14-04-10

Jose De Schaepmeester: een leven in de Kortrijkse politiek

 

jose de schaepmeester1

Verkiezingskaart gemeenteraadsverkiezingen 1988

In de luwte van de politiek waarin hij zich had teruggetrokken, is op 7 april 2010 Jose De Schaepmeester overleden. Hij wordt vandaag, 14 april, begraven. Het zal velen verbazen dat Kortrijklinksbekeken aan de aflijvige een stuk wijdt, maar hij was een zo merkwaardige figuur in de Kortrijkse politiek dat ik het jammer zou vinden dat hij zomaar in de nevelen van de tijd verdwijnt. Hij belichaamde in Kortrijk - mettertijd - de Volksunie (VU), als fractieleider van 1970 tot 1994 in de gemeenteraad. Voor de socialisten had hij het niet zo, maar hij stelde zich toch altijd heel collegiaal op voor oppositiegenoten, zelfs al waren dat socialisten. Mijn persoonlijke herinneringen heb ik laten opfrissen door Luc Debels, ooit plaatselijk VU-secretaris.

De bal teruggekaatst

Jose De Schaepmeester plaatste zelf nimmer een accent op zijn voornaam. Wellicht zag dat er voor hem te Frans(kiljons) uit. Maar ik leerde hem helemaal anders kennen.

In de prille jaren 1970 reageerden de stedelijke bestuurders nogal overtrokken op radicaal-politieke experimenten van groepjes jongeren in de nadagen van mei '68. Stadspolitie en lokale rijkswacht kregen - van wie ook? - de opdracht ons nauw in de gaten te houden. Fietsplaten werden genoteerd op plaatsen waar wij elkaar opzochten. Bepaalde mensen werden opvallend onopvallend dagenlang geschaduwd - men kan zich dat vandaag de dag niet meer voorstellen. In de Jan Persynstraat (politiebureau) werden - op een amateuristische manier weliswaar maar toch! - politieke dossiers aangelegd van al wie men gevaarlijk achtte voor de 'gevestigde orde'. Wat dan van weersomstuit die groepjes de kans gaf om een agitatie op te zetten 'tegen het repressie-apparaat'.

Het gepest beu zochten wij steun bij wie wij steun konden vinden. En zo arriveerden wij op een morgen op het kantoor van Jose De Schaepmeester, advocaat en politicus met absoluut geen links imago. Hij ontving ons hartelijk en relativeerde de dreiging die wij dachten te ondervinden. Wij mochten ons vooral niet laten impressioneren; de democratie was hem heilig, zei hij. En ook al was hij het absoluut niet eens met onze radicale ideeën: wij moesten ons niet laten muilbanden door de conservatieve krachten.

Maar anderzijds poogde hij ons toch ook aan het verstand te brengen dat wie de bal kaats de bal mag verwachten. Als wij het nodig vonden de politie, CVP-burgemeester Lambrecht, de bonzen en wie nog allemaal uit te dagen, dan hoefden wij niet verwonderd te zijn dat ook zij uit hun krammen schoten. Wisten wij veel hoe hard hij toen al, bij het begin van zijn Kortrijkse politieke carrière, de bal teruggekaatst had gekregen... Maar zijn vaderlijke raad heeft ons, mij althans, geholpen om ons te blijven bemoeien met beleid en samenleving.

Balie

Jose De Schaepmeester werd geboren op 11 april 1926 in Aalst. Zijn vader was als bediende opgeklommen tot directeur van de Nationale Bank in Kortrijk. De broer van Jose, Paul De Schaepmeester, die heel wat ouder was, had zich een aanzienlijk cliënteel bijeengewerkt als advocaat gespecialiseerd in bouwrecht en gelieerd met het Bouwbedrijf (Confederatie) in Kortrijk.

Kort nadat ook Jose afstudeerde als doctor in de Rechten, werd broer Paul benoemd tot notaris in Aalbeke. Nog als stagiair aan de balie kon Jose op die manier heel de portefeuille van zijn broer overnemen en hoefde hij zich voor de rest van zijn leven geen zorgen meer te maken over brood en beleg.

Leiemonument

Al van in zijn studententijd was Jose De Schaepmeester erg actief in de politiek en met name in de ... Christelijke Volkspartij (CVP). Hij trok onder meer op met zijn latere tegenstander en burgemeester van één legislatuur Antoon Sansen. Hij onderscheidde zich als organisator. Zo was hij het die in 1957 bij de inhuldiging van het Nationaal Leiemonument in het Albertpark de protestactie 'Achiel totentrekker' op touw zette. CVP-jongeren en katholieke studenten zetten de boel op stelten in een poging de plechtigheid waaraan de koning en premier Achiel Van Acker deelnamen op stelten te zetten.

Zoals men nog altijd kan zien, figureert koning Leopold III op zijn paard prominent in de beeldengroep aan de voet van de 'verzetszuil'. Amper enkele jaren eerder hadden de socialisten nog hardnekkig campagne gevoerd tegen de terugkeer uit Zwitserse ballingschap van de verbrande vorst. De CVP had in de 'koningskwestie' die uiteindelijk uitdraaide op een volksreferendum, een tegenovergestelde, royalistische houding aangenomen. Het zou dan ook verkeerd zijn te denken dat De Schaepmeester en zijn maten hun nogal dubbelzinnige actie voerden tegen Leopold III.

Verstoten zoon

Jose De Schaepmeester werd dank zij zijn militantisme zelfs nationaal voorzitter van de CVP-Jongeren. Een van zijn programmapunten was de communautaire splitsing van de partij, iets wat zich veel later heeft voltrokken.

Maar toen werd hij het slachtoffer van wat men het omgekeerde van de parabel van de verloren zoon zou kunnen noemen. Hij werd uit de christendemocratie gestoten omdat hij het aangedurfd had ... te huwen met een gescheiden vrouw. Die pure discriminatie heeft hem een levenslange afkeer bijgebracht van bekrompenheid en kwezelarij.

Vlaamse Volksbeweging

Van lieverlede verliet hij de partijpolitiek en hij gooide zich in de Vlaamsgezinde actie van de Vlaamse Volksbeweging (VVB). Die organisatie was toen niet zoals nu de rechtse groep die aanleunt bij het Vlaams Belang. De VVB had vanaf eind de jaren 1950 ook heel wat veeleer progressieve actievelingen in zijn rangen, zoals Maurits Coppieters en Maurits Van Haegedoren. In die beweging leerde hij ook een zekere Wilfried Martens kennen, als flamingantisch studentenleider.

Het was de VVB die de beruchte 'marsen op Brussel' organiseerde. Jose De Schaepmeester was arrondissementeel voorzitter in de regio Kortrijk. Hij bracht het zelfs tot voorzitter van de 'algemene raad' van de VVB. In 1964 organiseerde hij mee het VVB-congres in Kortrijk waarop de latere veelvuldige eerste-minister Martens zich voorstander toonde van het 'confederalisme' - België als een min of meer los verband van onafhankelijke deelstaten. Ook die christendemocraat stelde Jose De Schaepmeerster zwaar teleur.

Volksbelangen

De Kortrijkse advocaat keerde onverwachts terug naar de Kortrijkse gemeentepolitiek. Voor de gemeenteraadsverkiezingen van 1970 had het kartel van de groep Juul Coussens, dissident christendemocraat en oud-burgemeester (zie mijn eerder stuk) met de Volksunie (in 1964 doopte men het kartel: de Vlaamse Volkspartij) grote problemen om opnieuw een gezamenlijke lijst op te stellen. De stokoude Coussens wou niet meer fungeren als lijsttrekker maar bij de partners van de Kortrijkse Volksunie vond hij geen bekwame opvolger. Op een bepaald moment dreigden er zelfs twee Vlaamse lijsten op te komen.

Om eruit te geraken ging men aankloppen bij advocaat De Schaepmeester, bekend door zijn inzet voor de a-politieke Vlaamse Volksbeweging. Pas na veel pramen ging hij ermee akkoord lijsttrekker te worden van de lijst 'Volksbelangen/Volksunie'. Pas later nam Jose De Schaepmeester een lidkaart van de Volksunie. Die eerste verkiezingen - tevens de laatste in het niet gefuseerde Kortrijk - voerde hij als man boven de partijen. De Vlaamse lijst verloor niettemin twee van de zes zetels die ze in 1964 had veroverd.

ABC-brochure


Bij de eerste verkiezingen in groot-Kortrijk, 1976, handhaafde de Volksunie met Jose De Schaepmeester als lijsttrekker op haar eentje de vier zetels van het kartel van zes jaar eer. Maar daarna ging het bergaf: in 1982 en 1988 haalde de VU nog 2 zetels, en in 1994 kwam Jose De Schaepmeester niet meer op en schoot alleen nog lijsttrekster Hilda Douchy-Comeyne over. En hoe het met de Volksunie sindsdien is gegaan, weet iedereen. Misschien nog vermelden dat Geert Bourgeois, die met een deel van de VU de N-VA oprichtte en Vlaams minister werd en is, als advocaat zijn eerste stappen aan de balie van Kortrijk zette als stagiair van Jose De Schaepmeester.

