27-05-08

De Kortrijkse plezierhaven heeft voortaan een havenkapitein

havenmeester1

De Kortrijkse plezierhaven, op diverse plekken op de Oude Leie en de Vaart Kortrijk-Bossuit, was tot nog toe een heel spontane bedoening. Meer aan en trek je plan. Daar komt verandering in. Er is een havenreglement goedgekeurd door de gemeenteraad. En het stadsbestuur benoemde een heuse havenmeester. De kapitein van de Ghidan is de eerste.

Koksmaatje

Hoewel het boottoerisme in Kortrijk, gelegen op de Leie en aan de Vaart Schelde-Leie, toeneemt, was het aanmeren aan de stedelijke kades en vlotters niet geregeld. Er wordt gewag gemaakt van 'overlastproblemen'. Bij gebrek aan een aanmeerreglement doet al wie komt aanvaren, van kapitein tot koksmaatje, zowat zijn goesting. De aanlegsteigers worden gebruikt als hersteldok, en als men het niet meer ziet zitten, laat men zijn wrak in het water achter. Elkeen zoekt op zijn manier elektriciteit; de kabels liggen onbeschermd op de steiger. Er is vandalisme en er is geen oplossing voor het afval. En hoe dikwijls gebeurt het niet dat zware wagens in de weg staan voor de tewaterlating van andere boten?

Toch heeft Kortrijk de laatste jaren enige investeringen gedaan om de ontwikkeling van een plezierhaven in het centrum van de stad een bescheiden kans te geven. Aan het Guido Gezellepad en de Handelskaai zijn vlottende aanlegsteigers aangebracht, uitgerust met 'aftakpalen' waar de plezierschippers water en elektriciteit kunnen halen. Tot vandaag is dat allemaal gratis geweest. Per jaar liepen de kosten voor de stad al gauw op tot zowat 8.000 euro.

Kajakadmiraal

Daar komt verandering in. Vanaf 1 juni 2008 valt er te betalen, maar dan alleen aan de kaaien die door het stadsbestuur zijn uitgeroepen tot 'passantenhaven': het Guido Gezellepad stroomafwaarts het houten brugje over de Oude Leie (115 meter ter hoogte van de residentie van de burgemeester), en de Handelskaai stroomopwaarts de Kasteelbrug (90 meter). Grappig is dat de retributie ook geldt voor de 10 meter vlottende steiger aan de Kasteelkaai stroomafwaarts de Kasteelbrug. Omdat de doorvaarthoogte daar zo miniem is, is die steiger enkel geschikt voor bootjes van het type kano of kajak. Ik ben eens benieuwd hoeveel kayakadmiraals hun vaartuig daar in het water gaan achterlaten...

Aan die steigers kun je maar 10 dagen naeen blijven liggen, in het vaarseizoen. Dat kost je dan 8 euro per dag, water en elektriciteit inbegrepen. Je kunt je vaartuig er ook laten overwinteren, van 1 november tot 31 maart. Dan betaal je een forfaitaire som van 250 euro en moet je je water- en stroomverbruik zelf afrekenen. Die taks wordt contant geïnd en je krijgt ervoor een vignet "toelating tot aanmeren". Je kan betalen aan de havenmeester of aan de dienst Toerisme. Vaartuigen zonder vignet worden weggesleept, op kosten van de eigenaar. Althans, daarmee dreigt het reglement.

havenmeester2

Havenkapitein

Bij de aflevering en de controle van de vignetten krijgt de havenmeester een belangrijke rol toebedeeld. Dat is een nieuwe functie en het stadsbestuur meent die opdracht te kunnen toevertrouwen aan een vrijwilliger.

Tot eerste havenkapitein van de Kortrijkse geschiedenis heeft het stadsbestuur de heer Daniël Spriet benoemd, een inwoner van Wuustwezel, die zijn plezierjacht 'Ghidan' een heel jaar aan de aanlegsteiger van de Guido Gezellepad mag laten dobberen. Hij krijgt zijn vignetten gratis en mag bovendien gratis stroom en water afnemen. En ten slotte bezorgt de stad hem nog een vrijwilligersverzekering.

Al bij al is dat toch maar een karige beloning voor iemand met een dergelijk takenpakket. Hij moet de naleving van het aanmeerreglement controleren. Dat houdt onder meer in de ontvangst van passantenboten, het doorverwijzen van zijn collega's-kapiteins naar de dienst Toerisme voor de betaling van het liggeld, en de controle van de vignetten. Eigenlijk is dat een bijna dagelijkse opdracht.

Archimedes

De regels - eerste regels! - voor het aanmeren op de Kortrijkse binnenwateren zijn vastgelegd in een apart politiereglement. De handhaving gebeurt voorlopig door het strafgerecht, waar dat wellicht geen prioriteit zal zijn. Maar het is de bedoeling het reglement op te nemen in het nieuwe algemeen politiereglement waaraan men op het stadhuis aan het werken is. na die opname zal men overtredingen kunnen bestraffen met administratieve sancties die niet meer door de strafrechter moeten worden uitgesproken.

Die reglement geldt voor alle binnenwateren op Kortrijks grondgebied. Dus ook voor wie per kano het niet al te welriekende water van de Heulebeek opvaart. Onder vaartuig begrijpt het reglement "elk drijvend of varend toestel" en zelfs "met inbegrip van de tuigen zonder waterverplaatsing". Wat zou dat kunnen zijn? Gelden in Kortrijk de wetten van Archimedes niet? Artikel 2 geeft een indrukwekkende opsommingt van al wat ooit op de Kortrijkse binnenwateren zou kunnen aangetroffen worden: binnenschepen, woonvaartuigen, pleziervaartuigen, bedrijfsvaartuigen, vlotten, pontons, drijvende werktuigen, baggermolens, bokken, elevatoren, watervliegtuigen (!), kajaks, kano's, en zelfs zeilplanken, surfplanken of andere gelijkaardige tuigen.

De auteurs hebben een soort vergeten: duikboten. Nochtans is er ooit(jaren dertig?) een experiment geweest met een ineengeknutseld duikbootje; eer het kon aanmeren, lag het vol water in het Leieslib. 

Lens houden

Het reglement is opgebouwd zoals men het leert in de colleges legistiek aan de rechtsfaculteiten: het is verboden aan te meren op Kortrijks grondgebied, behalve op bepaalde plaatsen voor bepaalde soorten boten. De aanlegoevers zijn opgedeeld in zones voor verschillende soorten boten. Op de zuidelijke oever aan beide uiteinden van de Oude Leie wordt het aanmeerverbod opgeheven voor plezierboten (passanten). Voor een jachthaven in het centrum zoals Portus Ganda is de uitrusting vooralsnog te gering.

Woonboten, zoals de schilderachtige Pavot op de foto, kunnen ankeren aan het verste stuk van het Guido Gezellepad stroomafwaarts de Oude Leie, en aan de Groeningekaai op de Vaart. Aan de Handelskaai mogen horecaschepen aanmeren. Aan de Kasteelkaai, zoals gezegd, kano's, kajaks en ... gondels. En op de Vaart, kant Venning, Spinnerijkaai, is er 350 meter ter beschikking als tijdelijke aanmeerplaats, voor de Bijbelschepen bijvoorbeeld die er nu op gelovigen wachten.

Een belangrijke regel is dat men elk vaartuig dat men aan een Kortrijkse oever legt, moet "lens houden". Dat moet gebeuren met een door een hulpmotor aangedreven lenspomp. Ook op het water is dubbele parkeerfile verboden. Op de oever mogen geen vaste constructies gebouwd worden. "Het is verboden te hengelen (op de Leie?!), te barbecuen of te spelen op de aanmeersteigers". Over 'spelevaren' rept het reglement niet.

En eindelijk krijgen bootbewoners het recht - want ook de plicht - zich in Kortrijk te domiciliëren als inwoner. Eindelijk stemrecht! 

