24-06-12

Zondags Kortrijk (ansicht 36)

Elke zondag een bijzonder prentje, een ansicht van Kortrijk.

Plein 32.JPG

Op deze zondag, die zijn naam absoluut geen eer aandoet, betreft het prentje een heel opmerkelijk pand, met de meest mysterieuze gevel na die van de Loge Amicitia Fortior: Plein 32. Het herenhuis is interessant vanuit bouwkundig opzicht maar ook door een merkwaardige en tegendraadse vrouw die er ooit resideerde zonder er gedomicilieerd te zijn. In zijn lokale encyclopedie 'Rond Kortryk of Schetsen over de prochien van het oud bisdom van Doornyk liggende in de voormalige dekenijen van Helkyn, Kortryk en Wervick' (deel III, 1904) noemde pastoor Petrus Leopoldus Slosse het pand al "dat eigenaardig gebouw op het Plein, tegen het Oudmanhuis". Dat bejaardenhuis voor mannen heeft in 1968 plaats gemaakt voor de Romeinselaan.

loggia.JPG

Empire

Op het Kortrijkse plein met de naam Plein - ik blijf dat raar vinden - staat een van de mooiste voorbeelden van de empirestijl in de stad. Het huis nr. 32 op de hoek met de Langemeersstraat (vroeger Molenstraat) is grondig verbouwd in 1819 (Hollands bewind) door fiscusbaas L. De Laveley-Le Camus. Hij week daarbij een beetje af van het bouwplan, dat er nog exotischer uitzag. Zo zijn in de gevel van de, als mezzanine opgevatte, tweede verdieping de vijf getekende ronde en halfronde venstertjes en de 'bossage' (uitstralende strepen zoals gelijkvloers) vervangen door drie eenvoudiger vierkante vensters tussen zes pilasters.

In het oog springen toch vooral de loggia op de middenverdieping en de 'lantaarn' op het tentvormige dak. Die loggia is een balkonvormige uitsparing in de gevel, ondersteund door vier Toscaanse zuilen. Naar verluidt, is het interieur van het salon dat uitgeeft op het balkon, via drie rondbogige deurvensters tussen pilasters, bewaard gebleven in zijn oorspronkelijke empirestijl.

Communiebank

De ballustrade heeft een hele geschiedenis. Het hek dat er in 1886 werd geïnstalleerd was niets minder dan de communiebank van de Sint-Michielskerk, waarvan toen de barokke gevel en binneninrichting uit 1720 werden uitgebroken om plaats te maken voor een neogotische verbouwing (1891, architecten JB Bethune en J. van Ruymbeke). Maar ook dat houten hek is vervangen; in 1931 kwam er de zwierige ballustrade van een gesloopt herenhuis uit de Veldstraat van Gent.

lantaarn.JPG

De zogenaamde lantaarn op het dak wordt soms ook een belvédère genoemd. In het oorspronkelijke ontwerp van 1819 was die niet opgenomen. Wellicht heeft men een oplossing gezocht om wat meer licht in het grote volume van het pand te trekken. Er zitten zes venstertjes in waartussen 'blinde oculi' (ronde raampjes) ter versiering zijn aangebracht.

De dubbele voordeur is eigenlijk een koetspoort. Ze is versierd met twee sfinksen die elkaar raadselachtig aanstaren, een typsiche empiredecoratie die op nog andere panden te zien is in Kortrijk. De acht rozetten die op elke deurvleugel pronken, zijn ook te vinden in het 'hoofdgestel' dat op het balkon de tweede verdieping omhoog houdt. De twee leeuwenkoppen met trekring zijn een toevoegsel uit 1925 en komen van een huis in de Recollettenstraat (Overleie).

Fenomeen

Ik weet niet of de genoemde directeur van de belastingen zijn lucratieve post heeft kunnen behouden na de Belgische revolutie in 1830. Kort na de Belgische onafhankelijkheid kwam het monumentale pand in eigendom van Joseph De Backer, advocaat en grootgrondbezitter (1798-1844). De rijkaard trouwde in 1834 op een gure novemberdag met de vijf jaar oudere Moorseelse kasteelbewoonster Marie Cornillie (1793-1867). Na zijn dood behield Marie het vruchtgebruik en daar maakte ze veel gebruik van door er te gaan wonen, hoewel ze gedomicilieerd bleef op het kasteel van Moorsele.

Die Marie Cornillie was een fenomeen. Haar reputatie gaat nog over de tongen in haar geboortedorp en in 1998 publiceerde het Davidsfonds Moorsele nog een zeer plezierig om te lezen levensschets ('Marie Cornillie. Een kijk op de negentiende eeuw te Moorsele vanuit het levensverhaal van een schatrijke dame' door Lut Vanoverberghe).

sfinks.JPG

Conscience

Haar familie had zich steenrijk geboerd met de handel en het opkopen van lijnwaad van thuiswevers. De winsten werden vooral geïnvesteerd in hectaren en hectaren vastgoed: akkers, bossen, hofsteden, huizen en uiteindelijk ook het kasteel van Moorsele. In Kortrijk bezat Marie onder meer het indrukwekkende herenhuis in de OLVrouwestraat 40 (met koetshuis op het Deken Zegherplen). Vanaf 1861 verhuurde zij dat huis aan schrijver Hendrik Conscience, toen arrondissementscommissaris, die, hoewel zij hem werkelijk verafgoodde, toch 20% meer huur (1000 frank per jaar) moest betalen dan haar vorige huurder.

