25-11-12

Zondags Kortrijk (ansicht 57)

Elke zondag een bijzonder prentje, een ansicht van Kortrijk.

Apotheek Pluimstraat.JPG

Vandaag een rood prentje. Het laatste overblijfsel van het socialistische bolwerk dat ooit de Veemarktbuurt in Kortrijk beheerste, is enkele maanden geleden verkocht. De coöperatieve apotheek is verhuisd naar het leegstaande naftestation op de hoek van de Zwevegemsestraat (nummer 65 A) en de Sint-Antoniusstraat (een andere rode fief eertijds).

Zwevegemsestraat 65 A.JPG

Het verlaten gebouw (nummer 45) is het opvallendste van de Pluimstraat. Het is toch een beetje godgeklaagd dat van heel die straat geen enkel pand is opgenomen op de inventaris van waardevol onroerend erfgoed van de Vlaamse Gemeenschap. Behalve die apotheek is er bijvoorbeeld ook de feestzaal Scala, waar de Unie der Zorgelozen haar intrek neemt, en het gewezen auto-onderdelenmagazijn Autox.

De verlaten apotheek grensde met haar achtergevel aan het complex van de socialistische coöperatieve Het Volksrecht in de Slachthuisstraat. Door de garagepoort links in de gevel reden de karren van de roemruchte bakkerij van 't Volksrecht uit met "het beste en voedzaamste brood van stad en omliggende" (volgens een advertentie in het weekblad Volksrecht). In die zin is die garagepoort eigenlijk het enige èchte restant van de Samenwerkende Maatschappij Het Volksrecht.

garagepoort Volksrecht.JPG

De socialistische coöperatieve beweging heeft in Kortrijk grote triomfen gevierd en ligt aan de basis van de doorbraak van talrijke rode organisaties in de stad, maar het succesverhaal heeft toch niet zo lang geduurd.

Ook het begin was heel moeizaam. Met de hulp van en naar het wervende voorbeeld van de Gentse coöperatieve Vooruit was er in 1888 in Menen de coöperatieve Voorwaarts opgericht. Voorwaarts verkocht in het Kortrijkse tot 3000 broden per week. De prijs lag onder de productiekost en de schijnbaar succesvolle collectieve bakkerij ging in 1893 al failliet. Het heeft de Meense socialisten tien jaar gekost op de klop te boven te komen, maar in 1902 startte August Debunne op een steviger commerciële basis de nieuwe coöperatieve De Plicht en die was wel levensvatbaar.

Intussen hadden de Kortrijkse kameraden al gepoogd het schijnbare succes van de Menenaars te kopiëren. In 1890 werd op initiatief van broodvoerder Emiel Egels in Kortrijk een coöperatieve vennootschap De Vereenigde Werklieden opgericht. Zowat veertig werklieden legden wekelijks 50 centiemen uit om een eigen bakkerij te stichten. Het grootste probleem was het vinden van een pand waar men kon bakken.

In de Stasegemsestraat kon men in 1892 via een stroman van een zekere Verduyn een kelder met bakoven huren. Maar toen die te weten kwam dat zijn huurders socialistische duivels waren, liet hij de stadspolitie de boel ontruimen. De voorraden bloem werden daarbij meedogenloos over de straat gegoten. In 1896 kon men terecht in het huis van Jan Mattelaer, de grondlegger van het socialisme in Kortrijk, in de Zwevegemsestraat.

In 1897 werd de eerste coöperatieve, De Vereenigde Werklieden, niet zonder ruzie, vervangen door een nieuwe samenwerkende maatschappij: Het Volksrecht. Die werd eerst gevestigd in de Groeningelaan en in 1898 in de Sint-Jansstraat waar een groot gebouw werd gekocht en verbouwd. Behalve met brood bakken hield Het Volksrecht zich ook bezig met het uitbaten van een café en een winkel, waar bijvoorbeeld ook kloefen van een coöperatieve van het Waalse Nismes werden aangeboden. Later kwamen daar een kolenhandel, een bioscoop, een feestzaal en allerhande sociale kassen bij. 