De Schaepmeester voerde in al die jaren dat hij in de gemeenteraad zetelde felle oppositie tegen zijn vroegere vrienden van de CVP. Hij trad daarbij heel collegiaal op ten opzichte van de andere oppositieraadsleden. Hij was er altijd voorstander van om gezamenlijke oppositie-acties te voeren, ervan overtuigd zijnde dat aan de hegemonie van de christendemocraten toch ooit een einde moest komen in de Groeningestad.

Ik herinner mij nog als gisteren de persconferentie waarop Jose De Schaepmeester samen met Jacques Laverge (PVV), Rudy Dejaeghere (SP) en Juul Debaere (Agalev) de ABC-brochure van toenmalig CVP-burgemeester Emmanuel de Bethune bestempelden als propaganda op kosten van de stadskas voor de CVP. In die brochure had het stadsbestuur van de CVP-meerderheid een encyclopedische opsomming gegeven van zijn realisaties.

jose de schaepmeester2
Verkiezingskaart gemeenteraadsverkiezingen 1976

Het is wel jammer dat die merkwaardige man, die toch een zekere rol heeft gespeeld in de Kortrijkse politiek, op de voorbije gemeenteraad (12 april 2010) niet even werd herdacht. Slechts enkelen bleken op de hoogte van zijn overlijden.

00:37 Gepost in Algemeen | Permalink | Commentaren (8) |  Facebook |

12-04-10

Aannemers Leiewerken Kortrijk rijden Stasegemsestraat kapot

IJzerkaai1

Tot eind mei worden tonnen aarde uitgegraven in de IJzerkaai voor de voorlaatste episode van de Leieverbredingswerken in het centrum van Kortrijk. Die aarde wordt per tractor (!) afgevoerd naar de 'tussentijdse opslagplaats' en het 'centrum voor grondreiniging' van NV D. Stadsbader-Flamand aan de Vaart in Stasegem (Harelbeke). Die afvoer gebeurt met veel gedruis door de Stasegemsestraat in Kortrijk. Daarbij is de overlast voor de bewoners en de schade aan de straat groot. Het stadsbestuur zegt niet verantwoordelijk te zijn en schuift de schuld in de schoenen van de Tijdelijke Vereniging Leieverbreding Kortrijk (waarvan genoemde Stadsbader-Flamand deel uitmaakt), van opdrachtgever Waterwegen en Zeekanaal nv (Vlaamse Gewest) en de intercommunale Leiedal die in opdracht van de stad de ingrijpende werken superviseert. Nochtans heeft de stad sinds 1985 verschillende 'protocols' afgesloten met de Vlaamse overheid waarin telkens uitdrukkelijk staat gestipuleerd dat de uitvoering van de verbredingswerken moet gebeuren met zo weinig mogelijk hinder voor de stad en zijn bewoners. Quod non dus.

IJzerkaai

In het kader van de voorlaatste fase van de verbreding van de Leie in de doortocht van het Kortrijkse centrum worden momenteel ettelijke tonnen aarde uitgegraven in de IJzerkaai.

De massa's grond worden per tractor van de IJzerkaai naar de stapelplaats van NV Stadsbader-Flamand op de rechteroever van de Vaart Kortrijk-Bossuit in Stasegem (Harelbeke) gevoerd. Stadsbader-Flamand is een van de deelgenoten van het aannemersconsortium dat in 1997 de opdracht binnenrijfde voor toen een dikke vier miljoen euro - intussen is het al heel veel meer.

Riooldeksels.

Voor de keuze van het parcours van en naar de grondstapelplaats heeft 'men' de aannemer vrij spel gelaten. Nogal wiedes dat hij dan ook opteert voor de kortste verbinding. Ook al loopt die verbinding dwars door de dichtbevolkte 'Groeningewijk' en over onder meer de Stasegemsestraat.

De bewoners van die straat - woordvoerder Wesley Bille - klagen over grote overlast door het lawaai dat die tractoren maken en door de trillingen die de rijwoningen op hun grondvesten doen daveren. Met lede ogen zien de bewoners hun straat kaoptgereden worden. Wellicht heeft ook de oude, gemetste riolering in het midden van de straat enorm te lijden door het zware geweld dat er dagelijks over passeert. Nagenoeg alle riooldeksels zijn intussen aan het wegzinken; bepaalde liggen al 15 cm en meer onder het wegdek.

Cel stadsprojecten

De bewoners poogden hun klachten kenbaar te maken aan het stadsbestuur. Dat bleek een aartsmoeilijke opgave. Een mailbericht aan schepen van Openbare Werken Guy Leleu en aan burgemeester Lieven Lybeer haalde in eerste instantie niets uit - zelfs geen antwoord. Na nog twee mails en een telefoon kreeg Wesley Bille eindelijk iemand aan de lijn, maar hij werd dan heen en weer verbonden met verschillende stadsdiensten.

Op een bepaald moment kreeg hij zelfs het advies zich te wenden tot de intercommunale Leiedal, die door de stad de opdracht kreeg de Leiewerken van nabij op te volgen. Het kabinet van schepen Leleu stuurde hem na aandringen door naar de 'cel stadsprojecten'. En van die 'cel' kreeg de woordvoerder van de bewoners van de Stasegemsestraat uiteindelijk dan toch een uitvoerig antwoord.

Verantwoordelijkheid.

In dat antwoord schuift het stadsbestuur alle verantwoordelijkheid voor de overlast van zich af: "Het stadsbestuur Kortrijk is geen initiatiefnemer noch uitvoerder van de werken. De stad kan dan ook geen rechtstreekse bevelen geven aan de aannemer". Volgens het stadsbestuur moeten de bewoners zich maar wenden tot NV Waterwegen en Zeekanaal (Vlaamse Gewest), de opdrachtgever van de Leiewerken. En voor schade aan hun woning moeten ze het stellen met de 'goede raad' hun brandverzekering aan te spreken.

Dat is niet ernstig!

Tonnenmaatbeperking

In de Stasegemsestraat heerst een tonnenmaatbeperking tot 5 ton. Die tractoren van Stadbader hebben mer lading mee. Het is het stadsbestuur dat heeft beslist daarom tijdelijk die verkeerstekens af te plakken en de tonnenmaatbeperking op te heffen. Een weekje in maart werd de tonnenmaatbeperking weer geactiveerd omdat de aannemer elders aan de slag moest. In die zin is het stadsbestuur dus medeverantwoordelijk voor de grondtransporten in de Stasegemsestraat.

Protocols

En bovendien heeft de stad sinds 1985 - ik hoor de schoonvader van Stefaan De Clerck, schepen Joseph De Jaegere, nog altijd peroreren: "We moeten vermijden dat de Leiewerken het centrum van Kortrijk tien jaar gijzelen". Intussen zijn wij 25 jaar verder en de werken zijn nog lang niet gedaan! - verschillende 'protocols' en aanvullende protocols afgesloten met de Vlaamse overheid over de Leiewerken. Een van de clausules die er steevast in opgenomen was, was dat de werken moesten uitgevoerd worden op de wijze die het minst hinder meebracht voor de stad en zijn bewoners.

Het protocol van 1996 stipuleert zelfs letterlijk: "Bovendien zal de aan- en afvoer van de gronden van de uitgravingen en ophopingen in de verschillende fazen zoveel mogelijk over de Leie gebeuren". Dat zou hier in dit geval goed mogelijk zijn aangezien de stapelplaats van Stadbader is gevestigd op de oever van de Vaart Leie-Schelde (Kortrijk-Bossuit).

Grote Ring

Een ander alternatief is transport over de nabijgelegen grote ring van Kortrijk (R8). Maar dat zou niet mogelijk zijn omdat op de R8, een autoweg, geen tractoren zijn toegelaten. In die omstandigheden zou de stad, op grond van de protocollen, toch kunnen eisen dat de aannemers geen tractoren gebruiken maar vrachtwagens. De repliek van aannemer Stadsbader-Flamand is dat de aard van de bouwplaats het gebruik van camions moeilijk maakt. Maar klopt dat wel? Ik ben ervan overtuigd dat het met wat organisatie mogelijk moet zijn met camions tot bij de laadmachines te komen. Eventueel zou men met tractoren kunnen rijden tot waar de bodem stevig genoeg is voor vrachtwagens en daar overladen. Het is een kwestie van goede wil.

Konvooi

Volgens de uitleg van de stedelijke 'cel stadsprojecten' zal de Stasegemsestraat pas hersteld worden na afloop van die zware transporten, einde mei. Maar in de gemeenteraad gaf schepen Leleu op mijn vraag een ander antwoord.

Heel binnenkort moeten precies via de Stasegemsestraat alle patiënten van de kliniek Sint-Maarten verhuisd worden naar het nieuwe fusieziekenhuis in de Kennedylaan. Dat zal gebeuren met een konvooi van ambulances onder politie-escorte. Speciaal voor die verhuis van bedlegerigen zullen de putten in de straat provisoir worden opgevuld. Nog een extra kost. Het zou maar logisch zijn dat de stad het herstel (wellicht heraanleg) van de Stasegemsestraat zou kunnen verhalen op het Vlaamse Gewest. En op het stadhuis kennen ze blijkbaar het adres: NV Waterwegen en Zeekanaal, Oostdijk 110, 2830 Willebroek.

