18-05-12

Architecten en aannemer Tacktoren veroordeeld tot zware vergoedingen aan Stad Kortrijk

tacktoren.JPG

De rechtbank van eerste aanleg veroordeelde de architecten Stéphane Beel en Lieven Achtergael en aannemer Arthur Vandendorpe tot betaling van respectievelijk zowat 110.000 en 50.000 euro aan Stad Kortrijk voor hun gebrekkige dienstverlening bij de renovatie van de gewezen brouwerijtoren Tack tot de Budatoren (ruimtes voor artistieke creaties). Het was al van in den beginne duidelijk dat er vanalles schortte aan de toren. Dat is nu bevestigd door de rechtbank. De renovatie startte in 1994; het proces in 2000; de uitspraak viel eind november vorig jaar; het stadsbestuur legde er zich officieel bij neer op 2 mei jl. De schadevergoeding van de architecten kon nog zwaarder zijn geweest als het stadsbestuur zijn stadsarchitect afzijdig had gehouden van het project. Nu houdt de rechbank rekening met een zekere gedeelde verantwoordelijkheid.

Ramptoren

'Tacktoren net geen ramptoren' blokletterde Het Nieuwsblad op 28 juni 1999 bij de plechtige opening van de toren die nu de Budatoren wordt genoemd. Een zware plank kwam tijdens de toespraken naar beneden gewaaid en verpletterde ei zo na West-Vlaams député Marleen Titeca-Decraene. De dag voor de opening was nog een hele verdieping onder water gelopen door een lek in de waterleiding.

Hoewel het stukje positief eindigde met: "overigens een mooie realisatie', waren dat toch geen gunstige voortekenen. Het heeft niet lang geduurd eer de stad en de gebruikers ervaarden dat het concept en de uitvoering van de gerenoveerde toren echt wel rampzalig was.

Ernstige fouten

De gewezen brouwerijtoren was in 1977 aangekocht door de stad. Men heeft hem laten leegstaan, tot in 1994 (30 juni) het stadsbestuur besliste het gebouw in de Korte Kapucijnenstraat te renoveren en geschikt te maken tot een productiecentrum voor culturele projecten. Op 30 september 1994 werden de architecten Stéphane Beel en Lieven Achtergael aangesteld als ontwerpers. De werken liepen pas in april 1997 van stapel. De belangrijkste aannemer (voor de loten ruwbouw en afwerking en buitenschrijnwerk) was Algemene Bouwonderneming Vandendorpe Arthur, Brugge.

Van meet af aan bleken bij de renovatie ernstige fouten te zijn gemaakt, zowel bij het ontwerp (verantwoordelijkheid architecten) als bij de uitvoering (verantwoordelijkheid aannemers). Vergeten afvoeren voor lavabo's op de hogere verdiepingen werden achteraf nog snel aangebracht, maar er was erger. De nieuwe glazen gevel die sterarchitect Beel tegen uitgerekend de zuidgevel van het bestaande gebouw liet monteren, werkte ongevraagd als een serre. Aan zonnewering is niet gedacht. 's Zomers waren tropische temperaturen van meer dan 40° niet zeldzaam. Bovendien bleek het aartsmoeilijk om ergens een raam open te zetten. Men moest - moet? - zich van lieverlede behelpen met geïmproviseerde airconditioningtoestelletjes.

's Winters was de toren dan weer niet te verwarmen, zelfs niet met elektriciteit vretende bijverwarming of petroleumdampen en -rook brakende kacheltjes. Dansgezelschappen die er repeteerden vertrokken 'met de noorderzon' naar warmere lokalen in andere steden.

En overal zwermde stof en zand omdat de heer Beel geen deklaag op de ruwe betonnen vloeren wou 'om het industriële karakter van de site te bewaren'.

Ophefmakend

Het gevolg was een reeks processen waarmee de stad, de architecten en de verschillende aannemers en studiebureaus elkaar vanaf 2000 bestookten. Alles kwam bijeen in één ingewikkeld proces, waarin de stad werd verdedigd door advocaat Dirk Van de Sijpe. De rechter stelde meteen de Brugse expert bouwgeschillen, gewezen leidend ambtenaar van de Regie der Gebouwen, Roland Vandenberge aan als gerechtsdeskundige. Hij rondde zijn ophefmakend verslag af in 2007. En dan heeft het nog vier jaar geduurd eer men op de rechtbank van eerste aanleg in Kortrijk met een uitspraak voor de pinnen kwam.

