27-05-12

Zondags Kortrijk (ansicht 32)

Elke zondag een bijzonder prentje, een ansicht van Kortrijk.

Sinksenfeesten 1.JPG

Zeker op de sinksendagen is Kortrijk ècht stad. Where it happens. Waar iedereen naartoe gezogen wordt. Een gigantische rommelmarkt - bij de inschrijvingen werden zelfs nog hele rijen gegadigden onverrichterzake naar huis gestuurd omdat elke vierkante meter trottoir volzet was. En op elk plein animatie en optredens, in een geur van exotische of meer vertrouwde kookkramen.

Sinksenfeesten 4.JPG

De Kortrijkse Sinksenfeesten zijn een redelijk recent verschijnsel, gestart in 1975 als evenement in het kader van het Europees jaar van het Bouwkundig Erfgoed. De oorspronkelijke bedoeling was bij de bevolking aandacht te vragen voor de historische bezienswaardigheden die de stad (nog) rijk was. Om het festival te populariseren werd er een rommelmarkt voor de kinderen (!) aan verbonden in enkele centrumstraten. Na zoveel jaar staat de rommelmarkt nog steeds overeind. De erfgoedbedoelingen zijn vergeten. Maar tja, daarvoor zijn er andere zondagen in Kortrijk.

Maar heel vroeger bestond er iets dat geleek op de Sinksenfeesten: de Peperbollenommegang, elk jaar op tweede Sinksen. Het gebruik heeft de Eerste Wereldoorlog niet overleefd. Toch is hier ook sprake van erfgoed, culinair erfgoed dan.

De plaats van die ommegang was de Rijselsestraat, van het stadhuis tot aan het Textielhuis (dat toen nog niet bestond, verspreking uit pure gewoonte) - ik bedoel het Sint-Michielsplein (toen de Area genoemd). In de Sint-Michielskerk had de echte ommegang plaats, een gebedsrondgang ter ere van het beeldje van OLV van Groeninghe dat als een mirakuleur voorwerp werd vereerd in de kerk. Het kwam van de gewezen Groeningeabdij (derde versie) in de Groeningestraat en er waren een heleboel legenden en misverstanden rond gegroeid - maar die vertelling is voor een andere keer.

Sinksenfeesten 2.JPG

De Peperbollenommegang geschiedde op straat. De hele Rijselsestraat stond vol met gebakkramen waar niets anders dan 'peperbollen' werden verkocht. Honderden kilo's werden er verpatst. Bolachtig waren de brokken 'pennepisse' (peperkoek - waarbij de peper gember is) allerminst maar dobbelsteenvormig. Er waren zelfs peperbollen voor de rijken en peperbollen voor de armen. In het deeg voor de rijken was sukade verwerkt (geconfijte 'ginappel'-schillen); in dat voor de armen zaten alleen rozijnen. Dat vertelt althans Kortrijks kronikeur Julien Huysentruyt (Herinneringen aan Kortrijk 1900-1940). Het verschil tussen echte Kortrijkse Peperbollen en ordinaire pennepisse is de toevoeging van anijs en geconfijt fruit.

peperbollen.JPG

Na 14-18 werd de peperbollenommegang vervangen door de verkoop van dat Kortrijkse sinksengebak in de bakkerijen in heel de stad. Ook die traditie is grotendeels verdwenen, behalve in de bakkerij van de Doorniksestraat. De familie Focque - de beste taarten van het westelijk halfrond, wist de Kortrijkse bourgeoisie - is ze blijven produceren. De bakkerij is intussen overgenomen door Courcelles maar ze zetten de traditie voort. En voor de vitrine van hun patisserie in de Doorniksestraat staat nu weer een heus kraam waar Kortrijkse Peperbollen worden verkocht.

Sinksenfeesten 3.JPG

Die Kortrijkse Peperbollen hebben daarmee recentere culinaire stadsinitiatieven overleefd. Op de Sinksenfeesten van 1977 lanceerden de Kortrijkse bakkers en slagers de Kalletaart en de Mantenworst. Veel spel wordt daarover niet meer gemaakt, ook niet op hun geboortedag. Zijn die nog ergens te krijgen?

24-05-12

Een nieuw tailleurke voor de Kortrijkse stadshostessen

De Bloeze 1.JPG

Het stadsbestuur steekt zijn hostessen in het nieuw. Daarvoor wordt een aanbesteding (zonder bekendmaking) gehouden voor een raamcontract voor drie jaar. Of het haute-couture wordt, zal moeten blijken op een défilé op het stadhuis. Maar het aspect 'algemeen uitzicht' telt bij de beoordeling toch maar mee voor 10 punten op 100. De opgelegde kleuren zijn alvast heel klassiek - om niet te zeggen braafjes: marineblauw. Het gaat over een bestelling van 12.300 euro over drie jaar. Onder de vijf geselecteerde confectiebedrijven die een staal mogen inleveren, zit geen Kortrijkse firma.

Het stadsbestuur acht het tijd om zijn hostessen in het nieuw te steken. Voor de herkenbaarheid wordt vastgehouden aan uniformen. Men gaat daarom een raamcontract afsluiten met een confectieproducent voor een twintigtal stuks van alle kledijonderdelen - het kan ook meer of minder zijn - af te nemen over een periode van drie jaar. De opdracht wordt geraamd op zowat 12.300 euro. Voor die relatief beperkte aankoop houdt men geen openbare aanbesteding maar grijpt men naar de lichtere procedure van de onderhandelingsprocedure met enkele gekende firma's.

Het is wel opvallend dat daar geen enkele Kortrijkse kleermaker bij zit. Is de tijd voorbij dat onze stad een befaamd confectiecentrum was? Stalen en prijzen worden opgevraagd bij: EFD bvba, Kuurne, Prestige Business Fashion bvba, Sint-Denijs-Westrem, Sarco, Temse, Tric, Kuurne, en Villa Maria, Brugge.

Défilé

De outfit van de stadshostessen is van groot belang voor de eerste indruk die gasten van de stad krijgen bij ontvangsten en evenementen. Het is dan ook is een beetje opmerkelijk dat designstad Kortrijk voor die uniformen niet eerst een beroep doet op een ontwerper maar zich rechtstreeks tot kleermakers wendt. Het stadsbestuur vraagt aan de mededingers toch wel kledij die 'smaakvol' is en 'de nodige dynamiek uitstraalt'.

Om dat te controleren worden de aangeboden stalen (2 klokrokjes, pantalons, winter- en zomerblouses, sjaaltjes, pullovers en jasjes - maat 44) geshowd op een défilé op het stadhuis voor diverse medewerkers van de stedelijke protocoldienst en andere uitverkorenen.

Brave tinten

Hoewel het dossier zegt te mikken op een modieuze snit en frisse kleuren, worden op het eerste gezicht heel brave tinten opgelegd aan de deelnemende kleermakers. Voor de bovenkledij (klokrokjes tot op kniehoogte, pantalons, blazers en kleedjes) legt het stadsbestuur marineblauw op. Voor de rolkraagtruien ('pull' noemt men dat op het stadhuis) ook marineblauw.

Voor de bloezen kiest men voor wit met een lichtblauwe streep: de zomerbloezen met ruches, de winterbloezen met eventueel knoopsgaten in contrasterende kleur, rood bijvoorbeeld. De enige frivoliteit die het stadsbestuur zich toestaat is de felle rode kleur van de sjaaltjes; ze moeten wel effen zijn van dessin.

