06-11-11

Zondags Kortrijk (ansicht 3)

Elke zondag een bijzonder prentje, een ansicht van Kortrijk.

Condédreef 8.JPG

Verleden of toekomst? Afgedankt wegens stopzetting van het bedrijf of in het vooruitzicht van het in onbruik raken van fossiele brandstoffen?

De darm van deze naftepomp tussen de papbladeren in de open schuur van het boerhof op de hoek van de Condédreef (nr. 8) en Hoog Mosscher is definitief opgehangen en met een molslot verankerd. Waarom dat slot op de darm is gezet, is mij niet duidelijk. Op de meter achter het verdwenen glas van de pomp staat 9,7 (liter? hectoliter? gallons?). Zou er nog zoveel brandstof in de tank zitten?

naftepomp.JPG

De houten schuur staat vlakbij de Putkapel, beschermd erfgoed. Boven de deur - met collectegleuf - staat de intrigerende boodschap: "Men verschaft zich water dezer fontein in het klooster - On se procure l'eau de cette fontaine au couvent". Is bij de zusters van het woonzorgcentrum De Pottelberg nog altijd van dat water te verkrijgen? Of is ook daar de darm definitief opgehangen?

On se procure.JPG

30-10-11

Zondags Kortrijk (ansicht 2)

Elke zondag een bijzonder prentje, een ansicht van Kortrijk.

Mooi he 1.JPG

Mooi hé ... alles.

Wie durft nu nog te beweren dat dit de lelijkste plek van groot-Kortrijk is?

Wat is dat daar eigenlijk boven de tunnel naar de Doorniksewijk onder een uitloper van het station? Is het een tunneldak, een dubbelzinnige brug, het afvoerputje van de stad?

De directie der Belgische Spoorwegen heeft de boel wat willen oppimpen toen zij in 1971 de bestaande 'travers' met passerelle heeft vervangen door een tunnel. Men heeft de halfslachtige muurtjes die de sporen van het ordinaire verkeer moeten scheiden, bekleed met bleekgekleurde gevelsteentjes die lijken op faiencetegeltjes. Design uit moeders keuken of is het uit de beenhouwerij van achter de hoek? Waar voorheen dikke wolken van damp en roet uit de stoomlocomotieven ontsnapten, trekt nu een wirwar van stroomkabels strepen in de lucht.

In 2003 heeft burgemeester Emmanuel de Bethune (CVP maar dan wel de Markse variant) de afgrijselijke tunnel een nieuwe look proberen te geven. Het befaamde studiebureau Sum Project legde de lat hoog. Citaat: "Door de fietspaden hoger te leggen dan de rijweg is een lage hellingsgraad bereikt en heeft de fietser een constante doorkijk. De wanden tussen rijweg en fietsroute zijn bekleed met blauwe hardsteen en in combinatie met de betonnen wandafwerking sluit de tunnel dan ook perfect aan bij de materiaalkeuze van de gerenoveerde stadskern. Alle doorgangen zijn minimaal overdekt zodat het daglicht de gebruiker een aangenaam en veilig gevoel kan geven. In de wand naast het voetpad is alle apparatuur aanwezig om bijvoorbeeld tijdens evenementen met een dynamisch kleurenspel te reageren op het geluidsvolume in de tunnel."

Ik hoor de voormalige burgemeester in de gemeenteraad nog lyrisch verklaren dat de wandverlichting in de tunnel van kleur zou veranderen al naargelang de snelheid van de wagens die erdoor vlamden. Het spel heeft evenwel nooit gemarcheerd. En als je er in fietst, heb je zowat het gevoel dat Kadhafi moet hebben gehad toen hij die rioolbuis in Sirte indook.

Op het dak van die designtunnel is het intussen nog treuriger geworden dan het al was. Bij het beton en de fletse gevelsteentjes hebben zich nu brokken - expres als brokken gekapt - arduin gevoegd en een geelachtig fietspad.

Soms is een plek zo lelijk dat ze weer interessant wordt. De street art-artist zij intussen geprezen voor de gepaste verfkeuze!

Mooi he 2.JPG

 PS. Nu blijkt dat deze ansichtkaart al eerder is gefotografeerd (late lente 2011) door Krist Vanmarcke. Zie zijn Facebookalbum. Toen ik daarop attent werd gemaakt, was ik mij van geen plagiaat bewust. Maar ik heb in juli die foto verdorie becommentarieerd. Nog maar eens bewezen dat het menselijke geheugen niet honderd percent betrouwbaar is - toch niet van deze mens hier, hihi.

 

23-10-11

Zondags Kortrijk (ansicht 1)

Voortaan elke zondag een bijzonder prentje, een 'ansicht' van Kortrijk.

Soldeur Roeland Saverystraat 8.JPG

De mooiste 'plaffeturen' van de stad!

Ze hangen aan de gevel van De Soldeur, de gekende stoffenwinkel in de Roeland Saverystraat 8. De 'vuile winkel' - volkse benaming, door de uitbaters gebruikt als geuzennaam - bestaat zeker al 60 jaar. Volgens de website van de zaak werd de winkel eerst gerund door vader Vanderplassche en later door de zoon. De zaak barstte door zijn uitdijend aanbod van stoffen en gordijnen geregeld uit zijn voegen. Verhuizen was iedere keer de oplossing. Tot 1993 bevond de winkel zich achtereenvolgens in de Zwevegemstraat, daarna in de Voorstraat, en tenslotte in de Albertstraat.

In 1993 werd de zaak overgenomen Hadewijch Dierick en verkast naar de Roeland Saverystraat. Naar eigen zeggen van Dierick is de winkel weeral veel te klein. De rollen stof en de accessoires liggen opgepakt van de kelder tot de zolder, trappen en gangen incluis.

