17-10-12

Kortrijk is een lege doos, zegt een studie die pleit voor het doorbreken van de continuïteit van beleid

Grote Markt.JPG

Van de zomer heeft het Oostendse studiebureau MOP Urban Design - architecture and engineering samen met het West-Vlaams Economisch Studiebureau een onderzoek gedaan naar de commerciële problemen in het hart van Kortrijk. De bevindingen stellen het beleid zoals het tot nu toe is gevoerd fundamenteel in vraag. Zo zien de onderzoekers de binnenstad als 'een lege doos' na het vertrek van de ene grote centrumfunctie na de andere naar Hoog Kortrijk. Er zijn tussen het nieuwe winkelcentrum K in Kortrijk en het overige winkelgebied in Kortrijk veel te weinig verbindingen. De Grote Markt is verkeerd aangelegd en staat vol obstakels, muurtjes en parkeerplaatsen die de bezoekers hinderen. Het stadscentrum is onderbevolkt. Er is geen verwevenheid tussen de (openbare) dienstverlening, de winkels en de horeca. Ieder zit op zijn eiland. In Gent, Leuven en Rijsel heeft men het beter aangepakt. Enzovoort.

De studie is besteld door NV Pandenfonds, opgericht in de marge van K in Kortrijk door de investeerders van Foruminvest en de stad (en het stadsontwikkelingsbedrijf SOK). Het is het WES zelf die ze vandaag heeft bekendgemaakt door publicatie van een bespreking in het tijdschrift 'West-Vlaanderen Werkt'.

Bevolking

Het rapport van MOP en WES zoekt in feite naar de diepere oorzaken van de vaststelling dat met de komst van het winkelcentrum 'K in Kortrijk' de commerciële leegstand in het hart van de stad verergerd is in plaats van verbeterd. De bevindingen zijn opmerkelijk.

De detailhandel sluit zeer nauw samen met de evolutie van de bevolking, stelt MOP. In 2009 telde het stadscentrum (het gebied binnen de stadsring) 8020 bewoners. Vergelijk dat met de 64.771 binnen de Gentse boulevards en de 27.476 in de binnenstad van Leuven. En dan heeft men nog geen rekening gehouden met de meer dan 30.000 studenten die in het academiejaar de bevolking van beide universiteitssteden komen versterken. In Kortrijk zijn dat er maar de helft en die zijn dan meestal nog op kot buiten het stadscentrum. Wat ook in het nadeel van Kortrijk speelt, is dat de stadsring zo dicht het centrum omspant. De centra van Gent en Leuven zijn veel uitgestrekter.

Stedelijke diensten

In Kortrijk is het centrum verworden tot "een lege doos". Dat komt doordat heel wat stedelijke voorzieningen (hogescholen, Xpo, Kinepolis, AZ Groeninge en andere) naar de rand van de stad zijn uitgeweken. Nochtans zijn stedelijke voorzieningen onontbeerlijk voor het stadsleven. In Gent zien we de tegenovergestelde beweging. Daar wordt het stadscentrum versterkt met grote publiekstrekkers (bibliotheek op de Waalse Krook, creatief bedrijvencentrum in de garages Mahy, universiteitsgebouwen in de Sint-Pietersnieuwstraat enzovoort). In Rijsel zien we hetzelfde dicht bij Vieux Lille. In Leuven is een nieuw Provinciegebouw opgetrokken dicht bij het handelscentrum en liggen de universitaire afdelingen verspreid over de binnenstad.

In Kortrijk zijn de publiekaantrekkende functies uit de stad gedreven naar Hoog Kortrijk, "op een te grote afstand van het stadscentrum om een kruisbestuiving te creëren". Daarenboven is Hoog Kortrijk sterk op de auto als transportmiddel gericht, merkt de studie fijntjes op. Gelukkig gaat de inplanting van 'K in Kortrijk' in het hart van de stad daar tegenin. En het rapport stelt de vraag of het stadscentrum nog over voldoende densiteit beschikt om de overblijvende functies krachtig met elkaar te verbinden.

Leegstand

Voorts constateert men dat in tegenstelling met Gent en Leuven de winkels in Kortrijk niet verweven zijn met dienstverlenende activiteiten en horeca. In het winkelwandelgebied vind je bijna uitsluitend winkels; in de richting van het station en het Schouwburgplein is er dan weer een concentratie van dienstverlening.

In het Kortrijkse stadscentrum staan 97 winkelpanden leeg; dat is 15% van het totale aantal. In Leuven en Gent bedraagt de leegstand in het (veel grotere) kernwinkelgebied respectievelijk 5 en 6%. Vooral in de schaduw van 'K in Kortrijk' is de leegstand dramatisch: 66,7% in de Grijze Zusterstraat, 29% in de Wijngaardstraat, 26,1% op het Overbekeplein, 25% op de Grote Kring, 22,8% in de Doorniksestraat, 15,6% in de OLVrouwestraat, 15% in de Voorstraat. Het aantal bezoekers per week is ook beduidend lager dan in Gent of Leuven.

Speerpunten

De onderzoekers zijn dan de toestand met eigen ogen komen bekijken en ze hebben ook een aantal gesprekken gehad met 'bevoorrechte getuigen'. Het resultaat is een sterkte/zwakte-analyse. Opvallend is dat ook bij de sterke punten heel wat zwakheden worden vermeld. Zo vindt men het goed dat het stadsbestuur het vertrek van jonge tweeverdieners uit de stad wil tegengaan. Maar er zijn weinig of geen studentencampussen en -residenties in het stadscentrum: "Hierdoor ontbreekt de aanwezigheid van studenten en verkleint de kans dat zij na hun schoolcarrière in het centrum blijven vertoeven".

Ook noemt de studie het een sterk punt dat Kortrijk 'inzet' - toch wel een modewoord geworden! - op: "winkelen, studeren, toerisme, economie, cultuur, verzorging, design en creatie", maar, voegen de auteurs eraan toe: "wat is het speerpunt?". De reeds veel gehoorde kritiek dus dat men alles wil promoveren zonder echte keuzes te maken, waardoor er niets echt uit de verf komt. Ook wat de stadsvernieuwing betreft, waarschuwt de studie ervoor om niet te veel tegelijk aan te pakken. Dat leidt tot ontwrichting. En de sterkte dat Kortrijk het industriële hart is van West-Vlaanderen wordt meteen gerelativeerd door erop te wijzen dat "jammer genoeg de activiteiten zich afspelen buiten het centrum".

Zwakten

Het lijstje met de zwakten is beduidend langer. Ik pik er enkele uit. Zo zijn er weinig publiekstrekkers in de onmiddellijke omgeving van 'K in Kortrijk'. Meer zelfs, de komst van K heeft de aantrekkingskracht van aloude sterke winkelstraten als de Steenpoort verminderd en secundaire locaties zoals de Grijze Zusterstraat in de schaduw gezet. Eigenlijk was de hoop dat het omgekeerde zich zou voordoen.

Wie K verlaat, wordt niet automatisch naar de rest van het commerciële hart van de stad gezogen. De studie heeft het over "slechte leesbaarheid, morfologisch niet verbonden met de rest van Kortrijk, een parkeerkelder die slechts uitgeeft op de binnenkant van het winkelcentrum. Op de vele pleintjes en steegachtige verbindingsstraatjes tussen de Markt en K staan veel te veel obstakels in de weg (stroomkasten, loshangende kabels, enzovoort).

Zoals al gezegd, heeft het Kortrijkse stadscentrum veel minder kantoren in vergelijking met bijvoorbeeld Gent, Leuven, Mechelen en zelfs Roeselare (!):  "Er is voornamelijk een ontwikkeling naar het zuiden van de stad toe. Er is een gebrek aan stedelijke densiteit". Met andere woorden, het Kortrijkse stadscentrum wordt stilaan een dorpskern (mijn appreciatie). Er is trouwens in die stadskern ook een relatief laag bevolkingsaantal en -dichtheid.

Een opmerkelijke uitspraak is voorts: "Kortrijk als toeristische stad mist een reason to stay (zwakke toeristische identiteit). Wat mij het dan weer toch zo jammer doet vinden dat het zittende stadsbestuur de grondige herwaardering van de historische Leieboorden (Broel- en Verzetskaai) heeft laten liggen, hoewel de plannen al zes jaar klaar zijn.

Ook constateert de studie dat het aantal weekbezoeken en de penetratiegraad relatief laag liggen. Opmerkelijk bijvoorbeeld is dat het als doods bekend staande Overbekeplein momenteel meer passanten heeft dan de Wijngaardstraat vlak naast 'K in Kortrijk'! Door de komst van K ligt de Wijngaardstraat volledig buiten het shoppingcircuit. Voor de onderzoekers is dat zelfs een lichtpuntje: wat het Overbekeplein betreft zien zij er reële ontwikkelingskansen om er een levendige verbinding van te maken tussen de winkelstraten en het historische centrum van de stad.

Bibliotheek op de Grote Markt

De studie geeft ten slotte ook een aantal suggesties om de commerciële situatie in het hart van de stad te verbeteren. Bepaalde suggesties zijn opmerkelijk en sturen aan op een breuk met het tot nu gevoerde beleid. Zo willen de onderzoekers de parkings op zowel de Grote Markt als rond het Begijnhofpark (Boerenhol, achterkant Begijnhof, Sint-Vincentius) weg. Die parkings storen "een duidelijk leesbare en alternatieve wandeling" van de Broeltorens naar de winkelstraten en K, over het Vandaleplein, het Overbekeplein en het Begijnhofpark.

Het noodlijdende winkelcentrum op het Overbekeplein moet opgefrist worden en zijn gebreken, te wijten aan de bouwstijl van de jaren zeventig (ordeloos, donker, een achterkant die eruit ziet als een achtergevel enzovoort) moeten weggewerkt worden. De studie ziet het niet zitten om van het plein een uitsluitende woonlocatie te maken maar ziet wel enig heil in een bestemmingsaanpassing als horecaplein. Ook wellness-activiteiten zouden er heel welkom zijn.

De auteurs van de studie raden het ten zeerste af om de geplande nieuwe bibliotheek te bouwen op het Conservatoriumplein - daar is nochtans al een internationale architectuurwedstrijd voor gehouden. Liever zien zij die bibliotheek op de Grote Markt zelf of in de omgeving van het Begijnhofpark (site Sint-Vincentius?). Op de hoek van de Langesteenstraat en de Grijzezusterstraat zouden zij in het leegstaande pand graag een satelietkantoor zien komen van de dienst Toerisme.

Sint-Vincentius

Veel verwachten de onderzoekers van de stadsontwikkeling op de huidige site van het rusthuis Sint-Vincentius. Maar zeker op de begane grond zouden zij na het vertrek van het rusthuis naar de Houtmarkt (ex-Sint-Niklaaskliniek) commerciële en dienstverlenende functies willen. Op die manier zou er naast 'K in Kortrijk' en de Grote Markt een derde aantrekkingspool kunnen komen die het hele stadscentrum een boost kan geven.

De Zwevegemsestraat ten slotte zou de studie graag ontwikkeld zien als een "volwaardige exotische straat". Ook de Veemarkt zou daarvan profiteren. Dat veronderstelt ook een krachtig veiligheidsbeleid op dat deel van de binnenstad.

Commentaren

deze studie heeft het volledig bij het juiste eind, veel te veel zit weg uit het centrum (hoger onderwijs, wonen, werken) waardoor Kortrijk vaak heel doods overkomt, zeker 's avonds, maar wat kan het komende stadsbestuur daar aan doen... Stimuleren dat scholen, woningen en kantoren en dergelijke zich (terug) in het centrum vestigen? Meer dan een ambitieus uitgangspunt, maar ik steun het maar al te graag!

Gepost door: Bernard | 17-10-12

De zwevegemstraat was nochtans levend,niet?Maar niet naar de zin van de burgerij!Wat wil de burgermeersters?Een levende centrum van de commerce zodat dat er geen schoenenwinkel zijn in andere stadsdelen,laat staan een cafétje?Nee,nee, alles en allen naar dat centrum en beetje zeerder!

Gepost door: Flor | 17-10-12

De laatste 40 jaar maakte Kortrijk een aantal ingrijpende veranderingen mee. Die hebben geleid tot wat hierboven beschreven staat.

1) Uit angst dat het stadscentrum zou overspoeld worden door "lastige" studenten werd in de jaren '60 gekozen voor een campuswijk in de velden. Daarrond ontwikkelde zich een hele werkstad.

2) In 1973 ging het Ring Shopping Center open. Kortrijk replikeerde met een net van autovrije straten. Om dat net mogelijk te maken werd de binnenring rond gemaakt dmv de Romeinse Laan. Die verkleinde het centrum als het ware nog verder.

3) De plannen voor de rechttrekking van de Leie waren -terecht- onaanvaardbaar voor het toenmalige stadsbestuur. Wat nu een prachtige boulevard is, was gedurende de 30 jaar ervoor een uitkankerende structuur. Op dit ogenblik ontbreekt echter nog steeds een ophaalbrug en een voetgangersverbinding.

4) Begin 2010 opende K zijn deuren. Dit zuigt weliswaar mensen aan, maar het werkt als een zwart gat. Er gaat meer in dan er uit komt. Bovendien werd het verkeersplan van de stad nogmaals aangepast, wat dit effect nog versterkt.


Ik onderschrijf ook nogmaals - ik deed dat reeds voor de aanvang van de bouw van K in een open brief aan de burgemeester - dat de stad door een te snel vernieuwen van grote delen zijn verankering met het verleden verliest en daardoor onherkenbaar wordt voor zijn eigen bewoners. Ik wees toen ook dat de ondergeschiktheid van het beleid aan K zou leiden tot een "etnische zuivering" van de Zwevegemstraat. De aangekondigde onteigening van de panden is alleszins een stap in die richting.

Mag ik u er ook op wijzen dat u, door het aangaan van de nieuwe coalitie, ook in zee gaat met de persoon die de afgelopen zes jaar verantwoordelijk was voor stedenbouw, ruimtelijke ordening, monumenten en landschappen, en woonbeleid. Lees dat het samengaan van deze vier domeinen in één portefeuille aan de bevoegde schepen een ongebreidelde macht geeft, waardoor het moeilijk wordt om het beleid tijdig bij te sturen.

Stedenbouw en monumentenzorg: zo kan naar willekeur een patrimonium als waardevol of niet worden bestempeld. Als er de voorbije zes jaar al niet veel verloren is gegaan, er is toch één en ander bedreigd: Ciné Palace, Villa Steverlynck, het Magdalenabad, het bad aan de Abdijkaai. Soms wordt het ook andersom gespeeld, denk aan het vrij onbenullige maar aartsingewikkelde dossier Wikingerhof.

Ruimtelijke ordening en woonbeleid: is de onteigening van de Zwevegemstraat daar geen uitvloeisel van?

Gepost door: Michiel | 18-10-12

Is de Jan Persijnstraat, op amper 100 meter van de Grote Markt en aanvankelijk bedoeld als winkel-wandelstraat niet vergeten in dit artikel? Is voor de helft onbewoond gebied geworden door een 'strategische zet van Bealieu, die zich nu teruggetrokken heeft uit zijn eigen groteske plannen)en voor de andere helft bestaat het uit anonieme appartementsblokken. Er is welgeteld nog één winkel, een tattoo-shop.En een prachtpand als de Modest(bistro-bar) en de Kreun staan al twee tot vijf jaar leeg te verkommeren...

Gepost door: Marc | 18-10-12

inderdaad, klopt niet dat 1 en dezelfde persoon de bevoegdheid (macht) heeft over zowel stedenbouw als monumentenzorg en erfgoed... Marc, kan er niet geijverd worden om dit als aparte bevoegdheden onder verschillende schepenen te organiseren?

Gepost door: Katrien | 18-10-12

De commentaren zijn gesloten.