26-02-12

Zondags Kortrijk (ansicht 19)

Elke zondag een bijzonder prentje, een ansicht van Kortrijk.

Oud Cortryck1.JPG

De mirakels zijn de wereld nog niet uit!

Na jaren leegstand - en gebakkelei met de Vlaamse erfgoedadministratie - heeft een van de oudste herbergen van Kortrijk uitzicht op restauratie: café Oud Kortrijk in de Wijngaardstraat. Het pand met trapgevel, waarin tientallen duiven een onderkomen hebben gevonden, staat op invallen. Als er nu nog Vlaamse restauratiesubsidies kunnen bekomen worden, kan het tegen 2014 in zijn volle glorie hersteld worden (zie Het Laatste Nieuws van 2 februari jl.).

Het vervallen café is wellicht toch niet het oudste van Kortrijk. Waarschijnlijk is dat café Amsterdam, Overleiestraat 78, ook met trapgevel. Zie mijn eerder stukje over het historische pand en het beluikje erachter. Maar dat telt niet want het is al lang geen café meer en het is in 1923 (al te?) drastisch gerestaureerd. Uit dezelfde periode van Oud Cortryck is café 't Fonteintje op de hoek van de Handboogstraat en de Konventstraat. 1661 zeggen de muurankers op de trapgevel. Het is genoemd naar de bron die in zijn kelder opborrelde. Ook het vroegere café Vagant, Voorstraat 32, eveneens met trapgevel, stamt uit die zeventiende eeuw.

Van Oud Cortryck is niet geweten in welk jaar het precies is gebouwd, ergens in de jaren 1600. op het einde van de jaren 1800 droeg de herberg de naam In den biervoerder. Het bier werd er aan gevoerd door de brouwerij van Pieter Tack, die het ver schopte in de politiek, uit de Handboogstraat. Niet te verwarren met de brouwerij van Auguste Tack op Buda (die van de Tacktoren!). Volgens Egied Van Hoonacker (in zijn standaardwerk Het herbergleven in Kortrijk) werd het café in de jaren 1960 'Oud Cortryck', nadien de Koperen Ketel, The Copper Kettle Inn, 'De ton' en vanaf 1991 opnieuw Oud Cortryck.

Oud Cortryck2.JPG

In 2003 werd het 'diephuis' officieel beschermd als monument. De 'trap' van het opvallend geveltje heeft aan beide kanten zeven treden en een topstuk. De ingangsdeur en het raam op de eerste verdieping zijn segmentbogig overspannen. In de top zit nog een klein steekbogig venstertje. De kelder dateert uit 1800 en heeft troggewelven. Het rechthoekige caféraam is er pas in 1933 gekomen in de plaats van de oorspronkelijke twee 'getoogde' (d.w.z. onder een platte boog) vensters.

Oud Cortryck4.JPG

De huidige eigenaar is een dochterfirma van brouwerij Verhaeghe, Vichte (Vera Pils). Ze kochten het van nazaten van Pieter Tack. Het Kortrijkse stadsbestuur gaf al in maart 2009 een bouwvergunning. Maar omdat het om een beschermd pand gaat, moest architect Alex Demeyere over elk detail gaan onderhandelen met het Vlaamse agentschap Onroerend Erfgoed. Pas onlangs werd een algemeen akkoord bereikt. Zo mag men nu toch opnieuw de twee getoogde vensters aanbrengen in de gevel in plaats van dat ene grote raam.

Oud Cortryck3.JPG Oud Cortryck zal omzeggens herbouwd moeten worden. Het dak moet vernieuwd worden, de muren opnieuw gemetst. Er komt een nieuwe vloer met recuperatiematerialen. De twee oude schouwen worden in ere gehouden. In 2009 dacht men nog de herberg in 2011 te kunnen heropenen. Het zal wellicht 2014 worden, als tenminste de Vlaamse restauratiepremies niet op zich laten wachten.

Wijngaardstraat1.JPG

 Ondertussen wordt aan de overkant van de voetgangersstraat die de Wijngaardstraat is, een ander interessant pand gerenoveerd. Het gaat om een winkel uit het rijtje bekleed met witte en groene geglazuurde tegels. Ik hoop dat die tegelbekleding behouden blijft. Ze is bovendien gesigneerd. Op een bijzondere tegel staat de naam van de producent: "Vve Gustave Piepers Carreaux en Faïence Courtrai".

Wijngaardstraat3.JPG

 


25-02-12

Toch appartementen op den Disgracht, Heule?