Draagcomfort

Al met al speelt de couture ('algemeen uitzicht') bij de beoordeling maar voor 10% mee. De prijs is het belangrijkste criterium (40%). Andere beoordelingspunten zijn het draagcomfort ('praktisch en comfortabel zitten tijdens het werk', 20%), de 'zweetopname en verluchting' (10%), en het resultaat na nieuwkuis (10%). Ook de leveringstermijn speelt voor 10% mee. Toe te juichen is dat de mededingers een 'code of conduct' moeten onderschrijven waarin zij zich ertoe verbinden rekening te houden met het leefmilieu, de duurzaamheid en het maatschappelijk verantwoord ondernemen. Daarmee wordt toch al uitgesloten dat er kledij wordt geleverd die vervaardigd is door kinderhanden in Zuid-Oost-Aziatische sweatshops.

De Bloeze2.JPG

 

20-05-12

Zondags Kortrijk (ansicht 31)

Elke zondag een bijzonder prentje, een ansicht van Kortrijk.

Tacktoren1.JPG

Het prentje van vandaag illustreert een bewogen geschiedenis: die van de brouwerijtoren van de gewezen brouwerij Tack op Buda. Eigenlijk is het een groot geluk dat die toren, relict van ooit belangrijke economische bedrijvigheid op die plek aan de Leie, is blijven staan. Dat voortbestaan heeft aan een zijden draadje gehangen. Als voorwerp van heel wat lokaalpolitieke debatten is de uiteindelijke renovatie uitgelopen op een juridische uitputtingsslag. Dat gevecht is pas onlangs beslecht. Zie mijn vorig stuk.

Brouwers

Op beide oevers van de Leiebrug, op het eiland Buda en aan de stadskant, is er altijd een grote brouwerijbedrijvigheid geweest. Men had er water - met enige gistbestanddelen? - uit de rivier en diezelfde rivier maakte een gemakkelijke aanvoer van gerst, haver en hoppe per schip mogelijk. De Dolfijnkaai en de Trompestraat op Buda zijn genoemd naar brouwerijtjes die daar ooit actief waren.

Tack.JPG

De Tacktoren maakte deel uit van de belangrijke brouwerij Tack ('den kleinen Tack' - er was ook een andere brouwerij, 'den groten Tack, in de Handboogstraat aan de stadskant van de Leie). Het was Pieter Frans Ignatius Tack die in 1760 op het eiland Buda, op de Broelkaai, een brouwerij oprichtte. Ze bleef zes generaties in dezelfde familie, waarin de naam Pieter (of Pierre) heel gegeerd was. In de loop van de geschiedenis splitste zich een deel van de familie af en zij waren het die op zichzelf begonnen in de Handboogstraat aan de overkant van de Leie.

Over die brouwerij in de Handboogstraat wist liberaal Julien Huysentruyt in zijn kroniek 'Herinneringen aan Kortrijk 1900-1940' een smakelijk verhaal te vertellen. Het bedrijf was in handen van Pierre Armand Tack (1818-1910), advocaat-brouwer, en conservatief katholiek politicus. De man was niet alleen schepen in Kortrijk maar ook kamerlid. In 1870 was hij kortstondig minister van Financiën. In 1897 werd hij opgenomen in de Kroonraad (minister van Staat). Volgens Huysentruyt werd hij in Kortrijk door de man in de straat Peetje Tack genoemd. Zijn zoon was gokverslaafd en sloeg afgrijselijke bressen in het familiekapitaal. Na het overlijden van Peetje op hoge leeftijd en van de zoon op jonge leeftijd was de kleinzoon niet meer bij machte de zaak drijvende te houden.

In Kortrijk heeft men ter ere van staatsminister Pierre Tack de Zuiderlaan (op de toegegooide stadsgracht in het zuiden van de stad) herdoopt tot eerst Pieter Tacklaan en daarna Minister Tacklaan. Maar de advocaat-brouwer had al eerder zijn stempel gedrukt op die kant van de stad. Op een bepaald moment wou men de spoorweg, die in Kortrijk als het ware het stadscentrum in tweeën snijdt, een beetje meer naar het zuiden verleggen. Er waren plannen om een nieuw station te bouwen in de Beverlaai, een honderdtal meter verder dan waar het nu nog altijd ligt. Peetje Tack heeft al zijn politieke invloed aangewend om dat plan te kelderen. Zijn brouwerij bezat immers heel wat herbergen en afnemers in de stationswijk en die zouden door een verhuis van station en spoorweg heel wat klandizie kwijt zijn. Toch raar dat men precies op de plaats waar hij obstructie pleegde een straat, een boulevard dan nog, naar hem heeft genoemd.

Tacktoren2.JPG

Brouwtoren

Maar soit, het gaat hier niet over die 'tak' van de dynastie van Tackbrouwers maar over de hoofdtak op Buda. Die hoofdtak hield het vol tot de laatste dag van 1962; toen werden de brouwketels definitief stilgelegd. Brouwerij Tack veranderde zoals zoveel Kortrijkse brouwers van activiteit en werd bierverdeler van een groot merk (Chevalier Marin - met een zeepaardje als logo, een merk dat toen al was opgekocht door Stella Artois).

De toren in de Kleine Kapucijnenstraat werd gebouwd in 1948 naar de plannen van architect Gernay. Hij ontwierp een imposant betonnen skelet dat hij liet opvullen met baksteen. De toren speelde een rol in het modernere brouwproces voor de productie van pils (Orta-Pils). Laat ons zeggen dat het water tot de hoogste verdieping werd opgepompt en dat het er op de benedenverdieping als bier uitkwam. In de toren werd het bier 'gelagerd': met achtereenvolgende procédé's van afkoeling, bezinken, gisten en bewaren.

Tacktoren3.JPG

In 1977 - de toren stond toen al 15 jaar leeg - kocht de stad het gebouw op, samen met 0,44 ha brouwerijdomein met inbegrip van paardenstallen en koetshuis. Andere onderdelen van het domein Tack, onder meer de villa aan de Dam en de gewezen mouterij in de Kapucijnenstraat - thans brasserie Het Mouterijtje - werden niet opgekocht. De stad had op dat moment uitzicht op drie miljoen frank subsidie om de site een culturele bestemming te geven. Hoe dat afliep, vond ik in een knipsel van Het Nieuwsblad van 26 juni 1999 (auteur Patrick Ghyselen).

Maar is het de crisis die toesloeg? Of was het een vlaag van futloosheid die de almachtige CVP teisterde? In elk geval bleef de toren decennialang onaangeroerd. In 1989 speelde het stadsbestuur zelfs met het idee het hoge gebouw te slopen. Het was de Stichting Interieur (die zich nu Interieur Foundation noemt), jawel de organisatoren van de tweejaarlijkse Kortrijkse designbeurs, die daar een stokje voorstak. Eerst probeerden de bevlogen interieurpromotoren een nieuwe vzw op te richten met vertegenwoordigers van het stadsbestuur, de culturele sector en de Kortrijkse bedrijfswereld. Die poging liep op een sisser uit in 1991. Maar intussen hadden zij sterarchitect Stéphane Beel al kunnen verleiden tot het op papier zetten van enkele schetsen voor een mogelijke herbestemming van de toren.