23-08-10

Sp.a Kortrijk pleit voor geïntegreerd woonplan

 

Bouwblokrenovatie3.JPG

Jonge gezinnen kunnen moeilijk een betaalbare woning vinden in het centrum van Kortrijk. Dat blijkt uit een onderzoek van sp.a-Kortrijk. Zie vorig stuk. De sp.a pakt daarom zelf uit met acht voorstellen, een 'octopusplan' als het ware, voor het stadsbestuur. Dat stadsbestuur, CD&V-OpenVLD, reageert inmiddels gepikeerd: "We zijn er zelf al mee bezig!". Voortvarend kan men de meerderheid op het stadhuis niet noemen. Zij hebben immers twee derden van hun bestuursperiode achter de rug. Er rest hun nog twee jaartjes. Wat hebben zij in godsnaam de vorige vier jaar uitgevreten?

Woonplan

Vooreerst moet er, volgens de sp.a, op het Kortrijkse stadhuis een geïntegreerd woonplan worden uitgewerkt. Dat moet niet gebeuren door een of ander geïsoleerd studiebureau of ambtenarencenakel, maar alle stedelijke en regionale betrokken instanties moeten ingeschakeld worden. De klemtoon moet liggen op betaalbaar wonen en aantrekkelijk wonen voor jonge gezinnen. Van een dergelijke planmatige aanpak is momenteel geen sprake. Op diverse beleidsniveaus is iedereen met zijn eigen projecten en projectjes bezig, vaak zonder rekening te houden met elkaar en soms zelfs in concurrentie of tegen elkaar. De spanningen tussen - en zelfs intern in - de meerderheidspartijen CD&V en OpenVLD daarover zijn legio. Het getouwtrek om de centen voor huisvesting en stadsontwikkeling is bij iedere begrotingswijziging opvallend.

In een vlugge reactie op de regionale TV-zender WTV verklaarden de Kortrijkse meerderheidspartijen bezig te zijn aan een dergelijk woonbeleidsplan en dat hun plan binnenkort zou afgerond worden. Waarnemend burgemeester Filip Santy: "Betaalbaar wonen is een prioriteit, ook voor de Kortrijkse meerderheidscoalitie van CD&V en Open VLD. De woon- en huurprijzen zijn de voorbije jaren fors gestegen, en daar zal in het geïntegreerd woonplan, dat momenteel wordt opmaakt, zeker aandacht voor zijn". Intussen heeft die bestuursmeerderheid er wel al vier jaar van haar bestuursperiode opzitten. In 2012 zijn er al opnieuw gemeenteraadsverkiezingen. Veel tijd rest de meerderheid niet meer. Ze kunnen moeilijk zeggen dat zij in de voorbije vier jaar een prioriteit hebben gemaakt van het woonbeleid!

Sociale woningen

Uiteraard hebben de Kortrijkse socialisten bijzondere aandacht voor de sociale huisvesting. Zonder voldoende sociale huurwoningen kan er simpelweg geen sprake zijn van betaalbaar wonen in Kortrijk voor een groot deel van de bevolking. Dat blijkt alleen al uit de hoge huurprijzen die worden gehanteerd op de private markt en uit de lange wachtlijsten bij de sociale huisvestingsmaatschappijen. Daarom eist de sp.a dat de stad zich eindelijk eens zou opwerpen als de regisseur van het lokale sociale huisvestingsbeleid. Die opdracht hebben de steden en gemeenten trouwens gekregen in de Vlaamse Wooncode, maar in Kortrijk is daarvan nog niet veel te zien.Philippe De Coene: "Er moet een eenheid van beleid komen tussen de stad, het stadsontwikkelingsbedrijf SOK, de sociale huisvestingsmaatschappijen en het OCMW".

Stadsbestuur en -administratie moeten zelf actief op zoek gaan naar bouwmogelijkhedenvoor de sociale huisvestingsmaatschappijen. Ze moeten de - nog schaarse! - bouwprojecten van die maatschappijen actief begeleiden. Vandaag de dag worden die projecten door de stadsdiensten nog te veel behandeld als doodgewone bouwaanvragen. Dat leidt tot weigeringen van vergunningen en aanzienlijk veel uitstel en vertraging.

De stad zou al veel meer greep krijgen op de sociale huisvesting op haar grondgebied als de verschillende sociale huisvestingsmaatschappijen zouden bijeengebracht worden in één krachtige organisatie. Thans is er een versnippering van visie, middelen en beleid. Er is amper één maatschappij die bestuurd wordt vanuit Kortrijk zelf: Goedkope Woning, beperkt tot het grondgebied van de oude kernstad. De andere maatschappijen hebben hun zetel in buurgemeenten: Eigen Haard is Goud Waard, werkzaam in Aalbeke, Rollegem en Marke, wordt bestuurd vanuit Lauwe (Menen); Eigen Haard, werkzaam in Bellegem, wordt bestuurd vanuit Zwevegem; De Leie, werkzaam in Kooigem, wordt zelfs bestuurd vanuit het verre Wervik; en de Zuid-West-Vlaamse Huisvestingsmaatschappij is een regionale instelling. Daarnaast zijn er nog het sociale verhuurkantoor De Poort en het OCMW zelf die aan sociale huur doen volgens hun eigen inzichten. Zie ook mijn eerder stuk.

Onomwonden eist de sp.a de daadwerkelijke realisatie van 850 extra duurzame sociale huurwoningen tegen 2020. De socialisten wijzen erop dat een ruime beschikbaarheid van betaalbare huurwoningen ook startende gezinnen kan aantrekken. In de jaren dat zij een goedkope huurwoning betrekken, kunnen zij een kapitaaltje bijeensparen waarmee ze later zelf een huis kunnen kopen en al dan niet renoveren. Sociale huurwoningen worden veel te vaak kortzichtig beschouwd als aantrekkingspolen voor probleemgezinnen.