IJzerkaai2

15:18 Gepost in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

08-04-10

Zware discussie over eventuele appartementenbouw in sociale tuinwijk Venning

venning Tekenaarslaan 21

Het stadsbestuur van Kortrijk is niet gecharmeerd door het voornemen van haar sociale huisvestingsmaatschappij (SHM) Goedkope Woning om bij de renovatie van haar tuinwijk Venning op grote schaal appartementen te bouwen. Goedkope Woning krijgt tot volgende week de tijd om een alternatief met eengezinswoningen te onderzoeken. Deze zoveelste verwikkeling in de moeizame relatie tussen de huisvestingsmaatschappij en haar hoofdaandeelhouder, de stad, maakt het nog twijfelachtiger of men erin zal slagen de deadline van 2016 te halen voor het bekomen van Europese subsidies. Nu dat er eindelijk overleg wordt gepleegd tussen beide instanties, lijkt dat steevast uit te draaien op ruzie.

Apart RUP

Het stadsbestuur van Kortrijk geeft toe dat het misschien niet zal lukken de bouw- en renovatieprojecten van SHM Goedkope Woning tijdig te realiseren voor het bekomen van Europese subsidies. De uitwerking van een ruimtelijk uitvoeringsplan (RUP) voor de grondige renovatie van de sociale woonwijk Venning zou meer tijd in beslag nemen (15 maanden) dan de maatschappij zelf had ingecalculeerd.

Goed nieuws is dat het stadsbestuur nu toch (17 februari jl.) is gezwicht voor de eis van Goedkope Woning om een apart RUP te maken voor de sociale woonwijk. De stad wou eerder een algemeen RUP voor het hele stadsdeel aan de overkant van de Vaart; en dat zou nog langer hebben geduurd. De intercommunale Leiedal is aangesteld als ontwerper van het aparte RUP (nr. 9, tegen 22.069,40 euro).

Appartementen

Intussen is er een ander diepgaand meningsverschil opgedoken tussen het stadsbestuur (en Leiedal) en Goedkope Woning (en haar architect Buro II). Goedkope Woning wil het aantal woongelegenheden op de Venning uitbreiden van de huidige 163 - met veel te grote tuinen en restgronden - tot 200. Daartoe zou zij in een eerste fase in het bouwblok Damastweversstraat-Tapijtweversstraat (het deel aan de Vaart Kortrijk-Bossuit, Venning I, de witte huizen) de bestaande mini-huisjes vervangen door grotendeels appartementen. Het stadsbestuur ziet dat niet zitten. Voor het stadsbestuur en Leiedal kan er slechts een enkel flatgebouw komen op de oever van de Vaart (Spinnerijkaai), en voor het overige moeten het eengezinswoningen worden.

Goedkope Woning wil de eerste fase van de renovatie van de Venning zo vlug mogelijk realiseren om daar de bewoners van het later aan te pakken deel van de wijk (Venning II, de ongeschilderde huizen) te kunnen herhuisvesten. Aangezien er in het tweede deel aanzienlijk meer bewoners zijn dan in het bouwblok Damastweversstraat-Tapijtweversstraat, moet voor de herhuisvesting in het eerste deel het aantal woongelegenheden gevoelig toenemen. Dat zou de maatschappij willen oplossen met appartementen.

Er zou daarbij een grote verscheidenheid van woontypes komen: flatjes met één slaapkamer, appartementen met twee tot drie slaapkamers, duplexwoningen en zelfs 'kangoeroewoningen' (huizen met plaats voor de grootouders beneden en ouders met kinderen boven). In het verderliggende tweede deel van de Venning zou men dan de tuinwijkopvatting handhaven: eengezinswoningen met tuin in een groene omgeving. Om de overgang te maken tussen Venning I en Venning II zouden op het achterste deel van Venning I (Tekenaarslaan) toch nog een twintigtal eengezinswoningen met tuin worden behouden of nieuw gebouwd.

Tuinwijk

Het stadsbestuur is daar niet blij mee. Op aangeven van Leiedal kan de nagestreefde 'verdichting' (meer huizen op de beschikbare bouwgrond) ook worden bekomen zonder al die appartementen. Het zou volstaan met één enkel flatgebouw aan de Vaartkant van fase I (Spinnerijkaai). Daarachter zouden er in het bouwblok Damastweversstraat-Tapijtweversstraat alleen nog 'grondgebonden woningen' mogen komen. Het mindere aantal woningen zou dan moeten worden opgevangen door later ook op Venning II meer woningen te bouwen dan er nu staan (56 in plaats van 50). Leiedal heeft berekend dat haar voorstel toch nog 192 woonunits oplevert.

Die opvatting doorkruist evenwel verschillende uitgangspunten van Goedkope Woning. Vooreerst zal Venning I op die manier niet voldoende herhuisvestingsmogelijkheden bieden voor de opvang van de bewoners die bij de renovatie van Venning II hun huizen zullen moeten verlaten. Bovendien betekent de opvatting van stadsbestuur en Leiedal dat Goedkope Woning ook op Venning II meer woningen zal moeten slopen en nieuwbouwen dan de maatschappij van plan was. Meer kosten dus. En ten slotte zal er door die verdichting van Venning II nog minder overschieten van het groene karakter van de tuinwijk.

Op Venning I wil Goedkope Woning tussen de flats een semi-publieke groene ruimte creëren. Ook daar moet het stadsbestuur niets van weten. Het wil het behoud van de zogenaamde 'groene as' tussen de Vaart en het Juweliersplein (het centrale platsoen van Venning II). Die 'groene as' bestaat momenteel uit niets anders dan private tuinen die veel te groot zijn voor de meestal bejaarde bevolking.

Precedent

Het stadsbestuur is zeer op zijn hoede om op Venning I appartementen toe te staan. Het vreest een precedent te scheppen voor de toekomstige ontwikkeling van de oevers van de Vaart. Kortgeleden werd aan promotor Manchester nog een vergunning geweigerd om wat verderop aan de Vaart een flatgebouw neer te poten. De firma heeft genoegen moeten nemen met een dertigtal huizen met tuintjes.

Ook blijkt het stadsbestuur het niet zo goed te vinden dat op Venning I een grote concentratie zou komen van alleenstaanden en bejaarde koppels. Maar dat is nu eenmaal in toenemende mate het publiek van de sociale huisvesting. Vreest men misschien dat er geen kinderen genoeg zullen zijn om het - door niemand gewenste - schooltje te bevolken dat onderwijsschepen Jean de Bethune daar wil inrichten?

Parkings

Nog een ander conflict tussen het stadsbestuur en Goedkope Woning dient zich aan over de heraanleg van straten en pleinen (het 'openbaar domein'). Goedkope Woning wil de auto's doortastend weren uit grote delen van de wijk. De individuele garages en carports worden afgeschaft. Het 'masterplan' van de maatschappij gaat uit van een 'groen hart' van de wijk, zijnde een verkeersluw Juweliersplein. De wagens zouden verbannen worden naar collectieve parkeerruimtes, bovengronds in de Vennestraat en halfondergronds in het appartementencomplex Venning I.

Ook daartegen heeft het stadsbestuur bezwaren. Het vreest dat de Venningnaren hun wagens simpelweg in de straten met private woningen in de omgeving gaan achterlaten. De Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen (VMSW), de instantie die aan de sociale huisvestingsmaatschappijen investeringskapitaal verschaft, subsidieert slechts 0,6 parkeerplaatsen per woongelegenheid. Precies zoveel wil Goedkope Woning er inrichten op de Venning. Dat is veel te weinig, zegt het stadsbestuur, dat normaal een norm hanteert van 1,33 parkeerplaatsen per woonunit. Het compromis zou kunnen zijn: 1 parkeerplaats per woongelegenheid (dat is ook de richtlijn die de VMSW geeft). Uiteraard zal dat eveneens de kosten voor Goedkope Woning opdrijven. En lang niet elke sociale huurder beschikt over een eigen wagen.

Openbaar domein

Op het jongste overleg (24 maart 2010) tussen Goedkope Woning en het stadsbestuur (technische werkgroep) kwam plots tot uiting dat Goedkope Woning de financiering van het openbaar domein nog helemaal niet rond had. Die heraanleg maakt geen deel uit van het dossier voor de Europese subsidie (ECO-Life) en er blijkt nog geen aanvraag te zijn voor financiering door de VMSW. Nochtans is de normale gang van zaken dat de aanleg van de openbare ruimte bij een soclaal bouwproject wordt gesubsidieerd door de VMSW op voorwaarde dat de stad bereid is die straten en pleinen achteraf over te nemen. Hier schuilt nog een ander addertje onder het gras. Stad Kortrijk heeft tot nu toe altijd geweigerd het openbaar domein van de sociale wijk Venning over te nemen, zogezegd omdat de aanlegplannen ontbraken...

