben wel degelijk rokende schouwen (als het geen kerncentrales zijn met nucleair probleemafval). Zo berekend veroorzaken elektrische wagens bijvoorbeeld 30% meer uitstoot van zwavelzuur dan dieselwagens.

Ik ben voorstander van zo proper mogelijke dienstwagens in Kortrijk, maar ze moeten operationeel zijn. Andere technologieën (bijvoorbeeld ook klassieke wagens met de beste filters en katalysatoren) zijn voorlopig veel beter dan wagens op elektriciteit. En de minst vervuilende wagen is nog altijd de wagen die voor dienstverplaatsingen zoveel mogelijk vervangen wordt door de fiets.

17-09-06

ZONDAG 17 SEPTEMBER 2006: tussen Smesse en kamsalamander (tussen Triloy en Potijzer)

Het onvermoede hoekje van vandaag is in gevaar. Bepaalde instanties hebben hun oog laten vallen op de mooie glooiingen nabij de Sjouwer in Aalbeke en Rekkem, om aan de andere kant van de E17 het transportcentrum LAR uit te breiden. Bewoners, landbouwers en natuurliefhebbers hebben een stevig verzet uitgebouwd in het actiecomité "Geen-LAR-Zuid". Ga kijken (en genieten) voor het te laat is. Hoe meer bezoekers, hoe minder zin het heeft het waardevolle landschap naar de duivel te helpen!

"Vlaanderen moet open en stedelijk zijn. In onze dichtbevolkte streken moeten wij zuinig zijn met de open ruimte. De stedelijke gebieden moeten een groter deel van de nodige woningen en bedrijvigheid opvangen. In het buitengebied zijn landbouw, natuur en recreatie de belangrijkste functies." Zo staat het in de uitgangspunten van het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen.

De tegenstanders van LAR-Zuid begrijpen niet hoe de uitbreiding van het transportcentrum LAR (Lauwe-Aalbeke-Rekkem) in dat plaatje past. Weliswaar is het landbouw- en natuurgebied aan de overkant van de E17 ter hoogte van bestaande LAR om eigenaardige redenen opgenomen in het ... 'stedelijke gebied' van Kortrijk. Maar als men dat waardevolle landschap vol containers gaat stapelen, kan men onmogelijk spreken van een zuinig gebruik van de resterende open ruimte.

De/Le Triloy

Het gebied in kwestie beslaat 30 hectare tussen de Brumierstraat in Aalbeke (Kortrijk) en de Triloystraat in Rekkem (Menen). De Brumierstraat dankt zijn naam aan het gehucht Bramier in Lauwe, waar hij naartoe leidt. De Brumierstraat loopt min of meer parallel met de spoorweg Kortrijk-Moeskroen-Rijsel (de verbinding van Kortrijk met het TGV-net!). Er zijn twee westelijke aftakkingen die onder die spoorweg door lopen. De Triloystraat is de as waarrond zich in aloude tijden het landelijke gehucht Le/De Triloy heeft ontwikkeld, zowat halverwege tussen Aalbeke en het centrum van Rekkem. Het hart van De Triloy is café La Forge/De Smesse (betekent smidse). Veel bewoners van De Triloy zijn familie van elkaar.

In het gebied zelf liggen twee grote hoeven: de Klokhoeve in de Brumierstraat tegen de E17 aan en de hoeve van boer Brille in de Meersweg in Rekkem. Beide boerhoven moeten verdwijnen als de zuidelijke uitbreiding van de LAR er komt. De Klokhoeve wordt al vermeld in documenten van 1762. Het huidige woonhuis met dakklokje dateert van 1886. Het is een typische U-vormige hoeve met stallen, schuur, wagenhuis en apart staand ovenbuur (bakhuisje).

Potijzer

Aan de zuidelijke rand van het gebied in kwestie vind je nog twee andere historische hoeven: het Potijzergoed en Te Bergendaele. Ook het Potijzergoed dateert van de eerste jaren 1700. Uit die tijd rest alleen nog de ingangspoort. In de Tweede Wereldoorlog huisde in de boerderij een cel van het verzet. Vanuit de hoeve werd verschillende keren de nabijgelegen spoorweg gesaboteerd. De naam Potijzer is geleend van het Potijzerbos dat in de omgeving lag, met name daar waar nu een hoge berg uitgegraven klei ligt, bekroond met het monument De Sjouwer aan de E17. Beide boerderijen verliezen gegarandeerd hun schilderachtige ligging als in hun nabijheid een 'droge haven' komt voor het zware vrachtverkeer.