Ironie van het lot: die rechtbank zetelt in het nieuwe gerechtsgebouw in de Beheerstraat, nog een realisatie van Stéphane Beel, en evenmin zonder problemen. Diezelfde Beel tekende overigens een aanbouwvleugel aan de privéwoning van zijn vriend Stefaan De Clerck (afwisselend burgemeester van Kortrijk en minister van Justitie).

Vonnis

De architecten en de aannemers (en ook Stad Kortrijk niet) halen weinig eer uit het vonnis (dd. 22 november 2011). Het vonnis behandelt de uiteenlopende problemen een voor een.

Verzanden betonnen vloeren. Doordat de vloeren in de gangen en trappen geen slijtlaag hebben gekregen, heeft het normale gebruik een 'verzandend effect'. De rechter is van oordeel dat een dergelijke vloer niet geschikt is voor de ruimtes waarin hij is aangelegd. Dat losgekomen zand vervuilt het hele gebouw. Duidelijk een ontwerpfout dus. Maar de rechter legt de verantwoordelijkheid ook voor de helft op Stad Kortrijk. De stad behoorde beter dan wie ook te weten waarvoor de lokalen zouden dienen. Een geborstelde betonnen vloer op weg naar een danslokaal is geen blijk van zorgvuldigheid. Dat kun je niet rechtpraten met de opmerking dat men niet met schoenen aan de danslokalen mag betreden.

Ondichte ramen noordgevel. Voor de noordgevel - dus deze zonder het 'glazen membraan' van Beel - is ervoor geopteerd de bestaande ramen te restaureren: uitbreken, herstellen en schilderen en terugplaatsen. Volgens de deskundige kon men weten dat "bij dergelijke behouden ramen de luchtlekken te groot zijn en dat ze geen comfort kunnen bieden". Ontwerpfout!

Taatsramen. De nieuwe ramen op de gelijkvloerse verdieping die moesten geopend kunnen worden, zijn taatsramen. Dat zijn ramen die om een verticale as (vastgemaakt aan de boven- en onderdorpel) draaien, meestal op zowat een derde van de raambreedte. De rechter stelt vast dat ze bijzonder groot zijn, 3,5 op 3 meter. Dat maakt het openen en sluiten lastig. De deskundige vreest ook voor thermische uitzettingen en krimpen. Weeral een ontwerpfout dus, maar de stad wordt gedeeltelijk medeverantwoordelijk geacht omdat men de ramen niet heeft uitgetest toen dat nog kon.

Kromgetrokken inkomdeur benedenverdieping. De inkomdeur aan de glazen kant is overgewaaid en daardoor kromgetrokken. De geplaatste bovenstop werkte niet afdoende. Men heeft ze dus maar vervangen door een voorlopig planken geval (is er nog altijd!). Volgens de rechter is de hoofdverantwoordelijke aannemer Vandendorpe (voor 2/3) maar is ook het architectenduo voor een derde aansprakelijk omdat zij tekortgeschoten zijn in hun toezichtsopdracht.

Gewapend gras. De brandweertoegang aan de noordkant (kant Dam) moest worden uitgevoerd in 'gewapend gras'; in de ondergrond steekt een lichte metalen versterking. Maar door een foutieve uitvoering is de bodem daar niet stabiel genoeg. Een gedeelde fout van de hoofdaannemer en de architecten (gebrek aan controle).

Zonnewering. Volgens de gerechtsdeskundige was het oorspronkelijke ontwerp van zonnewering simpelweg niet uitvoerbaar. Latere concepten, ontwikkeld door het door Beel en Achtergaele ingeschakelde Studiebureau Mouton bleken onbediendaar. Dat noopte de stad tot het inschakelen van nood-airco, een koelings- en verluchtingsinstallatie waarvan de huurprijs 10.000 euro per jaar bedraagt en het stroomverbruik 2500 euro. Oké zegt de rechter aan de stad maar slechts voor vier jaar, want toen moest het al wel geheel duidelijk zijn dat er een ernstige airconditioning moest worden geïnstalleerd. De architecten moeten de stad voor die erkende schade vergoeden.

Waterinfiltratie liftput. De liftput is niet waterdicht voor het grondwater. Aannemer en architecten hadden samen besloten af te zien van de nochtans geplande dichting. Beiden aansprakelijk dus.