 Disgracht3.JPG

De Zuid-West-Vlaamse Sociale Huisvestingsmaatschappij wil haar sociale woonwijk Disgracht (tussen Heule en Bissegem) uitbreiden met nog eens 35 koopwoningen en 46 huurappartementen. Dat plan is strijdig met de 'woningtypetoets' die de stadsadministratie van Kortrijk hanteert om de 'verappartementisering' van stad en deelgemeenten tegen te gaan. Men wil weer meer het klassieke huis-met-tuintje bevorderen - om jonge gezinnen met kinderen aan te trekken, weet je wel. Maar in dit geval buigt het stadsbestuur voor haar sociale huisvestingsmaatschappij, nochtans een filiaal van de stad. Er mogen appartementen komen (rechtover Potteau in de Zuidstraat) als die maar wat beter worden gemotiveerd en ingekleed. Meer zelfs, er wordt getwijfeld aan de tot nu toe gehanteerde woningtoets zelf. Die 'toets' zal worden 'verfijnd', m.a.w. "meer hanteerbaar" worden gemaakt. De rem op de oprukkende appartementsbouw in de stad wordt dus gelost.

Ook rijst de vraag waarom sociale huurders worden uitgesloten van eengezinswoningen in dat project. Wordt het klassieke huis-met-een-tuintje het voorrecht van wie er een kan kopen? Mogen sociale huurders eigenlijk nog wel kinderen hebben?

Woningtypetoets

Naar aanleiding van een discussie met de Zuid-West-Vlaamse Sociale Huisvestingsmaatschappij (voorzitter Marc Olivier) evalueert het stadsbestuur (CD&V-OpenVLD) zijn woningtypetoets (goedgekeurd door de gemeenteraad op 13 september 2010). Het resultaat is dat de toets wordt afgezwakt.

Met die woningtypetoets, toegepast op elke (ver-)bouwaanvraag, wou het stadsbestuur, op aandringen van zijn administratie, de wildgroei aan appartementen tegengaan. Ingaand tegen de spontane ontwikkeling op de woonmarkt, wilde men de eengezinswoning weer als norm stellen. Wie appartementen wou bouwen, moest zich verantwoorden. Flatgebouwen in gewone woonwijken tasten de woonomgeving aan, was het uitgangspunt. Zij doorbreken de maat van de huizen die men gewend is. Problemen van inkijk, overlast, privacy en parkeren zijn legio.

De toets bestaat uit een beoordelingskader waarmee onderzocht wordt of een flatgebouw wel gewenst is op de aangevraagde plaats. In zeven op tien van de aanvragen gaf de toets aan dat er daar eengezinswoningen moesten komen. In de andere drie op tien gevallen was het resultaat: geen voorkeur. Toch werd in die zeven op tien gevallen van verplichting van eengezinswoningen voor 40% een afwijking toegestaan. Dat om redenen zoals onverbouwbaarheid, architecturale kwaliteit of vroeger gemaakte afspraken tussen stadsbestuur en bouwheer. Concreet werden op die manier van de 100 plannen appartementsbouw er 42 omgeturnd naar eengezinswoningen.

Ook in nieuwe verkavelingen heeft men met die woningtypetoets de bouw van nog meer appartementen kunnen vermijden. De stadsdienst Stadsplanning en -ontwikkeling geeft als voorbeelden het stedelijk woongebied Rys ten noorden van Heule, de Izegemsestraat in Heule-Watermolen, en de Pucksite in de Sint-Godelievestraat (Watermolen). Groep Huyzentruyt heeft voor de verkaveling Oogsstraat een geplande zone voor flats gewijzigd in een zone voor budgetwoningen.

Sociale huisvesting

De woningtypetoets wordt nu al bijna twee jaar toegepast - voorafgaand aan de beslissing van de gemeenteraad is eerst een zestal maanden proefgedraaid. Er zijn enkele 'constructiefoutjes' naar voren gekomen. Zo blijkt het gehanteerde puntensysteem te ingewikkeld. Een winkel met appartement erboven wordt beschouwd als een flat. Na afbraak van bestaande appartementen zouden ze niet mogen vervangen worden door nieuwe. En andere interpretatiegeschillen. Maar daar wordt aan gewerkt.

Een fundamenteler probleem is de toepassing van de woningtypetoets bij socialewoningbouw. Dat leidde bijvoorbeeld tot het zielige getwist tussen Goedkope Woning en het stadsbestuur over de invulling van de vernieuwe Venningwijk. De sociale huisvestingsmaatschappijen - en in Kortrijk zijn er niet minder dan zes actief - eisen een aparte behandeling. De stadsadministratie wil die aparte behandeling niet zomaar toestaan: "Het speelt in principe geen rol door wie de verappartementisering gebeurt". Het uitgangspunt van de toets is immers het beschermen van de eengezinswoning en het streven naar betaalbare huizen met tuinen in de stad. Dat moet ook kunnen in de socialewoningbouw.