De heraanleg van het openbaar domein beperkt zich niet tot wat er boven de grond te zien is. Er moet ook een nieuwe riolering komen, met een gescheiden afvoer van afvalwater en regenwater. En waarschijnlijk moeten er ook nieuwe nutsleidingen komen (water, gas, stroom, kabelTV, telefoon en internet). Leiedal raamt die extra kosten zeer ruw op 1,75 miljoen euro. Het stadsbestuur dringt er dan ook op aan om mee te mogen gaan onderhandelen met de VMSW om toch subsidies te bekomen voor de aanleg van straten en pleinen. Het belooft daarbij om de heraangelegde openbare ruimte uiteindelijk - na meer dan 50 jaar! - over te nemen.

Europese subsidies

Over al die kwesties moeten het stadsbestuur en Goedkope Woning het eens zien te geraken eer voormeld RUP kan worden uitgewerkt. Hoeveel extra vertraging zal die verwikkeling weer veroorzaken? Daardoor zou het wel eens kunnen dat Goedkope Woning voor drie miljoen euro Europese subsidies zou verliezen! Goedkope Woning doet immers samen met projecten in Höje Taastrup, Denemarken en Birstonas, Litouwen mee aan het Europese project ECO-Life (Concerto-programma). Een van de voorwaarden om de omvangrijke subsidie in de wacht te slepen is dat het project tegen 2016 wordt voltooid.

Het project dat Goedkope Woning heeft ingediend betreft niet alleen de grondige renovatie van haar Venning-wijk. Daaraan is ook een nieuwbouw gekoppeld in de Meensestraat. Zie mijn stuk van 1 maart jl. Ook daar zit het niet lekker tussen Goedkope Woning en haar hoofdaandeelhouder, het stadsbestuur. Zopas heeft het stadsbestuur voor dat project geweigerd een gunstig advies af te leveren bij de aanvraag van een stedenbouwkundige vergunning.

Communicatie

Een lichtstraaltje in dat donkere dossier is dat het stadsbestuur intussen heeft besloten geen grond van Goedkope Woning af te pakken op de Venning. Eerder gingen stemmen op om voor 'een betere (?) sociale mix' enkele kavels op te eisen voor private kavels of voor koopwoningen.

Typerend voor de gebrekkige communicatie tussen de stad en haar sociale huisvestingsmaatschappij is dat bij de bespreking van dit dossier in het college van burgemeester en schepenen (31 maart 2010) schepen Guy Leleu afwezig was. De schepen zetelt al jaren in de raad van bestuur van Goedkope Woning. De aanslepende discussies doen eveneens de communicatie met de huidige bewoners geen goed. Wat kan men aan die mensen vertellen als men zelf nog niet met zekerheid kan zeggen waar men zal uitkomen?

Vennestraat1

22:17 Gepost in Algemeen | Permalink | Commentaren (3) |  Facebook |

05-04-10

De jurisprudentie van de parkeersancties in Kortrijk (6): eigenaar rode Ferrari kan zich niets herinneren van enige overtreding

parking Broeltorens1

De kroniek van het parkeerbonnenbeleid in Kortrijk gaat verder. Deze keer doet het stadsbestuur als bezwaarrechter uitspraak over volgende kwesties. Waarom vlieg ik als eigenaar op de bon als mijn wagen werd gebruikt door een andere? Is het redelijk dat ik pas twee maanden later van Parko verneem dat ik een bon heb opgelopen? Kun je wel bonnen uitschrijven in straten waar het niet duidelijk is welke parkeerregeling er geldt?

Stuur de naheffing naar onze Amerikaanse logés

Niet minder dan drie naheffingen van 15 euro (in Knokke is het 20 euro, heb ik vorig weekend aan den lijve ondervonden) kreeg een koppel in de bus. Hun wagen was drie zomerdagen naeen aangetroffen in de Beverlaai. Daar geldt een blauwe zone waarin men hoogstens vier uur zijn wagen mag achterlaten. In hun bezwaarschrift expliceren de bestraften dat zij toen zelf op reis waren. Zij deden aan huisruil met een Amerikaans koppel, dat ook hun wagen mocht gebruiken. Die overzeese gasten waren absoluut niet vertrouwd met de finesses van de Europese - laat staan Kortrijkse - parkeerregeltjes. Zij waren eerlijk in de waan dat zij dicht bij het station de wagen gratis op een vrije plek konden stallen. Onbewust van enig kwaad hadden zij de trein genomen om een drietal dagen Amsterdam te gaan verkennen.

Zonder de illusie dat het stadsbestuur enig begrip zou hebben voor die bijzondere omstandigheden, vindt het Belgische koppel het toch maar logisch dat niet zij maar de Newyorkers de naheffingen zouden betalen. In het bezwaarschrift staat meteen al het adres vermeld waarnaar Parko de bonnen kan opsturen.

Het stadsbestuur zwicht niet. Artikel 3 van de wet van 22 februari 1965 zoals gewijzigd door de programmawet van 22 december 2008 (Belg. Staatsblad 29 december 2008) bepaalt dat "de niet-geïnde parkeergelden ten laste gelegd worden van de houder van de nummerplaat". Het stadsbestuur geeft het koppel dan ook de raad zelf te proberen die 45 euro te recupereren van hun Amerikaanse huisruilers. Ik denk niet dat beroep tegen deze uitspraak enige kans maakt, gezien de federale wetgeving.

Ik weet het absoluut niet meer...

Van Rossem is het niet. Toch rijdt de bezwaarschrijver in kwestie met een rode Ferrari. Raar dat Parko in zijn advies aan het stadsbestuur nooit merk of kleur van verkeerd geparkeerde wagens vermeldt, behalve als het gaat om Ferrari en rood - hihi. Hij stond op 9 september 2009 in de Hoveniersstraat, blauwe zone, zonder parkeerschijf.

"Euh?" reageert de sportieve chauffeur in zijn bezwaarschrift: "Ik weet begot niet meer dat ik daar ooit heb geparkeerd". Hij verklaart dat hij pas twee maanden later een aanmaning kreeg om die 15 euro te betalen en dat die termijn te lang is om zich nog iets van die historie te herinneren.

Dit lijkt een wel heel doorzichtige smoes, maar dat is het niet. Eigenlijk lijkt de bezwaarschrijver het argument 'undue delay' te willen aanwenden. In een internationaal verdrag zoals het Europees Verdrag ter bescherming van de Rechten van de Mens (EVRM) zijn bepalingen opgenomen om een behoorlijke behandeling te garanderen aan wie een sanctie dreigt te krijgen van de overheid - artikel 6 EVRM. Hiertoe behoort het beginsel dat een verdachte het recht heeft dat zijn zaak zo spoedig mogelijk berecht wordt 'within a reasonable time'. Een verdachte heeft het recht op een uitspraak zonder 'undue delay' (onnodige vertraging). Zo niet volgt een buitenvervolgingstelling.

Wanneer een termijn onverantwoord lang duurt, hangt af van de omstandigheden, zoals de ingewikkeldheid van de zaak. In een parkeerbonkwestie is de zaak poepsimpel en dus een redelijke termijn erg kort. Maar of twee maanden onredelijk is, durf ik te betwijfelen. Hier besprak ik ooit een geval waarin het bijna een jaar duurde eer het stadsbestuur de knoop doorhakte.

In elk geval heeft het stadsparkeerbedrijf Parko zich in zijn advies al op voorhand willen indekken tegen de beschuldiging van 'undue delay'. Het vermeldt dat er om te beginnen door de parkeerwachter onmiddellijk een briefje onder de ruitenwisser is gestopt. En bovendien werd vijf dagen later per post een eerste factuur naar de eigenaar van de wagen gestuurd. Kan wel zijn, maar kan Parko dat bewijzen?

Er was geen enkel verkeersteken zichtbaar

Twee bezwaren waren gestoeld op hetzelfde argument: het was absoluut niet duidelijk dat ik daar mijn parkeerschijf moest plaatsen. De ene foutparkeerder, een Wevelgemnaar, zag een vrij plekje in de voor hem onbekende Pater Beckstraat. Nadat hij er zijn auto had ingepurmd, heeft hij nog speciaal de straat afgelopen op zoek naar enig verkeersbord met betrekking tot parkeren. Hij vond er geen enkel - er staan er ook geen - in tegenstelling met de straten daarrond. Het andere slachtoffer van een naheffing reed de Hoveniersstraat binnen op een moment van grote wegwerkzaamheden. Daar staan wel parkeertekens - blauwe zone - maar ze waren aan het oog onttrokken door al het zware bouwmaterieel dat daar aan de slag was.

Het stadsbestuur is niet te vermurwen. Beide straten maken deel uit van de blauwe zone ten zuiden van het station. Men kan er maximaal vier uren gratis zijn auto achterlaten op voorwaarde dat men zijn parkeerschijf uitzet. De zone is gecreëerd om het voor treinpendelaars onmogelijk te maken hun wagen in die woonstraten heel de dag achter te laten.

