28-10-07

Eric Flo (LDD?) verwelkomt daklozen in Kortrijk

dakloos

De keren dat de oppositie een voorstel aanvaard krijgt door het stadsbestuur van Kortrijk zijn heel zeldzaam. Eric Flo, leider van zijn eenmansfractie, is erin geslaagd. Eerste schepen Lieven Lybeer gaat op zoek naar betere opvangmogelijkheden voor daklozen in Kortrijk. De door Flo op de gemeenteraad aangebrachte kwestie wordt zelfs officieel uitgeroepen tot een "structureel probleem".

Third rock from the Sun

Verkozen op de lijst van het Vlaams Belang, ging Eric Flo al vlug zetelen als onafhankelijke in de gemeenteraad van Kortrijk. Soms duikt hij in persberichten op als lid van de populistische partij LDD van Jean-Marie Dedecker en Ivan Sabbe , maar dat wil hij niet bevestigen. Het incident met het VB dat hem van die fractie losschudde, was zijn weigering om een voorstel te steunen om de foto's van het koningspaar uit de raadszaal te verwijderen. Tot daar nog aan toe.

Maar dikwijls geeft Flo de indruk een personage te spelen van de cultserie 'Third rock from the Sun'. Het zou van een marsmannetje kunnen komen, zijn voorstel om "in het kader van de opwarming van de aarde" ... tropische bomen aan te planten in de lanen van Kortrijk. Evenmin geloofden de raadsleden van meerderheid èn oppositie hun oren bij zijn felle aanklacht tegen de gedeelde dienstwagen met chauffeur van burgemeester en schepenen, "die zij niet aangaven aan de belastingen als voordeel in natura".

Voorlaatste pint

Om maar te zeggen dat de hele gemeenteraad, pers en opeengepakt publiek incluis, zich even gemakkelijk ging zetten - voor zover dat mogelijk is op de publieksbanken - toen Eric Flo in de gemeenteraad van 8 oktober het woord nam om een voorstel te doen voor de opvang van daklozen. Hij stak van wal met "een waar gebeurd verhaal".

Op een zomeravond ging hij nog "een voorlaatste pint drinken" op café. Hij kwam in gesprek met een tooghanger, die hem vertelde dat hem een nacht op straat wachtte: er was nergens geen gratis bed meer te vinden. "Ik kon dat niet geloven en we zijn samen naar de politie gestapt", aldus het raadslid. Daar bevestigde de wachtdienst dat ze maar over drie bedden beschikten voor daklozen: een voor een man, een voor een vrouw en een voor een kind. Wie te laat komt, moet zich maar een plaatsje zien te zoeken in een portiek, buiten, op straat. Zomer of winter. De politie wist van overleg tussen verschillende sociale diensten, maar een oplossing bleef uit.

Eric Flo stelde voor dat de bevoegde schepen, Lieven Lybeer dus, zeer snel en zeker voor de winter begint, twee panden zou huren voor de opvang van daklozen. "Voor die mensen, Belg of niet-Belg" preciseerde het gemeenteraadslid. Hij ging nog verder en deed het verrassende aanbod om zelf mee te werken in een systeem van nachtelijke permanenties. Daarop werd niet ingegaan; laat de opvang aan professionelen - maar die moeten daartoe dan ook de mogelijkheden krijgen.

Straathoekwerk

Zoals gezegd heeft schepen van sociale zaken Lieven Lybeer, CD&V, het signaal begrepen, ook al kwam het uit onverwachte hoek. Hij heeft zijn kabinetsmedewerkers opzoekingen laten doen. Het blijkt dat straathoek- en andere veldwerkers in hun dagelijkse praktijk meer en meer geconfronteerd worden met mensen zonder een thuis. Het probleem groeit, ook in Kortrijk, en is een aspect van het toenemende verschijnsel van mensen die overal en voor alles uitgesloten worden, ook door de sociale voorzieningen die juist voor huisvesting, gezondheidszorg, enzovoort zijn opgericht. 'Thuisloosheid' was een van de onderwerpen van een colloquium dat op 5 oktober jl. door de Kortrijkse straathoekwerkers werd georganiseerd in het stadhuis. De provocerende titel van het colloquium was: "Sociaal afval, dumpen of recycleren?".

Dat het aantal daklozen in Kortrijk langzaam maar zeker vermeerdert, bleek ook uit een bacheloreindwerk van negen studenten van de Katho - IPSOC in het voorjaar van 2006. Zij zijn op zoek gegaan naar daklozen en hebben met die mensen indringende gesprekken gevoerd. Een van hun vaststellingen was dat er grote gaten zaten in de hulpverlening en dat de verschillende diensten niet voldoende met elkaar samenwerkten. 

Overigens klopt het wat de politie meedeelde aan Eric Flo. Er bestaat al van in 2005 een geregeld overleg tussen een aantal (15) hulpdiensten, onder de vleugels van het Welzijnsconsortium. Eind vorig jaar werden in een korte periode de knelpuntsituaties in verband met daklozen geregistreerd. In amper zes maanden werden 107 meldingen opgetekend van niet op te lossen problemen. Er moet dus iets gebeuren. 

Verzet tegen armoede

Op basis van een nota van schepen Lieven Lybeer erkent het stadsbestuur (schepencollege van 16 oktober 2007) de thuisloosheid als "structureel probleem". In datzelfde besluit belooft het stadsbestuur "de nodige middelen vrij te maken in overleg met de actoren". Meer bepaald zal Kortrijk "jaarlijks investeren in drie crisisstudio's" - dat is zelfs eentje meer dan Flo vroeg!

Voorts zegt het besluit "toe te stemmen met een platform 'Thuisloosheid'". Wat ze op het stadhuis daarmee bedoelen, is mij niet geheel duidelijk. Ik denk dat het is dat zij de straathoekwerkers en andere betrokken stedelijke diensten (en OCMW-diensten?) de toestemming geven zich in te schakelen in een gestructureerd overleg met andere initiatieven. In elk geval moet dat 'platform' "voor afstemming zorgen tussen de opvang in een crisissituatie en het doorverwijzen en begeleiden van mensen in opvangwoningen". Dat besluit van het stadsbestuur is voor uitvoering doorgeschoven naar de dienst Stadsplanning en -ontwikkeling.

Ik wil niet afsluiten zonder mijn gemeende felicitaties te richten aan Eric Flo. Onmiddellijk waarschuw ik hem dat hij niet moet denken dat het college van burgemeester en schepenen en de meerderheid altijd zo meegaande zijn. En eigenlijk heeft hij een onderwerp te berde gebracht dat veeleer kon verwacht worden van de sp.a-groen-spiritfractie. Ben ik blij dat op diezelfde gemeenteraad collega Petra Demeyere, sp.a, iedereen achter haar oproep kreeg om solidair te zijn met de Werelddag van verzet tegen extreme armoede op 17 oktober 2007.

27-10-07

Bouwvergunningen in Kortrijk: binnenkort vlotter?

ro1

Kortrijk kan nog altijd niet zelfstandig bouw- of verkavelingsvergunningen  afleveren. 'Brugge', d.w.z. de gemachtigde ambtenaar van het Vlaamse Gewest in onze provinciehoofdstad, moet nog zijn zeg doen. Dat leidt tot heel wat vertraging. Avelgem, Wevelgem en Zwevegem in onze streek staan wel al een hele tijd op eigen poten wat ruimtelijke ordening betreft! Voor de 'ontvoogding' van Kortrijk moeten vijf voorwaarden vervuld zijn. Drie van de voorwaarden zijn in orde. Voor de laatste twee wordt het nog spannend om er tegen medio 2008 te geraken.

Volgens het decreet 'houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening' van 2000 moesten alle gemeenten tegen 1 mei 2007 (eerst zelfs tegen 2005) bij machte zijn om zelfstandig stedenbouwkundige vergunningen af te leveren zonder bindend advies bij de Vlaamse diensten voor ruimtelijke ordening te moeten opvragen. Zoals de meeste gemeenten is Kortrijk er niet in geslaagd die deadline te halen.

Nog niet ontvoogd

Eventjes hing er de 'slome' gemeenten een zware sanctie boven het hoofd: de bevoegdheid om bouw- en verkavelingsvergunningen af te leveren zou helemaal van de gemeente in kwestie afgenomen worden en naar de bestendige deputatie (provinciebestuur) gaan. Maar in het licht van de te verwachten chaos is men in Brussel zo verstanding geweest die sanctie te schrappen. Maar het blijft een gegeven dat Kortrijk nog altijd niet ontvoogd is.

Om ontvoogd te geraken, moeten de gemeenten beantwoorden aan vijf vereisten. Er moet een stedenbouwkundige ambtenaar worden benoemd, die het gemeentebestuur op onafhankelijke wijze moet kunnen adviseren. Ondanks enig verloop en persoonlijke en/of diplomabelemmeringen zijn er in Kortrijk in principe twee stedenbouwkundige ambtenaren en is de stad voor dit punt in orde. De tweede vereiste is lange tijd beschouwd als de moeilijkste klus: de opmaak van een gemeentelijk ruimtelijk structuurplan. Intussen is ook dat geklaard. En een derde vereiste, het maken van een inventaris van onbebouwde percelen, leverde evenmin onoverkomelijke problemen op.