Toch verklaart Stadsplanning en -ontwikkeling zich thans bereid een beetje water in de wijn te doen. Men heeft immers het bezoek gekregen van de Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen (VMSW), het toezichthoudende Vlaamse agentschap. VMSW wijst erop dat de sociale huisvestingsmaatschappijen veel minder vrij zijn dan private promotoren. Ze zijn gebonden aan beperkte budgetten, wachtlijsten en allerhande reglementeringen. Zij moeten ook meer dan andere bouwers voorzien in kleinere woongelegenheden, gezien de grote vraag van singles. De stadsadministratie geeft zich niet onmiddellijk gewonnen en argumenteert dat kleinere woningen niet noodzakelijk appartementen moeten zijn. En waar men zich verplicht voelt veel woningen op een beperkte oppervlakte te realiseren, kan men ook opteren door dichte bebouwing en vormen van gestapelde woningen.

Laatste fase Disgracht

Voor die nieuwe inzichten is er direct al een ... 'toetssteen'. De Zuid-West-Vlaamse Sociale Huisvestingsmaatschappij wil zijn bestaande sociale woonwijk Disgracht, tussen Heule en Bissegem, uitbreiden met een gemengd woonproject (1,7 ha) van 35 koopwoningen en 46 huurappartementen.

De stadsadministratie stelt om te beginnen al vast dat de bouwsite niet op wandelafstand van de plaats van Heule bevindt (1,5 km), dat er geen goede verbindingen van openbaar vervoer zijn en dat de bewoners zich niet kunnen bevoorraden in de nabije omgeving. En dan heeft men de woningtypetoets toegepast: zeven vragen.

De toets stelt vooreerst vast dat in de buurt alleen eengezinswoningen te vinden zijn, zowel in de bestaande sociale woonwijk als in de nabijgelegen private verkavelingen. Op de aanpalende percelen zijn alleen eengezinswoningen te vinden. De aan te snijden bouwgrond is "zeker geschikt voor eengezinswoningen met tuin". Maar het terrein biedt ook mogelijkheden voor een collectieve buitenruimte (gemeenschappelijk groen); appartementen zijn niet per se onmogelijk. Qua parkeermogelijkheden zijn er voldoende mogelijkheden voor zowel eengezinswoningen als flats. Er wordt door de bouwaanvrager niet aangetoond dat de bouw van appartementen nodig is voor een bepaalde doelgroep (serviceflats bijvoorbeeld). En ten slotte ligt het bouwterrein niet aan een invalsweg, de Leie, in de stationsomgeving of in een officieel plan vastgelegde zone voor flatgebouwen. De conclusie van de toets is dus zeer duidelijk: hier moeten verplicht eengezinswoningen komen en geen appartementen.

Afwijking?

De Zuid-West-Vlaamse Sociale Huisvestingsmaatschappij legt zich evenwel niet neer bij die conclusie. De betaalbaarheid van haar project komt in het gedrang als zij slechts 48 eengezinswoningen kan bouwen in plaats van de aangevraagde 81 woongelegenheden met inbegrip van flats. De stadsdienst is niet onder de indruk van het argument: met enige creativiteit kan er ook met eengezinswoningen een grotere dichtheid gerealiseerd worden dan de voorgestelde 48 op 1,7 ha.

Volgens de bouwaanvrager is het appartementsgebouw ook architecturaal noodzakelijk om een 'kop' te vormen tussen de woonwijk en de fabriek van Potteau Labo aan de overkant van de Zuidstraat. Volgens de stadsdienst gaat het dan weer niet alleen om mooie architectuur maar vooral om woonkwaliteit: een flatgebouw biedt geen meerwaarde op dat vlak.

Slim zegt de Zuid-West-Vlaamse SHM dat een flatgebouw de kans biedt om het terrein meer groen te bieden. Tja, antwoordt de stadsadministratie: dat groen is meer een collectieve buitenruimte dan een openbaar park voor de hele wijk; telt dat wel?

Ten slotte vraagt de bouwaanvrager een afwijking van de toets om sociale redenen. De beoogde doelgroep zijn gezinnen in combinatie met ouderen. Ouderen hebben liever geen tuin. Daarop reageert de stadsdienst met de vaststelling dat de wijk te ver van het centrum van Heule ligt en daarom minder geschikt is voor de huisvesting van ouderen. "Appartementen voor ouderen bouwt men beter nabij het centrum van Heule, waar de nodige voorzieningen zijn, of aansluitend met bijvoorbeeld het dienstencentrum De Nieuwe Lente waar de ouderen terechtkunnen".

Wat eigenaardig is, is dat de administratie niet ziet dat er bij de 35 huizen met tuin geen enkele wordt gereserveerd voor verhuring. Eengezinswoningen zijn in dit project het privilegie van de gezinnen die zich een woning kunnen aanschaffen. Minder begoeden die alleen kunnen huren, moeten het met een appartement stellen.

Concluderend verklaart Stadsplanning en -ontwikkeling dat er hoogstens kan worden gedacht aan "een gemengde woontypologie", aan "andere woontypologieën die dezelfde kwaliteiten hebben als eengezinswoningen". Voor de goede verstaander: geen appartementsblok rechtover Potteaus maar misschien enkele stapelwoningen.