Artikel 27.1.1 van het Verkeersreglement zegt over de blauwe zone ("zone met beperkte parkeertijd"): "Het begin en het einde van die zone worden aangeduid door een verkeersbord (...)". Volgens het stadsbestuur betekent dit dat het niet nodig is in elke straat van die zone die borden te herhalen. Er staan er op de grens van de zone, aan alle ingangen (Doorniksewijk, Minister Tacklaan, Aalbeeksesteenweg en Loofstraat).

Het stadsbestuur is evenwel niet consequent. In verschillende straten in de zone staan inderdaad toch 'herhalingsborden' om de parkeerders attent te maken op de reglementering. Het schept dan op zijn minst verwarring door in bepaalde straten geen van die borden te plaatsen. Ik weet nog niet zo zeker of de bezwaarschrijver het in beroep bij de rechtbank van eerste aanleg in Brugge niet zou halen.


De vorige becommentarieerde parkeerbonuitspraken van het stadsbestuur vind je met volgende links:

Jurisprudentie parkeersancties 1

Jurisprudentie parkeersancties 2

Jurisprudentie parkeersancties 3

Jurisprudentie parkeersancties 4

Jurisprudentie parkeersancties 5

23:29 Gepost in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

30-03-10

Al met al weinig criminaliteit in Kortrijk

voorkant station

De criminaliteit die ter ore kwam van de Politiezone Vlas is vorig jaar toegenomen met bijna zeven percent. Dat blijkt uit het 'criminaliteitsbeeld' zoals Hilde Wylin, strategische criminaliteitsanaliste van de zone, dat jaarlijks bijeencijfert. Maar geen paniek: de stijging is te wijten aan meer aangegeven fietsdiefstallen en aan overlastfeiten zoals wildplassen en achterlaten van tijdelijke reclameborden. Het valt dus best mee. Zware misdrijven zoals autodiefstallen, inbraken in gebouwen, gewelddiefstallen (sacochegrijpers onder andere), en 'misdrijven tegen de persoon en het gezin' deden zich minder voor dan het jaar voordien. Op de Politieraad vernam men overigens ook dat de camera's die door de NMBS zijn geïnstalleerd om fietsdiefstallen aan het station tegen te gaan, hun werk niet hebben gedaan. Fietsdieven zijn niet herkenbaar op de beelden. Maar met deskundig advies van de politie wordt het probleem opgelost door de camera's beter te richten en af te stellen.

Crime index

In de Politieraad van 29 maart 2010 begon strategisch analiste Hilde Wylin met de vaststelling dat de criminaliteit, zoals geregistreerd door de Politiezone Vlas (!), vorig jaar met bijna 7% was gestegen. Bovendien hebben veruit de meeste aangiften op het politiebureau betrekking op stad Kortrijk (niet minder dan 90% van de door de lokale politie vastgestelde delicten, een stijging met 8%). In de twee andere deelgemeenten van de zone ligt de vastgestelde criminaliteit veel lager: 8% in Kuurne (een daling met 4%) en amper 2% in Lendelede (een status quo).

Is er reden tot paniek? Beheerst de onderwereld onze lokale samenleving? Wylin schudde sussend het hoofd. Weliswaar steeg het risico van de Kortrijkzanen om slachtoffer te worden van een misdrijf (de 'criminaliteitsgraad') met een zuchtje. Op 1000 inwoners zijn er per maand nu 7,5 die geconfronteerd worden met iets wat niet pluis is - let wel: dat kan gaan van iets ergs als een autodiefstal tot wat vochtigheid van een wildplasser tegen je gevel... Per vierkante kilometer (zeg maar 33 meter op 33 meter) werden er vorig jaar per maand 6,7 'feiten' aangegeven (de 'criminaliteitsdichtheid); dat is ongeveer 2 'feiten' (of feitjes) per bouwblok.

Dat zegt allemaal niet veel over de echte onveiligheid in onze politiezone. Daarom berekende de criminaliteitsanaliste ook de 'crime index'. Die index geeft een beeld van de ernst van de feiten die de mensen echt als crimineel aanvoelen: het is een (op een bepaalde manier berekende) som van het aantal autodiefstallen, het aantal inbraken en geweldplegingen (misdrijven tegen de lichamelijke integriteit: van moord tot onopzettelijke doding maar hoofdzakelijk familiaal geweld) per 1000 inwoners. Die objectieve onveiligheidsindex daalde vorig jaar (van 493 in 2008 tot 461). Al met al is Kortrijk dus geen onveilige stad.

Fietsdiefstallen

Van de zowat 8300 vastgestelde feiten in 2009 betroffen er bijna 5000 misdrijven tegen de eigendom, 1140 misdrijven tegen de persoon en het gezin, 474 misdrijven tegen de openbare orde en veiligheid en zowat 1400 inbreuken op bijzondere wetten.

De misdrijven tegen de eigendom stegen in 2009 met 3% (+138). Die stijging is volkomen toe te schrijven aan de toename van het aantal aangiften van fietsdiefstallen (+194) en het is daarbij niet helemaal duidelijk of er echt wel meer velo's zijn gepakt. Opvallend is dat de meeste fietsdiefstallen worden geregistreerd in de maanden kort voor en kort na de grote vakantie voor studenten (juni, september en oktober).

"Het probleem doet zich vooral voor in de stationsbuurt" zei Hilde Wylin. Korpschef Stefaan Eeckhout preciseerde dat de NMBS wel degelijk camera's heeft geplaatst om fietsdieven op heterdaad te kunnen betrappen en om ze daarmee af te schrikken. Maar wat blijkt? Die camera's zijn niet goed afgesteld en niet goed gericht. Men kan er wel fietsdieven in actie zien maar de kwaliteit van de beelden is niet voldoende om er iemand afdoende op te herkennen. De lokale politie is intussen met de Spoorwegen overeengekomen om ze te adviseren bij de plaatsing en de afstelling van de camera's. Binnenkort krijgen fietsdieven hun verdiende loon - het blijft immers diefstal en met een dergelijke vlek op je 'bewijs van goed zedelijk gedrag' kun je nog grote moeilijkheden krijgen bij het solliciteren!

Ford Fiesta

Goed nieuws is dat de diefstallen uit voertuigen blijven afnemen. Het blijkt niet meer zo interessant om autoradio's en gps-toestellen mee te pakken. De diefstallen van auto's zelf neemt eveneens lichtjes af. Grote sjieke bakken zijn eigenaardig genoeg niet meer in trek bij de boeven. Naar verluidt, zijn de veiligheidsaccessoires veel te goed geworden. Je zal maar eens een nieuwe Mercedes kraken om na een kilometer in het midden van de weg onherroepelijk stil te vallen... Het gaat nu meestal om 'gebruiksdiefstallen' en daarvoor neemt men liever een middenklassewagen. Het meeste aantrek heeft Ford Fiësta (11 diefstallen), en voorts Peugeot, Citroën en Renault (elk 6).

In 2009 waren er jammer genoeg 3 carjackings. De 'homejackings' (autosleutels met geweld stelen in een woning vooraleer men met de wagen op de loop gaat) waren er niet. De garagediefstallen zakten van 18 naar 6 feiten, maar hierbij werden dan wel de exclusieve wagens geviseerd (Renault Espace bijvoorbeeld).

Reputatie

Nog goed nieuws: ook de gewelddiefstallen en afpersingen verminderen, voor het eerst sedert 2003, tot nog 144 gevallen. Hieronder vallen bijvoorbeeld het wegritsen van handtassen, die vorig jaar bijna halveerden. Meer dan halveren deden de gewapende overvallen, van 18 in 2008 tot nog 8 vorig jaar. Wat dan wel weer toeneemt, is het zakkenrollen, vooral in de Kortrijkse winkelstraten. Zou het succes van K ook de pickpockets aantrekken, dit jaar dan? Vorig jaar waren er 119 aangiften.

En zelfs de inbraken in gebouwen namen af in 2009. Vooral horecazaken en winkels hadden minder te lijden van ongewenst bezoek. In woningen waren er niet minder maar ook niet meer inbrekers dan in 2008, een 330-tal. Hier doet zich een merkwaardig verschijnsel voor.

In Kortrijk, Kuurne en Lendelede gaan de inbrekers het liefst op vrijdag- en zaterdagavond op pad. Onze zone heeft bij de onderwereld blijkbaar een serieuze reputatie wat uitgaan betreft. Elders in het land slaan de inbrekers meer toe overdag tijdens de werkweek en in de vooravond in 't weekend. In niet-woningen blijft de nacht het geprefereerde moment om te gaan roven. Ondanks de algemene daling van het aantal inbraken in niet-woningen, blijft de plaag groeien in scholen. Volgens Stefaan Eeckhout zijn er nauwelijks preventieve maatregelen mogelijk: het gaat om uitgestrekte gebouwen (niet minder dan 134) met honderden ramen en diverse toegangen en bovendien ligt in die schoolgebouwen heel wat aantrekkelijke buit.