De twee laatste opdrachten zijn lange tijd onderschat geweest:  het uitwerken van een vergunningenregister en een plannenregister. Te lang heeft het stadsbestuur gedaan alsof die registers door de stedenbouwkundige dienst van de stad tussen de normale werkzaamheden door konden opgesteld worden. Te lang heeft men niet willen zien dat de dienst, ondanks zijn nieuwe ambitieuze naam, "Stadsplanning en -ontwikkeling", met zijn beperkt aantal personeelsleden tegen de grenzen van zijn kunnen functioneerde. En een uittocht van ervaren ambtenaren vergemakkelijkte de opdracht niet. Bovendien groeide de werkomvang zienderogen aan doordat Kortrijk na jaren van indommelen plots een opleving van de bouwactiviteiten beleefde. 

Overigens is het hoogst eigenaardig dat een bedrijvige stad als Kortrijk niet beschikt over noodzakelijke werkinstrumenten als een register van de verleende vergunningen en van de plannen. 

Filip Canfyn

Van de zomer werd het stadsbestuur weer eens wakker geschud door een nogal dwingend schrijven van de Vlaamse ministers Dirk Van Mechelen (ruimtelijke ordening) en Marino Keulen (binnenlands bestuur). Zij eisten dat er eindelijk eens werd voortgedaan met die 'ontvoogding' en dat de stad een tijdschema zou opstellen voor het afwerken van de vijf vereisten. Tevens vroegen de liberale excellenties dat de kosten om ontvoogd te geraken en de kosten van de consequenties van de ontvoogding zouden opgenomen worden in het algemene beleidsprogramma van de stad en in de meerjarenbegroting.

Het stadsbestuur reageert met diverse maatregelen. Vooreerst is men er eindelijk in geslaagd een geschikte directeur Stadsplanning en -ontwikkeling te vinden. De selectieprocedure bracht niemand minder dan topingenieur Filip Canfyn binnen, Wallenaar, momenteel nog algemeen directeur van de Antwerpse promotor-aannemersgroep Vooruitzicht nv. Hij is ook docent aan Sint-Lucas in Gent. Een tweede leven leidt Filip Canfyn als ondervoorzitter en kadettentrainer van de Noord-Franse club Rugby Tourcoing. Tja, ook de dienst Stadsplanning en -ontwikkeling kan wel wat punch gebruiken. In zijn taakomschrijving is expliciet de 'ontvoogding' van Kortrijk opgenomen. Een tegenslag is wel dat Canfyn pas na nieuwjaar zijn transfer naar Kortrijk kan doen.

Waarnemend directeur Pieter Jacobs zal zich, helemaal niet tegen zijn zin,  in de directie Stadsplanning en -ontwikkeling toeleggen op de ontwikkeling van de stationsomgeving en op planologisch werk in uitvoering van het ruimtelijk structuurplan Kortrijk. Hij is ook vast secretaris van de Gecoro (Gemeentelijke Commissie voor Ruimtelijke Ordening).

Filip Canfyn
Filip Canfyn met zijn 'cadets'. Hij staat uiterst links.

Attest

Intussen zijn voor het opstellen van het vergunningenregister ook al 4 administratieve medewerkers, waarvan een halftijds, aangeworven voor een half jaar. Zij moeten de data inbrengen. Voor het plannenregister is de directie versterkt met een technisch tekenaar, die viervijfde werkt.

Zelfs is het stadsbestuur nu bereid zich in de kosten te steken voor de aanschaf van extra computerprogrammatie voor het opstellen van die registers. Geraamde kostprijs: 40.000 euro, met een jaarlijkse onderhoudsprijs van 10 à 15.000 euro. 

Leidend ambtenaar An Verstraete, vastbenoemd architect, vervult thans de opdracht van een stedenbouwkundig ambtenaar (vereiste 1 voor de ontvoogding), maar heeft niet het juiste attestje om als 'titelvoerend stedenbouwkundig ambtenaar' te kunnen optreden. De Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten protesteerde al vaker tegen dergelijke muggenzifterij inzake diploma's. Hoe dan ook heeft het stadsbestuur beslist haar een opleiding 'ruimtelijke planner' te laten volgen, zodat ze een officieel bewijs van bekwaamheid krijgt voor de taken die zij al lang vervult. 

Echte deadlines

In zijn antwoord op de missive van beide ministers maakt het stadsbestuur zich sterk medio 2008 de registers van de plannen en de vergunningen voltooid te hebben en ter goedkeuring te zullen overzenden aan het Agentschap RWO (ruimtelijke ordening, wonen en onroerend erfgoed). Een mogelijke verwikkeling is dat RWO de stad eventueel kan verplichten het archief van de stedenbouwkundige vergunningen verder aan te vullen tot 22 april 1962.

Op het moment dat de stad voor zijn ruimtelijke ordening eindelijk ontvoogd wordt, moet men in Kortrijk voor de dossiers met een bepaalde omvang niet meer op Brugge wachten voor bindende adviezen van de gemachtigde ambtenaar van het Vlaamse Gewest. Dat kan de behandelingstermijn van vergunningsaanvragen serieus inkorten.

Voor de aanvragers is een belangrijk voordeel dat de termijnen voor het afleveren van een vergunning echte deadlines worden in plaats van streeftermijnen zoals nu. De stad is verplicht een stedenbouwkundige vergunning af te leveren binnen de 75 dagen (150 dagen voor verkavelingen). Er is een mogelijkheid om die termijnen te verlengen tot 105 en 180 dagen. Als die termijnen niet gehaald worden - veel tijdverlies of onbeslist dralen kan men zich niet veroorloven - wordt dat beschouwd als een weigering van de aanvraag. Uiteraard gaat de aanvrager dan meestal in beroep bij de Bestendige Deputatie. Als dat provinciaal bestuur niet tijdig beslis, is de vergunning stilzwijgend verleend! Er is geen mogelijkheid van beroep meer bij de minister in de ontvoogde gemeenten.

In de ontvoogde gemeenten kunnen niet alleen de aanvrager en de overheid in beroep gaan - zoals dat eigenaardig genoeg nu nog het geval is - maar ook belanghebbende derden, omwonenden bijvoorbeeld. Ook dat is een grote verbetering.

De vraag is of de dienst Stadsplanning en -ontwikkeling al die opdrachten om te voldoen aan de vereisten van de ontvoogding en aan de grotere werkdruk na de ontvoogding, zal aankunnen. Alvast neemt het stadsbestuur zich voor om een extra planoloog aan te werven, voor de opmaak van de 'ruimtelijke uitvoeringsplannen' (RUP's, vroeger BPA's). 

ro2
 

26-10-07

Munitie nu ook bij Decathlon in Kortrijk

deca1
Decathlon in Kortrijk mag van het stadsbestuur jachtmunitie verkopen. De beslissing is gebaseerd op diverse adviezen. En de sportzaak moet een resem voorwaarden in acht nemen. Belanghebbenden kunnen nog in beroep gaan tegen deze stockage van 250 kg kruit. Wat zou Michael Moore ervan denken?

Is het een primeur voor ons land? Ik weet het niet, maar op de website van Decathlon.be is nergens vermeld dat je in de Belgische sportwinkels van dat merk terecht kunt voor jachtmunitie. Wat aangeboden wordt zijn accessoires voor de jacht - die blijkbaar gezien wordt als een sport - : signaalhoorns, multifunctionele messen, verrekijkers, hengelstandaards, zakken voor de jacht, camouflagenetten en lokmiddelen voor duiven. Voorts vind je er ook wapen-accessoires, dus niet de schietgeweren zelf maar: weitassen en patroongordels (zonder de patronen evenwel), veiligheidskoffers, oliën en vetten voor de buksen, een 'foedralen' voor karabijnen en geweren.

In Frankrijk daarentegen verkoopt Decathlon al langer munitie voor de jacht en het kleiduifschieten: kogels en patronen (cartouches). De aangeboden merken zijn Solognac en Winchester. Een doosje van 12 Winchester ZZ Electrocibles (huls van 70 mm, 36 g kruit, 20 mm-koppen, 415 m per seconde) bijvoorbeeld kost 9,99 euro.

Nu heeft Decathlon voor zijn vestiging in de Kortrijkse Beneluxlaan van de zomer een aanvraag gedaan voor een vergunning tot "het opslaan en verkopen van jachtmunitie". Is dat een eerste verkenning van de Belgische markt om later eventueel het munitieaanbod ook te koop te leggen in de andere Belgische vestigingen?

Te laat?

Het stadsbestuur heeft die aanvraag grondig onderzocht en heeft zich daarbij niet laten opjagen door het vooruitzicht van de opening van het jachtseizoen. De beslissing van het college van burgemeester en schepenen is pas genomen op 16 oktober. Dat is precies tien dagen te laat. Artikel 19 van het Algemeen Reglement op de Springstoffen (KB van 23 september 1958, ontelbare keren gewijzigd) geeft het stadsbestuur immers ten langste vier maanden 'na de dag waarop de aanvraag regelmatig is ingediend' (door Decathlon op 6 juni 2007) om een besluit te treffen. Als binnen die termijn geen beslissing is genomen, 'kan' (mogelijkheid, geen verplichting) de bestendige deputatie het dossier tot zich trekken.