Het was de Kortrijkse stadsarchitect Pierre Nicolas Croquison, een persoonlijke vriend van de schrijver, die Conscience in contact bracht met Marie Cornillie. Conscience bracht haar zelfs een officieel bezoek op het kasteel in Moorsele op een van zijn ambtsreizen. Zijn dochter Maria was toen mee en later beschreef zij de rijke dame als "eene oude zwarte vrouw, die met een zichtbaar afgeschoren knevel veel op een man geleek". Na de episode De Backer-Cornillie werd het huis op het Plein een tijdlang gebruikt door een juffrouw Croquison als antiek- en brocantewinkel. Tot 1969 was het eigendom van de heer Pierre Pauwels-Croquison, antiquair.

leeuw.JPG

Liberaal

Wat er ook van zij, Marie Cornillie lag voortdurend overhoop met de pastoors en het gemeentebestuur van Moorsele. Hoewel er nog lang geen vrouwenstemrecht was, moeide zij zich actief in de dorpspolitiek met manifesten en steun aan de voorzichtig liberaal gezinde oppositie.

In haar persoonlijk leven geneerde zij zich niet om min of meer openlijk te breken met de kwezelachtige conventies uit die tijd. Zij had een nauwelijks verborgen verhouding met Pepin Lowie, een Brusselse kunstschilder, 23 jaar jonger dan haar. Pepin werd door haar aangesteld als uitvoerder van haar testament en was daar ook de belangrijkste begunstigde van. Hij verkreeg ongeveer de helft van haar onmetelijke vermogen. Zo mocht hij onder meer de meubels verkopen van het huis op het Plein. In dat huis, waar zij het liefst resideerde, moet hij nog hebben meegewoond.

Momenteel is het huis de zetel van Boes&Co Bedrijfsrevisoren (opgericht in 1991). Voordien zat er een bank in.

romeinselaan.JPG

23-06-12

Een politiek jubileetje in Kortrijk

bibi 25.JPG

Op 12 juni 1987 legde ik de eed af als nieuw gemeenteraadslid van Kortrijk. Ik ben onafgebroken lid gebleven; dat is 25 jaar. Als ik getrouwd ware geweest met de stad - zo innig is mijn band ermee nu ook wel niet (er zijn nog andere dingen in het leven) -, dan was dat een zilveren jubileum. Buiten beschouwing gelaten dat die periode zo vlug is verlopen, is het merkwaardig hoeveel er is veranderd en is het even merkwaardig hoeveel er niet is veranderd. Zonder een historisch referaat te willen plegen, toch wat herinneringen.

Gehoorzaamheid

Op vrijdag 12 juni 1987 legde ik in het stadhuis voor de eerste keer de eed als als gemeenteraadslid. Het was nog de oude formule, "Ik zweer getrouwheid aan de Koning en gehoorzaamheid aan de Grondwet en de wetten van het Belgische volk". Tja, de term 'gehoorzaamheid' schraapte wel een beetje in mijn keel. Ik was helemaal niet van plan braaf in de pas te lopen! Pas in 2007 is de oude formule in het Vlaamse Gewest vervangen door de zakelijker belofte "Ik zweer de verplichtingen van mijn mandaat trouw na te leven". Daar kan ik inkomen.

De gemeenteraad vergaderde toen nog op vrijdag (nu op maandag). Dat had zijn voordelen. De debatten mochten uitlopen; je moest 's anderendaags toch niet vroeg op. En de kemphanen konden na het officiële gedeelte de pluimen weer wat glad gaan strijken in de Raadskelder, de gezellige kroeg onder de raadszaal, nu jammer genoeg al enkele jaren weer alleen nog maar kelder.

Ik had bij de verkiezingen van 1982 van op de 10e plaats nogal wat stemmen behaald (400-tal) maar niet genoeg om te springen over kandidaten die voor mij stonden op de lijst. In 1985 was ik al Jacques Geldof opgevolgd als raadslid van het OCMW en in 1987 kon ik Johnny Verhulst, die naar Kuurne uitweek, opvolgen in de gemeenteraad.

De Poort

Ik had mezelf het voornemen opgelegd om, als ik ooit de kans zou krijgen gemeenteraadslid te worden, onmiddellijk op mijn eerste zitting een tussenkomst te doen. Mijn tussenkomst toen was een oproep aan het stadsbestuur om het pas opgerichte sociale verhuurkantoor De Poort te ondersteunen, naar aanleiding van de goedkeuring van een reglement op de logementshuizen. Ik wees op de schaarste aan sociale woningen en de dure kamers die privé werden verhuurd.