Drugs

De misdrijven tegen de persoon en het gezin daalden lichtjes (met 2%). Er waren minder opzettelijke slagen en verwondingen zowel binnen als buiten het gezin. De vechtpartijen bleven status quo, een honderdtal - toch veel eigenlijk. Belaging (alle vormen van pesterij, stalking inbegrepen) nam wat toe. Er waren 6 pogingen tot doodslag (waarvan de helft binnen het gezin) en 2 moordpogingen.

Een sterke stijger vorig jaar was de categorie misdrijven 'tegen de openbare orde en veiligheid', van 360 tot 474 feiten. Maar bij nader toezicht blijkt het de verergering vooral te wijten aan fraude bij regularisatie-aanvragen - er was dan ook een regularisatiecampagne bezig en voor sommigen was het nu of nooit. Met 6% stegen de inbreuken op de bijzondere wetten. Daarbij stegen onder meer de niet-inschrijvingen in het bevolkingsregister - die feiten worden uitsluitend vastgesteld door aangifte van gerechtsdeurwaarders op zoek naar ondergedoken mensen met schulden.

De feiten die te maken hebben met drugs stegen ook aanzienlijk, maar dat is niets anders dan het resultaat van een actievere bestrijding van de drugshandel door de politie.

Overlast

Openbare dronkenschap, milieudelicten en 'inbreuken tegen de voetbalwet' daalden! En dan is er nog de categorie 'overtredingen tegen het lokaal politiereglement'. Die overtreders namen in aantal toe. Gaat dat om zware criminaliteit? Bah neen, het betreft meer overlast. De meeste gevallen zijn bijvoorbeeld het achterlaten van 'tijdelijke reclameborden', wildplassen, nachtlawaai en sluikstorten. Dergelijke overtredingen worden voortaan bestreden met gemeentelijke administratieve sancties (GAS) en vallen niet meer onder het vervolgingsbeleid van procureur en strafrechter.

Een aanzienlijk aantal feiten betrof in 2009 dan nog een verwikkeling met de Kortrijkse taxibedrijven. De chauffeurs moeten bepaalde attesten bij zich hebben en worden daarop gecontroleerd door de verkeerspolitie. Iedere keer dat er een zijn papieren vergeten had, is dat meegerekend als een vaststelling. Maar er is geen een effectief bestraft; het volstond dat zij binnen de kortste keren hun attesten kwamen tonen op het politiekantoor.

10:24 Gepost in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

28-03-10

Weer militair materieel op weg naar Risquons-Tout

Gebr. David Risquons-Toutstraat5

Op maandag 29 maart 2010 om 7 uur 's morgens is het precies 162 jaar geleden dat een revolutionair legertje in de nabijheid van Kortrijk vanuit Frankrijk België probeerde binnen te vallen. Meer bepaald in het gehucht Risquons-Tout. De raid mislukte deerlijk, door toedoen van troepen die in Kortrijk waren gekazerneerd. Vandaag de dag staan in de Kortrijkse Risquons-Toutstraat (op de grens met Moeskroen) weer militaire voertuigen opgesteld. De firma Gebr. David Lauwe nv kreeg van het stadsbestuur opnieuw een vergunning om 300 legerwagens te stallen in afwachting van doorverkoop. Het is de commerçant wel verboden om na 19 uur en voor 7 uur materieel aan te voeren.

Ik geef toe: het verband tussen de onfortuinlijke revolutionairen en de stelplaats van afgedankte legervoertuigen is op zijn minst bij het haar getrokken. Maar ik wou even de verjaardag herdenken van een vergeten episode in onze vaderlandse geschiedenis en ik vind het bestaan van een echte onvervalste legerstock op het grondgebied van Kortrijk toch ook wat aandacht waard.

Revolutiejaar

1848 was in heel Europa een revolutiejaar. In Frankrijk slaagde een zoveelste revolutie erin om koning Louis-Philippe - nochtans de koning-burgerman genoemd - af te zetten en de tweede Republiek uit te roepen. De bourgeois-koning was eveneens schoonvader van de eerste Belgische koning Leopold I. Het was niet denkbeeldig dat de Franse radikalen die er de macht hadden veroverd, ook naar het 'protectoraat van de afgezette koning' zouden oversteken. Op hetzelfde moment waren de radicale elementen uit de coalitie die België had afgescheurd van het Nederlandse koninkrijk, door de conservatieve krachten weggepest, vervolgd en verbannen. Veel van die radikalen hielden zich op in Parijs. Omdat toen tegelijk in België een zware economische recessie heerste met extreme armoede en werkloosheid, zagen die radicale elementen een mogelijkheid om ook in ons land een meer democratisch bewind te installeren.

Zonder de Franse steun waarop zij hadden gehoopt, vormden zij een legertje dat op 29 maart 1848 om 7 uur 's morgens de grens overstak in het gehucht Risquons-Tout (een toepasselijke naam!). In België was men niet verrast. Spionnen en wellicht ook de Franse overheid zelf hadden de autoriteiten ingelicht. De dagen voordien werden daarom 700 militairen bijeengebracht in het garnizoen in Kortrijk, in verhoogde staat van paraatheid.

Gebr. David Risquons-Toutstraat 2

Bethune

De toenmalige burgemeester Felix Bethune - de familie kreeg pas later de adelijke 'de' voor de naam, zoals gedragen door de nazaten Emmanuel (burgemeester van Kortrijk 1995-2000) en Jean (huidig schepen van Kortrijk) - vaardigde in die spannende dagen twee berichten aan de bevolking uit. Beide proclamaties waren veeleer gericht tegen opstandigheid van de eigen bevolking dan tegen aanvallers vanuit het buitenland. Vooreerst richtte hij opnieuw de burgerwacht op: een gewapende militie van beter gegoeden. En voorts kondigde hij een samenscholingsverbod af voor meer dan vijf personen. Hij vreesde blijkbaar een herhaling van relletjes van armen en werklozen zoals die er geweest waren in de tijd van de Belgische onafhankelijkheidsstrijd tegen de Nederlandse koning achttien jaar eerder.

In Kortrijk raakte al op 21 maart 1848 bekend dat zowat tweeduizend revolutionairen vanuit Rijsel oprukten naar de Belgische grens. Toen het eerste schot viel, zoals gezegd bij het krieken van de dag op 29 maart, had de helft van het legertje het al opgegeven. Na niet langer dan twee uur hadden de Belgische kanonnen en soldaten het pleit al gewonnen. Tachtig invallers werden gevangen genomen, 48 waren er gewond of gedood. De gevangenen werden eerst in Kortrijk opgesloten en dan om veiligheidsredenen naar Leuven en Diest getransfereerd.

Van puur verschot haastten de Belgische autoriteiten zich evenwel om het bestuur van ons land een klein beetje democratischer te maken. Het bleef zo dat alleen de bezittende klasse mocht gaan stemmen, maar voortaan was het stemrecht niet uitsluitend meer gereserveerd voor de superrijken. En het zegelrecht op de dagbladen werd afgeschaft zodat nu ook de mening van de minder kapitaalkrachtigen in gazetten aan bod kon komen. Toch heeft het nog meer dan zeventig jaar geduurd eer het algemeen enkelvoudig stemrecht (voor de mannen dan toch) werd ingevoerd.

Afgedankt

Ik moest aan die schermutseling in Risquons-Tout denken toen ik vernam dat een marchand van afgedankt legermateriaal, in de Risquons-Toutstraat (in de Kortrijkse deelgemeente Aalbeke), een vergunning kreeg om zijn stelplaats van militaire voertuigen voort te zetten. Overigens zijn de onvervalste legerstocks zeldzaam geworden op het grondgebied van Kortrijk. Het gaat om het bedrijf Gebr. David Lauwe nv, op de grens met Moeskroen, juist over de spoorweg naar Rijsel.

De legerstock kreeg reeds in 1998 een vergunning van tien jaar voor het uitbaten van een stelplaats in open lucht van maximum 300 voertuigen andere dan personenwagens. Die vergunning werd verlengd met tien jaar in 2008. Om een of andere reden is thans een nieuwe vergunning aangevraagd, waarbij werd gepreciseerd dat het  legervoertuigen betreft.

Verstrengd

Rond heel het terrein staat een afsluiting in Ursusdraad, 2,5 meter hoog. Voor daar een voertuig wordt afgezet, wordt eerst gekeken of wel degelijk de batterij is verwijderd en alle olie en brandstof zijn afgetapt. Zo voorkomt men bodemverontreiniging. Ter plekke wordt aan het stoere rollend materieel niet gewerkt. Het enige wat er gebeurd is bijeenbrengen tot er liefhebbers opdagen om ze mee te nemen na aankoop. Ik vraag mij wel af wie in dat kakituig geïnteresseerd is; zo een gepantserde vrachtwagen is nu niet direct iets wat een verzamelaar op zijn schouw kan zetten. Hoeveel gaat daarvan richting Afrika of andere onrustige gebieden? Naar verluidt, wordt het gros inderdaad naar Afrika verscheept, maar niet voor militaire doeleinden wel om de onverharde wegen te kunnen trotseren.