Tacktoren taatsvensters.JPG

In de zomer van 1994 geraakt het homogeen christendemocratische maar niet altijd in dezelfde richting kijkende stadsbestuur dan toch onderling akkoord om de toren een culturele bestemming te geven. Het zou een productiecentrum voor podiumkunsten moeten worden. Vanuit de Tacktoren zouden gezelschappen van allerlei pluimage uitzwermen met de ideeën en de creativiteit die de weidse blik over de Kortrijkse pannendaken hen had opgeleverd. Het plan was bedacht door een regionaal consortium van kunstencentra zoals Limelight, Antigone, Dans in Kortrijk en het Cultureel Centrum (de uitbaters van de Stadsschouwburg).

Eind september werd genoemde Beel, samen met zijn maatje Lieven Achtergael, door het stadsbestuur aangesteld als ontwerpers van de torenrenovatie. Toch duurde het nog tot april 1997 eer de werken van start konden gaan. Een van de oorzaken van de vertraging was een zware discussie binnen de CVP, die door de oppositie publiek werd gemaakt in de gemeenteraad, over de koppeling van een ontmoetingscentrum voor het stadscentrum aan de Tacktoren. In Kortrijk hebben wel de meeste deelgemeenten een OC maar niet de kernstad. Die wens druiste niet alleen in tegen het concept van een productiecentrum (waar producties werden klaargestoomd om ze elders op heuse podia te gaan uitvoeren). Het was ook een duur project. En het ACW wou liever een dergelijk OC in zijn 'homeland', de stadsuitbreiding uit de jaren 50 en 60, Sint-Elisabeth. Uiteindelijk hebben noch Buda noch Sint-Elisabeth een OC gekregen.

Tacktoren4.JPG

De Tacktoren is dan wel gerenoveerd, maar het resultaat is niet zonder gebreken. Daarover is een proces van meer dan twaalf jaar gevoerd, dat onlangs tot een vonnis heeft geleid. Zie mijn stuk van gisteren. Maar al met al vult de verbouwde toren, herdoopt tot Budatoren, toch de aanzienlijke culturele infrastructuur op Buda aan waarvan de gewezen Pentascoop de kern vormt. Hopelijk draalt het stadsbestuur nu niet langer om het relict van Brouwerij Tack van zijn kinderziekten - inmiddels toch al puberkwalen - te verlossen.

Tacktoren5.JPG

Een merkwaardig detail op de Budatoren is het 'bankje' van de Nederlandse kunstenares Valentine Kempynck (2009). Het bestaat uit een poortje gemaakt van drie met mortel aan elkaar en aan het uitstekende deel van het dak van de toren verankerde bakstenen. Zij refereert daarmee aan de nokstenen die in onze streken op veel oude daken te zien zijn en de geesten van overleden voorouders een rustplek moeten bieden. In de ogen van de kunstenares zijn de drie stenen een eerbetoon aan wijlen Willy Malisse, de oprichter en bezieler van Limelight (opgegaan in Kunstencentrum Buda). Zie mijn eerder stukje, dat nogal ironisch was gezien de vele reële problemen waarmee de Tacktoren toen en momenteel nog kampt.bankje Tacktoren.JPG

18-05-12

Architecten en aannemer Tacktoren veroordeeld tot zware vergoedingen aan Stad Kortrijk

tacktoren.JPG

De rechtbank van eerste aanleg veroordeelde de architecten Stéphane Beel en Lieven Achtergael en aannemer Arthur Vandendorpe tot betaling van respectievelijk zowat 110.000 en 50.000 euro aan Stad Kortrijk voor hun gebrekkige dienstverlening bij de renovatie van de gewezen brouwerijtoren Tack tot de Budatoren (ruimtes voor artistieke creaties). Het was al van in den beginne duidelijk dat er vanalles schortte aan de toren. Dat is nu bevestigd door de rechtbank. De renovatie startte in 1994; het proces in 2000; de uitspraak viel eind november vorig jaar; het stadsbestuur legde er zich officieel bij neer op 2 mei jl. De schadevergoeding van de architecten kon nog zwaarder zijn geweest als het stadsbestuur zijn stadsarchitect afzijdig had gehouden van het project. Nu houdt de rechbank rekening met een zekere gedeelde verantwoordelijkheid.

Ramptoren

'Tacktoren net geen ramptoren' blokletterde Het Nieuwsblad op 28 juni 1999 bij de plechtige opening van de toren die nu de Budatoren wordt genoemd. Een zware plank kwam tijdens de toespraken naar beneden gewaaid en verpletterde ei zo na West-Vlaams député Marleen Titeca-Decraene. De dag voor de opening was nog een hele verdieping onder water gelopen door een lek in de waterleiding.

Hoewel het stukje positief eindigde met: "overigens een mooie realisatie', waren dat toch geen gunstige voortekenen. Het heeft niet lang geduurd eer de stad en de gebruikers ervaarden dat het concept en de uitvoering van de gerenoveerde toren echt wel rampzalig was.

Ernstige fouten

De gewezen brouwerijtoren was in 1977 aangekocht door de stad. Men heeft hem laten leegstaan, tot in 1994 (30 juni) het stadsbestuur besliste het gebouw in de Korte Kapucijnenstraat te renoveren en geschikt te maken tot een productiecentrum voor culturele projecten. Op 30 september 1994 werden de architecten Stéphane Beel en Lieven Achtergael aangesteld als ontwerpers. De werken liepen pas in april 1997 van stapel. De belangrijkste aannemer (voor de loten ruwbouw en afwerking en buitenschrijnwerk) was Algemene Bouwonderneming Vandendorpe Arthur, Brugge.

Van meet af aan bleken bij de renovatie ernstige fouten te zijn gemaakt, zowel bij het ontwerp (verantwoordelijkheid architecten) als bij de uitvoering (verantwoordelijkheid aannemers). Vergeten afvoeren voor lavabo's op de hogere verdiepingen werden achteraf nog snel aangebracht, maar er was erger. De nieuwe glazen gevel die sterarchitect Beel tegen uitgerekend de zuidgevel van het bestaande gebouw liet monteren, werkte ongevraagd als een serre. Aan zonnewering is niet gedacht. 's Zomers waren tropische temperaturen van meer dan 40° niet zeldzaam. Bovendien bleek het aartsmoeilijk om ergens een raam open te zetten. Men moest - moet? - zich van lieverlede behelpen met geïmproviseerde airconditioningtoestelletjes.

's Winters was de toren dan weer niet te verwarmen, zelfs niet met elektriciteit vretende bijverwarming of petroleumdampen en -rook brakende kacheltjes. Dansgezelschappen die er repeteerden vertrokken 'met de noorderzon' naar warmere lokalen in andere steden.

En overal zwermde stof en zand omdat de heer Beel geen deklaag op de ruwe betonnen vloeren wou 'om het industriële karakter van de site te bewaren'.

Ophefmakend

Het gevolg was een reeks processen waarmee de stad, de architecten en de verschillende aannemers en studiebureaus elkaar vanaf 2000 bestookten. Alles kwam bijeen in één ingewikkeld proces, waarin de stad werd verdedigd door advocaat Dirk Van de Sijpe. De rechter stelde meteen de Brugse expert bouwgeschillen, gewezen leidend ambtenaar van de Regie der Gebouwen, Roland Vandenberge aan als gerechtsdeskundige. Hij rondde zijn ophefmakend verslag af in 2007. En dan heeft het nog vier jaar geduurd eer men op de rechtbank van eerste aanleg in Kortrijk met een uitspraak voor de pinnen kwam.

Ironie van het lot: die rechtbank zetelt in het nieuwe gerechtsgebouw in de Beheerstraat, nog een realisatie van Stéphane Beel, en evenmin zonder problemen. Diezelfde Beel tekende overigens een aanbouwvleugel aan de privéwoning van zijn vriend Stefaan De Clerck (afwisselend burgemeester van Kortrijk en minister van Justitie).