Het initiatief tot oprichting van De Poort kwam niet van het stadsbestuur of het OCMW maar van de toenmalige Regionale Welzijnsraad, een veeleer informeel verbond van welzijnswerkers, los van hun werkgevers. De Poort was een van de eerste sociale verhuurkantoren van het land (zelf woningen huren voor een lange periode van private eigenaars en ze verhuren en eventueel opknappen aan kansarmen). Het initiatief is uitgegroeid tot het grootste Vlaamse SVkantoor. Dat succes is meteen een veeg teken voor het tekortschieten van de normale sociale huisvestingsmaatschappijen. Hoe groter de wachtlijsten van die laatsten, hoe meer huiszoekers zich inschrijven bij De Poort, als laatste strohalm.

Het is toevallig - maar eigenlijk niet - dat mijn laatste tussenkomst tot nog toe ook over dat onderwerp ging: woonkansen voor woonbehoeftigen. Van de week nog (19 juni) wees ik in een 'verenigde commissie' van de gemeenteraad op de problemen in de Kortrijkse sociale huisvesting. Zoveel is er in die sector sinds 1987 niet veranderd; hoopvol is dat men zich nu stilaan bewust begint te worden van de problemen.

Personeel

Een ander agendapunt die vrijdag in juni 1987 betrof het personeel. Eindelijk konden bepaalde ambtenaren een 'diplomabijslag' krijgen. Tot dan was dat verboden door een koninklijk besluit dat een 'loonmatiging' oplegde. Ik kan mij niet herinneren dat de vrees voor een economische crisis in heel die periode van 25 jaar ooit uit de lucht is geweest.

Een andere toeslag waarvoor toen groen licht werd gegeven, betrof een 'kabinetstoelage'. Eén persoon (1) kon ervan profiteren, de chauffeur van de burgemeester. Toen was het nog lang niet de gewoonte dat de schepenen, allen zonder uitzondering, ministersgewijs een kabinet mochten benoemen van persoonlijke assistenten.

Geluidsinstallatie gemeenteraadszaal

Toen werd ook beslist de geluidsinstallatie van de gemeenteraadszaal te vernieuwen. 8500 euro werd ertegenaan gegooid om 43 nieuwe micro's met allerhande toebehoren (waaronder een 'uitschakelaar van overspraakgevoeligheid') aan te schaffen. Veel heeft het niet geholpen. Zelfs na nog een algehele vernieuwing enkele jaren later, is de akoestiek in de raadszaal nog altijd schabouwelijk, tot ergernis van pers en publiek.

Toentertijd stemden we nog mondeling (ja, neen of onthouding). Dat is verbeterd: we hebben nu knopjes en een digitale verwerking van het resultaat dat geprojecteerd wordt op een groot scherm.

Steyts Koer

Op diezelfde vergadering werd ook beslist tot het slopen van heel het beluik Steyts Koer (het 'moordpartje') tussen de Zwevegemsestraat en de Sint-Denijsestraat (met inbegrip van 'Verplanckes Poortje'), een opdracht van zowat 15.000 euro. Aankoop en sloping konden grotendeels betaald worden met subsidies van hogerhand. Toch wel pikant dat de huisjes al in 1976 'ongezond' en in 1979 zelfs totaal onbewoonbaar waren verklaard. Stadsvernieuwing had blijkbaar toen ook al zijn tijd nodig.

Aansluitend op de braakgrond die na de afbraak ontstond, realiseerde de Zuid-West-Vlaamse Sociale Huisvestingsmaatschappij enkele jaren later op de terreinen van de Prado-textielfabriek en andere bouwvallige beluiken het modelproject Pradopark. Het was de bedoeling op het vroegere Steytskoer een 'kopcomplex' te bouwen. Maar daar is het nog altijd op wachten.

Regie

Intussen zijn er in Kortrijk tal van andere initiatieven van stadsvernieuwing op gang gebracht, onder meer door de oprichting en de werking van het Stadsontwikkelingsbedrijf SOK. Maar we zijn er nog lang niet. Het SOK was eerst door oprichter burgemeester de Bethune tot 'Woonregie' gedoopt. Later werd de werking van het autonome stadsbedrijf verruimd en lag de focus meer op de commerciële vernieuwing van de stad. Na de realisatie van K in Kortrijk is weer meer het wonen in de stad in het vizier genomen.

Zonder een pluim op mijn hoed te willen steken, herinner ik toch aan een tussenkomst van mijnentwege, gericht tot toenmalig burgemeester Antoon Sansen (beginjaren 90). Kortrijk had toen een 'Grondregie'. In het zuiden van de stad waren vele hectaren landbouwgrond opgekocht en nadien goedkoop verkaveld. Die zogenaamd sociale verkavelingen - het ging toch om villaatjes - hebben een hele generatie jonge gezinnen met kinderen aan de stad gebonden. In de tijd van mijn interpellatie zat de Grondregie stilaan door zijn voorraad percelen. De verkopen hadden wel een aanzienlijke pot geld opgebracht. Mijn voorstel was om dat geld voortaan in te zetten in de binnenstad, om er oude panden mee op te kopen voor sociale vernieuwbouw. Was dat eigenlijk niet het idee dat de Bethune later heeft uitgewerkt? In elk geval is stadsvernieuwing mij tot op vandaag blijven boeien en ik was dan ook iedere bestuursperiode vragende partij om in de raad van bestuur van het SOK te mogen zetelen.


 

.