Benadering

Het stadsbestuur gaat schijnbaar akkoord met die conclusie van zijn administratie. Maar het beslist meteen ook om de woningtypetoets "te verfijnen en aan te passen, met een eenvoudiger puntensysteem en een betere definiëring". Ook moet de toets worden uitgebreid "met een benadering vanuit een globale visie om een oplossing te bieden voor de sociale huisvestingsmaatschappijen". Dat is volgens mijn aanvoelen toch niet helemaal wat de uitvinders van de woningtypetoets en de voorstanders van meer eengezinswoningen voor ogen stond.

Disgracht5.JPG

19-02-12

Zondags Kortrijk (ansicht 18)

Elke zondag een bijzonder prentje, een ansicht van Kortrijk.

villa rozenkrans 1.JPG

Deze ansicht wordt binnenkort misschien een oude postkaart, met een prent van hoe het ooit is geweest.

De kasteelachtige villa van Baldewijn Steverlynck moet binnen afzienbare tijd waarschijnlijk plaatsmaken voor een zoveelste flatgebouw. Er is nog wat verzet van het Vlaamse Gewest. Ook de buurt, ooit het 'miljoenenkwartier' van Kortrijk, staat op zijn achterste poten. Het imposante gebouw staat op de Vlaamse lijst van het bouwkundig erfgoed maar heeft bovendien heel wat betekenis in de Kortrijkse (economische en sociale) geschiedenis. Toch wel jammer dat het veroordeeld lijkt. 

Wijkstichter

De villa is in 1947 gebouwd in opdracht van textielmagnaat Baldewijn Steverlynck (1893-1976). Het hele bouwblok tussen de uit Kortrijk wegstromende Leie, de Leopold III-laan - de naam van die avenue met groene middenberm was al een politiek statement op zich! - en de Sint-Elooisdreef, was trouwens van hem. Met zijn omvangrijk gezin bewoonde hij voorheen het 'Rootershof', de tot villa omgebouwde hoeve 'Coucke's Hof' in de Sint-Elooisdreef, ook met zicht op de Leie. Van dat kroondomein met zijn parkachtige tuin vol kunstwerken en een groot zwembad, zijn na zijn overlijden overigens stelselmatig stukken bouwgrond weggesneden, veelal voor de bouw van moderne flatgebouwen in min of meer de stijl van villa Rozenkrans.

villa rozenkrans 2.JPG

Steverlynck moet veel geld hebben verdiend met het verkavelen van heel wat hectaren landbouwgrond buiten zijn eigen domein op de noordelijke oever van de Leie tussen Kortrijk en Kuurne. Niet voor niets werd hij door bisschop Emile-Jozef De Smedt in 1958 bij de eerstesteenlegging van de Pius X-kerk als 'wijkstichter' ('condictor vici') gedecoreerd met het gulden kruis van Sint-Donatius - maar toch ook wel omdat hij uit zijn onmetelijk vermogen had geput ten voordele van het bouwfonds van de nieuwe kerk.

Op de oever aan de overkant van de Leie stond Baldewijn Steverlynck overigens ook aan de wieg van de Vlaamse eliteclub Wikings (1923) en was hij eigenaar van de stroomafwaarts aangrenzende ruitersclub (waarvan de hectaren nu zijn ingenomen door een van de telgen van Kinepolisfamilie Bert).

steverlynck.JPG

BST

De bouwheer was een hyperactief ondernemer van het type innovator, bijna een exact voorbeeld van wat de beroemde econoom JA Schumpeter voor ogen had. Hij startte als textielingenieur in De Stoomweverij Gebroeders Steverlynck van vader en oom. Van daaruit bouwde hij een waar imperium uit.

Zo richtte hij in de Stasegemsestraat NV Groeninge Ververij op (fabriek thans gedeeltelijk omgebouwd tot luxelofts), waar hij nieuw ontwikkelde kleurstoffen aanwendde die vlasgarens kleurvaste tinten gaven. In een vleugel van de Leiewatermolens in Harelbeke maakte hij waspoeder (1930, merk Ozonia). In Ieper voorzag hij de weefgetouwen Picanol van het nodige kapitaal. In de Minister Liebaertlaan in Kortrijk, weeral aan de Leie, vormde hij de stoomweverij om tot de fabriek BST, waar onder meer breigarens werden gesponnen. In het glas-in-loodraam in de art-deco-gevel van 1935 staat BST voor Belgian Sewing Threat, maar niet toevallig zijn dat ook de beginletters van Baldewijn Steverlynck.

Zeer vlaamsgezind stichtte hij samen met Lieven Gevaert het Vlaams Economisch Verbond, waarvan hij in 1934 voorzitter werd (tot hij door de Duitse bezetter in 1940 werd afgezet). In 1928 richtte hij samen met Leon Bekaert het Verbond van Katholieke Werkgevers voor West- en Oost-Vlaanderen op. In 1934 lag hij mee aan de basis van de Kredietbank, waar hij toetrad tot de raad van 'beheer'.

