04-11-12

Zondags Kortrijk (ansicht 54)

Elke zondag een bijzonder prentje, een ansicht van Kortrijk.

voor god en vaderland.JPG

Vandaag een prentje waar niet al te veel van klopt. De datum is wel juist, en vorige week was het precies 214 jaar geleden dat het tragische voorval - want dat was het en geen heldendaad - gebeurde.

De gedenksteen staat in de Markebekestraat, ongeveer aan de overkant van de Kasteeldreef die leidt naar het kasteel van de 'Baron de Bethunes'. Toen muur en plaat in 2004 werden hersteld op kosten van stad Kortrijk, werd het ensemble 'het monument van de Boerenkrijg' genoemd. Dat was geheel in de opvatting van de romantische mythe die blijkbaar nog altijd leeft.

markebeek.JPG

Vooreerst: de stenen plaat dateert niet van 1798, hoewel de steenhouwer zijn best heeft gedaan om met antiek aandoende letters die indruk te wekken. De plaat werd gekapt in 1899 en was aanvankelijk geen op zichzelf staand standbeeld. Ze werd op 3 september 1899 ter gelegenheid van Markekermis bevestigd aan de gevel van café De Markebeke. Dat café stond niet op de plaats van het huidige monument maar aan de overkant van de straat. De herberg was, komende van Marke, het eerste pand van een rijtje van acht arbeiderswoningen, eigendom van de familie de Bethune, aan de brug over de Markebeek. Café, het huis ernaast en het laatste huis van de oorspronkelijke acht werden vernield door de bombardementen van 1944. Zoals het café werd het gehucht aan de brug over de Markebeek 'Markebeke' geheten.

Bij de sloop van de ruïne van herberg De Markebeke heeft Baron de Bethune de gedenkplaat aan de kant gelegd vooraleer ze in 'brikeljon' werd vermalen. Emmanuel de Bethune, de latere burgemeester van Kortrijk maar toentertijd gemeenteraadslid in Marke, overtuigde het gemeentebestuur in 1969 om van de Belgische staat enkele vierkante meter grond tussen de straat en de Markebeek aan te kopen. Op die spie werd genoemde plaat verwerkt in een monumentale muur. De gedenksteen werd hersteld door steenkapper Hugo Kesteloot.

markebekestraat.JPG

Voorts vervalst de tekst op de gedenksteen simpelweg de geschiedenis. Op de plaat staat in kapitalen: "Voor god en vaderland / schonken hier hun leven / op 29 oktober 1798 / Augustijn Vromant / oud 46 jaren / Jan Vromant / oud 26 jaren / Jan Carlier / oud 21 jaren / Vlamingen bidt voor / hunne ziel en volgt / hunne heldenmoed na".

De drie mannen hebben inderdaad op die dag, bij het ochtendkrieken, het leven gelaten, doodgeschoten door ruiters van het leger van de Franse Republiek, dat toen onze gewesten had veroverd op het Oostenrijkse Keizerrijk. Maar dat was per ongeluk. Augustijn en de twee Jans hadden de malchance zich op die plek te bevinden. Het waren helemaal geen verzetstrijders noch boerenkrijgers.

kasteeldreef.JPG

In de periode van eind oktober tot december 1798 woedde in de latere Belgische provincies een korte opstand tegen het Franse revolutionaire bewind. Die opstand werd pas na meer dan veertig jaar in de jonge onafhankelijke staat België uit de vergetelheid opgediept. De staat steunde romantici die de publieke opinie wilden opzwepen tegen het gevaar dat men dacht te lopen van een nieuwe Franse invasie. Allerlei herdenkingsplechtigheden werden op touw gezet; populaire Vlaamse schrijvers zoals Conscience en de gebroeders Snieders publiceerden epische verhalen, monumenten werden opgericht. De opstand werd verheerlijkt met de heldhaftige benaming 'Boerenkrijg', een term die doet vergeten dat het al na amper twee maanden amen en uit was.

De herdenkingsactiviteiten kenden een hoogtepunt op de honderdste verjaardag, in 1898. Ook toen nog was het de bedoeling het patriotisme aan te wakkeren. Niet zo verwonderlijk dus dat de gedenkplaat aan herberg De Markebeke in 1899, met een jaartje vertraging is ingehuldigd. Daarmee wou het dorp Marke een beetje delen in de postume roem die het opstandje van een eeuw vroeger kreeg.

markebeke.JPG

De aanleiding voor de Boerenkrijg was de 'militaire conscriptie', de opeising van alle jonge mannen tussen 20 en 25 jaar voor het leger van de Franse Republiek. Sinds 1795 waren onze gewesten immers een deel van die republiek. Er heerste al een grote ontevredenheid over de zware belastingen en de anti-kerkelijke maatregelen die het nieuwe bewind had ingevoerd. Tegelijk wemelde het hier van de wapens. De Brabantse Omwenteling tegen de Oostenrijkse keizer  (1789-1790) lag nog vers in het geheugen. En na de nederlaag van de Belgische omwentelaars was het het Oostenrijkse bewind zelf dat overal te lande vrijkorpsen bewapende om zich te verzetten tegen de Franse revolutionaire invallen (1972 en 1794). 

Het opstandje was niet geheel spontaan. Er was een plan van de naar het huidige Nederland gevluchte conservatieve deel van de reeds genoemde Brabantse omwentelaars. Hun doelstellingen waren vooral het herstel van het 'ancien regime', met de voorrechten voor landbezitters en de kerkelijke overheid. Maar de opstandelingen te velde deden het meer om den brode (tegen excessieve belastingen) en om te ontsnappen aan legerdienst. Er was bewapening onderweg, gefinancierd door Engeland. En ook Pruisen beloofde hulp om de Fransen een hak te zetten.

Maar een belastingsincident in Overmere deed enkele weken eerder dan gepland het oproer ontbranden. Vooral opgeroepen jonge mannen gingen liever in het verzet dan zich in te lijven in het Franse leger. In tegenstelling met de benaming 'Boerenkrijg' bleven de meeste boeren echter op hun hofstee en stuurden zij hun dagloners het avontuur in. Ook lukte het niet al te best om de dorpsmilities te mobiliseren.

De Boerenkrijg speelde zich vooral af in het Waasland, de Kempen, Limburg en Brabant. Daar slaagde men erin min of mee georganiseerde legertjes in het gelid te brengen, die evenwel toch genadeloos in de pan werden gehakt door het republikeinse leger, enkele geslaagde schermutselingen daargelaten. In West-Vlaanderen bleef de opstand beperkt tot een oproer van nagenoeg spontaan samengetroepte benden plattelandsbewoners.

Kortrijk-Stad deed niet mee, Kortrijk-Buiten in een zekere mate wel. Volgens Franse rapporten gold Walle als een haard van verzet. Op 27 oktober 1798 's nachts naderde een grote groep bewapende opstandelingen de Rijselsepoort met het voornemen het munititedepot van de stad in handen te krijgen. Ze werden weggejaagd door het Franse garnizoen. Er sneuvelde 1 'boerenkrijger'. 's Anderendaags daagden andere opstandige benden op aan de Brugse poort. Ze kwamen van Moorslede, Rumbeke, Dadizele en Gits. Ook zij werden op de vlucht gedreven. Achtervolgd door het Franse garnizoen en de gendarmerie botsten de opstandelingen in Ingelmunster op Franse legereenheden uit Brugge. Het resultaat was een slachting. 200 bleven op het slagveld.

markebeke2.JPG

Het was in die onheilssfeer dat zich het incident aan de Markebeke afspeelde. In Marke was er een schuttersfeest geweest op 28 oktober, op dezelfde dag dus van de 'slag van Ingelmunster'. Drie Markse schutters, ver boven hun theewater, haalden het in hun hoofd om die nacht nog eens af te zakken naar Kortrijk. In de Magdalenastraat losten zij zelfs enkele schoten in de lucht, de eerste nacht na de nachtelijke aanvalspoging van 27 oktober dus! Meer was niet nodig om de Franse militairen in alarmfase te brengen. Bij het zien van de troepenmacht die op hen afstormde, renden onze drie helden terug naar Marke, achtervolgd door ruiters. Aan de Markebeek verstopten zij zich onder de brug.

Al die herrie deed het volk van het gehucht Markebeke nieuwsgierig naar buiten komen. Zo ook drie mannen die werkten in de brouwerij die toen naast het legendarische café De Slabbaert (al lang verdwenen) werd uitgebaat. De Franse militairen dachten in die drie mannen - inderdaad Augustijn en Jan Vromant en Jan Carlier - de drie dolle schutters te herkennen. Augustijn en de twee Jannen vluchtten de herberg binnen, maar de soldaten beukten de deur in en schoten ze alledrie dood. Van enige bereidheid om voor god en vaderland hun leven te schenken en van heldenmoed was er bij deze drie onschuldige slachtoffers bijgevolg geen sprake.

de beek.JPG

Commentaren

Raoul De Paepe vertelt erbij dat een koeherder zich voor de Franse soldaten verschool in het hondenhok. Dat die soldaten 's anderendaags overal in het rond 'lamdronke' lagen (de brouwerij zal dar wel niet vreemd aan zijn) en er veel volk uit Kortrijk kwam kijken naar de lijken.

Gepost door: Filip D'Huyvetter | 05-11-12

De commentaren zijn gesloten.