20-05-12

Zondags Kortrijk (ansicht 31)

Elke zondag een bijzonder prentje, een ansicht van Kortrijk.

Tacktoren1.JPG

Het prentje van vandaag illustreert een bewogen geschiedenis: die van de brouwerijtoren van de gewezen brouwerij Tack op Buda. Eigenlijk is het een groot geluk dat die toren, relict van ooit belangrijke economische bedrijvigheid op die plek aan de Leie, is blijven staan. Dat voortbestaan heeft aan een zijden draadje gehangen. Als voorwerp van heel wat lokaalpolitieke debatten is de uiteindelijke renovatie uitgelopen op een juridische uitputtingsslag. Dat gevecht is pas onlangs beslecht. Zie mijn vorig stuk.

Brouwers

Op beide oevers van de Leiebrug, op het eiland Buda en aan de stadskant, is er altijd een grote brouwerijbedrijvigheid geweest. Men had er water - met enige gistbestanddelen? - uit de rivier en diezelfde rivier maakte een gemakkelijke aanvoer van gerst, haver en hoppe per schip mogelijk. De Dolfijnkaai en de Trompestraat op Buda zijn genoemd naar brouwerijtjes die daar ooit actief waren.

Tack.JPG

De Tacktoren maakte deel uit van de belangrijke brouwerij Tack ('den kleinen Tack' - er was ook een andere brouwerij, 'den groten Tack, in de Handboogstraat aan de stadskant van de Leie). Het was Pieter Frans Ignatius Tack die in 1760 op het eiland Buda, op de Broelkaai, een brouwerij oprichtte. Ze bleef zes generaties in dezelfde familie, waarin de naam Pieter (of Pierre) heel gegeerd was. In de loop van de geschiedenis splitste zich een deel van de familie af en zij waren het die op zichzelf begonnen in de Handboogstraat aan de overkant van de Leie.

Over die brouwerij in de Handboogstraat wist liberaal Julien Huysentruyt in zijn kroniek 'Herinneringen aan Kortrijk 1900-1940' een smakelijk verhaal te vertellen. Het bedrijf was in handen van Pierre Armand Tack (1818-1910), advocaat-brouwer, en conservatief katholiek politicus. De man was niet alleen schepen in Kortrijk maar ook kamerlid. In 1870 was hij kortstondig minister van Financiën. In 1897 werd hij opgenomen in de Kroonraad (minister van Staat). Volgens Huysentruyt werd hij in Kortrijk door de man in de straat Peetje Tack genoemd. Zijn zoon was gokverslaafd en sloeg afgrijselijke bressen in het familiekapitaal. Na het overlijden van Peetje op hoge leeftijd en van de zoon op jonge leeftijd was de kleinzoon niet meer bij machte de zaak drijvende te houden.

In Kortrijk heeft men ter ere van staatsminister Pierre Tack de Zuiderlaan (op de toegegooide stadsgracht in het zuiden van de stad) herdoopt tot eerst Pieter Tacklaan en daarna Minister Tacklaan. Maar de advocaat-brouwer had al eerder zijn stempel gedrukt op die kant van de stad. Op een bepaald moment wou men de spoorweg, die in Kortrijk als het ware het stadscentrum in tweeën snijdt, een beetje meer naar het zuiden verleggen. Er waren plannen om een nieuw station te bouwen in de Beverlaai, een honderdtal meter verder dan waar het nu nog altijd ligt. Peetje Tack heeft al zijn politieke invloed aangewend om dat plan te kelderen. Zijn brouwerij bezat immers heel wat herbergen en afnemers in de stationswijk en die zouden door een verhuis van station en spoorweg heel wat klandizie kwijt zijn. Toch raar dat men precies op de plaats waar hij obstructie pleegde een straat, een boulevard dan nog, naar hem heeft genoemd.

Tacktoren2.JPG

Brouwtoren

Maar soit, het gaat hier niet over die 'tak' van de dynastie van Tackbrouwers maar over de hoofdtak op Buda. Die hoofdtak hield het vol tot de laatste dag van 1962; toen werden de brouwketels definitief stilgelegd. Brouwerij Tack veranderde zoals zoveel Kortrijkse brouwers van activiteit en werd bierverdeler van een groot merk (Chevalier Marin - met een zeepaardje als logo, een merk dat toen al was opgekocht door Stella Artois).

De toren in de Kleine Kapucijnenstraat werd gebouwd in 1948 naar de plannen van architect Gernay. Hij ontwierp een imposant betonnen skelet dat hij liet opvullen met baksteen. De toren speelde een rol in het modernere brouwproces voor de productie van pils (Orta-Pils). Laat ons zeggen dat het water tot de hoogste verdieping werd opgepompt en dat het er op de benedenverdieping als bier uitkwam. In de toren werd het bier 'gelagerd': met achtereenvolgende procédé's van afkoeling, bezinken, gisten en bewaren.