Vonnis

De architecten en de aannemers (en ook Stad Kortrijk niet) halen weinig eer uit het vonnis (dd. 22 november 2011). Het vonnis behandelt de uiteenlopende problemen een voor een.

Verzanden betonnen vloeren. Doordat de vloeren in de gangen en trappen geen slijtlaag hebben gekregen, heeft het normale gebruik een 'verzandend effect'. De rechter is van oordeel dat een dergelijke vloer niet geschikt is voor de ruimtes waarin hij is aangelegd. Dat losgekomen zand vervuilt het hele gebouw. Duidelijk een ontwerpfout dus. Maar de rechter legt de verantwoordelijkheid ook voor de helft op Stad Kortrijk. De stad behoorde beter dan wie ook te weten waarvoor de lokalen zouden dienen. Een geborstelde betonnen vloer op weg naar een danslokaal is geen blijk van zorgvuldigheid. Dat kun je niet rechtpraten met de opmerking dat men niet met schoenen aan de danslokalen mag betreden.

Ondichte ramen noordgevel. Voor de noordgevel - dus deze zonder het 'glazen membraan' van Beel - is ervoor geopteerd de bestaande ramen te restaureren: uitbreken, herstellen en schilderen en terugplaatsen. Volgens de deskundige kon men weten dat "bij dergelijke behouden ramen de luchtlekken te groot zijn en dat ze geen comfort kunnen bieden". Ontwerpfout!

Taatsramen. De nieuwe ramen op de gelijkvloerse verdieping die moesten geopend kunnen worden, zijn taatsramen. Dat zijn ramen die om een verticale as (vastgemaakt aan de boven- en onderdorpel) draaien, meestal op zowat een derde van de raambreedte. De rechter stelt vast dat ze bijzonder groot zijn, 3,5 op 3 meter. Dat maakt het openen en sluiten lastig. De deskundige vreest ook voor thermische uitzettingen en krimpen. Weeral een ontwerpfout dus, maar de stad wordt gedeeltelijk medeverantwoordelijk geacht omdat men de ramen niet heeft uitgetest toen dat nog kon.

Kromgetrokken inkomdeur benedenverdieping. De inkomdeur aan de glazen kant is overgewaaid en daardoor kromgetrokken. De geplaatste bovenstop werkte niet afdoende. Men heeft ze dus maar vervangen door een voorlopig planken geval (is er nog altijd!). Volgens de rechter is de hoofdverantwoordelijke aannemer Vandendorpe (voor 2/3) maar is ook het architectenduo voor een derde aansprakelijk omdat zij tekortgeschoten zijn in hun toezichtsopdracht.

Gewapend gras. De brandweertoegang aan de noordkant (kant Dam) moest worden uitgevoerd in 'gewapend gras'; in de ondergrond steekt een lichte metalen versterking. Maar door een foutieve uitvoering is de bodem daar niet stabiel genoeg. Een gedeelde fout van de hoofdaannemer en de architecten (gebrek aan controle).

Zonnewering. Volgens de gerechtsdeskundige was het oorspronkelijke ontwerp van zonnewering simpelweg niet uitvoerbaar. Latere concepten, ontwikkeld door het door Beel en Achtergaele ingeschakelde Studiebureau Mouton bleken onbediendaar. Dat noopte de stad tot het inschakelen van nood-airco, een koelings- en verluchtingsinstallatie waarvan de huurprijs 10.000 euro per jaar bedraagt en het stroomverbruik 2500 euro. Oké zegt de rechter aan de stad maar slechts voor vier jaar, want toen moest het al wel geheel duidelijk zijn dat er een ernstige airconditioning moest worden geïnstalleerd. De architecten moeten de stad voor die erkende schade vergoeden.

Waterinfiltratie liftput. De liftput is niet waterdicht voor het grondwater. Aannemer en architecten hadden samen besloten af te zien van de nochtans geplande dichting. Beiden aansprakelijk dus.

Gebreken Zuidgevel. Op de glazen zuidgevel (kant Kapucijnenstraat) zijn diverse gebreken vastgesteld: slordig aangebrachte opkittingen, ondeskundige bevestiging van de drainagebuisjes in de dubbele beglazing (te klein en zonder afdekkapjes), en geen afdekking van de uitzettingsvoegen. In bepaalde gevallen gaat het om uitvoeringsfouten in andere gevallen om ontwerpfouten.

Dak liftmachinekamer. Het dak van de liftmachinekamer is niet waterdicht, heeft onvoldoende ventilatie, condensatieproblemen en een gebrekkige afvoer van het regenwater. Het betreft een verkeerd concept van de architecten.

Betonnen roosters. De betonnen roosters op de grond zijn niet sterk genoeg bewapend om het gewicht te kunnen dragen van een hoogtewerker (nodig voor het onderhoud van het 'glazen membraan' van de zuidgevel). De rechter legt de verantwoordelijkheid hiervoor volledig bij de architecten.

Betonnen trappen. Volgens het ontwerp moesten de betonnen trappen afgeboord zijn met een latje. In de plaats daarvan bevestigde aannemer Vandendorpe treden met afgeronde randen. Een volledige uitvoeringsfout.

Minder architect

Een nevendispuut ontspon zich tussen de stad en de architecten over een eventuele medeverantwoordelijkheid van de stad. Volgens Beel en Achtergael hebben zij geen schuld aan toezichtsfouten omdat de stad, die haar stadsarchitect inschakelde, geen leek in het vak kon worden genoemd. Zij wezen erop dat de stadsarchitect hen bepaalde keuzes heeft opgedrongen.

De rechter stelt dat er wel degelijk een zekere gedeelde aansprakelijkheid is aangezien de stad werd bijgestaan en vertegenwoordigd door technisch onderlegde vakmensen. Van een bouwheer mag worden verwacht dat hij geen fouten maakt bij zijn optreden en "niet tekortschiet in de zorgvuldigheidsverplichting die van een normaal voorzichtig bouwheer mag verwacht worden".

Anderzijds is het niet omdat een architect werkt met een professioneel bouwheer dat hij minder architect moet zijn: "Van een architect mag verwacht worden dat hij correcte en technisch haalbare concepten voorstelt die zijn aangepast aan het doel van de cliënt". Beel en Achtergael kunnen zich niet wegsteken achter een stizwijgen of goedkeuren van de professionele bouwheer.

Schadevergoedingen

Na verrekening van de aan de architecten en aannemer Vandendorpe opgelegde schadevergoedingen, verminderd met de aan de stad aangewreven gedeeltelijke medeverantwoordelijkheid en met de sommen die de stad nog verschuldigd was, betekent het vonnis voor de architecten Stéphane Beel en Lieven Achtergael een nettoschadevergoeding te betalen aan de stad van 109.952,89 euro (intresten, rechtsplegingskosten en expertisekosten inbegrepen). Aannemer Arthur Vandendorpe moet nog 49.107,91 euro betalen.

Een deel van die bedragen kunnen gerecupereerd worden op diverse borgstellingsrekeningen. Het is nog maar de vraag of de architecten Beel en Achtergael wel veel zullen over hebben gehouden aan hun, toch prestigieuze opdracht. In de ereloonovereenkomst die door de gemeenteraad van 9 september 1994 is goedgekeurd, was sprake van 8% op de bouwkosten. Wetende dat de renovatie van de Tacktoren zowat 70 miljoen Belgische frank heeft gekost, bedroeg het ereloon van de ontwerpers zowat 140.000 euro. Daar gaat nu toch 110.000 euro vanaf.

