18-11-08

Bert Herrewyn schaft Kortrijkse tapvergunning voor fuiven af

Bert Herrewyn

Met een goed onderbouwde interventie in de gemeenteraad heeft Bert Herrewyn, sp.a, gemeenteraadslid van de progressieve fractie, bekomen dat de tapvergunning voor fuiven uit de Algemene Politieverordening is geschrapt. Het ontwerp van Algemene Politieverordening, artikel 353 en volgende, eiste 'een positief bericht van de gemeente' (vergunning dus) voor zowel vaste, rondreizende als 'occasionele' drankgelegenheden. Eer dat positief bericht bij de drankschenker in de bus valt, moet een hele administratieve rompslomp doorworsteld worden, tot en met diverse moraliteitsonderzoeken. Organiseer dan als jongerenvereniging maar eens een fuif. Die bepaling is voor 'occasionele drankgelegenheden' nu geschrapt in Kortrijk.

Positief bericht

Aan de gemeenteraad van 17 november 2008 werd het ontwerp van Algemene Politieverordening ter goedkeuring voorgelegd. Zie ook: mijn stuk over de vrije meningsuiting in Kortrijk. De artikels 352 tot 355 geven een regeling voor de 'drankgelegenheden' in Kortrijk. Artikel 352 zegt dat de volgende artikels gelden voor zowel de "vaste, rondreizende en occasionele drankgelegenheden". Artikel 353 zegt letterlijk: "Het is verboden een drankslijterij te openen en er gegiste dranken te verkopen, tenzij men over een positief bericht van de gemeente beschikt. Hiertoe dient een aanvraag voorafgaand aan de opening te worden gericht aan de gemeente. Na controle van de moraliteit van de houder, de eventuele lasthebber en de bij deze personen inwonende of in de inrichting wonende personen die aan de exploitatie van de drankgelegeheid meehelpen (conform de artikelen 11 en 12 van de wet van 26 december 1983 betreffende de vergunning voor het verstrekken van sterke drank) kan er een positief bericht worden afgeleverd door de gemeente". Artikel 354 gaat over het verstrekken van sterke drank (dreupelkot), waarvoor naast het positief bericht ook een regelrechte vergunning nodig is. En artikel 355 zegt dat het verstrekte positief bericht of de dreupelvergunning persoonsgebonden zijn.

"Tiens," dacht gemeenteraadslid Bert Herrewyn: "heb ik niet gehoord dat de verplichting om een tapvergunning aan te vragen voor fuiven, occasionele drankgelegenheden dus, is afgeschaft? Door de wet van 14 december 2005 op de administratieve vereenvoudiging II, een van de wetten van toenmalig staatssecretaris en nu minister van Vereenvoudiging Vincent Van Quickenborne?". Quicky had bij de goedkeuring van de wet nochtans in het lang en het breed uitgelegd dat de gemeenten niet meer verplicht waren tapvergunningen af te leveren voor gegiste dranken, en dat er zelfs geen vergunning meer moest worden gevraagd voor sterke dranken zoals jenever.

Moraliteit

Vreemd dat die vereenvoudiging nog niet is doorgedrongen tot in Kortrijk waar Quicky zijn partij, OpenVLD, nochtans in de meerderheidscoalitie met CD&V heeft gemaneuvreerd, aldus Herrewyn. Als gewezen voorzitter van de Jeugdraad heeft Bert Herrewyn ervaring met het organiseren van fuiven. Hij weet hoe ambetant het is dat je moet langsgaan bij de politie om een tapvergunning aan te vragen. Daarbij doet de politie een onderzoek naar je moraliteit of achtergrond.

Het gemeenteraadslid van de sp.a-Groen!-VlaamsProgressievenfractie stelde dan ook voor om de fuiven (occasionele drankgelegenheden) uit de politieverordening te schrappen.

De meerderheid zat danig verveeld met het voorstel. Minister van Vereenvoudigen Vincent Van Quickenborne zetelt immers nog in de gemeenteraad en hij was waarempel die avond zelfs aanwezig. Op vraag van OpenVLD kreeg OpenVLD-schepen Marie-Claire Vandenbulcke trouwens ook de bevoegdheid van administratieve vereenvoudiging in het stadsbestuur. "Toch wel straf dat je de afschaffing van regels met grote trom verkondigt, maar er in eigen stad niet in slaagt diezelfde pestregels te schrappen.

Uiteindelijk is de meerderheid gezwicht voor de argumentatie van Bert Herrewyn. Hij mag met recht en reden de titel opeisen van: 'afschaffer van de tapvergunning voor fuiven in Kortrijk'!

10:54 Gepost in Algemeen | Permalink | Commentaren (2) |  Facebook |

12-11-08

Stefaan De Clerck wil censuur in Kortrijkse politieverordening behouden

vlugschrift

De gemeenteraad van 17 november 2008 krijgt eindelijk de Algemene Politieverordening voorgeschoteld. De verordening moet het verouderde Politiereglement vervangen en moet de invoering van een systeem van gemeentelijke administratieve sancties mogelijk maken. Daarover later meer. Nu wil ik het hebben over artikel 100: "Het is verboden enig drukwerk, pamflet of vlugschrift of enig ander voorwerp te verspreiden zonder vooraf de burgemeester hiervan in kennis te hebben gesteld". Die meldingsplicht gaat regelrecht in tegen het censuurverbod in onze grondwet. Het is een aantasting van de vrijheid van meningsuiting. Volgens een arrest van de Raad van State (18 mei 1999) maakt die meldingsplicht intimidatie mogelijk. Ik zal bij amendement voorstellen om dit artikel te schrappen uit de voorgestelde verordening.

Meldingsplicht

In een eerder stuk over het oude politiereglement van Kortrijk wees ik er al op dat de bepaling over het uitdelen van 'geschriften, prenten, aankondigingen, drukwerken of voorwerpen' (artikel 34) in strijd was met de grondwettelijk beschermde vrijheid van meningsuiting. Artikel 19 van de Belgische grondwet zegt: "De vrijheid van eredienst, de vrije openbare uitoefening ervan, alsmede de vrijheid om op elk gebied zijn mening te uiten, zijn gewaarborgd, behoudens bestraffing van misdrijven die ter gelegenheid van het gebruikmaken van die vrijheden worden gepleegd." Artikel 25 van de grondwet is nog uitdrukkelijker: "De drukpers is vrij; de censuur kan nooit worden ingevoerd; geen borgstelling kan worden geëist van de schrijvers, uitgevers of drukkers".

Het algemeen politiereglement zoals het tot nu toe bestond, gaf aan de burgemeester de macht om het verspreiden van geschriften enzovoort te verbieden om redenen van openbare orde, rust, netheid en veiligheid. Daartoe moest hij "in de gelegenheid gesteld worden zich een oordeel te vormen over de gevolgen van hetgeen zal verspreid worden door kennisname van wat er zal verspreid worden". In gewone mensentaal betekende dit dat de burgemeester vooraf een exemplaar van het vlugschrift moest krijgen. De eerdere gevraagde - intussen door verschillende arresten van het Hof van Cassatie en de Raad van State in andere gemeenten onwettig genoemde - vergunning was dus vervangen door een meldingsplicht.

De rare formulering van het bestaande algemeen politiereglement (versie 1981) was het gevolg van correspondentie tussen het toenmalige stadsbestuur en de provinciegouverneur. Om geen fouten te maken propte men letterlijk de als toelichting bedoelde tekst van de gouverneur in het politiereglement.

Boete van 250 euro

Dat algemeen politiereglement is aan vervanging toe. Het moet worden gemoderniseerd - het huidige staat nog vol artikels uit de tijd van paard en kar, zie mijn stukje van 28 december 2007. En het moet worden aangepast aan de invoering van de gemeentelijke administratieve sancties. Met het huidige politiereglement staan op overtredingen van al die verbodsbepalingen straffen zoals de politierechter die kan uitspreken. Het probleem is dat het parket zelden een dergelijke overtreding belangrijk genoeg vindt om er het gerechtelijk apparaat voor te mobiliseren - zij hebben wel wat anders te doen. Met de handhaving van het politiereglement loopt het dus helemaal niet goed. Daarom hebben de gemeenten de macht gekregen om zelf boetes uit te schrijven en te innen, zonder dat daar nog een rechter aan te pas moet komen. En daarom moet het politiereglement worden herschreven.