Woonregie

Het stadsontwikkelingsbedrijf SOK moet met meer personeel en meer middelen worden uitgebouwd tot een volwaardige woonregie. Er is een tijd geweest dat Kortrijk een 'grondregie' had, nog opgericht door de legendarische burgemeester Ivo Joris Lambrecht. Zie mijn reportage van enkele jaren geleden. Honderden hectaren grond aan de zuidrand van de stad (Blauwe Poort, Sint-Elisabeth, Morinnegoed, Langemunte enzovoort) werden verkaveld door die regie en tegen uiterst betaalbare prijzen ter beschikking gesteld van jonge gezinnen om er hun droomhuis te bouwen. Sindsdien is het besef gegroeid dat dat stad intussen al genoeg open ruimte heeft ingenomen en dat de inspanningen veeleer in de bestaande bebouwde kom zelf moeten worden geleverd.

Als men nu eens het SOK daarvoor zou inzetten? Als woonregie zou het SOK stelselmatig op zoek kunnen gaan naar interessante bouw- en verbouwmogelijkheden in de binnenstad (de aan de Kortrijkse kern grenzende delen van Bissegem en Heule inbegrepen). Die panden en gronden zouden dan op grote schaal en tegen goedkopere prijzen kunnen ter beschikking worden gesteld van de Kortrijkzanen, met nadruk bijvoorbeeld op de bouw van rijwoningen in plaats van appartementen.

Er loopt momenteel een interessant project: de bouwblokrenovatie in de Pluimstraat. Met actieve steun en begeleiding worden eigenaars en kopers van bescheiden woningen geholpen om hun huis daar te voorzien van hedendaags comfort en woonkwaliteit. Het gaat om een ongezien intense vorm van samenwerking tussen stadsdiensten, SOK, De Poort en OCMW. Maar dat project is veel te bescheiden. Als het daarbij blijft, doet het alleen dienst als een soort van alibi om het gebrek aan een echt doorgedreven woonbeleid in Kortrijk te verstoppen. Het project moet worden veralgemeend over het hele gebied van de oude wijken.

Premies

Voor alle (ver-)bouwlustige gezinnen is de eis van de sp.a om opnieuw een ambitieus premiestelsel voor renovatie en comfort in te voeren in Kortrijk. Enkele jaren geleden was er zo een premiestelsel - uitgewerkt onder impuls van toenmalig eerste schepen Frans Destoop, CD&V (ACW) -, maar de nieuwe meerderheid, waarin de CD&V de sp.a had vervangen door OpenVLD, schafte de premie in 2008 af en verving hem door een ingewikkeld stelsel van premies waarvoor amper de helft van de middelen van Destoops premie werd uitgetrokken. Daarover berichtte Kortrijklinksbekeken toentertijd uitvoerig: 19 december 2007, 20 december 2007, 21 december 2007, 16 februari 2008.

De sp.a eist zonder meer dat er voor die nieuwe algemene verbouwpremie twee miljoen euro per jaar zou worden vrijgemaakt. Dat zou neerkomen op de vernieuwing van een duizendtal woningen met gemiddeld 2000 euro premie elk.

Belastingsvermindering

Bovenop dat woonbeleidsplan vraagt de sp.a ook aandacht voor andere factoren die belangrijk zijn voor jonge gezinnen. Zo moet de publieke ruimte (straten, pleinen en parken) beter worden onderhouden en moet het stadsbestuur de leefbaarheid van de wijken nauwgezet in het oog houden. Dat betekent onder meer dat er weer meer moet worden geïnvesteerd in nieuwe groenzones, in onderhoud en netheid. Ook moet er meer worden ingezet op verkeersleefbaarheid (voetpaden, fietspaden, trager rijden enzovoort).

En ten slotte kan de stad zijn aantrekkingskracht fors verhogen door de stedelijke belastingen te verlagen. Jongeren die uitwijken naar Gent - en er zijn er zoveel dat men van een trend kan spreken - constateren daar met plezier dat de belastingen er veel lager zijn dan in Kortrijk. In Kortrijk zijn zowel de aanvullende personenbelasting, de onroerende voorheffing als stadstaks op de waterfactuur torenhoog. Die drie belangrijkste belastingen treffen vooral de werkende gezinnen. In 2003 beliep dat trio nog 1470 euro per gezin; in 2009 spreken we al van 1760 euro per jaar (je moet vooral liberalen in het bestuur halen als je de belastingen wil verhogen).

Voor dat alles heeft de sp.a berekend dat het aan de stad zowat 5 miljoen euro per jaar zou kosten of 30 miljoen euro tussen 2013 en 2018 (na de volgende gemeenteraadsverkiezingen). Daarin is een forse vermindering van de personenbelasting en de waterfactuur inbegrepen. Dat bedrag is perfect haalbaar want de reële overschotten die jaar na jaar worden geboekt op kosten van de Kortrijkse gezinnen, zijn hoger. Bovendien zijn er terugverdieneffecten. Nieuwe gezinnen, betere woningen en een toenemend aantal inwoners zullen de stad veel extra inkomsten bezorgen. De sp.a durft te rekenen op zowat 10 miljoen euro extra per jaar - met een verminderde fiscale druk!

Op initiatief van sp.a-militant Axel Weydts is er inmiddels een facebookgroep 'Wij willen betaalbaar wonen in Kortrijk' opgericht: link.

05-08-10

De jurisprudentie van de parkeersancties in Kortrijk (8): het stadsbestuur erkent uitzonderlijke omstandigheden en overmacht

 

VT2.JPG

Eens te meer deed het stadsbestuur van Kortrijk als bezwaarinstantie uitspraak over een aantal parkeerbonnen uitgeschreven door het autonoom gemeentebedrijf Parko. Sinds oktober vorig jaar publiceert Kortrijklinksbekeken een commentaar op die uitspraken. Zo kunnen parkeerders zich een idee vormen van de beleidslijnen die het stadsbestuur aanhoudt. Onder meer bij ongemotiveerde afwijkingen van die beleidslijnen heeft men kans in beroep gelijk te halen bij de rechtbank. Algemene regels die uit de nieuwe oogst uitspraken kunnen worden gehaald zijn de volgende. Het stadsbestuur blijkt – voor het eerst! - bereid te zijn om in 'uitzonderlijke omstandigheden' naheffingen kwijt te schelden. Ook bij 'overmacht' toont het stadsbestuur zich inschikkelijk. En Parko blijkt zich te houden aan een ongeschreven regel dat parkeerbonnen kunnen worden geannuleerd voor de dag waarin men opgenomen wordt in een Kortrijks ziekenhuis.