In elk geval heeft het stadsbestuur op 2 mei jl., na veel wikken en wegen, beslist te berusten in het vonnis. Nu het dossier de juridische mijnenvelden heeft doorkruist en er zekerheid is over de eindafrekening, kan het stadsbestuur nu misschien eindelijk beslissen de gemaakte fouten recht te zetten. Met de gerecupereerde 160.000 euro kan men toch al een begin maken met de meest noodzakelijke werken, die planken voordeur bijvoorbeeld.

17-05-12

Stad Kortrijk lanceert monstercontract ICT

internetkiosk bib.JPG

Het gaat hier om een raamcontract van niet minder dan 25 à 30 miljoen euro bestellingen van informatica-toestellen! Het is voor de derde keer dat Stad Kortrijk een dergelijke oproep tot de sector lanceert. De geselecteerde bedrijven verbinden er zich toe 'op afroep' en tegen vastgelegde prijzen ICT-materiaal en dienstverlening te leveren in de komende vijf jaar. Het pionierswerk dat de stad verrichtte met die vernieuwende aanpak heeft een grote weerklank in de sector en bij de lokale besturen. Daarop inspelend heeft men van het raamcontract een samenaankoop gemaakt. Bij het derde ICT-raamcontract sluiten zich liefst 33 steden en gemeenten, 5 politiezones, 20 OCMW's, 5 intercommunales, 1 ziekenhuis en 7 autonome gemeentebedrijven aan!

Beheersbaar

Een vergelijking met het vorige ICT-raamcontract, afgesloten eind 2007, is veelzeggend. Toen bedroeg het al 11 miljoen euro. Onder de vleugels van de dynamische Kortrijkse ICT-administratie schaarden zich die keer 15 andere lokale instanties. Toen was het de firma Dolmen die de vetste vissen ving, voor alles bijeen zowat 5 miljoen euro.

Bij de bespreking van dat contract in de gemeenteraadscommissie liet ICT-schepen Jean de Bethune zich ontvallen dat het eclatante succes misschien wel es moeilijk beheersbaar zou worden, zeker als in de toekomst zich nog meer partners zouden aandienen. Officieel gaat het nu om 20 à 25 miljoen euro maar volgens de schepen zal het veeleer 25 à 30 miljoen euro zijn. Vergelijk dat met de gebruikelijke jaarlijkse totale investeringen door Stad Kortrijk van niet meer dan 30 miljoen euro (met uitzondering van 2010: 38 miljoen euro maar dat kwam door een kapitaalsverhoging bij Gaselwest). Het is dus ontegensprekelijk de duurste beslissing van jaren ver.

Voor de Kortrijkse administratie vergt het contract intussen een bijna bovenmenselijke inspanning.  Zo moeten er, bovenop alle andere rompslomp, correspondentie en contacten, meer dan 120 intensieve onderhandelingsvergaderingen worden georganiseerd. Daarom vraagt Kortrijk voor het eerst een vergoeding van de deelnemende instanties: van 0,7% van de geplaatste aankopen (inclusief btw). Dat zou de stad 175.000 euro kunnen opbrengen maar de stad zelf, goed voor 4,5 miljoen euro bestellingen, hoeft uiteraard geen vergoeding te betalen. En besturen die geen enkele bestelling plaatsen, hoeven niets te betalen. Bovendien krijgen besturen die zelf een deel van de administratie en het denkwerk op zich nemen, korting.

Stad Kortrijk treedt op als aanbestedende overheid; voor bepaalde loten wordt beroep gedaan op de expertise van de intercommunale Leiedal (zelf partner). De letterlijke tekst van de samenwerkingsovereenkomst vind je op deze pagina.

Opdrachtencentrale

De contractperiode loopt van 2013 tot en met 2017. Het contract is een globale overheidsopdracht, die gezien de hoge raming Europees bekend moet worden gemaakt aan mogelijke leveranciers. Het contract wordt evenwel opgedeeld in 27 loten.

Voorts biedt het contract vooral veel rechten voor de deelnemende openbare besturen en plichten voor de leveranciers die er brood in zien zich te verbinden. De bestellingen gebeuren immers op afroep (met andere woorden: ze liggen niet van meet af aan vast maar hangen af van de totaal vrije beslissing van de deelnemende instanties). De leveranciers moeten voor de meeste producten minstens drie courante merken aanbieden. De winst die ze nemen, moet bekend zijn. Voor de uiteenlopende dienstverlening (technische ondersteuning, verhuisprojecten, ophangen van beamers, installatie camera's enzovoort) liggen de aan te rekenen uurlonen vast. Maar de deelnemende lokale besturen mogen ook nog buiten het contract aankopen en zijn niet gebonden aan afname-minima.

Voor die vorm van samenaankoop onder leiding van Kortrijk gebruikt men de term 'opdrachtencentrale'. Het project wordt geleid door een stuurgroep met vertegenwoordigers van de deelnemende besturen. Dat comité komt zeker om de vier maanden, op uitnodiging van Stad Kortrijk, bijeen. Kortrijk is de woordvoerder van de groep. In het samenwerkingscontract wordt nogal sterk de nadruk gelegd op discretie, maar uiteraard speelt de openbaarheid van bestuur ook nog een rol - het gaat immers om grote bedragen gemeenschapsgelden.

Deelnemende besturen

De deelnemende besturen zijn van alle hoeken van West-Vlaanderen plus de Oost-Vlaamse stad Oudenaarde: Alveringem, Anzegem, Avelgem (gemeente en OCMW), AZ Groeninge, De Panne, Deerlijk, Diksmuide (stad en OCMW), Eurometropool, Fluvia (brandweerzone), Harelbeke (stad en OCMW), Heuvelland, Ieper (stad, OCMW, stedelijke vzw's en de autonome gemeentebedrijven Vauban en SPIE), IMOG, Ingelmunster (gemeente en OCMW), Intercommunale Leiedal, Izegem (stad en OCMW), Koekelare, Koksijde (gemeente en OCMW), Kortemark, Kortrijk (stad, OCMW, Stadsontwikkelingsbedrijf SOK en Parko), Kuurne (gemeente en OCMW), Langemark-Poelkapelle (gemeente en OCMW), Ledegem (gemeente en OCMW), Lo-Reninge, Menen (stad en OCMW), Mesen (gemeente en OCMW), Nieuwpoort, Oudenaarde, Politiezones ARRO (Ieper), Gavers, MIRA, VLAS en RIHO (Roeselare), Poperinge (stad en OCMW), Psillon (crematorium Uitzicht), Roeselare (stad, OCMW, autonoom gemeentebedrijf, en intern verzelfstandigde agenschappen), Veurne (stad en OCMW),Vleteren, Wervik (stad en OCMW), West-Vlaamse Intercommunale (WVI), Wevelgem (gemeente en OCMW), Wingene (gemeente, OCMW en autonoom gemeentebedrijf), Zonnebeke en Zwevegem (gemeente, OCMW en autonoom gemeentebedrijf).