Politiereglement, retributiereglement en een kaart met de indeling in verschillende aanmeerzones vind je op de website van stad Kortrijk, onder toerisme/praktische info. 

havenmeester3

25-05-08

In memoriam: Frans Lemaitre, Kortrijkzaan in Antwerpen

Frans1
  
Mijn neef Frans Lemaitre is overleden op 17 mei jl. Hij bouwde als Kortrijkenaar een boeiend leven uit in Antwerpen. Omdat velen hem in zijn jeugd in Kortrijk hebben gekend, wijd ik hier een stukje aan hem.

Hij was mijn stoere neef en een vol jaar ouder. Als kind van dezelfde stadswijk, Overleie, keek ik naar hem op. Later heb ik mij dikwijls afgevraagd wat er van hem geworden was. Ik werd er ook naar gevraagd door mensen die hem in Kortrijk gekend hadden.

Na zijn vertrek uit onze stad was hij compleet uit mijn gezichtsveld verdwenen. Een paar keer kwam ik hem, tot mijn grote verbazing, tegen op socialistische partijcongressen. Ik moest eerst polsen of hij het wel was. Een partijgenoot in onze familie; zo waren wij niet opgekweekt! Maar het bleef bij die ontmoetingen bij een vluchtig gesprekje; daar klonk de bel alweer die de koffiepauze afsloot.

Zaterdag ben ik naar zijn uitvaart geweest. Pas 59 geworden verloor hij de strijd tegen slokdarmkanker; hij overleed in de Eeuwfeestkliniek van Antwerpen. In een aula van het crematorium van Antwerpen werd het een maçonnieke afscheidsplechtigheid. De opkomst was groot, vooral uit de Scheldestad. En uit de toespraken kon ik mij een en ander voorstellen van het boeiende leven dat hij zich in Antwerpen had uitgebouwd, een leven dat een geheel andere richting uitging dan waaraan ik hem in Kortrijk zag beginnen.

Kortrijk

Waarom is hij geen journalist geworden, dacht ik soms? Ooit nam hij als 'vendelleider' in de Chiro van Overleie - onze familie was katholiek en dus onze jeugdbeweging ook - het initiatief om met zijn vendel een boekje te maken over de Sint-Elooisparochie. Ik was bij dat vendel ingedeeld. Hij was 12 en ik nog geen 11, maar publiceren wou hij. Redactievergadering aan de keukentafel bij hem thuis in de Sint-Amandslaan. Ik kwam eraan met mijn moeizaam neergepende drie regels tekst. Maar daarmee kon ik geen eer halen; als hoofdredacteur bleek hij een hele brochure ineengestoken te hebben met eigenhandig genomen foto's op de koop toe. De toren van de Sint-Elooiskerk had hij diagonaal getrokken; heel modern in de beginjaren 60.

Maar het meeste indruk op mij maakte zijn organisatietalent. Ik zie hem nog bezig op 11 november 1966, als verantwoordelijke op Overleie van de eerste 11.11.11-actie. Diverse jeugdbewegingen hadden de krachten gebundeld en vanuit het parochiecentrum naast de broederschool werden tientallen enthousiaste ploegen uitgestuurd voor een collecte waaraan geen straat ontsnapte. Ik zie toenmalig schepen Carlos Verhenne nog glunderen toen hij vernam hoeveel de verzamelde jeugd van Overleie had opgehaald.

Weinigen in Kortrijk weten nog dat hij meewerkte aan de oprichting van jeugdclub Jeko, op die andere Kortrijkse parochie, Sint-Rochus, in 1968. De club ontpopte zich al ras tot een vrijgevochten, pluralistische vereniging. Later werd de club in de Doorniksewijk, na fusie met 't Gareelke, Jeugdhuis Reflex (nog altijd bestuurd door vzw Jeko). En dan vertrok hij naar Antwerpen.

Antwerpen

Journalist is hij niet geworden. En zijn politiek en organisatietalent heeft niet geleid tot publieke mandaten. Hij is in het onderwijs gegaan. Eerst als regent wiskunde en fysica - had ik nooit in hem gezien. Later is hij zich verwoed gaan toeleggen op niet-confessionele zedenleer; beroepshalve was hij tot nu leraar moraal aan het Provinciaal Instituut voor Tuinbouwonderwijs in Mechelen, waar hij ook vertrouwenspersoon was. En wat mij niet verwondert, is dat hij lid was van de Schrijfkern van het pedagogisch-didactisch leerlingentijdschrift Prik en lid van de redactieraad van het tijdschrift Mores. Hij was ook voorzitter van de WLE, Werkgemeenschap voor Leraren Ethiek.

Hij was ook actief in ACOD-onderwijs, de leerkrachtenvakbond.

En op de uitvaartplechtigheid bleek dat hij zijn organisatietalent ook ten volle had kunnen uitleven in de Vrijmetselaarsloge Salvador Allende. Hij werd er een van de drijvende krachten van het verlichte broederschap "in het oosten van Antwerpen".

Er werd in de toespraken nogal wat klemtoon gelegd op zijn politieke bedrijvigheid. Uit mijn korte gesprekken op partijcongressen kon ik opmaken dat hij zich bewoog in de kring rond Lode Hancké, de ethisch geïnspireerde socialist aan de linkerzijde van de partij. Een openbaar mandaat heeft Frans evenwel nooit nagestreefd; hij kon beter achter de schermen werken.

Wie hem in zijn Antwerpse jaren heeft gekend, haalt zijn uiterste geduldigheid aan en zijn tolerantie. Verschillende sprekers noemden hem een minzaam en gezellig mens, met zin voor humor en een oprecht inlevingsvermogen, en ook een onverwoestbaar optimisme, zelfs tijdens zijn ziekte.

Frans Lemaitre laat een muzikaal getalenteerde zoon, Jannes, achter.

20:10 Gepost in Algemeen | Permalink | Commentaren (5) |  Facebook |

21-05-08

Wordt Kortrijks researchpark een wetenschapspark in zakformaat?

researchpark 2

Kortrijk slaagt er maar niet in zijn ambities voor een groot researchpark te realiseren. Tien jaar koesterden stad en intercommunale Leiedal de illusie 10 hectare nabij de KULAK te kunnen aanbieden aan bedrijven in de branche van onderzoek en ontwikkeling. Hardnekkig verzet van de omwonenden maakte dat plan onmogelijk. De zone Vlasakker wordt een park tout-court. Bij de ruimtelijke afbakening van het stedelijk gebied Kortrijk, verlegde men zijn hoop op een researchpark naar de Vlieberg, de gewezen pannenfabriek en terreinen van steenbakkersgroep Koramic op Kapel ter Bede. Nu is het de eigenaar van de gronden die bezwaar maakt. Volgens Koramic is de vraag naar grond voor wetenschapsactiviteiten "gering" geworden. Daarom wil Koramic de bestemming wetenschapspark beperken tot slechts de grote helft van de beschikbare oppervlakte (9 ha). Het stadsbestuur wil onderhandelen, maar roept ook de hulp in van Vlaams minister van Ruimtelijke Ordening Dirk Van Mechelen, OpenVLD.

Vlieberg

In het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan (GRUP) "Afbakening regionaal stedelijk gebied Kortrijk" (10 januari 2006) heeft de afgeronde driehoek tussen de E17 en de Kortrijkse grote ringweg R8, die daar ineenlopen, integraal de bestemming wetenschapspark gekregen ("gebied voor stedelijke ontwikkeling"). Het gebied wordt begrensd door beide autowegen en in het noorden door het fietspad op de gewezen spoorlijn Kortrijk-Amougies-Ronse. net buiten het gebied staan de beroemde, maar bijna in puin gevallen, beschermde droogloodsen van de gewezen pannenfabriek du Littoral. Ook voor die loodsen moet nog een bestemming gevonden worden. En uiteraard blijft halverwege de berg de ooit zo populaire maar nu onbereikbare  bedevaartskapel Kapel ter Bede staan als beschermd patrimonium.

De bijna 10 ha zijn bestemd voor "fundamenteel en/of toegepast onderzoek en/of ontwikkeling in samenhang met onderwijs- en opeleidingsactiviteiten". Daarbij zijn eveneens toegelaten: bewakingsfirma's, bedrijven die diensten verlenen aan onderzoeksactiviteiten, windenergie, telecommunicatie en ... "stedelijke infrastructuur van regionaal belang zoals bedrijvigheid, dagrecreatie en daaraan complementaire activiteiten". Met andere woorden mag de stad in dat gebied meer dan de private investeerders. Ooit stak het ideetje de kop op om in dat gebied een nieuw voetbalstadion te bouwen.

