19-06-09

De liefde tussen Elio en Stefaan hun steden was van korte duur

onweer

De liefde tussen Bergen en Kortrijk is van korte duur geweest. In mei 2008 ondertekenden de respectievelijke burgemeesters Elio di Rupo en Stefaan De Clerck een partnerschap, waarbij Kortrijk de kandidatuur steunde van Bergen als Culturele Hoofdstad van Europa 2015. Dat was opmerkelijk omdat aan Vlaamse kant de stad Mechelen ook naar die titel dong. Nu Bergen inderdaad goed op weg is om Culturele Hoofdstad 2015 te worden, trekt Kortrijk zich terug. Het stadsbestuur wil het liever cultureel aanmaken met Rijsel.

Een jaar geleden ging het Kortrijkse stadsbestuur in op het verzoek van de Henegouwse hoofdstad Bergen (Mons) om partner te worden bij de kandidatuur van Bergen voor de titel van Culturele Hoofdstad van Europa in 2015. De stichting 'Mons 2015' zocht toen medestanders in de grensstreek met Frankrijk. Kortrijk verklaarde zich bij monde van toenmalig burgemeester Stefaan De Clerck heel bereidwillig: tal van activiteiten zouden georganiseerd en gefinancierd worden in samenwerking met de Walen. Zie mijn eerder stuk.

Maar de liefde was even kort als stormachtig (foto). Het kabinet van De Clerck - zijn Kortrijks kabinet wel te verstaan, zeg maar Chris Lecluyse - hield de ondertekening tegen van de overeenkomst die Bergen had opgestuurd. Kortrijk wilde niet dat stad Bergen de communicatie over 2015 op zijn eentje zou voeren. Ook begon men zich op het stadhuis af te vragen of men zich financieel niet te ver riskeerde en of men in 2015 wel zoveel extra evenementen moest organiseren.

En thans (vergadering van het college van burgemeester en schepenen van 17 juni 2009) heeft het stadsbestuur beslist om maar meteen het hele partnerschap met Bergen op te zeggen. Het nieuwe argument is dat men heeft vernomen dat Bergen zelf een gepriviligieerd partnerschap met stad Mechelen heeft afgesloten.

Enige kandidaat

Mechelen was tot vorig jaar ook kandidaat Culturele Hoofdstad 2015. Met PS-voorzitter Elio Di Rupo als burgemeester van Bergen en toenmalig OpenVLD-voorzitter Bart Somers als burgemeester van Mechelen, werd de concurrentiestrijd een zaak die de hoogste regeringskringen beroerde. De keuze van Kortrijk voor Bergen, hoewel OpenVLD in de Kortrijkse meerderheid zat, werd aan Vlaamse kant heel raar bekeken. Maar met dat standpunt was Kortrijk in overeenstemming met toenmalig federaal premier Yves Leterme. Leterme vond het logisch dat er na Antwerpen (1993), Brussel (2000) en Brugge (2003, projectleider Bart Caron, Kortrijkzaan en thans Vlaams volksvertegenwoordiger Groen!) eens een Waalse stad aan de beurt kwam. na veel machteloos protest trok Mechelen zich uiteindelijk terug. 

Bergen heeft de buit inmiddels nog niet helemaal binnen. Een 13-koppige jury moet de kandidatuur van Bergen nog goedkeuren. De jury bestaat uit 7 leden benoemd door de EU-instellingen, 3 leden benoemd door de Vlaamse Gemeenschap en 3 leden benoemd door de Franse Gemeenschap. Het is uiteindelijk de Raad van Europa (de regeringen van de lidstaten bijeen) die een stad formeel de titel van Culturele Hoofdstad van Europa toekent. Voor 2015 gebeurt die officiële benoeming in 2011. In 2015 krijgt niet alleen België maar ook Tsjechië een dergelijke hoofdstad. Bergen is nog de enige overblijvende kandidaat voor België.

BibLLLiotheek van de Toekomst

De Kortrijkse afwijzing trekt een streep door de plannen die al waren gesmeed tussen beide steden. Kortrijk verklaarde zich eerder bereid om tal van initiatieven van Buda Kunsteneiland in te schakelen in het programma van Mons 2015. Er werd zelfs al een heel concreet ander evenement naar voren geschoven: de feestelijke opening van de BibLLLiotheek van de Toekomst, waarvan men vorig jaar nog verwachtte dat ze tegen 2015 afgewerkt zou geraken - wait and see. Bergen van zijn kant broedde op een gezamenlijk educatief project "20 jaar in 2015", met taalgerichte uitwisselingen van scholieren en studenten van beide steden.

In zijn beslissing om niet langer structureel partner te blijven van Mons 2015, verklaart het Kortrijkse stadsbestuur "een culturele positie" te willen "verwerven binnen de Eurometropool en aanverwante regio's". Wellicht wordt bedoeld dat men liever evenementen opzet met de dichter gelegen steden Rijsel en Doornik.

 

21:35 Gepost in Algemeen | Permalink | Commentaren (3) |  Facebook |

14-06-09

Stefaan De Clerck heeft geen vrienden, op Facebook

sdc1

Facebook speelde een rolletje in de voorbije kiesstrijd. Legio waren de reportages in de geschreven en audiovisuele pers over welke kandidaat nu het meest 'vriendjes' had op Facebook en hoeveel stemmen dat al dan niet kon opleveren. Maar hoe zit het met de Kortrijkse politieke kleppers op Facebook? Wie van de gemeenteraad 'zit erop'? Alvast Stefaan De Clerck, ondanks alle speechen over innovatie, creatie en design, niet.

Voor wie eventjes niet mee is: Facebook was een flirtsite op het internet maar is al vlug uitgegroeid tot een communicatiekanaal met de allures van het Suezkanaal. Je kunt er contacten - 'vriendjes' - leggen en jezelf open stellen voor contacten, met een geselecteerd aantal maten of met de hele wereld. Voor wie in de politiek zit, is het een aantrekkelijk medium om zonder veel moeite aan de praat te blijven met een pak mensen. De kunst - aartsmoeilijk! - is het om je 'vriendjes' niet te veel te bestoken met ongevraagde boodschappen en om er een conversatie van te maken - je correspondenten kunnen reageren - in plaats van een toespraak. Het helpt als je het niet alleen over politiek of over jezelf hebt. Heel snel wordt je anders virtueel in de nek gekeken als 'Facebook-slet".

Smoelenboek

Het opvallendst aan de Kortrijkse Facebook-scene is wie er niet aan meedoet. Zo heeft er geen enkel lid van het college van burgemeester en schepenen (noch Lieven Lybeer, Stefaan Bral, Alain Cnudde, Guy Leleu, Hilde Demedts, Jean de Bethune, Wout Maddens, Marie-Claire Vandenbulcke of Christine De Puydt) een account op Facebook. Typeert dat de openheid waarmee het Kortrijkse CD&V-Open(sic!)-VLD-stadsbestuur de burger tegemoet treedt? Waarvoor dienen al die investeringen in communicatieadviseurs als men een toch al niet meer zo nieuw communicatiemiddel links laat liggen? Of hebben ze onder elkaar afgesproken weg te blijven van Facebook?

Het ambtelijke lid van het schepencollege, de stadssecretaris, Geert Hillaert, zit wel op Facebook. Hij boekt 26 vriendjes, waarvan er wijzelijk geen enkele uit de Kortrijkse politiek bij is. Wel is hij virtueel bevriend met de Oost-Vlaamse CD&V-politica Joke Schauvliege.

Evenmin een spoor op Facebook van de gehele Vlaams Belang-fractie. Van Jan Deweer verwondert mij dat niet; het ware anders geweest als er een Vlaamse versie had bestaan onder de naam Smoelenboek.

Heel raar is de afwezigheid op Facebook van Stefaan De Clerck, min of meer gewezen burgemeester, titelvoerend federaal minister van Justitie en obligate stemmentrekker bij elke verkiezing. Zijn vijf kinderen houden de eer van de familie wel recht. Marie De Clerck, communicatieverantwoordelijke voor het stedelijke initiatief Secret Gardens bijvoorbeeld, heeft er 179 vrienden.

Taboeretjes

Wie er ook niet van Facebook moet weten, is Antoon Sansen, CD&V. Maar met zijn 50 jaar lidmaatschap van de gemeenteraad, waaronder een carrière als schepen en burgemeester, heeft hij dat ook niet meer nodig. Patrick Jolie zit er ook niet op. Nochtans was de CD&V-fractieleider in de Politieraad een van de eerste gemeenteraadsleden die gebruik maakte van e-mail, met als werknaam Jolyjumper. Waarempel zit er een Jolyjumper op Facebook, een Amerikaan met als volledige gebruikersnaam 'Floppy Mapato Jolyjumper'.

Nog bij CD&V moeten ook Bellegemnaar Johan Coulembier en Martine Vandenbussche hun eerste stapjes op Facebook nog zetten. Opgeteld zijn er in de fractie van 18 leden 12 CD&V'ers die geen gebruik maken van dit hedendaagse instrument om de kloof met de burger te dempen.