Aan de gemeenteraad van 17 november 2008 wordt een ontwerp van Algemene Politieverordening ter goedkeuring voorgelegd. Tot mijn grote ergernis is in dat ontwerp de meldingsplicht voor het verspreiden van drukwerk behouden. Artikel 100 zegt: "Het is verboden enig drukwerk, pamflet of vlugschrift of enig ander voorwerp te verspreiden zonder vooraf de burgemeester hiervan in kennis te hebben gesteld". Wie die plicht aan zijn laars lapt en onaangekondigd pamfletten 'verspreid', kan bestraft worden met een administratieve boete die kan oplopen tot 250 euro. 'Administratieve boete' betekent dat de stad - daarvoor is een sanctionerende ambtenaar benoemd - ze zelf kan opleggen zonder dat er een rechter bij te pas komt.

Intimidatie

Die meldingsplicht is flagrant in strijd met een arrest van de Raad van State van bijna 10 jaar oud. In zijn arrest "Van Der Vinck e.a / Stad Antwerpen" van 18 mei 1999 zegt de Raad van State resoluut: "Wat de niet-commerciële bedelingen betreft, moet ook de ingestelde meldingsplicht als een niet toegelaten preventieve maatregel worden beschouwd".

De Raad van State legt daarbij uit dat die meldingsplicht wegens zijn algemeen karakter niet in verhouding staat met oogmerken zoals het voorkomen van vervuiling van straten. Ook in Kortrijk is die meldingsplicht weggestopt in de titel "Openbare reinheid en gezondheid' (Titel 4 - Hoofdstul 3. Verwijderen van afvalstoffen). Het is niet omdat er al eens een pamfletje in de straatgoot arriveert, dat daarvoor het recht op vrije meningsuiting aan banden moet worden gelegd.

De Raad van State illustreert dat aan banden leggen van de vrijemeningsuiting heel concreet: als de burgemeester in kennis wordt gesteld van elke voorgenomen uitdeling van pamfletten, kan hij de politie preventief opdracht geven om toezicht uit te oefenen op de bedeling. De Raad van State zegt onomwonden dat dit "intimidatie mogelijk" maakt.

Een ander gevolg dat ik, als ervaren uitdeler van vlugschriften, zie, is dat het onmogelijk wordt onmiddellijk te reageren met een vlugschrift als er zich iets voordoet. Ook dat is een beknotting van de vrije meningsuiting.

Schrappen!

Conclusie: artikel 100 van het ontwerp van Algemene Politieverordening is onwettig want in strijd met onze hoogste wet, de grondwet. Dat artikel moet er simpelweg uit worden geschrapt. Ik zal dat dan ook voorstellen op de gemeenteraad. Als de meerderheid mij niet volgt, dan doe ik nu al een oproep tot al wie het nodig vindt een vlugschrift te verspreiden, om dit artikel te boycotten. Misschien komt er dan een administratieve sanctie, maar in beroep en hoger beroep zal het ongetwijfeld het stadsbestuur zijn dat aan het kortste einde trekt.

14:23 Gepost in Algemeen | Permalink | Commentaren (3) |  Facebook |

03-11-08

Het Kortrijks stadsbestuur beboet zakenpartner H.Hart

HHart1

De stedelijke leegstandstaks in Kortrijk leidt tot onbillijke situaties. Zo taxeert het stadsbestuur zijn heel bereidwillige zakenpartner Woon en Zorg H. Hart voor leegstand en verkrotting. Het gaat om panden in de Budastraat die H.Hart in een stadsrenovatieproject van het Stadsontwikkelingsbedrijf SOK heeft overgenomen. Die panden verkreeg H.Hart in een ruil voor zijn afgeschreven rusthuis in de Wijngaardstraat, elders in de stad. Als het SOK dat rusthuis niet in handen had gekregen, was er van heel de bouw van het megawinkelcentrum van Foruminvest geen sprake geweest. Het reglement van de leegstandstaks geeft aan het SOK 5 jaar respijt; aan H.Hart slechts 3 jaar. "BILLIJKHEID IS GEEN CRITERIUM VOOR VRIJSTELLING" zegt het stadsbestuur in zijn antwoord op het bezwaarschrift van H.Hart.

Bij de invoering van het belastingsreglement in 2005 heb ik in de gemeenteraad er nog voor gepleit om sociale huisvestingsmaatschappijen en andere semi-publieke stadsvernieuwingspartners bepaalde vrijstellingen te geven op de leegstandstaks. Ik sprak met ervaring, als toenmalig voorzitter van Goedkope Woning. Men heeft mij niet willen volgen; men - met name toenmalig stadsvernieuwingsschepen Frans Destoop - wou ook ten opzichte van die actoren over een drukkingsmiddel beschikken.

Gerontopolis

Op het eiland Buda is de instelling Woon en Zorg H.Hart al jaren op een opmerkelijk doortastende manier bewonderenswaardige voorzieningen aan het uitbouwen voor de aangepaste huisvesting, zorg en opvang van ouderen. Of dat alles daar moet worden geconcentreerd, is een andere vraag. De ontwikkeling van een gerontopolis (seniorenstad) gaat in elk geval in tegen welzijns- en stedenbouwkundige tendenzen om wonen en zorg voor bejaarden zoveel mogelijk te integreren met het wonen van andere leeftijdsgroepen. Op Buda wordt nagenoeg excusieve ouderenhuisvesting ingewerkt tussen uitgangsleven en culturele experimenten - als dat maar blijft goed aflopen.

De naam H.Hart gaat terug op de vroegere kliniek van de Zusters van Liefde van Vincentius-a Paulo die daar was gevestigd. Het was in 1888 Kortrijks eerste 'moderne' kliniek, opgericht door de vooruitstrevende arts E.J. Lauwers. Na een onderbreking vanaf 1904 werd de kliniek in 1924 opnieuw geopend door onder meer dokter A. Baekelandt. Vanuit de panden van de gewezen kliniek heeft Woon en Zorg H.Hart voortdurend bijgebouwd en bezet thans een stadsdeel van de Nieuwe Leie tot de Kapucijnenstraat. De initiatieven hebben veel succes bij de doelgroep en de wachtlijsten zijn navenant.

Het Stadsontwikkelingsbedrijf, SOK, heeft die succesvolle maar eenzijdige ontwikkeling niet echt bijgestuurd, integendeel. Eind 2005 speelde het SOK de groep Woon en Zorg H.Hart 4 leegstaande panden in de Budastraat toe. Daarmee kan de groep zijn uitbreiding voortzetten, als er ten minste binnenkort klaarheid komt over de precieze grondinname voor de nieuwe Budabrug. Die brug is een cruciaal onderdeel van de Leieverbredingswerken die het centrum van Kortrijk al jaren gijzelen.

Woon en Zorg H.Hart had ook zijn oog laten vallen op de aanpalende gebouwen van de textielverdelingsfabriek De Smet-Dejaeghere. Maar daar is van stadswege een stokje voor gestoken; het wordt een 'kunstenfabriek', een productieruimte voor allerlei artistieke experimenten in het kader van Buda Kunsteneiland.