Kinderzegen

Enzovoort. Vermeldenswaard is nog dat hij in 1937 samen met andere Vlaamsgezinde industriëlen en intellectuelen de oproep ondertekende voor de stichting van De Vlaamsche Kinderzegen, een flamingantisch-katholieke concurrent voor de Bond van Kroostrijke Gezinnen (Gezinsbond nu). De Kinderzegen werd ontbonden in 1945 na te veel genante steun van de bezetters tijdens de Tweede Wereldoorlog. Baldewijn Steverlynck was gezegend met niet minder dan dertien kinderen: vijf bij zijn eerste echtgenote (Isabelle Rodenbach, die overleed in 1929) en acht bij zijn tweede vrouw (Cecile Van Dycke, die meer dan honderd jaar zou worden).

Opvallend aan villa Rozenkrans is het reusachtige zadeldak met vooraan twaalf opvallende mansardes (en achteraan nog een zestal) - een aparte kamer voor elk van zijn kinderen, zei mijn vader altijd. Het pand bepaalt het deftige voorstadsgezicht dat men ondergaat op de nieuwe Groeningebrug en in de omgeving van het Leiemonument. De villa is ontworpen in neo-Vlaamse-renaissancestijl door de Brugse architect met Kortrijkse roots Luc Viérin. De bouwmeester tekende onder meer ook voor de restauratie van het stadhuis van Kortrijk (1959-1962). De voordeur van de villa is gedecoreerd met een zwierige madonna.

villa rozenkrans 3.JPG

Frankignoul

Hoe traditioneel het uitzicht van het familiehuis ook is, het verbergt moderne bouwtechnieken. Zo is het gefundeerd op Franki-palen. Die in de grond gevormde betonnen funderingspalen zijn een uitvinding van Edgar Frankignoul bij het begin van de jaren 1900. De villa van Steverlynck had dergelijke stevige basis nodig want hij is gebouwd op een van Kortrijks vroegere 'vettekaaien', afvalstorten.

De toestemming van het Kortrijkse stadsbestuur, CD&V-OpenVLD, om de villa te slopen stuit op hevige afkeuring van (industrieel) erfgoeddeskundige Adriaan Linters. Op Facebook schrijft hij: "Opgenomen in de vastgestelde inventaris van het bouwkundig erfgoed, maar voor de stad niet belangrijk... "Dat dit geen beschermd monument is, heeft een reden", zo zegt schepen van Ruimtelijke Ordening Wout Maddens (OpenVLD). "Het schepencollege heeft eind vorig jaar de afweging gemaakt dat een nieuw project verantwoord is als het van uitstekende architecturale kwaliteit is." Vlaanderen heeft maar een 12.000 beschermde monumenten (Amsterdam zowat 25.000). De vastgestelde inventaris wil aantonen wat belangrijk is en bij overheden en burger een mentaliteit pro erfgoed creëren. Als dat door schepenen en lokale overheden systematisch ondergraven wordt, dan is het erg gesteld. [...] Omdat er van de buurt druk is tegen de sloping van Villa Rozenkrans en vervanging door een appartementsgebouw, durft men niet onmiddellijk "sloop maar" te zeggen. Er moet "iets beters" komen. Wat dat in Kortrijk betekent, kunnen we op veel plaatsen in de stad zien. "Gestapelde containerdozen" volgens buurtbewoners...".

18-02-12

Kortrijkse stadsbegroting 2012: zielig doen op kosten van het OCMW

reserves.JPG

In de Kortrijkse gemeenteraad is - twee maanden te laat! - de begroting voor 2012 besproken. In de begroting staat hoe de stad in het jaar dat komt, met zijn financiën zal omspringen. De jongste jaren pakt het stadsbestuur, CD&V en OpenVLD, telkens uit met een begroting waarmee men de indruk wil wekken dat de stad in slechte papieren zit. Als men op het einde van het jaar de afrekening maakt, blijkt telkens dat men weer eens een ferm overschot heeft geboekt. Let wel: die overschotten zijn er slechts op kosten van de Kortrijkse belastingbetalers. Ook voor 2012 doet het stadsbestuur weer heel zielig. Allerhande tegenslagen worden opgesomd. Eentje zelfs ten onrechte. Een extra bijdrage voor de pensioenen van het stadspersoneel moet immers niet in 2012 maar pas eind 2013 worden betaald. Het ongegronde gejammer wordt dan als voorwendsel gebruikt om de stadsbijdrage aan het OCMW te bevriezen, ondanks de toenemende noden waaraan het OCMW in de crisis het hoofd moet bieden. Uiteindelijk draait dat uit op duurdere rusthuizen, duurdere dienstencentra, duurdere maaltijden enzovoort. Het is de bevolking - de zwakste medeburgers niet uitgezonderd - die de dupe zal zijn van dat ongegronde verhaaltje van de slechte financiële toestand van de stad.

Overschotten

Typisch aan de begrotingen die het CD&V-OpenVLD-stadsbestuur telkenjare indient in Kortrijk, zijn de confortabele inkomsten. Men laat de burgers meer dan voldoende betalen om toch maar veel - te veel naar mijn gedacht! - over te hebben op het einde van het jaar. Op het moment van de begroting wordt iedere keer wel onrust gezaaid over de stadsfinanciën, maar dat valt achteraf gezien altijd wel dik mee. In plaats van het voorspelde 'tekort in eigen dienstjaar', is er een aangroeiend overschot als alles is afgerekend.

Op het einde van het vorige bestuur (2001-2006) werd het jaar 2006 afgesloten met nauwelijks een overschot (ook geen nadelig saldo!). De nieuwe ploeg, CD&V en OpenVLD kreeg bij de start een cadeau mee van 17,5 miljoen euro in de reserves. In 2007 was het overschot al 7,5 miljoen euro (plus 22 miljoen euro in de reserves). In 2008 daalde dat overschot tot 7 miljoen euro maar stegen de reserves tot het fenomenale bedrag van 27 miljoen euro. In 2009 steeg het gecumuleerde overschot tot 10,5 miljoen euro (13 miljoen euro in de reserves) en in 2010 zelfs tot 11 miljoen euro (met 19 miljoen euro in het spaarvarken).

Ik herhaal dat het mij dus zeer zou verwonderen als het gecumuleerde overschot van meer dan 10 miljoen euro in één enkel boekjaar (2011) zou opgesoupeerd zijn. Als dat het geval is, zou men kunnen gewagen van wanbeleid. In de begroting voor 2012 wordt ervan uitgegaan dat het overschot tegen het eind van het jaar nog slechts zowat 60.000 euro zal bedragen. Ik geloof er niets van! 

De aparte ('buitengewone') begroting voor de investeringen vertoont een navenante stijging van de overschotten. Dat gaat dan over gelden die men wel op een of andere manier (vooral leningen maar ook overboekingen uit de gewone begroting) heeft binnengehaald maar voor projecten die zijn blijven steken. 2006 (vorige bewindsploeg) sloot af met een overschot in de 'buitengewone begroting' van 1,9 miljoen euro. In het eerste jaar van de nieuwe ploeg (2007) was dat 1,4 miljoen euro. In 2008 was het al 3,6 miljoen euro. In 2009: 8,7 miljoen euro, en in 2010 niet minder dan 10 miljoen euro (op nog geen 40 miljoen euro inkomsten!). Een sprekender bewijs van de sputterende motor van het stadsbestuur was er niet.Op de begroting voor 2012 zakt dat overschot tot een dik miljoen euro. Ook dat overschot zal veel meer zijn eind 2012.

Laattijdige begroting

De CD&V-OpenVLD-coalitie is nooit op kruissnelheid gekomen, hoewel zij wel degelijk de nodige financiële middelen bezat om veel meer te doen. Het is een publiek geheim dat het stadsbestuur intern grondig verdeeld is. De wrijvingen zijn daarbij niet beperkt tot beide partijen van de meerderheid; ook binnen de partijpolitieke fracties zit het grondig fout. Dat was dan ook de reden waarom de coalitie er voor 2012 niet is in geslaagd haar begroting - de laatste van haar bestuursperiode! - tijdig in te dienen. Noodgedwongen is men verplicht geweest voor de maanden januari en februari gebruik te maken van 'voorlopige twaalfden'. Zie voor de verlammende gevolgen hiervan mijn eerder stuk. 

Op de begrotingsgemeenteraad (februari 2012) pakte financiënschepen Alain Cnudde (CD&V) uit met nog een argument om de laattijdige indiening van de stadsbegroting goed te praten. Volgens hem zou het thans vaststaan dat de stad al in 2012 een extra pensioensbijdrage ('responsabiliseringsbijdrage') zou moeten betalen aan de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid voor het personeel van lokale besturen (RSZPPO). Welnu, hij vergist zich schromelijk! Hij baseert zich op een omzendbrief van RSZPPO, die de dienst zelf inmiddels heeft ingetrokken wegens foutieve interpretatie. In een erratum-omzendbrief verduidelijkt de RSZPPO dat die extra pensioensbijdrage voor het jaar 2012 pas in ... december 2013 moet worden betaald. Verwijlintresten zijn pas verschuldigd vanaf 1 januari 2014. Voilà, als de schepen wil besparen, kan hij alvast de daarvoor ingeschreven 1,3 miljoen euro uit de begroting schrappen!

Besparingen OCMW

De zogenaamde ernstige financiële problemen waarin de stad zou verkeren, zijn dan weer een reden om op alles - bijna alles - te gaan besparen. Uiteraard ben ook ik voorstander van een zuinig stadsbestuur dat efficiënt omspringt met de gemeenschapsmiddelen. Maar achter besparingen moeten duidelijke doelstellingen zitten. In tegenstelling daarmee haalt ook het Kortrijkse stadsbestuur de 'kaasschaaf' boven.