Bij OpenVLD zijn er 5 op 9 fractieleden die zich niet aan Facebook wagen. Behalve de schepenen Wout Maddens en Marie-Claire Vandenbulcke zijn dat Hans Masselis, Moniek Gheysens en Joost Ghyssel. Van Hans Masselis, lid van zowel de gemeenteraad, de Politieraad als de provincieraad, is dat onbegrijpelijk. Hij runt zowat het oudste studentencafé (38 jaar!) van Kortrijk; al zijn tooghangers zitten op Facebook als ze niet op zijn taboeretjes zitten. Er zou op zijn minst een fanpagina van Den Chips mogen bestaan op Facebook.

Ook van Moniek Gheysens versta ik het niet. Een trendsetter die niet mee is met dè hype van het moment op het internet? Van Joost Ghyssel is evenmin een spoor te vinden op Facebook. Er staat een Joost Gijzel op, een Nederlandse DJ met 31 vrienden.

Proficiat voor de progressieve fractie (sp.a, Groen! en SLP): slechts 2 gemeenteraadsleden op 8 maken nog geen gebruik van de mogelijkheden van Facebook: Petra Demeyere en Sliman You-ala. Daarmee zijn de progressieven veruit het actiefst op de wereldwijde informatiesnelweg. Ten slotte is ook Eric Flo, ex-VB en ex-LDD, zich van geen Facebook bewust. Er is een Eric Flo te vinden op de site, maar het gaat om een naamgenoot uit North Jersey, NJ, USA.

Van de 41 gemeenteraadsleden in Kortrijk zitten er dus maar 16 op Facebook. Wie dan wel?

De kampioenen

Kampioen wat het aantal vriendjes betreft, is zonder twijfel Vincent Van Quickenborne, ook federaal minister van Ondernemen en de Poulidor in voorkeurstemmen bij de opeenvolgende verkiezingen in de kieskring West-Vlaanderen, OpenVLD. Hij heeft er niet minder dan 4057! Daarvan zijn er 37 die ook op mijn lijst staan, waaronder Maya Detiège (wie heeft wie een aanzoek gedaan?). Daarnaast bestaat er op Facebook ook een fanpagina voor Quicky, met 1153 aanhangers. Een Facebook-pagina met als titel 'Vincent van Quickenborne is een lul', een initiatief van VUB-studenten, kon slechts 10 leden werven.

Op de tweede plaats vind je Bert Herrewyn, sp.a: 1580 vriendjes (waaronder 106 gemeenschappelijk met mij). Bert gebruikt Facebook heel wat actiever dan Quicky. Zo liet hij gisteren aan zijn vriendjes weten dat hij een zware dag achter de rug had met onder meer het invullen van belastingen van verschillende mensen. Direct kreeg hij een bewonderende reactie van een vriendinnetje: "Ha, doedegij da ook?".

En de bronzen medaille, met 1239 vrienden (daar zijn er 16 van de mijne bij), gaat naar Carl Decaluwe, zopas herkozen als Vlaams parlementslid. Hij gebruikte zijn Facebookmogelijkheden intens in de voorbije campagne; geen tijd voor intieme ontboezemingen. Ook hij heeft op Facebook trouwens een fanpagina, met als nietsverhullende titel: 'Ervaren & Betrokken & Kordaat & Concreet' - & nu gij! Die fanpagina heeft 204 leden.

In the mood

Een aanzienlijk aantal Facebookvrienden heeft voorts Koen Byttebier: 930 (wij delen er daarvan 40). Het OpenVLD-gemeenteraadslid en de fractieleider verdient de prijs van het charmantste Facebookgebruik en dat wordt heel erg geapprecieerd, vooral door de grote helft van zijn publiek. Behalve als het wat tegen zit of als het tijd is voor inventariswerkzaamheden, kun je hem bijna van uur tot uur volgen. Zou hij ook op die andere opgang makende vriendensite, Twitter (gekwetter), actief zijn? Zo schreef hij eergisteren: "Koen Byttebier is in the mood...". Het leverde hem prompt een stroom van vooral vrouwelijke reacties op. Politiek gebruikt hij Facebook slechts uitzonderlijk, meestal in reactie op ongegeneerd politieke statements van anderen.

Philippe De Coene, ook herkozen als Vlaams volksvertegenwoordiger, sp.a, vinden wij op de 5de plaats, met 876 vrienden, waarvan 119 van mij. Hij waagde zich voor het eerst op glad Facebook-ijs tijdens de voorbije verkiezingscampagne. Facebook als een vensteraffiche te meer. Of Facebook als campagnedagboek. In die periode pleegde hij verschillende interessante notities, die soms nogal deining veroorzaakten (zie Stad van contrasten, je moet wel lid zijn van Facebook om het te kunnen lezen). Ik ben eens benieuwd of hij blijft Facebooken.

Heulenaar Pieter Soens, CD&V, scoort niet minder dan 818 vrienden (20 staan ook op mijn lijstje). Zijn Facebook-gebruik illustreert onder meer de interessante mogelijkheden van de site als uitgaanskalender. Pieter Soens klopt Bart Caron, Groen!, ook herkozen als Vlaams volksvertegenwoordiger, die 799 Facebookvrienden heeft verzameld (85 gemeenschappelijk met mij). Hij produceert geregeld politieke uitspraken en notities, maar beperkt er zich niet toe. Als hij niet in de politiek had gezeten, had hij zijn kans kunnen wagen als commentator in een of andere krant.

Martini Babes

Heel wat achter Caron is die andere parlementair op Facebook te vinden, Roel Desseyn, CD&V, met 535 vrienden (15 gemeenschappelijk met uw dienaar). En nog veel verder daarachter win ikzelf de sprint van de groep die juist voor sluitingstijd de arrivee haalt: Marc Lemaitre, sp.a, met 224 vriendjes. Je vindt mij hier. Wie mij in het oog wil houden, kan altijd een 'vriendschapsverzoek' insturen; ik weiger niemand. Op Facebook blijken trouwens niet minder dan 22 naamgenoten actief te zijn, waarvan eentje zich heeft laten fotograferen met een perfect afgetrainde torso (sixpack). Facebook is voor mij meer een geestig spelletje en een uitlaatklep dan een politiek propaganda-instrument. Ik ben 1 van de 24 leden van de fanclub 'Peter Arthur Caesens (SLP) naar het Vlaams Parlement', maar ik heb er niet voor gestemd.

CD&V-fractieleider in de gemeenteraad Filip Santy boekt 197 Facebookvrienden. Wij hebben 13 gemeenschappelijke vrienden. Op Facebook ontpopt hij zich vooral als muzikant en cultuurfanaat. Veel politiek komt er niet aan te pas. OpenVLD-gemeenteraadslid en mama van twee kindjes in deze legislatuur, Elisabeth Van Damme, heeft 181 Facebook-vriendjes (waarvan 4 van mij). Facebook onthult haar lidmaatschap van "The Martini Babes". Cathy Matthieu, gemeenteraadslid Groen!, heeft 169 sympathisanten op Facebook. Politiek laat zij er slechts sporadisch aan bod komen, maar zij ontbindt alle duivels als zij weet krijgt van dierenleed.

Bezemwagen

Aan het staartje van het peloton bevindt zich Franceska Verhenne, OCMW-voorzitter - en in die hoedanigheid de enige deelnemer aan de vergaderingen van het schepencollege op Facebook - met 72 vrienden (4 gemeenschappelijk met mij), een nogal christendemocratisch gekleurd gezelschap, waarin liberaal Koen Byttebier geslaagd is zich te laten opnemen.

En in de bezemwagen vind je nog twee gemeenteraadsleden die wel een Facebookaccount hebben maar er nauwelijks of geen gebruik van maken: Lieve Vanhoutte, CD&V met 2 vrienden in totaal en Roger Lesaffre, sp.a, die nog aan vrienden moet beginnen.

Maar zoals gezegd, staat Stefaan De Clerck nog minder ver: hij heeft zelfs nog geen account. Is er nu werkelijk op zijn kabinet niemand die zich dat eventjes kan aantrekken? Kan dat meisje dat niet doen dat de opdracht kreeg om bij alle streekburgemeesters de lijsten van jubilarissen op te vragen? Die oratorische slotvraag is ironisch bedoeld hoor.

09:39 Gepost in Algemeen | Permalink | Commentaren (7) |  Facebook |

12-06-09

Stad Kortrijk jaagt op ratten

rioolputje11 

Het Kortrijkse stadsbestuur zet de strijd tegen de bruine rat onverdroten voort. Na niet zo goede ervaringen met de indiener van de laagste offerte bij de vorige aanbesteding, kiest de stad thans voor de duurste rattenvanger. Die aangeboden duurste prijs is merkwaardig genoeg precies gelijk aan het ingeschreven bedrag op de begroting. Een definitieve overwinning op het miljoenenvolkje in onze riolen zal het wel niet worden...

