06-05-12

Zondags Kortrijk (ansicht 29)

Elke zondag een bijzonder prentje, een ansicht van Kortrijk.

Parc SG13.JPG

Vandaag beslissen de Franse kiezers of ze een rechtse (Nicolas Sarkozy) of een linkse president (François Hollande) willen. De uitslag kan de koers van Europa bepalen. Intussen ben ik op zoek gegaan naar een 'vue' van Kortrijk die met Frankrijk in verband worden gebracht. Vergeet niet dat Kortrijk van 1795 tot 1814 een stad was in het revolutionaire Frankrijk. Onze - ik bedoel wel degelijk de Kortrijkse - aanhangers van de Franse Revolutie hebben een tijdlang op het huidige Sint-Michielsplein (toen de Area) plechtigheden gehouden ter ere van de Rede. De Sint-Michielskerk deed daarbij dienst als Tempel van de Wet. Maar daar is niets meer van te zien.

Een Kortrijks gebouw met Franse roots - uit de tijd van Napoleon! - is blijven staan en het heeft zelfs zijn oorspronkelijke functie behouden: het clubhuis van het Parc Saint-Georges in de Doorniksewijk, gebouwd in 1810. De club, de Gilde van de Weledele Ridder Saint-Georges / la Société du Noble Chevalier Saint-Georges, stamt in rechte lijn af van de ergens in de middelleeuwen ontstane gilde van kruisboogschutters van Kortrijk. Het was de eerste schuttersgilde van de stad. Zelf vermoedt het hedendaagse bestuur dat de gilde het licht zag in de jaren 1100, maar ze hebben niets op papier. Volgens een bron in 1600 (de toenmalige geleerde J.B. Gramaye) zou de gilde in 1323 een oorkonde hebben ontvangen van de Vlaamse graaf Lodewijk van Nevers (de Crécy). Die privilegies zijn bevestigd door de aartshertogen Albrecht en Isabella in 1601 - na de godsdiensttroebelen waarbij de overheid tot in de dorpen schuttersgilden liet ontstaan om zich onder meer te verweren tegen 'vrijbuiters'. De patroon van de kruisboogschutters was Sint-Joris.

De kruisboogschutters recruteerden altijd bij de begoede toplaag van de stad. Voor dat vreselijke wapen, waarmee zelfs stalen harnassen lek geschoten werden, had de schutter een knecht nodig. Je moest al van centen weten om die knecht te kunnen betalen. De kruisboog werd ook 'voetboog' genoemd omdat men de sterkere beenspieren moest gebruiken om hem op te spannen. Wat later, in de jaren 1300, ontstond in Kortrijk ook een handboogschuttersgilde. Hun patroon was Sint-Sebastiaan.

Van zodra het weer het een beetje toeliet, trainden de voetboogschutters aan de overkant van de Leie ter hoogte van de Broeltorens (zeg maar parking Dam). Rond 1330 openden ze een lokaal in de Doorniksestraat met kapel en gastenverblijf en al. Tot voor enkele jaren was daar op de hoek met de Langesteenstraat café Saint-Georges, dan hamburgertent Quick en nu een schoenenwinkel. 'Sint-Joris' en een afbeelding van de heilige torenen nog altijd op de mooie artdeco-gevel. Nog niet zo lang geleden was het gebouw achteraan omringd door een overdekt steegje, waardoor je als het ware in een minigalerie de hoek kon afsnijden. Dat was wellicht nog een overblijfsel van de vrijstaande kapel. Maar is thans het steegje ingepalmd door de commercie.

kortrijkse ansichten

Zelf gaan de huidige clubleden er prat op dat hun voorvaderen meevoeren op de eerste kruistocht (1096-1100), in de troepen van de Vlaamse graaf Robert II 'van Jeruzalem' en dat hun banier op de muren van Jeruzalem wapperde. Maar ook daarvan hebben ze niets op papier. Wel staat vast dat ze in 1440 in Gent deelnamen aan een memorabele feestschieting in Gent, toen de tweede grootste stad op aarde, waar zelfs de Bourgondische hertog Filips de Goede in de tribune zat. De Kortrijkse voetboogschutters veroverden er twee zilveren bekers.

Er zit een hiaat in de geschiedenis van de 'stalenbogisten', zoals ze in Kortrijk ook werden genoemd, in de eerste jaren van de Franse tijd (vanaf 1795). De Franse revolutionairen hadden het immers niet zo hoog op met de 'gilden', ook al waren het sportieve gilden. Maar onder Napoleon, in 1801, herbegonnen de boogschietingen. Tot 1810 was dat op 't Plein, met het nodige gevaar voor omwonenden en passanten. In dat jaar kreeg 't Plein voor het eerst een plantsoenaanleg, met een haag rondomrond. De Société Saint-Georges kocht daarop grond buiten de Doornikpoort. Aan de overkant van de straat streek de Sint-Sebastiaansgilde neer.

Het park van de Sint-Sebastiaansgilde werd omstreeks 1870 al verkaveld. Een indrukwekkende rij herenhuizen is in de plaats gekomen. Het Parc Saint-Georges is tot vandaag blijven bestaan.

kortrijkse ansichten

Het is in Parc Saint-Georges dat de club in 1810, in volle Napoleontische tijd, het paviljoen liet bouwen dat er nog altijd te pronk staat. Volgens kenners is het merkwaardig van stijl. De ontwerper heeft er de empirestijl gemengd met de opkomende neo-gotiek. Behalve zijn elegante vorm, waaraan naderhand vanalles is aangebouwd, onder zijn chinees aandoende zware dak, zijn het de spitsbogige ramen die de aandacht trekken.

Hoe ontoegankelijk het Parc Saint-Georges voor buitenstaanders ook is, het fungeert als een fameuze groene long in een van de meeste versteende hoeken van de stad. Tot grote tevredenheid van promotoren en bewoners van flatgebouwen in de omgeving. Zelfs aan de overkant van de spoorweg biedt het park een prachtig panorama aan de nieuwe appartementsgebouwen.

kortrijkse ansichten

Er is lang discussie geweest over wie nu eigenlijk de architect was van het clubhuis. Zeker was dat men hem in 1810 in Rijsel is gaan zoeken. Eerst dacht men dat het François Verly (1760-1822) was, een Rijselse bouwmeester die onder het Keizerrijk in Antwerpen als stadsarchitect aan het werk was. Maar uiteindelijk blijkt het zijn leerling Benjamin Dewarlez (1768-1819) te zijn geweest.

De Société du Noble Chevalier Saint-Georges is al die tijd een elitair gezelschap gebleven. Er werd nogal gerecruteerd onder industriëlen en andere kapitaalkrachtigen of telgen uit beroemde families. De maatschappij heeft zich doorheen de eeuwen ook altijd opmerkelijk flexibel aangepast aan de elkaar opvolgende heersers. Na de nederlaag van Napoleon in Waterloo schaarden ze zich vlotjes onder de hoede van de Hollandse koning Willem I en nadien onder het Belgische bewind. De voertaal is Frans, hoewel een recent bordje op de toegangspoort in het Engels verklaart: "Private Parking. Members only".

kortrijkse ansichten

Van kruisboogactiviteiten is sinds het einde van de negentiende eeuw geen sprake meer. De leden kunnen er zich nu vermeien in tennis en hockey. Voor de aanleg van het hockeyveld in 1945 - eerder speelden ze op de velden van Kortrijk Sport - dempten ze de grote vijver in hun park met puin van de bombardementen op het einde van de Tweede Wereldoorlog.

kortrijkse ansichten

Thans wil de club het hockeyveld voorzien van kunstgras. Men vroeg en verkreeg daarvoor een subsidie van de provincie van 250.000 euro. De provincie wou die subsidie alleen toekennen als Stad Kortrijk bereid was borg te staan. En dat is beslist in de gemeenteraad van 10 februari jl. de borgstelling van de stad bestaat erin dat men het onderhoud van het kunstgrasveld zal overnemen als de club na al die eeuwen toch de geest zou geven.

kortrijkse ansichten

De commentaren zijn gesloten.