28-10-12

Zondags Kortrijk (ansicht 53)

 Elke zondag een bijzonder prentje, een ansicht van Kortrijk.

Sint-Antoniusstraat.JPG

Het zondags prentje van vandaag heb ik gekozen ter ere van een herstel van een typisch Kortrijks straatgezicht.

Toontjesstraat

Twontjesstroate, de Sint-Antoniusstraat is een van die legendarische arbeidersbuurten van Kortrijk. Louis, het hoofdpersonage in 'Het Verdriet van België' van Hugo Claus, was erdoor gefascineerd: "Toontjesstraat waar het slecht volk woont dat leeft van de Openbare Onderstand en al dat geld verdrinkt [...] Louis keek vol afgunst naar de ravottende jongens met hun rauwe grotemensenstemmen, kolengruis in hun oren en wimpers, zij schopten op een bal van papier en touw, zij vloekten." - het verhaal speelt zich af kort voor en tijdens de Tweede Wereldoorlog.

De meeste huizen (gevelbreedte veelal tussen 3 en 3,5 meter, 1 verdieping en zadeldak) zijn gebouwd rond 1875. Dat er altijd veel bier werd gedronken, is niet verwonderlijk. Voor het drinkwater waren de meeste bewoners tot ver in de twintigste eeuw aangewezen op gemeenschappelijke waterpompen. En veel van de huisjes werden gebouwd in opdracht van brouwer Albert Vuylsteke. Zijn brouwerij in de Beheerstraat staat er nog, naast het Sint-Niklaasinstituut, en is gelukkig beschermd of ze had al lang plaatsgemaakt voor een uitbreiding van de school.

SA1.JPG

Volgens Egied Van Hoonacker in zijn 'Duizend Kortrijkse straten' waren er in 1898 niet minder dan 17 cafés op een totaal van 117 woningen. Slechts drie van de herbergen hadden een naam, waarvan een 'In de muizenval'. Die naam zal wel refereren aan het feit dat de volkse straat toen nog doodlopend was. Of het zou moeten zijn dat de naamgever cynisch de situatie beschreef van de vele arbeidersgezinnen die van het platteland naar de stad afzakten met de hoop op een beter leven, dat hen niet gegund was. Van al die cafés schiet er geen enkele meer over. Meer nog, het Petit Café van Bockor in de Zwevegemsestraat met uizicht over de Sint-Antoniusstraat is intussen ook al weer een paar jaar gesloopt na opkoping door de stad.

Overbouwde gangen

Typisch voor de straat waren een paar overbouwde gangen en een steegje aan de onpare kant. Die gangen gaven toegang tot drie cités met binnenkoer. Van de 35 beluikhuisjes schieten er nog welgeteld 9 over. Schilderachtig waren ze wel, maar de bewoonbaarheid was een andere kwestie. Aan de opruiming van al die krotwoningen heeft de onpare kant van Toontjesstraat zijn chaotische huisnummering te danken. De nummers 11 tot 19, 23 tot 41, en 97 tot 117 zijn verdwenen.

muizeval.JPG

In de straat zelf zijn onder andere ook de herbergen verdwenen met onderdoorgang naar een achterliggend pleinbeluik. Zo gaf de gang onder een kamer van het verbouwde pand nr. 21, café In de Muizenval (later De Preekstoel), toegang tot vijf huisjes met kot, toilet en gemeenschappelijke waterpomp (bouwjaar 1875, bouwheren Coucke en Sieleghem). Het beluikje is gesloopt in 1980. Een rustiek gevelsteentje geeft het gewezen café het uitzicht van een burgershuis en de gang ziet eruit als een gewone garagepoort. Achteraan zijn garageboxen gebouwd.

Middenste Citeetje

Aan de andere kant van het gewezen café was de breedte van een pand uitgespaard (4,28 meter) voor een steegje - niet overbouwd - leidend naar een tweede pleinbeluik, met 10 huisjes, elk met kot en toilet, en ook een collectieve waterpomp. Het werd het 'Middenste Citeetje' genoemd (bouwjaar 1875, bouwheer brouwer Albert Vuylsteke).

De huisjes gingen inmiddels eveneens voor de bijl, samen met de rijwoningen nrs. 43 en 45 in de Sint-Antoniusstraat zelf. Het beluik is vervangen door 20 garageboxen. En de stad richtte op de braakliggende perceeltjes in Toontjesstraat een provisoir parkje in, met 1 boom. In het voorjaar verkocht het stadsbestuur de 88 m² dan weer aan een belangstellende straatbewoner (kostprijs: 38.000 euro).

SA2.JPG

Erfdienstbaarheid

Het is de bedoeling van de aankoper om er opnieuw een, twee of drie woongelegenheden te bouwen. Met dat vooruitzicht polste hij het stadsbestuur of het eventueel de toestemming wou geven om het steegje te overbouwen. Het antwoord van het stadbestuur was enigszins verrassend. Om een of andere reden mag de bouwlustige straatbewoner daar maar een woning bouwen: "Twee afzonderlijke woningen zouden een te groot project uitmaken". Een wat eigenaardig argument, want op het aangekochte perceel stonden voorheen precies twee huisjes (met een gevelbreedte van zowat 3 meter). Hoe één project met hetzelfde volume als kleiner kan beschouwd worden dan twee projecten met elk de helft van dat volume, is mij niet geheel duidelijk. Nu is het wel zo dat de bouwheer eigenlijk een duplex voor ogen had, met een woongelegenheid op de benedenverdieping en een op de étage.

middelste.JPG

Op advies van de dienst Stadsplanning en -ontwikkeling stemt het stadsbestuur wel in met de overbouwing van het steegje. Maar onder andere voorwaarden dan de bouwer voorstelde. Hij wou een 'erfdienstbaarheid' (soort eeuwige toestemming na betaling) van overbouw en de aankoop van een strookje van 15 cm langs de gevel van de buur aan de overkant van het steegje (om de gemene muur te verstevigen). De stad doet een eenvoudiger aanbod: de verkoop van het hele steegje met een 'erfdienstbaarheid' van doorgang naar de achterliggende garages. En dat tegen de helft van de normale verkoopprijs omdat gelijkvloers niet mag gebouwd worden: 215,9 euro per m².

Vuylsteke

De stedelijke urbanisten juichen de geplande overbouw het het steegje toe. Zij vinden het een herstel van de straatwand. Zij gaan ervan uit dat het eertijds ook overbouwd was, maar dat klopt niet. Maar soit, je kan het beschouwen als een compensatie voor de verdwenen overbouw van de gang naar het derde pleinbeluik in de Sint-Antoniusstraat, de 'cité Vuylsteke', wat verderop in de straat. In 1876 wou het stadsbestuur de koer de naam geven van Cité Saint-Louis, maar dat heeft niet gepakt. In de volksmond is het bekend als Cité Vuylsteke, naar brouwer Albert Vuylsteke die er in 1875 de 20 arbeidershuisjes bouwde rond een binnenkoer met twee waterpompen.

Vuylsteke.JPG

De gekasseide gang naar Cité Vuylsteke liep onder de verdieping van café 'Rust der Werklieden', nr. 99. In de vroege jaren 80 is er korte tijd nog een lokaal geweest van Agalev, de voorloper van de partij Groen.

 

Cite V.JPG

Het kasseiwegje is er nog en er is een merkwaardige arduinen gedenksteen in verwerkt met het opschrift: "Renovatie Cité Vuylsteke 15/06/02 (doorstreept) 15/11/07". De eerste, doorstreepte datum verwijst naar de sloop van 11 van de 20 huisjes. De hele rij tegenaan de spoorweg moest plaatsmaken voor de aanleg van het Guldenspoorpad voor fietsers. De tweede datum herdenkt de renovatie van de overgebleven negen woningen. 

Sint-Antoniusstraat achterkant.JPG


Commentaren

De steen aan de ingang van Cité Vuylstek verwijst naar de datum die oorspronkelijk was vooropgesteld voor de heraanleg van Cité Vuylsteke. Na de afbraak - in functie van het fietspad- werd immers de belofte gemaakt dat Cité Vuylsteke in een nieuw kleedje zou worden gestopt. Na de sloop dreigde die belofte echter vergeten te worden. De steen die in de ingang ligt ingewerkt is dan ook een beetje bedoeld als stille getuige van de jaren dat we aan de mouw van het stadsbestuur hebben moeten trekken om alsnog tot renovatie over te gaan. De steen was al gemaakt met de vooropgestelde datum, die werd dan doorstreept en de effectieve datum eronder geplaatst.(Het huidige ontwerp van het beluik werd trouwens getekend door een bewoner)

Gepost door: dennis | 20-11-12

De commentaren zijn gesloten.