K in Kortrijk

Precies door het dreigende vooruitzicht van de Leieverbredingswerken stonden de panden Budastraat 54, 58, 60 en 62 al geruime tijd leeg. Het SOK heeft ze opgekocht, en ze kwamen goed van pas als ruilobject om het afgeschreven rustoord te verwerven dat H.Hart in een ander deel van Kortrijk, de Wijngaardstraat bezat. Wijngaardstraat 41 maakte deel uit van het bouwblok dat samen met het scholencomplex en klooster van Bijstand is gesloopt door Foruminvest voor de bouw van het megawinkelcentrum 'K in Kortrijk'. Het SOK heeft de komst van investeerder Foruminvest mogelijk gemaakt, onder meer door het gewezen rustoord te verkopen. Als H.Hart niet akkoord was gegaan met de ruiloperatie Wijngaardstraat/Budastraat, dan waren de reusachtige sloop-, graaf- en bouwwerken voor 'K in Kortrijk' gewoonweg niet gestart!

Billijkheid

Daarom is het des te pijnlijker dat het stadsbestuur juist voor die panden in de Budastraat meent H.Hart te moeten sanctioneren voor leegstand en verwaarlozing. In totaal krijgt Woon en Zorg H.Hart een leegstandstaks aangesmeerd van 13.650 euro. Algemeen directeur Wino Baekelandt van Woon en Zorg gaat daar helemaal niet mee akkoord. Hij wijst op zijn cruciale inbreng voor de ontwikkeling van het winkelcentrum van Foruminvest. Hij doet dan ook een beroep op de zin voor billijkheid van het stadsbestuur.

Maar Woon en Zorg H.Hart heeft nog een ander doorslaand argument. Omdat de instelling de panden in de Budastraat verwierf van het SOK, dacht de directie dat zij evenveel vrijstelling zouden krijgen als het SOK zelf. Nu blijkt dat het taksreglement anders uitpakt. Het SOK mag zijn panden 5 jaar laten leegstaan en verkrotten; de zakenpartners van het SOK slechts 3 jaar.

H.Hart heeft dat rijtje huizen in de Budastraat verworven eind 2005. Nummer 54 stond al leeg vanaf december 1999, nummer 58 vanaf oktober 2004, nummer 60 vanaf oktober 2003, en nummer 62 vanaf juni 2003. H.Hart dacht alle panden te slopen binnen de vijf jaar, tegen 2010. In die zin is een masterplan in voorbereiding, dat moet leiden tot de zoveelste uitbreiding van de groep. Het taksreglement geeft evenwel aan kopers van leegstaande panden slechts een vrijstelling van taks voor het belastingsjaar dat volgt op de verwerving. Hier is dat 2006. Voor 2007 ontsnapt H.Hart dus niet aan de taks voor panden die het SOK - en dus onrechtstreeks het stadsbestuur - heeft laten leegstaan.

De ingeroepen billijkheid telt niet. Met referentie naar de letter van het reglement schrijft het stadsbestuur in zijn besluit: "Billijkheid is geen criterium voor vrijstelling". Ik ben eens benieuwd of een rechter dat zou beamen - en dan zeggen we nog niets over dat andere algemeen rechtsbeginsel: het gelijkheidsprincipe.

Intussen heeft de burgemeester in september voor het hele rijtje in de Budastraat, tot en met het huis dat paalt aan de gerenomeerde bloemenwinkel Lagache, een slopingsbevel uitgevaardigd. Brokstukken van een bouwvallige muur waren op een auto terecht gekomen. Van de nood een deugd makend, heeft H.Hart het braakliggend terrein geasfalteerd. Er is nu een parking voor al zijn personeel.

lagache1

10:48 Gepost in Algemeen | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |

02-11-08

Twee Kortrijkzanen voor de rechter gesleept voor betwistbare 300 euro samen

st-antoniusp1

Twee gezinnen uit de Sint-Antoniusstraat worden door het Kortrijkse stadsbestuur voor de Vrederechter gesleept omwille van een betwistbare 150 euro elk. Beide gezinnen weigeren die som te betalen, die de stad van hen eist voor het aanbrengen van een achterpoortje. De stad bracht die kaduke achterpoortjes in 2002 aan in de afsluiting die hun privacy achteraan moet beschermen. Daar bouwde de stad immers, na inname van een stuk van hun tuintjes, het Guldenspoorpad, een fietspad. Volgens mij had de stad nooit een euro mogen eisen voor die poortjes. Ik ben eens benieuwd wat de rechter zal zeggen. Het stadsbestuur is er zelf alvast niet gerust in.

De meeste huizen in de Sint-Antoniusstraat - Tointjesstrate in Hugo Claus' Verdriet van België - zijn arbeiderswoningen van niet meer dan 3 meter breed. Voor hun leefbaarheid moeten zij het dus hebben van hun diepte. Met een smalle tuin kan iets gedaan worden als hij maar lang genoeg is. Vandaar dat ik mij als gemeenteraadslid het lot van de bewoners van de Sint-Antoniusstraat aantrok toen het stadsbestuur een tiental jaar geleden plannen maakte om een fietspad aan te leggen op het achterste stuk van hun tuinen. Die tuinen paalden aan de spoorweg. Het fietspad, Guldenspoorpad, dat in 2000 werd afgewerkt, loopt half op spoorwegterrein en half op grond die is ingenomen van de tuinen van de Sint-Antoniusstraat.

Na een solidaire bewonersactie kwam het met de stad tot een compromis. In ruil voor het afstaan van hun grond kregen de tuinbezitters van de stad een afsluiting in ursusdraad met een groene non-woven bekleding. De gezinnen die het wensten, konden een achterpoortje krijgen, waarmee ze een directe toegang kregen tot het fietspad en een extra ingang tot hun huis. Van meetafaan hebben de bewoners zich ertegen verzet dat zij voor die poortjes zouden moeten betalen.

Het stadsbestuur is echter hardnekkig blijven eisen dat de bewoners voor die poortjes gingen dokken. Eerst werd 20.765 Belgische frank gevraagd (2002). De zeven betrokken gezinnen weigerden solidair te betalen en plooiden niet voor aanmaningen en bezoeken van buurtwerkers die door het stadsbestuur als incasseurs werden gebruikt. Na verloop van tijd besliste het stadsbestuur dan de prijs te verminderen tot 12.000 frank (297,47 euro). En toen daarop de bewoners nog niet tot betaling overgingen, werd in 2006 een advocaat aangesteld, meester D'Hulst. Een dreigbrief van de meester haalde vier gezinnen over tot betalen. Drie bleven het been stijf houden.

st-antoniusp3
Vermogensvermeerdering?

Uiteindelijk bracht dat de advocaat tot een advies aan de stad om de niet-betalers te dagvaarden voor de Vrederechter. De poortjes zijn eigendom geworden van de respectievelijke huizen, waarvoor een correcte prijs moet worden betaald. Hij noemt dat "een vermogensvermeerdering zonder oorzaak in hoofde van de bewoners". Hij stelt vast dat de eigenaars niet betwisten dat zij moeten betalen, maar er is onenigheid over de prijs en de kwaliteit van de poortjes. De advocaat wijst de stad erop dat de bewoners misschien wel niet helemaal ongelijk hebben: de poortjes zijn inderdaad van minderwaardige kwaliteit. Een van de drie heeft intussen uit eigen beweging 150 euro gestort in de stadskas. Meester D'Hulst adviseert de stad daarmee genoegen te nemen. Dat is zowat de helft van wat aan de resterende twee wordt gevraagd. Het zou dus wel eens kunnen dat de Vrederechter dat ook voldoende vindt.

De vraag is of de som van hoogstens twee keer 150 euro wel de moeite waard is om een advocaat in te huren en een rechtszaak te beginnen.

Overigens blijf ik erbij dat voor die poortjes eigenlijk geen euro mocht worden gevraagd. Het was een uitdrukkelijk verkregen compensatie voor het verlies van tuin dat de stad uit eigen zak de private eigendom en de privacy van alle bewoners ging garanderen bij de aanleg van het fietspad. Ook die poortjes kunnen beschouwd worden als een magere compensatie voor het verlies aan leefbaarheid van de betrokken woningen van de Sint-Antoniusstraat. De smalle huisjes - niet meer dan drie meter! - moeten het hebben van de diepte van huis en tuin om leefbaar te zijn. De inname van enkele meters tuin verminderde die leefbaarheid. Het creëren van een achtertoegang kon die leefbaarheid enigszins herstellen.