Volgens dat Algemeen Reglement (het belangrijke artikel 200) "mogen springstoffen alleen in vergunninghoudende magazijnen of opslagplaatsen worden bewaard". Voor magazijnen van klasse 2, kleinhandels - al is het dan in grote winkels zoals Decathlon - is het de gemeentelijke overheid die een dergelijke vergunning kan afleveren. In uitvoering van dat Reglement heeft de stad een onderzoek 'de commodo et incommodo' uitgevoerd, waarop geen enkele reactie kwam. Het vereiste en opgevraagde advies van de Belgische Dienst der Springstoffen was positief.

Beperkt

De vergunning geeft aan Decathlon voor twintig jaar de toestemming om in de Beneluxlaan 1 te Kortrijk jachtpatronen voor draagbare wapens op te slaan ten belope van maximum 250 kg erin vervat kruit. Die vergunning is beperkter dan mogelijk was. Volgens art. 261 van het Algemeen Reglement mocht de stad gaan tot 500 kilogram. Ook mocht de vergunning een duurtijd krijgen van dertig i.p.v. twintig jaar. 

Op advies van de stedelijke dienst Brandvoorkoming mag er hoogstens tot 50 kg in hulzen verwerkt kruit uitgestald worden in de winkel - dat zijn 2.777 patronen. De rest moet afgezonderd staan in een brandvrije, aparte ruimte. De munitievitrine in kwestie is te vinden in afgesloten kasten achteraan rechts in de winkel; de stock in een opslagplaats links van de winkel.

Een extra beperking is een verbod om ineens cartouchen aan een koper af te leveren waarin meer dan 10 kg kruit zit. Dat verbod geldt evenwel niet voor verzendingen naar het buitenland - ik weet niet waarom export van munitie minder streng wordt geregeld. Maar het is ook verboden jachtpatronen "met de post te verzenden". Mag het dan wel per geprivatiseerde besteldiensten? En wat met bestellingen via het internet?

Nog in de vergunning staat dat Decathlon "te allen tijde zijn inrichting moet laten onderzoeken door de ambtenaren belast met het toezicht". Welnu, ze beseffen het misschien zelf niet, maar met die clausule - vanzelfsprekende clausule hoor - laden de heren en dames van het schepencollege een nieuwe taak op hun schouders. Iemand van de schepenen moet immers de ambtenaren van de Dienst der Springstoffen vergezellen als zij op inspectie gaan in "de voor het publiek niet toegankelijke" opslagruimte aan de linkerkant van de Decathlonwinkel. Zo staat het in artikel 4 van de wet van 28 mei 1956 "betreffende onplofbare en voor deflagratie vatbare stoffen en mengsels en daar mede geladen tuigen".

Marie-Claire, je kan misschien het beste nu al een kogelvrij vestje kopen; ik zou niet wachten tot ze in aanbieding liggen in Zara in het toekomstige megawinkelcentrum van Foruminvest. Marie-Claire Vandenbulcke is schepen voor administratieve vereenvoudiging en jubilees. Lachend

Beroep mogelijk

Een wat raadselachtige clausule in de vergunning is de volgende: "Deze vergunning zal mogen worden ingetrokken ingeval de ondervinding daarvan de noodzakelijkheid doet uitschijnen [...]". Betekent dit dat het stadsbestuur de vergunning te allen tijde kan intrekken als haar dat nodig lijkt? Voor mij niet gelaten, maar strijdt die bepaling niet met de normale rechtszekerheid waarop een vergunninghouder mag rekenen? Geeft het stadsbestuur hiermee geen aanleiding aan Decathlon om in beroep te gaan tegen de beperkingen van de vergunning bij de Bestendige Deputatie van de Provincie?

Belanghebbenden kunnen immers tegen de beslissing van het stadsbestuur in beroep gaan bij de provinciale overheid. Wie is hier belanghebbend? In de eerste plaats Decathlon, vervolgens ook omwonenden of aanpalende firma's op de bedrijven- en handelszone Beneluxlaan, en misschien ook wel andere burgers die enige belang kunnen aantonen. Dat beroep moet aangetekend worden binnen de 10 dagen na de 'aanplakking' van het besluit van het college van burgemeester en schepenen. Die aanplakking moet gebeuren binnen de vijf dagen na de datum van het vergunningverlenend besluit. Dat besluity in hier genomen op 16 oktober. Plus vijf dagen is 21 oktober, plus 10 dagen is 31 oktober 2007: tot volgende week woensdag dus. 

deca2

21-10-07

De Politiezone VLAS zit er warmpjes in

pol1

De goedwerkende Politiezone Kortrijk-Kuurne-Lendelede (Vlas) heeft vijf jaar naeen teveel centen toegeschoven gekregen van de deelnemende stad en gemeenten. De oprichting van de zone - de politiehervorming van paars-groen! - heeft de politiekosten NIET de hoogte in gejaagd. De beweringen van Stefaan De Clerck in 2001 klopten van geen kanten. Dat wordt nu eindelijk duidelijk, door het vrijgeven van de jaarrekeningen 2005 en 2006 van de politiezone.

Politiekosten overdreven 

De Politiezone Vlas heeft sinds haar oprichting in 2002 een overschot opgebouwd van 4,7 miljoen euro. Dat is pas nu bekend omdat niet eerder dan volgende week maandag, 29 oktober 2007, de afrekening van de begrotingsjaren 2005 en 2006 op de politieraad worden gepresenteerd.

In al die jaren heeft Stad Kortrijk samen met de buurgemeenten Kuurne en Lendelede, de Politiezone 66,1 miljoen euro toegestopt. Dat is dus 7% te veel! De stad en de gemeenten hebben op die manier de kosten van hun politie-apparaat kunstmatig opgedreven. De politie had niet zoveel geld nodig. Op basis van die overdreven kosten concludeerde Kortrijks CD&V-burgemeester Stefaan De Clerck - in 2001/02 nog nationaal CVP-voorzitter in de oppositie - dat de grote politiehervorming van de toenmalige paars-groene regering de stad in de rode cijfers duwde. Dat dit een kwalijk sprookje was en geen wetenschappelijk verantwoorde vaststelling, staat nu wel onomstotelijk vast.

Federale compensatie meer dan voldoende

Van de federale overheid kwam in al die jaren 27,5 miljoen euro subsidies (dotaties en Boetefonds). Uiteraard heeft de politiehervorming de verantwoordelijkheid van de plaatselijke besturen niet weggenomen om hun eigen veiligheidskorpsen te financieren. Maar 'Brussel' wou de meerkost van de politiehervorming compenseren. Die compensatie was evenwel niet bedoeld om gemeenten die voordien te weinig inspanningen hadden gedaan te belonen. Daardoor kwam het dat de politiehervorming voor bepaalde -nalatige! - gemeenten een zware financiële dobber werd. Voor Kortrijk was dat niet het geval!

Het aanhoudende gestook vanuit bepaalde gemeenten bracht de federale regering er in 2003 toe om - zelfs met terugwerkende kracht voor 2002 - een bijkomende dotatie in te voeren ter compensatie van de meerkost van de politiehervorming voor de gemeenten. Daartoe werd een grondig onderzoek verricht naar de objectieve meerkost. De gemeenten moesten bijvoorbeeld niet afkomen met rekeningen voor een nieuw politiebureau - dergelijke kosten hadden zij ook zonder de politiehervorming te delgen gehad. Dat onderzoek leverde de Kortrijkse politiezone in 2002 nog eens onverwacht 175.000 euro extra op. In datzelfde jaar 2002 boekte de politiezone een overschot in eigen dienstjaar van ruim 1,28 miljoen euro.

Uitvlucht voor belastingsverhoging

In de gemeenteraad van 12 maart 2001 wou CVP-burgemeester Stefaan De Clerck een motie laten goedkeuren waarin geprotesteerd werd tegen de "meerkost van de politiehervorming". Ik heb mij daar toen, als fractieleider van de SP, met hand en tand tegen verzet. Nochtans waren wij toen nog maar pas in een meerderheid met de CVP gestapt. "Een eerste barst in de coalitie" schreef Het Volk. De SP, later sp.a, heeft zich in de bestuursperiode 2001-2006 voorts gedragen als een loyale meerderheidspartner - we zijn er niet voor beloond door de andere partner, de CD&V, die ons aan de kant schoof voor de VLD. In die voorbije periode zijn nooit alle cijfers van de werkelijke kosten van de Politiezone bekendgemaakt. Dat gebeurt pas nu. De ruime overschotten die de Politiezone Vlas jaar na jaar heeft geboekt, geven mij uiteindelijk gelijk en Stefaan De Clerck ongelijk.

Pas vorig jaar in juni kregen wij in de politieraad de cijfers van 2002 en 2003. Uit die cijfers bleek er al een overschot te zijn van 2,2 miljoen euro. Toen werd gezegd dat het om uitzonderlijke begincijfers ging en dat de overschotten in de komende jaren zouden verminderen. Die pessimistische voorspelling is niet uitgekomen. In oktober 2006 (twee weken na de gemeenteraadsverkiezingen - de mensen de waarheid vertellen over de politiehervorming in de campagne was dus onmogelijk) kregen wij de cijfers voor 2004: een overschot van niet minder dan 986.000 euro. En nu weten wij dat ook 2005 (654.000 euro) en 2006 (829.000 euro) fikse overschotten opleverden.