Uitdrukkelijk verboden in de driehoek zijn activiteiten met gevaarlijke stoffen, transport en grottschalige kleinhandel. Voorts is van belang dat de nu nog groene Vlieberg - ooit was de top gesierd met een kasteeltje, een kasteelhoeve en een bos - voor een vijfde groen moet blijven. De groenaanleg moet "landschappelijke meerwaarde bieden binnen het gebied". Ahum, elke aansnijding van het gebied zal het bestaande prachtige landschap schade toebrengen (n.v.d.r).  Ook moeten "de bestaande natuurwaarden op de spoorwegberm" geconserveerd worden. Ik vrees dat de plannenmakers niet goed gekeken hebben. Die natuurwaarden bevonden - verleden tijd - zich wel degelijk op de bermen in het gebied maar dan wel op de bermen van de verschillende Decauvillespoortjes (waarmee dakpannenklei werd aangevierd naar de nabijgelegen pannenfabriek), overwoekerd door de bramen, een paradijs voor vogels.

researchpark1

Die bestemming als wetenschapspark kreeg het gebied op vraag van het Kortrijkse stadsbestuur. Het bestuur zocht een alternatief voor het verdwijnen van de mogelijkheid van een researchpark bij de KULAK, locatie Vlasakker. De geschiedenis van dat fiasco vind je hier.

Muurvast

De stad wil het gebied Kapel ter Bede nu ontwikkelen volgens zijn nieuwe bestemming. Daartoe kreeg Leiedal de opdracht een inrichtingsplan te maken. Met een ontwerp van dat plan trok Leiedal naar het (Vlaamse) departement RWO (Ruimtelijke Ordening, Wonen en Onroerend Erfgoed, van de liberale ministers Dirk Van Mechelen en Marino Keulen). En op die vergadering bleek er een groot probleem te bestaan: de grootste eigenaar van het gebied, dakpannenconcern Koramic, gaat niet akkoord met de bestemming die aan het gebied is gegeven. Als de eigenaar niet meewil, wordt het gebied niet ontwikkeld, of het zou moeten zijn dat de stad teruggrijpt naar het wapen van de onteigening. Ook in dat laatste geval zal het nog jaren wachten zijn op de eerste spadesteek van het researchpark.

Koramic argumenteert dat de vraag naar gronden op wetenschapsparken 'relatief gering' is geworden. 10 hectare daarvoor is veel te veel. Bovendien acht Koramic de opgelegde beperkingen veel te streng. Er moeten ook bedrijven kunnen komen die zich niet strikt toeleggen op onderzoek en ontwikkeling. De eigenaar wil bijvoorbeeld "hybride bedrijven" aantrekken; dat zijn bedrijven die gedeeltelijk goederen produceren en gedeeltelijk uit kantoren bestaan. Als voorbeeld wijst Koramic op de vestigingen van Barco en Eandis op het Kennedypark. Dat bedrijventerrein was bestemd voor de vestiging van hoofdkwartieren van grote bedrijven uit de streek; toch zijn Barco en Eandis erin geslaagd daar belangrijke productie-activiteiten onder te brengen. Om het innovatief karakter van Kapel ter Bede te waarborgen zou men de verplichting kunnen opleggen dat de bedrijven daar elk ook een onderzoekscomponent onderbrengen (een labje voor kwaliteitscontrole?).

Het is duidelijk dat met die harde opstelling van grondeigenaar Koramic het project wetenschapspark weer muurvast zit. 

Opties

Om eruit te geraken schetst Leiedal voor het stadsbestuur een viertal opties. Vooreerst zou men de vastgelegde bestemming integraal kunnen behouden. Daarmee zou men radikaal ingaan tegen de visie van de grondeigenaar. Koramic wijst erop dat de vraag naar dergelijke gronden nagenoeg is opgedroogd na de teruggeschroefde subsidies voor de ontwikkeling van wetenschapsparken.  Volgens Koramic betekent deze optie "de facto een bevriezing van het grootste deel van de gronden". Is dat een bedreiging?

Een tweede mogelijkheid kan zijn de bestemming wetenschapspark compleet op te doeken. Maar dan botst men op de stedenbouwkundige regels die nog maar recentelijk zijn goedgekeurd. Meer nog: het zou als consequentie hebben dat Kortrijk voorgoed een kruis mag maken over zijn plan om ooit een wetenschapspark te ontwikkelen op zijn grondgebied. Na een vrijwillig afzien van die bestemming op Kapel ter Bede, zal het ook elders niet meer pakken. Bovendien komen er bij die mogelijkheid niet onaanzienlijks kosten voor het uitwerken van nieuwe plannen.

Een derde optie bestaat erin de bestemming wetenschapspark slechts te behouden voor een afgebakend deel van de gronden. Koramic heeft berekend - neem het met een korrel zout - dat van de 10 hectare op de site Vlasakker slechts 2,81 ha exclusief voor wetenschapsbedrijven kon gebruikt worden. Welnu, zegt de grondeigenaar, laat ons ook op Kapel ter Bede die vermaledijde bestemming beperken tot een kleine 6 hectare. Maar ook daarvoor moeten nieuwe plannen komen en moet het departement RWO akkoord gaan met de bestemmingswijziging.

En een vierde optie zou uit de koker van Jezuïeten kunnen komen: "het wetenschapspark als een niet-afgebakend deel van Kapel ter Bede". Leiedal vertaalt dat als: "werken met een ruimtebalans". Een bepaald aantal m² van de gronden zou naar researchactiviteiten moeten gaan; op de rest mogen andere bedrijven komen. Pragmatisch ligt die optioe voor de hand. Maar de rechtszekerheid vermindert - wie zal die balans te allen tijde blijven bewaken?

Onderhandelingen

Het standpunt van het departement RWO is dat Kapel ter Bede nimmer een doorsnee bedrijventerrein mag worden. Klassieke KMO-zones, een aanbod zoals op het aan de overkant van de E17 gelegen hoogwaardig bedrijventerrein Evolis of op het Kennedypark zijn er niet gewenst. Zuivere kantoren of fabrieken mogen er niet komen. Wel zouden 'hybride bedrijven' eventueel wel kunnen.

Het stadsbestuur reageert enigszins verbijsterd op die evolutie. Op 6 mei heeft het een wat dubbelzinnige beslissing genomen. Het stadsbestuur (CD&V-OpenVLD) lijkt min of meer akkoord te gaan met de beperking van de bestemming wetenschapspark tot een deel van de gronden of van de bedrijven die er zich komen vestigen (opties 3 en 4). Onderhandelingen met de betrokken instanties worden gestart. Toch wenst het stadsbestuur dringend overleg met het kabinet van Vlaams minister Dirk Van Mechelen over dit dossier.

researchpark 3

De voorschriften van het GRUP Afbakening regionaal stedelijk gebied Kortrijk over kapel ter Bede vind je hier.

20-05-08

Kortrijk steunt Bergen als culturele hoofdstad 2015 (en niet Mechelen)

mons1

Terwijl in Brussel de discussie over Bergen of Mechelen als Culturele Hoofdstad van Europa 2015 aan het ontaarden is tot politiek gekrakeel, heeft het stadsbestuur van Kortrijk, CD&V en OpenVLD, in alle gemoedsrust beslist zich achter Bergen te scharen. Daarmee neemt het stadsbestuur hetzelfde standpunt in als federaal premier Yves Leterme, CD&V. Een uitspraak van Leterme in die zin, leverde hem banvloeken op van heel de OpenVLD en van Vlaams minister Dirk Van Mechelen, OpenVLD, in het bijzonder. Uiteindelijk zijn het de Gemeenschappen die de knoop zullen doorhakken. Kortrijk staat klaar met een heel programma voor het geval de stad van Elio Di Rupo, PS, Bergen dus, het pleit wint.

Partner van Mons 2015

Kortrijk is door de stichting 'Mons 2015' aangezocht om partner te worden bij de kandidatuur van Bergen voor de titel Culturele Hoofdstad van Europa in 2015. De stichting draagt de artistieke en culturele verantwoordelijkheid voor het hele project. Daarvoor - en natuurlijk ook wel om de kandidatuur van de hoofdstad van Henegouwen te ondersteunen - zoekt de stichting partners in de provincie en verderop in het Waalse land en in de grensstreek met Frankrijk en het Vlaamse Gewest. Zo arriveerde Mons 2015 ook in Kortrijk.

Het stadsbestuur toont zich zeer bereidwillig. Stad Kortrijk gaat ermee akkoord om in Kortrijk zelf een of meer activiteiten te organiseren die deel uitmaken van het programma Mons 2015. Het stadsbestuur rekent daarvoor op initiatieven van Buda-Kunsteneiland en schuift bovendien zelfs een concreet evenement naar voren: de opening van de bibliotheek van de toekomst (die hopelijk tegen dan zal afgewerkt zijn). De Stedelijke Musea van Kortrijk zullen in hun werking deelnemen aan de geplande exposities rond het thema 'Saint Georges dans la peinture européenne'.

Een voorstel van Bergense kant is een educatief project "20 jaar in 2015", met taalgerichte uitwisselingen van scholieren tussen Vlaamse en Franstalige scholen. Mons 2015 belooft zijn deel in de kosten te dragen. Stad Kortrijk zal op zijn beurt bijdragen in het algemene communicatiebudget van Mons 2015.

Als Bergen effectief Culturele Hoofdstad van Europa 2015 wordt, komt er een meer gedetailleerde partnerovereenkomst.

Mechelen

Met zijn kandidatuur komt de stad van PS-president Elio Di Rupo in concurrentie met het Mechelen van OpenVLD-voorzitter Bart Somers. Nochtans zijn de kandidaturen nog niet officieel opgevraagd. Die eerste stap in de procedure moet genomen worden door de federale regering tegen eind 2008. De belangstellende steden hebben tien maanden de tijd om hun dossier in te dienen. In 2010 maakt een jury een eerste schifting tussen de gegadigde steden. Die jury bestaat uit 13 experten: 7 benoemd door het Europees Parlement, de Raad, de Europese Commissie en het Comité van de Regio's, en 3 benoemd door de beide grote taalgemeenschappen van ons land (is dat geen discriminatie van de Duitstalige Gemeenschap?). Die jury krijgt negen maanden om zijn definitieve keuze te maken. En uiteindelijk is het de Raad van Europa die een stad formeel de titel van Culturele Hoofdstad van Europa toekent, in 2011.

In 2015 zijn België en Tsjechië aan de beurt om elk een culturele hoofdstad te hebben. In 2014 zijn dat Zweden en Letland, en in 2016 Spanje en Polen. In België staan we nog nergens in de procedure. De kandidaturen zijn nog niet opgevraagd. Precies vandaag, 21 mei 2008, buigt het Overlegcomité (waarin alle regeringen van ons land - de federale, gemeenschaps- en gewestregeringen - gaan samenzitten) zich over die kwestie, die communautaire stekeltjes begint te vertonen. Op vraag van federaal premier Yves Leterme zou dat Overlegcomité zich akkoord moeten verklaren met het principe dat het nu de beurt is aan een Franstalige stad om culturele hoofdstad te worden. Datzelfde comité zou dan de tekst van de oproep voor kandidaten moeten opstellen. Vanavond weten wij wellicht meer.

De premier maakte zijn voorkeur voor Bergen een eerste keer bekend in zijn antwoord op een parlementaire vraag van Ecolo-kamerlid Juliette Boulet. Leterme wees erop dat de vorige Belgische culturele hoofdsteden waren: Antwerpen (1993), Brussel (2000) en Brugge (2003, waarbij Bart Caron, nu Vlaams volksvertegenwoordiger voor VlaamsProgressieven, projectleider was).

Onmiddellijk stak in Vlaanderen en vooral bij OpenVLD een storm van protest uit. Vlaams minister Dirk Van Mechelen noemde het voorstel van Leterme een voorbeeld van "culturele wafelijzerpolitiek". Hij betoogde dat culturele hoofdsteden moeten worden aangeduid volgens de kwaliteit van hun dossier en niet op hun communautair bepaalde locatie". De Mechelse afdeling van OpenVLD ging nog verder in haar kritiek: "Moet Mechelen worden opgeofferd opdat Leterme vriendje met Di Rupo kan zijn?". Het grote nadeel van Mechelen zou zijn dat het te dicht bij Brussel ligt; bezoekers aan de culturele hoofdstad zouden te vlug afzakken naar de internationale aantrekkingspool Brussel in plaats van de ruimere regio van de culturele hoofdstad te verkennen.

Luik

Het is voorts niet uitgesloten dat ook nog andere steden een gooi doen naar de titel. In Namen gaan daartoe stemmen op. In Luik is er zelfs een comité Liége2015 opgericht, dat een massale petitie heeft gelanceerd. Initiatiefnemer is beeldend kunstenaar Alain ... 'De Clerck'.

18-05-08

LAR-Zuid bedreigt weer waardevol landschap tussen Kortrijk en Menen

Het stadsbestuur van Kortrijk zet het licht op groen (!) voor onteigeningen die het waardevolle landschap tussen Kortrijk en Menen moeten verdringen voor de niet-onbetwiste uitbreiding van het transportcentrum LAR. Die beslissing steunt op een hoogst eigenaardige interpretatie van een studie. Stad Menen, ook betrokken, is minder enthousiast. Het actiecomité dat al dat moois van landbouw en natuur wil bewaren, geeft toch de moed niet op. Voor een reportage in het bedreigde gebied, klik hier.

Droge haven

Kortrijk en omstreken ligt wel in de kustprovincie maar niet aan de kust. Toch heeft de streek een haven met internationale ambities, een droge haven weliswaar: de LAR (van de deelgemeenten waarop hij is gelegen: Lauwe, Aalbeke en Rekkem). Het is een transportcentrum voor bedrijven, gericht op de vervoers-, expeditie- en distributiesector. Op 76 hectare zijn 71 bedrijven neergestreken, op de westelijke 'oever' van de E17, ook ontsloten door de expresweg N58 en de Triloyweg.

Je vindt er niet alleen firma's met logistieke activiteiten met inbegrip van een spoorterminal, maar ook transportondersteunende diensten, douane en accijnzen, een openbaar entrepot, kantoren, onthaalfuncties en zelfs een vleesgroothandelscentrum met veemarkt (van stad Menen), een slachthuis en versnijderijen. Van de bestaande logistieke bedrijvenzone staat ongeveer 12 ha leeg, maar het grootste deel daarvan is niet beschikbaar omdat het reservegrond is in eigendom van gevestigde bedrijven.

Meerwaarde

Politiek-economische kringen in Kortrijk, gecoacht door de intercommunale Leiedal, dringen aan op uitbreidingsmogelijkheden voor de LAR. Zij zien voor het Kortrijkse een belangrijke rol weggelegd als een van de logistieke centra van Vlaanderen. Het zou een unieke kans zijn om het economisch weefsel van de streek, dat vooral is gebaseerd op voortboerende familiebedrijven, te verrijken met wat internationale investeringen.

De streek is strategisch goed gelegen als transitzone en heeft troeven om VAL- en EDC-activiteiten aan te trekken. VAL staat voor 'value added logistics' (logistiek met meerwaarde) en EDC voor 'Europese distributiecentra'. Zo kwam discounter Lidl enkele jaren geleden bij Leiedal aankloppen voor een vestigingsplaats voor een regionaal distributiecentrum van 6,4 hectare. Omdat er op de LAR geen plaats was, is de warenhuisketen dan maar ondergebracht op het regionaal bedrijventerrein Gullegem-Moorsele.