apo Pluimstraat.JPG

In 1937 was Het Volksrecht al zo sterk gegroeid dat men het zich kon permitteren een geheel nieuw complex te bouwen in de Slachthuisstraat - de Abatwaorstraote in het Kortrijks. Het meest trots was rood Kortrijk op zijn Feestpaleis, een feestzaal/cinema die plaats bood aan 840 toeschouwers. Ook de bureaus van de verschillende takken van de Belgische Werkliedenpartij vonden er onderdak.

volksrecht advertentie.jpg

De bakkerij werd achteraan ondergebracht met, zoals al gezegd, een verbinding met de Pluimstraat via de poort van de apothekerij aldaar. Die apothekerij werd uitgebaat door een bevriende coöperatieve (de in 1881 opgerichte Pharmacies Populaires de Bruxelles). De ouders van Cecile Delrue, de iron lady van de Kortrijkse socialisten, die ik onlangs nog interviewde samen met kersvers gemeenteraadslid Phyllis Roosen, waren er een tijdlang conciërge.

Meubelhall.JPG

In de Tweede Wereldoorlog, op 4 september 1943 werd het Volksrecht evenwel platgebombardeerd. Ook omdat de coöperatieve gebukt ging onder torenhoge schulden en in zijn werking grondig werd verstoord door de oorlog en de bezetting, heeft men het grote pand in de Slachthuisstraat verkocht. De coöperatieve apotheek in de Pluimstraat is daarbij apart blijven bestaan (later onder de naam MultiPharma). Met de schadevergoeding van de verzekering heeft Het Volksrecht zich dan verkast naar Overleie, waar rechtover de Sint-Elooiskerk een moderne winkel werd ingericht, een soort grootwarenhuis avant-la-lettre. In de Slachthuisstraat kwam op de ruïnes van Het Volksrecht de 'Meubelhall Ballegeer', die daar nog altijd actief is.

Na de oorlog is er in de jaren zestig een poging geweest om Het Volksrecht van Kortrijk te laten opslorpen door La Fraternelle van Moeskroen. Maar dat heeft niet gepakt. Arthur Sercu, de Roeselaarse volksvertegenwoordiger die toen voorzitter was van Het Volksrecht, wilde niet dat het geld van Kortrijk zou verdwijnen naar Moeskroen dat op het punt stond overgeheveld te worden naar Henegouwen. Arthur Sercu was ook de vader van Yvonne Sercu, die van 1989 tot 1994 en van 1998 tot 2000 voor de SP zetelde in de Kortrijkse gemeenteraad. Tegen de concurrentie en het grotere aanbod van de echte grootwarenhuizen kon Het Volksrecht het op de duur niet meer bolwerken en in 1966 werd de maatschappij ontbonden en opgeslorpt door de Vooruit van Gent.

Zoals gezegd, is de coöperatieve apotheek, deel uitmakend van de groep MultiPharma, wel blijven bestaan. Sinds september jongstleden heeft die apotheek - wie herinnert zich nog apotheker Maes? - het te grote en grotendeels leegstaande gebouw in de Pluimstraat verlaten voor haar nieuwe stek in de Zwevegemsestraat.

voorschriften.JPG

Een vooroorlogse foto (archief AMSAB) toont de gevel van het gebouw in de Pluimstraat. Boven de poort staat inderdaad geschilderd 'BAKKERY'. De apotheek nam toen niet geheel het gebouw noch de hele gevelbreedte in. Blijkbaar was er in het laatste stuk nog een andere winkel. De top van de gevel heeft ook een ander uitzicht. Er stond toen een rondboog op in het midden. Is die decoratie gesneuveld in het bombardement? In elk geval staat op het gebouw thans een wat eigenaardig, verwrongen, zadeldak dat wellicht het oorspronkelijke dak moet hebben vervangen.

bakkerijpoort Volksrecht.JPG

Een ander onderdeel van de socialistische coöperatieve beweging dat nog lang heeft bestaan is de spaarkas. In 1933 werd in Kortrijk de SM Spaarkas Volksrecht opgericht. Maar na de beurscrash gevolgd door het faillissement van de socialistische Bank van de Arbeid in 1934, is de Spaarkas voorzichtigheidshalve opgenomen in de maatschappij Coop-Deposito's (Codep). Intussen is Codep in de voorbije jaren samengegaan met bank Nagelmackers en nadien met Delta Lloyd, zodat we hier nauwelijks nog kunnen spreken van een socialistische instelling. Overigens heeft dat Delta Lloyd zich enkele jaren geleden toch weer gevestigd aan de Veemarkt!

Slachthuisstraat BM.JPG

Het is nog Cecile Delrue die erop aangedrongen heeft dat in de Slachthuisstraat, dè bakermat van het Kortrijkse socialisme en nog altijd een zeer volkse buurt, een kantoor kwam van de socialistische mutualiteit Bond Moyson. In tegenstelling tot de andere mutualiteiten is de Bond Moyson tot onlangs doktersbriefjes cash blijven uitbetalen aan het loket. Evenzo in de Slachthuisstraat. Maar ook dat is nu gedaan. Het pand is deels verhuurd; er is wel een brievenbus gebleven voor doktersbriefjes (die nadien per overschrijving worden betaald).

Bmoyson.JPG

Maar geen nood. Bond Moyson is in de wijk een centraal stadskantoor aan het bouwen aan de Veemarkt, naast de groentenhandel van Isabelle.

BM Veemarkt.JPG

Met dank aan Martijn Vandenbroucke uit wiens artikel in De Leiegouw (Samenwerkers voor de eigen zaak. De arbeiderscoöperaties in het Kortrijkse, De Leiegouw 2007, afl. 2, p. 243-260) ik schaamteloos heb geput.

18-11-12

Zondags Kortrijk (ansicht 56)

Elke zondag een bijzonder prentje, een ansicht van Kortrijk.

waterput Littoral.JPG

Het prentje van vandaag zou wel eens een inbreuk op de privacy-wetgeving kunnen zijn. Gelukkig liggen de lokale verkiezingen al weer een dikke maand achter ons, hihi! Het geheimzinnige bouwsel kwam ik tegen op weg naar Zwevegem, aan de voet van de Vlieberg, waar ooit de beste stormpannen ter wereld werden gebakken.

Ik fotografeer het object aan alle kanten, en dan word ik ter orde geroepen door een - gehoofddoekte - mevrouw. Het uitgestrekte gazon aan de gerenoveerde droogloodsen van Koramic is privé-terrein, zegt ze en dat had ik niet mogen betreden. Fotograferen is al helemaal uit den boze. "Straks vraagt ze mij nog het filmrolletje van mijn camera, ook al is het een digitaal toestel" denk ik lichtjes geërgerd, maar ik ga de charmante toer op. Of mevrouw misschien de conciërge is van het domein? Ja, antwoordt ze trots, haar uiterste best doend om Nederlands te spreken. "Wel gefeliciteerd, mevrouw, u doet uw job uitstekend. Ik heb echt geen slechte bedoelingen hoor. Ik ben gewoon nieuwsgierig. Dat eigenaardige bouwsel is heel interessant". Met een brede glimlach laat ze mij gaan in het besef dat ze toch wel een belangrijke verantwoordelijkheid heeft. Wat waar is ook!

Wat zou dat bouwsel kunnen zijn? Het ziet er uit als een voorhistorische offertafel. Maar ik denk niet dat onze heel verre voorouders al stenen bakten. Het bakken van dakpannen begon op die plaats pas in 1924. Met de aanzienlijke schadevergoeding van de Engelsen voor het in puin schieten van zijn steenbakkerij in Ramskapelle bij Nieuwpoort tijdens de Eerste Wereldoorlog, bouwde Ernest Dumolin op de zuidelijke oever van de Vaart Kortrijk-Bossuit een pannenfabriek: NV Céramique et briqueterie méchanique du Littoral. Zie mijn verslag van een bezoek aan de site van zes jaar geleden.

pannenfabriek droogloodsen.JPG

Mijn aandacht ging toen vooral naar de unieke droogloodsen. Volgens een zelfbedacht procéde liet Ernest Dumolin in die loodsen vers gevormde kleipannen drogen met de restwarmte van de kleiovens. Het heeft nog heel wat voeten in de aarde gehad om die droogloodsen beschermd te krijgen vooraleer ze vanzelf zouden instorten ten prooi aan verval en verwaarlozing. Ze zijn nu prachtig gerenoveerd, met een interne glazen wand waarachter hypermoderne kantoren huizen. Een deel van de loodsen (enkele traveeën aan de kant van de behouden fabrieksschouw) behield zijn oorspronkelijk uitzicht. Ik hoop maar dat men daar ook het ingenieuze binnenwerk - droogrekken, ventilatoren en schermen) heeft opgekalefaterd.

Gerestaureerd is ook de overdekte brug onder de fabrieksschouw.

brug litoral.JPG

De brug verbond de eigenlijke productieruimten met de droogloodsen. Ze is gebouwd in 1928 naar een ontwerp van niemand minder dan ingenieur-professor G. Magnel van Gent, bestuurder van het laboratorium voor betonbouw van de staatsspoorwegen. Nu verbindt ze die loodsen alleen nog met een gevel waarachter slechts leegte ligt.

 

brug.JPG

Van de productieruimten en de rest van de fabriek schiet helaas niet veel meer over. In 2008 sloopte men een deel van de niet beschermde gedeelten. Stad Kortrijk verleende een sloopvergunning, doch slechts op voorwaarde dat een aantal waardevolle elementen - opgenomen in de Vlaamse inventaris van bouwkundig erfgoed - zouden gespaard blijven. Tussen die (nog) niet afgebroken ruïnes aan de Luipaardstraat en de droogloodsen gaapt nu een grote open ruimte. In het midden van de grasvlakte ligt een proper bijeengeveegde puinhoop van baksteen (èchte brique pilée in feite). In de verte zie je het zwarte skelet van dat andere icoon van Kortrijks industriële verleden: de Kortrijkse Katoenspinnerij KKS, aan de overkant van de Vaart. Maar daar is een herbestemmingsproject aan de gang.

KKS.JPG

De niet gesloopte kleimagazijnen en het paviljoen met de stoommachines van het constructieatelier Van Coppenolle van Berchem (Kluisbergen) zijn intussen snel in ruïnes aan het vervallen. De machinekamer is overstroomd. De kleimagazijnen met hun sierlijke gevels van de Izegemse bouwmeester W. Vercoutere (ontwierp ook de Vandemoortelefabrieken in Izegem) missen een achtergevel, hebben vreselijke gaten in hun pannendaken en zijn wellicht niet geheel stabiel meer.

 

machinekamer littoral.JPG

Zucht. Terug naar die grote bakstenen smeerkaasdoos op het gazon van de gerenoveerde droogloodsen. Wie wat dichter gaat kijken - en riskeert achterna te worden gezeten door de conciërge - ziet dat het een omvangrijke waterput is. Grondwater of regenwater? Ik weet het niet. De pannenfabriek werkte met stoom, en geen stoom zonder water.

put.JPG

De cirkelvormige put is opgebouwd in baksteen. Het deksel is iets heel speciaals. Het is een dikke en harde laag in baksteenkleur. Is het een reusachtige bakstenen plavuis? Of is het een laag beton waarin baksteenafval is verwerkt? Ook dat weet ik niet.

deklaag put.JPG

Het is in elk geval een monumentaal bouwsel dat zeer de moeite waard is om gespaard te blijven. En kan men niets met die watervoorraad doen?

 

put met deksel.JPG

11-11-12

Zondags Kortrijk (ansicht 55)

Elke zondag een bijzonder prentje, een ansicht van Kortrijk.

Verbatex1.JPG

Terwijl er in Genk tienduizenden mensen opstappen uit solidariteit met de slachtoffers van de aangekondigde sluiting van Ford, wil ik toch een optimistische prent van Kortrijk tonen. In Heule vraagt en krijgt een textielweverij een vergunning om zijn bedrijvigheid uit te breiden. Tapijtwever Verbatex, Mellestraat 196, gaat over op volcontinu om aan de vraag te kunnen voldoen. Nu al werken er 75 werknemers.

Er komt nog meer hoor.

04-11-12

Zondags Kortrijk (ansicht 54)

Elke zondag een bijzonder prentje, een ansicht van Kortrijk.

voor god en vaderland.JPG

Vandaag een prentje waar niet al te veel van klopt. De datum is wel juist, en vorige week was het precies 214 jaar geleden dat het tragische voorval - want dat was het en geen heldendaad - gebeurde.

De gedenksteen staat in de Markebekestraat, ongeveer aan de overkant van de Kasteeldreef die leidt naar het kasteel van de 'Baron de Bethunes'. Toen muur en plaat in 2004 werden hersteld op kosten van stad Kortrijk, werd het ensemble 'het monument van de Boerenkrijg' genoemd. Dat was geheel in de opvatting van de romantische mythe die blijkbaar nog altijd leeft.

markebeek.JPG

Vooreerst: de stenen plaat dateert niet van 1798, hoewel de steenhouwer zijn best heeft gedaan om met antiek aandoende letters die indruk te wekken. De plaat werd gekapt in 1899 en was aanvankelijk geen op zichzelf staand standbeeld. Ze werd op 3 september 1899 ter gelegenheid van Markekermis bevestigd aan de gevel van café De Markebeke. Dat café stond niet op de plaats van het huidige monument maar aan de overkant van de straat. De herberg was, komende van Marke, het eerste pand van een rijtje van acht arbeiderswoningen, eigendom van de familie de Bethune, aan de brug over de Markebeek. Café, het huis ernaast en het laatste huis van de oorspronkelijke acht werden vernield door de bombardementen van 1944. Zoals het café werd het gehucht aan de brug over de Markebeek 'Markebeke' geheten.

Bij de sloop van de ruïne van herberg De Markebeke heeft Baron de Bethune de gedenkplaat aan de kant gelegd vooraleer ze in 'brikeljon' werd vermalen. Emmanuel de Bethune, de latere burgemeester van Kortrijk maar toentertijd gemeenteraadslid in Marke, overtuigde het gemeentebestuur in 1969 om van de Belgische staat enkele vierkante meter grond tussen de straat en de Markebeek aan te kopen. Op die spie werd genoemde plaat verwerkt in een monumentale muur. De gedenksteen werd hersteld door steenkapper Hugo Kesteloot.

markebekestraat.JPG

Voorts vervalst de tekst op de gedenksteen simpelweg de geschiedenis. Op de plaat staat in kapitalen: "Voor god en vaderland / schonken hier hun leven / op 29 oktober 1798 / Augustijn Vromant / oud 46 jaren / Jan Vromant / oud 26 jaren / Jan Carlier / oud 21 jaren / Vlamingen bidt voor / hunne ziel en volgt / hunne heldenmoed na".

De drie mannen hebben inderdaad op die dag, bij het ochtendkrieken, het leven gelaten, doodgeschoten door ruiters van het leger van de Franse Republiek, dat toen onze gewesten had veroverd op het Oostenrijkse Keizerrijk. Maar dat was per ongeluk. Augustijn en de twee Jans hadden de malchance zich op die plek te bevinden. Het waren helemaal geen verzetstrijders noch boerenkrijgers.

kasteeldreef.JPG

In de periode van eind oktober tot december 1798 woedde in de latere Belgische provincies een korte opstand tegen het Franse revolutionaire bewind. Die opstand werd pas na meer dan veertig jaar in de jonge onafhankelijke staat België uit de vergetelheid opgediept. De staat steunde romantici die de publieke opinie wilden opzwepen tegen het gevaar dat men dacht te lopen van een nieuwe Franse invasie. Allerlei herdenkingsplechtigheden werden op touw gezet; populaire Vlaamse schrijvers zoals Conscience en de gebroeders Snieders publiceerden epische verhalen, monumenten werden opgericht. De opstand werd verheerlijkt met de heldhaftige benaming 'Boerenkrijg', een term die doet vergeten dat het al na amper twee maanden amen en uit was.

De herdenkingsactiviteiten kenden een hoogtepunt op de honderdste verjaardag, in 1898. Ook toen nog was het de bedoeling het patriotisme aan te wakkeren. Niet zo verwonderlijk dus dat de gedenkplaat aan herberg De Markebeke in 1899, met een jaartje vertraging is ingehuldigd. Daarmee wou het dorp Marke een beetje delen in de postume roem die het opstandje van een eeuw vroeger kreeg.

markebeke.JPG

De aanleiding voor de Boerenkrijg was de 'militaire conscriptie', de opeising van alle jonge mannen tussen 20 en 25 jaar voor het leger van de Franse Republiek. Sinds 1795 waren onze gewesten immers een deel van die republiek. Er heerste al een grote ontevredenheid over de zware belastingen en de anti-kerkelijke maatregelen die het nieuwe bewind had ingevoerd. Tegelijk wemelde het hier van de wapens. De Brabantse Omwenteling tegen de Oostenrijkse keizer  (1789-1790) lag nog vers in het geheugen. En na de nederlaag van de Belgische omwentelaars was het het Oostenrijkse bewind zelf dat overal te lande vrijkorpsen bewapende om zich te verzetten tegen de Franse revolutionaire invallen (1972 en 1794). 

Het opstandje was niet geheel spontaan. Er was een plan van de naar het huidige Nederland gevluchte conservatieve deel van de reeds genoemde Brabantse omwentelaars. Hun doelstellingen waren vooral het herstel van het 'ancien regime', met de voorrechten voor landbezitters en de kerkelijke overheid. Maar de opstandelingen te velde deden het meer om den brode (tegen excessieve belastingen) en om te ontsnappen aan legerdienst. Er was bewapening onderweg, gefinancierd door Engeland. En ook Pruisen beloofde hulp om de Fransen een hak te zetten.

Maar een belastingsincident in Overmere deed enkele weken eerder dan gepland het oproer ontbranden. Vooral opgeroepen jonge mannen gingen liever in het verzet dan zich in te lijven in het Franse leger. In tegenstelling met de benaming 'Boerenkrijg' bleven de meeste boeren echter op hun hofstee en stuurden zij hun dagloners het avontuur in. Ook lukte het niet al te best om de dorpsmilities te mobiliseren.

De Boerenkrijg speelde zich vooral af in het Waasland, de Kempen, Limburg en Brabant. Daar slaagde men erin min of mee georganiseerde legertjes in het gelid te brengen, die evenwel toch genadeloos in de pan werden gehakt door het republikeinse leger, enkele geslaagde schermutselingen daargelaten. In West-Vlaanderen bleef de opstand beperkt tot een oproer van nagenoeg spontaan samengetroepte benden plattelandsbewoners.

Kortrijk-Stad deed niet mee, Kortrijk-Buiten in een zekere mate wel. Volgens Franse rapporten gold Walle als een haard van verzet. Op 27 oktober 1798 's nachts naderde een grote groep bewapende opstandelingen de Rijselsepoort met het voornemen het munititedepot van de stad in handen te krijgen. Ze werden weggejaagd door het Franse garnizoen. Er sneuvelde 1 'boerenkrijger'. 's Anderendaags daagden andere opstandige benden op aan de Brugse poort. Ze kwamen van Moorslede, Rumbeke, Dadizele en Gits. Ook zij werden op de vlucht gedreven. Achtervolgd door het Franse garnizoen en de gendarmerie botsten de opstandelingen in Ingelmunster op Franse legereenheden uit Brugge. Het resultaat was een slachting. 200 bleven op het slagveld.

markebeke2.JPG

Het was in die onheilssfeer dat zich het incident aan de Markebeke afspeelde. In Marke was er een schuttersfeest geweest op 28 oktober, op dezelfde dag dus van de 'slag van Ingelmunster'. Drie Markse schutters, ver boven hun theewater, haalden het in hun hoofd om die nacht nog eens af te zakken naar Kortrijk. In de Magdalenastraat losten zij zelfs enkele schoten in de lucht, de eerste nacht na de nachtelijke aanvalspoging van 27 oktober dus! Meer was niet nodig om de Franse militairen in alarmfase te brengen. Bij het zien van de troepenmacht die op hen afstormde, renden onze drie helden terug naar Marke, achtervolgd door ruiters. Aan de Markebeek verstopten zij zich onder de brug.

Al die herrie deed het volk van het gehucht Markebeke nieuwsgierig naar buiten komen. Zo ook drie mannen die werkten in de brouwerij die toen naast het legendarische café De Slabbaert (al lang verdwenen) werd uitgebaat. De Franse militairen dachten in die drie mannen - inderdaad Augustijn en Jan Vromant en Jan Carlier - de drie dolle schutters te herkennen. Augustijn en de twee Jannen vluchtten de herberg binnen, maar de soldaten beukten de deur in en schoten ze alledrie dood. Van enige bereidheid om voor god en vaderland hun leven te schenken en van heldenmoed was er bij deze drie onschuldige slachtoffers bijgevolg geen sprake.

de beek.JPG