Straks meer, als dat nog lukt op deze hectische dag (vanavond DRINK IN HET OPENLUCHTZWEMBAD ABDIJKAAI van 20 tot 21.30 uur! Iedereen welkom)

18-06-12

Een opmerkelijk terras voor regenheilige Saint-Médard

terras Saint-Médard2.JPG

De recent geopende brasserie Saint-Médard, op de hoek van de Kortrijkse Begijnhofstraat en het Deken Zegerpleintje, heeft nu ook zijn terras. En wel in de historisch beladen omgeving van de OLVrouwekerk in Kortrijk. Bijzonder is dat het terras deels boven het water van de gracht van de opgegraven keermuur van de verdwenen grafelijke burcht is gebouwd. Omdat het stadsbestuur erover nadenkt die site in de komende jaren nog een definitieve aanleg te geven, is de vergunning beperkt tot twee jaar. De vergunning is toegekend in juni, toevallig de maand van genoemde Sint-Medardus, jammer genoeg een regenheilige.

In 2006 gaf het toenmalige stadsbestuur al een principiële toestemming om op het gras naast de Gravenkapel (OLV-kerk) een terras te bouwen voor de uitbaters van café Saint-Médard. De aanvragers waren toen de uitbaters van Petit Paris in de Wijngaardstraat, die de wijk moesten nemen omdat hun pand plaats moest maken voor het winkelcentrum K in Kortrijk. Maar dat terrasplan ging toen niet door omdat Claude de Stadswaag in de Rijselsestraat op de kop kon tikken.

Vorig jaar nog weigerde het stadsbestuur een vergunning te verlenen voor dat terras. Deze keer is het wel gelukt. Hoewel het om werken gaat die zijn vrijgesteld van de medewerking van een architect, heeft de brasserie toch het Architectenbureau Devolder BVBA (Schouwburgplein 11, Kortrijk) ingeschakeld.

Vlonder

Hoe merkwaardig de locatie ook is, het is er niet eenvoudig een terras te realiseren. Het gazon is immers erg hellend en komt uit in de gracht aan de opgegraven keermuur van de al lang verdwenen grafelijke burcht. De ontwerpers hebben zich uit de slag getrokken door een soort balkon, een vlonder, over helling, slotgracht en vestingsmuur te bouwen, rustend op stalen profielen. Ze hadden gehoopt een vergunning te krijgen voor 55,25 m² maar het stadsbestuur heeft de constructie beperkt tot 40,80 m² (4,8 meter diep in plaats van de aangevraagde 6,50 meter). Het terras is enkel aan de straatkant toegankelijk.

De groenzone naast de OLVrouwekerk ontstond in 1991 na sloping van de kosterswoning en een paar herenhuizen waar ooit het toen nog Belgische Ministerie van Tewerkstelling en Arbeid kantoor hield. Het kwam de stad goed uit dat de panden, die nochtans eigendom waren van diverse overheden, onbewoonbaar konden worden verklaard. Heden ten dage zouden ze beschermd zijn geweest, denk ik. In elk geval verdween een stadsgezicht, zoals te zien op volgende foto (Pauwels, Oswald, 01-01-1989, ©Vlaamse Gemeenschap).

Bij de slopingswerken stootten archeologen op de resten van een vestingsmuur van de grafelijke burcht die daar ooit stond. Het is geweten dat de OLVrouwekerk in opdracht van graaf Boudewijn IX, die graag in Kortrijk resideerde omwille van het goede water dat hier zomaar uit de grond opborrelde, is gebouwd in zijn boomgaard. Het pleintje kijkt uit op de achtergevels van enkele huisjes van het begijnhof. Over de kerk en de aangebouwde Gravenkapel meer in een eerder stukje.

Sint-Medardus is overigens een risicovolle patroonheilige voor een terras dat het zal moeten hebben van het mooie weer. Hij wordt 'de grote pisser' genoemd. Er bestaan ontelbare spreuken die de man linken aan regen. Zoals: "Sint-Medard geeft zijn zegen, met zes weken wind en regen". En jammer genoeg regende het effectief op zijn naamdag (8 juni).

 

terras Saint-Médard3.JPG

17-06-12

De (vergeten) dag dat de Kortrijkzanen de graaf kidnapten: 17 juni 1325

Sint-Maartens.JPG

Nog geen vijfentwintig jaar nadat de Vlaamse milities zich aan de zijde van de graaf van Vlaanderen schaarden tegen de Franse koning in de Guldensporenslag, nam een woedende volksmassa op 17 juni 1325 - vandaag verjaardag! - een latere graaf van Vlaanderen, Lodewijk I, gevangen en men moordde zijn riddergevolg uit. Dat alles op het voorplein van de Sint-Maartenskerk waarin graaf en hovelingen hun toevlucht hadden gezocht. De Kortrijkzanen wierpen hun onderdanigheid voor de hoge krijgsheer af nadat die heel Overleie in brand had gestoken waarbij de vlammen oversloegen op een groot deel van de binnenstad. Achterliggende oorzaken van de opstand waren de hoge belastingen die de adelijke vlerk meende te kunnen opleggen op een bevolking die nog de gevolgen niet te boven was gekomen van een vreselijke hongersnood (1315-17).