Haskoning

Wat er ook van zij, de Vlaamse Regering heeft begin 2006 haar definitieve goedkeuring gegeven aan het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan 'afbakening regionaalstedelijk gebied Kortrijk'. in dat plan zit onder meer de uitbreiding van de LAR aan de overkant van de E17. Die nieuwe zone werd LAR-zuid gedoopt. Maar er stak onmiddellijk een storm van bezwaren op, niet in het minst van de Vlaamse Commissie Ruimtelijke Ordening (VLACORO), die in haar advies aandrong op onderzoek naar alternatieve locaties. Die vraag naar verder onderzoek werd politiek gesteund door de parlementsleden Bart Caron (nog altijd Vlaams Parlement, VlaamsProgressieven) en Philippe De Coene (toen lid van de Kamer van Volksvertegenwoordigers, sp.a).

Daarop nam de Vlaamse Regering volgende subtiele beslissing: er wordt een studie besteld, en "indien blijkt dat er andere locaties toch beter geschikt zijn dan de locatie zuid, zal voor de nieuwe locatie een gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan moeten worden opgemaakt". Het onderzoek werd in handen gegeven van Studiegroep Omgeving (projectleiding, ruimtelijk onderzoek en eindrapport), ECSA (European Centre for Strategic Analysis, economisch onderzoek) en Haskoning België (ecologisch en milieuonderzoek). De onderzoekers gingen op zoek naar 30 hectare. Voor de studie werd 97.000 euro uitgetrokken.

larzuid

Noord

Een fundamentele leemte van de studieopdracht was dat men alleen op zoek mocht gaan naar alternatieve locaties "aansluitend op het bestaande transportcentrum". Eerder waren er voorstellen om elders in de streek een tweede transportcentrum uit te bouwen, in Wevelgem bijvoorbeeld, waar gebruik kon gemaakt worden van de nabijgelegen Leie als waterweg.

Het onderzoek (eindrapport 30 april 2007) besluit met een wat dubbelzinnige aanbeveling. In de conclusie wordt eerst onomwonden gesteld dat de locatie noord (tussen de Dronckaertstraat, de Grote Kruisstraat en de noordelijke afrit Moeskroen van de E17, grotendeels grondgebied Rekkem) economisch gezien "het beste scoort". Ook op de criteria volksgezondheid, ruimtelijke ordening en ecologie is de noordelijke uitbreiding het meest aangewezen. De noordelijke optie is evenwel het moeilijkst te realiseren, omdat er het meest moet onteigend worden bij bewoners. Om die reden keurde de gemeenteraad van Menen, waarvan Rekkem een deelgemeente is, in juni 2007 een motie goed tegen die uitbreiding.

Zuid

De locaties zuid en noord-west scoren achter noord ongeveer even goed, volgens de auteurs van de studie. Maar dat is een eigenaardige conclusie. De resultaten van het onderzoek geven aan dat de locatie zuid het best scoort op mobiliteitscriteria; wat nogal vanzelfssprekend is omdat het gaat om het gebied in de hoek van de E17 en spoorweg naar Moeskroen. Op tal van andere criteria scoort zuid slechts minnetjes en de betere scores zijn veelal een kwestie van interpretatie.

In het rapport dat tot die conclusies leidt, worden tegen de locatie zuid - dat is LAR-zuid zoals voorlopig vastgelegd in het ruimtelijk uitvoeringsplan van de Vlaamse Regering -  heel wat argumenten aangevoerd. Zo wordt aan de locatie zuid veel punten toegekend, omdat het een uitstekende 'zichtlocatie' zou zijn; goed zichtbaar van op de E17. Maar dat is dan geheel in tegenspraak met de vaststelling dat die locatie zuid "vanaf de E17 geldt als een zeer waardevolle landschapskamer met het duidelijkste ruimtelijk profiel". Daarom, zegt de studie, is zij vanuit landschappelijk oogpunt het minst geschikt om als bedrijventerrein te worden aangesneden.

Potyzer

Daarmee is dan weer tegengesteld de positief gewaardeerde vaststelling dat de locatie zuid de voorkeur verdient: "omdat er rondom de site beduidend minder woningen aanwezig zijn". Tja, heren onderzoekers, zou dat waardevolle landschap niet precies versterkt worden doordat er weinig bewoning is? Overigens erkent de studie dat de uitbouw van een transportzone op de locatie zuid "het minst geschikt is omdat zij een onderdeel is van een groter, gaaf openruimte-geheel". Ook zou daar het meeste landbouwgebied verdwijnen.

De studie erkent bovendien dat de locatie zuid belangrijke ecologische schade zou oplopen door de realisatie van een nieuw transportcentrum. Dwars door het gebied loopt de Rekkembeek, die gewaardeerd wordt als natuurverbinding van provinciaal niveau. tevens zou een bosgebied moeten verdwijnen en zou het aangrenzende natuurgebied Potyzer, een habitat voor de kamsalamander, afgesneden worden van zijn hinterland. Voor allerlei diertjes zou het leefgebied inkrimpen of zelfs te klein worden, met name voor bijvoorbeeld de eikelmuis, vleermuizen, de sleedoornpage, salamanders en zelfs de bunzing en de steenuil. De locatie zuid scoort het slechts wat betreft het verdwijnen van waardevolle tot zeer waardevolle natuurelementen.

larzuid2

Industrieweg

Het is duidelijk wat hier aan het gebeuren is. Een zachte collectieve rijkdom, zijnde een prachtig landschap met hoge natuur- en belevingswaarde, wil men verkwanselen voor de realisatie van snelle, harde rijkdom. De locatie zuid is maar de gemakkelijkst te bebouwen en de minst dure oplossing als men de landschaps- en natuurwaarde van het gebied veronachtzaamt.

Als LAR-zuid wordt gerealiseerd, wordt de E17 helemaal een industrieweg. De auteurs van de studie wijzen erop dat de autostrade nu nog een afwisselend karakter heeft voor wie erop rijdt. Tussen Kortrijk en Waregem is het een aaneenschakeling van bedrijventerreinen. Ter hoogte van Kortrijk is de weg volledig ingegraven, zodat de weggebruikers de stad niet zien. Tussen Kortrijk en Menen is er dan weer een golvend landschap "dat als het ware de E17 negeert".

Noord-west

Tien maanden na aflevering van de studie is Vlaams minister van Ruimtelijke ordening Dirk Van Mechelen (OpenVLD) tot de bevinding gekomen dat de studie geen bezwaar heeft tegen de realisatie van LAR-zuid. Een ultiem voorstel, onder meer gesteund door Bart Caron, VlaamsProgressieven, schoof de locatie noord-west naar voren met behoud van de bestaande gehuchtjes in het gebied. De minister, na ruggenspraak met de pro LAR-zuid-lobby, had er geen oren naar, omdat er dan iets minder dan 30 ha ter beschikking zou komen. Zijn beslissing is door het Kortrijkse stadsbestuur (CD&V en OpenVLD) op gejuich onthaald. Schepen van Ruimtelijke Ordening Wout Maddens (OpenVLD) verklaarde in de pers dat "de uitbreiding van de transportzone naar het zuiden er zeker komt".

Inmiddels besliste het stadsbestuur van Kortrijk om aan de intercommunale Leiedal de opdracht te geven een onteigeningsplan op te stellen voor LAR-zuid. Als argument haalt het stadsbestuur aan "dat de studie concludeerde dat de verschillende alternatieven voor de uitbreiding van de LAR quasi gelijkwaardig waren". Dat argument is vals, zoals al aangetoond. 

Vuilnisbak

Stad Menen is veel minder enthousiast. Burgemeester Gilbert Bossuyt, sp.a, liet optekenen dat de verhoopte vraag naar uitbreiding van de LAR helemaal niet zo zeker was. In Frankrijk heeft men immers beslist het zware verkeer op de E17, die de Rijselse agglomeratie dwarst, om te leiden. De burgemeester vraagt zich daarbij bovendien af of de grotendeels toegebouwde streek het zich wel kan permitteren om nog eens ettelijke hectaren te bestemmen voor ruimteverslindende logistieke activiteiten. Samen met Bart Caron heeft hij zijn twijfels over de effectieve jobs die de uitbreiding met zich mee zal brengen (de studie heeft het over een kleine 1.000 voltijdse banen, maar niemand durft daar een eed op te doen). "Menen moet de economische activiteiten niet hebben waarvoor men elders geen plaats wil vrijmaken. We zijn de vuilnisbak van Vlaanderen niet", aldus Bossuyt.