Gebreken Zuidgevel. Op de glazen zuidgevel (kant Kapucijnenstraat) zijn diverse gebreken vastgesteld: slordig aangebrachte opkittingen, ondeskundige bevestiging van de drainagebuisjes in de dubbele beglazing (te klein en zonder afdekkapjes), en geen afdekking van de uitzettingsvoegen. In bepaalde gevallen gaat het om uitvoeringsfouten in andere gevallen om ontwerpfouten.

Dak liftmachinekamer. Het dak van de liftmachinekamer is niet waterdicht, heeft onvoldoende ventilatie, condensatieproblemen en een gebrekkige afvoer van het regenwater. Het betreft een verkeerd concept van de architecten.

Betonnen roosters. De betonnen roosters op de grond zijn niet sterk genoeg bewapend om het gewicht te kunnen dragen van een hoogtewerker (nodig voor het onderhoud van het 'glazen membraan' van de zuidgevel). De rechter legt de verantwoordelijkheid hiervoor volledig bij de architecten.

Betonnen trappen. Volgens het ontwerp moesten de betonnen trappen afgeboord zijn met een latje. In de plaats daarvan bevestigde aannemer Vandendorpe treden met afgeronde randen. Een volledige uitvoeringsfout.

Minder architect

Een nevendispuut ontspon zich tussen de stad en de architecten over een eventuele medeverantwoordelijkheid van de stad. Volgens Beel en Achtergael hebben zij geen schuld aan toezichtsfouten omdat de stad, die haar stadsarchitect inschakelde, geen leek in het vak kon worden genoemd. Zij wezen erop dat de stadsarchitect hen bepaalde keuzes heeft opgedrongen.

De rechter stelt dat er wel degelijk een zekere gedeelde aansprakelijkheid is aangezien de stad werd bijgestaan en vertegenwoordigd door technisch onderlegde vakmensen. Van een bouwheer mag worden verwacht dat hij geen fouten maakt bij zijn optreden en "niet tekortschiet in de zorgvuldigheidsverplichting die van een normaal voorzichtig bouwheer mag verwacht worden".

Anderzijds is het niet omdat een architect werkt met een professioneel bouwheer dat hij minder architect moet zijn: "Van een architect mag verwacht worden dat hij correcte en technisch haalbare concepten voorstelt die zijn aangepast aan het doel van de cliënt". Beel en Achtergael kunnen zich niet wegsteken achter een stizwijgen of goedkeuren van de professionele bouwheer.

Schadevergoedingen

Na verrekening van de aan de architecten en aannemer Vandendorpe opgelegde schadevergoedingen, verminderd met de aan de stad aangewreven gedeeltelijke medeverantwoordelijkheid en met de sommen die de stad nog verschuldigd was, betekent het vonnis voor de architecten Stéphane Beel en Lieven Achtergael een nettoschadevergoeding te betalen aan de stad van 109.952,89 euro (intresten, rechtsplegingskosten en expertisekosten inbegrepen). Aannemer Arthur Vandendorpe moet nog 49.107,91 euro betalen.

Een deel van die bedragen kunnen gerecupereerd worden op diverse borgstellingsrekeningen. Het is nog maar de vraag of de architecten Beel en Achtergael wel veel zullen over hebben gehouden aan hun, toch prestigieuze opdracht. In de ereloonovereenkomst die door de gemeenteraad van 9 september 1994 is goedgekeurd, was sprake van 8% op de bouwkosten. Wetende dat de renovatie van de Tacktoren zowat 70 miljoen Belgische frank heeft gekost, bedroeg het ereloon van de ontwerpers zowat 140.000 euro. Daar gaat nu toch 110.000 euro vanaf.

In elk geval heeft het stadsbestuur op 2 mei jl., na veel wikken en wegen, beslist te berusten in het vonnis. Nu het dossier de juridische mijnenvelden heeft doorkruist en er zekerheid is over de eindafrekening, kan het stadsbestuur nu misschien eindelijk beslissen de gemaakte fouten recht te zetten. Met de gerecupereerde 160.000 euro kan men toch al een begin maken met de meest noodzakelijke werken, die planken voordeur bijvoorbeeld.

Commentaren

Gelukkig zaten de sossen toen nog niet in het stadsbestuur. Indien wel, zouden we niets meer gehoord hebben over deze zoveelste Kortrijkse beerputzaak. Aan het gegraai in de stadskas door Stefaan en zijn societyvriendjes komt maar geen einde. Wanneer wordt de korrupte De Clerck achter de tralies gegooid ?

Gepost door: walter maes | 19-05-12

De commentaren zijn gesloten.