 

Uitzonderlijke omstandigheden

Een automobilist bood zich op 2 maart 2010 aan bij de cardioloog van de kliniek in de Loofstraat. Geen dag te vroeg, zo bleek: de dokter stelde een hartslag vast van 180, liet de man stante pede elektroshocks toedienen en hospitaliseerde hem in de afdeling hartbewaking. Pas op 5 maart liet hij hem gaan. Intussen stond de wagen van de patiënt geparkeerd in de Boerderijstraat. Daar geldt 'betalend dagparkeren': tegen 1 euro kan men er zijn voertuig een dag achterlaten. Parkeerwachters van Parko staken op 4 maart een 'naheffing' van 15 euro onder de ruitenwisser. “Ik kon toch moeilijk in pyama en met een baxter aan mijn arm iedere ochtend een euro komen bijsteken” verklaart de man in zijn bezwaar.

In zijn advies is Parko onvermurwbaar: er is vastgesteld dat er geen geldig parkeerticket lag en dus moet de parkeerbon worden betaald. Wel stelt Parko uitdrukkelijk – en dat is nieuw! - dat men voortaan bereid is de eerste dag van een spoedopname een naheffing te annuleren. Maar in dit geval is sprake van vier dagen waarvan slechts 1 door een geldig ticket was gedekt. De bezwaarschrijver mag zelfs nog van geluk spreken dat hij geen 6 bonnen aangesmeerd heeft gekregen; er mag immers een parkeerboete worden uitgeschreven per halve dag.

Het stadsbestuur volgt zijn parkeerbedrijf niet in zoveel harteloosheid. Het scheldt de naheffing kwijt gezien de 'uitzonderlijke omstandigheden'. Voorwaar een belangrijk precedent.

Overmacht

De bestuurder van een bedrijfswagen viel in panne – startmotor en alternator kapot – op het Stationsplein in Kortrijk,op het moment dat hij naar Parijs moest voor een beurs. Hij plaatste een gevarendriehoek aan de voorruit en nam de trein in plaats van de wagen. Parko schreef twee bonnen uit, waartegen de man protesteert met voorlegging van de sleep- en garagefactuur van die dag. Eigenaardig genoeg maakt Parko aan dit geval niet veel woorden vuil: de factuur bewijst overmacht en dat volstaat om het stadsbestuur te adviseren de bonnen kwijt te schelden.

Het stadsbestuur volgt zonder verpinken het advies op. Ook hieruit kan een belangrijke beleidslijn worden gedistilleerd: bij bewezen overmacht worden parkeerbonnen ingetrokken.

Annulatie wegens ziekenhuisopname

In een tweede geval van ziekenhuisopname bevestigt en preciseert Parko zijn gedragsregel om parkeerbonnen voor de dag van de opname te annuleren: “Parko voorziet in een annulatie op de dag van de opname omdat men er tijdens die omstandigheden niet aan denkt een parkeerticket aan te kopen” - zo staat het letterlijk in een advies aan het stadsbestuur.

Een vader moest zijn zoontje van vijf maanden laten opnemen in het ziekenhuis op de Houtmarkt. Hij kon zijn spruit onmogelijk even alleen laten om geld te gaan bijstoppen. De dag van de opname was 16 december 2009. Parko schreef de wagen op wegens ontbreken van een parkeerticket. Maar zoals gezegd, wordt die bon ingetrokken.

Op 18 december noteerden parkeerwachters evenwel een tweede keer dat de wagen zonder geldig ticket was geparkeerd op de Houmarkt. Er lag wel een ticket, maar slechts eentje van 0,9 euro in plaats van de vereiste 2,5 euro voor de maximale twee uur dat men er mag staan. Bovendien, zegt Parko, kon de man gemakkelijk zijn wagen een hele dag kwijt in de nabijgelegen stedelijke parkeerkelder op de Veemarkt (een hele dag tegen 5 euro). Het stadsbestuur gaat ermee akkoord dat de vader die tweede bon van 15 euro dan toch moet betalen.

Het noteren waard is de opmerking van Parko dat men nu niet meer moet afkomen met de smoes dat men geen kleingeld bij zich had om in de parkeerautomaat te stoppen: “Sinds de invoering van het sms-parkeren kan men nu te allen tijde zijn parkeertijd verlengen of starten”.

Toleranter?

Vorig jaar liet Parko weten voortaan toleranter te zullen optreden en bijvoorbeeld geen bonnen meer te zullen uitschrijven voor korte boodschappen van minder dan een kwartier. In de praktijk blijkt de meegaandheid van Parko echter heel wat gerelativeerd te moeten worden.

Een kersverse vader verliet even het moederhuis in de Loofstraat om rap een pakje frieten te gaan verorberen in frituur Cindy op het Volksplein. Na welgeteld zeven minuten kwam hij met zijn puntzak buiten bij Cindy en hij vond al een naheffing van 15 euro onder zijn ruitenwisser. Parko vindt dat te recht. Op het Volksplein kan men een hele dag parkeren tegen 1 euro. Het eerste uur is zelfs gratis maar men moet wel een ticket gaan nemen aan een automaat. Waar kosteloos kan geparkeerd worden met een gratis ticket, kan volgens Parko van geen tolerantie sprake zijn. Het stadsbestuur volgt zijn bedrijf daarin.

In dergelijke zones mag men zelfs geen enkele minuut te laat zijn! Dat overkwam een mevrouw op het Conservatoriumplein. Zij had een gratis ticket tot 15.30 uur. Maar precies op dat moment passeerde er een stortvlaag en zij ging even schuilen onder de luifel van het conservatorium. Toen zij om 15.31 uur dan toch aan haar wagen kwam, had een druipende parkeerwachter haar al opgeschreven. Geen tolerantie, zeggen zowel Parko als het stadsbestuur.