Het stadsbestuur gaat akkoord met de aanvraag. Wel worden de voorwaarden in de nieuwe vergunning wat verstrengd. Het stapelterrein ligt volgens het Gewestplan deels in een zone voor milieubelastende industrie en deels in agrarisch gebied en in 'collectief te optimaliseren buitengebied'. Op beide laatste delen van het terrein (40 meter) mag de commerçant geen ex-legercamions meer plaatsen. Overigens valt dat rollend materieel in zijn camouflagekleuren nauwelijks op tussen de struiken. Voorts is het de Gebr. David verboden wagens aan en af te voeren tussen 19 en 7 uur. In de eerdere vergunningen mocht de expolitant nog tot 20 uur transportactiviteiten uitoefenen.

Gebr. David Risquons-Toutstraat4

21:42 Gepost in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

26-03-10

Lenteschoonmaak in de Kortrijkse ophaalronde bedrijfsafval

container detail

In Kortrijk organiseert de stad de ophaling van bedrijfsafval. Om de drie maanden krijgen de aangesloten bedrijven een factuur toegestuurd. Per 1 maart jl. heeft het stadsbestuur in één trek niet minder dan vijftig bedrijven uit de ophaalrondes geschrapt. Reden: zij hadden op het einde februari 2010 hun factuur voor de periode juli-september 2009 nog niet betaald, zelfs niet na twee aanmaningen. Het gaat om bedragen van 15 tot 1100 euro. Onder de aangeslotenen zitten enkele merkwaardige namen...

Ophaalrondes

In Kortrijk kunnen handelszaken en bedrijven af geraken van hun afval dat met huishoudelijk afval kan gelijkgesteld worden, door een ophaling die door de stad zelf wordt aangeboden. De prijzen zijn zeer schappelijk, hoewel OpenVLD-gemeenteraadslid Hans Masselis iedere keer weer laat horen dat het bij de privésector (Van Gansewinkel bijvoorbeeld) goedkoper is. Toch blijven opvallend veel zaken aangesloten bij de stedelijke ophaalronde.

Zou dat om de service zijn? Feit is dat de 'vuilkar' elke werkdag passeert binnen de kleine ring en een keer per week erbuiten. Het afval mag worden aangeboden in containers van 1,1 kubieke meter (1100 liter) of in kleinere plastieken bakken van 240 liter. Per uitzondering kan men ook speciale afvalzakken kopen tegen 2 euro per stuk. De tarieven (een retributie) zijn de volgende: per container 30 euro en per plastieken bak 15 euro. Ook voor papier en karton is er een aparte bedrijfsophaling, om de twee weken, tegen 200 euro per jaar.

Boiten

Het stadsbestuur heeft nu beslist niet minder dan 50 aangeslotenen uit de ophaalronde te schrappen. Na twee aanmaningen hadden die zaken eind februari 2010 nog altijd hun factuur van de drie zomermaanden van 2009 niet vereffend. Als ze nu vlug betalen, kunnen ze zich weer inschrijven, maar dat kost hen dan 12,5 euro herinschrijvingskosten extra.

Onder de wanbetalers zitten enkele merkwaardige 'boiten'. Zo sleept het Justitiehuis, Burgemeester Nolfstraat 51, met een factuurtje van 90 euro; dat is nochtans een overheidsinstelling. Dan heb je al eens een minister van Justitie uit Kortrijk! Een zwaardere factuur (660 euro) is onbetaald gebleven van het Middenstandshuis, de bureaus van Unizo, een van de steunpilaren van de Kortrijkse meerderheid. Zelfs een van de grootste mediabedrijven van ons land, Roularta, mag een andere oplossing zoeken voor zijn Kortrijkse vestiging nadat een factuur van 195 euro onbetaald bleef. En ook raar is dat het sociale-economiebedrijf Skateconstruct-Speel-O-Kee cvba - het zou mij verwonderen als burgemeester Lieven Lybeer daar geen voorzitter van is, in elk geval steunt de stad het tewerkstellingsinitiatief - een factuur van 105 euro niet voldeed.

De achterstallige bedragen per bedrijf schommelen tussen 15 euro - is dat voldoende om iemand te schorsen? - en 1110 euro. In totaal gaat het om een tegoed voor de stad van 10.698 euro, of 214 euro per aangeslotene gemiddeld.

Zwevegemsestraat

Als je de ligging van de geviseerde zaken bekijkt, blijken er nogal wat gesitueerd te zijn in de straten die van de zomer geconfronteerd werden met de grote wegenwerken voor de doortocht naar K in Kortrijk: Zwevegemsestraat en Oudenaardsesteenweg. Maar geen enkele zaak van de veel- en langgeplaagde Wijngaardstraat. En dan toch wel enkele bedrijven van bijvoorbeeld het Kennedypark.

Wat er ook van zij, ik zou als bedrijf niet op die lijst willen staan. Dat lijk mij niet bevorderlijk voor mijn solvabiliteitsfaam.

21:15 Gepost in Algemeen | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |

24-03-10

Kortrijks vergeten spoorweghotel verdwijnt helemaal

Gouden Arend1

Vier eerdere pogingen mislukten. Maar thans heeft een promotor een vergunning vast om een van de oudste herinneringen aan de beginjaren van de spoorweg in Kortrijk te slopen. Er komt een riant appartementsgebouw in plaats van de vermolmde woonkazerne in de Sint-Jorisstraat. Maar die grijze opeenstapeling van armenkamertjes was ooit het sjieke spoorweghotel L'Aigle d'Or (1840-1865). Jammer? Eigenlijk niet. De gouden arend is immers al lang de nek omgedraaid door diverse verbouwingen/verminkingen. Al die mensonwaardige woonhokken (15-tal) moeten wel flink hebben opgebracht. De vergunning die het stadsbestuur nu verleent, werpt overigens een merkwaardig licht op het zogenaamde 'gabarietenplan' dat in Kortrijk wordt gehanteerd.

L'Aigle d'Or

In het advies van de dienst Stadsplanning en Ontwikkeling wordt het bouwvallige maar toch nog altijd majestueuze gebouw Sint-Jorisstraat 23-31 omschreven als 'een laat negentiende-eeuws herenhuis, dat in de loop der jaren danig verbouwd en uitgebreid werd tot een meergezinswoning'. Dat het danig verbouwd is, klopt. De rest niet. Op het stadhuis zitten zij er minstens een halve eeuw naast. En een herenhuis is het pand nooit geweest. Zijn eerste bestemming was hotel.

Merkwaardig dat geen van de lokale geschiedenisfanaten of volkskundigen dit gebouw ooit in verband hebben gebracht met het hotel L'Aigle d'Or. Maar ik kan begrijpen waarom. Er bestaan van dat hotel (1840-1865) schitterende prenten, onder meer afgedrukt op 'porseleinkaarten' (zie het standaardwerk Kortrijk op porseleinkaarten 1840-1865, van Egied Van Hoonacker, p. 116-120). Op die prenten staat het hotel steevast afgebeeld met op de voorgrond een stoomlocomotiefje waarachter een tender, enkele reizigerswagonnetjes en een of twee goederenwagonnetjes, op weg naar het station van Kortrijk.

Waterlijsten

Maar op bepaalde prenten heeft het hotel negen traveeën (vensters of deuren recht boven elkaar), terwijl de ruïne vandaag er maar zeven heeft. Maar in die tijd was het niet uitzonderlijk dat reclame een beetje overdreef en een gebouw groter uitbeeldde dan in werkelijkheid. Bovendien bestaan er wel degelijk lithografieën uit die tijd waarop het hotel slechts met telkens zeven vensters per verdieping te zien is.

Het ultieme bewijs dat het hier wel degelijk gaat om L'Aigle d'Or vind ik in de 'waterlijsten', die de gevel een horizontaal accent gaven over zijn hele breedte (19,08 meter), juist boven de gelijkvloerse verdieping en onder de oorspronkelijke kroonlijst boven de vensters van de tweede verdieping. En ook de 'doorgetrokken lekdrempels' (externe vensterbanken) over de hele gevelbreedte, zowel onder de (grote) vensters op de eerste verdieping als onder de bescheidener vensters van de tweede verdieping zijn exact zoals op de oude prenten. Die horizontale gevellijnen zijn in de loop der tijden blijven bestaan, en zijn zowel terug te vinden op voormelde kaarten als op het bestaande pand.

Hierbij een prent geleend van de gespecialiseerde spoorwegblog Spoorvreter (http://spoorvreter.be/allerlei/1850.jpg). Het originele aan die prent is dat het treintje wegrijdt van het station van Kortrijk in plaats van ernaar toe.

1850 hotel

Saint Georges

Een ander teken dat het hier om het hotel van 1840 gaat, kun je zien in de verdeling van de later verbouwde gelijkvloerse verdieping in vier commerciële ruimten. Er zijn drie wat bredere winkeltjes, met telkens de breedte van twee gevelvensters en een wat smaller deel, het tweede van links. Dat smallere deel heeft precies de afmetingen van de vroegere inrijpoort voor de koetsen, zoals die staat afgebeeld op de oude kaarten.