Potijzer is ook de naam van een recent gecreëerd natuurgebied van Natuurpunt Kortrijk. In een zone van natte meersen werden poelen uitgegraven om er een kolonie kamsalamanders te herbergen uit bomputten op de Kortrijkse Pottelberg die moesten wijken voor de aanleg van een industrieterrein. Natuurpunt werd in zijn reddingsoperatie gesteund door de Koramicgroep, die o.m. de grond ter beschikking stelde. Dat prille, maar toch al geslaagde, natuurgebied zou veel van zijn charme en ontwikkelingskansen kwijtspelen, als het aan de rand van een transportcentrum zou komen te liggen.

Het zegt veel dat het gebied doorkruist wordt door een Grote Routepad, behorend tot het Europese net van de wandelpaden met de wit-rode markeringen. Die paden worden alleen uitgestippeld in zones die de moeite waard zijn.

De Sjouwer

Het gebied is in de voorbije honderd jaar aan grote ingrepen blootgesteld. Er zijn kleigroeven uitgebaat en nadien weer dichtgegooid. Restanten van Decauvillespoortjes waarop wagentjes met klei naar de pannenfabriek Sterrenberg werden gereden zijn nog hier en daar op te merken.

Maar vooral de aanleg van de autostrade E17 (vroeger E3) in de periode 1966-1977 ging als een schokgolf door het reliëf. De E17 werd ingegraven, soms tot 15 meter diep, in de zware leemlaag tot in de harde klei. Niet minder dan 600.000 m³ grond werd gestapeld op 11 hectare ten oosten van de Brumierstraat. Op die heuvel werd in 1974 het monument "De Sjouwer" geplaatst, een indrukwekkende betonnen toren (35 meter hoog), ontworpen door de Brusselse architect Jacques Moeschal (die ook De Pijl, een Frans paviljoen op de Wereldtentoonstelling van Brussel in 1958 had getekend). 

Een beetje grappig is de GSM-mast die op diezelfde heuvel is geplaatst in de vorm van een eeuwig groene boom (hyperrealistische kitch in plastiek!). De plannen om de heuvel te bebossen en op die manier het Potijzerbos te laten herrijzen, zijn nog altijd niet uitgevoerd. Maar de schrale weiden op de kleibulten hebben ook wel iets. Die groene heuvel tekent de horizon van het bedreigde gebied.

Meidoornvlindertjes

Ondanks al die menselijke ingrepen straalt het gebied nog een authentieke sfeer uit. Het is een van die zeldzaam geworden voorbeelden van een uiterst afwisselend landschap. Akkers, bosjes, struweelwallen, vochtige en droge weiden en inheemse hagen bieden een unieke rijkdom aan flora en fauna.

De tweestijlige meidoorn bloeit er uitbundig en daarop tref je de zeldzame meidoornvlindertjes aan. Het is een paradijs voor natuurliefhebbers waar je nog eikelmuisjes, boerenzwaluwen, hermelijnen, steenuilen, geelgorzen, allerhande vleermuizen, grote en kleine groene kikkers en verschillende salamandersoorten tegenkomt.

Onteigeningen

In de landelijke woningen die verspreid in het gebied liggen, zijn de voorbije jaren vaak jonge gezinnen neergestreken. Zij zijn er uit respect voor de paradijselijke omgeving aan natuurontwikkeling gaan doen. Een koppel verkreeg van stad Kortrijk in 1999 de toestemming om een groot stuk landbouwgrond te bebossen met inheems groen. Anderen (her)plantten streekeigen hagen en pittoreske rijen knotwilgen. Toegeslibte poelen werden uitgebaggerd. Het zou zonde zijn voor die inspanningen als al dat moois zou moeten verdwijnen onder betonnen laadkoeren, industriële hallen en opeengestapelde containers.

Des te harder zouden de onteigeningen aankomen in het gehucht De Triloy. Alle bebouwing aan de oostkant van de landelijke straat zou sneuvelen. Daardoor zou ook de 300-jarige afspanning La Forge/De Smesse verdwijnen, een zaak die van generatie op generatie in leven werd gehouden door dezelfde familie. Overigens heb ik al gezegd dat veel bewoners van De Triloy aanverwant zijn. De onteigeningen zouden die eeuwenoude familiebanden uit elkaar trekken.