Een dergelijke compensatie kan dus redelijkerwijze niet beschouwd worden als een "vermogensvermeerdering zonder oorzaak". Het was de verdomde plicht van de stad om de kwalijke gevolgen van de inname van stukken tuin zo beperkt mogelijk te houden.

Bepaalde bewoners wilden om redenen van voorzichtigheid geen toegang tot hun tuin aan de achterkant. Andere huizen waren huurwoningen waarvoor de verhuurder al helemaal geen extra kosten wou doen voor een poortje of voor gelijk wat. Het is dus geen argument dat die poortjes een voordeel zouden zijn voor slechts bepaalde eigenaars: de anderen wilden gewoon geen poortje.

Ook zijn die poortjes opgetrokken in dezelfde materialen als de gratis afsluiting: ursusdraad gespannen op ijzeren buizen en bekleed met groen zeildoek. In feite vormen die poortjes elk een stuk van die afsluiting. Het enige wat die poortjes meer hebben dan de rest van de afsluiting is een paar scharnieren en een klink, van slechte kwaliteit op de koop toe. Het is niet redelijk daar geld voor te vragen als men de rest van de afsluiting gratis heeft gegeven.

Ik ben eens benieuwd wat de rechter daarvan zal denken. Maar eigenlijk vind ik het een beetje laf om minderkapitaalkrachtige mensen op die manier te treffen.

st-antoniusp2

18:01 Gepost in Algemeen | Permalink | Commentaren (3) |  Facebook |

31-10-08

Wordt babyboomgeneratie in Kortrijk bovengronds begraven?

Jozef Weyts

Op het stadhuis in Kortrijk maakt men zich op voor een piek van overlijdens tussen 2020 en 2030, als de babyboomgeneratie aan de beurt komt. Ter voorbereiding daarvan wil het stadsbestuur plaats maken op de bestaande kerkhoven, met ontgravingen, verwijderen van grafstenen en eventueel zelfs hergebruik van waardevolle grafmonumenten. Moniek Gheysens, gemeenteraadslid OpenVLD, vindt dat zonde. Van al die plekken van geconcentreerde emotie moet men afblijven, ook al is het graf zelf vergaan of langzaam opgezogen door de zompige kleilagen. Bescherm Kortrijks grootste dodenakker, het Sint-Janskerkhof, als monumentaal stadsgezicht. Voor de overlijdensgolf van de babyboom-Kortrijkzanen heeft Moniek een andere oplossing: bovengronds begraven, zoals in het zuiden.

De belangstelling voor het 'funerair erfgoed' is in Kortrijk nog jong. Op aandringen van de ijverige ambtenaren van de erfgoedcel heeft schepen Marie-Claire Vandenbulcke, OpenVLD, de inventarisatie van de waardevolle graven op gang getrokken, om te beginnen op het Sint-Janskerkhof.

Keizer-koster

In Kortrijk wordt begraven op de in gebruik gebleven begraafplaatsen van de deelgemeenten (èn van het gehucht Watermeulen), op het nieuwe designbegraafpark op Hoog Kortrijk, en op het traditionele Sint-Janskerkhof aan de Meensesteenweg, slechts door de spoorweg gescheiden van het Guldensporenstadion van KVKortrijk.

Toch is ook het Sint-Janskerkhof slechts een dikke 120 jaar oud; voor een dodenakker is dat nog jong. Kortrijk begroef voorheen zijn doden meestal rond de Sint-Maartenskerk, tot de verlichte Oostenrijkse keizer Jozef II het om hygiënische redenen verbood te begraven in het stadscentrum. Door toedoen van de keizer-koster werd dan in 1785 een stedelijke begraafplaats geopend op de uitgestrekte terreinen van de Kortrijkse leprozerij, de Groote Madeleene, waar nu het Magdalenapark is in de Marksesteenweg.

Maar daar had men veel last van water. Ook nu staat het park bij momenten een halve meter onder water. En lijken die in het water liggen, vergaan niet. Vandaar dat het stadsbestuur een eeuw later een tweede begraafplaats in gebruik nam: het kerkhof in de Meensesteenweg aan de grens met Bissegem. Het werd door het conservatief-katholiek stadsbestuur toegewijd aan Sint-Jan, zoals de Sint-Jansmolen en de Sint-Jansput op de dichtstgelegen stadsvestingen (Overleie). Op het Magdalenakerkhof bleven intussen  alleen nog de familiekelders in gebruik, tot het kerkhof in 1944 letterlijk werd omgewoeld door de geallieerde bombardementen - die ook onder de levenden veel slachtoffers maakten.

Eeuwige vergunning

Voor zover men niet gekozen heeft voor crematie wordt men op Hoog Kortrijk begraven in prefabkeldertjes en op het Sint-Janskerkhof in de volle grond of in de familiekelder. Zoals de wet maakt Kortrijk onderscheid tussen grafconcessies - vroeger 'eeuwige vergunning' genoemd - en niet-geconcedeerde graven. Wie kiest voor een grafconcessie betaalt ervoor, voor 30 of 50 jaar. Na afloop van die periode kunnen de nabestaanden telkens voor 10 jaart 'bijbestellen'. Een niet-geconcedeerd graf is gratis. De wet zegt dat de gemeente dergelijke gratis graven minimum 10 jaar moet bewaren; in Kortrijk behoudt men ze 18 jaar.

Maar er is een zekere terughoudendheid om grafstenen waar niemand meer naar omkijkt of voor betaalt, te verwijderen. Het gaat tenslotte om stenen erfgoed. Anderzijds strookt het niet met de gelijkheidsgedachte - en in de dood zijn wij allen gelijk - dat men de ene familie doet betalen voor het behoud van een graf en de andere familie niet.

De dienst leefmilieu, die de begraafplaatsen beheert, en de erfgoedcel hebben zich in het stadhuis bijeengezet om dat probleem aan te pakken. Bovendien doemt er voor de toekomst een ander probleem op: plaatsgebrek. Tussen 2020 en 2030 zullen de Kortrijkzanen van de babyboomgeneratie massaal de geest geven [denken ze op het stadhuis werkelijk dat wij niet ouder dan 80 willen worden?] en dan kan het gaan spannen aan de Meensesteenweg en de Ambassadeur Baertlaan.

Stadsgezicht

Toekomstgericht wil men het oude Sint-Janskerkhof gaan herschikken. Een inventarisatie van de waardevolle graven is al bezig. Monumentale graven met een zekere architecturale of artistieke waarde wil men hoe dan ook bewaren. Maar als het om graven gaat waarvoor niemand meer betaalt, worden ook oplossingen onderzocht zoals verhuis naar een bepaald museumachtig gedeelte van het kerkhof of terbeschikkingstelling van andere families die willen investeren in het behoud en het hergebruik van het monument. Uiteraard zouden graven met een historische betekenis, bijvoorbeeld van belangrijke personen, behouden blijven zonder hergebruik. Wel is verplaatsing naar een soort erepark niet uitgesloten. De discussie over welke overledene daarvoor in aanmerking komt, is geopend.

Een andere mogelijkheid houdt meer rekening met de stedelijke dodenakker als stadsgezicht. Bepaalde percelen met veel oude graven zou men eventueel op zijn geheel bewaren als funerair erfgoed. Als problematisch wordt hier gezien dat de meeste graven na verloop van tijd inzakken. Waar op een kelder is gebouwd, heeft men meer kans dat het bouwsel recht blijft staan. Maar waar de grafsteen, al dan niet op fundering, bovenop de kist in de volle grond is geplaatst, is de stabiliteit veel minder gegarandeerd. Op het moment dat de kist door vermolming ineenstuikt, ontstaat er een leegte waarin steen, kruis en andere symbolen verzinken. In Kortrijk vindt men dat niet proper.

Moniek Gheysens, het meest vrijgevochten gemeenteraadslid van OpenVLD in Kortrijk, ziet die plannen met lede ogen aan. Zij noemt het onomwonden 'grafschennis' en: "een totaal gebrek aan respect voor de doden, en voor de ambachtslui en kunstenaars die met veel liefde en vakkennis de zerken vorm gaven". Gebroken ornamenten, bouwvallige graven en met klimop overwoekerde laatste bestemmingen, ziet zij juist als sfeerbepalend voor een kerkhof met adelbrieven. Een begraafplaats mag er volgens de Heulse politica helemaal niet opgeboend bij liggen. En precies de bonte mengeling van stijlen en materialen maakt van een kerkhof een boeiende plek om te bezoeken.

Met haar interessante mening komt Moniek Gheysens wel in aanvaring met de wetgeving. Artikel 10 van het Vlaamse begraafplaatsendecreet zegt radicaal : "De geconcedeerde graven moeten onderhouden worden". De burgemeester moet van het decreet de kerkhoven aflopen om verwaarlozing op te sporen. Verwaarlozing wordt in het decreet plastisch omschreven als "doorlopend onzindelijk, door plantengroei overwoekerd, vervallen, ingestort of bouwvallig". Aan de familie moet de kans worden gegeven om binnen het jaar het graf op te knappen; zoniet  moet de gemeenteraad de concessie opdoeken.

Flat-begraven

Voor de talrijke generatie van de boorlingen uit de jaren 50 en 60 heeft Moniek Gheysens een andere oplossing in petto: het 'flat-begraven'. Dat bestaat erin dat men de kisten bovengronds inschuift in galerijwanden. In het zuiden is dergelijke begraafmethode courant omdat men moeilijk putten kon hakken in de rotsachtige ondergrond [hoewel men dat toch probeerde, bijvoorbeeld bij het kerkje van de godvergeten prochie van Saint-Pantalon in de Haute Provence].

Het decreet van 16 januari 2004 (artikel 17, §1) op de begraafplaatsen en de lijkbezorging heeft bovengronds begraven mogelijk gemaakt - juist zoals het de verplichting heeft afgeschaft een kist te gebruiken. Naar het schijnt, is die 'liberalisering' er gekomen om te voorkomen dat men op begraafplaatsen onder de zeespiegel (Oostende) of met hoog grondwater (polders) overledenen in het water moest ter aarde bestellen. In West-Vlaanderen zijn er om die reden al gravenwanden in Oostende en Gistel. In Lanaken (Rekem) in het verre Limburg is men er ook mee aan het experimenteren.

Moniek Gheysens wil het stadsbestuur van Kortrijk daartoe ook overhalen. Waarom er geen designwedstrijd voor jonge ontwerpers rond organiseren, vroeg zij in de gemeenteraad? Het antwoord van haar partijgenote - en vroeger als gemeenteraadslid bijna even vrijgevochten - schepen Marie-Claire Vandenbulcke was niet onmiddellijk afwijzend. Wel hield de bewindsvrouw een slag om de arm. Zij wil eerst een kosten-batenanalyse laten maken vooraleer zij - of binnenkort haar CD&V-opvolger - een dergelijke gravengalerij laat bouwen. Ik denk dat Moniek Gheysens in de komende jaren daarover de gemeenteraad nog met creatieve interventies zal moeten verrassen.

Het graf op de foto is van Jozef Weyts. Ten onrechte is die man in de vergetelheid geraakt. Hij was niet alleen het eerste socialistische gemeenteraadslid van Kortrijk maar ook de eerste arbeider die democratisch verkozen werd. In de tijd van de slechts half democratische verkiezingen onder het 'meervoudig algemeen stemrecht voor mannen' (1885-1921), werd er na de verkiezing van de gemeenteraad een extra verkiezing gehouden bij de arbeiders en de patroons, die samen 4 extra raadsleden mochten afvaardigen. Het eerste gemeenteraadslid van de arbeiders was kameraad Jozef Weyts in 1911. Dit is dus een graf dat om historische redenen zeker moet bewaard blijven.

14:57 Gepost in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

27-10-08

Slechts halve makeover voor Oude Leie in het centrum van Kortrijk

Broelkaai

De heraanleg van de kaaien van de Oude Leie in Kortrijk heeft jaren vertraging opgelopen. Het vorige stadsbestuur, CD&V-sp.a, bracht alles in gereedheid om in 2007 Broelkaai en Verzetskaai aantrekkelijker te maken. Het huidige stadsbestuur, CD&V-OpenVLD, wil pas volgend jaar eraan beginnen en dan nog voor slechts de helft van de heraanleg. Intussen loopt ook de verbreding van de Nieuwe Leie alsmaar meer vertraging op. De in 2006 afgesproken einddatum van 2010 kan onmogelijk worden waargemaakt.

Kreetjes

Eind december 2004 besliste het toenmalige CD&V-sp.a-stadsbestuur de tijdelijke associatie Arcadis-Gedas-JPLX-Michel Desvigne aan te stellen als ontwerpbureau voor het project 'heraanleg Oude-Leieboorden'. Het algemene concept dat van hen werd verlangd, moest betrekking hebben op de hele Oude Leie, van de splitsing ter hoogte van de Handelskaai (de nieuwe 'tip' van het Buda-eiland) tot de samenvloeiing met de Nieuwe Leie aan het Albertpark. Daaraan gekoppeld moesten de verenigde ontwerpbureaus meteen ook uitvoeringsplannen uitwerken voor de eerste fase: de heraanleg van de Broelkaai en de Verzetskaai (het bekendste stuk Oude Leie, tussen de Leiebrug en de Broeltorens).

Het stadsbestuur was er intussen in geslaagd Waterwegen en Zeekanaal (W&Z NV, Vlaams Gewest) ervan te overtuigen het project mee te financieren. Een stuurgroep werd opgericht om het concept en de plannen van het ontwerpersbataillon te beoordelen. In de stuurgroep zitten vertegenwoordigers van de stad, Waterwegen en Zeekanaal NV en het Agentschap RWO-Onroerend Erfgoed. Die stuurgroep, daarin gevolgd door het stadsbestuur, ontving in maart 2006 het huiswerk van de ontwerpers met enthousiaste kreetjes. Zie mijn te optimistisch stukje van een paar jaar geleden.

STERK door water

Het was de bedoeling na het afsluiten van de De Coene-tentoonstelling op Buda-Kunsteneiland halverwege januari 2007 onmiddellijk in gang te schieten. Tegelijk met de heraanleg van de Kapucijnenstraat en de Korte Kapucijnenstraat - ooit het 'mirakelstraatje' en na enkele jaren van verval nu weer op dreef - zou men de Broelkaai en de Verzetskaai aanpakken. Tegen de zomer van 2007 gingen wij een dubbele promenade rijker zijn, die de Graslei in Gent naar de kroon zou steken. Had men zich maar aan die deadline gehouden! Dan was men de grote openlegging van de binnenstad (voor het megawinkelcentrum K) voor geweest. Maar het heeft niet mogen zijn.

Er rees verzet van enkele winkeliers in de nabijgelegen O.L.Vrouwestraat, die gekant waren tegen het opdoeken van de parking op de Verzetskaai. Daarop besliste het stadsbestuur in mei 2007 de eerste fase in twee te hakken. Met de heraanleg van de Verzetskaai - waar nochtans de horeca-zaken te vinden zijn - zou men wachten tot na de realisatie van een nieuw parkeergebouw (of -kelder) op parking Dam. Intussen meende het stadsbestuur ook voor dit project gelden van Europa te kunnen binnenrijven. In allerijl werd een Europees project, "STERK door water" ingediend.

Lammeren

Nu blijkt alvast het bestek voor de aanbesteding van de heraanleg van de Broelkaai op enkele details na klaar te zijn. De stedenbouwkundige vergunning kan worden aangevraagd. Het stadsbestuur heeft onlangs beslist om op de begroting voor volgend jaar de nodige gelden op te nemen voor de aanbesteding en gunning van de bouwopdracht. Toch zouden de werkzaamheden pas eind 2009 of begin 2010 kunnen starten. Een mogelijke vertragingsfactor zou kunnen zijn dat de Vlaamse Maatschappij voor Watervoorziening van het project gebruik maakt om de waterleiding naar het eiland Buda te versterken - wat nodig is. In dat geval is het wachten op de timing van de VMW.