Tegen de kleinzoon van graaf Gwijde van Dampierre (in wiens naam Vlaamse milities in 1302 de Guldensporenslag uitvochten), Lodewijk I van Vlaanderen (en II van Nevers) was in 1323 al een groot deel van zijn graafschap in opstand gekomen. In tegenstelling tot zijn opa en zijn pa, die in de aartsrivaliteit tussen de Franse en Engelse koningen om economische redenen (aanvoer goede wol voor de draperieproductie) veeleer aan Engelse kant stonden, trok hij partij voor de Franse koning. Hij was dan ook aan het hof in Parijs opgevoed. Behalve die partijdigheid waren het vooral zijn topzware belastingen die Lodewijk werden kwalijk genomen. Die belastingen dienden onder meer als schadevergoeding aan de Franse koning na de Guldensporenslag. In ruil voor een zekere zelfbeschikking moest het graafschap, de steden en de boeren, zwaar afdokken.

Voortrekker in de opstand was de toenmalige grootstad Brugge. Volgens sommige bronnen zou in de machtsstrijd in de stad zelfs Jan Breydel, de mythische held van de Guldensporenslag, zijn gelyncht omdat hij kamp koos voor de graaf. In 1325 was een delegatie uit Brugge naar Kortrijk getrokken met een verzoek tot solidariteit. Graaf Lodewijk wou daar een stokje voorsteken en haastte zich met een meute ridders (400) naar de Groeningestad. Het Kortrijkse stadsbestuur liet hem binnen. Onmiddellijk sloeg hij de Brugse delegatie in de boeien. Daarop zond Brugge een 5000 man sterk gemeenteleger naar Kortrijk om hun stadsgenoten te bevrijden.

Krijgsheer Lodewijk vond er niets beters op dan in afwachting van de komst van de Bruggelingen alvast het niet omwalde stadsdeel Overleie plat te branden. De vlammen sloegen evenwel over en verwoesten ook een deel van de binnenstad. Voor de Kortrijkse bevolking deed dat de deur dicht. Er werden spontane barricades opgeworpen; de mannen gingen de ridders te lijf en de vrouwen bestookten de edellieden met huisraad vanop de daken van de huizen. Het draaide uit op een grootschalige slachting. De arrogante ridders werden een voor een afgemaakt. De graaf en zijn dichtste gevolg vluchtten in de Sint-Maartenskerk, maar ze werden naar buiten gesleept en doodgeranseld. Een van de hovelingen werd zelfs in tweeën gekliefd. Ook de graaf zelf, nochtans de hoogste krijgsheer, kreeg rake klappen.

Op verzoek van de Bruggelingen werd hij niet terechtgesteld maar in vernederende omstandigheden - vastgebonden op een 'klein paard' (een ezel?) - in gevangenschap naar Brugge afgevoerd. Daar hebben ze hem nog zes maanden in een kerker opgesloten.

Hongersnood

De razernij van de Kortrijkzanen is te verklaren door het verlies van gave en goed door de brandstichting in opdracht van de graaf. Maar de felheid is zeker ook toe te schrijven aan de uiterst moeilijke omstandigheden waarin de bevolking moest zien te overleven in die jaren. Niet alleen waren er voortdurend militaire schermmutselingen en brandschattingen. Ook waren de mensen de gevolgen nog niet te boven gekomen van de hongersnood in 1315-1317. Door harde winters en natte zomers waren de graanoogsten enkele jaren naeen mislukt. Tot overmaat van ramp viel de Franse koning Louis X de Vlaamse gewesten ook nog eens binnen. Omdat hij op de verzopen akkers niet genoeg eten vond voor zijn troepen, trok hij zich terug maar niet eerder dan nadat hij de schaarse graanvelden platgebrand had.

Die historische anekdote van de kidnapping van de graaf van Vlaanderen door de Kortrijkzanen krijgt veel minder aandacht dan de Guldensporenslag. Maar wie een beetje wil weten hoe het er in die zogenaamd heldhaftige tijd eraan toeging in het graafschap Vlaanderen, moet het verhaal toch kennen.

 

Sint-Maartensb.JPG

Zondags Kortrijk (ansicht 35)

Elke zondag een bijzonder prentje, een ansicht van Kortrijk.

Beverlaai.JPG

Juni, rozenmaand! Ook in Kortrijk.

De rozen bloeien uitbundiger dan ooit dit jaar. Ze bezorgen de prachtige villa, Beverlaai 12, sprookjesachtige allures.

Beverlaai12.JPG

Die gedeeltelijk vrijstaande villa is van 1926 en ontworpen door de Joseph Viérin (1872-1942). De man is de stamvader van een beroemd architectengeslacht. Zelf was hij de broer van Emmanuel Viérin (1869-1954), de 'schilder van het licht', een van de bekendste Belgische luministen (impressionistische stroming). Beiden zagen het licht in een van de huizen die ooit de Halletoren op de Kortrijkse Grote Markt omringden. Hun ouders waren gegoede textielhandelaars (kapmantels in draperie).