Tevergeefse argumenten

Een paar bekeurde parkeerders vinden het overdreven dat parkeerwachters bonnen uitschrijven op momenten waarop er in de betrokken straten absoluut geen vrije parkeerplaatsen te kort zijn. Dat beroep op het gezond verstand vinden Parko en stadsbestuur tevergeefs; reglement is reglement!

Eens te meer is er een geval van een parkeerder die niet wist dat er in de wijk achter het station een blauwe zone geldt. Het blijft een parkeerdersval omdat niet in elke straat ondubbelzinnig wordt duidelijk gemaakt dat men er zijn blauwe kaart moet plaatsen.

Het argument van een verontwaardigde Waregemnaar dat hij geen blauwe kaart meehad, is eveneens tevergeefs. Een Spierenaar probeerde aan zijn bon te ontsnappen door te stellen dat het zijn wagen niet was die was opgeschreven. Zijn leugentje pakte niet want er waren foto's genomen.

Betalend zondagparkeren

Interessanter is het bezwaar van een Heulenaar die met de wagen naar een ... fietsbeurs (Velofollies) in Xpo ging. Hij werd er opgeschreven op een zondag. Voor parkeren geldt in Kortrijk als algemene regel dat het op zondag gratis is, zo stelt hij, niet helemaal ten onrechte. Maar in de omgeving van de beurshallen van Xpo (Doorniksesteenweg, Kennedylaan) moet er om de parkeerdruk bij beurzen beheersbaar te maken, toch ook op zondag een ticket worden genomen.

De man beweert dat die uitzondering op de algemene regel niet voldoende onder de aandacht van het publiek wordt gebracht. Dat wordt ten stelligste ontkent door Parko, daarin gevolgd door het stadsbestuur. Aan de hoofdingang van Xpo hangt trouwens een bericht waarin wordt benadrukt dat parkeren op de terreinen van Xpo goedkoper is dan parkeren op straat.

VT1.JPG
De vorige becommentarieerde parkeerbonuitspraken van het stadsbestuur vind je met volgende links:

Jurisprudentie parkeersancties 1

Jurisprudentie parkeersancties 2

Jurisprudentie parkeersancties 3

Jurisprudentie parkeersancties 4

Jurisprudentie parkeersancties 5

Jurisprudentie parkeersancties 6

Jurisprudentie parkeersancties 7

02-08-10

De Congoreis van Arthur Clays (3): de Union Minière du Haut-Katanga

De Kortrijkse rode senator J. Arthur Clays bezocht Belgisch Congo in september-oktober 1955, als lid van een delegatie van de commissie voor Landsverdediging van de Senaat. Behalve een inspectie van twee in opbouw zijnde legerbasissen – die de Kortrijkzaan maar matig konden interesseren – werd het gezelschap ook een propagandistische rondreis in de Belgische kolonie aangeboden. Zo bezocht men onder meer de grootschalige koperwinning in de provincie Katanga. Arthur Clays liet zich als socialist geen rad voor de ogen draaien. In zijn reisindrukken geeft hij naar aanleiding van dat bezoek ongezouten commentaar op de arbeidsverhoudingen in de kolonie. De documentatie die hij verzamelde om zijn reisindrukken te stofferen, onderstrepen zijn kritiek.

accongo3 1.jpg

Labeur

Heeft men aan de neger wel een dienst bewezen door hem weg te halen uit de brousse? Dat vraagt senator Arthur Clays zich af na een bezoek op 3 oktober 1955 aan de mijnen van Kipushi en de fabrieken van Union Minière du Haut-Katanga (UMHK) in Elisabethstad (Lubumbashi). In zijn reisindrukken noemt hij de mijnen van Kipushi de rijkste van de wereld. Er wordt vooral koper maar ook zink als bijproduct uit de ertsen gehaald. De senator daalt samen met enkele andere moedigen af in een schacht tot 500 meter onder de grond.

accongo3 5.jpg
Daarna gaat men een kijkje nemen in een van de UMHK-fabrieken. De senator, die zelf als elfjarige in de textiel moest gaan werken, ergert zich vreselijk aan de arbeidsomstandigheden van de Afrikaanse arbeiders. Clays: “Het werk is er zwaar en lastig en het is er verschrikkelijk warm. Het gloeiende koper loopt als water zonder onderbreking”. In die tijd was er nog volop een rassenscheiding in de arbeidsorganisatie: de zwarten waren arbeiders, de Europeanen bediende. Men geneerde zich niet om daarvoor zelfs medische redenen aan te halen: “Bezuiden de evenaar kan de Belg nauwelijks ander werk uitoefenen dan dat van leidinggeven. Het continue fysieke labeur, elke vorm van handenarbeid, wat op zichzelf al lastig genoeg is, is er hem min of meer verboden”. Dat schreef in 1923 de gewezen katholieke premier Henri Carton de Wiart (Mes vacances au Congo).

Slaaf

De leden van de senaatscommissie krijgen er een cadeautje. Arthur Clays is er niet mee gediend. Hij noemt het “een blijvend aandenken van de slavenarbeid der negers, een bewijs van de kapitalistische roof van de Congolese bodemschatten”. In de voordrachten met 'lichtbeelden' waarmee de senator nadien de lokale afdelingen afschuimde, gaf de autodidact volgende beschrijving van het personeelsbeleid van Union Minière: “Zeker, men doet veel voor de neger-arbeiders. Men geeft ze 'een brokke van een huis'. Ze worden geneeskundig verzorgd. Men spant zich in om ze zo lang en zo goed mogelijk aan het werk te houden. Men spoort ze zelfs aan tot het verwekken van kinderen, om deze morgen eveneens te kunnen gebruiken. De negers zijn weggehaald van hun stam en dorp. Men heeft ze volledig afgezonderd om te beletten dat ze naar hun oude stam terug zouden keren. Zo kan men ze het langst mogelijk als slaaf gebruiken”.

accongo3 22.JPG

De Kortrijkse socialist zag trouwens nog andere tekenen van slavernij in Belgisch Congo. Hij stoorde zich mateloos aan het gebruik van 'boys', jonge mannen als huis- tuin- en keukenhulpje van de vrouwen van de blanke kolonialen. De advertentie aan het begin van dit stuk illustreert de verhoudingen toen. Zij verscheen in het tweewekelijks blad Nsango Ya Bisu, het orgaan van de Force Publique, dat gepubliceerd werd in het Lingala.