Alternatieven

Het is overigens de vraag of het bestaande transportcentrum LAR, een creatie van de economische streekintercommunale Leiedal, wel zo nodig moet kunnen uitbreiden. Niet alle percelen van de bestaande zone aan de andere kant van de E17 zijn bezet en de verkochte percelen bieden eveneens nog heel wat groeimogelijkheden. Bovendien zijn er ongetwijfeld alternatieven die minder kwalijke gevolgen hebben dan het toebouwen van het gebied tussen De Triloy en Potijzer.

In 1991 werd trouwens een aanvraag van de Gewestelijke Ontwikkelingsmaatschappij van West-Vlaanderen om de LAR in zuidelijke richting uit te breiden, afgekeurd door het Vlaamse Gewest. De motivatie was dat men het waardevolle landschap niet wou schenden!

Onder druk van het aanhoudende protest en aangepord door de parlementsleden Bart Caron (spirit en van Aalbeke) en Philippe De Coene (sp.a) heeft de Vlaamse regering intussen principieel beslist om een omvattende, onderbouwde studie te laten uitvoeren van alle mogelijke locaties voor 30 hectare in de omgeving van de huidige transportzone. Het gaat over LAR-Zuid, LAR-West en LAR-Noord. LAR-Noord is een locatie grenzend aan de bestaande LAR aan beide zijden van de Dronkaertstraat. LAR-West is een locatie die begrensd wordt door de Dronkaertstraat (noorden), de N58 (oosten), E17 (zuiden) en N366 (in het westen).

In het verleden werd nog geen grondige studie uitgevoerd over de ideale locatie. In die studie moeten de verschillende mogelijke locaties worden afgewogen op een hele set van criteria: economie, kost, ecologie, ruimtelijke draagkracht, sociaal en volksgezondheid zoals stof, geluid of geur, bescherming open ruimte, landbouw, ontsluiting en mobiliteit. Ook de aspecten werkgelegenheid, visibiliteit en zuinig ruimtegebruik moeten bekeken worden.

Ook de concrete vraag naar terreinen voor transport, distributie en logistiek in Kortrijk moet worden onderzocht. Gaat het hoofdzakelijk om kleinere, lokale transportbedrijven of eerder om internationaal opererende transportfirma?s die ruimte zoeken in de regio Kortrijk ? Rijsel? Ook het ruimtegebruik op de bestaande LAR-site zal in kaart worden gebracht. De studie wordt uitgevoerd door een onafhankelijk studiebureau en moet klaar zijn tegen 31 december 2006.
Indien uit deze studie blijkt dat LAR-Zuid niet de beste locatie - waaraan ik niet twijfel! - is voor een bedrijventerrein voor transport, dan start de Vlaamse Regering een gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan (RUP), waarbij de huidige locatie LAR-Zuid wordt herbestemd tot landbouwgebied. Een nieuw gewestelijk RUP wordt opgestart voor de nieuwe locatie. Dat moet gebeuren voor 30 juni 2007.

Zou het comité Geen-LAR-Zuid zijn slag hebben thuisgehaald?

Meer foto's op http://kortrijkonvermoedehoekjes.skynetblogs.be

Zie ook de website van het comité Geen-LAR-Zuid: http://users.pandora.be/aaronvanneste/lar/inleiding.htm

 

16-09-06

Een nieuwe kroon voor Astrid

In een vierde fase ter verbetering van het Astridpark op Overleie wordt de pergola in de Franse tuin aangepakt. In dat parkgedeelte aan de overkant van de Graaf de Smet de Nayerlaan wordt het mooie beeld van koningin Astrid geruggesteund door een wandelpad in de vorm van een pergola, als het ware een grote halve kroon. Die pergola is vervallen.

In het milieubeleidsplan, waarmee schepen Philippe De Coene, sp.a, bij zijn aantreden van wal stak, stond uitdrukkelijk dat de Kortrijkse parken een voor een gingen opgefrist worden. Het omvangrijke Astridpark op Overleie kwam in verschillende fasen aan de beurt.

Het Astridpark is een van de grote realisaties van burgemeester Auguste Reynaert (1884-1915) geweest. Hij liet daarvoor een hele volkswijk met ongezonde huisjes slopen en op de braakliggende terreinen werd het Volkspark aangelegd naar plannen van de stadsarchitect Victor Moulart (1907). Het park werd later genoemd naar de verongelukte koningin Astrid. Eerder had de vriendelijke vorstin de harten van de Kortrijkzanen gestolen met een bezoek aan de stad, waarbij ze bijzondere belangstelling had voor de woningen van de gewone mensen (5 april 1935). Vier maanden later verongelukte ze.