De meerkost van de politiehervorming werd door Stefaan De Clerck in 2001 ingeroepen als dè grote reden waarom de belastingen in Kortrijk omhoog moesten. De werkelijke reden, het financiële wanbeheer onder zijn voorganger de Bethune, mocht niet gegeven worden. Meer nog, bij de bespreking van de stadsbegroting in november 2002 verklaarde de burgemeester: "Mocht de meerkost van de politiehervorming door de overheid worden terugbetaald, dan wordt zelfs een belastingsverlaging overwogen. Nu we weten dat die niet wordt terugbetaald, blijven de belastingen in Kortrijk gelijk". De heel laattijdig verstrekte werkelijke cijfers tonen aan dat die zogenaamde meerkost wel degelijk is terugbetaald door de federale overheid. het gat dat in de stadskas werd gemaakt voor de politie, is uitsluitend te wijten aan de te hoge dotatie voor de Politiezone die De Clerck zelf had bepaald.

Belofte maakt schuld

Een jaar later en ingaand vanaf 2005 is er in Kortrijk dan toch een belastingsverlaging gekomen (aanvullende personenbelasting van 8,8 naar 7,9%). Daar hebben wij als sp.a sterk op aangedrongen. Maar die verlaging was niet gebaseerd op een verminderde dotatie aan de politiezone, wel op de onverwacht hoge opbrengsten van de stadsbelastingen en het zuinig en zakelijk beleid zonder kostbare prestigeprojecten. Eigenlijk hebben de Kortrijkzanen die extra belastingsverlaging, gebaseerd op de minder grote kosten voor de Politiezone, nog altijd te goed. Wie zei ook weer dat men zijn beloften moet nakomen? 

Het ziet er evenwel naar uit dat de reserves die zijn opgebouwd met vijf jaar overschotten, zullen opgepot worden voor een deel van de financiering van het nieuwe politiehoofdkwartier op Kortrijk Weide. Wat men gespaard heeft, hoeft men niet te lenen. Prima, maar dan is het niet eerlijk de heimelijke aanleg van dat spaarboekje te verstoppen achter het leugenachtige sprookje van de meerkost van de politiehervorming.

Overigens heeft ook Stefaan De Clerck al moeten toegeven dat de politiehervorming "duidelijk een verbetering" is geweest voor de lokale politie (interview in Het Nieuwsblad van 21 september 2006). Dat hij nu ook nog eens de intellectuele eerlijkheid en de politieke moed opbrengt om te bekennen dat het geen dure hervorming is geweest...

 

pol2
Het politiekantoor in de Sint-Amandslaan 

18-10-07

Stadsbestuur klopt kerkfabriek Sint-Eutropius hard op de vingers - met epiloog

Jolie1

Opschudding in Heule. De kerkfabriek van Sint-Eutropius heeft een eigendom willen verkopen onder de vraagprijs, hoewel er een kandidaat-koper was die zich bereid verklaarde de vraagprijs te geven. Het stadsbestuur van Kortrijk heeft in het schepencollege van 2 oktober jl. die beslissing van de kerkfabriek met enig gedruis geschorst. De kerkfabriek wordt onbehoorlijk bestuur verweten en benadeling van de stadsfinancies. De begunstigde van de in de kiem gesmoorde verkoop was Patrick Jolie, CD&V-gemeenteraadslid, die volgens het stadsbestuur in die zaak geen schuld treft.

In de Kortrijkse deelgemeente Heule heeft de kerkfabriek van Sint-Eutropius op 23 augustus 2007 beslist haar eigendom, het huis Zeger van Heulestraat 37, 8501 Heule te verkopen aan het gezin Patrick Jolie-Vandenbussche tegen de prijs van 181.600 euro. Er was een ander gezin dat van de voorgenomen verkoop wist, de heer en mevrouw BV-NV, en dat 190.000 euro bood. Ondanks dat hoger bod, en ondanks de eerdere vaststelling van de kerkfabriek (9 juli 2007) van een vraagprijs van 190.000 euro, gingen de bestuurders voorbij aan het hogere bod. Aangezien de gemeente - sinds Napoleon! - moet tussenkomen in de tekorten van de erkende eredienstbesturen, wordt stad Kortrijk rechtstreeks schade berokkend door die mindere opbrengst van de verkoop van dat huis.

Kerkfabriek, hoezo?

Sinds 1 maart 2005 is het de overheid van het Vlaamse Gewest die "de materiële organisatie en werking van de erkende erediensten , georganiseerd op gemeentelijk niveau" regelt (decreet van 7 mei 2004). In dat Vlaams decreet wordt een kerkfabriek (eeuwenoude term voor parochiaal kerkbestuur) omschreven als een "openbare instelling met rechtspersoonlijkheid die belast is met de materiële organisatie, de werking en het beheer van goederen van de eredienst". Eigenlijk is de kerkfabriek de zakelijke leiding van de parochie, en bepaalde parochies hebben in een vruchtbaar verleden een aanzienlijk vermogen vergaard. Deleden van dat bestuur worden benoemd door de bisschop. De kerkfabriek mag je niet verwarren met de kerkraad, die de religieuze en liturgische organisatie van de parochie op zich neemt.

Behalve dat Vlaams decreet van 7 mei 2004 is er ook nog een ... keizerlijk decreet van 30 december 1809 (de keizer in kwestie was Napoleon). En dat keizerlijk decreet heeft alle regimewissels sindsdien overleefd en geldt nog onverkort. Artikel 92 van het keizerlijk decreet bepaalt dat de gemeenten moeten instaan voor de tekorten van de eredienstbesturen, de huisvesting van de pastoor of de bedienaars van de eredienst, en moeten bijdragen in de grove herstellingen van de gebouwen van de eredienst. Een stad als Kortrijk heeft er dus alle belang bij dat een kerkfabriek zoals die van Sint-Eutropius het geld van de parochie niet verkwanselt.

Het Vlaamse decreet van 7 mei 2004 geeft aan het college van burgemeester en schepenen van de gemeente en aan de provinciegouverneur de bevoegdheid beslissingen van de kerkfabrieken op hun grondgebied te schorsen. Het schepencollege kan schorsen als het gemeentelijk belang "en inzonderheid de financiële belangen van de gemeente" geschaad worden. De gouverneur moet het 'algemeen' belang bewaken.

Dergelijke schorsingen moeten evenwel heel vlug gebeuren: 30 dagen na kennisname van de notulen van de vergadering van de kerkfabriek. De vraag rijst of die termijn hier gerespecteerd is. Wellicht wel. De termijn wordt gestuit (d.w.z. begint van voren af aan) als het gemeentebestuur aangetekend het dossier van de beslissing opvraagt bij de kerkfabriek. Dat is hier gebeurd op 31 augustus 2007, na ontvangst van een klachtbrief van het gedupeerde koppen BV-NV. Het antwoord van de kerkfabriek kwam op 13 september 2007. Het dossier zelf, opgestuurd door de betrokken notaris, arriveerde in het stadhuis pas op 21 september 2007. Pas vanaf dat moment is een nieuwe termijn van 30 dagen beginnen te lopen.  De beslissing van het stadsbestuur op 2 oktober 2007 is dus binnen de tijd.

Verkoop in het geheim en onder de prijs

Het stadsbestuur stelde aan de kerkfabriek onder meer de vraag op welke manier zij de verkoop publiek bekend had gemaakt. Schijnbaar zich van geen kwaad bewust antwoordt de kerkfabriek dat zij beslist had "deze eigendom te koop aan te bieden aan drie zeer ernstige kandidaten die zich in de loop van de maanden mei en juni rechtstreeks hadden kenbaar gemaakt". Ook het advocatenkantoor Publius dat optreedt voor het echtpaar Jolie-Vandenbussche kon niet aannemelijk maken dat alle mogelijke geïnteresseerden de kans hadden een bod te doen. Nochtans is dat de enige garantie op de beste opbrengst.

Maar er is meer! Het geïnteresseerde gezin met het hoogste bod kreeg - nochtans een van de 'drie zeer ernstige kandidaten' - het huis niet. De officiële reden is dat hun bod laattijdig zou zijn. Evenwel stelt de juridische dienst van de stad vast dat de notulen waarin een vervaltermijn werd bepaald, hoogstwaarschijnlijk achteraf werden 'gecorrigeerd'. De passage waaruit die vervaldatum zou moeten blijken is zeer onduidelijk: "De raad beslist [...] de geïnteresseerden de kans te bieden het huis te bezichtigen iedere zaterdag tussen 10u en 12u tot 15 augustus". Bovendien is die datum door de betrokken notaris niet aan alle belangstellenden bekend gemaakt.

En zoals al gezegd, ligt het bod van de uitverkoren kopers 8400 euro lager dan de vastgestelde vraagprijs en dan het hogere bod van het gezin BV-NV. 

Onbehoorlijk bestuur

Het stadsbestuur tilt heel zwaar aan wat is gebeurd in Heule. "De gewraakte beslissing zondigt tegen de beginselen van behoorlijk bestuur"; het zijn de woorden van het college van burgemeester en schepenen. Volgende beginselen zouden geschonden zijn: het gelijkheidsbeginsel, het beginsel van 'benuttigingsgelijkheid' en het 'zuinigheidsbeginsel'. Zich rechtstreeks baserend op de decreet van 7 mei 2004 verklaart het stadsbestuur dat het gemeentelijk belang en vooral dan het financiële belang van de stad is geschaad, "wat op zich een voldoende rechtsgrond is tot schorsing". 

Die schending van het financiële belang van de stad wordt geïllustreerd met bedragen uit de begroting 2007. De stadstoelage voor die Heulse kerkfabriek is begroot op 73.276,20 euro. Dat bedrag is het resultaat van de aftrek van de inkomsten, 111.184,15 euro gewone (overheidstoelagen, stoelgelden, enz.) en 57.343,85 euro buitengewone (leningen voor investeringen), van de uitgaven, 130.771 euro gewone (werkingskosten) en 37.760 euro buitengewone (investeringen). Het stadsbestuur past immers het tekort bij.

Nog een geluk dat de kerkfabriek in de verkoopscompromis met het echtpaar Jolie-Vandenbussche de opschortende voorwaarde had laten opnemen "van afwezigheid van de uitoefening door de toezichthoudende overheid van hun schorsings- of vernietigingsbevoegdheid". Door die voorwaarde was de verkoop nog niet definitief ingegaan en kon de stad er nog tijdig een stokje voor steken. Het schepencollege pleit daarbij kandidaat-koper Patrick Jolie, gemeenteraadslid van de meerderheid, vrij van enige medeplichtigheid aan het gebeuren. In zijn beslissing overweegt het stadsbestuur: "dat blijkens de stukken van het dossier de familie Jolie-Vandenbussche volledig te goeder trouw heeft gehandeld".

SEHeule

Epiloog 1

Intussen ben ik als gemeenteraadslid het dossier gaan inkijken op het stadhuis. Dat recht heeft elk gemeenteraadslid en eigenlijk is het de verdomde plicht van de raadsleden om het bestuur nauwgezet te controleren. Mijn bezoek aan het stadhuis gaf mij een scherpere kijk op de kwestie. Ik zou het flauw vinden mijn oorspronkelijk stuk stiekem te wijzigen. Liever publiceer ik een aanvulling.

Uit de motivatie bij de beslissing van het stadsbestuur om de verkoop door de kerkfabriek te schorsen, had ik opgemaakt dat het gezin BV-NV bij de drie belangstellenden hoorde die door de kerkfabriek waren gecontacteerd. Dat blijkt niet zo te zijn. In feite is de ware toedracht nog erger.

Het koppel BV-NV vernam pas op 30 juli 2007 bij toeval van de voorgenomen verkoop van de gewezen 'onderpastorie', waar tot zijn overlijden pater Joris woonde. Onmiddellijk namen zij contact op met drie leden van de kerkraad, waaronder de secretaris en de 'schatbewaarder' (penningmeester). Van hen verneemt het belangstellende paar dat de vraagprijs 190.000 euro is en zij kunnen de woning bezichtigen. Na een enkel nachtje slapen overhandigt het gezin BV-NV een schriftelijk bod aan de penningmeester van de kerkfabriek. Zij krijgen een ontvangstbewijs.

In de bestuursrecht geldt als een van de beginselen van behoorlijk bestuur: het vertrouwensprincipe. In dit geval mocht het koppel BV-NV er zonder meer op vertrouwen dat zij een ontvankelijk bod hadden gedaan. Niet minder dan drie leden van de kerkfabriek hadden hen immers daartoe in de waan gelaten. Want hoe kan je als zinnig mens anders het geschetste gedrag interpreteren? Je gaat toch met geen gegadigden een pand bezoeken als zij geen kans maken het te kopen?

Groot was de verbazing van het paar toe zij op 23 augustus 2007 van de voorzitter van de kerkfabriek een telefoontje kregen met de melding dat niet zij met hun bod van 190.000 euro, maar het echtpaar Jolie-Vandenbussche met een bod van 181.600 euro het huis toegewezen kreeg. Na bekomen te zijn van hun eerste ontgoocheling deed het koppel BV-NV navraag bij voormelde leden van de kerkfabriek, die hen niet direct konden uitleg geven en hen verwezen naar de voorzitter. Dat blijkbaar alleen de voorzitter bij machte was een uitleg te verschaffen, is niet zonder belang - zie verder.

De voorzitter meldde hen dat de kerkfabriek op 9 juli 2007 een 'vervaltermijn' had ingesteld voor de biedingen tot 20 juli 2007. Die vervaltermijn was door de ingeschakelde notaris schriftelijk per brief bekend gemaakt aan "drie zeer ernstige kandidaten" die vooraf belangstelling hadden laten blijken. In de notulen van de kerkfabriek van Sint-Eutropius van die vergadering wordt evenwel met geen woord gerept over die vervaldatum. Er staat alleen dat de geïnteresseerden de kans zouden krijgen het huis te bezichtigen "iedere zaterdag tussen 10u en 12u tot 15 augustus".

Achteraf is in de marge van het oorsponkelijke verslag (op het stadhuis zag ik de twee versies) bijgeschreven: "verkeerde interpretatie correctie: zie bijlage". In die bijlage verklaart de secretaris: "Persoonlijke verkeerde interpretatie leidde tot een onvolledige, verkeerde inhoudelijke weergave". In haar correctie neemt de secretaris volgende zin op (die eigenaardig genoeg rechtstreeks gericht is aan "u", met name de drie zogenaamde aanvragers die "intussen binnen" waren - van die drie aanvragers komen er uiteindelijk maar twee met een bod): "Daarom hadden wij graag zo snel als mogelijk en uiterlijk tegen 20 juli e.k. uw schriftelijk bod ontvangen". Dat is m.i. geen verslag van een beslissing, maar een citaat uit een intussen al aan de drie 'zeer ernstige kandidaten' verstuurde verzoek om een bod te doen. 

De gecorrigeerde versie is bij het stadsbestuur pas aangekomen op 24 september 2007, in het bundel van stukken die de voorzitter van de kerkfabriek opstuurde op vraag van het stadsbestuur. Aangezien is gebleken dat zelfs drie leden van de kerkfabriek aanvankelijk niets wisten van die - door de voorzitter gehanteerde - vervaldag van 20 juli 2007, zou het van belang kunnen zijn te weten te komen wanneer juist die correctie is aangebracht: voor of na het geweigerde bod van het koppel BV-NV...

Wat er ook van zij, het is duidelijk dat de kerkfabriek de verkoop van haar pand alleen heeft opengesteld voor de drie kandidaten van haar keuze. Andere eventuele gegadigden, zoals het paar BV-NV, kregen geen kans. Even duidelijk is ook dat de gestelde voorwaarde van een vraagprijs van 190.000 euro, niet is aangehouden. Zodoende wilde men de verkoop toewijzen onder andere voorwaarden dan bekend (?) gemaakt.

De conclusie blijft dat men niet alleen discriminerend te werk is gegaan, maar dat men ook niet het nodige heeft gedaan om de beste prijs te bekomen. Aangezien de stad met gemeenschapsgelden elk jaar de tekorten van de kerkfabriek aanvult, is dat verspilling van gemeenschapsgeld. 

Epiloog 2

Over deze kwestie zal ik op de gemeenteraad van november het stadsbestuur ondervragen. Het stadsbestuur heeft zich in dit dossier voorbeeldig gedragen en een moedige beslissing genomen. Maar uit het voorval moeten de nodige lessen worden getrokken.

Daarom leg ik een dubbel voorstel op tafel. Vooreerst stel ik voor dat het stadsbestuur alle kerkfabrieken die werkzaam zijn op het grondgebied van Kortrijk zou aanschrijven met een oproep om de beginselen van behoorlijk bestuur strikt toe te passen. Voorts meen ik dat er een inventaris zou moeten opgemaakt worden van alle vastgoed van de kerkfabrieken. Met die databank zou de stad nauwkeuriger toezicht kunnen houden op eventuele verkopen. Bovendien kan de voorraad bouwgrond ingezet worden in een stadsbeleid om de schaarste aan bouwgrond een beetje te lenigen.

Ik hoop een meerderheid achter deze redelijke voorstellen te krijgen.

15-10-07

Voorlopig behoudt jeugdherberg Groening(h)e(heem) zijn Oostblok-allures

GH1

Het ziet er niet naar uit dat de Kortrijkse jeugdherberg binnenkort zijn Oostblok-allures zal kunnen afwerpen. De broodnodige modernisering is uitgesteld tot na een studie van het Vlaamse overheidsagenschap Toerisme Vlaanderen. Als uit dat onderzoek - door architecten (!) - blijkt dat er een nieuwe of vernieuwde jeugdherberg in Kortrijk kan komen, dan wil men die financieren met een zeer gecompliceerde juridische constructie, waarin ook de privésector zijn graantje mag meepikken. En het is nog lang niet zeker of het stadsbestuur in die constructie wil stappen. Intussen blijft de netelige vraag: moet de jeugdherberg in het gewezen Sint-Gabriëlsinternaat blijven of moet hij verhuizen? 

"Verscholen in een schaamlapje van enkele kalende bomen staat een oudere jeugdherberg. Hij is dringend toe aan een likje verf. De badkamer en het toilet zijn ook niet je dat. Dat drukt natuurlijk de prijs. Als je naar Kortrijk afzakt verwacht je best niets meer dan een eenvoudig dak boven je hoofd. Het gebouw heeft alles weg van een Oost-Duitse legerkazerne. Jeugdherberg “Groeninghe” biedt een wat mistroostige aanblik. Hopelijk ondergaat de jeugdherberg een grondige facelift de komende vijfentwintig jaar." aldus PieterJan Viaene en Simon Bossuyt in de webkrant van het departement HIEPSO van de Hogeschool West-Vlaanderen, 5 mei 2006. De journalisten in spe typeerden daarmee treffend het Kortrijkse jeugdhotel.

Passionisten

Zo hoor je eens hoe de jeugd zelf denkt over onze jeugdherberg. Misschien moeten we de overnachtingsplaats de naam "Van lieverlede" geven. Het is echt een adres waar je maar tussen de lakens kruipt als je niets anders vindt. Zelfs met de naam van de jeugdherberg wordt wat slordig omgesprongen: is het nu Groeninge, Groeninghe of Groeningeheem?

De Kortrijkse jeugdherberg werd in 1973 opgericht in het pensionaat van het opgedoekte en door de stad opgekochte Sint-Gabriëlscollege. Het college werd gerund door de bedelpaters en -broeders (broeder Isidoor!) Passionisten en het trok vooral leerlingen van het platteland. In de school vestigde de stad niet alleen een jeugdherberg; de klassen en zalen werden ter beschikking gesteld van het verenigingsleven. Het geheel werd 'het Groeningeheem' gedoopt.

De jeugdherberg heeft nog altijd 96 bedden in 35 kamers. Kraaknet, zeggen de waarnemers, maar hopeloos verouderd. In nota's van stadsdiensten (Facility, Stadsplanning en -ontwikkeling) wordt onomwonden gezegd dat het basiscomfort in de jeugdherberg ontoereikend is en dat de jeugdherberg slechts 'louter elementair' in orde is, ook na de investeringen van vorig jaar. Die lamentabele toestand was vaak een onderwerp van discussie in de gemeenteraad. Vanuit de oppositie schoot de VLD (Hans Masselis en Wout Maddens van op de zijlijn) inde vorige bestuursperiode met scherp. Nu regeert OpenVLD mee met de CD&V van Stefaan De Clerck en Lieven Lybeer. Ook Cathy Matthieu (Groen!, nu samen met sp.a-spirit) liet van zich horen. Het stadsbestuur heeft de jeugdherberg ronduit verwaarloosd, aldus Cathy vorig jaar in april.

Erkenning

In 2005 dreigde het nachtverblijf zijn erkenning kwijt te spelen. Maar intussen zijn de grootste tekortkomingen weggewerkt. Zowat 100.000 euro had de stad over voor maatregelen zoals de vervanging van de roestende waterleiding, de modernisering van de keuken en het opknappen van de inkom. Ook in de brandveiligheid werd nogal wat geld gestoken; zo kreeg iedere kamer een rookmelder. Maar daarmee hebben die kamers nog geen stromend water. En de begeleidende leerkrachten van de Engelse scholen op bezoek in West-Vlaanderen, moeten nog altijd samen onder de douche met hun puberende pupillen.

Niettemin gaf Vlaams minister Geert Bougeois, N-VA en streekgenoot, opnieuw een verlenging van de erkenning, voor negen jaar. Maar het is duidelijk dat er iets moet gebeuren in die periode. Dat beseft het stadsbestuur nu zelf wel. In het door de gemeenteraad goedgekeurde 'strategisch beleidsplan toerisme Kortrijk' staat: "Op vlak van sociaal toerisme is er aandacht nodig voor de jeugdherberg".

Architecten 

Volgens Vlaams volksvertegenwoordiger Bart Caron, spirit, is het zijn partijgenoot, Bert Anciaux, die als Vlaams minister van Jeugd, de stad, de Vlaamse Jeugdherbergcentrale en Toerisme Vlaanderen heeft bijeengebracht om van gedachten te wisselen over de toekomst van de Kortrijkse jeugdherberg. Bert Anciaux subsidieert de werking van de erkende jeugdherbergen. In elk geval is het toerismeminister Geert Bourgeois die een strategische nota 'Jeugdverblijfsinfrastructuur in Vlaanderen' liet opstellen. 

Op grond van die nota kreeg Toerisme Vlaanderen de opdracht een haalbaarheidsstudie te laten maken voor de eventuele realisatie van vier nieuwe jeugdherbergen: in Diest, Oostende, Hasselt en ... Kortrijk. Voor Kortrijk werd de studieopdracht toegekend aan het bureau EVR Architecten dat daarvoor samenwerkt met BuroII.

De P's van 'payer' (petalen)

Als dat onderzoek aantoont dat de (vernieuw-)bouw van de jeugdherberg in Kortrijk 'haalbaar' is, wil de Vlaamse overheid met een alternatieve financiering de stad bijspringen in de kosten. Daartoe wordt een heel gecompliceerde juridische constructie opgezet. Met twee PPS'en, waarbij die letters 'P' een andere betekenis hebben in de eerste PPS dan in de tweede. Uiteindelijk zou het er kunnen op neer komen dat noch de stad noch de Vlaamse overheid (Toerisme Vlaanderen) enige lening moeten aangaan voor de financiering van de (ver-)nieuwbouw. Dat betekent helemaal niet dat ze ontsnappen aan jarenlange betaling van intresten, kapitaalaflossingen en vergoeding van de private partner(s). Of hoe een schuldenloos beleid uiteindelijk duurder uitvalt!

De eerste PPS is een "publiek-publieke samenwerkingsovereenkomst". Als je dat rare bureaucratentaaltje omzet in gewonemensentaal lees je: een contract tussen twee overheden. De contractsluitende overheden zijn hier Toerisme Vlaanderen en Stad Kortrijk. Zij beloven elkaar dat er een nieuwe of vernieuwde jeugdherberg komt in Kortrijk, te financieren op een ongebruikelijke manier (lees: zonder lening aan te gaan). Stad Kortrijk brengt ook de nodige bouwgrond in.

De tweede PPS is een "publiek-private samenwerking", dat wil zeggen een vennootschap waarin Toerisme Vlaanderen 26% van de aandelen houdt en een of meer private partners de rest. Toerisme Vlaanderen heeft daar maximaal 1,5 miljoen euro voor over. Het wordt een DBFM-vennootschap, een van de nieuwste snufjes van het vennootschapsrecht. Die vennootschap krijgt de opdracht de jeugdherberg te bouwen. Vandaar dat de private partners geselecteerd worden met een soort openbare aanbesteding. Bouwen betekent: het ontwerp (Design), bouwen (Build), financiering (Finance) en onderhoud (Maintenance).

Die DBFM-vennootschap verhuurt het goedkoop hotelletje dan aan de exploitant (de erkende jeugdherberg). Het ziet er naar uit dat die exploitant nooit in staat zal zijn de DBFM-vennootschap te vergoeden met zijn inkomsten. Daar springt de overheid dan weer bij: Toerisme Vlaanderen en de stad.

Nu alles ondertekenen zou de stad wel eens in een financieel avontuur kunnen storten. Vandaar dat er een ontsnappingsclausule is ingebouwd. Als het ernaar uitziet dat het project te duur wordt, kan de stad zich nog terugtrekken na voltooiing van de haalbaarheidsstudie. Als de architecten een beetje slim zijn, rekenen zij pas in de tweede fase goed door - ervan uitgaand dat de auteurs van de haalbaarheidsstudie het best geplaatst zullen zijn om het D-onderdeel (design of ontwerp) van de opdracht van de DBFM-vennootschap in te vullen.

Onzeker en niet voor direct

Al met al betekent die ingewikkelde constructie dat de modernisering en het voortbestaan van de Kortrijkse jeugdherberg helemaal niet zeker is. In elk geval wordt een jarenlange omweg gemaakt om uiteindelijk te komen tot een resultaat dat via de klassieke weg zoveel vroeger zou kunnen gerealiseerd worden. De klassieke weg liep van een normale overheidsopdracht via een gebruikelijke lening bij de goedkoopste bank naar een simpele subsidie van de Vlaamse overheid. Was dat zoveel slechter?

Intussen sluimert een debat over welke jeugdherberg Kortrijk nodig heeft. Stefaan Bral, CD&V, schepen voor Toerisme in de vorige bestuursperiode, vroeg zich zelfs ooit openlijk af of een jeugdherberg in Kortrijk nog wel zin had (Het Volk van 27 augustus 2005). Stedelijk sport-directeur Mia Maes denkt van wel en wil dat 'goedkope verblijf' behouden in het vroegere Sint-Gabriëlscollege, 'op loopafstand van het stadscentrum'. In de Kortrijkse jeugdraad daarentegen vond men de huidige jeugdherberg 'te groot' en 'te ver van het centrum' (?). Vorig jaar pleitte jeugdraadvoorzitter Thomas Holvoet voor een bescheidener pand "in de buurt van het muziekcentrum of de skatebowl" (Groeningebrug aan de rand van de stad!?). CD&V-fractieleider in de gemeenteraad Filip Santy dacht dan weer meer aan een opvangplaats buiten de stad. Weet Kortrijk zelf wel wat het wil?

Persoonlijk ben ik voorstander van het behoud van een bescheiden maar comfortabele jeugdherberg in de binnenstad. Dat hoeft niet noodzakelijk boven de sportzaal van het Groeningeheem te zijn.

GH2

13-10-07

Bouwt Kortrijk een nationaal zwemcentrum zoals De Tongelreep in Eindhoven?

tong_overzichtsfoto_golfslagbad_573x381

Vooral voor de zwemsport is er in Kortrijk een tekort aan zwemwater. Het stadsbestuur poogt daar een mouw aan te passen met een extra subsidie aan de zwemclubs, zodat zij buiten Kortrijk zwembaden kunnen afhuren. Al geruime tijd leeft bovendien in de Groeningestad, ooit de thuishaven van zwemkampioene (en ere-burger van de stad) Brigitte Becue en nog altijd van de waterpolocracks van KZK, de vraag naar een zwembad met olympische afmetingen: 50 meter lang, 10 baantjes breed. Het stadsbestuur wil zeker in de komende vijf jaar nog niet investeren in een dergelijke infrastructuur, maar een haalbaarheidsstudie voor later kan er wel van af. Die studie wordt uitgevoerd door de eigen sportdienst. Ze zijn volop aan het prospecteren en een eerste werkbezoek betrof niets minder dan het grootste Nederlandse zwemparadijs: De Tongelreep in Eindhoven. Dat noem ik gepaste ambitie. Doe zo voort, Tom en Mia!

Haalbaarheidsonderzoek

In het bestuursakkoord van het huidige CD&V-OpenVLD-stadsbestuur staat heel schuchter het voornemen om een haalbaarheidsstudie uit te voeren met betrekking tot de eventuele bouw in Kortrijk van een 50 meter-zwembad. Ik zeg "schuchter", omdat de eerste vraag waarop de studie antwoord moet geven is: of de bouw van een dergelijke sportinfrastructuur wel 'aangewezen' is. Voorts moeten de onderzoekers op zoek gaan naar een mogelijks geschikte locatie en ... "hoe het openluchtzwembad aan de Abdijkaai binnen zijn huidige dimensie opgewaardeerd kan worden".

Ik hoop dat men ons op de lange duur niet voor de keuze gaat stellen: of een 50 meter-zwembad of een openluchtzwembad. Beide voorzieningen beantwoorden aan onderscheiden behoeften. Het grote bad is noodzakelijk als Kortrijk ooit nog iets wil betekenen in de zwemsport. Het openluchtbad is de 'plage' van Kortrijk, een erg onderbenutte maar enige kans om in onze stad van zon, water en open luchtrecreatie te genieten. En er is hoe dan ook een tekort aan zwemwater voor zowel atleten als recreanten en scholen.

Enkele jaren geleden heeft men een goede gelegenheid laten passeren om beter tegemoet te komen aan de zwembehoeften van de stad. De aan het zwembad in de Abdijkaai palende, private sport- en societyclub De Wikings zag zijn clublokaal onteigend voor de verbreding van de Leie en was eventueel bereid zijn domein aan de stad te verkopen. Voorwaarde was dat het stadsbestuur voor de club elders terreinen zou versieren, op de site van Koramic bijvoorbeeld. De stad is toen niet ingegaan op die eis en de Wikings hebben zich dan maar opnieuw ingegraven op hun terreinen naast het openluchtzwembad. Daarmee verzwond de droom om op die terreinen een zwemsportcentrum (met openlucht- en indoorzwembaden) uit te bouwen met een ligweide op de oever van the Golden River. Misschien kunnen de 'haalbaarheidsonderzoekers' toch nog even die optie bestuderen?

Markante zwembaden bezoeken

Dat haalbaarheidsonderzoek is toevertrouwd aan de eigen stedelijke sportdienst, onder coördinatie van Tom Hillewaere, adjunct van de directeur. Ook de directeur sport zelf, Mia Maes, en de zwembadbeheerders werken eraan mee. Voor dat onderzoek acht het stadsbestuur het noodzakelijk dat men even gaat kijken in de buurlanden wat er allemaal mogelijk is op zwembadgebied. De betrokken ambtenaren krijgen dus de toestemming om op stadskosten enkele markante zwembaden te gaan inspecteren.

Met terugwerkende kracht - is hier een hartig woordje over gepraat? - is aan Tom Hillewaere een regularisatie toegestaan voor een dienstreis op 10 augustus jl. naar De Tongelreep in Eindhoven, Nederland.  Nu, als De Tongelreep de norm is voor wat er in de toekomst in Kortrijk moet komen, zitten wij goed! De Tongelreep is het grootste zwembadencomplex van Nederland, dat zichzelf niet voor niets het 'nationaal zwemcentrum' noemt.

De Tongelreep

Voor echte waterliefhebbers moet De Tongelreep zowat de ultieme - ... natte - droom zijn. Zwemclubs kunnen er zich volledig uitleven in een tienbaans 50 meter wedstrijdbassin en een achtbaans 25 meter springbassin met 3.000 zitplaatsen voor toeschouwers. Het olympische zwembassin is geschikt voor internationale topwedstrijden. Het 25-meterbad met duiktoren heeft een beweegbare bodem en is geschikt voor internationale springwedstrijden. Daarbij is er ook een vierbaans trainingsbassin, ook 50 meter, uitgerust met een zogenaamd 'Vision Training System' - 13 camera's waardoor uitgebreide analyses gemaakt kunnen worden, uniek in Europa.

Voor recreanten is er een grootschalig golfslagbad met glijbanen, instructiebaden, buitenbaden en de drie nieuwe baden. Er is ook een indrukwekkende ligweide, natuurlijk ingepast in de omgeving, de Genneper Parken. De ligweide is ingericht als een komvormige grasvlakte die zo geleidelijk mogelijk uitwaaiert naar de omringende taluds. De ligweide wordt aan de gebouwzijde afgebakend door het met donderplantjes begroeide groendak van het traniningsbad, aan de achterzijde door een houten wand en aan de natuurzijde door hulststruiken waarover de bezoekers uitzicht hebben op de natuurontwikkeling rondom de ligweide.

Het zwemcentrum is voorzien van 15.000 m2 aan tegelwerk en 3.500 m2 aan plinttegels. Alle tegels zijn gezet en gelegd in specie en zijn dus niet gelijmd. Met de bouw van het zwemcentrum is in totaal 24 miljoen euro gemoeid. De financiële bijdragen zijn hoofdzakelijk afkomstig van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS), de provincie Noord-Brabant, het Samenwerkingsverband Regio Eindhoven (SRE), het Europees subsidiefonds Stimulus en de gemeente Eindhoven, de opdrachtgever-eigenaar.

De baden in het zwemcentrum bevatten in totaal 12.500 m3 water. Gemiddeld trekt het zwemcentrum jaarlijks bijna  een miljoen bezoekers. Een normaal ticket kost 6 euro, een halfjaarlijks abonnement 106 euro. Er zijn gecombineerde entreekaartjes mogelijk met het nabijgelegen, ook  gemeentelijk IJssportcentrum Eindhoven.

Tongelreep

Tekort aan zwemwater voor de clubs

Dat er in Kortrijk een schrijnend tekort is aan zwemwater voor de clubs, blijkt uit een recente beslissing van het stadsbestuur. Voor het seizoen 2006-2007 is met een jaar vertraging een bedrag van 7.259 euro toegekend aan KZK Waterpolo en KZK Zwemmen als huursubsidie voor de huurkosten van beide vleugels van de Kortrijkse Zwemkring. KZK kan voor zijn trainingen en wedstrijden gratis gebruik maken van de Kortrijkse zwembaden. Dat is niet uitzonderlijk: het is in Kortrijk aan aloude beleidskeuze om aan de erkende sportverenigingen kosteloos sportinfrastructuur ter beschikking te stellen voor hun reguliere werking.

KZK moet evenwel, bij gebrek aan voldoende zwemwater, uitwijken naar het 50 meterbad in Zwevegem en zelfs over de taalgrens naar het zwembad van Moeskroen (stel je voor dat KZK zich binnenkort genoopt ziet om gebruik te maken van het zwembad dat onderdeel zal vormen van het vermaledijde shoppingdorp Cora in Moeskroen - dit geheel ter zijde). Voor andere sportclubs huurt de stad sportinfrastructuur af in scholen. Maar er zijn geen scholen die nog een zwembad rijk zijn. In zekere zin kan KZK zich dus gediscrimineerd voelen. Vandaar die huursubsidie. Behalve de twee afdelingen van KZK delen ook Kortrijk Sport CB en Basketteam Kortrijk van dat nieuwe potje.

Het betreft hier een geheel nieuwe uitgave uit de stadskas. Pas bij de eerste begrotingswijziging 2007 (gemeenteraad van 14 mei 2007) is een krediet van 17.000 euro ingeschreven voor 'subsidies voor huur sportinfrastructuur'. Enigszins pikant is de vaststelling dat de huursubsidie aan de vier verenigingen wordt uitgekeerd zonder dat daar al een subsidiereglement voor bestaat. Beschouw het als een ad hoc-toelage. De directie Sport heeft intussen de opdracht gekregen een huursubsidiereglement uit te werken, dat dan aan de gemeenteraad ter goedkeuring kan worden voorgelegd. het blijft de bedoeling aan de sportclubs alle kosten terug te betalen voor de huur van sportinfrastructuur die zij in Kortrijk zelf niet kunnen vinden. 