Loten

Het ICT-raamcontract zoekt leveranciers voor 27 loten:
- basishard- en software - raming btw incl. 14.520.000 euro)
- 5 loten assistentie door junior-techniekers (voor verschillende geografische zones) - 471.900 €
- assitentie voor netwerk en beveiliging - 1.936.000 €
- 5 loten knowhowassistentie programmatie - 659.200

- installatie databekabeling binnen en buiten - 2.783.000
- 2 loten ICT-vorming - 302.500
- schermen hoge resolutie binnen - 484.000
- schermen hoge resolutie buiten - 242.000
- schermen lage resolutie (ledwalls enzovoort) buiten - 242.000
- beamers, projectoren en multimediamateriaal - 145.200
- Apple-producten - 217.800
- draadloze dataverbindingen - 726.000
- camerabewakingssystemen - 732.050
- telefoons, gsm's en smartphones - 121.000
- fototoestellen en videocamera's - 84.700
- toners - 84.700
- kopieermachines - 242.000
- hosting- 60.500 €

Het lot camera's zal nog dit jaar worden toegewezen aan een leverancier/installateur. Stad Kortrijk wil daar 100.000 euro aan besteden in samenwerking met de politiezone VLAS. Andere deelnemers willen ook nog dit jaar gsm's en smartphones aankopen en databekabeling bestellen. De meeste loten zullen evenwel volgend jaar worden toegewezen.

Voor inlichtingen kan men terecht bij ir Luk Van Beneden, directeur ICT of projectverantwoordelijke Ann Desauw.

13:25 Gepost in Actualiteit | Permalink | Commentaren (0) | Tags: ict |  Facebook |

13-05-12

Zondags Kortrijk (ansicht 30)

Elke zondag een bijzonder prentje, een ansicht van Kortrijk.

Neen Theo!2.JPG

Wie heeft die afwijzende slogan nog niet opgemerkt op een van de drukste verkeersknopen van Kortrijk? Maar wie is die Theo? Het prentje van vandaag woelt een paar hevige - maar vergeten? - episodes uit het Kortrijkse politieke leven van zowat een halve eeuw geleden op. Men heeft al vergeefse pogingen gedaan om het illegale opschrift te verwijderen. Misschien moeten ze het maar laten staan, als historisch erfgoed?

Panorama

'NEEN THEO' stond en staat nog een beetje gekalkt op verschillende plekken van de bakstenen gevel van een gebouwtje van de NMBS op de hoek van de Minister Tacklaan en de Zandstraat/Aalbeeksesteenweg. Het kruispunt wordt eigenaardig genoeg 'Panorama' genoemd hoewel het, aan de voet van de helling naar de Pottelberg, in feite bestaat uit een ... put. Die put is het resultaat van een andere anekdote, mij overgeleverd door Luc Debels (zie commentaar).

Bij de aanleg van de tunnel onder de spoorweg aldaar, na de Tweede Wereldoorlog, stootte men er op een zware bom, souvenir van diezelfde oorlog. Het springtuig was van bijzonder gevaarlijke aard. Het bleek om een tijdbom te gaan, die bij het kleinste stootje kon exploderen. Daarom werd beslist, na ruggenspraak met toenmalig burgemeester Jules Coussens die bom niet weg te halen maar ze met inachtneming van bepaalde voorzorgen ter plekke te laten ontploffen. Zo moesten bijvoorbeeld alle omwonenden hun vensters en deuren openzetten om luchtdrukschade te beperken. Niettegenstaande die voorzorgen werd er toch nog enige schade aangebracht; zo werd zelfs op het wat verder gelegen Casinoplein nog een winkelruit vergruizeld.

Die informatie is wel in tegenspraak met wat Egied Van Hoonacker in zijn standaardwerk Het herbergleven in Kortrijk schrijft. Volgens hem is de spoorwegviaduct pas gebouwd in 1969 en is het in oktober van dat jaar dat voormelde bom is ontdekt. Ze zou niet ter plaatse zijn opgeblazen maar meegenomen zijn naar de Pottelberg en daar onschadelijk zijn gemaakt. Ik denk dat de eminence grise van de Kortrijkse lokale geschiedschrijving zich hier voor een keertje vergist. Of heeft hij het over een andere bom dan Luc? Dat zou kunnen aangezien er op dat stukje Kortrijk bommen zijn gestrooid als bloemsuiker op te vroeg geplukte aardbeien. De stelling van Luc wordt dan weer impliciet bijgetreden in het, bijna officiële, boek 'De geschiedenis van Kortrijk' onder eindredactie van Niklaas Maddens: de tunnel in de Zandstraat dateert wel degelijk van 1950.

Panorama.JPG

Maar hoe komt dat ingezakte kruispunt aan de naam 'Panorama'? Persoonlijk had ik wel de klok horen luiden maar ik wist niet precies waar de klepel hing. Ook hier is Luc Debels mij ter hulp gesneld. Ik wist dat Panorama enkele jaren de naam is geweest van een biefstukrestaurantje in het hoekgebouw aan de overkant van de slogans. De eettent is al lang verdwenen en vergeten maar het flatgebouwtje draagt nog de naam 'Residentie Panorama'. Als simpele ziel dacht ik dat de naam aan dat restaurant ontleend was.

Luc Debels zegt dat er daar eerder al een café stond met die naam: "Vóór de graafwerken lag het kruispunt op dezelfde hoogte als de spoorlijn en het café lag daarbij nog op een kleine verhevenheid. Vanuit dat café had men aldus een uitzicht over het station en de omliggende huizen zodat men, met enige fantasie, van een 'panorama' kon spreken en die naam werd, na het verdwijnen van het café, bewaard voor het restaurant en nu voor het flatgebouw en voor de rotonde die aldus in een put zijn komen te liggen in plaats van een panorama te bieden".

Ook hierover heeft Egied Van Hoonacker een andere mening. Volgens de horecahistoricus - dat klinkt ironisch maar zo bedoel ik het niet! - was de naam van de herberg op de hoek van de Aalbeeksesteenweg en de Pieter Tacklaan van in de beginjaren 1800 'Au Nouveau Boulevard'. Het café werd vernield in de bombardementen van de Tweede Wereldoorlog (ook Luc Debels zegt dat er na de oorlog slechts een ruïne overschoot). Brouwerij Lust bouwde op die plaats het restaurant Panorama. De naam zou dus na-oorlogs zijn. De naam heeft het trouwens niet al te lang uitgehouden. In de jaren 80 werd het 'restaurant-grill Vlaams Hof'.

Wat er ook van zij: de stadsdiensten vonden dat blijkbaar een geschikte naam voor het drukste kruispunt van de Kortrijkse cityring. Overigens is het mij vandaag niet daarom te doen maar om die THEO!

Theo.JPG

NEEN THEO!

Die slogans op dat bakstenen gebouw van de NMBS dateren van de lente van 1963. De Theo in kwestie was toenmalig CVP-premier Theo Lefèvre, die samen met de socialisten onder leiding van Paul-Henri Spaak de regering vormden. Kortrijkzaan Albert De Clerck, vader van Stefaan en persoonlijke vriend van Theo (beiden fameuze wisky- en sigarenliefhebbers) was in die regering minister van Middenstand. Die roomsrode bewindsploeg werd geconfronteerd met hoogoplopende communautaire spanningen. Ze schafte in 1961 de telkens weer onrustzaaiende talentellingen af en legde het jaar nadien de taalgrens definitief vast. Het is bij die ingreep dat de stilaan vervlaamsende Kortrijkse zusterstad Moeskroen werd overgeheveld naar Henegouwen en Wallonië.