Uitzonderlijk hoog

Wat het roven betreft, had de rode senator het zeker bij het rechte eind. De UMHK haalde in die tijd recordomzetten en -winsten. 225.000 ton koper werd in 1954 uit de Afrikaanse grond gehaald, goed voor een omzet van bijna 11 miljard frank, waarvan niet minder dan 10% werd verdeeld onder de – vooral Belgische – aandeelhouders. De omzet van de UMHK was in die jaren merkelijk groter dan de hele staatsbegroting van 'Belgisch-Congo', die in 1954 uitkwam op 9 miljard frank inkomsten tegenover 7,5 miljard frank uitgaven.

In de documentatie die Arthur Clays verzamelde, zit een rede van gouverneur-generaal Léon Pétillon, toen het hoogste gezag in de kolonie. De man – naar wie een metrostation in Brussel is genoemd – heeft het over “de prachtige en aanhoudende voorspoed van Congo” die blijkt “uit het onderzoek van de tegenwoordige opbrengst van het kapitaal in dit land. Deze opbrengst – in sommige gevallen uiterst hoog – maakt niet alleen een milde bezoldiging der aandeelhouders mogelijk, maar ook voordelige afschrijvingen, voortdurende zelffinanciering en vorming van zeer belangrijke reserves van allerlei aard”. De senaatscommissie werd persoonlijk door de gouverneur-generaal verwelkomd bij aankomst op 23 september en met een lunch de dag nadien.

accongo3 6.jpg

Kampementen

Ook de bitse beschrijving die Arthur Clays geeft van de personeelswerving van de Union Minière snijdt hout. “Katanga barstte van de ertsen, maar er was geen mens om ze op te graven” schrijft David Van Reybrouck in zijn recente standaardwerk 'Congo. Een geschiedenis' (p. 136). In de savanne leefden amper mensen en de bewoners van de schaarse dorpen in de omgeving waren nauwelijks bereid zich in de helse mijnen en fabrieken te gaan afbeulen. In de beginfase liet UMHK 'private contractors' jonge mannen ronselen uit heel Congo en uit de buurlanden, met vaak betwistbare praktijken zoals het omkopen van dorpshoofden en geweld. Naderhand lokte de koperreus zijn werkvolk met iets hogere lonen en met enkele sociale voorzieningen. Dat paternalistische beleid had zoals senator Clays het zo plastisch weergeeft, als bijkomend voordeel dat men langer kon wachten eer men de geoefende arbeiders moest vervangen door nieuwkomers waar kosten aan waren.

UMHK bracht zijn arbeiders bijeen in afgesloten dorpen, die waren losgesneden van de traditionele dorpsstructuren. In tegenstelling daarmee lieten andere koloniale ondernemingen hun werkvolk bij de fabrieken installeren volgens hun etnische gewoonten. In de arbeiderskampen van de Union Minière stond er telkens een blanke kampchef aan het hoofd, die van elke arbeider en zijn familie een fiche bijhield en tuchtmaatregelen kon nemen. Tot 1923 waren vrouwen verboden in de kampementen. Nadien mochten de arbeiders hun vrouw laten overkomen, maar tot aan de onafhankelijkheid moesten die vrouwen aan de kampchef toestemming vragen om even naar hun dorp op bezoek te gaan. En ook de kweekpolitiek die Arthur Clays aanklaagt, is niet uit de lucht gegrepen. Van Reybrouck: “Haar kinderen [van de arbeidersvrouw] moesten al vanaf hun tiende jaar lessen handarbeid krijgen, kwestie van hen voor te bereiden op het latere werk” (p. 186).

accongo3 4.jpg

Sociale vrede

In zijn voordrachten liet de rode senator zich ontvallen: “Eigenlijk zijn de toestanden in de Congolese industrie zoals bij ons vijftig jaar geleden [n.v.d.r. rond 1900 dus]. Met het socialisme en de arbeidersstrijd zijn wij erin geslaagd ons uit die ellende te bevrijden. In Congo moet het ook zo verlopen”. Met die mening stond hij diametraal tegenover het officiële standpunt zoals verwoord door gouverneur-generaal Pétillon in zijn voormelde rede: “De sociale strijd hebben wij in Congo vermeden, omdat de wijsheid van de werkgevers hem nutteloos heeft gemaakt. En ook omdat de openbare machten, doordrongen van het belang van hun verheven rol van voogd over de inboorlingen en van bewaker van de sociale vrede, voortdurend en tijdig de passende maatregelen hebben getroffen”. In 1941 werd een staking van het inlands personeel van de Union Minière in Lubumbashi bloedig neergeslagen met een fusillade waarbij minstens zestig doden en meer dan honderd gewonden vielen...

Lange tijd, tot 1946, was het in Congo voor de 'inlanders' verboden aan te sluiten bij een vakbond. De Belgische vakbonden, ACV en ABVV, waren er wel actief maar aanvankelijk uitsluitend onder de Europeanen. In 1955 waren er in Congo zowat 12 miljoen zwarten en 100.000 blanken. Van de bijna 1,2 miljoen loontrekkenden in dat jaar waren er amper 6160 zwarten gesyndiceerd. Volgens Van Reybrouck was de tegenwerking van het koloniale bestuur de oorzaak van de lage syndicalisatiegraad.