Het gebouw in de Sint-Jorisstraat is opgericht rond 1840, nog geen jaar nadat de spoorlijn Gent-Kortrijk op 22 september 1839 plechtig in gebruik was genomen. Die spoorlijn was een van de eerste op het Europese continent - in Frankrijk begon men pas in 1842 met de uitbouw van een spoorwegennet. Als gevolg van de bouw van de spoorlijn en het Kortrijkse station ontwikkelde zich een heel nieuwe wijk aan de rand van het toenmalige centrum. Tot die wijk behoorde ook de Sint-Jorisstraat, volgebouwd in 1841. De straat kreeg die naam omdat zij leidde naar het Parc Saint Georges (dat nog altijd bestaat in de Doorniksewijk), het terrein van een van de schuttersgilden van de Kortrijkse upperclass.

Orangisten

Ondernemende welstellende Kortrijkzanen dachten blijkbaar dat het spoor veel bezoekers en rijkdom naar de stad zou brengen. In dat niet belangloze optimisme past de bouw van het hotel L'Aigle d'Or. Het was een initiatief van de uitbaters van het gelijknamige, oudere café in de Doornikstraat; beide panden waren met elkaar verbonden. De logiesactiviteiten werden gescheiden van het restaurant en de herberg om de rust te verzekeren van de gasten.

De herberg in de Doornikstraat - het pand bestaat nog maar het is nu een winkel - dateert van 1830 en is opgericht door de Orangisten. De Orangisten waren rijkere Kortrijkzanen die aanhangers waren van het Hollandse bewind en tegenstanders van de Belgische onafhankelijkheid. Ondanks hun Hollandse gezindheid waren ze erg francofoon. Later zochten ze aansluiting bij de liberale strekking. Ook voormelde club van Parc Saint Georges was in de beginjaren van België een verzamelplaats van Orangisten. Het pand in de Doornikstraat waarin het café L'Aigle d'Or/Gouden Arend was gevestigd bestaat nog, nummer 52. Maar van de oorspronkelijke empiregevel met vier grote pilasters schiet nog maar weinig over. Alleen de deur links naast de winkel herinnert met zijn bovenlicht waarin een gestyleerde S is verwerkt (Stacegemsche Brouwerij) nog aan het feit dat het ooit een herberg was.

Gouden Arend2

Stoutmoedig

De hotelvleugel van L'Aigle d'Or werd uitgebaat door 'veuve Pringiers-Bonjean' (Barbe Thérèse). Op de reclamekaarten die toen in omloop werden gebracht, werd benadrukt dat het om een recent geheel nieuw gebouw ging, gelegen in de nabijheid van het station in het aangenaamste kwartier van de stad. Het hotel "offre des appartements spacieux et toutes les commodités désirables". Een elegante Omnibus (paardenkoets) waarop het logo van het hotel stond (een gouden arend), haalde de hotelgasten bij elke aankomst van een trein gratis af aan het station. Dezelfde boodschap werd ook in het Engels op de kaarten gezet. Blijkbaar hoopte men dat het spoor toeristen van over heel de wereld naar Kortrijk zou brengen.

Het was wel een stoutmoedige onderneming van de familie Pringiers om in 1840 die zware investering te doen. De economie was al het jaar ervoor in een zware depressie aan het sukkelen. In al de jaren dat het hotel het uithield, tot in 1865, was een kwart tot de helft van de Kortrijkse stadsbevolking afhankelijk van armensteun!

Rechts

Het ooit zo mooie pand werd in zijn 170-jarig bestaan deerlijk toegetakeld. Wellicht werd het kort nadat het ophield hotel te zijn, opgedeeld in vier woningen of handelszaken, die elk hun eigen huisnummer kregen. En naderhand werden die vier huizen opgesplitst in een massa flatjes, waarbij van de hoge plafonds van de gelijkvloerse verdieping werd geprofiteerd om in de drie linkse deelpanden een tussenverdieping aan te brengen. Het gracieuze uitzicht van het gewezen hotel ging helemaal verloren toen men het zadeldak verving door een industrieel ogende opbouw van twee extra - lage - verdiepingen. Op het nieuwe platte dak kwam een ballustrade voor de bevestiging van reclamepanelen. Achteraan werd de binnenplaats van het hotel na verloop van tijd helemaal toegebouwd.

Babyboomers kennen het pand van iets anders. Ene Guido Van der Meersch vestigde er op het einde van de jaren 1960, in het meest rechtse (!) deelpand het hoofdkwartier van zijn 'Bertennest'. De bevlogen 'woordkunstenaar' deed er verwoede pogingen om de jeugd aan te trekken met een mengsel van uiterst conservatief katholicisme en zo mogelijk nog extremer flamingantisme. Een tijdlang hield hij er zelfs een vegetarische kantien open.

Vijf aanvragen

De laatste, trieste resten van het hotel verdwijnen binnenkort. B&S Promotions, Drongen, krijgt een stedenbouwkundige vergunning om het te slopen en er vier ruime appartementen boven een winkel te bouwen. Het is de vijfde aanvraag op rij. Een eerste werd al geweigerd begin 2006 - je hebt al een idee hoelang het gebouw leegstaat. De aanvrager wou er een flatgebouw neerpoten met niet minder dan 14 studio's - meer van hetzelfde dus. Het ontwerp bestond het om de vijf bouwlagen plafondhoogtes te geven van niet meer dan 2.4 meter. Een doorsneemens zou in een dergelijke studio de zoldering kunnen witten zonder op een ladder of zelfs maar een stoel te gaan staan!

Eind 2007 weigerde het stadsbestuur een aanvraag voor een slopingsvergunning. Wellicht wilde de eigenaar ontsnappen aan de leegstandstaks. Maar in Kortrijk krijgt men voor de meeste plaatsen pas een sloopvergunning als er een vervangend bouwvolume komt. Logisch: anders krijgen we een stad vol gaten. Halverwege 2008 vond nogmaals een vergunningsaanvraag voor een flatgebouw met 12 kleinere appartementen te recht geen genade in de ogen van het stadsbestuur. Ook nu weer plafonds waar men met de hand aan zou kunnen zonder op zijn tenen te gaan staan. Een jaar later deed de eigenaar een nieuwe poging om de boel te mogen slopen. Maar 't was weeral 'geen avance': eerst een deugdelijk bouwplan vooraleer men mag slopen.

Ontwerp

Een nieuw ontwerp krijgt nu wel het fiat van het stadsbestuur. Op het bouwterrein van 19 meter op 22 komt een bescheidener appartementsgebouw met op de begane grond een winkel. Achteraan gaat men het niet toebouwen tot op de perceelsgrens, maar er komt een soort koer die toegang geeft tot drie garages en drie stalplaatsen onder de blote hemel. De nieuwbouw krijgt vier bouwlagen. De verdiepingen worden ingericht als vier ruime tweeslaapkamerflats, onder een afgeknot zadeldak. De plafonds worden op de benedenverdieping 3 meter en op de bovenverdiepingen 2,59 meter hoog.

De voorgevel zal aparte ingangen hebben voor de winkel en de appartementen. Aan de rechterkant komt bovendien een drie meter brede onderdoorgang die leidt naar de garages. Op de verdiepingen springt de gevel 1,3 meter in achter de voorbouwlijn. Maar daaraan worden terrassen bevestigd die 60 cm gaan uitspringen over de rooilijn. Dat is een merkwaardige toegeving aan ontwerper architect Bart Tyberghien (Izegem); normaal staat het stadsbestuur uiterst weigerachtig tegen delen van de gevel die boven het trottoir uitsteken.

Lager dan in 1840

Ook vermeldenswaard is dat het goedgekeurde ontwerp een lagere kroonlijst heeft dan het hotel uit 1840. Eigenlijk is dat wel een beetje typisch voor de - niet zo steedse - bescheidenheid die in Kortrijk wordt gehuldigd wat hoogbouw betreft. Bij het oorspronkelijke hotel L'Aigle d'Or begon het dak vanaf een kroonlijst op 13,6 meter. In de twintigste eeuw werd daarbovenop nog een modern volume met twee verdiepingen gestapeld. In het goedgekeurde ontwerp mag de kroonlijst, de onderkant van het dak, van het stadsbestuur niet hoger zijn dan 13 meter.

Of hoe men 170 jaar geleden hoger mocht bouwen in onze 'metropool' dan vandaag. Heden ten dage hanteert het stadsbestuur immers een 'gabarietenplan' uit de jaren 1980. Dat plan is nooit ter goedkeuring voorgelegd aan de gemeenteraad maar het wordt gehanteerd als een soort beleidslijn. Met dat plan wou en wil het stadsbestuur de bouwhoogtes en -volumes in de binnenstand harmonieus houden. Maar in de praktijk heeft de toepassing toch tot gevolg dat het een al te grootstedelijke skyline tegenhoudt.

12:00 Gepost in Algemeen | Permalink | Commentaren (8) |  Facebook |