Eerder was er een afspraak met het Vlaamse Gewest (W&Z NV) over de verdeling van de kosten. Voor W&Z zijn de bouw van de kaden, de verlagingen van de openbare ruimte dichter bij het water en de constructies in het water. Voor de stad rest de financiering van de wegen, de riolen en het meubilair. Die verdeelsleutel wordt ook toegepast bij de heraanleg van de Broelkaai. De totale kostprijs van het (deel-)project is 1.790.598,70 euro zonder BTW. Daarvan wordt 1.072.476 euro betaald door W&Z en 718.122,70 euro door de stad (868.928,47 euro met BTW). Hoeveel Europa zal lammeren, is een onbekende.

Onbekend

Een van de uitgangspunten van de heraanleg van de Oude-Leieboorden is de stedelingen en de bezoekers meer in contact te brengen met het stilaan weer properder wordende Leiewater. Vandaar dat het ontwerp voorziet in licht naar de Leie hellende pleinen, terrassen en trappen. De heraanleg moet naadloos aansluiten op de succesvol vernieuwde Kapucijnenstraat.

Voor de volgende fasen van het project Oude-Leieboorden is het dus wachten. De Verzetskaai, waar de aanwezige horecazaken wenen om terrasruimte - een mooiere ligging is er niet in Kortrijk, maar dat staat daar nu vol geparkeerd blik - moet zoals gezegd wachten op de bouw van het parkeergebouw op parking Dam. Realisatiedatum onbekend.

Het bejubelde concept wou van de hele Oude Leie een jachthaven maken - Portus Ganda achterna. Maar daarvoor dienen zowel de Kasteelbrug aan de instroom als de Dambrug aan de uitstroom opgehoogd worden. Ongewild fungeren beide bruggen thans als hoogtebegrenzer voor pleziervaartuigen. Realisatiedatum daarvoor: nog meer onbekend.

2015?

Die vertraging verzinkt evenwel in het niet bij de aanslepende verbreding van de Nieuwe Leie. In 2006 streek Kortrijk nog met W&Z de plooien glad met betrekking tot de komende cruciale fasen van de Leievebreding. Toen werd als nieuwe einddatum 2010 naar voren geschoven.

Men ging ervan uit dat na de afwerking van de nieuwe Noordbrug, een opvallende tuikabelbrug, in 2008 zou kunnen begonnen worden aan de moeilijkste fase: de verbreding ter hoogte van de Budabrug, met vervanging van diµe bestaande 'kemelbrug' door een op- en neergaande tafelbrug en een passerelle voor voetgangers en fietsers (eventueel ter hoogte van de vroegere Reepbrug). Vergeet het. De tuikabelbrug is nog verre van gerealiseerd en met de verbreding van het stuk onder de Budabrug zal men wijselijk wachten tot het stof van de aanpassing van de doorgangswegen naar winkelcentrum K is opgetrokken. Wordt het 2015?

10:39 Gepost in Algemeen | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |

25-10-08

Mogelijks wordt Kortrijk Xpo een grote groene elektriciteitscentrale

hallen22

De zes hallen van Kortrijk Xpo worden mogelijks een grote groenestroomcentrale. Op de daken komt een zee van fotovoltaïsche zonnepanelen. En op de parkings een of meer reusachtige windmolens. Als het van de Xpo-directie afhangt, wordt dat onmiddellijk gerealiseerd, met BVBA Enfinity voor de zonnecentrale en met Electrabel voor de molens. Maar de gecompliceerde eigendoms- en concessiesituatie tussen Xpo, de stad en het Stadsontwikkelingsbedrijf (SOK) staat een vlotte installatie in de weg. Als eigenaar en concessiegever van het domein en bepaalde hallen eist de stad zijn deel van de fabuleuze winsten. En bovendien is de stad van oordeel - niet ten onrechte - dat gelijk wie hier de opdrachten geeft, de mededinging moet laten spelen. Men kan niet zomaar met een exclusieve partner in zee gaan. Overigens gebruikt Xpo ook nu al uitsluitend groene energie - in dit geval veeleer witte energie want afkomstig van waterkrachtcentrales uit de Franse Alpen. A propos, heeft het stadsbestuur er al aan gedacht andere stadsgebouwen te voorzien van zonnepanelen en windmolens?

Sinds de lente gebruikt Kortrijk Xpo, het beurzencomplex op Hoog Kortrijk nog alleen energie van 100% hernieuwbare oorsprong. Een voorbeeld dat kan tellen! In concreto wordt stroom afgenomen van AlpEnergie via Electabel/Suez. AlpEnergie is een dochter van Electrabel, die garandeert dat de stroom die zij levert, komt van de waterkrachtcentrales van CNR (Compagnie Nationale du Rhone) en SHEM (Sociètè Hydroélectrique du Midi) uit de Franse Alpen. 'Witte' stroom dus.

Enfinity

Maar Xpo wil het milieupad nog verder bewandelen. De hallenexploitant wil op energetisch vlak zelfbedruipend worden en zo mogelijk zelfs producent voor andere gebruikers op het net. Daartoe nam Xpo contact met BVBA Enfinity (Sint-Denijs-Westrem) voor de bedekking met zonnepanelen van haar hectaren grote daken, en met Electrabel voor de bouw van windturbines op haar uitgestrekte winderige parkings.

Enfinity is een 'start-up' waaraan West-Vlaams privé-investeringskapitaal aan de basis ligt. Met forse inbreng van Fortis Bank (!) en Besi, de toeleverancier van de chipsindustrie BE Semiconductor Industries, heeft de BVBA 'oneindige' ambities. Voor niet minder dan 51,2 miljoen euro is Enfinity zonneparken aan het bouwen in Spanje, in samenwerking met het Portugese engineeringsbedrijf Martifer Solar. Maar dat is nog maar een begin.

Tegen eind 2009 wil de BVBA in 16 landen actief zijn en voor 1,2 miljard euro zonnepanelen on portefeuille hebben, waarvan 180 miljoen euro in Vlaanderen. Hier is de commerciële taktiek van Enfinity erop gericht om op een of andere manier zijn zonnepanelen te kunnen plaatsen op industriële gebouwen. Meestal huurt de firma de daken en verrkoopt zij de opgewekte stroom meteen aan het bedrijf in kwestie, transmissieverliezen en distributiekosten uitsparend.

Financieel voordeel

Op de hallen van Xpo wil Enfinity voor 20 jaar een zakelijk recht van opstal bekomen voor de plaatsing en de leidingen van zijn zonnepanelen. De installatiewerkzaamheden zouden vooraf 3 jaar in beslag nemen. Zodra de zonnecentrale werkt wil Enfinity 15 euro per kWp (kiloWatt-piek) per jaar betalen. Als men erin slaagt 40% van de daken in te nemen - een realistische schatting -, dan wordt de jaarvergoeding geraamd op zowat 12.000 euro.

Daarbij krijgt Xpo de kans om de stroom die op haar daken wordt opgewekt, aan te kopen. Enfinity verkoopt die stroom voor de fantastisch lage prijs van 0,07 euro per kWh - vergelijk dat met de industriële prijs van Electrabel die 0,20 euro per kWh bedraagt. Dat alles zou over een periode van 20 jaar een financieel voordeel opleveren van niet minder dan 750.000 euro, zonder 1 eurocent zelf te investeren.

Electrabel

Bij het zien van zoveel 'groen idealisme' kwam ook Electrabel bij Xpo aankloppen met een voorstel. De elektriciteitsgigant wil op het hallencomplex een poot aan de grond houden door de bouw van een of meer windmolens. Electrabel biedt daarvoor een jaarlijkse vergoeding van 20.000 euro per molen. De stadsdiensten oordeelden al dat er geen stedenbouwkundige bezwaren zijn tegen de bouw van dergelijke turbines. Electrabel dringt erop aan uitsluitsel te krijgen over een eventuele toestemming op korte termijn.

Juridisch kluwen

Maar zo vlot als Electrabel het zou wensen kan de groene stroomcentrale op de hallensite niet op gang worden gebracht. Het is niet bij de technische uitwerking van al die groene huzarenstukjes dat er moeilijkheden worden verwacht, maar bij het juridische kluwen van eigendoms- en andere zakelijke rechten en concessies waaronder Xpo zich draaiende moet houden.

Op vandaag is de stad volledig eigenaar van heel de grond, het inkomgebouw en de hallen 1, 2 en 3. De hallen 4 en 5 zijn tijdelijk eigendom van Xpo, tot 2025 wanneer de concessieovereenkomst ten einde loopt. In 2025 vallen die hallen toe aan de eigenaar van de grond, de stad dus. Halle 6 is van Xpo, dat daartoe een opstalrecht heeft; in 2011 wordt ook die halle stadseigendom voor 1 Belgische frank (0,025 euro). Het hele hallendomein wordt voorts ook geregeerd door de talrijke regels van de concessieovereenkomst, die afloopt in 2025.

Volgens artikel 20 van de concessieovereenkomst heeft Xpo een bouwrecht voor alle mogelijke nieuwbouw en verbeteringswerken op voorwaarde van een voorafgaande en uitdrukkelijke toestemming van de stad. Het is in het kader van dat artikel dat Xpo aan de stad toestemming heeft gevraagd om met Enfinity te mogen in zee gaan. Daarbij gaat Xpo er naïefweg vanuit dat het alle opbrengsten van de samenwerking met Enfinity op zak mag steken.

Het stadsbestuur vindt het evenwel niet zo evident dat de inrichting van een zonnecentrale valt onder het concessionele bouwrecht van Xpo. Ook wil het stadsbestuur zijn deel van de opbrengsten.

LED's

En het dreigt nog ingewikkelder te worden. Voor de financiering van de expansie van het hallencomplex is door de gemeenteraad van maart 2008 een plan goedgekeurd om een Xpo-ontwikkelingsmaatschappij (Xom) op te richten. Daartoe zou een nieuw autonoom stadsbedrijf worden opgericht als filiaal van het bestaande Stadsontwikkelingsbedrijf, SOK.

Aandeelhouders van Xom worden de stad en het SOK, die de gronden en gebouwen in eigendom van de stad inbrengen (geraamd op 10 miljoen euro), de Provincie West-Vlaanderen (4,45 miljoen euro cash, waarvan 742.000 euro opbrengst van de verkoop van haar aandelen in Leiedal), en Leiedal (250.000 euro cash). Van Europa worden voor 3,5 miljoen euro subsidies verwacht - maar helemaal zeker is dat niet en om de subsidieaanvraag kracht bij te zetten zal men Xpo doen samenwerken met de West-Vlaamse hogescholen (in een vzw die 'laagdrempelige expertise- en dienstverleningscentra', LED's, moet oprichten voor de lokale KMO's). Xpo zelf wordt een 'Xem', een Xpo-exploitatiemaatschappij, met haar eigen huidige aandeelhouders. Wie kan nog volgen?

In elk geval moet dat spinnenweb van relaties 8,5 miljoen euro cash opbrengen waarmee Xpo zijn expansieplannen, verwerkt in een 'masterplan', kan financieren. Bovendien gaat de Xom nog een lening aan van 2,63 miljoen euro, die evenwel door de Xem zal afbetaald worden à rato van 200.000 euro per jaar. Vanaf 2010 betaalt de Xem ook nog eens 240.000 euro per jaar aan voormelde vzw (die met de LED's). Hoe moeten onder al die belanghebbenden - die uiteindelijk alle de gemeenschap vertegenwoordigen! - de opbrengsten van de groene investeringen op de hallensite worden verdeeld?

Mededinging

Er is nog een ander, fundamenteel, probleem. Niet ten onrechte vraagt het stadsbestuur zich af - processen bij het Europese Hof van Justitie doemen op - of de plaatsing en exploitatie van zonnepanelen zomaar aan Enfinity kan toevertrouwd worden. Men zal er niet aan ontsnappen op een of andere manier de concurrentie te laten spelen. Er is zelfs nog een ander alternatief. Waarom zou de overheid niet zelf die panelen laten plaatsen en uitbaten? De stadsdienst Facility rekende al uit dat het een investering van zowat 5 miljoen euro zou kosten, met een terugverdientijd van amper 10 jaar; na die 10 jaar zou de volledige opbrengst naar de gebouweneigenaar gaan.

Dezelfde opmerking kan worden gemaakt voor de bouw van windturbines op het hallendomein. Ook hier kan men niet zomaar exclusiviteit geven aan Electrabel. Minstens moet ook hiervoor de mededinging worden georganiseerd.

Om eruit te geraken heeft het stadsbestuur op 14 oktober jl. beslist een vooronderzoek te starten. Aan Xpo wordt gevraagd zijn dossier te vervolledigen en af te stemmen op een of andere aanbestedingsprocedure.

De vraag die bij mij opwelt bij heel die affaire is: wordt het niet hoog tijd dat het stadsbestuur ook voor andere stadsgebouwen (ontmoetingscentra, nieuw stadhuis, gebouwen van de technische en logistieke diensten, sporthallen, zwembaden enzovoort) eens laat onderzoeken of de plaatsing van groenestroomopwekkers mogelijk is.

Kortrijklinksbekeken: Marc, je bent toch gemeenteraadslid. Zou je die vraag dan niet beter stellen in de gemeenteraad?

Marc: Misschien doe ik dat wel.

12:12 Gepost in Algemeen | Permalink | Commentaren (10) |  Facebook |

22-10-08

Koopt stad Kortrijk pralinedoos voor Eurodistrict?

casino1

VOKA - Kamer van Koophandel van West-Vlaanderen wil af van zijn gebouwen in de Kortrijkse binnenstad. De Kamer heeft een optie genomen op grond op het Kennedypark, een bedrijvenzone die ooit door de intercommunale Leiedal is ontwikkeld op Hoog Kortrijk om er de hoofdkwartieren van het Kortrijkse bedrijfsleven te vestigen.Maar om te kunnen bouwen heeft de organisatie van Jo Libeer centen nodig, die zij hoopt bijeen te halen door de verkoop van haar huidige kantoren. Het betreft onder meer het beschermde gebouw met pronkgevel op het Casinoplein, een verzameling salons rond een concertzaal. De Kamer van Koophandel heeft dat gebouw eerst te koop aangeboden aan het stadsbestuur van Kortrijk. Het stadsbestuur is geïnteresseerd en is onderhandelingen begonnen met de verkopers. In de pers zag burgemeester Stefaan De Clerck al direct een paar bestemmingen voor het Casinogebouw: onderdeel van het Muziekcentrum of administratieve zetel van het onlangs opgerichte Eurodistrict (met Rijsel en Doornik). De Kamer van Koophandel vraagt 2,5 miljoen euro. Is het complex dat wel waard, en zo ja is het een prioritaire opdracht van de stad om het te kopen? Is aankopen hier wel de efficiëntste manier om het monumentale gebouw te bewaren?

Grande Harmonie

Het is een klein wonder dat een gebouw van 1844 met een dergelijk frivool verleden is blijven bestaan in het soms al te zakelijke Kortrijk. En als het Casinogebouw is blijven bestaan, dan is het bovendien dank zij de Kamer van Koophandel, waar de zakelijksten onder de Kortrijkzanen samentroepen.

Het hoofdgebouw van de eigendommen van de Kamer van Koophandel op het Casinoplein en in de Koning Albertstraat is in 1844 gebouwd in opdracht van de 'Société de la Grande Harmonie de Courtrai', als concertgebouw zegt men. Wat er ook van zij van die oorspronkelijke functie, de architect was Camille Dehults. Volgens de site van het Liberaal Archief  is de man in 1802 geboren in Doornik en was hij daar lid van de loge Les Frères Réunis; in 1838 is hij in Kortrijk komen wonen. De Société organiseerde muziektornooien. Zij ging later op in het Muziek van de Burgerwacht, een liberaal gezind gezelschap.

In 1851 moest de Société het gebouw al verkopen uit financiële noodzaak. Koper was het bisdom, dat er een Franstalige school in onderbracht waarin betalende leerlingen werden klaargestoomd voor het katholieke stadscollege (Sint-Amand). De grote tuin, die zich uitstrekte tot het Robbeplein, werd verkaveld. In 1950 nam het Textielpatroonsverbond er zijn intrek, gevolgd door diverse ondernemersverenigingen en uiteindelijk ook de Kamer voor Handel en Nijverheid, later opgenomen in VOKA (ex VEV) - Kamer van Koophandel van West-Vlaanderen.

Sissi

Het gebouw is bijzonder en niet alleen omwille van zijn eerbiedwaardige ouderdom. Het heeft een pronkgevel in neoclassicistische stijl, met driehoekig fronton, pilasters (nep-zuiltjes) en zuilen met ionisch kapiteel, rondbogige ramen, balusterborstweringen, een heuse kroonlijst en al wat je maar wil. De façade is proper bepleisterd en geschilderd. Het ziet er perfect uit als een negentiende-eeuwse speelzaal, hoewel het nooit een casino is geweest. 

Ook binnenin is het decor dat bij bourgeois in de tijd van Leopold I zo in de mode was - en doet denken aan een pralinedoos - deels bewaard. De inventaris van het Vlaams Instituut voor Onroerend Erfgoed loopt over van bewondering: Deels bewaard neoclassicistisch interieur met onder meer centraal salon met gecanneleerde zuilen en pilasters. Bepleisterde plafonds. Gang met marmeren vloer met centraal stermotief. Behouden wandverlichting. Monumentaal trappenhuis met op de bovenverdieping met faux-marbre beschilderde zuilen. Indrukwekkende 'feestzaal' met behouden luchters met art-deco-inslag. 

Kortom een antiek receptie-, banket- en concertgebouw. Het gebouw is beschermd sinds 1996. Die bescherming is terecht. Het gaat inderdaad om interessant bouwkundig erfgoed, dat beeldbepalend is voor een mooi stadsplein (parking weliswaar). Maar wat doe je ermee? Wat kan men heden ten dage nog aanvangen met een decor waarin een van de Sissi-prenten kon opgenomen zijn?

Woeste grond

Geen wonder dat VOKA-Kamer van Koophandel van West-Vlaanderen ervan af wil. De verkoop kadert in een poging om hun verspreide diensten te hergroeperen. In de provincie wil de Kamer alleen nog een 'representatiegebouw' in Brugge behouden en een administratieve zetel in Kortrijk. Daartoe heeft de Kamer op het Kennedypark (hoek Kennedylaan-Munkendoornstraat, met uitzicht op de nieuwe gebouwen van de fusiekliniek) een optie genomen op 4000 m² bouwgrond. Maar eer VOKA-West-Vlaanderen tot de bouw van een kantoorcomplex kan overgaan, moet de ondernemersorganisatie eerst haar panden aan het Casinoplein en aansluitend in de Albertstraat zien te verpatsen.

Afgevaardigd-bestuurder Jo Lybeer van VOKA geeft de stad de eerste kans tot kopen. Hij gaf het stadsbestuur zelfs al een rondleiding ter plekke. De eigendom bestaat uit diverse delen die afsplitsbaar zijn: het al beschreven hoofdgebouw, Casinoplein 10, 560 m² groot, een woonhuis, Koning Albertstraat 27 (370 m²), een kantoorgebouw, Koning Albertstraat 17 (110 m²), zelfs 2 percelen 'woeste grond' te bereiken vanuit de Albertstraat (180 m²), en een parking, vroeger de tuin, van 954 m².Vraagprijs van VOKA: tussen de 2,3 en 2,5 miljoen euro; dat is althans wat in de pers verscheen.

Verlekkerd

Burgemeester Stefaan De Clerck zat van de zomer al bijeen met genoemde Jo Libeer en West-Vlaams VOKA-voorzitter Patrick Vanden Avenne. De burgemeester is verlekkerd op het pand. Hij zou uit de opbrengst van de uitverkoop van het overtollige vastgoed van de stad (zie mijn eerdere stukken) willen putten om het pronkpand te betalen. Hij kon zijn stadsbestuur ervan overtuigen de onderhandelingen met de huidige eigenaars te beginnen (beslissing van het college van burgemeester en schepenen van 10 september jl.).

Maar er komt ook nog een studie. De stadsdiensten zijn immers niet zomaar overtuigd van de goede staat van het gebouw. "Wij beschikken over weinig (te weinig?) informatie om een goed oordeel te vellen over de bouwfysische toestand van de diverse gebouwen". Een grote onbekende zijn de te verwachten jaarlijkse onderhouds- en verbruikskosten. In 1844 waren ook de rijkaards al blij dat ze zich konden opwarmen aan de walmende open haard en was het woord isolatie nog lang niet uitgevonden. Bovendien gaat het hier om een gebouw dat niet is gebouwd voor permanent gebruik en waarbij de verwarmingsaspecten dan ook niet belangrijk waren voor de ontwerper.

De stadsdienst Facility merkt ook fijntjes op dat grote verbouwingswerken niet evident zijn aangezien de Casino van buiten en van binnen beschermd is bij ministerieel besluit van 18 april 1996. Probeer in die omstandigheden maar eens een degelijke isolatie aan te brengen of een passende herbestemming te geven aan een gebouw bestaande uit een balzaal omringd met salons.

Eurometropool

In de pers liet de burgemeester al even in zijn kaarten kijken. Hij zag meteen al twee mogelijke bestemmingen voor het pronkgebouw. Het Conservatorium van Kortrijk is op zoek naar extra concertruimte. Misschien kan men het gebouw weer zijn oorspronkelijke bestemming geven. Zonder grondige aanpassingen zal dat evenwel niet gaan, want nog afgezien van het feit dat het 137 jaar geleden is dat de 'feestzaal' nog als concertzaal is gebruikt, zijn bijvoorbeeld de akoestische normen helemaal anders en moet men meer publiek een plaats kunnen geven dan het elitaire clubje van toen.

Maar Stefaan De Clerck heeft nog een ander wit konijn in zijn mouw. Het eerbiedwaardige gebouw met de statige gevel zou ook de administratieve zetel kunnen worden van zijn Eurodistrict, de metropool die is opgericht met Rijsel en Doornik. Of dat een goed idee is, hangt af van welke ambities men heeft met die officiële metropolisatie. Als men er werkelijk een efficiënt instrument wil van maken om van onze grensoverschrijdende agglomeratie een economische, culturele en waarom ook niet politieke aantrekkingspool te maken van Europees niveau, dan volstaat een symbolische huisvesting voor zijn secretariaat niet. Dan gaat men beter op zoek naar hedendaagse moderne kantoren, voorzien van alle faciliteiten die de technologie aan het ontwikkelen is.

Ik stel echter vast dat men van plan is de administratie van het Eurodistrict om te beginnen onder te brengen in Kasteel 't Hooghe, waar de aftakeling van het leegstaande pand overigens dringend moet worden gestopt. Zou het een grote verbetering zijn het Eurodistrict van het ene landhuis naar het andere feestpaleis over te brengen? Als men ècht een grootse toekomst droomt voor de Eurometropool, denk ik van niet.

Dat het Casinogebouw de moeite waard is om bewaard te blijven en zelfs gekoesterd te worden, staat buiten kijf. Maar of het een opdracht is van de stad om op te draaien voor de conservering van een gebouw met een moeilijke herbestemming is minder voor de hand liggend.

 

07:54 Gepost in Algemeen | Permalink | Commentaren (4) |  Facebook |