In 1963 wou de regering het probleem Brussel aanpakken. Zo werd het door Franstaligen tweetalige hoofdstedelijke gebied niet uitgebreid maar kregen de Franstalige in de Vlaamse Rand rond Brussel taalfaciliteiten. De nog prille Vlaams-nationalistische partij Volksunie en de 'Vlaamse beweging' ontbonden al hun duivels tegen deze als 'gebiedsroof' bestempelde maatregelen. Een van de vele acties was het kalken van de slogan 'NEEN THEO!' op zoveel mogelijk stedelijke invalswegen in een en dezelfde nacht. In Kortrijk werd die actie quasi militair voorbereid en uitgevoerd door militanten van de Vlaamse Volksbeweging onder leiding van José De Schaepmeester. Zie mijn eerder stuk over die Kortrijkse politicus.

Elders ging het er soms ruiger aan toe. Zo liet de VMO (uiterst rechtse Vlaamse Militantenorde) tijdens de stemming in het parlement een bom ontploffen aan de Congreskolom in Brussel; daarbij werd de eeuwige vlam uitgeblazen. Het heeft Theo niet belet de gemelde communautaire regelingen (akkoord van Hertoginnedal) te handhaven; ze gelden onverkort tot op vandaag.

Weg met Collard!

Maar in diezelfde put met de contradictorische naam Panorama staat nog een andere slogan geschilderd, in teer, op de tunnelwand aan de overkant van de Zandstraat. Ook die teer hebben ijverige ambtenaren pogen te verwijderen; men heeft de letters zelfs gepoogd weg te moffelen onder een rode overschildering,maar helemaal is dat toch niet gelukt. Dat even illegale opschrift is nog ouder dan dat van Theo.

Neen Collard.JPG

'NEEN COLLARD' staat er nog altijd te lezen. Die slogan dateert van 1955 en getuigt van de hevige 'schooloorlog', de laatste in de geschiedenis van België, die ook in onze stad hevig heeft gewoed. De Waalse socialist Léo Collard was in de rood-blauwe regering onder leiding van Achiel Van Acker minister van Nationale Opvoeding (onderwijs dus). In 1955 nam de als 'vrijzinnig' bestempelde bewindsploeg een aantal maatregelen om het officiële onderwijs wat meer armslag te geven. De katholieken beschouwden dat als een aanslag op de vrijheid van onderwijs en op hun christelijke scholen. Het 'vrij onderwijs' liet zich niet onbetuigd. Ik herinner mij persoonlijk nog dat wij als kleuters in de school in de Recolettenstraat rond de speelkoer moesten stappen op de kadans van 'Weg met Collard!'. Ik begreep er niets van maar de opwinding was mij niet geheel onaangenaam.

Na de goedkeuring van de wet Collard in de Kamer van Volksvertegenwoordigers braken op maandag 13 juni 1955 ook in Kortrijk regelrechte onlusten uit. Van het Textielhuis, het socialistich lokaal werden door katholieke studenten de ruiten ingegooid en de gevel werd besmeurd met eieren. Straten werden opgebroken, tramlijnen geblokkeerd. Overal braken vechtpartijen uit. De woelingen werden naderhand heftig besproken in de gemeenteraad. De heersende CVP goot nog wat olie op het vuur door een motie te laten goedkeuren tegen de nieuwe onderwijswet. Uiteraard stemden de socialistische en liberale gemeenteraadsleden tegen. Pas in 1958 kwam aan de strijd een einde door het afsluiten van het Schoolpact.

Nu, wat eigenaardig is, is dat in die schoolstrijd dezelfde figuren als genoemd in de kwestie Neen Theo een rol hebben gespeeld. Het was Theo Lefèvre die als voorzitter van de CVP de katholieke deel van de bevolking mobiliseerde in de oorlogsverrichtingen tegen Collard. De CVP zat toen in de oppositie op nationaal niveau. En genoemde José De Schaepmeester was toen nog voorzitter van de CVP-jongeren - pas later werd hij uit de partij gepest - die de stoottroepen leverden.

Wat de muren in Kortrijk allemaal niet te vertellen hebben!

Neen Theo!3.JPG

 

07-05-12

Kortrijk bestelt een nieuwe lading trouwboekjes

trouwboekje.JPG

Er wordt door het Kortrijkse stadsbestuur prijs gevraagd aan vier drukkers voor de levering van een nieuwe lading trouwboekjes. De voorraad is bijna op. Enkele jaren geleden was er nog een discussie op het stadhuis over discriminerende trouwboekjes voor homo's en lesbiennes. Maar dat probleem is intussen opgelost.

Het Kortrijkse stadsbestuur gaat in op de vraag van zijn directie Burger en Welzijn om een nieuwe voorraad trouwboekjes in te slaan. Er zijn er bijna geen meer over. Ambtenaar Joery Beulque voelt zich verplicht de gewoonte om een trouwboekje af te leveren aan elk nieuw wettelijk getrouwd stel te motiveren. Want nergens bestaat daartoe enige verplichting, hoewel het boekje, met een uittreksel van de huwelijksakte, bij tal van gelegenheden wordt opgevraagd. Het overhandigen van een dergelijk boekje door de steden en gemeenten bij elke huwelijkssluiting werd reeds meer dan honderd jaar voorgeschreven door een ministeriële omzendbrief, aldus Beulque. Hij kent dan ook geen enkele Belgische stad of gemeente die van die ingeburgerde gewoonte afwijkt. Overigens is het een praktijk die is overgewaaid vanuit Frankrijk.

Brandweer

Meer bepaald zullen 500 boekjes en 700 inlegvellen worden aangekocht - Stad Brussel koopt er doorgaans 2000 ineens. Er zal prijs worden gevraagd bij Vanden Broele, Brugge (de marktleider), Continuga, Heule, Die Keure, Brugge, en Schaubroeck Nazareth. De boekjes die de stad wenst in te slaan, zijn niet meer bruin zoals in de jaren zeventig. Men opteert nu voor gecertificeerd vol leder Frans nubuck in de rode kleur Opéra 3046. Bij de beoordeling van de offertes speelt de prijs maar voor de helft mee. Er zal voor 30% rekening worden gehouden met de technische kwaliteit en voor 20% met de leveringssnelheid (wie voor 15 juni kan leveren heeft een voetje voor).

Voor de bestelling wordt 7.562 euro, BTW inbegrepen, uitgetrokken. Grappig is dat het verslag laat uitschijnen dat ook de Brandweer om advies is gevraagd voor die beslissing; het advies was 'gunstig met voorwaarden'.

Holebi-trouwboekjes

In 2006 barste nog een stormpje los op het Kortrijkse stadhuis toen Inne Hellebuyck en Sophie Hoflack na hun huwelijksceremonie vaststelden dat zij een trouwboekje kregen waarop geen kinderen konden worden ingeschreven. Burgemeester Stefaan De Clerck verschool zich toen achter de wetgeving: "Zolang de adoptiewet voor holebikoppels niet in het Staatsblad is verschenen, kunnen paren van hetzelfde geslacht officieel geen kinderen krijgen en is elke verwijzing naar kinderen in hun trouwboekje onwettig".

Maar intussen hebben holebikoppels wel degelijk adoptierechten verkregen en heeft drukker Vanden Broele het 'binnenwerk' van zijn trouwboekjes aangepast. 

06-05-12

Zondags Kortrijk (ansicht 29)

Elke zondag een bijzonder prentje, een ansicht van Kortrijk.

Parc SG13.JPG

Vandaag beslissen de Franse kiezers of ze een rechtse (Nicolas Sarkozy) of een linkse president (François Hollande) willen. De uitslag kan de koers van Europa bepalen. Intussen ben ik op zoek gegaan naar een 'vue' van Kortrijk die met Frankrijk in verband worden gebracht. Vergeet niet dat Kortrijk van 1795 tot 1814 een stad was in het revolutionaire Frankrijk. Onze - ik bedoel wel degelijk de Kortrijkse - aanhangers van de Franse Revolutie hebben een tijdlang op het huidige Sint-Michielsplein (toen de Area) plechtigheden gehouden ter ere van de Rede. De Sint-Michielskerk deed daarbij dienst als Tempel van de Wet. Maar daar is niets meer van te zien.