Intussen legt het actiecomité Geen LAR-zuid (website)zich niet bij de zaken neer. Het comité, waarbij de meeste bewoners van het gebied zijn aangesloten, heeft een proces aangespannen. De zaak kwam een eerste keer voor de rechtbank op 9 oktober 2007 en is nog hangende. De mensen pikken het niet dat het negatieve advies van het officiële adviesorgaan VLACORO en de in dezelfde lijn liggende resultaten van de studie ongemotiveerd aan de kant worden geschoven. Een direct gevolg van dat proces is dat stad Menen de uitspraak afwacht vooraleer een beslissing te nemen over eventuele onteigeningen.

geen larzuid

15-05-08

Stadsbestuur wijkt voor moegetergde parkeerster

parko1

Een inwoonster van de Kortrijkse deelgemeente Marke is erin geslaagd het stadsbestuur te doen afzien van een parkeerboete. Zij maakte bezwaar tegen een parkeerbon van 15 euro, "in naam van veel moegetergde Kortrijkzanen". Volgens die mevrouw mag het stadsbestuur in de huidige omstandigheden, met de enorme werken in de stad, wel wat meer mededogen aan de dag leggen tegenover mensen die in het centrum moeten zijn. Zonder in te gaan op haar argumenten besliste het college van burgemeester en schepenen op 6 mei jl. om die 15 euro te laten vallen. Op diezelfde vergadering van het stadsbestuur kregen nog twee andere parkeerders zonder geldig ticket de absolutie. Komt er speling op de goedkope maar toch strenge parkeerregeling in Kortrijk? 

Piaf

Mevrouw N.B. uit de Kortrijkse deelgemeente Marke had enkele maanden geleden een vergadering in het stadscentrum, om 14.30 uur. Goed op tijd komt zij om 14.15 uur aangereden om haar wagen te parkeren in de stedelijke parkeerkelder van het Schouwburgplein. Die bleek volzet. Die parking op een paar minuten gaans van de Grote Markt is wel vaker volzet sinds de tarieven heel goedkoop zijn geworden. Zij stalde haar auto dan maar op het Casinoplein, en plaatst haar 'piaf'.

Een 'piaf' is een soort prepaidtoestelletje, dat te koop is bij het parkeerbedrijf Parko en dat je aan de achteruitkijkspiegel aanbrengt. Je kan er 50 of 100 uren parkeertijd in opladen; maar ... je mag er maximum 2 uur ineens van gebruiken. Een nadeel is dat het toestel op zichzelf al een investering vergt van 60 euro. Het voordeel is dat je slechts de werkelijk gebruikte parkeertijd gebruikt, in tegenstelling tot een ticket uit de automaten.

Mevrouw N.B. weet dat ze met haar 'piaf' hoogstens 2 uur mag blijven staan op het Casinoplein. De vergadering loopt echter iets uit. Om 16.30 uur komt zij aangelopen bij haar wagen en stelt vast dat zij om 16.26 uur, precies 13 minuten te laat, een boete heeft gekregen.

Slagveld

Onmiddellijk belt mevrouw N.B. Parko op. Zij krijgt er te horen dat regels regels zijn en dat er plaatsen voor langparkeerders zijn aan de rand van het centrum. Mevrouw N.B. is dan de volgende keren op zoek gegaan naar die faciliteiten. Parking Appel, in de Magdalenastraat, bleek eigenlijk niet bechikbaar te zijn. Diverse instellingen zoals de Kringloopwinkel, nemen er gereserveerde plaatsen in. Alleen helemaal op het einde vond zij nog een plaatsje vrij, in het midden van "een slagveld vol modder en diepe putten". Zij doet er 15 minuten over om in de gietende regen naar de Grote Markt te stappen. Na de vergadering, om 17.30 uur - het is al donker - moet zij zonder verlichting op zoek naar haar wagen. Zij komt te laat op haar volgende vergadering, in Harelbeke waar ze nochtans zonder problemen haar auto kwijt kan.

In haar bezwaarschrift betoogt mevrouw N.B. het volgende: "Betalende parkings zullen dan wel een noodzakelijk kwaad zijn in een stad maar ik vind toch dat in de huidige omstandigheden, met de enorme werken, er in de stad wel wat meer mededogen mag zijn tegenover de mensen die in het centrum moeten zijn." Mevrouw N.B. wijst erop dat men natuurlijk zoals er meer en meer doen, met dergelijke vergaderingen zou kunnen uitwijken naar plekken buiten de stad. Maar is dat wel zo gunstig voor de stad, die dan parkeergelden moet missen en vooral minder bezoekers zal hebben. Mevrouw N.B. schrijft haar bezwaren te uiten "in naam van veel moegetergde Kortrijkzanen". 

Intern reglement

Het bezwaar van mevrouw N.B. kwam op 29 april 2008 op de vergadering van het stadsbestuur, dat in dergelijke gevallen zetelt als administratief rechtscollege. De uitspraken die het college van burgemeester en schepenen in dergelijke gevallen maakt, hebben enig belang als precedent voor latere gevallen en geven aan hoe het stadsbestuur de bestaande reglementering interpreteert. In het geval van mevrouw N.B. maakt het stadsbestuur er korte metten mee. De burgemeester en de schepenen halen een 'intern reglement van Parko' aan. Door daarnaar te verwijzen in openbare uitspraken heeft dat intern reglement ook publieke werking. Volgens die interne beleidsregel hanteert Parko "een gedoogtijd van 15 minuten". Aangezien mevrouw N.B. slechts 13 minuten in overtreding was, hoeft zij de parkeerbon van 15 euro niet te betalen.

Op diezelfde vergadering hanteert het stadsbestuur nog een paar keer dezelfde argumentatie: geen boete wegens de door een intern reglement van Parko gehanteerde gedoogtijd van 15 minuten. Het is toch wel eigenaardig dat van die gedoogtijd nergens gewag wordt gemaakt in de officiële informatie van Parko. Dat heeft als praktisch gevolg dat al te brave mensen zonder tegenspartelen de 15 euro betalen in situaties waarin mensen die durven protesteren, kwijtschelding krijgen.

Overigens heeft mevrouw N.B. niet helemaal ongelijk waar ze wat meer begrip van het stadsbestuur vraagt voor wie in de huidige heksenketel, die de stad is, in het centrum moet zijn.

parko2

23:23 Gepost in Algemeen | Permalink | Commentaren (3) |  Facebook |

13-05-08

Graanjenever St-Pol gered: authentiek Kortrijks slowfoodproduct

spol1

De Kortrijkse graanstokerij St-Pol, de enig overblijvende in West-Vlaanderen, draaide vorig jaar het kookvuur uit, gedaan met distilleren. Overigens ging de milieuvergunning toch dit jaar verlopen. Maar onverwachts kwam de redding. Een jonge overnemer is van plan opnieuw aan het stoken te gaan in de Gentsesteenweg; het stadsbestuur verleent hem de nodige vergunning. Een authentiek stadsproduct, gefabriceerd zoals het vroeger op de boerhoven gebeurde, blijft als waarlijk slowfood-artikel deel uitmaken van de Kortrijkse lekkernijen. Met mate te degusteren!

Bij St-Pol moet ik altijd denken aan Seetje, mijn jaren geleden gestorven kameraad Roger Deglorie. Onder nazi-bezetting wou hij niet naar Duitsland als slavenarbeider. Hij verbleef, sliep, at en dronk al die oorlogsjaren tussen de vaten en de installaties van de graanstokerij en hij stak in ruil een handje toe bij de productie. Kelders en verborgen hoeken en kanten genoeg om zich weg te stoppen. Dat terloops.