Julien Decock

Dat belette Arthur Clays niet om de eerste dagen van zijn bezoek enkele keren zijn mede-senatoren in de steek te laten om op eigen houtje een bezoek te brengen aan een ... rood Kortrijks gezelschap in Kinshasa (Leopoldstad toen). Het waren de Kortrijkse ABVV'ers Julien Decock – na zijn terugkeer nog een tijdlang socialistisch gemeenteraadslid in Kortrijk – en 'vader en zoon' Mulleman - eerder socialistische pioniers van aan de Gentpoort. Achter de rug van de gouverneur-generaal stonden die kameraden hun stadsgenoot al op te wachten toen het hoge gezelschap landde op Congolese bodem. Terwijl de andere senatoren bleven hangen op de receptie van de commandant van de Force Publique, generaal-majoor Emile Janssens, troonde Arthur Clays de andere socialistische senatoren (Knops, Brassart en Missiaen) mee naar zijn vriend Julien Decock (zie volgende foto).

accongo3 3.jpg

's Anderendaags (24 september) liet Clays een receptie op de Japanse ambassade schieten voor een heuse vergadering van de socialistische vriendenkring van Leo, in het huis van het ABVV. In zijn reisindrukken noemt de rode senator de vergadering “buitengewoon”: “Er waren niet minder dan zeventig kameraden en gezellinnen aanwezig, waaronder een tiental negers. Een neger ontpopte zich als een flink redenaar”. Ik heb niet kunnen achterhalen wie die redenaar was. Bij de onafhankelijkheidsplechtigheid van Congo op 30 juni 1960 zei premier Patrice Lumumba, ook een begenadigd spreker, onder meer: “Wij hebben dwangarbeid gekend in ruil voor lonen die veel te laag waren voor voldoende voeding, degelijke kledij, menselijke huisvesting en decente opvoeding van onze kinderen”. Dat was Arthur Clays vijf jaar eerder niet ontgaan.

Dit stuk maakt deel uit van een feuilleton naar aanleiding van de vijftigste verjaardag van de onafhankelijkheid van Congo op 30 juni 2010. Er komen nog meer afleveringen, met originele, nooit eerder gepubliceerde foto's. De inleidende aflevering verscheen op 1 juni, de eerste aflevering op 7 juni 2010 de tweede aflevering op 26 juni 2010.

09-07-10

Damast, een nieuw relatiegeschenk op het Kortrijks stadhuis

verilin 1

Op het stadhuis van Kortrijk zit men met een tekort aan relatiegeschenken. Iemand had een zinvol idee: in plaats van voor allerlei gênante gadgets en kookboeken is er gekozen voor een aloud streekproduct: linnen damast. Bovendien is het de bedoeling dat de tafellakens en servetten een designtoets krijgen. Na een vlugge prijs-kwaliteitvergelijking gaat de opdracht naar de firma Verilin uit Heule-Watermolen. De financiering wordt gedebudgetteerd; het zijn de Vrienden van de Musea die de prijs gaan voorschieten. Het gaat om een opdracht van 23.541 euro.

Damast

De Cel Protocol van het Kortrijkse stadhuis liet aan het stadsbestuur weten door zijn relatiegeschenken te zitten. De Cel organiseert alle recepties met inbegrip van officiële ontvangsten, zoals indertijd van de beruchte Silvio Berlusconi (19 oktober 2001, op vraag van zijn vriend en toenmalig burgemeester Stefaan De Clerck). Nog geen jaar geleden kocht het stadsbestuur voor een 13.000 euro prent- en kookboeken van het inmiddels al ter ziele gegane VTM-restaurant Dell'Anno (zie mijn eerder stuk). Maar die kan men nu bezwaarlijk nog meegeven als bijvoorbeeld nogmaals de ontslagnemende Nederlandse premier Balkenende het stadhuis met een bezoek zou vereren. Wat het lot is van die boeken (1000), is zelfs voor de Cel Protocol nog een raadsel.

Op het stadhuis had men thans het zeer zinvolle idee terug te grijpen naar een aloud streek- en zelfs stadsproduct: linnen damast. Toen rond 1500 de Kortrijkse lakenproductie (wol) ten onder ging aan protectionisme en godsdiensttroebels, vond de plaatselijke textielbedrijvigheid in het linnen (vlas) nieuwe bestaans- en ontwikkelingsmogelijkheden. Een van de verfijnde vormen van linnen is damast: monochrome stof waarin toch een dessin wordt geweven. Dat dessin is door de lichtinval vanuit een bepaalde hoek zichtbaar, bijvoorbeeld als men op een damasten tafelkleed kijkt terwijl men aan tafel zit.

Le Corbusier

Op voorstel van de Cel Protocol is voor de nieuwe relatiegeschenken gekozen voor tafellakens en servetten in 100% linnen damast. Het ontwerp is het resultaat van een gericht optreden van de overigens heel discrete vzw Designregio, onder leiding van designmeester en ex-directeur van de biënnale Interieur Marc Dubois. Hij liet de damastdessins uitwerken door de befaamde interieurontwerpsters Marie Mees en Cathérine Biasino. Beide design-iconen lieten zich al vaker inspireren door wat Le Corbusier 'le jeu savant des formes sous la lumière' noemde. En wat is damast anders dan een geweven spel van licht?

Voor de bestelling werd prijs gevraagd aan drie gespecialiseerde luxe-weverijen: Verilin uit Heule-Watermolen (site), Slots Pure Textiles uit Vichte (site), en Textiellab Tilburg (een textielmuseum dat ook op bestelling produceert, zie site). Het Nederlandse Textiellab moest onmiddellijk de rol lossen omdat men daar niet de gewenste breedte kan weven - ze zijn meer gespecialiseerd in vlaggen en dergelijke. Slots boodt een gunstiger prijs. Maar Verilin stak erbovenuit met zijn hogere afwerkingsgraad en de kwaliteit van zijn puur Belgische linnen.

Museumshop

Het luxetextiel wordt verpakt in geschenkdozen met een woordje uitleg over damast. Op het stadhuis wil men ineens 100 tafellakens en 800 servetten. Daarmee moet men twee jaar voort kunnen.