Joseph Viérin week uit naar Brugge, waar hij een tijdlang schepen van Openbare Werken was. Na de Eerste Wereldoorlog coördineerde hij in de Bouwdienst van de Dienst der Verwoeste Gewesten de heropbouw van Diksmuide en Nieuwpoort. Hij poogde de platgegooide gebouwen zo goed mogelijk te reconstrueren in hun eerdere vorm, en waar er geen documentatie voorhanden was, ontwierp hij invulbouw in de lokale Vlaamse bouwtradities. Hij werkte nauw samen met andere aanhangers van de Engelse art deco, 'arts and crafts' genoemd, die vanuit de bestaande bouwkunde vernieuwing in de wooncultuur wou brengen. Medestanders waren onder meer Richard Acke en meubelfabrikant Jozef De Coene; ze vonden elkaar in de Kortrijkse Kunstgilde.

Tastbaar erfgoed in Kortrijk van de hand van Joseph Viérin is bijvoorbeeld de Groeningepoort (1906) op het Plein. Hij restaureerde ook de Halletoren op de Grote Markt in zijn oorspronkelijke zestiende-eeuwse stijl (1899). Het is even de bedoeling geweest van het Kortrijkse stadsbestuur om dat torentje, het Kortrijkse belfort, mee te slopen na de afbraak van het huizenblokje en de Grote Wacht (1896). In de plaats daarvan zou daar een hoofdkantoor van de Post gekomen zijn. Fel protest van onder meer genoemde Jozef De Coene (liberaal) konden de sloop verhinderen.

Joseph werkte vanaf de jaren dertig ook aan plannen voor de restauratie van het Kortrijkse stadhuis, maar het is uiteindelijk zijn zoon Luc Viérin die daarvoor als bouwmeester is opgetreden (1956). Ook zoon Piet en kleinzoon Philippe van Luc zijn befaamde architecten.

De villa in de Beverlaai is in Engelse cottagestijl. Met die stijl maakte Joseph Viérin heel wat furore over heel de Belgische kust, waar zijn villaatjes niet te tellen zijn.

Beverlaai12b.JPG

'De Rozen' is ook de naam van een herenhuis en een huizenensemble in de Minister Liebaertlaan. En waarempel ook daar bloeien de koninklijke bloemen weelderig.

De Rozen1.JPG

Het is een geheel in neo-Vlaamse-Renaissancestijl uit 1913 (naar een ontwerp van de Oostendse architect Henri Carbon). In de Tweede Wereldoorlog vond de meisjesschool van 't Fort (Plein) er een tijdelijk onderkomen.

De Rozen2.JPG

Samen met zijn compagnon Charles Pil had ook architect Carbon handenvol opdrachten bij de wederopbouw van de frontstreek rond de IJzer. In tegenstelling met Joseph Viérin opteerden de Oostendenaars meer voor de neo-stijlen, die na de Groote Oorlog al op hun retour waren.

En de grootste chançards in de Kortrijkse rozenmaand zijn wel de bewoners van de Pater Beckstraat.

Beckstraat.JPG

Alle boomspiegels van het laantje zijn beplant met ... rozen! Wie ècht veel rozen wil zien in de periode van het jaar waarop ze op hun fleurigst zijn, kan in Kortrijk de internationale Rozentuin op 't Hoge bezoeken.

 

De Rozen3.JPG

12-06-12

Ook mijn trouwe lezers uitgenodigd

invitatie 23 VI.JPG

Inschrijven hoeft niet echt, maar als je mij laat weten dat je komt, is het wel gemakkelijker: Kortrijk@marclemaitre.be.

11-06-12

Een ferme meevaller voor Kortrijk bij verkoop deel ex-fabriek KKS

Stasegemsesteenweg 110+ 1.JPG

De openbare verkoop van een fabriekspand in de Stasegemsesteenweg brengt de stad de helft meer op dan verwacht. Het gaat om nummer 110+, een deel van de bedrijfsgebouwen van de vroegere textielfabrieken Kortrijkse Katoenspinnerij en Kortrijkse Textielmaatschappij. NV AG Plastics en NV Bessa Benelux zijn samen bereid 525.000 euro te betalen (152 euro per m²). De instelprijs was 350.000 euro. Van een financiële meevaller gesproken!

Onevenaarbaar

Het expansieve AG Plastics gaat onverdroten verder met het opkopen van leegstaande fabrieksgebouwen in de Stasegemsesteenweg. Het gaat telkens om onderdelen van het gewezen textielconglomeraat Kortrijkse Katoenspinnerij/Algemene Fluweelweverij/Kortrijkse Textielmaatschappij. De panden moeten de onderneming de nodige groeimogelijkheden bieden. Eerder kocht de groep van Rik Glorieux het hoofdgebouw van de KKS aan de Luipaardbrug.Een deel daarvan is verhuurd aan Energy ICT. Het dichtst bij de Vaart gelegen fabrieksgebouw is in volle renovatie. De hoofdzetel van AG Plastics bevindt zich in moderne gebouwen aan de overkant van de straat, waar vroeger de Algemene Fluweelweverij was gevestigd.