Het beeld van de minzame dame werd gesculpteerd in witte Carraramarmer door de Brusselse beeldhouwer Alfred Courtens. Het werd onthuld op 1 juli 1938.

Het park, 3,85 hectare, onderging de voorbije jaren verschillende uitbreidingen. In 1995 werd de gewezen 'tramstatie' na vertrek van de stelplaats van de bussen van De Lijn opgebroken. De mooie woning van de stationschef, met trapgevels in neo-renaissancestijl, werd verkocht aan Goedkope Woning en doet thans dienst als conciergewoning voor het complex van sociale appartementen 'De Mosselbank'.

In 1997 (eerste fase) werden de gronden van de tramstatie bij het park gevoegd. In 2003 onderging het park grondige verbeteringswerken en in 2005 werden de vijvers, ter plekke bekend als 'het Walje', gerenoveerd.

De vierde verbeteringsfase, die binnenkort start, pakt dus het stuk park aan dat aan de overkant van de Graaf de Smet de Nayerlaan, een schitterende dubbele kastanjedreef, ligt.

In dat bloemrijke deel van het park staat het beeld van koningin Astrid centraal. Achter de rug van de glimlachtende dame staat in een boog een verhoogde constructie waarin je kunt wandelen onder de klimrozen. Die pergola is een ruïne geworden en wordt thans aangepakt.

De rotte houten liggers worden opgeruimd en vervangen door nieuwe in FSC-gelabeld hout. De losliggende breuksteenverharding, de treden en de muurtjes worden uitgekapt en vervangen door nieuwe brokken breuksteen en door elementen in arduin. Zieke coniferen en bomen worden geveld. De dolomietpaden en de borduren tussen de bloemperken worden hersteld. De pergola krijgt geheel nieuwe klimrozen.

In totaal is het een opdracht van 129.628,82 euro. De gemeenteraad besliste daarvoor een openbare aanbesteding te houden.

08:35 Gepost in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) | Tags: park, milieu, astrid, kortrijk |  Facebook |

15-09-06

Zwerfwagens nog even op de dool in Kortrijk

Uit een discussie in de gemeenteraad van vorige maandag blijkt dat het Kortrijkse stadsbestuur nog altijd niet goed weet wat aan te vangen met de toenemende komst van zwerfwagens (motorhomes of campers) naar de historische stadskern. Jammer, want dat is een aantrekkkelijke soort toeristen voor een stad. Bovendien vragen zij niet veel: een mooie stalplaats met een kraantje en een putje. Bepaalde raadsleden toonden dat zij er nog minder van begrepen. Intussen geeft men in de camperswereld aan elkaar door dat de beste plaats in Kortrijk 'parking Dam' is, achteraan de tuin van de residentie van de burgemeester. Dat is ook altijd mijn suggestie geweest. De combinatie met een jachthaven op de Oude Leie en een of meer terrassen met uitzicht op de 'golden river' zou ideaal zijn.

Het was collega-fractieleider Marie-Claire Vandenbulcke, VLD, die de kat de bel aan bond. Ik trad haar vraag bij, en ik was blij dat er eindelijk ook eens iemand anders de slechte opvang van motorhometoeristen in onze stad te berde bracht. In het verleden heb ik daar al verschillende keren op gewezen. Zie bijvoorbeeld: http://kortrijklinksbekeken.skynetblogs.be/index.html?pos....

Kortrijk is momenteel voor motorhomes nog altijd een gat. Ik deed daarover al in juli 2002 een interpellatie in de gemeenteraad. Naar aanleiding daarvan beloofde toerismeschepen Stefaan Bral de behoefte te onderzoeken. Sindsdien is er een plaats vrijgemaakt voor één (1) zwerfwagen op het Lagaeplein in Heule, bij het zwembad. De overnachtingsplaats is gratis, maar dat is ook al: er is geen wateraansluiting; er is geen putje voor het lozen van afvalwater, geen voorziening voor het lozen van chemische toiletten, en er is geen elektriciteit te bekomen.

Tot voor kort was parking Appel in de Magdalenastraat meer geliefd bij het internationale zwerfwagenpubliek, op een steenworp van het centrum van Kortrijk. Maar door de aanleg van de Westelijke Binnenring is het daar niet meer mogelijk. Momenteel is vooral de gratis kant van 'parking Dam' erg in trek. De foto dateert van gisterenavond toen ik toevallig een Duitse motorhomegebruiker, die er al stond, een Britse collega zal helpen bij het parkeren. Maar ook aan de achterdeur van de burgemeester geen voorzieningen.