Redder in nood

De sterkedrankenfirma St-Pol bestaat bijna honderd jaar. De oprichter was Felix Rademan (1851-1934). Zijn zoon Paul breidde in 1922 het bedrijf uit met een eigen likeurstokerij en in 1935 met een graanstokerij. Op het moment dat Roger Deglorie zich weer in het daglicht mocht vertonen, in 1945, kwam de derde generatie, Pierre Rademan in het bedrijf. In 1997 had St-Pol nog zes werknemers. Het was Bruno Rademan, jurist en zoon van Pierre, die na enkele jaren activiteit in het bedrijf zijn conclusies trok, de merknaam verkocht (aan FX de Beukelaar - van Elixir d' Anvers) en in augustus 2007 het stookproces stopzette.

Maar nu is jenevermeester Koen De Jans opgedoken, Deinzenaar en de jongste ambachtelijke alcoholstoker van België (32). Eerder nam hij de Waregemse likeurstokerij De Valk over (2001) en de Hasseltse jeneverstokerij van Roland Wissels (2005) waar hij de knepen van het stoken leerde. Zoals in Hasselt wil De Jans bij St-Pol de oorspronkelijke stookinstallaties op stoom opnieuw in gebruik nemen en hiermee een stuk industrieel erfgoed redden. Verheugend is dat de redder in nood ook opnieuw wil aanknopen bij de traditie van St-Pol om bezoekersgroepen te ontvangen voor een rondleiding en degustatie. Zijn streefdoel is niet minder dan 10 à 15.000 belangstellenden per jaar te ontvangen.

Vieux système

Bij St-Pol is men al die jaren blijven zweren bij het eeuwenoude 'vieux système' van de landbouwstokerijen. Men is er blijven werken met graan in plaats van met voorbewerkte massagrondstoffen zoals suikerbietenmelasse of ruwe alcohol van industriële makelij. St-Pol maakte naam met de vervaardiging van moutwijn, de basis van graanjenever, uit rogge, mout en maïs, en van graanalcohol uit tarwe en mout. Het productieproces voor beide distillaten duurt minstens drie jaar. 

Ook, maar niet alleen, daarom kan hier terecht gesproken worden van slowfood, authentieke producten bereid volgens beproefde traditionele methodes. 'Van korrel tot borrel' was het devies van de St-Polstokers, die zich graag vergeleken met een 'warme bakker', eveneens een ambachtelijke verwerker die alle stadia van het productieproces in eigen bedrijf volbrengt.

Het begint al met de aanvoer van de grondstoffen, de granen dus. Die worden niet uit bulkwagens binnengepompt, maar in zakken binnen gedragen. Voor de omwonenden scheelt dat hemel en aarde wat stofhinder betreft. De granen worden opgeslagen in silo's. Eerst worden de granen uitgestoft - de kafresten gaan eruit - in een borstelmachine, en dan worden ze gemalen in de hamermolen. Voor de verschillende soorten bloem staan drie silo's klaar van 1.200 kilo.

spol3

Flegma

In beslagkuipen wordt de bloem vermengd met water en aan de kook gebracht met stoom. Er wordt gestookt met petroleum. Als het beslag klaar is en afgekoeld is tot 69° C. wordt er mout aan toegevoegd. Mout is gekiemde gerst waarvan de enzymen het zetmeel van het beslag omzetten in suikers. De versuikering duurt zowat een uur, waarna het beslag wordt afgekoeld tot 30° C. en in gistingskuipen wordt gestort (vier van elk 10.000 liter). Om de suikerconcentratie optimaal te maken wordt er water aan toegevoegd. De toevoegde gist zet de suikers om in alcohol en neemt daarvoor drie dagen.

Dan is het tijd voor de distillering. Het gegiste beslag, de wort, gaat door twee distilleerkolommen naar de koperen stookkolommen, 6 meter hoog. Door verhitting verdampt de alcohol; die straffe dampen worden opgevangen en door koeling gecondenseerd. Voor de koeling wordt regenwater gebruikt, dat opgevangen wordt in betonnen kuipen op de bedaking. De vloeibare alcohol noemen de stokers 'flegma'. Het van zijn alcohol verloste beslag wordt als veevoeder verkocht.

Accijnzen

Op dat moment komt de fiscus een kijkje nemen. De eerste distillatie komt terecht in een verzegeld lokaal waar de dienst der Douane en Accijnzen kan vaststellen hoeveel alcohol is geproduceerd. Daarna komt er een tweede distillatie om de voorlopige eindproducten te bekomen: moutwijn (57% vol alcohol) en graanalcohol (96% vol).

Die distillaten gaan dan in vaten van 200 - er zijn er 120 - voor de rijping. En daaruit komen na enkele jaren de verschillende soorten jenevers, die gebotteld worden in de typische, stoere glazen en stenen flessen en kruiken.

Omdat het om een bedrijf gaat met een eerbiedwaardige ouderdom, is voor de nieuwe exploitatievergunning afgeweken van de hedendaagse normen. Normaal mogen vaten met brandbare vloeistoffen - alcohol bijvoorbeeld - niet binnen opgesteld worden; bij St-Pol mag dat wel. En in plaats van de vereiste halve meter moet er bij de stoker in de Gentsesteenweg slechts 30 cm ruimte gelaten worden. Bovendien hoeft Koen De Jans de productie niet stoppen op zon- en feestdagen; alcohol stoken is immers een continu proces. Met die nieuwe vergunning kan De Jans tot 2028 aan de slag.

Slagveld

Het bedrijf  is sinds 1928 gevestigd op de huidige percelen, Gentsesteenweg 212, achteraan uitgevend op de Deerlijksestraat. Volgens de overlevering lagen die percelen in 1302 in het midden van het slagveld van de Guldensporenslag. Vandaar waarschijnlijk de naam "St-Pol", in Kortrijk uitgesproken op zijn Frans: 'St' als een borst van een Française en niet als de kindervriend van 6 december.

De aanvoerder van het Franse ridderleger dat op de Groeningekouter in de pan werd gehakt, Robert d'Artois, familie van de Franse koning, was de stiefzoon van graaf de Chatillon, graaf van St-Pol. Met de heilige Polydor heeft het Kortrijkse edele vocht niet direct iets te maken, hoewel op de flessen in pseudo-oud-Vlaams een legende met die Pol staat gedrukt.

Zanne

De veeleer bescheiden bedrijfsgebouwen en de dubbelvilla van St-Pol staan op de inventaris van het bouwkundig erfgoed in Vlaanderen. Zie inventaris. De imposante villa, een dubbelhuis, is een vrijstaande burgerwoning met vijf traveeën en twee verdiepingen onder een schilddak met pannen. Naast het huis is er een rondbogige poort die toegang geeft tot een kasseiwegje naar de fabriek. De fabriek en de magazijnen zijn compact gebouwd in torenvorm en bekroond met een industriële hoge schouw.

spol2

St-Pol is ook de naam van het volkscafé aan de overkant van de Deerlijksestraat. Het is een herberg die bier tapt van Bockor, die andere producent van een authentiek Kortrijks - of toch 'Bellegems' - product. De naam is tamelijk recent. Eerder heette de kroeg 'café Deerlijk'. In de tijd van bazin Zanne (Suzanne) werd daar ieder weekend uitbundig gefeest; berucht zijn de polonaises waarmee de tooghangers de straat opvrolijkten en er niet voor terugschrokken ook bij de buren door het huis te struinen. Iets van dat volkse plezier is er blijven hangen; stap er maar eens binnen.

St-Pol is ook op het internet te vinden: hier

spol4

12-05-08

Kortrijkse horeca zet tafeltjes en stoelen buiten

falstaff

Ook in Kortrijk zomert het. Cafébazen en restauranthouders lokken klanten met zonovergoten of belommerde terrassen. Als ze daarvoor hun meubeltjes op straat zetten, moeten ze een vergunning krijgen van het stadsbestuur. Dat is een verordening die met zuiderse nonchalance wordt toegepast. Het terrasgebeuren is een groeiend fenomeen in Kortrijk. Nu zijn het er al 88 die terrastaks zullen betalen; dat is 10% meer dan vorig jaar. En waar staat al dat leuks? De lijst vind je hierbij.

Het stadsbestuur tilt daar niet zwaar aan

In 2007 bracht de stedelijke terrastaks Kortrijk 42.805 euro op. Het grootste deel (35.000 euro) komt van te laat geïnde taksen van de vorige jaren; blijkbaar is er geen haast bij om die taks binnen te halen. De vraag is overigens of die taks nog wel zinvol is? De stad heeft er alles bij te winnen dat het gezellig is in zijn straten en pleinen. In plaats van er geld - een schamele som eigenlijk - uit te kloppen, zou het terrasverschijnsel moeten worden gestimuleerd.

Voor het buitenzetten van tafeltjes, parasols en stoelen moeten de herbergiers elk jaar weer een nieuwe aanvraag indienen (stedelijke verordening op de terrasvergunningen van 12 februari 1999). Lang niet iedereen doet dat. Het stadsbestuur tilt daar niet zwaar aan, maar stuurt zijn controleurs op pad om de piraatterrassen alsnog op de lijst van de terrastaks te plaatsen.

Die controleurs gaan eerst langs bij de zaken die een bouwvergunning hebben of aanvroegen voor een terras op een verhoog, achter een omheining of onder een vast zonne- of regenscherm. Voorts gaan ze ook zomaar op inspectie. Uitbaters van terrassen zonder vergunning krijgen dan eventueel een aanmaning om een bouwvergunning aan te vragen ter regularisatie en komen meteen ook op de lijst voor de taks. Eerder bestonden twee lijsten: de takslijst en de bouwvergunningenlijst, waarvan de verantwoordelijke diensten niet van elkaar afwisten.

En waar vind je nu al die terrassen?

De officiële terraslijst

Café 3° Time, van Christianne Dujardin, Brugsesteenweg 68

Broodjeszaak Vip, van Angelina Nicastro, Budastraat 24  

Eethuis Le Neuf, van Francis Craeynest en Caroline Despriet, Burg. Reynaertstraat 6  

Thelma & Louise, van Norbert Robert, Burg. Reynaertstraat 8 

Pita House (Kassab bvba), van Ismael Hassan Kemal, Burg. Reynaertstraat 10 

BVBA Vervan - CenterHotel, van Veronique Vandewalle, Graanmarkt 06

Komilfoo, van Claude Germonprez, Graanmarkt 11

Taverne Tempeliers, van Gaston Laverge, Graanmarkt 13

Brasserie Locale, van Michel Casseyas, Groeningelaan 2

Den Boulevard, van José Clarysse, Groeningelaan 15

Bistro Allo Allo, van Jocelyne Depuydt, Grote Markt 1

Brasserie César, van Renaat Demuynck, Grote Markt 2

Cafe Leffe, van Fernand Spreutels,  Grote Markt 3

Arte (Arte Rante bvba), van Steven Declercq, Grote Markt 3A

Bistro Nata nv, van Jan Christiaens, Grote Markt 4

Caffee Cantate, van Herwig Dutoit, Grote Markt 8

Ristorante Al Garda Da Franco, van Franco Cotonne, Grote Markt 9/10

De Klokke, van Peter Declercq, Grote Markt 12

Saaz, van Katrien Ongenae, Grote Markt 25

L'Osteria (BVBABombi), van Angelo Bombini, Grote Markt 27

Tea Room Capeau's, van Mia Labeeuw en Sabine Minjauw, Grote Markt 31

Pizza Hut, van Sharon Vandendriessche, Grote Markt 32

Resto Magnum, Grote Markt 39

Sansai Thai-VietRestaurant, Grote Markt 40

Brasserie Royale, Grote Markt 45

Savoyard (Ida Savoyard bvba), van Wim Morreel, Grote Markt 51

Bistro 't Kopke (Hotel Belfort), van Stefaan Vandewalle, Grote Markt 53

Café 't Fonteintje, van Laurence Corneille, Handboogstraat 12

DUDU, van Diego Ghekiere, Heuleplaats 7, Heule 

Bistro Jasmijnhof, van Saïda Bendraouï, Houtmarkt 24

Modest, Jan Persijnstraat 12

Brass a Ville, van Bernard Claessens, Jozef Vandaeleplein

Euro Pub Kortrijk, van Raymond Keirnan, Kapucijnenstraat19-25

't Mouterijtje, Kapucijnenstraat 25A

Eetcafé Budha, Kapucijnenstraat 27

Brasco, van Brecht Coucke, Kapucijnenstraat 29-31

Sweet Line, van Ann Denys, Kasteelkaai 4

Differencia, van Mehdi Achiba, Kasteelkaai 6

't Paleitje, van Chantal Bouten, Koning Leopold I-straat 28 

Café Latté, van Maryline Moerman, Korte Steenstraat 5

Brass a Ville, van Bernard Claessens, Korte Steenstraat 11

Tea Room Lord Nelson, van Lina Hoornaert, Korte Steenstraat 18

Pastaciutta, van Mick Lefebvre, Lange Steenstraat 5

Brasserie De Middenstand, van Pol Vandermeersch, Lange Steenstraat 10

Casse-Croute, van Ellen Vergauwen, Leiestraat 7-9

Pitta Snack Bodrüm, van Georg Tadevosyan, Leiestraat 16

Di.Des.Cap (MaisonBiemeau), van Tim Desimpelaere, Lekkerbeetstraat 9

Café Middenstandshuis, van Dirk Steelandt, Marktstraat 4, Marke

Spijs en Drank, van Etienne Decraene, Marktstraat 10, Marke

De Vlaskapel, van Monique Bonte, Moorseelsestraat 34

't Salonske, van Ghislain Malfait, O.L.Vrouwestraat 2

De Trog, van Piet Gheysen, Plein 12

Bua's Eethuisje, van Buala Yaipong, Plein 48

Café Metropole, van Philip Casteleyn, Plein 63/64

Het Textielhuis, van Nadine Bovyn, Rijselsestraat 19

Petit Paris, van Claude Dezitter, Rijselsestraat 22

Cabo, Schouwburgplein 6

De Komedie, Schouwburgplein 14

Brasserie St.-Amand, van Erwin Verbeke, St.-Amandsplein 25

Baba Yaga, van Nicolas Stael, St.-Amandsplein 27

Orfei snacks, van Niger Kjazim, St.-Denijsestraat 91

Café 't Molenhoekske, van Mario Lutin, St.-Denijsestraat 145

Restaurant Nectar, van Frank Bettens, St.-Jansstraat 17

Restaurant Hellas, van Argyrios Vellinis, St.-Jansstraat 29

Mono, van Bert Vanhalle, St.-Jorisstraat 2/4

Café Rouge, van Joost Raspoet, St.-Maartenskerkhof 6  

Parkhotel, van Luc Vandewalle, Stationsplein 2

De Max, van Christophe Van Cauteren, Stationsplein 6A

Falstaff, van Bert Vanhalle, Stationsstraat 1/3

Arjaka, van Katrien Steyt, Stationsstraat 5

La bodequito delmedio, van Bart Dehoorne, Stationsstraat 9

Funky Food, van Hooman Foroude, Stationsstraat 9a

La Dolce Vita, van Christophe Soreyn, Stationsstraat 10

BVBA Miso, van Soo Li Ping, Steenpoort 22

De Posthoorn (Stationske), van Nadia Sektni, Tolstraat 5-6

't Treintje, Tolstraat 7-8 

Commerce vingt et un, van Jean-Marc Dekeerle, Veemarkt 21

Eetcafé Nostalgie(CVOA), van Christine Nuyttens, Veemarkt 26

Pinocchio, van  Mevr. Céline Surmont, Veemarkt 33

Ziggy, van Elisa Bostyn, Vlasmarkt 3

Bar Oscar, van Tom Verstraeten, Vlasmarkt 7

Café Olympia, van Carine De Bue, Volksplein 1-3

Café St. Georges, van Johan Verniest, Voorstraat 2

Ridder & Hove, van Eddy De Ridder, Voorstraat 7 + 9

Quattrovan Filip Vlieghe, Voorstraat 29

Eetcafe Vagant, van Diederik Vandenbussche, Voorstraat 32

Café Coconuts, van Mike Glorieux, Wijngaardstraat 44

Antalya PoperingeC.V., van Muharrem Sager, Zwevegemsestraat 4

22:21 Gepost in Algemeen | Permalink | Commentaren (4) | Tags: kortrijk, terrasjes, taks |  Facebook |