 

AG Plastics.JPG

Nu heeft AG Plastics met een onevenaarbaar hoog bod ook een magazijn verworven waarvan Stad Kortrijk eigenaar was. Er staan nog nadars en podiumonderdelen op het terrein. Het gaat om 3.454 m² bedrijfsgrond voor milieubelastende industrie met een vervallen magazijn onder sheddak. Het ligt tussen de vroegere KKS en de thans door het sociale bedrijvencentrum Kanaal 127 ingenomen vroegere gebouw van de Kortrijkse Textielmaatschappij.

CVP

De kaars van de ooit zo machtige Kortrijkse textielgroep ging definitief uit in augustus 2001. Door het faillissement verloren de resterende 115 werknemers hun job. De groep kende een merkwaardige geschiedenis. Gesticht in de jaren 20 vond ongeveer heel Stasegem er werk. Maar ook de oprichting en de stichters zijn opmerkelijk.

Onder hen vinden wij bijvoorbeeld Arthur Mulier, een man die begon in de christelijke arbeidersbeweging. Nadat hij zich daar onmogelijk had gemaakt door onder de Duitse bezetter in de Eerste Wereldoorlog mee te werken aan de vernederlandsing van de Gentse universiteit, werd hij textielondernemer - met durfkapitaal van bevriende industriëlen - en hij schopte het tot voorzitter van het VEV (Vlaams Ekonomisch Verbond). Hij was ook volop politiek actief, in de christendemocratie, als deputé van West-Vlaanderen en als parlementslid.

Directeur van KKS enzovoort was lange tijd Tony Herbert. Nadat hij voordien flirtte met autoritaire regimes keurde hij de collaboratie in de Tweede Wereldoorlog af. Hij was bij de stichters van de christendemocratische partij CVP, zonder nochtans ooit een mandaat te willen bekleden.

Stasegemsesteenweg 110+ 3.JPG

Hero

Over de laatste dagen in de KTM volgende interessante getuigenis van Peter Van Synghel: "Ik heb er nog een halfjaar gewerkt in het jaar voor de KTM failliet ging, in de oude fabriek, waar dit stuk een onderdeel van is, waar men toen resten van textiel recycleerde naar nieuwe draad, het ganse gebouw was een soort machine, mijn job bestond erin resttextiel in balen geperst (veel uit Kaboel, veel uit ergens in Amerika) in grote plukken op een band te leggen, het begin van het recyclageproces (extreem ongezond werk, achteraf bekeken, in de zin van met dat rookverbod en die plotselinge bezorgdheid om ons aller gezondheid, of iets dat daarvoor door moet gaan) aan de andere kant kwam er nieuwe witte draad uit de kont van de machine - het was de tweede laatste fabriek die dat nog (op die manier) deed weet ik nog, tot daar ook de kaars uitging. ja, 'a working class hero is something to be' toch wel.

En het grappigste was, zowat elke dag stond die fabriek in brand! als er in de balen resttextiel ijzer zat (vooral in die van Kaboel) dat ik niet opgemerkt had, dan draaide dat ijzer ergens in het midden van het monster zo heet dat het textiel begon te branden, en dan was het alles stil en zoeken, en met een emmertje dat we in de Vaart vulden, blusten we en deden onvermoeibaar verder met recycleren - allemaal voor het geld."

Stasegemsesteenweg 110+ 4.JPG

Met die verkoop is weer een stuk vastgoed van de stad te gelde gemaakt. In 2008 werd in opdracht van het stadsbestuur een 'patrimoniumstudie' voltooid, een uitgebreide inventaris van alle immobiliën die de stad niet meer nodig had. Het was de bedoeling dat vastgoed stuk voor stuk tegen de beste condities aan de man te brengen. Daarover meer in een volgend stuk.

10-06-12

Zondags Kortrijk (ansicht 34)

Elke zondag een bijzonder prentje, een ansicht van Kortrijk.

Verloren Hof zonder velo.JPG

Voor het prentje van vandaag waagde ik mij in een mysterieus en magisch deel van groot-Kortrijk, de Geitenberg, met zijn 53 m het hoogste punt van deelgemeente Kooigem. De vergezichten zijn er alom schitterend. De voetwegels zijn soms begaanbaar, maar daar komt verbetering in. En de Tontekapel, een eeuwenoude devotieplaats, trekt er, op welke helling je ook bent, dwingend de aandacht.

Kooigem.JPG

Voetweg

De aanleiding van dit zondags stukje is de beslissing van de Kortrijkse gemeenteraad morgen om een fel betwist stuk voetweg te verharden: de verbinding tussen de Geitenbergstraat en de Tontestraat (Tontekapel) dwars door een akker. In de jaren tachtig dacht de landbouwer van de twee akkers aan beide kanten van die in de officiële Atlas der Buurtwegen geregistreerde voetweg, een grote akker te maken door de weg mee om te ploegen en door elke passage te verbieden. Het kwam tot een hoogoplopende discussie met het stadsbestuur, dat in die tijd zelf menige voetwegel heeft laten verdwijnen. Maar in dit geval moest de boer de duimen leggen.