Tacktoren3.JPG

In 1977 - de toren stond toen al 15 jaar leeg - kocht de stad het gebouw op, samen met 0,44 ha brouwerijdomein met inbegrip van paardenstallen en koetshuis. Andere onderdelen van het domein Tack, onder meer de villa aan de Dam en de gewezen mouterij in de Kapucijnenstraat - thans brasserie Het Mouterijtje - werden niet opgekocht. De stad had op dat moment uitzicht op drie miljoen frank subsidie om de site een culturele bestemming te geven. Hoe dat afliep, vond ik in een knipsel van Het Nieuwsblad van 26 juni 1999 (auteur Patrick Ghyselen).

Maar is het de crisis die toesloeg? Of was het een vlaag van futloosheid die de almachtige CVP teisterde? In elk geval bleef de toren decennialang onaangeroerd. In 1989 speelde het stadsbestuur zelfs met het idee het hoge gebouw te slopen. Het was de Stichting Interieur (die zich nu Interieur Foundation noemt), jawel de organisatoren van de tweejaarlijkse Kortrijkse designbeurs, die daar een stokje voorstak. Eerst probeerden de bevlogen interieurpromotoren een nieuwe vzw op te richten met vertegenwoordigers van het stadsbestuur, de culturele sector en de Kortrijkse bedrijfswereld. Die poging liep op een sisser uit in 1991. Maar intussen hadden zij sterarchitect Stéphane Beel al kunnen verleiden tot het op papier zetten van enkele schetsen voor een mogelijke herbestemming van de toren.

Tacktoren taatsvensters.JPG

In de zomer van 1994 geraakt het homogeen christendemocratische maar niet altijd in dezelfde richting kijkende stadsbestuur dan toch onderling akkoord om de toren een culturele bestemming te geven. Het zou een productiecentrum voor podiumkunsten moeten worden. Vanuit de Tacktoren zouden gezelschappen van allerlei pluimage uitzwermen met de ideeën en de creativiteit die de weidse blik over de Kortrijkse pannendaken hen had opgeleverd. Het plan was bedacht door een regionaal consortium van kunstencentra zoals Limelight, Antigone, Dans in Kortrijk en het Cultureel Centrum (de uitbaters van de Stadsschouwburg).

Eind september werd genoemde Beel, samen met zijn maatje Lieven Achtergael, door het stadsbestuur aangesteld als ontwerpers van de torenrenovatie. Toch duurde het nog tot april 1997 eer de werken van start konden gaan. Een van de oorzaken van de vertraging was een zware discussie binnen de CVP, die door de oppositie publiek werd gemaakt in de gemeenteraad, over de koppeling van een ontmoetingscentrum voor het stadscentrum aan de Tacktoren. In Kortrijk hebben wel de meeste deelgemeenten een OC maar niet de kernstad. Die wens druiste niet alleen in tegen het concept van een productiecentrum (waar producties werden klaargestoomd om ze elders op heuse podia te gaan uitvoeren). Het was ook een duur project. En het ACW wou liever een dergelijk OC in zijn 'homeland', de stadsuitbreiding uit de jaren 50 en 60, Sint-Elisabeth. Uiteindelijk hebben noch Buda noch Sint-Elisabeth een OC gekregen.

Tacktoren4.JPG

De Tacktoren is dan wel gerenoveerd, maar het resultaat is niet zonder gebreken. Daarover is een proces van meer dan twaalf jaar gevoerd, dat onlangs tot een vonnis heeft geleid. Zie mijn stuk van gisteren. Maar al met al vult de verbouwde toren, herdoopt tot Budatoren, toch de aanzienlijke culturele infrastructuur op Buda aan waarvan de gewezen Pentascoop de kern vormt. Hopelijk draalt het stadsbestuur nu niet langer om het relict van Brouwerij Tack van zijn kinderziekten - inmiddels toch al puberkwalen - te verlossen.

Tacktoren5.JPG

Een merkwaardig detail op de Budatoren is het 'bankje' van de Nederlandse kunstenares Valentine Kempynck (2009). Het bestaat uit een poortje gemaakt van drie met mortel aan elkaar en aan het uitstekende deel van het dak van de toren verankerde bakstenen. Zij refereert daarmee aan de nokstenen die in onze streken op veel oude daken te zien zijn en de geesten van overleden voorouders een rustplek moeten bieden. In de ogen van de kunstenares zijn de drie stenen een eerbetoon aan wijlen Willy Malisse, de oprichter en bezieler van Limelight (opgegaan in Kunstencentrum Buda). Zie mijn eerder stukje, dat nogal ironisch was gezien de vele reële problemen waarmee de Tacktoren toen en momenteel nog kampt.bankje Tacktoren.JPG

De commentaren zijn gesloten.