Een Kortrijks gebouw met Franse roots - uit de tijd van Napoleon! - is blijven staan en het heeft zelfs zijn oorspronkelijke functie behouden: het clubhuis van het Parc Saint-Georges in de Doorniksewijk, gebouwd in 1810. De club, de Gilde van de Weledele Ridder Saint-Georges / la Société du Noble Chevalier Saint-Georges, stamt in rechte lijn af van de ergens in de middelleeuwen ontstane gilde van kruisboogschutters van Kortrijk. Het was de eerste schuttersgilde van de stad. Zelf vermoedt het hedendaagse bestuur dat de gilde het licht zag in de jaren 1100, maar ze hebben niets op papier. Volgens een bron in 1600 (de toenmalige geleerde J.B. Gramaye) zou de gilde in 1323 een oorkonde hebben ontvangen van de Vlaamse graaf Lodewijk van Nevers (de Crécy). Die privilegies zijn bevestigd door de aartshertogen Albrecht en Isabella in 1601 - na de godsdiensttroebelen waarbij de overheid tot in de dorpen schuttersgilden liet ontstaan om zich onder meer te verweren tegen 'vrijbuiters'. De patroon van de kruisboogschutters was Sint-Joris.

De kruisboogschutters recruteerden altijd bij de begoede toplaag van de stad. Voor dat vreselijke wapen, waarmee zelfs stalen harnassen lek geschoten werden, had de schutter een knecht nodig. Je moest al van centen weten om die knecht te kunnen betalen. De kruisboog werd ook 'voetboog' genoemd omdat men de sterkere beenspieren moest gebruiken om hem op te spannen. Wat later, in de jaren 1300, ontstond in Kortrijk ook een handboogschuttersgilde. Hun patroon was Sint-Sebastiaan.

Van zodra het weer het een beetje toeliet, trainden de voetboogschutters aan de overkant van de Leie ter hoogte van de Broeltorens (zeg maar parking Dam). Rond 1330 openden ze een lokaal in de Doorniksestraat met kapel en gastenverblijf en al. Tot voor enkele jaren was daar op de hoek met de Langesteenstraat café Saint-Georges, dan hamburgertent Quick en nu een schoenenwinkel. 'Sint-Joris' en een afbeelding van de heilige torenen nog altijd op de mooie artdeco-gevel. Nog niet zo lang geleden was het gebouw achteraan omringd door een overdekt steegje, waardoor je als het ware in een minigalerie de hoek kon afsnijden. Dat was wellicht nog een overblijfsel van de vrijstaande kapel. Maar is thans het steegje ingepalmd door de commercie.

kortrijkse ansichten

Zelf gaan de huidige clubleden er prat op dat hun voorvaderen meevoeren op de eerste kruistocht (1096-1100), in de troepen van de Vlaamse graaf Robert II 'van Jeruzalem' en dat hun banier op de muren van Jeruzalem wapperde. Maar ook daarvan hebben ze niets op papier. Wel staat vast dat ze in 1440 in Gent deelnamen aan een memorabele feestschieting in Gent, toen de tweede grootste stad op aarde, waar zelfs de Bourgondische hertog Filips de Goede in de tribune zat. De Kortrijkse voetboogschutters veroverden er twee zilveren bekers.

Er zit een hiaat in de geschiedenis van de 'stalenbogisten', zoals ze in Kortrijk ook werden genoemd, in de eerste jaren van de Franse tijd (vanaf 1795). De Franse revolutionairen hadden het immers niet zo hoog op met de 'gilden', ook al waren het sportieve gilden. Maar onder Napoleon, in 1801, herbegonnen de boogschietingen. Tot 1810 was dat op 't Plein, met het nodige gevaar voor omwonenden en passanten. In dat jaar kreeg 't Plein voor het eerst een plantsoenaanleg, met een haag rondomrond. De Société Saint-Georges kocht daarop grond buiten de Doornikpoort. Aan de overkant van de straat streek de Sint-Sebastiaansgilde neer.

Het park van de Sint-Sebastiaansgilde werd omstreeks 1870 al verkaveld. Een indrukwekkende rij herenhuizen is in de plaats gekomen. Het Parc Saint-Georges is tot vandaag blijven bestaan.

kortrijkse ansichten

Het is in Parc Saint-Georges dat de club in 1810, in volle Napoleontische tijd, het paviljoen liet bouwen dat er nog altijd te pronk staat. Volgens kenners is het merkwaardig van stijl. De ontwerper heeft er de empirestijl gemengd met de opkomende neo-gotiek. Behalve zijn elegante vorm, waaraan naderhand vanalles is aangebouwd, onder zijn chinees aandoende zware dak, zijn het de spitsbogige ramen die de aandacht trekken.

Hoe ontoegankelijk het Parc Saint-Georges voor buitenstaanders ook is, het fungeert als een fameuze groene long in een van de meeste versteende hoeken van de stad. Tot grote tevredenheid van promotoren en bewoners van flatgebouwen in de omgeving. Zelfs aan de overkant van de spoorweg biedt het park een prachtig panorama aan de nieuwe appartementsgebouwen.

kortrijkse ansichten

Er is lang discussie geweest over wie nu eigenlijk de architect was van het clubhuis. Zeker was dat men hem in 1810 in Rijsel is gaan zoeken. Eerst dacht men dat het François Verly (1760-1822) was, een Rijselse bouwmeester die onder het Keizerrijk in Antwerpen als stadsarchitect aan het werk was. Maar uiteindelijk blijkt het zijn leerling Benjamin Dewarlez (1768-1819) te zijn geweest.

De Société du Noble Chevalier Saint-Georges is al die tijd een elitair gezelschap gebleven. Er werd nogal gerecruteerd onder industriëlen en andere kapitaalkrachtigen of telgen uit beroemde families. De maatschappij heeft zich doorheen de eeuwen ook altijd opmerkelijk flexibel aangepast aan de elkaar opvolgende heersers. Na de nederlaag van Napoleon in Waterloo schaarden ze zich vlotjes onder de hoede van de Hollandse koning Willem I en nadien onder het Belgische bewind. De voertaal is Frans, hoewel een recent bordje op de toegangspoort in het Engels verklaart: "Private Parking. Members only".

kortrijkse ansichten

Van kruisboogactiviteiten is sinds het einde van de negentiende eeuw geen sprake meer. De leden kunnen er zich nu vermeien in tennis en hockey. Voor de aanleg van het hockeyveld in 1945 - eerder speelden ze op de velden van Kortrijk Sport - dempten ze de grote vijver in hun park met puin van de bombardementen op het einde van de Tweede Wereldoorlog.

kortrijkse ansichten

Thans wil de club het hockeyveld voorzien van kunstgras. Men vroeg en verkreeg daarvoor een subsidie van de provincie van 250.000 euro. De provincie wou die subsidie alleen toekennen als Stad Kortrijk bereid was borg te staan. En dat is beslist in de gemeenteraad van 10 februari jl. de borgstelling van de stad bestaat erin dat men het onderhoud van het kunstgrasveld zal overnemen als de club na al die eeuwen toch de geest zou geven.

kortrijkse ansichten