Een kraantje en een putje

Doorgewinterde motorhometoeristen zijn vooral uit op veiligheid. Ze proberen meestal met enkelen samen te staan. Er is een soort kameraderie onder de gebruikers die een degelijke sociale controle met zich meebrengt. Iedereen let op elkaars materiaal. Een plaats voor slechts 1 zwerfwagen heeft dus niet veel zin.

Zwerfwagengebruikers zijn echt niet veeleisend. Zij zijn content met 'een kraantje en een putje'. Zij hebben meestal zelf wel een tuinslang mee om aan te sluiten op een kraantje om hun drinkwatertank te vullen. Een afvoerput met grove rooster, waarop de motorhome kan rijden, volstaat voor het lozen van vuil water en chemische wc. Een stopcontact is meegenomen, maar hoeft niet per se. Toiletten en douches vragen zij niet. Dat comfort voeren zij zelf mee.

Het interessante van deze vorm van trekkend toerisme is dat men zijn huisje op wielen (of zijn 'droge yacht') kan plaatsen op de interessantste plaatsjes. Met een minimum aan organisatie kan geregeld worden dat zij daar niet storen. Het gaat om een bedaard publiek - als je met zo een kapitaal rondrijdt, ga je geen zotte toeren uithalen - dat nergens lang blijft. De drukst bezochte parkings zijn die met uitzicht op water. Veel steden combineren een motorhomeparking met hun jachthaven.

Een ander pluspunt voor zwerfwagenparking is de nabijheid van het centrum. Het leukst is als je na een deugddoende nachtrust onmiddellijk de stad kunt verkennen zonder eerst je motor te moeten starten. En als je 's avonds het restaurant of het café verlaat, bereik je het liefst je slaapplaats zonder nog achter het stuur te moeten plaatsnemen.

Ergens aan de Leie

Als motorhometoeristen Kortrijk bezoeken, is het hun droom ergens langs de Leie te kunnen overnachten, dicht bij het centrum. Parking Dam is daartoe uitstekend geschikt. Maar ook de andere parkings op de Leieboorden kunnen dienen. Wanneer komt daar ergens een 'kraantje en een putje' voor een wagen of tien?

En waarom zou men in een stad die op de Leie is gebouwd geen combinatie kunnen maken van jachthaventje en pleisterplaats voor motorhometoerders? Met de bestaande aanlegsteigers speelt Kortrijk absoluut niet voldoende in op het toenemende riviertoerisme, die andere vorm van recreatief rondtrekken. Er zijn geen voorzieningen bij de steigers. Er is nergens een hellend vlak om vaartuigen te water te laten. En omgekeerd kunnen de landrotten nauwelijks genieten van de pittoreske sfeer van al die bootjes bijeen. Waar kun je in Kortrijk een glas drinken of tafelen met uitzicht op de scheepjes? Zo schreef ik hier al in januari.

Circuswagens?

Schepen Frans Destoop antwoordde op de vragen van Marie-Claire en ikzelf. Hij bewees onmiddellijk de aangehaalde nood niet te snappen. Hij vergeleek de vraag naar een geschikte locatie voor motorhomes (door hem verkeerdelijk 'mobilhomes' genoemd - dat zijn 'roulottes' om uit te zetten op echte campingplaatsen) een beetje neerbuigend met de vraag naar plaatsen voor: "caravans, touringcars, kampeertenten, circuswagens, wagens van foorkramers en andere toeristische zaken".

Dat het ook erg is dat Kortrijk geen echte camping heeft, heb ik eveneens al aangeklaagd. Gelegen op de grote route naar het zuiden zou Kortrijk met een camping heel wat doorreizende toeristen kunnen herbergen. Maar de vraag naar geschikte standplaatsen voor motorhomes heeft daar niets mee te maken. Motorhomes zijn er precies op voorzien om niet op een camping te moeten gaan staan. In andere steden maakt men voor die vorm van toerisme de mooiste plekjes vrij. Bij ons worden ze verbannen naar een onaantrekkelijke parking in Heule of nog erger: naar de afgelegen parking van sportcentrum Langemunte.

De raadsleden Piet Missiaen, spirit, en Cathy Mathieu, Groen!, maakten het nog bonter. Zij vroegen een regelrecht parkeerverbod voor campers in de binnenstad: "Er is al autoverkeer genoeg". Zij beseffen niet dat die mensen zelf geen zin hebben om met hun stijlvol gevaarte de smalle straatjes van het stadscentrum onveilig te maken. Zwerfwagentoeristen bezoeken de stad te voet of op hun meegevoerde fietsen. Maar ze willen hun yacht op wielen wel op wandelafstand hebben.

