10-10-12

Cecile Delrue: "Phyllis (Roosen), 't zit in onze venen" - een dubbelinterview

Cecile en Phyllis.JPG

Phyllis Roosen staat tweede op de sp.a-lijst voor de gemeenteraad van Kortrijk. Op die belangrijke strijdpost belichaamt zij de continuïteit in de socialistische beweging en de band tussen partij en de socialistische vakbond ABVV. Zij loopt dan ook in de sporen van een familie die zich, onafgebroken van de pionierstijd tot nu, inzette voor de arbeidersbeweging. Cecile Delrue (89) ging Phyllis vooraf. Zelf dochter van een rode passionaria wijdde zij haar lange actieve loopbaan vooral aan organiseren, mobiliseren, en blijven organiseren. Daarbij was het altijd haar bedoeling om vooral vrouwen aan te zetten hun positie op te eisen in de politieke wereld. Phyllis is familie van Cecile. "Als ik Cecile ga bezoeken, dan geraak ik daar nooit in een uurtje buiten. Vertellen dat ze kan! Maar wat wil je, na zo een bewogen leven. Ik steek er iedere keer weer wat van op." zegt Phyllis. Voor een keer mocht ik erbij zijn. Hierbij het verslag.

Het zou al heel erg moeten tegenvallen, Phyllis als je op de tweede plaats op de sp.a-lijst bij de Kortrijkse gemeenteraadsverkiezing niet zou verkozen zijn op 14 oktober. Dat is dan voor de eerste keer, als 54-jarige. Ook jij, Cecile, bent pas op 48-jarige leeftijd in de gemeenteraad van Kortrijk geraakt (1971-1989). Dat is opvallend gelijklopend.

Cecile Delrue: Och, in mijn geval heb ik wat geduld moeten hebben tot mijn moeder, Marie Desmet, het politieke toneel in Kortrijk had verlaten. Mijn moeder zetelde in de gemeenteraad van 1932 tot 1965. Toen gaf zij haar mandaat in de gemeenteraad op voor haar neef Andreas (André) Roosen, maar zij bleef tot 1971 een zetel bezetten in de raad van de Commissie voor Openbare Onderstand (nu OCMW). Pas na haar vertrek kon ik, ondanks mijn stevig aantal voorkeurstemmen, mijn plaats innemen in de gemeenteraad. Tja, als je in een politiek nest geboren bent, nietwaar.

Maar je hebt de gemeenteraad niet nodig om aan politiek te doen! Mijn moeder troonde mij al mee op manifestaties van de socialistische beweging als ik nog in haar buik zat. Phyllis, het socialisme zit in onze venen, in de vrouwelijke lijn dan nog. De aangetrouwden kwamen veelal van andere strekkingen, maar dank zij de vrouwen belandden zij in het rode kamp.

Cecile zei wel degelijk 'venen' en niet 'genen'. Venen is een ander woord voor aders. 'Het zit in onze aders' - uit de tijd dat men dacht dat de erfelijke kenmerken met de samenstelling van het bloed hadden te maken - betekent dus : het is een familietrek. En ja, 'het zit in onze genen' betekent juist hetzelfde. (Marc)

Cecile Delrue: Mijn moeder, Marie Desmet, was de dochter van Gustave Desmet, wever en een van de pioniers van de socialistische beweging in Kortrijk. Zijn vrouw hield in de Slachthuisstraat het café De Maenevlieger open. Dat was om de touwtjes aan elkaar te kunnen knopen iedere 'quinzaine' - 't werkvolk wierd dan nog halfmaandelijks betaald, àls ze werk hadden. In dat milieu werd Marie Desmet zo mogelijk nog militanter dan haar vader. Gehuwd met Alfons Delrue, waren zij een tijdlang conciërge van het gebouwencomplex van de socialistische coöperatieve Volksrecht in de al genoemde Slachthuisstraat. Mijn moeder speelde ook mee in de toneelmaatschappij Kunst Veredelt, zelfs toen ze zwanger was van mij. En zo kan ik zeggen dat ik als ongeboren kind reeds op de planken stond.

Cecile kan er niet over zwijgen, over haar jeugdherinneringen. De anecdotes borrelen als vanzelf naar boven. Zoals de vooroorlogse kindervakanties in de kolonie in het home van Liège Rouge in Koksijde - toen was er onder socialisten nog een hechte solidariteit zonder onderscheid van taalgemeenschap. Voor de meeste arbeiderskinderen was dat hun eerste contact met de zee. Als ze terug in het station van Kortrijk aankwamen, werden ze met de harmonie Het Volksrecht afgehaald en in stoet naar het Feestpaleis in de Slachthuisstraat begeleid. Een zeer effectieve methode om hen van jongs af aan te behoeden voor de slaafse mentaliteit die anderen hen wilden opleggen. De socialistische burcht in de Slachthuisstraat is platgebombardeerd op het einde van de Tweede Wereldoorlog. Nu is daar de meubelzaak Ballegeer.

En na de oorlog, vertelt Cecile glimlachend, gingen wij als jonge twintigers met rode leeftijdsgenoten in de zomervakantie kamperen aan de 'sousterrains' (de Vaarttunnel) in Moen, met de steekkar, in tenten, met strozakken als veldmatrassen. Zelf organiseerde zij jarenlang jongerenvakanties in Joegoslavië; ooit met 147 deelnemers. "Wij gaven ze logies in kampen van het Rode Kruis; er hoefde geen al te grote luxe te zijn: vriendschap, zon en interessante activiteiten waren voldoende. Voor mij was dat een manier om de besten uit de groep te ontdekken, en die probeerde ik dan te recruteren als monitor in de komende jaren. En dikwijls waren het die goede elementen die dan ook actief werden in de socialistische beweging. Ik denk daar met veel plezier aan terug". (Marc)

Phyllis Roosen: De heldhaftige tijden van de pioniers heb ik natuurlijk moeten missen maar niettemin ben ook ik opgegroeid in een politiek, socialistisch milieu. Mijn vader Paul Roosen was een neef van Cecile. Hij was ook de broer van genoemde André, die in de gemeenteraad zat - begrotingsspecialist. Daardoor was ook voor mijn vader de weg versperd naar het stadhuis. Na het vroege overlijden van zijn broer werd mijn vader wel degelijk verkozen maar hij heeft toen zijn mandaat niet opgenomen. Hij was immers als vakbondssecretaris (Algemene Centrale ABVV) rechter aan de Arbeidsrechtbank en beide opdrachten waren niet verenigbaar.

Op die manier kwam toenmalig Bissegemnaar Johnny Verhulst in de gemeenteraad. En toen die ontslag nam wegens verhuis naar buiten Kortrijk, kwam ik als zoveelste opvolger in de gemeenteraad in 1987. (Marc)

Phyllis Roosen: Dat belette niet dat mijn vader, zoals zijn broer, niet alleen in de vakbond maar ook in de partij superactief was. En zodra ik kon lopen, werd ik meegenomen naar allerhande activiteiten van de beweging. Ik mag zeggen dat ook ik van kleinsaf in een socialistisch milieu doorbracht, van bij de Rode Valken, de jeugdbeweging die we toen nog hadden, tot nu. Ik zocht en vond werk in de vakbond, waarin ik verschillende opdrachten vervulde; thans ben ik consulente bij de Algemene Centrale van het ABVV.

Na mijn huwelijk, met Frank D'Hondt, sinds enige tijd voorzitter van het vrijzinnig ontmoetingscentrum Mozaïek, heb ik mij bewust wat op de achtergrond gehouden. Mijn werk, gezin en kind gingen voor. Maar zes jaar geleden kon ik toch niet aan de drang weerstaan en stemde ik erin toe op de sp.a-lijst te gaan staan. Ik werd niet rechtstreeks verkozen - dat had ik ook niet durven verwachten. Maar ik scoorde toch redelijk en na enkele opvolgingen bleek ik zowel voor de gemeenteraad al het OCMW de volgende opvolger te zijn. Ik ben toen niet bij de pakken blijven zitten en ik heb mij volop geëngageerd in de partijwerking. Zo werd ik ondervoorzitter van de afdeling Kortrijk. En ik mocht de partij vertegenwoordigen in enkele instanties zoals het PWA (Plaatselijk Werkgelegenheidsagentschap), Sport Plus en Toerisme Kortrijk.

De hechte band tussen de plaatselijke sp.a en de vakbond werd tot nu duidelijk gemaakt door de kandidatuur van de bekende vakbondsleider Eddy Van Lancker. Nu hij teveel aan zijn hoofd heeft in de nationale vakbondstop, moest Eddy afhaken. De partij ging op zoek naar een vervanger en zo kwam men bij mij terecht. Ik heb die uitdaging met plezier aanvaard.

1931.JPGEen feestzitting van de SVV in 1931. Het tweede kleinste meisje in het midden vooraan - dat met het hoedje en het bleke kraagje - is de toen achtjarige Cecile Delrue. De foto is genomen op de binnenplaats van het socialistische gebouwencomplex in de Slachthuisstraat. Rechts is de achtermuur van de socialistische apotheek, die onlangs is verhuisd naar de Zwevegemsestraat. Het is het enige gebouw dat de bombardementen van maart 1944 heeft doorstaan.

Cecile, je komt uit een tijd waar het als vrouw niet evident was om aan politiek te doen. Weinigen weten dat in ons land het vrouwenstemrecht pas in 1948 is ingevoerd voor 's lands bestuur (voor de gemeenteraden was het al in 1921, terzelfdertijd met dat van de mannen. Phyllis ondervindt jij als hedendaagse vrouw nog een weerstand om je politiek uit te leven?

Cecile Delrue: Weet waaraan je begint, Phyllis, de politiek is een harde wereld. Wat je niet moet beletten om hard tegen hard je vrouw te staan! Ik heb mij eigenlijk mijn hele actieve leven ingezet om meer vrouwen in de politiek te lanceren.

Cecile, die nochtans was opgevoed in het beschermde milieu van de socialistische beweging, ondervond reeds als scholier wat de politiek met een mens kan doen. Door haar ouders werd ze naar de niet-katholieke Ecole Laïque pour jeunes filles (in Lustsstraatje, de Potterijstraat waar de brouwerij Lust was gevestigd, verdwenen door de aanleg van de Romeinselaan) gestuurd waar ze in de 'cours supérieurs' in 1932 de 'Prix Français' in de wacht sleepte. Nadien verhuisde zij als scholier naar de meisjesschool van het Atheneum in de Felix de Bethunelaan. Ze was daar juist afgestudeerd, binst de oorlog, toen de hele klas werd opgepakt door de Duitsers voor verzetsdaden.

Cecile liep intussen cursussen in de Arbeidershogeschool in Brussel. Ze kreeg er les van kleppers zoals Louis Major en Frans Detiège. Voor haar stage als sociaal assistent probeerde zij een plaats te bekomen in de COO (nu OCMW) van Kortrijk maar men wees haar daar af met als officiële reden dat zij te jong was. Het zullen wel politieke redenen zijn die hebben gespeeld. Zij heeft dan maar stage gelopen in het preventorium voor kinderen Tribeaumont in Ukkel.

Perfect tweetalig is Cecile door haar schoolcarrière wel geworden. En laat ons zeggen: drietalig. Zij spreekt immers naast het algemeen Nederlands en het Frans ook nog het authentieke Kortrijks zoals je dat niet veel meer kunt horen. Waar wij bijvoorbeeld 'famielie' zeggen zoals in het VTM-feuilleton, zegt zij 'famillie' of 'femillie', met een doffe 'i' in het midden.

De Arbeidershogeschool in Brussel was tijdens de oorlog een haard van verzet. Voor de Kortrijkse kameraden kreeg Cecile op een dag een pak pamfletten mee. Zij stapte daarmee naar Ernest Maes, senator. Maar die leerde haar ter plekke de regels van de clandestiniteit: ze werd wandelen gestuurd en moest maar zien terug te keren als 't donker was...

cecile en phyllis001.jpg

Cecile Delrue in het schooljaar 1937-1938 in de Ecole Laïque pour Jeunes Filles, Voorstraat 38. Cecile zit links vooraan.

Cecile Delrue: Zoals je weet, lag mijn hoofdbezigheid in de socialistische beweging bij de SVV (Socialistische Vooruitziende Vrouwen, nu VIVA). Ik liep daar in de voetsporen van mijn militante moeder, die dertig jaar lang provinciaal voorzitster was van SVV. Als beginnend propagandiste heb ik er veel geleerd van de legendarische Sirène Blieck van Menen. Hoewel SVV een tak was van de mutualistische beweging heeft Sirène Blieck mij altijd ingestampt dat SVV de ambitie moest hebben van een politieke organisatie van vrouwen. Ik heb dat mijn hele loopbaan toegepast.

Zo ben ik op een federaal partijcongres nog de tribune opgegaan om mij heftig te verzetten tegen een maatregel die de mannen wilden invoeren. De vrouwen gingen toen nog aan zestig jaar op pensioen (de mannen aan 65). Dat wilden de heren-kameraden ook toepassen voor politieke mandaten in de partij. Zij gingen mogen blijven tot 65 terwijl de vrouwen al op 60 gingen moeten afzwaaien. Ik heb het toen gehaald in de stemming over dat onnozele voorstel!

In de werking van SVV nam ik initiatieven zoals de organisatie van studiedagen waarin talrijke vrouwen zich in werkgroepen bogen over actuele thema's als geboortebeperking, abortus en dergelijke. Ook daar lette ik weer op wie opviel in de groepen en die probeerde ik dan te recruteren voor de politiek. In de aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen van 1982 toerde ik zelfs rond met een vrouwelijk gezelschap met een zelf geschreven toneelstuk. We toonden het publiek hoe moeilijk vrouwen het soms hadden om zich maatschappelijk te engageren, in tegenstelling tot de mannen.

Hierbij moet ikzelf wat grijnzen. In dat theaterstuk was er natuurlijk een man nodig om duidelijk te maken hoe weinig begripvol mannen soms reageren als hun vrouw of vriendin zich op het politieke pad wil begeven. Welnu, in verschillende optredens was ik die man. Dikwijls was het wel een beetje genant omdat bepaalde vrouwen ervan uitgingen dat ik echt zo was, wat ik nog altijd ontken tot het tegenbewijs is geleverd! (Marc)

Phyllis Roosen: Jamaar, zelfs zonder tegenstand van de mannen, hadden de vrouwen een jaar of vijftien geleden zeg maar ook gewoon geen tijd om zich in het politieke bedrijf te storten! Gelukkig is de rolverdeling in de hedendaagse gezinnen flink veranderd of zou dat niet? Indertijd lag het niet voor de hand dat de man zou babysitten terwijl de vrouw naar een avondlijke vergadering trok. En zelfs al gebeurde dat, dan waren het toch vooral de mannen die na de vergadering aan de toog konden blijven napraten, terwijl veel vrouwen zich met enig schuldgevoel huiswaarts spoedden. Ik zie toch dat dit nu al heel wat veranderd is. 

In die zin ben ik voorstander van de regel dat de helft van de kandidatenlijsten voor de verkiezingen uit vrouwen moet bestaan. Een consequente 'rits' (man/vrouw/man/vrouw) zou nog beter zijn. Misschien is dat wat geforceerd maar we moeten de vastgeroeste patronen toch eens voorgoed doorbreken! Anders zaten we nog te wachten op een meer evenredige participatie van vrouwen. Wat niet belet, dat ik veel respect heb voor vrouwen die zich engageren. Ik vrees dat zij er nog altijd wat meer moeten voor opofferen dan de mannen.

Cecile Delrue: Ik ben zelf niet zo een grote voorstander van de 'rits'-lijsten. Het is de bekwaamheid die moet primeren en ik ben ervan overtuigd dat er evenveel bekwame vrouwen zijn als mannen. Alleen moeten die vrouwen hun kop durven uitsteken. 

Maar tja, als ik mijn eigen leven overschouw, heb ik toch veel opgeofferd voor de beweging. Ik zat eens op een vormingsdag van SVV-secretaresses en als ik rondkeek, moest ik vaststellen dat ze nagenoeg allemaal gescheiden waren of niet getrouwd. Een normale menage onderhouden, dat ging niet. Als vrouw moest je kiezen: je gezin of je werk en de politiek. Het is niet prettig voor de partner en de kinderen als mensen om negen uur 's avonds nog komen aanbellen met een probleem. Bij mij was dat schering en inslag. Ik geef grif toe dat mijn zoon eigenlijk een 'sleutelkind' was. Als 't ie thuiskwam van school, moest hij zijn plan trekken.

Voorts heb ik ook veel jaloezie meegemaakt van mannen, die mij mijn carrière niet gunden. En dan heb ik het maar geschopt tot gemeenteraadslid. Mijn moeder is provincieraadslid geworden en zelfs even senator, en zij had nog meer afgunst te verduren van bepaalde mannen.

Phyllis Roosen: Ik heb toch de indruk dat het nu al veel verbeterd is. Er is natuurlijk de concurrentie onder politici maar of er nog veel verschil is tussen mannen en vrouwen, denk ik niet. Ook is het werk in de doorsnee huishoudens veel beter verdeeld en bovendien zijn er doorgaans toch minder kinderen dan vroeger per gezin.

Ik ben ervan overtuigd dat de jonge vrouwen vandaag de dag meer kansen hebben. Ik hoop dat ze die grijpen.

Cecile, je haalde indertijd heel wat voorkeurstemmen, ondanks de socialistische gewoonte om op de kop te stemmen (uitsluitend lijststem). Welke raad kun je Phyllis geven in haar campagne?

Cecile Delrue: Tja, waar haalde ik mijn voorkeurstemmen? In mijn tijd was het dienstbetoon natuurlijk nog veel verregaander dan vandaag. Ik kon nogal wat zaken regelen met de meerderheid. In veel gevallen zijn de mensen die je geholpen hebt, je dankbaar. Ik moet hier toch een anekdote vertellen. Bij de overgang van het burgemeesterschap van Jozef Dejaegere op Emmanuel de Bethune, werd ik ondervraagd door journalist Gerit Luts van Het Nieuwsblad. Ik verklaarde hem eerlijk: "Als ik iets aan Dejaegere vroeg - dienstbetoon dus -, dan verkreeg ik dat meestal. Zal dat ook waar zijn met de Bethune?". De man had mij evenwel verkeerd begrepen en schreef dat ik de Bethune "niets waard" vond. Vervelend!

Voor het overige kan ik Phyllis alleen aanraden om zoveel mogelijk mensen persoonlijk aan te spreken. En je werk goed doen als je daarin veel in contact komt met mensen, helpt natuurlijk ook. Je moet gewoon je gezond verstand gebruiken en geen kansen laten liggen.

Phyllis Roosen: Dat doe ik al hoor. Er gaat niets boven persoonlijk contact.

Cecile Delrue: Loop je dan ook de cafés af?

Phyllis Roosen: Ik ga niet zeggen dat ik nooit buitenkom. Frank en ik zijn bijvoorbeeld heel actief en aanwezig in het vrijzinnig ontmoetingscentrum Mozaïek. Maar hoeveel mensen vind je eigenlijk op café? Ik stel mij soms vragen hoeveel het opbrengt als je alle evenementen afschuimt in de verkiezingscampagne. Als je ergens naartoe trekt waar ze je niet kennen, heeft dat niet veel zin, denk ik. Populariteit en bekendheid moet je opbouwen in de zes jaar die aan de verkiezing voorafgaan.

Cecile, hoewel je er laat aan begonnen bent, ben je toch 18 jaar lid geweest van de gemeenteraad. Wat is jouw goede raad aan een nieuwkomer zoals Phyllis?

Cecile Delrue: Vooral niet benauwd zijn van de micro, Phyllis! Je moet niet aggressief zijn maar toch zoveel mogelijk je gedacht zeggen. En probeer hetgeen je te zeggen hebt, zo origineel mogelijk uit te drukken. Zo kreeg ik eens een debat op gang met de uitspraak: "Mijnheer de burgemeester, ik heb de indruk dat u uw begroting hebt geschreven met een 'fersette' (fourchette, vork)". Ik had namelijk vastgesteld dat de toelagen voor inititiatieven van gezinshulp plots fel waren gestegen voor bepaalde katholieke organisaties.

Hou ook zoveel mogelijk contact met de bevolking. Zo ondersteunde ik in de gemeenteraad een petitie van de bewoners van de Elfde Julilaan tegen de vestiging van een mortuarium in hun dichtbevolkte straat. Ik kreeg gelijk van toenmalig burgemeester Jozef Dejaegere, CVP. Dat was ook omdat ik mij als oppositielid redelijk bleef gedragen; als 't goed was, moest je dat ook al eens durven toegeven.

En ten slotte, laat je niet van de kaart brengen als het er al eens 'schurftig' aan toe gaat. Bij een andere begrotingsbespreking was er een liberaal voorstel om de geboortepremie te laten stijgen naarmate er meer kinderen in een gezin waren. Christiane Kerckhof, PVV, vroeg begrip voor haar eigen gezinslast "met al haar jongens". Ik replikeerde dat niemand verplicht was er zoveel te kopen. Waarop Karel Debaillie, ook PVV, sneerde dat ik gemakkelijk spreken had omdat ik maar een hond had om voor te zorgen. Kameraad en neef André Roosen - ja, jouw nonkel - schoot daarop in vuur en vlam en greep Debaillie bij zijn revers met de eis die kwetsende uitspraak in te trekken. De Heulse vetsmelter was zo geschrokken dat hij prompt een verontschuldiging liet horen. Ik was goed omringd zoals je ziet (geniet er zichtbaar nog van).

Phyllis, wat verwacht je zelf te kunnen doen in de gemeenteraad?

Phyllis Roosen: Met 'open mind' ga ik eerst alles wat op mij laten afkomen. Ik ben eigenlijk geïnteresseerd in alle aspecten van het stadsbeleid. Uiteraard heb ik heel wat voorkennis vanuit mijn werk in de vakbond wat betreft werkgelegenheidsbeleid, sociale economie en welzijn. De sociale economie is in Kortrijk meer ontwikkeld dan in veel andere steden maar die ontwikkeling is niet altijd volledig transparant te noemen en de sector zit nogal chaotisch in elkaar. Met de kameraden in de sp.a-fractie ga ik mij daarin verdiepen.

Veiligheid is een ander interessepunt en als de fractie het wil, zou ik graag naar de politieraad gaan.

Maar voor het uitwerken van ons verkiezingsprogramma, heb ik mij vooral toegelegd op mobiliteit. Met een burgemeester die een paar weken voor de verkiezingen durft te verklaren: "Kortrijk is een autovriendelijke stad en dat is niet zonder risico's" is er wel wat te zeggen over de aanpak van het verkeer. Ik stel bijvoorbeeld vast dat het openbaar vervoer in onze stad onderontwikkeld is; het is tijd voor een grondige doorlichting. Het is toch belachelijk om op de Grote Markt die enkele parkeerplaatsen te behouden. Dat degradeert een van de grootste marktpleinen van het land tot parking, achter een muur dan nog die een vlotte oversteek van de markt voor voetgangers belemmert. En wat doen die rode lichten op de Grote Markt nog altijd, in een zone van 30 km/u?

Cecile Delrue: Goed zo, Phyllis. Het thema welzijn is OK en vrouwen hebben er misschien wat meer voeling mee. Maar laat je daar vooral niet in opsluiten. Waarom zouden vrouwen zich bijvoorbeeld niet met openbare werken en verkeer mogen bezighouden?

Het gesprek loopt uit op een niet-politiek onderwerp: 'smoren'. Op de tafel bij Cecile staat immers een mooi asbakje. "Ik had dat altijd mee als 't gemeenteraad was" bekent Cecile. Wij kunnen het ons niet meer voorstellen, maar toen werd er nog volop gerookt tijdens de raadszitting. Cecile: "Ik heb heel mijn leven gesmoord als een Turk. ik heb ze in mijn oren gestoken, de sigaretten. Ik ben pas gestopt toen ik de prijs veel te hoog vond gekomen". Ook Phyllis is ermee gestopt: "Kun je geloven dat ik heb leren roken aan mijn grootmoeder? Ik was 13! Ik ben gestopt in 2000 en ik heb het kunnen volhouden". Ook dat zat blijkbaar in de venen. (Marc)

De commentaren zijn gesloten.