12-10-07

Foruminvest heeft 2 miljoen euro voor sjiekere omgeving winkelcentrum

FI11

Foruminvest, de promotor van het nieuwe grootschalige winkelcentrum in de Kortrijkse binnenstad, neemt een kapitaalsparticipatie van 2 miljoen euro in een NV Pandenfonds. Dat Pandenfonds wordt opgericht samen met het autonome gemeentebedrijf SOK (Stadsontwikkelingsbedrijf Kortrijk), dat er 1 miljoen euro in stopt. De bedoeling is de omgeving van het winkelcentrum op te waarderen. Dat is een voor de hand liggende optie voor Foruminvest en het hoeft dan ook niet voorgesteld worden als een cadeau aan de stad. Erger is dat de stedelijke overheid op die manier een flink stuk van haar woonbeleid laat bepalen door Foruminvest. Daarbij zijn de belangen van de stad en Foruminvest niet gelijklopend. Een onvermijdelijke consequentie van dat Pandenfonds is sociale verdringing: de huidige bewoners zullen moeten plaats maken voor gezinnen met meer koopkracht. De enige remedie om dat te voorkomen heet: sociale huisvesting, maar die komt daar niet.

Het gebeurt niet elke dag dat een private investeerder, in dit geval de dochterfirma Sint-Janspoort van Foruminvest - met geld van Nederlandse pensioenfondsen! - twee miljoen euro veil heeft voor stadsvernieuwing. Dat is nochtans waartoe Foruminvest zich in Kortrijk verbonden heeft. De promotor stort dat bedrag als kapitaalsparticipatie in een op te richten NV Pandenfonds. De andere vennoot in de NV is het SOK, dat speciaal daartoe een miljoen euro heeft gekregen uit de stadskas. Ondanks die ongelijke verdeling van de aandelen, hebben beide vennoten evenveel stemrecht in de vennootschap.

Het doel van de NV is de opwaardering van de omgeving van het toekomstige mega-winkelcentrum dat Foruminvest thans aan het realiseren is tussen de Wijngaardstraat en de Sint-Jansstraat in hartje Kortrijk. In een straal van 300 meter rond de winkelhal moet het Pandenfonds vernieuwingsprojecten op gang brengen, 'stadskankers' wegwerken, en initiatieven nemen om wonen, winkelen, recreatie en andere functies (kantoren?) te stimuleren. Het zou een 'rollend fonds' moeten worden, waarbij de opbrengsten zoveel mogelijk opnieuw gebruikt worden om weer andere projecten te financieren.

Cadeau?

Op het eerste gezicht ziet dat er een merkwaardig cadeau uit van Nederlandse geldschieters aan Kortrijk. Zo wordt het ook voorgesteld door bijvoorbeeld burgemeester Stefaan De Clerck, CD&V. Bij nader toezien getuigt de geste van Foruminvest van een vooruitziend zakeninstinct. En de stad heeft zich misschien wat al te snel laten verblijden.

Foruminvest investeert 160 miljoen euro in zijn winkelcentrum met inbegrip van een woontoren op de Veemarkt. Het is heel verstandig gezien van de promotor om daarnaast ook nog eens twee miljoen euro te reserveren voor de opwaardering van de onmiddellijke buurt van zijn shopping mall. Stel je voor dat de bezoekers zich eerst een weg zouden moeten banen door verloederde, achtergestelde buurten om het koopparadijs te bereiken. Dat zou erg slechte reclame zijn. En binnen een straal van 300 meter rond de site van Foruminvest liggen wel meer buurten die allesbehalve riant zijn.

Uiteraard heeft Foruminvest er bovendien alle belang bij dat er in de buurt van zijn winkelcentrum een koopkrachtige en kooplustige bevolking komt wonen. Welstellende jonge gezinnen met kinderen bijvoorbeeld, die wel elke week iets nodig hebben voor hun opgroeiende kinderen met trendy eisen. Ook dat vergt een grondige vernieuwing van de bestaande buurten, waarin mensen zijn neergestreken met veeleer bescheiden inkomens.

Woonbeleid onder private controle

Hoewel Foruminvest twee derden van het kapitaal inbrengt, krijgt de private vennoot toch maar evenveel stemrecht als het SOK, de andere vennoot, die slechts een derde inbrengt. Dat wordt door sommigen voorgesteld als een grote verworvenheid. Ik vind die verworvenheid niet zo indrukwekkend. Foruminvest krijgt als het ware een vetorecht over een belangrijk deel van het woonbeleid in de binnenstad. Ik weet wel dat er afgesproken is om zoveel mogelijk in consensus te beslissen en dat men naar een arbiter zal stappen als de meningen uiteenlopen. Maar met een beroep op die arbitrage-procedure kan men lang en heel lang een project vertragen. Met vertragingsmaneuvers kan men een project onmogelijk maken in een sector waarin soms vlugge beslissingen genomen moeten worden.

Heel speciaal is wel dat de private inbreng in dit geval beperkt is tot één enkele partner. Zo krijgt Foruminvest niet alleen macht over het stedelijke woonbeleid maar ook over de realisatiekansen van projecten van mogelijke concurrenten.

Ben ik dan tegen privaat-publieke samenwerking (PPS)? Helemaal niet, integendeel, de overheid zou de private sector moeten stimuleren om deel te nemen aan nuttige projecten, bijvoorbeeld van stadsvernieuwing. Maar ik vind wel dat PPS-constructies beperkt moeten blijven tot welomschreven en tot in de details onderhandelde projecten. Een goed voorbeeld is het appartementsgebouw dat het SOK en aannemer/promotor Van Roey, verenigd in NV Tsyon, hebben gerealiseerd op de hoek van de Wijngaardstraat en de Vlamingenstraat. In concrete projecten kunnen de belangen van de stad en private investeerders gelijklopen.

De belangen van Foruminvest zijn noodzakelijk niet die van de stad

Commercieel heeft de stad er alle belang bij dat er een gezonde concurrentie bestaat tussen de handelaars in het winkelcentrum van Foruminvest en de traditionele winkelstraten. Voor Foruminvest kan de concurrentie van buiten soms hinderlijk zijn. Wie durft te garanderen dat Foruminvest niet zal proberen in het Pandenfonds de winkels onder zijn dak te bevoordeligen?

Wat de woonfunctie betreft, heeft Foruminvest alle belang bij een herwaardering die gericht is op het 'opleuken' van de omliggende buurten. Vooral de buitenkant van de woningen moet er verzorgd uitzien, om de bezoekers niet af te schrikken. Voor de stad zou de kwaliteit en het comfort van de woningen moeten primeren op de 'looks' van de straat. Voorts zal Foruminvest graag koopkrachtige en kooplustige bewoners in zijn omgeving aantrekken. De stad daarentegen schiet te kort in zijn sociale verantwoordelijkheid als de bestaande, veeleer kansarme bevolking in die omgeving, wordt verdrongen.

Sociale verdringing is onvermijdelijk

In de overeenkomst met Foruminvest staan dure eden over het vermijden van sociale verdringing. Men bedoelt dat door de stadsvernieuwing de bestaande armere bevolking zich daar niet meer zal kunnen handhaven. Dat, omdat de huurgelden te hoog zullen zijn of simpelweg omdat er geen huurwoningen meer en alleen nog koopwoningen zullen zijn. Foruminvest heeft er alle belang bij dat de buurbevolking van haar winkelcentrum wel degelijk verandert. En dat is ook niet te vermijden. Als je het woningenbestand in een bepaald stadsdeel drastisch gaat opwaarderen, krijg je hoe dan ook een andere bevolking. De huidige bewoners zijn daar niet toevallig beland in die verouderde en deels verwaarloosde panden. Alleen in dergelijke huizen beantwoorden de huurprijzen aan wat zij kunnen betalen.

Ben ik er dan tegen dat er aan stadsvernieuwing wordt gedaan? Zeer zeker niet! Maar die inspanningen moeten gecombineerd worden met sociale huisvesting, met het uitbreiden van het aantal sociale huurwoningen. In dit geval zijn de sociale huisvestingsmaatschappijen nergens en op geen enkel moment betrokken bij het Pandenfonds. Ook het sociaal verhuurkantoor De Poort niet. En ook het OCMW niet, behalve dan voor een enkel project in de Slachthuisstraat. Aan het OCMW is zelfs al gevraagd zich afzijdig te houden van wooninititatieven in die buurten, bijvoorbeeld in de Pluimstraat, om het Pandenfonds niet voor de voeten te lopen.

Het is opmerkelijk dat de stad hier plotseling een miljoen euro te voorschijn kan toveren voor per definitie niet-sociale stadsvernieuwing. Stel je voor dat een zelfde bedrag was gestoken in de bouw van extra sociale huurwoningen? Of in de modernisering van de bestaande sociale woningen? Of in ombouw van bestaande woningen tot sociale woningen? Hoe ingrijpend had men daarmee niet de jarenlange wachtlijsten kunnen verminderen?