Straaltje hoop?

Schepen Destoop liet in zijn verder betoog wel uitschijnen dat men aan het zoeken is naar een goede locatie. Het stadsbestuur zoekt een plaats voor zowat 20 zwerfwagens en de directie stadsplanning en -ontwikkeling volgt de zaak op. Ondertussen is er ook een externe studie lopende die een masterplan moet opstellen voor de toeristische groei van Kortrijk. In die studie worden ook behoeften van het motorhometoerisme en het kampeertoerisme bekeken. Een straaltje hoop?

14-09-06

Vernieuwing Cité Vuylsteke binnenkort afgewerkt

Sommige dossiers slepen toch wel wat lang aan. Een voorbeeld is de heraanleg van cité Vuylsteke, het beluik in Sint-Antoniusstraat. Vijf jaar na datum komt er nu toch opnieuw schot in de zaak. De gemeenteraad gaf zijn toestemming om voor zowat 116.000 euro werken uit te voeren. Er wordt ter dege rekening gehouden met de wensen van de bewoners.

Cité Vuylsteke is een steegje in de Sint-Antoniusstraat, een buurt vol arbeiderswoningen uit de 19e eeuw. Het beluikje had vroeger dubbel zoveel woningen als nu. Het bestond uit een dubbele rij huisjes aan weerszijden van een koer met dallen en kasseien. Het paalt aan het talud van de spoorweg Kortrijk-Gent.

Bij de aanleg, enkele jaren geleden, van het Guldenspoorfietspad langs de spoorwegberm, sneuvelden alle huisjes aan de spoorwegkant. Daardoor kregen de huisjes die met hun rug tegen de huizenrij van de Sint-Antoniusstraat staan, wat meer ruimte.

Op initiatief van het buurtwerk Venning-Veemarkt beloofde het stadsbestuur in 2001 het restant van het citeetje te herwaarderen. De woningen werden intussen opgekocht door het OCMW. De grond van de gesloopte kant werd groen ingekleed. Maar de bewoners waren een beetje kwaad dat die groenstrook middendoor werd gesneden door een afsluiting in Ursusdraad. Ze voelden het aan alsof ze opgesloten werden.

De verdere renovatie van het steegje lag lange tijd stil omdat eerst het vervallen pand in de Sint-Antoniusstraat, het gewezen café 'De rust der arbeiders', boven het gangetje naar de cité, moest gesloopt worden (fase 1). Dat is pas dit jaar kunnen gebeuren door de dienst Facility van de stad.

Pas in 2005 zette het stadsbestuur het licht op groen om voort te doen met de heraanleg. De directie Mobiliteit en Infrastructuur moest de plannen uitwerken voor de riolerings- en bestratingswerken en de directie Leefmuilieu voor groen en tuinhuisjes. Op 16 april 2006 werd een bewonersvergadering georganiseerd met OCMW-verantwoordelijke Dennis Hofman en stadsingenieur Frans Vandenbossche. De bewoners stemden in met het voorgelegde plan.

De groenstrook tussen het fietspad aan het spoorwegtalud wordt bij het beluik gevoegd: die verwenste afsluiting verdwijnt dus. Waar het afgebroken café stond aan de ingang van de cité, komt ook beplanting. De negen huisjes, die niet beschikken over tuin noch koer, krijgen elk een berging (tuinhuisje) op de koer van de cité (huurprijs: 2,5 euro per maand). De koer zelf wordt proper heraangelegd. Van de gelegenheid wordt gebruik gemaakt om ook de riolering te vernieuwen.

Voor de riolerings- en bestratingswerken (fase 2) zal een beroep worden gedaan op het invoegbedrijf Clarus. Omdat de werken grotendeels gefinancierd worden met geld van het intussen opgedoekte Sociaal Impulsfonds, moeten de werken worden toevertrouwd aan bedrijven uit de sector van de sociale economie. Clarus is indertijd opgericht op initiatief van het OCMW en geeft langdurige werklozen de kans zich in te werken in allerhande bouwberoepen. Fase 2 kost 52.670 euro.

Voor fase 3, de groenaanleg en de tuinhuisjes, vraagt het stadsbestuur prijs aan twee beschutte werkplaatsen, Westlandia van Ieper en Mariasteen van Gits en aan de sociale werkplaats van De Poort. Dat is een opdracht van 63.303,45 euro.

Ik heb er in de gemeenteraad altijd op aangedrongen dat de stadsvernieuwing ook en vooral in de minder begoede buurten moest doorgevoerd worden. Dat is hier een goed voorbeeld. Maar er is meer van dat nodig. Ik moet altijd denken aan het Vandammebeluik op Overleie (Brugsestraat). De toestand is daar erger dan het ooit is geweest in cité Vuylsteke. En zo zijn er nog stadsdelen die meer aandacht behoeven. Een aandachtspunt voor de komende bestuursperiode!

Zie ook: http://kortrijklinksbekeken.skynetblogs.be/?number=1&...

13-09-06

Vandecasteele bouwt eindelijk nieuwe Busschaertstraat

Houtimport Vandecasteele is een wereldspeler op de houtmarkt. Zijn hoofdkwartier in de Kortrijkse deelgemeente Aalbeke is uitgebouwd tot een imposant kunstmatig landschap. Bij die uitbouw geraakten twee traditionele dorpswegen, stukken van de Busschaertstraat en de Wolverijdreef, in de verdrukking. Na jaren gekissebis en een niet uitgevoerd akkoord, ziet het er thans naar uit dat een nieuwe overeenkomst nu toch zal leiden tot heraanleg van die buurtverbindingen.

De Busschaertstraat en het laagste deel van de Wolverijdreef verdwenen in Aalbeke na grootscheepse uitbreidingswerken van Houtimport Vandecasteele. Een reusachtig opgehoogd platform met daarop gestyleerde zwarte stapelplaatsen hertekenden de horizon van de Sint-Corneliusgemeente. Vandecasteele heeft altijd befaamde landschapsontwerpers aan het werk gezet zoals Arthur De Geyter, Paul Deroose en zelfs eventjes Bernardo Secchi. Onder het grondig gewijzigde reliëf liggen voormelde traditionele dorpswegen (op de Atlas der Buurtwegen bekend als buurtweg 21 en voetweg 66) bedolven.

Er brak een hard conflict uit tussen stad Kortrijk, die de Aalbeekse bevolking steunde in haar protest, en de houtimporteur. Uiteindelijk leidde dat in 2002 tot een eerste vergelijk. NV Patrivas, de vastgoedpoot van Vandecasteele, gaf zijn akkoord om buurtweg 21, het opgebroken deel van de Busschaertstraat, op eigen kosten te verleggen, onder toezicht van de stad. BVBA Arcoo werd aangesteld als ontwerper. Aan de bouw van die vervangende weg werd wel begonnen, maar de werken werden nooit voltooid.

Er moest immers ook een juridische regeling komen voor die andere wederrechtelijk ondergedolven weg, voetweg 66 of een stuk van de Wolverijdreef, goed gekend bij wandelaars. Verdere, even harde, onderhandelingen leidden tot een geheel nieuwe overeenkomst. Om het akkoord hard te maken werd Vandecasteele verplicht een financiële waarborg te stellen van 420.000 euro.

De overeenkomst voorziet in twee fasen. In een eerste fase komt een nieuwe weg tussen de Moeskroensesteenweg en de Lampestraat, aan de rand van de Vandecasteeledomein langs de berm van de A17. Die weg kan beschouwd worden als een compensatie voor het verdwenen stuk Busschaertstraat. De tweede fase bestaat uit een wandelpad dat zal vertrekken van de Moeskroensesteenweg ter hoogte van de Kapelhoekstraat en dat na een slingerend parcours langs de vijver(s) zal aansluiten op de nieuwe Busschaertstraat. Met die tweede fase wordt gewacht op duidelijkheid over verdere bedrijfsuitbreidingen en verplaatsingen van de vijvers (bufferbekkens).

De nieuwe weg langs de A17 wordt een verbeterde versie van de voorlopige weg die er nu ligt. Het tracé wordt hier en daar wat bijgestuurd om te steile hellingen te vermijden. De weg zal in één richting wagens toelaten en in de twee richtingen fietsers en voetgangers. Aan beide kanten van de weg komen 'droge grachten' met daaronder een drainagesysteem, om het regenwater op te vangen.

Het betreft een werk van 284.852,15 euro. Als ontwerper is nv Topocor, Kortrijk, aangesteld, de rechtsopvolger van bvba Arcoo. Stad Kortrijk schrijft een openbare aanbesteding uit. NV Patrivas, Vandecasteele dus, betaalt alles.

Zie ook: http://kortrijklinksbekeken.skynetblogs.be/?number=1&...