Niettemin wordt het pad nog geregeld mee omgeploegd, zonder nochtans dat de landbouwer de doorgang verbiedt. De verbinding maakt deel uit van het wandelnetwerk Land van Mortagne. Reacties van wandelaars wijzen op de deerlijke toestand van dat stuk weg. Bijvoorbeeld: "De doorgang van knooppunt 46 (Geitenberg) naar knooppunt 58 (Tontekapel) is onmogelijk. Een en al modder. De boer is hier in fout!" (februari 2011). En in vorige herfst: "Vandaag daar gewandeld. Bij het rooien van de patatten is de paal van knooppunt 46 geraakt en is het wandelpad meegerooid. Kan de stad dat pad niet verharden?".

De stad zal nu inderdaad het wegje voorzien van een fundering in drainerend schraalbeton waarop betonnen 'riettegels' van een halve meter breedte komen, die daarna opgevuld  met terreau en ingezaaid met gras zullen worden. De vele wandelaars en mountainbikers zullen blij zijn. De ruiters heel wat minder. Want alhoewel het mensen te paard waren die het pad ondanks het verzet van de boer zijn blijven betreden, is aan paarden de toegang tot het wegje verboden. Gemeenteraadslid Philippe Avijn bracht de kwestie onlangs nog ter sprake in de gemeenteraad.

knooppunt 46.JPG

Geitenberg

De Geitenbergstraat bereik je het gemakkelijkst via de Doornikserijksweg en het Verloren Hof. Het Verloren Hof is een openbare weg die dwars door de hoevegebouwen van ... het Verloren Hof passeert. Wegen die niet langs maar door boerhoven lopen, zijn niet uitzonderlijk in de heuveltjes tussen Leie en Schelde. Het Verloren Hof is een prachtige vierkantshoeve met oorsprong in de jaren 1600. De rare naam heeft het bedrijf te danken aan de Franse revolutionairen. In 1792 werd Kooigem een eerste keer bezet door de sansculotten. Zij werden die keer nog weggejaagd door de troepen van de Oostenrijkse keizer. Op hun terugtocht stelden de revolutionairen plots vast dat er een hoeve was die zijn niet hadden bezet (en gebrandschat). Zij noemden ze 'Cense Perdue'. Het Verloren Hof speelde ook een rol in de Tweede Wereldoorlog. Het Verzet kampeerde er een week of zes, en het werd per ongeluk gebombardeerd in 1944.

Geitenberg.JPG

Een zijweg van het Verloren Hof, dat zelf een asfaltweg is, is de Geitenbergstraat, een slechts met kiezel bedekt karrenspoor dat afdaalt tot in Kooigem. Onderaan de Geitenberg ligt het Goed te Tollardrie, met een gekende geschiedenis die teruggaat tot in 1440. In het ancien regime was het een belangrijk 'leenhof' met adelijke allures. Op een monumentale dubbele dwarsschuur met imposante steunbeer staat het jaartal 1773.

Tollardrie.JPG

Aan de voet van de 'berg' ga je linksaf naar de Tontestraat, waarover je dan weer de Geitenberg kunt opklimmen, naar de mysterieuze kapel die op de top bij een bundel populieren staat te lonken. Het is naar die kapel dat op de kam van de Geitenberg voormelde verbinding tussen de Geitenbergstraat en de Tontestraat loopt (tussen de knooppunten 46 en 58).

Tontekapel

DSCN0131.jpg

Er is al sprake van een Tontekapel in 1729. Maar in 1914 sloeg de bliksem er in en ze brandde helemaal uit. De huidige kapel is gebouwd in 1929. Er hangt een speciaal soort devotie omheen. Naar oeroud gebruik hangen gelovigen er stukjes stof van zieke familieleden aan de kapeldeur, in de hoop daarmee de genezing met hogere voorspraak een zetje te geven. Volgens mijn aanvoelen moet dat gebruik teruggaan op een voor-christelijke traditie. Elders zijn het wel meestal monsterlijk oude bomen die met stukjes stof worden behangen.

Tonte.JPG

Op de Geitenberg zou ooit een Romeins legerkamp zijn ingericht en de Tontestraat zou een zijweg zijn geweest van de heirweg van Bavai over Doornik naar Kortrijk en verder naar Oudenburg. Was er toen al een heiligdommetje op die plaats?

Tontekapel.JPG

In de kapel vind je niet alleen een houten beeld van Maria en kind maar ook diverse andere beelden en cultusvoorwerpen. Naast de kapel staat een zitbank, een ideale plek om eens romantisch te piknikken. En op een stuk arduin aan de voet van de kapel heeft een verliefde kerel de naam Nadine gekerfd.

Nadine.JPG

En als je van de Tontekapel op de Geitenberg naar Kooigem tuurt, zie je in de verte de Mont Saint-Aubert. De tepel op die wat hogere heuvel is de toren van de kerk gewijd aan de Heilige Drievuldigheid (Trinité). Dat is ook iets raars, een kerk gewijd aan een ... dogmatisch principe. Volgens bepaalde historici zou het een verchristelijking zijn van een ouder, Gallo-Romeins heiligdom, een tempel gewijd aan de meest hermetische van alle klassieke goden: Hermes of Mercurius. Die Heilige Drievuldigheid vinden wij overigens ook in de muurkapel van het Laatste Oord(t)je op de grens van Kortrijk en Zwevegem, ook op een heuvel. Toch wel een magische streek daar met al die van in de oudheid bewoonde heuvels.

Mont-Saint-Aubert.JPG