Opvallend zijn de besparingen die het stadsbestuur opdringt aan het OCMW. Dat het OCMW eerst de opgepotte middelen moet aanwenden die het gevolg zijn van een te ruime stadsdotatie van enkele jaren geleden is logisch. Maar de geëiste besparing gaat thans verder. In een verslag van  overleg tussen de stad en het OCMW laten de vertegenwoordigers van het OCMW optekenen dat de gedwongen besparingsoefeningen “heel voelbaar zijn en pijn doen”. Er is gezegd dat “de organisatie op de toppen van haar tenen loopt, zowel personeelsmatig als naar draagkracht”. Veelzeggend is de conclusie dat een verder besparing een vermindering van de dienstverlening inhoudt.

De gemeenteraad heeft intussen een uitgebreide lijst gekregen van de concrete besparingen bij het OCMW. Onthutsend! De tarieven van de maaltijden, van de lokale dienstencentra en de dagprijs van de woonzorgcentra en serviceflats worden onverbiddelijk opgetrokken. In de woonzorgcentra komt er nog minder plaats voor valide hoogbejaarden door een verhoogde voorra ng voor zwaarzorgbehoevende bewoners. Het personeel zal over het algemeen (nog) meer moeten doen met minder; ook in de uitgaven voor vorming wordt het mes gezet. Tewerkstellingsinitiatieven worden geplafonneerd. Voor nieuwe initiatieven van woonzorg wordt gedacht aan pps en andere privatiseringen. Enzovoort.

Investeringen

Wat investeringen betreft, zegt het stadsbestuur in het resterende deel van zijn laatste nog 38 miljoen euro te willen uitgeven. Het is maar de vraag hoe men dit allemaal zal uitvoeren. Niet dus. Er staan zeker een reeks pro-memorie-posten in de lijst van uit te voeren werken.

We hebben veel geduld moeten hebben voor deze begroting, maar dat geduld is niet beloond met een document dat de burger erg enthousiast kan maken. Nu blijkt dat het stadsbestuur geen enkele reden had om het jaar in te gaan met voorlopige kredieten. De responsabiliseringsbijdrage hoeft nog niet betaald te worden in 2012. Het stadsbestuur zet het OCMW op zwart zaad. En de investeringen waarvoor men kredieten vrijmaakt, zijn nogal virtueel. Ik ben zeer benieuwd naar de cijfers van de afrekening van vorig jaar (2011). Hoe groot zal het overschot zijn? Dan pas gaan we een gefundeerde evaluatie kunnen maken van het financiële beleid in de aflopende bestuursperiode.

12-02-12

Zondags Kortrijk (ansicht 17)

Elke zondag een bijzonder prentje, een ansicht van Kortrijk.

Winterprik1.JPG

Vandaag is het de dertiende opeenvolgende vorstdag in Kortrijk. De Vaart is al lang bevroren, en zelfs op de 'warme' (want nog altijd meer lozingen afvoerend) Leie drijven imposante ijsschotsen. Het is alsof de ijsgang de watervogels samendrijft naar een plek waar nog geen ijs is samengepakt: aan het sas waar de Vaart in de Leie uitmondt. Ik zag er een paar aalscholvers - onze inlandse pelikanen! - om beurten onderduiken op zoek naar vis - op de Leie! -, een verkleumde blauwe reiger en een wilde zwaan.

Winterprik2.JPG

Het is van 1941 geleden dat het nog zo lang aan een stuk heeft gevroren in Kortrijk. Dat is een dag langer dan in 1987 en 1997. In 1987 mag het dan al minder lang hebben gevroren: het moet dan wel harder hebben gevroren want de oude Leie was toen helemaal dicht. Ik zie toenmalig schepen van sport Antoon Sansen nog in het midden van de Leie onder het brugje van de Broeltorens staan met zijn medewerker. Ze waren van plan om een schaatswedstrijd te organiseren op de Golden River. De onvermijdelijke dooi belette de uitvoering van dat stoutmoedige plan. Maar de stunt was al geslaagd met dat fotootje op de lokale pagina's van alle kranten. De verkiezingen het jaar nadien maakten Sansen burgemeester.

Winterprik4.JPG

Het laatste stuk van de Vaart Kortrijk-Bossuit, tussen de Abdijkaai en de Vlaanderenkaai, is wel betreedbaar. Onverlaten hebben er twee zware kasseien op gegooid en het ijs gaf geen krimp.

Winterprik6.JPG

Precies dat stuk en het stuk ervoor (tussen de - als monument beschermde! - sluizen 9 en 11) willen de plattelandsburgemeesters van rond Kortrijk in de komende jaren verbreed zien. Alsof Kortrijk nog niet genoeg geleden heeft en lijdt (de aanslepende problemen met de vervanging van de Budabrug bijvoorbeeld) door de jarenlange Leieverbredingswerken. Voor die verbreding van de Leie kunnen nog evidente economische en ecologische redenen aangevoerd worden.

Maar de Vaart blijft, zoals Waterwegen en Zeekanaal (Vlaamse Gewest) al langer verklaart, beter een groot insteekdok vanuit de Schelde. Er kan nooit voldoende watertransport worden op gang gebracht dat de zware inspanningen van het verbreden van de laatste stukken van de Vaart kan verantwoorden. De hele oeverbebouwing aan de kant van het open zwembad (zwembad incluis) zou moeten worden onteigend en gesloopt. Sas 11 zou moeten vervangen worden door een mastodontwaterpoort van meer dan 15 meter hoogte.

Winterprik5.JPG

Sas 11 kreeg behalve voormelde watervogels ook nog een wild konijn op bezoek. Het moet grote honger hebben gehad. Zelfs toen ik het naderde tot op een armlengte, bleef het maar bevroren grassprietjes afknabbelen. Het had wel rare uitstulpingen aan zijn keel en borst. Zou het ziek zijn?

Winterprik7.JPG

05-02-12

Zondags Kortrijk (ansicht 16)

Elke zondag een bijzonder prentje, een ansicht van Kortrijk.

OLV Sneeuw 1.JPG

Een beetje voorspelbaar in deze winterprik: het kapelletje van Onze-Lieve-Vrouw-ter-Sneeuw... in de sneeuw!

Het 'bedehuisje' ligt in het Kortrijks Begijnhof, een stadje in het stadscentrum. Je waant je er in de middeleeuwen met die oude kerktorens die opdoemen achter de huisjes en steegjes. Het Begijnhof dateert dan ook wel uit de dertiende eeuw. Maar in tegenstelling tot wat vaak in toeristische folders wordt beweerd is het decor niet middeleeuws maar barok, uit de jaren 1600. Het doet me altijd denken aan het Zeeuwse stadje - geen dorp! - Veere, zowat in dezelfde tijd is gebouwd.

Heel het Begijnhof is eigendom van het OCMW, een erfenis van zijn voorganger, de onder napoleontische wetgeving opgerichte Commissie van Burgerlijke Godshuizen. Het OCMW doet werkelijk zijn best om het mini-stadje zo getrouw mogelijk te restaureren en de woningen achter de barokke gevels toch bewoonbaar te maken naar hedendaagse maatstaven. Het ensemble is trouwens in 1998 door de UNESCO uitgeroepen als werelderfgoed, samen met de meeste andere Vlaamse begijnhoven.

OLV Sneeuw 3.JPG

Genoemde kapel is een plek geweest waar men kwam 'dienen' voor koortsen en hoofdkwalen. Het aanbeden beeld dat achter tralies is gezet in de OLV-ter-Sneeuwkapel (gepolychromeerd gpis, 137 cm groot) is evenwel een 'Onze-Lieve-Vrouw-van-Smarten'; vandaar de dolk in haar hart. Die katholieke mythologie is onnavolgbaar ingewikkeld.

ansicht kortrijk

Volgens de legende heeft de kapel haar naam te danken aan een mirakuleus geachte sneeuwbui in het midden van een al lang vergeten zomer. De naam Onze Lieve Vrouw ter Sneeuw is evenwel niet zo uitzonderlijk in onze contreien en daarbuiten. Eigenaardig genoeg was in het al genoemde Zeeuwse stadje Veere de Grote Kerk gewijd aan Onze Lieve Vrouw ter Sneeuw! Populair is Sancta Maria ad Nives in La Palma, Canarische Eilanden. Ze was nogal populair bij zeelieden. Is de kapel misschien een gift van achtergelaten schippersvrouwen die hun toevlucht zochten achter de beschutting van de begijnhofmuren?

Sneeuwmaria's in kapellen en zelfs kerken zijn voorts te vinden in Antwerpen, Retie (Werbeek), Borgerhout, Destelbergen enzovoort. In Brussel draagt de parlementaire wijk - met allemaal straatnamen die verwijzen naar de grondrechten en vrijheden rond de Leuvenseweg en de IJzerenkruisstraat - die naam. Ooit was het de hoek van de stad waar de melaatsen werden bijeengedreven... 

OLV Sneeuw 2.JPG

Ware het niet van de oosters aandoende 'ezelsrugboog' boven de deur en de 'uitspringende gebogen absis' aan de achterkant, dan zou het onooglijke gebouwtje nauwelijks opvallen. Onoplettende bezoekers zouden zelfs kunnen denken het dat een elektriteitskabine is. De vorm die het nu heeft, heeft het kapelletje te danken aan een verbouwing in 1849. In 2001 werd het alweer gerestaureerd door het OCMW.

 

OLV Sneeuw 4.JPG