12-09-06

Cambio autodelen in Kortrijk: uitgesteld is niet verloren

Cambio autodelen is een interessante formule voor wie slechts nu en dan een wagen nodig heeft en voor de rest profiteert van de voordelen van de fiets en het openbaar vervoer. Het systeem loopt al geruime tijd in andere steden. Na een onderzoek was het de bedoeling Cambio ook in Kortrijk te starten, van de maand. Het is jammer genoeg uitgesteld. Hoe komt dat? Ik heb het gisteren gevraagd in de gemeenteraad.

Cambio is een initiatief van Taxistop en de VTB-VAB, waarin ook de openbare vervoersmaatschappijen MIVB en De Lijn participeren. De non-profitorganisatie heeft zich vanaf 2002 in steden zoals Brugge, Brussel, Gent, Leuven, Namen, Luik en Louvain-la-Neuve uitgebouwd. Als je niet elke dag een wagen nodig hebt, biedt het een interessante formule. Je hebt altijd een gepaste wagen naar keuze ter beschikking op momenten dat je er werkelijk een nodig hebt. Van onderhoud, verzekering, keuring en zelfs tanken hoef je je niet veel aan te trekken. Je krijgt een gedetailleerde factuur en je betaalt alleen je eigen gebruik van de wagen.

 

Cambio autodelen is op het eerste gezicht niet goedkoop. Maar reken eens precies uit wat een eigen wagen kost zonder dat je er een kilometer mee gereden hebt: je zal versteld staan van de besparing die je kunt doen door over te stappen op autodelen. Cambio maakt je in feite bewust van dat vele geld dat je geruisloos kwijtspeelt door koning auto. Op de website van Cambio biedt Testaankoop een test aan om te berekenen of in jouw geval het autodelen voordelig is in vergelijking met een eigen wagen.

 

Cambio biedt ook een oplossing voor wie zich geen of nog geen eigen auto kan permitteren. Voor jonge mensen is de peperdure autoverzekering alleen al dikwijls een beletsel om een eigen wagen te kopen. Cambio biedt raad.

 

In die zin is Cambio een niet te onderschatten voordeel voor een stad die jonge mensen wil aantrekken. Een Cambiostad is een trendy stad. Overigens doet de stad er ook anders profijt mee. Er komen minder wagens in omloop, wat goed is voor het leefmilieu en voor de verkeers- en parkeerdruk. Er zijn trouwens ook Cambioformules voor overheidsdiensten en voor het bedrijfsleven.

 

Cambio gaat niet over een nacht ijs. Elke vestiging in een stad wordt grondig bestudeerd en voorbereid. Er wordt enige medewerking van het stadsbestuur gevraagd. Voor Kortrijk werd die studie vorig jaar uitgevoerd. Daarvoor kwam financiële steun van het kabinet van staatssecretaris voor Duurzame Ontwikkeling en Sociale Economie Els Van Weert, waar niet toevallig ook gewezen gemeenteraadslid Jan Dhaene werkzaam is.

 

Het Kortrijkse onderzoek wees uit dat Cambio in onze stad veel kans op slagen heeft. Liefst 72 gezinnen verklaarden zich bereid in het systeem te stappen. Een garantie voor succes in de aanloopperiode was de bereidheid van institutionele gebruikers zoals de stad en het OCMW om overdag van Cambiowagens gebruik te maken voor bepaalde dienstverplaatsingen. Op een startavond in september van vorig jaar, bleek er een grote belangstelling. Schepen Leleu sprak de belofte uit dat het autodelen in Kortrijk operationeel zou zijn in september van dit jaar.

 

We zijn zover en nu blijkt dat de lancering van Cambio-autodelen is uitgesteld. Hoe komt dat toch? Zoveel initiatief van de stad vergt Cambio nu toch ook weer niet. Eigenlijk moeten er vooral enkele parkeerplaatsen vrijgemaakt worden. Of zijn er nog andere klippen te omzeilen?

 

Het was mobiliteitsschepen Guy Leleu die antwoordde. Volgens hem is de vertraging te wijten aan enkele administratieve moeilijkheden. Er zijn al Cambio-stalplaatsen gepland aan het station van Kortrijk. Maar die kunnen slechts in gebruik genomen worden na goedkeuring door de gemeenteraad van een overeenkomst tussen de stad en Cambio. De uitgestelde start van Cambio autodelen in Kortrijk is nu voor 1 december 2006.

 

Zie ook: http://kortrijklinksbekeken.skynetblogs.be/?number=1&unit=days&date=20060222#3113017 en http://www.cambio.be