Territoriumstrijd

Op zwoele lenteavonden kun je soms wel eens een rat je pad zien kruisen, in het Groeningepark bijvoorbeeld - waar overigens sinds kort ook eekhoorntjes ronddartelen. De rat die je voorbij ziet trippelen, is ongetwijfeld een bruine rat - het meest succesvolle zoogdier ter wereld na de mens. Het knuffeldier bevolkt onze riolen en dank zij zijn voortdurend geknaag verstoppen die pijpen minder rap. Voorts is het aan de bruine rat te danken dat de pest uit onze contreien is verdwenen: de bruine rat heeft immers de zwarte rat, verspreider van de pest, bijna geheel verdrongen. De zwarte rat is teruggedreven naar de buiten.

Het is een illusie dat wij de bruine rat gaan kunnen uitroeien. De soort is perfect aangepast aan ons riolenstelsel en dat kunnen wij toch niet afschaffen. Maar gemeentebesturen kunnen het zich niet veroorloven het beestje vrij spel te geven boven de grond. Tot een jaar of drie geleden voerde stad Kortrijk de territoriumstrijd onder succesvolle zoogdieren - mens versus bruine rat - met eigen personeel. Nog altijd kunnen Kortrijkzanen die thuis het gezelschap krijgen van ratten, bij de dienst Leefmilieu van de stad goedkoop rattenvergif gaan halen (1 euro voor een serie van 10 dosissen). Verdelging is trouwens verplicht.

Ratten op straat of park kun je melden bij het meldpunt rap en rein (zo gedoopt door Philippe De Coene toen hij nog schepen was). De bruine en zwarte rat bestrijden de stadsdienten met gif, terwijl ze voor de muskusrat - de bewoner/ondermijner van oevers van beken en grachten - lokaas met vallen gebruiken. Zo beperkt men het gebruik van bestrijdingsmiddelen.

Drie criteria

Om de bruine rat te beletten de riolen te verlaten, doet de stad sinds 2006 een beroep op externe specialisten. Tot nu was het de firma Hunt Pest Control Services van Roeselarenaar Wim Vangierdegom, onderdeel van de groep Pest Management Solutions, die de klus mocht klaren. Nu het contract is afgelopen, vroeg het stadsbestuur prijs aan een drietal firma's voor een nieuwe opdracht. Deze keer is aan het bestek een lijst van niet minder dan 50 rioolputjes toegevoegd waar al uitbraken van ratten zijn gesignaleerd. De gecontacteerde firma's waren MDR Service van Wieze, A.tac van Izegem en Pest Management Solutions (Hunt) van Roeselare.

De rattenpakkers werden beoordeeld volgens drie criteria. Ze konden vooreerst 30 punten verdienen met hun bestrijdingsplan. Hunt scoorde 25 punten met zijn voorstel om te werken met 5 soorten gif op de 50 in het bestek vermelde rioolputjes. MDR kreeg slechts 20 punten door te willen werken met 2 soorten vergif op die 50 rioolputjes. A.tac kreeg alle 30 punten met zijn offerte van 3 soorten vergif in die 50 putjes plus steekproeven in andere putjes. Het is mij niet duidelijk waarom het bedrijf dat met drie soorten vergif werkt meer punten krijgt dan het bedrijf dat met vijf soorten werkt.

Het tweede criterium was de verslaggeving over deze oorlog tussen mens en dier, ook op 30 punten. De motivatie van het stadsbestuur met betrekking tot Hunt is hoogst eigenaardig - als daar maar geen rechtszaak van komt. Hunt krijgt maar 20 op 30 omdat: "de ervaring uit het verleden ons leert dat hetgeen vermeldt staat in het rapport niet strookt met de werkelijk uitgevoerde taken". Dat is noch min noch meer een beschuldiging van valsheid in geschrifte! Raar dat de firma dan toch nog 20 punten krijgt; in een examen zou die motivatie uitdraaien op uitsluiting.

Ook MDR krijgt slechts 20 op 30, omdat de firma niet duidelijk aangeeft hoe ze hun rapporten zullen opstellen. Tja, van een rattenvanger moet je toch niet al te veel literatuur verwachten. Alle punten krijgt weeral A.tac. Het Izegemse bedrijf maakt driemaandelijks een gedetailleerd rapport en voor de rioolputjes in een viertal hoofdstraten wil men er zelfs politieassistentie bij halen. Of korpschef Stefaan Eeckhout daarvoor manschappen ter beschikking zal willen stellen, is een andere vraag.

Op 40 punten staat de gevraagde kostprijs. De goedkoopste offerte komt van MDR: 2890,80 euro voor vier bestrijdingsoperaties per jaar. Hunt vraagt 5982 euro voor zes passages aan de rioolputjes per jaar, in de lente en de herfst. En A.tac vraagt 7300 euro voor dezelfde service als Hunt.

Duurste

Met 90 punten op 100 haalt A.tac dus de hoogste score in de gunningscriteria. Omdat het prijsverschil toch niet verwaarloosbaar is, mocht de zaakvoerster haar aanpak eens komen voorstellen, en dat onderhoud charmeerde de decisiontakers. Het bleek dat A.tac uitsluitend 's morgens vroeg of 's avonds laat uitrukt, om het verkeer niet te hinderen en de bevolking niet te opzichtig te choqueren. Voortdurend worden steekproeven genomen om te zien waar vergif is verorberd en moet aangevuld worden. En de hele operatie wordt nauwkeurig op papier gezet.

Het stadsbestuur koos dus voor de duurste aanbieder: A.tac voor 7300 euro per jaar exclusief 21% BTW. Met BTW inbegrepen is dat 8833 euro per jaar, precies het bedrag dat daarvoor op de begroting is ingeschreven. Dat moet lukken!

Zie ook mijn eerdere stukken over de bruine rat en hoe de rattenvangst in Kortrijk is begonnen.

rioolputje2

09:45 Gepost in Algemeen | Permalink | Commentaren (5) |  Facebook |

05-06-09

Spookweg N328 breekt stad Kortrijk en woningeigenaars nu al zuur op

Guido Gezellelaan

Of Kortrijk een derde ringweg, de N328, krijgt, staat nog lang niet vast en dat zal in de eerstkomende tien jaar twijfelachtig blijven. Nochtans blijven vooral de Kortrijkse christendemocraten aandringen op de realisatie van de N328 door het Vlaamse Gewest. Tegen die optie zijn in de jaren 90 grootscheepse protestacties gevoerd. De weg zou namelijk dwars door dichtbevolkte buurten lopen. De dreiging van onteigening weegt op die buurten, ook al omdat het precieze tracé van de weg helemaal niet zeker is. Door die onzekerheid zijn hele stukken van woonstraten in Heule en Overleie onverkoopbaar geworden. En de eigenaars worden ontmoedigd onderhouds- en renovatieinspanningen te leveren. Het stadsbestuur zou nu bepaalde getroffen woningen willen opkopen en ter beschikking stellen als transitwoningen. Maar die noodoplossing is niet evident. Zou het niet eenvoudiger zijn die spookweg N328 definitief te laten varen? Intussen blijkt het stadsbestuur het daarover niet eens te worden. Het was al twee keer de bedoeling dat het stadsbestuur daarover een beslissing zou nemen: op 8 april en 27 mei jl. Het punt is weer sine die verdaagd.

Gebakkelei

Moet er in Kortrijk aan de noordkant (Overleie, Heule en Bissegem) een snelle verbinding (N328 en N50C) komen voor het autoverkeer tussen de kleine ring (R36, een snoer van boulevards in het centrum van de stad) en de grote ring (R8, een ringvormige autostrade)? Over die vraag wordt al tientallen jaren gebakkeleid. In de jaren negentig organiseerde een comité het verzet tegen de N328 en de N50C. Massaal tekende de geviseerde bevolking de petitie. Even massaal werden bijvoorbeeld bezwaren ingediend tegen het GAPAK (gemeenschappelijk algemeen plan van aanleg voor het Kortrijkse) waarin het stadsbestuur de optie N328 en N50C wou vastleggen. Het GAPAK is nooit goedgekeurd omdat het werd voorbijgestreefd door de nieuwe Vlaamse aanpak van ruimtelijke ordening met structuurplannen.

De grote voorstanders van die extra autoverbindingen tussen de Meensepoort en de grote ring zijn de Kortrijkse christendemocraten (CVP. CD&V). Zij proberen de extra verkeersinfrastructuur te verkopen als een 'ontlasting' van de dorpskernen van Bissegem en Heule. Tegen de N328 en de N50C zijn vooral de Kortrijkse socialisten, gesteund door de groenen. Zij kanten zich tegen de enorme schade die de betrokken wijken - de wegen moeten namelijk dichtbevolkte buurten dwarsen - zullen lijden als men er eerst de bulldozers en nadien het zware verkeer op los laat.

Derde ringweg

Beide wegen moeten van de R36, de kleine centrumring dus, een 'volwaardige binnenstadsring' maken. Zo staat het in het Mobiliteitsplan van stad Kortrijk. De R8, de grote autostradegordel, moet het in- en uitgaande verkeer verdelen. "De N328 moet een vlotte verkeersafwisseling vanuit de binnenstadsring naar de R8 mogelijk maken", aldus het Mobiliteitsplan. Voorstanders spreken over beide nieuwe wegen als "uitvalswegen". In de praktijk zullen het vooral 'invalswegen' zijn - zo vrezen de tegenstanders -, die verkeer van de grote ring zullen afleiden naar de veel kortere binnenring. Ook zullen de (vracht-)wagens over de N328 en de N50C de noordelijke bult van de grote ring kunnen afsnijden; in die zin hebben de tegenstanders het vaak over 'een derde ringweg'.

De voorstanders van de nieuwe wegen willen de bouwkosten laten betalen door het Vlaamse Gewest. Tot nu toe ving het door CD&V overheerste stadsbestuur bij ieder verzoek daartoe bot. Als Kortrijk die wegen wil, zal de stad ze uit eigen stadskas moeten bekostigen, een investering van zeker 10 miljoen euro - maar het zal meer zijn. De Vlaamse overheid ging zover dat zij het tracé van het westelijke deel van de N328 in 1998 schrapte uit het gewestplan Kortrijk. In antwoord op een parlementaire vraag van Carl Decaluwe voegde de Vlaamse Regering daaraan toe: "Aangezien het nog niet geschrapte gedeelte geen gewestwegen meer verbindt, heeft dat stuk geen betekenis meer als gewestweg".

Spookwegen

Onlangs nog dacht het stadsbestuur een doorbraak te hebben geforceerd bij het provinciebestuur; gehoopt werd dat het provinciebestuur Kortrijk zou steunen in zijn vraag naar Vlaamse financiering. Maar ondertussen heeft de provinciale administratie van West-Vlaanderen een negatief advies uitgebracht. De provincie wil de N328 en de N50C niet langer opnemen als gewestwegen in het provinciaal ruimtelijk structuurplan. De provincie schaart zich achter de optiek van de Vlaamse overheid die stelt dat alle nieuwe wegen binnen een grote ringweg als lokale wegen moeten worden beschouwd.

Die N328 en de daarop aansluitende N50C (de aftakking via Heule Watermolen naar de R8 aan de kant van Kuurne) kunnen dus als spookwegen worden beschouwd. Hoewel ze er waarschijnlijk nooit gaan komen, ambeteren ze toch al lang de betrokken buurten. Ze creëren aanzienlijke en langdurige rechtsonzekerheid. Eigenaars kunnen in het getroffen gebied hun panden niet meer verkopen. Andere eigenaars wachten met onderhoud en herstellingen wegens de dreiging van onteigening. Een nota van de stadsdiensten waarschuwt dat dit "op korte termijn aanleiding zal geven tot verkrotting en een globale achteruitgang van het woonklimaat in de directe omgeving".

Guido Gezelle

De dreiging en de directe kwalijke gevolgen ervan zijn des te erger omdat er helemaal geen zekerheid meer bestaat over het juiste tracé en de breedte van de nieuwe wegen. Het is onmogelijk nu al te bepalen wie wel en wie niet het veld zal moeten ruimen als eigenaar of bewoner. De prangendste problemen doen zich voor in de dichtbebouwde Guido Gezellelaan in Heule en de Moorseelsestraat, Vlasbloemstraat en Meensesteenweg in Kortrijk (Overleie). Zo is er een mogelijkheid dat de N328 door de tuinen van de ene kant van de Vlasbloemstraat scheert op enkele meters van de achterdeuren van de rijwoningen.

De stadsdiensten menen te weten dat in de Guido Gezellelaan niet minder dan 13 panden bedreigd worden: 11 woningen, een apothekerij en een tuin, van nummer 101 tot 131. De stad kan geen enkele eigenaar of bewoner de garantie geven dat ze niet zullen worden getroffen als de weg er ooit komt. Die woningen zijn nagenoeg onverkoopbaar geworden. Drie woningen staan evenwel toch te koop. Andere woningen zullen, gezien de leeftijd van de eigenaars, binnen afzienbare tijd op de markt komen.

Voor drie woningen is een al dan niet tijdelijke oplossing erg dringend. Om verschillende redenen moeten de eigenaars ervan af geraken. Zij spraken daarvoor het stadsbestuur aan, toch een instantie die minstens mede aansprakelijk is voor de rechtsonzekerheid die de panden eigenlijk onverkoopbaar maakt. Het stadsbestuur heeft zich over de mogelijke oplossingen grondig laten adviseren.

2 miljoen euro extra

De directie Stadsplanning en -ontwikkeling schetste zes mogelijke opties, gerangschikt van het meest verregaand tot het minst dure. De stad zou 1. systematisch alle betrokken woningen kunnen opkopen naarmate zij aangeboden worden maar niet meer dan 2 per jaar. Men zou 2. alleen de woningen kunnen aankopen die al in het bezit waren van de huidige eigenaars op het moment dat in het gewestplan (1976) een tracé werd vastgelegd van een N328. Men zou 3. alleen woningen kunnen opkopen die zonder veel investeringen kunnen verhuurd worden. Ten 4. zou men kunnen wachten met aankopen tot er meer zekerheid is over het exacte tracé. Ten 5. zou men kunnen wachten tot het Vlaamse Gewest akkoord gaat met de financiering van de invalsweg. En al die mogelijkheden kunnen ook nog op een of andere manier gecombineerd worden.

Het stadsbestuur leek even te opteren voor de eerste mogelijkheid. Naarmate de eigenaars in de Guido Gezellelaan hun panden vrijgeven, zou de stad bereid zijn ze aan te kopen. Er is een klein probleempje. Op de begroting is amper 200.000 euro beschikbaar voor dergelijke verwervingen; veel meer dan 1 woning zal daarmee niet kunnen bekostigd worden. Maar men zou dat kunnen oplossen door bij de volgende begrotingswijziging 200.000 euro meer in te schrijven plus de aankoopkosten voor een derde, wat goedkopere woning. Als men jaar na jaar dat aankoopbeleid volhoudt, mag men daarvoor in totaal een dikke 2 miljoen euro reserveren, voor de Guido Gezellelaan alleen al - en er zijn nog al die andere geviseerde woonstraten!

Intussen blijkt het stadsbestuur het daarover niet eens te worden. Het was al twee keer de bedoeling dat het stadsbestuur daarover een beslissing zou nemen: op 8 april en 27 mei jl. Het punt is weer sine die verdaagd.

Transitwoningen

Blijft de vraag naar wat de stad met die woningen zal aanvangen. Ze leeg laten staan zou een bijzonder slecht signaal zijn van een stadsbestuur dat zelf retributies int op leegstand en verkrotting. De huizen zouden bovendien in de kortste keren de straat verzieken. Daarom ondernam het stadsbestuur een poging om de panden tegen kostprijs door te verkopen aan het OCMW, het sociaal verhuurkantoor De Poort of de Zuid-West-Vlaamse Sociale Huisvestingsmaatschappij. Al die instellingen wimpelden het aanbod van de stad af, gezien de onzekere toekomst van de panden. Ze zijn wel bereid de woningen te huren en door te verhuren, eventueel als transitwoningen.

Bouwgrond

Ironisch genoeg is ook het OCMW van Kortrijk slachtoffer van de halsstarrigheid waarmee het stadsbestuur zich blijft vastklampen aan de realisatie van de N328. Tussen de Guido Gezellelaan en de Zuidstraat is het OCMW eigenaar van zowat 4,47 ha bouwgrond. Maar het OCMW kan niet tot verkavelen overgaan wegens de onzekerheid over de aan te leggen N328. Als die weg wordt aangelegd, verliest het OCMW 1,12 hectare.

Zou het dan toch niet beter zijn definitief af te zien van de aanleg van de N328 en de N50C? En zich te beperken tot het ontsluiten van de achterliggende verkavelbare zones?

17:37 Gepost in Algemeen | Permalink | Commentaren (5) |  Facebook |

29-05-09

Experiment nachtasiel heeft nut bewezen maar wordt opgeschort tot december

krot Watermolen1

Vorige winter was er in Kortrijk voor het eerst een beperkt experiment van nachtasiel voor daklozen. De test heeft zijn nut bewezen. 51 personen konden samen 697 nachten ontsnappen aan buiten slapen of overnachten in allerhande kraakpanden en andere bouwvallen. Er is overigens vastgesteld dat de nood groter is dan het aanbod. Het stadsbestuur beslist het experiment voor de komende winter nogmaals te organiseren. Het nachtasiel zal zelfs een maand langer openblijven dan de drie maanden in de voorbije winter. Voor de financiering vraagt men ook het OCMW om bij te springen en eventueel ook weer de Provincie. Voorts hoopt men op steun van de liefdadigheid. Het initiatief vraagt trouwens ook grote extra inspanningen van de betrokken organisaties uit het sociale werk. De vraag blijft waarom men dat nachtasiel niet het jaar rond kan open houden. Waarom moeten de daklozen in de lente, zomer en herfst 's nachts gedwongen op straat doorbrengen?

Reële behoefte

Op 15 maart sloot het nachtasiel De Korenbloem in de Pieter De Conincklaan zijn deuren. Na het verdwijnen van Mensen Onderweg - een particulier liefdadigheidsinitiatief - enkele jaren geleden, werd er een experiment opgezet door het stadsbestuur, het OCMW, de centra voor algemeen welzijnswerk Piramide en Stimulans, Samenlevingsopbouw en het Welzijnsconsortium. Daklozen konden er van de winter enkele nachten ontsnappen aan buitenslapen. Zie mijn vorig stuk.

Het experiment heeft aangetoond dat een nachtasiel in Kortrijk beantwoordt aan een reële behoefte. In de 91 nachten dat er bedden ter beschikking stonden, zijn er 697 overnachtingen geweest van 51 verschillende personen. Om de mensen niet weg te houden uit de - strengere - reguliere opvanginstellingen, kon een dakloze immers maar 5 nachten op 14 van het nachtasiel gebruikmaken. In de praktijk moesten die mensen maar op eigen houtje een geïmproviseerd onderkomen zien te vinden tijdens de nachten waarop ze niet welkom waren in De Korenbloem.

Gebleken is dat de meeste cliënten van het nachtasiel in de leeftijdscategorieën zaten tussen de 18 en de 50 jaar. In grote mate hadden zij te kampen met meer dan een probleem: behalve dakloosheid waren er vaak ook drank- en drugsverslaving, psychische problemen, onoverkomelijke schulden, ontspoorde familiale verhoudingen enzovoort.

Uit het experiment bleek ook dat veel daklozen zo argwanend staan tegenover de hulpverlening en de eisen van die hulpverlening, dat zij zelfs geen gebruik wilden maken van dat vrijblijvende nachtasiel. De noodzaak blijft ook bestaan na de winter en de nood is groter dan de 10 à 15 bedden die per nacht werden aangeboden, aldus de initiatiefnemers. Toch vonden enkele gebruikers door hun verblijf in het nachtasiel de weg naar de bestaande opvang met leefregels en naar de zorg.

Oldenzeel

Het experimentele nachtasiel draaide vooral op vrijwilligers en op extra-werk van de deelnemende caw's en straathoekwerkers. Het gebouw kreeg men gratis ter beschikking van vzw De Korenbloem, maar de inrichting gebeurde door de klusjesdienst van caw Stimulans, met meubels van de Kringloopwinkel. Met de financiële inbreng van de lokale autoriteiten (stad 17.500 euro, OCMW 17.500 euro, Provincie 12.500 euro) konden drie halftijdse medewerkers aangeworven worden, het absolute minimum. Een veertigtal vrijwilligers presteerden 1221 uren, onder meer permanentie 's nachts. En de coördinatie en professionele en administratieve begeleiding van al die bereidwilligheid werd tussen hun ander werk door geleverd door de caw's Stimulans en Piramide en door het straathoekwerk (OCMW).

Het mag allemaal wel wat meer zijn als het initiatief wordt voortgezet. De inititatiefnemers suggereren op hun kousevoeten om het nachtasiel volgende winter een maand langer open te houden. Stad en OCMW worden gevraagd de kosten te dragen. En men hoopt ook wat centen te krijgen bij de provinciale overheid, en bij de liefdadigheid: de Lionsclub en het Fonds Barones Monique van Oldenzeel tot Oldenzeel.

Toog- en parkslapen

Het stadsbestuur van Kortrijk neemt akte van het verzoek maar kijkt nog even de kat uit de boom. Is die aarzeling eigenlijk wel verantwoord? Is het anno 2009 nog verantwoord dat de lokale overheid mensen met pech - ook al hebben zij het soms, maar lang niet altijd, zelf gezocht - veroordeeld tot het kraken van krotten (die 'panden' worden genoemd), tot toog- en parkslapen (Jack!), tot 'overbewoning' (met teveel in onaangepaste woningen) bij vrienden en kennissen?

Waarom kan in Kortrijk niet wat caw Artevelde bijvoorbeeld in Gent het jaar rond doet in een gebouw in de Gasmeterlaan 107: nachtopvang voor daklozen? Ook in Gent heeft men een evaluatie gemaakt van experimenten met nachtasiel: "De nachtopvang in de Gasmeterlaan is bijna permanent volzet en het aantal weigeringen wegens tekort aan capaciteit wijst op de grote behoefte. Dat er enkel tijdens de wintermaanden hoge nood zou zijn aan een nachtopvang wordt door de registratiegegevens volop ontkracht". In Kortrijk is het niet anders.

17:33 Gepost in Algemeen | Permalink | Commentaren (5) |  Facebook |

24-05-09

De halve eeuw van de kerk van mijn vader

Pius 1

Op 28 mei is het dag op dag vijftig jaar geleden dat de nagelnieuwe kerk van Sint-Pius X in Kortrijk kerkelijk in gebruik is genomen (eerste-communiefeest). Christian De Paepe is de auteur van een jubileumboek: 'Een halve eeuw Sint-Pius X Kortrijk (1959-2009). Een parochie aan de stadsrand tussen conciliaire impuls en actieve minderheidskerk'. Als medespeler bekijkt hij zijn parochie uiteraard met christelijke ogen, maar hij heeft ook volop aandacht voor de maatschappelijke omstandigheden waarin zijn kerk in die halve eeuw in een oksel van de Kortrijkse Ring evolueerde. Dat maakt van zijn boek een onmisbaar stuk historische documentatie voor wie belangstelt in de recente geschiedenis van Kortrijk. Ik kan het niet laten enkele van de allerboeiendste verhalen na te vertellen.

Onverbloemd

Met mijn vader heeft dit stukje niet veel te maken, behalve dan dat hij deel uitmaakte van het 'kerkvolk' van de parochie die hij - in het begin een beetje van lieverlede - zag afgesplitst worden van zijn aloude parochie Sint-Elooi. Maar hij heeft het toch allemaal meegemaakt en becommentarieerd aan de gezinstafel en zijn kinderen waren op die manier toeschouwer van horen zeggen. Hij is vorig jaar in de kerk ten grave gedragen. Bij het lezen van het boek van De Paepe bleef de titel van Geert Maks boek, 'De eeuw van mijn vader', door mijn hoofd spelen; vandaar de kop van dit stuk.

'Niet vermeld zijn de namen van God, Maria en heiligen' staat bovenaan de index van personen op het einde van het boek. Om maar te zeggen dat het een heel christelijke publicatie is... Toch laat de auteur zich in zijn inleiding ontvallen: "Je staat versteld hoeveel belangrijke aspecten van de maatschappij je onder ogen krijgt als je vijftig jaar parochiegeschiedenis overziet". Hij heeft die aspecten niet onbesproken gelaten, integendeel. Hij is erin geslaagd daarvan een heel gedocumenteerd verslag te maken. En dat maakt het boek zo boeiend, ook voor wie niet (meer) zo christelijk is geïnspireerd. Het is overigens een onverbloemd verslag geworden, waarin niet alleen de opgang van de jonge parochie maar ook de 'deklerikalisatie' en de evolutie naar 'minderheidskerk' wordt beschreven, en niet alleen het enthousiasme van actieve parochianen maar ook de tegenstellingen en spanningen.

Wijkstichter

Pius X, genoemd naar de toen pas heilig verklaarde - fel anti-communistische - paus (1903-1914) die de eerste communie voor jonge kinderen invoerde, werd in 1959 opgericht als nieuwe parochie door afsplitsing van de Kortrijkse parochie Sint-Elooi en de Kuurnse parochie Sint-Michiel. Na de fusie-operatie van de gemeenten in 1977 is het deel van de parochie dat vroeger bij Kuurne hoorde, bij Kortrijk gevoegd. De Paepe beschrijft Pius X als "een parochie geboren uit de economische heropleving, demografische expansie en sociale heropbloei van de stad na de Tweede Wereldoorlog". Akkoord, maar wat onderbelicht is het aspect persoonlijke sociale opgang: voor de Overleienaars die het zich konden permitteren om uit te wijken naar de groene nieuwe straten aan die rand van de stad, was het een bewijs dat zij de maatschappelijke ladder waren opgeklommen.

Overleie was altijd 'la basse ville' geweest; de wijk waar het minder gegoede deel van de stadsbevolking samentroepte in beluiken, 'poortjes' en straten van arbeiderswoningen. Aan de rand van dat Overleie begon het ermee dat plaatselijke industriëlen voor de bouw van imposante villa's grote terreinen innamen van de open ruimte waar voorheen vooral weiden, vlasakkers en sportvelden lagen. De Leopold III-laan, in de volksmond lang 'het miljoenenkwartier' genoemd, werd geopend in 1940. Na de oorlog werden de miljonairs gevolgd door een schare hardwerkende Kortrijkzanen met enig geluk.

Textielmagnaat Baldewijn Steverlynck werd bij de eerstesteenlegging door bisschop - bisshop staat op de gedenksteen op de stoep van de kerk - Emile-Jozef De Smedt trouwens gedecoreerd met het gulden kruis van Sint-Donatius uit dank voor zijn inspanningen als 'condictor vici' (wijkstichter). De man deed niet alleen een ferme duit in het zakje van het bouwfonds van de kerk, maar bouwde als grootgrondbezitter ook de eerste villa, 'Rozenkrans' - met evenveel dakkapellen als zijn kroostrijk gezin groot was - in de Leopold III-laan. 

Milde vorm van segregatie

Met een bevolking van hooguit 3000 'zielen' kon die stadsuitbreiding zonder problemen een deel gebleven zijn van de aloude Sint-Elooisparochie. Maar voor de gezinnen die konden profiteren van de naoorlogse opgang was het een aantrekkelijk idee om het lastige verleden ook parochiaal van zich af te gooien. Die milde vorm van 'segregatie' is trouwens te merken in de afbakening van de parochiegrenzen. Van de Roterijstraat, een straat met hoofdzakelijk arbeiderswoningen - Stoops Reke - ging bij de afsplitsing van Sint-Elooi alleen het wat betere deel naar Pius X; het proletarische deel bleef bij de oude parochie.

Wat eveneens meespeelde waren overwegingen van vastgoedwaarde. Een eigen kerk werd in die jaren nog beschouwd als een onmisbaar element voor een leefbaar stadsdeel. In het boek citeert de auteur een bedelbrief van pastoor Van Dorpe aan N.V. Matexi: "ons initiatief om hier een kerk op te richten heeft er toe bijgedragen om uw grond in waarde te brengen [...] Tot de goede uitrusting van een wijk behoort ook een mooie kerk waar niets mankeert voor een stichtelijke beoefening van de eredienst. Het moet voor u een genoegen zijn ook daartoe naar vermogen bij te dragen" (p.70).

De eerste kerkraad van Pius X, die in 1960 werd benoemd, typeert de maatschappelijke ambities van de nieuwe parochie; de plaatsen werden ingenomen door degenen die het het verst hadden geschopt. Voorzitter werd Achiel Kerkhof, baas van groothandel Kerkhof-Grijspeerdt (buurtwinkels Centra), en leden: de al genoemde Baldewijn Steverlynck (Groeningeververij enzovoort), Leo De Jonghe, bankdirecteur, en André Dequae, toppoliticus van Kristelijke Werkgevers-strekking, later minister en Kamervoorzitter. De bisschop drong er in niet mis te verstane brieven op aan om "ook een vooraanstaand persoon uit de arbeidersstand in de Kerkraad op te nemen". Dat werd dan Leopold Verhenne, toppoliticus van het ACW, jarenlang Kamerlid.

Patoor2

'Feestzaal'

Het boek toont aan dat de bouw van een nieuwe kerk en de creatie van een nieuwe parochie grotendeels te danken is aan de onverdroten inzet van Jozef Matthys, 'pasterke Matthys' van de moederparochie Sint-Elooi. De overijverige pastoor van kleine gestalte, toen al zestiger, loodste het hooggegrepen plan door alle politieke, administratieve en financiële moelijkheden die opdoemden.

Christian De Paepe schetst hem met volgende eigenschappen: een "enorme werkkracht van een geboren landman, een natuurlijke schranderheid van geest en een fijne neus voor zaken". Het pasterke wond er geen doekjes om; zelf herinner ik mij een preek van hem in de Sint-Elooiskerk waarin hij de kerkgangers opriep mild te zijn bij de 'omhaling': "Laat dat kleutergeld maar zitten. Vandaag mag u wel voor een keer de brieven uithalen". Voor het Pius X-project ging Matthys zelf op zoek naar aangepaste plannen, geschikte medewerkers, grond, geld, toestemmingen, bouwverguinningen en andere handtekeningen (p. 51).

De realisatie van het kerkgebouw ging van start onder een regering waarvan uitzonderlijk geen katholieke partij deel uitmaakte, de regering Van Acker IV die uiteindelijk werd afgestraft na een felle schoolstrijd - Weg met Collard! riepen de manifestanten die onder meer de ruiten van het socialistische lokaal Textielhuis gingen ingooien. In die omstandigheden werden de plannen voor Pius X op een semi-clandestiene manier uitgewerkt.

Het werd eerst aan de bevoegde minister zo verkocht dat het geen parochie zou worden maar slechts een 'kapelanij' afhangende van de Sint-Elooisparochie. En men liet architect Jos Baert twee plannen tekenen: een van een kerkgebouw en een van een feestzaal. Het was hetzelfde gebouw maar op het tweede ontwerp waren alle uitwendige kerkelijke tekenen weggelaten. De eerste plannen die werden ingediend, waren die van een feestzaal. Pas na het aantreden van de homogene CVP-regering van Gaston Eyskens II pakte men uit met de eigenlijke plannen, die van een heuse kerk.

Vermeldenswaard is dat het ontwerp ook voorzag in een klokkentoren naast het kerkgebouw - weliswaar met luidsprekers als moderne klokken. Die toren is er nooit gekomen. Pastoor Matthys had zijn bouwmeester op het hart gedrukt dat "aan de rand van de steden geen dure kerken moeten worden gebouwd": "Schep me een brede ruimte voor zowat 700 stoelen, tegen een kostprijs van niet meer dan 5 miljoen frank". De slotfactuur bedroeg 4,6 miljoen frank en een toren kon er niet meer van af.

Ajour

Op geschonken grond - een 'godsdeel' dat paste in een omvangrijker verkavelingsplan van de eigenaars, graaf en gravin de Kerchove de Dentergem-Piers de Raveschoot - ontwierp architect Jos Baert in de Gouden Rivierlaan een kerkgebouw in een voor zijn tijd vooruitstrevende stijl, die ook op de Wereldtentoonstelling van 1958 in Brussel opgang maakte. Het gebouw moest niet alleen mooi maar vooral ook praktisch zijn. Daarvoor werden uit Nederland boomerangachtige spanten ingevoerd, over de Leie, in voorgespannen gewapend beton. Het skelet werd aangekleed met glazen zijwanden in een betongeraamte. De binnenpijlers creëren rondom een soort wandelgang, zodat het geheel toch de idee oproept van een brede middenbeuk geflankeerd door twee smalle zijbeuken, aldus De Paepe. Het kan ook gezien worden als een grote zaal, 36 op 22 meter, met vooraan een groot podium.

De kerkingang in de westgevel wordt gedomineerd door een groot glas-in-beton-raam, 42 m², dat aan de buitenkant doet denken aan ajourwerk. Vooral bij ondergaande zon biedt dat monumentale glasraam binnenin de kerk een spektakel van kleuren. Het is een creatie van parochiaan Jan Patoor (mijn meester in het vierde leerjaar was zijn vader Georges Patoor).

PatoorX

Over de invulling van die glas-in-beton-gevel kwam het tot hoogoplopende discussies tussen pastoor Matthys en de kunstenaar. Het opgelegde thema was, in de geest van de patroonheilige van de kerk, Pius X: "de massa hunkerend naar het manna des hemels, de H. Eucharistie". Jan Patoor wou dat abstract vormgeven met rechtlijnige en cirkelvormige motieven. Het pasterke wou mannetjes uitgebeeld zien. Door bemiddeling van architect Baert is het uiteindelijk een geabstraheerde groep personen geworden die opkijken en reiken naar een zon/hostie in de nok. In elk deelraam zweeft boven de figuren ook een ronde witte vlek, een hostie dus. Maar je hoeft dat allemaal niet te weten om te genieten van de kleurenpracht.

De architect zelf waagde zich geestdriftig aan de artistieke inkleding van de kerk. Zo ontwierp hij het dolmenachtige hoofdaltaar - dat intussen niet meer als altaar wordt aangewend. Hij ontwikkelde zelfs een eigen lettertype met atletisch aandoende karakters, stoer maar elegant. Dat lettertype is nog te zien op de twee gedenkstenen die op het parvis zijn geplaatst. Het was ook gebruikt voor de kruisweg, waarin Baert de prentjes van de 14 staties vervangen had door houten kruisen met opschrift. Die opschriften had hij eigenhandig gekapt. De bouwmeester was er het hart van in toen hij heel veel later vernam dat men zijn originele kruisweg in 1991 dan toch maar had vervangen door prentjes: "ça frôle le kitch" noteerde hij in een boze brief.

Christian De Paepe

Het boek van Christian De Paepe bulkt van dergelijke interessante details, die het zo leesbaar en levensecht maken. Hij heeft het dan ook allemaal van nabij meegemaakt.

Als eerste van de parochie werd hij in de nieuwe kerk tot priester gewijd. Hoewel hij nooit officieel enige parochiale taak kreeg toevertrouwd, werd en wordt hem "regelmatig de vreugde gegund" diensten te mogen verlenen in de kerk. Zijn vader, Raoul De Paepe, schreef bij het 25-jarig bestaan van de parochie al een beknopte geschiedenis. Zelf maakte Christian De Paepe naam in de academische wereld als doctor in de Romaanse filologie en gewoon hoogleraar, nu emeritus, aan de KU Leuven en als internationaal gewaardeerd kenner van Federico García Lorca.  

Het boek, dat met zijn overvloedige illustraties ook een kijkboek is, is uitgegeven bij Uitgeverij Groeninghe Kortrijk, en is onder meer te koop bij boekhandel Theoria in de O.L.Vrouwestraat. 

Pius 2

13:19 Gepost in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

22-05-09

Stadsbestuur Kortrijk speelt immokantoor voor VOKA

casino3

Als de gemeenteraad niet dwarsligt, haalt VOKA - Kamer van Koophandel West-Vlaanderen, haar slag thuis. Stad Kortrijk verlost de patroonsorganisatie van haar verouderd gebouwencomplex, Casino en belendende percelen, in de binnenstad. Met de opbrengst bouwt VOKA een nieuw West-Vlaams hoofdkwartier in het Kennedypark, vlak naast de zetel van Leiedal. VOKA had ermee gedreigd Kortrijk te verlaten indien de stad haar niet depanneerde. Het stadsbestuur weet nog niet goed wat aangevangen met het gros van de Casino en de bijhorende gebouwen en - soms 'woeste' - gronden. Wel gaat het modernste deel van de site, een kantoorgebouw in de Albertstraat 17, naar het autonome stadsparkeerbedrijf Parko. Een gewezen dokterswoning, rijp voor de sloop, wordt doorverkocht. En er is een toezegging van de Eurometropool, het gezamenlijke 'syndicat d'initiative' van Rijsel, Kortrijk en Doornik, om een deel van de gebouwen te huren voor de vestiging van zijn administratieve zetel (maandelijkse huurprijs: 1851 euro). Eigenlijk speelt de stad in dit dossier vastgoedmakelaar voor VOKA. De operatie kost de stad alvast een kleine 1,9 miljoen euro, en Parko bijna 335.000 euro.

Piekezot

Vergadert de Kortrijkse gemeenteraad binnenkort in de concertzaal van de Casino, een pralinedoos van 1844? Dat zou kunnen. Het is een ideetje van Stefaan De Clerck, min of meer gewezen burgemeester en minister van Justitie. Maar eigenlijk weet het stadsbestuur nog bijlange niet wat aan te vangen met het gros van de gebouwen die het zich als een piekezot in handen heeft laten spelen door de West-Vlaamse Kamer van Koophandel. 

In 2008 besliste VOKA-Kamer van Koophandel West-Vlaanderen, al zijn over de provincie verspreide kantoren af te stoten. Als het stadsbestuur een beetje meewilde, zou de werking gecentraliseerd worden in Kortrijk. Daartoe zou een nieuw hoofdkwartier worden gebouwd op het Kennedypark, vlak naast de kantoren van de intercommunale Leiedal. Maar VOKA dreigde ermee alles af te blazen - er zijn nog centrumsteden in de kustprovincie! - als Kortrijk de patroonsorganisatie niet verloste van haar aftandse gebouwencomplex in het stadscentrum.

Precies in die periode was het stadsbestuur evenwel een grootscheepse operatie begonnen om zich te ontdoen van het overtollige vastgoed dat de stad historisch had vergaard. Maar geïmpressioneerd door de 'grandeur' van het hoofdgebouw - een gewezen casino in de betekenis van een concertzaal voor de negentiende-eeuwse burgerij (zie over de geschiedenis ervan mijn vorig stuk) - ging Stefaan De Clerck onmiddellijk overstag. Hij achtte het beschermde monument het waard om er de Eurometropool Rijsel-Kortrijk-Doornik, zijn geesteskind, kantoor te laten houden. Eerder had De Clerck daarvoor zijn oog laten vallen op het Kasteel 't Hooghe. De juridische zetel van deze Europese Groepering voor Territoriale Samenwerking (EGTS) is gevestigd in Rijsel; de secretaressen en telefonisten krijgen een bureau in Kortrijk.

casino1

Beschermd monument

Door de notaris wordt 'het goed' als volgt beschreven. Een hoofdgebouw (Casinoplein 10) van 5 a 60 ca, een huis (Albertstraat 27) op 3 a 70 ca, 'woeste gronden' (te bereiken vanuit de Albertstraat) van twee keer 90 ca, een parking palend aan het hoofdgebouw van 9 a 54 ca, en een kantoorgebouw (Albertstraat 17) op 1 a 10 ca. Eigenaar is VZW Onroerend Goed voor Ondernemend West-Vlaanderen.

Het hoofdgebouw is een voormalig concertgebouw van 1844 (kelder, gelijkvloerse verdieping, verdieping en zolder), dat in 1852 aan weerszijden werd uitgebreid met vleugels in dezelfde stijl. Het complex heeft daarmee een gevel van 35 meter en een diepte van 18 meter. Achteraan is een parking met vier garageboxen in snelbouwsteen. In de Koning Albertstraat 17 staat aansluitend een modern kantoorgebouwtje (1978) met kelder, gelijkvloerse verdieping, drie verdiepingen en een technische dakverdieping (nuttige oppervlakte: 367 m²). En aan de andere kant van de inrit van de parking staat in de Albertstraat nog een 'dokterswoning' van 1947 (gevelbreedte 12,75 m), in bedenkelijke staat.

VOKA-baas Jo Libeer bood de stad zijn Casinocomplex aan tegen de ronde prijs van 2,5 miljoen euro. Dat zou een buitenkansje zijn. Het Aankoopcomité van de federale overheid schat de waarde immers op meer. De stadsadministratie, directie Facility, bekijkt het zaakje echter met nuchtere ogen. Een bouwtechnisch onderzoek wijst uit dat er heel wat kosten zijn te verwachten. Het beschermde monument behoeft dringend voor zowat 94.500 euro herstellingen, het kantoorgebouw in de Albertstraat voor 96.000 euro en de 'dokterswoning' op het domein is zelfs rijp voor de sloop (134.000 euro onmiddellijke kosten - het Aankoopcomité schatte het huis op 0 euro en rekende alleen de waarde van de grond).

casino achterkant

Eurometropool

Het stadsbestuur is intussen koortsachtig op zoek gegaan naar een zinvolle bestemming voor de site. Het staat nu vast dat het kantoorgebouw in de Albertstraat 17 apart wordt aangekocht door het autonome stadsparkeerbedrijf Parko. Parko steekt daar 334.783 euro in, zijnde de schattingsprijs van 450.000 euro min de geraamde dringende herstellingskosten en de huurprijs die VOKA betaalt tot de organisatie kan verhuizen naar het Kennedypark. Parko zal ook de Casinoparking uitbaten (de klok rond!) en de inrichting ervan betalen (15.000 euro).

Voor de 'dokterswoning', Albertstraat 27, betaalt de stad de schattingsprijs, zijnde slechts de prijs van de grond: 286.957 euro (na aftrek van de huur die VOKA betaalt tot de organisatie het pand kan verlaten). Het is de bedoeling van het stadsbestuur om die woning zo vlug mogelijk weer af te stoten, tegen minimaal de geschatte grondwaarde (300.000 euro). Daarbij koestert men de hoop dat het goed commercieel goed gelegen is - wat ik betwijfel aangezien de winkels in het centrum vooral rond het nieuwe winkelcentrum 'K in Kortrijk' zijn te vinden.

Voor het hoofdgebouw, de Casino, heeft het stadsbestuur een principiële toezegging (een brief van 6 mei 2009 - is dat voldoende?) van de Eurometropool om 222,11 m² ervan in huur te nemen voor de inrichting van kantoren. Huurprijs: 100 euro per m² per jaar, of in totaal 1851 euro per maand (8 permanente parkeerplaatsen voor het personeel en 6 parkeerplaatsen voor bezoekers inbegrepen). Als de Eurometropool de concertzaal - binnenkort gemeenteraadszaal? - wil gebruiken, kost dat 400 euro per keer. En de grensoverschrijdende netwerkers krijgen ook een andere vergaderzaal op de begane grond ter beschikking tegen 6442 euro per jaar of tegen een vergoeding per gebruik. De stad moet nog zorgen voor een lift en een tweetalig uitgangbord.

Rest nog zowat 1000 m² nuttige ruimte in het hoofdgebouw waarvoor het stadsbestuur een bestemming moet zien te vinden...

Makelaar?

De hele transactie moet nog door de gemeenteraad worden bekrachtigd (wellicht gemeenteraad van 15 juni). Het stadsbestuur zal pogen aan te tonen dat de beslissing in het belang van de stad is. Vier argumenten worden daartoe aangesleept. Vooreerst wijst het stadsbestuur op de 'interessante prijs' voor een 'waardevolle site' met 'heel wat mogelijkheden'. Of die prijs zo interessant is zal pas blijken uit het nut of de doorverkoopprijs die de stad eruit kan halen. En wat die interessante mogelijkheden betreft, stel ik vast dat het stadsbestuur nog niet weet wat ermee aan te vangen. Het gaat in elk geval om een aankoop zonder dat daar onmiddellijk een behoefte aan is.

Ten tweede betoogt het stadsbestuur dat zonder die aankoop Kortrijk het risico liep dat VOKA ging vertrekken uit de stad. Kon dat dreigement niet op een andere manier worden ontzenuwd? Kon de Gilde (ACW-ACV-CM) hetzelfde spel niet gespeeld hebben toen het enkele jaren geleden een nieuw hoofdkwartier bouwde op het Kennedypark? Dat zou de organisatie verlost hebben van haar probleemvestiging in de Wijngaardstraat.

Ten derde zou de aankoop van de Casino meebrengen dat de Eurometropool enkele kantoren opent in de stad. De Eurometropool ging dat hoedanook hebben gedaan; er was zelfs al een locatie: Kasteel 't Hooghe, waarvoor de eigenaar, de Provincie, nu zelf weer op zoek moet gaan naar een zinvolle bestemming. Die kantoren resulteren volgens het stadsbestuur in een 'aantrekkelijke huurprijs'. Toch niet overdrijven: 1851 euro per maand is voor de stad (126 miljoen euro inkomsten in 2008) echt geen zaak van leven of dood.

Alleen het vierde argument snijdt enigszins hout: Parko krijgt daar tegen een interessante prijs een goed gelegen kantoorgebouw ter beschikking en het kan er de parking uitbaten. Inderdaad. Maar had Parko, die nu ook als afzonderlijk koper optreedt, zich niet op eigen houtje dat deel van de Casinosite kunnen aanschaffen?

Albertstraat 17

Ten gronde blijf ik mij afvragen of het wel een opdracht is van de stad - zelfs het meer gespecialiseerde autonome Stadsontwikkelingsbedrijf SOK is niet ingeschakeld - om zich te wagen aan immobiliënverrichtingen voor een particuliere organisatie. Mag de stad dat risico nemen met gemeenschapsmiddelen? En is een stadsbestuur daartoe wel de aangewezen makelaar?

16:46 Gepost in Algemeen | Permalink | Commentaren (6) |  Facebook |

15-05-09

Het einde van een Kortrijkse stadsroddel?

Kortrijk zuidenHet zuiden van Kortrijk

Een hardnekkige stadsroddel - meer dan 30 jaar oud - zegt dat gewezen volksvertegenwoordiger Marc Olivier (CVP) indertijd twee goedkope kavels in de Roggelaan heeft kunnen aankopen van de stedelijke grondregie in de plaats van één zoals de andere gegadigden. Een recente beslissing van het stadsbestuur, CD&V-OpenVLD, maakt duidelijk hoe de vork aan de steel zat en zit. Ook is er een voorstel om de zaak financieel te klaren.

Overrompeld

Het stadsbestuur van Kortrijk is geld aan het maken van het overtollige vastgoed van de stad, dat onlangs werd geïnventariseerd in een patrimoniumstudie (zie mijn eerder stuk). Die opbrengsten zijn overigens nog niet opgenomen in de stadsbegroting. Bij die omvangrijke operatie worden ook aloude dossiers naar boven gespit. Zie bijvoorbeeld dit stukje van enkele maanden geleden. Een ander dossier dat nu aan de oppervlakte komt, is de historie van de zogenaamde dubbele kavel van Marc Olivier.  

Vanaf halverwege de jaren zestig is Kortrijk in het zuiden van de stad koortsachtig gaan uitbreiden. Onder leiding van de legendarische burgemeester Ivo Joris Lambrecht werd een enorm structuurplan, dat later werd vastgelegd in het gewestplan, ontworpen en uitgevoerd voor een gebied van niet minder dan 224 hectare tussen de Doornikse- en Oudenaardsesteenweg. Ik schreef er al eerder over.

Dat gebied, maagdelijke landbouwgrond, werd zonder meer overrompeld door de verstedelijking. Naast terreinen voor openbare voorzieningen (de campussen voor hoger onderwijs bijvoorbeeld) en sociale huisvesting (de wijk Langemunte), zijn ook hectaren verkaveld door de stedelijke grondregie. Die stadsdienst verkocht zijn kavels tegen zeer sociale prijzen en de kandidatenlijsten waren dan ook voor iedere nieuwe verkaveling onmiddellijk volzet. Het kwam er veelal op aan tijdig op de hoogte te zijn. Nogal wat stadspersoneel uit die tijd had het geluk zich een kavel te kunnen aanschaffen.

Cabine 

Ook Marc Olivier, later parlementslid, voldeed aan de voorwaarden en kon een kavel kopen op de hoek van de Roggelaan en de Gerstelaan. Hij had zijn oog laten vallen op een perceel gelegen naast een perceel waarop een elektriciteitscabine van Gaselwest stond. Naderhand heeft hij de elektriciteitsdistributeur ervan kunnen overtuigen die cabine naar achter te verschuiven, aan de achterkant van zijn garage op zijn eigen kavel. Het hoekperceel waarop de cabine eerst stond, kon hij toevoegen aan zijn tuin. Een roddel was geboren.

De patrimoniumstudie van het Kortrijkse stadsbestuur bracht aan het licht dat het perceeltje van de stroomcabine eigenlijk nog altijd eigendom is van de stad. Het gaat om 135 m². Nu is beslist om alle stadsgronden die niet van nut zijn om er een openbare bestemming aan te geven, te verkopen. Alleen gronden waarmee de stad misschien ooit nog eens iets kan aanvangen, wil de stad nog 'in precair gebruik geven' aan de aangelanden. Dat is dus voor die 135 m² die Marc Olivier heeft ingelijfd bij zijn tuin, niet het geval.

Toehappen

Vandaar dat de stad hem onlangs heeft gecontacteerd met het aanbod die grond te kopen. Voor de prijs werd een beroep gedaan op het Aankoopcomité van de federale overheid. Die gaf de kavel een minimale waarde van 10.000 euro (75 euro per m² ongeveer). Dat is opvallend minder dan de 100 euro per m² die de stad doorgaans vraagt aan de gegadigden.

Toch wil Marc Olivier niet onmiddellijk toehappen. Hij zegt hoogstverbaasd te zijn te vernemen dat de stad nog eigenaar is van dit stuk van zijn tuin. Nadat hij indertijd voor die stroomcabine de beste oplossing voor alle betrokkenen had uitgekiend, dacht hij dat er een grondruil had plaatsgevonden en dat het Gaselwest was die eigenaar was van de grond.

Toch betaalt hij al elk jaar op 2 januari een pacht van zegge en schrijve 1 Belgische frank per jaar (ongeveer 0,025 euro). Als hij die huur dan toch niet kan voortzetten, zou hij het stuk tuin liever in erfpacht nemen dan aankopen. Of kan de stad niet ietwat van zijn prijs afdoen, "ermee rekening houdend dat wij dat stuk aangelegd en onderhouden hebben, dat het om tuingrond gaat, en dat bij niet-aankoop het onderhoud ten laste van de stad zal komen" (citaat uit de memorie van toelichting bij de beslissing van het stadsbestuur, 15 april 2009)?

Het stadsbestuur hield niettemin voet bij stek. De prijs voor dit stuk tuin werd op minimum voormelde schattingsprijs gehouden, een prijs die toch 25 euro per m² lager lag dan de prijs die steeds gevraagd wordt aan de aangelanden bij andere verkopen (100 euro). Althans, dat was het standpunt van het stadsbestuur op 15 april jl.

Een nieuwe roddel?

Twee weken later blijkt het stadsbestuur zijn standpunt weer verstrakt te hebben. Tussendoor contacteerde gewezen christendemocratisch parlementslid Olivier het kabinet van burgemeester Lieven Lybeer (ook CD&V en van dezelfde ACW-vleugel). Hij liet weten, na lang nadenken, toch bereid te zijn de schattingsprijs te betalen en er zelfs iets te willen bijdoen. De schattingsprijs was, zoals al uitgelegd, 10.000 euro. Marc Olivier wou 11.000 euro betalen, zijnde ongeveer 81,50 euro per m². Uit de toelichting bij de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van 6 mei 2009 is het niet duidelijk waarom Olivier plots zo toeschietelijk was geworden.

Nog eigenaardiger en zonder veel motivatie is de beslissing van het stadsbestuur na dat hogere bod van de kandidaat-koper. Het stadsbestuur verklaarde nu plots dat het niet inzag waarom Marc Olivier minder zou moeten betalen dan andere burgers in zijn geval. Doorgaans vraagt en krijgt de stad 100 euro per vierkante meter bij verkoop van restgrond aan aangelanden. Evenwel gaf het stadsbestuur toe dat de familie Oliver op zijn grond een stroomcabine duldt, "een bijzondere last op hun perceel". Men achtte het dan ook billijk om een reductie van 10% op de prijs toe te staan, zijnde 10 euro per m².

Uiteindelijk heeft het stadsbestuur principieel ingestemd met een onderhandse verkoop van 135 m² stadsgrond aan de bewoners van Roggelaan 63 (het gezin Olivier), tegen een totale verkoopprijs van 12.150 euro.

Die ultieme (?) prijs is duidelijk het resultaat van een fikse discussie in het college van burgemeester en schepenen. In de beslissing die de directie Facility had klaargemaakt op voorhand, stond geen 12.150 maar 11.000 euro, zijnde het bod van Olivier. Hoe zal dat aflopen? De verkoop is pas rond als het gezin Olivier zijn akkoord geeft, èn als ook de gemeenteraad akkoord gaat.

10:50 Gepost in Algemeen | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |