13-08-12

Zondags Kortrijk (ansicht 42)

Elke zondag een bijzonder prentje, een ansicht van Kortrijk.

Jacquemart, Jacqueline et Jacquelinette.JPG

De man, waarvan je hier alleen het gezicht en de cocarde (?) op zijn hoed ziet, is in 1382 uit Kortrijk ontvoerd. Hij sloeg de klok op de Halletoren. Later is hij vervangen door een andere bonk, die nog later Manten (Mantin) werd genoemd. Hij staat in de vroegere hoofdstad van het hertogdom Bourgondië op de rechter zijtoren van de Notre Dame, Dijons oudste kerk. Zoals zijn opvolger in Kortrijk aan Mantine alias Kalle werd gekoppeld, is hij ook niet alleen gebleven. Hij kreeg mettertijd een vrouw en zelfs een paar kinderen, een koningswens dan nog. Ik heb het niet kunnen laten onze gewezen stadsgenoot eens een bezoek te brengen op de terugweg van een vakantie in het zuiden.

 Jacquemart. hoofdJPG.JPG

Vertelling

Manten en Kalle op het Kortrijkse belfort zijn heel lang geleden door de Fransen geroofd en staan nu op een kerkentoren in Dijon. Ze zijn op het Halletorentje vervangen door het huidige, vergulde, koppel, waarvan Manten de uren slaat en Kalle de halve uren. Volgens het Amerikaanse, Nederlandstalige tijdschrift 'Gazette van Detroit' (21 januari 2010) zouden het zelfs de oorspronkelijke uurwerkslagers zijn die in 1961 zijn gerepatrieerd (in een nostalgische bijdrage over volksfiguren in het land overzee). Die hardnekkige vertelling klopt maar heel gedeeltelijk.

De man heette bij zijn ontvoering nog niet Manten. Hij werd ontvoerd bij een wrede militaire actie in opdracht van de graaf van Vlaanderen. Hij was toen nog vrijgezel. Hij werd nagenoeg onmiddellijk vervangen bij de heropbouw van het verwoeste Kortrijk. Zijn vervanger kreeg pas later een 'wijf'. Het koppel hield het geen honderd jaar uit. Pas in 1961 werd een nieuw koppel op de Kortrijkse toren geplaatst. De Kortrijkzaan in Dijon heette dus niet Manten. Ook daar kreeg hij slechts heel wat later une épouse en nog veel later een dochter en een zoon, allemaal Bourgondiërs dus (Fransen).

Jacquemart.JPG

De ontvoering

Hoe zit dat nu precies met die ontvoering? Wel Kortrijk bezat van rond 1302 (!) op zijn belfort (de toren waarin de stadsrechten werden bewaard, die een ensemble vormde met de eerste lakenhallen op de Grote Markt) een klokkenmechanisme waarbij een houten figuur de stadsklok - het officiële stadsuur! - sloeg. De uurslager was een waar pronkstuk voor de stad en oogstte in heel Europa bewondering. De latere 'ontvoerder', Filips de Stoute, noemde de voor die tijd ingenieuze machine:" l'un des plus biaux que on seuist dechà ni delà la mer".

In november 1382 werd in Westrozebeke het uit gemeente- en gildenmilities gevormde leger onder leiding van Gent, de grootste Vlaamse stad, met aanvoerder ('ruwaert') Filips van Artevelde, verslagen door een coalitie van de Vlaamse graaf Lodewijk van Male, de Franse koning Karel de Dwaze en zijn regent Filips de Stoute, hertog van het machtige Bourgondië. Die Filips de Stoute had als baas van het 'hertogdom Bourgondië' (hoofdstad Dijon) een oogje op het nabijgelegen 'graafschap' Bourgondië (hoofdstad Besançon) waarvan genoemde Vlaamse graaf Lodewijk van Male ook de graaf was. Hij slaagde in zijn opzet toen graaf Lodewijk zijn dochter Margaretha aan de hertog uithuwelijkte.

De steden van het graafschap Vlaanderen, de rijkste streek van Europa op dat moment, waren in opstand tegen de graaf. Ze hadden eerst geprobeerd de man te verplichten zich te verloven met de dochter van de koning van Engeland (waarvan de Vlaamse textieleconomie de wol betrok) maar Lodewijk had de benen genomen naar het hof van de Franse koning. Onder leiding van Gent (dat in de tijd van de Guldensporenslag, 1302, aan Franse kant stond!) poogden de rijke steden zich vrij te vechten.

Na zijn overwinning liet Lodewijk van Male zijn huurlingenleger, Bretoenen onder leiding van zijn bastaardzoon Lodewijk den Haze, als beloning Kortrijk plunderen en verwoesten. Na de verwoesting, de 'Bretoense furie' waarbij honderden inwoners werden verkracht en vermoord, restte van de Leiestad nog slechts een rokende puinhoop. Bij grondwerken in het stadscentrum is nog altijd de brandlaag van toen te zien. De plundering verliep heel systematisch en de mooiste stukken werden vakkundig op karren geladen. Bondgenoot Filips de Stoute, hertog van Bourgondië en na de dood van Lodewijk onzaliger gedachtenis (1384), zelf ook graaf van Vlaanderen, koos uit de rijke buit het uurwerk van het belfort met uurslager en klok incluis. Hoewel de klok onderweg naar zijn hoofdstad Dijon barstte, liet hij het vernuftige mechanisme toch installeren op de rechter zijtoren van de kerk Notre Dame.

Jacquemart

Daar kreeg de uurslager de naam Jacquemart. Pas in 1550 werd er, na opvoering van een satirisch toneelspel waarin gelachen werd met zijn staat van eeuwige jonkman, een echtgenote bijgeplaatst, in metaal uitgevoerd. Zij kreeg de naam Jacqueline. Het heeft tot 1715 geduurd eer het hooggeplaatste echtpaar een zoon kreeg, Jacquet of Jacquelinet, en tot 1884 een van kindsbeen af rondborstige dochter, Jacquelinette.

De beelden zijn momenteel in een patinabronzen kleur gestoken maar ooit waren ze gepolychromeerd. De Jacquemartfiguur, de gewezen Kortrijkzaan dus, is opvallend gedetailleerd. Hij rookt een lange pijp. Op zijn langharig hoofd draagt hij een hoed met brede randen, versierd met een zonvormige cocarde - dat moet ooit een betekenis hebben gehad. Ook zijn lichaam en  kledij zijn zeer gedetailleerd, tot en met voorzien van kousenbanden en kanten manchetten.

Hier de familie in vol ornaat, gepikt uit een toeristische publicatie:

manten en kalle dijon .jpg

Manten en Kalle

Na de Bretoense furie werd Kortrijk weer moeizaam opgebouwd. In 1394 was de stad al weer in staat een nieuwe uurslager aan te kopen. Vanaf 1418 werd hij in officiële acten 'Mantin' genoemd. In 1451, honderd jaar eerder dan zijn voorganger in Dijon, kreeg hij al het gezelschap van een 'wyf'. Zij werd in de volksmond 'Mantine' genoemd en pas later 'Kalle' - wellicht naar een volksliedje uit die tijd 'Manten en Kalle liepen naar Halle'. In 1520 verdween het echtpaar evenwel in de mist van de geschiedenis. Was er in de troebele zestiende eeuw geld noch aandacht meer voor frivoliteiten zoals uurslagers?

Het legendarische koppel bleef wel leven in de folklore. Niemand minder dan Guido Gezelle noteerde er een sprookje over (Gazette van Kortrijk, 1881). In 1853 bouwde de Cercle Philantropique twee Kortrijkse reuzen Manten en Kalle.

Na de Tweede Wereldoorlog, geïnspireerd door de terugvordering van de door de Nazi's geroofde kunstschatten, ontstond er in de Kortrijkse lokale pers een polemiek om het stadsbestuur aan te porren het geroofde uurwerkmechanisme terug te gaan eisen in Dijon. Gelukkig heeft men zich zo niet belachelijk gemaakt. Men heeft het op zijn Kortrijks opgelost.

Kir Royal

De Grand Bazar, die een niet door iedereen toegejuicht modernistisch grootwarenhuis wou bouwen op de Grote Markt (intussen ook al weer verdwenen en vervangen door een appartementsgebouw dat niet zou misstaan op de dijk in Koksijde), werd gevraagd of zij misschien geen sponsoring zouden doen voor een nieuw koppel Manten en Kalle. De Grand Bazar gaf toe.

De huidige uurslagers zijn, hoewel verguld, heel wat proletarischer uitgedost dan hun collega's in Dijon. Ze zijn ontworpen door Victor Cassiman. Zij werden in 1961 - in datzelfde jaar werd de restauratie van het stadhuis van Kortrijk voltooid - plechtig ingehuldigd in aanwezigheid van niemand minder dan de wereldberoemde kanunnik Félix Kir, christendemocratisch Frans parlementslid, uitvinder van het aperitief Kir Royal en van 1945 tot 1968 ... burgemeester van Dijon.

Manten en Kalle.JPG

De commentaren zijn gesloten.