Het gaat om een niet onaanzienlijke uitgave van 23.541 euro. Maar het stadsbestuur hoeft niet meteen in de stadskas te graaien. Het blijkt eigenlijk te gaan om een initiatief van de vzw Vrienden van de Musea, die damasttextiel te koop zal aanbieden in de museumshop van het Broelmuseum, het Vlasmuseum en Kortrijk 1302. De stad zal van die voorraad afnemen naar gelang de noodwendigheden en pas dan de kostprijs betalen aan de museumshop.

verilin22

28-06-10

Kortrijks stadsbestuur koopt bakermat van De Kreun voor sloop

Kreun1

Vandeweek beslist het stadsbestuur van Kortrijk tot aankoop van het pand Gullegemsesteenweg 1 in Bissegem, het café (1904) waarin muziekclub De Kreun (website) in 1981 het levenslicht zag. Met eigenaar Brouwerij Haacht werd na wat onderhandelen een interessante prijs bedongen. Het is de bedoeling van het stadsbestuur om de gewezen bescheiden muziektempel te slopen en de grond aan te bieden aan het Vlaamse Gewest (AWV) om het zeer drukke kruispunt beter in te richten en de doorstroming - voor het autoverkeer - in de kom van Bissegem vlotter te maken. Men hoopt bij het Vlaamse Gewest nog wat van de investering te recupereren. Voor de huidige huurder, Concertharmonie Crescendo, zoekt de stad een ander onderkomen. Een gedeelte van het café staat bovenop een overwelfd stuk van de Neerbeek.

Neerbeek

Was dat vroeger café De Kroon? Volgens de kadastergegevens is de herberg gebouwd in 1904. Het pand ligt voor 13 meter aan de Meensesteenweg en voor een dikke 23 meter aan de Gullegemsesteenweg. Het gebouw bestaat uit twee delen. Er is het hoekhuis, een café met kelder en een verdieping onder mansardedak. Achteraan is er een recentere aanbouw, goedschiks of kwaadschiks ingericht als concertzaal (repetitiezaal), met dubbele plafondhoogte. In de gelagzaal vooraan is de grote toog nog aanwezig en voorts een verhoogde zithoek (podium), keukentje, sanitair, berging (overdekte koer met lichtkoepel).

Een deel van de benedenverdieping, onder andere voormeld podium en de ingesloten koer, is vermoedelijk een stuk overwelfde Neerbeek. Het betreft de aanbouw in de Meensesteenweg, de blinde muur met groene deur. In dat geval is het niet heel duidelijk wie daarvan de eigenaar is: de eigenaar van de herberg of de beheerder van deze 'onbevaarbare waterloop'. De beek zit hier wel ingekokerd in een buis van 1,3 m diameter.

De officiële schatters hebben geen hoge dunk van het pand. Het goed verkeert in erbarmelijke staat. Alleen de concertzaal is redelijk onderhouden. De verdieping, alleen te bereiken via een erg steile trap, is zo goed als onbewoonbaar. De achtergevel is aan het verzakken. "Het goed zou grondig moeten worden gerenoveerd maar de kosten lijken niet in proportie". Afbreken die handel en plaats maken voor nieuwbouw, is het advies. Overigens wijst het schattingsrapport ook op de bijzondere ligging van het pand: zeer centraal in Bissegem maar kreunend onder de onophoudelijke drukte voor de deur, veelal met "stilstaand of aanschuivend verkeer".

Kreun2

Goed genegocieerd

Eigenaar van het hoekpand is Brouwerij Haacht, of liever een van de firma's van het brouwersconcern (NV Brouwerij Handelsmaatschappij die het verhuurt aan NV Brouwerij Haacht, de dochter-biersteker). Het betreft hier eigenlijk een handelspacht. Handelspachters hebben veel verregaandere rechten dan simpele huurders. Zij hebben veel langere huurzekerheid (tot soms 36 jaar) en als die contractuele zekerheid wordt gebroken, kan er doorgaans aanzienlijke schadevergoeding worden geëist van de eigenaar. Maar de dochterfirma-huurder is heel inschikkelijk en ondertekent in het verkoopcontract een clausule waarin zij afziet van enige schadevergoeding of beroep op enig recht.

De ex-Kreun/Kroon wordt momenteel ter beschikking gesteld aan VZW Concertharmonie Crescendo tegen een bezettingsvergoeding van 500 euro per maand. Het stadsbestuur neemt zich voor om de harmonie elders onderdak te bieden als het gewezen café effectief wordt gekocht.

De Brusselse brouwer vroeg aanvankelijk 175.000 euro. De onderhandelaars van de stad boden 125.000 euro. Uiteindelijk heeft men 'de stok in tweeën gedaan' en is er een akkoord tot stand gekomen voor een koopprijs van 155.000 euro. Die prijs ligt beduidend onder de officiële schattingsprijs (waarboven een stadsbestuur nimmer mag gaan). Goed genegocieerd! Begrotingstechnisch wordt 145.000 euro uit de stadskas gehaald voor de grond en 10.000 euro voor het gebouw.

Kreunrotonde

De aankoop door Stad Kortrijk - het is de gemeenteraad die op 12 juli 2010 daarover het laatste woord heeft - gebeurt om een herinrichting van de wat onoverzichtelijke 'driewegen' mogelijk te maken. Op de hoek van De Kreun/Kroon komen de Gullegemsesteenweg en de Heulsestraat samen op oeroude oost-west-verkeersader die de Meensesteenweg is.

De Meensesteenweg is een gewestweg en het is dus het Vlaamse Agentschap Wegen en Verkeer dat daar ooit het driebenige kruispunt zal moeten reorganiseren. Om het AWV wat te pramen, is de stad bereid het vervallen café te slopen en de nodige grond voor een rotonde - een 'kreunrotonde' wellicht - ter vervanging van de ergerlijke rode lichten ter beschikking te stellen. De stad hoopt dat het Vlaamse Gewest die grond dan ook zal betalen, zodat daarmee een stuk van de aankoopprijs kan worden gerecupereerd.

Kreun3

13:00 Gepost in Algemeen | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |