11-11-11

Bijna was het stadhuis van Kortrijk ontploft enkele dagen na Wapenstilstand 1918

stadhuis nov 11.JPG

Op maandag 11 november 1918 kwam een officieel einde aan de Eerste Wereldoorlog. In Kortrijk was dat al de dag voordien op zijn zondags gevierd. Het Duitse militaire bestuur over de stad had zich reeds op 15 oktober daarvoor teruggetrokken, maar niet zonder eerst nog eens grondig Bissegem te plunderen. Kortrijk bleef in de frontlijn en het mikpunt van wrede beschietingen tot eind oktober. Op 5 november gaf een officieel bezoek van koning Albert en koningin Elisabeth de bevolking het geruststellende gevoel dat de vijand definitief was verdreven. Maar in de gevels van het stadhuis, de Halletoren, hotel Damier, het station en andere gebouwen hadden de keizerlijke troepen tijdbommen gemetst die vanaf 17 november moesten ontploffen. Ze werden tijdig onschadelijk gemaakt.

Kortrijk 14-18

Wie wil weten hoe Kortrijk zich door de Groote Oorlog heeft gesparteld - de stad lag op enkele kilometer van het front - moet zeker het standaardwerk Kortrijk 14-18 van Egied Van Hoonacker lezen (1994). Het is gebaseerd op een immense hoeveelheid authentieke documenten, waaronder niet minder dan acht dagboeken van betrouwbare ooggetuigen. De auteur geeft een uiterst gedetailleerd verslag dat ook zoveel mogelijk objectiviteit beoogt.

Toch kan hij het, na een relaas over de begrafenis van de zes Kortrijkzanen die als spionnen door de bezetter werden gefusilleerd, niet laten te schrijven: "Dit alles voor die dwaze oorlog die we nooit gewild hebben". Het is uit dat boek dat ik mijn verhaal van vandaag haal.

11 november 1918

Op 11 november 1918 was het in Kortrijk, alle omstandigheden in acht genomen met al die Britse soldaten in de stad en al die gewonden in de ziekenhuizen, redelijk rustig. Op zondagavond, de dag voordien, was het om 20.30 uur al bekend geraakt dat Duitsland, dat zelf op de rand van een burgeroorlog en revolutie stond, de geallieerde voorwaarden voor een wapenstilstand had aanvaard. De wapenstilstand ging 's anderendaags in om 11 uur. In de stad barstte een feestvreugde los. Soldaten liepen 'War is over' te scanderen door de straten. Treinlocomotieven bliezen onophoudelijk hun stoomfluit. Van op de beiaard klonk de Brabançonne. Militaire en burgerauto's toerden al toeterend door de straten. Overal was er vuurwerk, vredevol deze keer.

Op dinsdag 15 oktober 1918 had het Duitse, militaire, bestuur over Kortrijk, de Kommandantur, de stad al verlaten. De stadskant van de Leie werd evenwel ingericht als een verdedigingslinie met loopgraven en machinegeschut. De bruggen in de stad werden een voor een opgeblazen. Het meest 'weerstand' bood nog het Broelbrugje tussen beide Broeltorens; het stortte pas de dag nadien in na ontploffing van een extra lading dynamiet van 750 kilo. 

Bissegem werd op diezelfde dinsdag nog het slachtoffer van Duitse oorlogsmisdaden. De bevolking kreeg om 4.30 uur het bevel hun huizen achter te laten tegen 7.30 uur. In die luttele uren konden de mensen uiteraard weinig klaarmaken om mee te nemen. Het keizerlijke leger ging na hun vertrek aan het plunderen en deed dat grondig; geen woning die er niet moest aan geloven. De soldaten ontzagen het zelfs niet om de brandkasten open te breken.

Bevrijd

Op 16 oktober werd Overleie om 5.30 uur bevrijd door het 12e Irish Rifles (36e Divisie van het Britse leger). Ze kwamen van Heule over de Kortrijksestraat binnengereden. De uitbundige toejuichingen door de bevolking waren te horen tot op de Grote Markt, die nog in Duitse handen was. Tot 19 oktober heeft Kortrijk zwaar te lijden van wederzijdse beschietingen met granaten en machinegeweren, de Duitsers vanuit het centrum, de Engelsen vanuit Overleie. Nadien komen sporadisch nog granaten van het wegvluchtende Duitse leger op de stad terecht, afgeschoten van op steeds verdere afstand.

De beschietingen maken ook talrijke burgerslachtoffers. Alleen de Overleienaars kunnen nog terecht op het Sint-Janskerkhof in de Meensesteenweg. De overledenen in het stadscentrum moet men begraven in allerlei tuinen, zoals die van het Fort en van Saint-Charles (Sint-Carolus). Veelal zijn het de kistdragers of familie die de graven moeten uitdelven; de grafdelvers waren gevlucht. Een vader werd dodelijk getroffen door een kogel terwijl hij zijn overleden kind naar de begraafplaats bracht.

Sire

Op dinsdag 5 november is het front al opgeschoven tot aan de Schelde (Avelgem, Oudenaarde). Kortrijk was veilig genoeg voor een officieel bezoek van het koningspaar Albert en Elisabeth. De dag voordien had de koning reeds incognito (!) gewonden bezocht in de kliniek van dr. Lauwers, de enige kliniek in Kortrijk die met leken-verpleegsters werkte. Een onoverzienbare menigte juicht het koningspaar de dag nadien toe langs de Gentsesteenweg en de Harelbeeksestraat. Albert en Elisabeth begeven zich naar de grote villa van Alberic Goethals in de Groeningelaan (aan het Groeningemonument). Ze krijgen er een diner aangeboden door de Engelse militaire gezagsdragers. General Jack (bevelhebber van de 28e Brigade) wordt er gedecoreerd.

De familie Goethals, een van de patriciërsfamilies van Kortrijk, was nog in de rouw voor hun zoon Jacques, die als vrijwilliger en piloot nabij Staden was neergeschoten door de Duitsers op 9 oktober 1918. Toch noteert Egied Van Hoonacker een redelijk vrolijke anekdote bij dat koninklijk diner. Tussen de verschillende gangen door merkt mevrouw Goethals-Van Volsem op: "Sire, u weet wellicht niet dat u vandaag op mijn koperwerk eet". De rijke familie had immers de opeisingen van koper omzeild door hun stukken onder de plancher te verbergen. Koning Albert prijst op een bepaald moment de uitstekende wijn die wordt geschonken. Reactie: "Sire, wij hebben die wijn uit vrees voor de Duitsers ingemetseld en die speciaal voor u weer uit de muur gehaald". De Kortrijkse bourgeoisie kende haar wereld!

Tijdbommen

Na afloop van de oorlog komt er op 14 november plots een auto met witte vlag de Grote Markt opgereden. Het zijn twee Duitse officieren vergezeld door drie Engelse collega's. In toepassing van artikel 8 van de Wapenstilstand komen zij tonen waar er mijnen zijn verborgen. Een meter hoog zijn er bijvoorbeeld drie springladingen ingemetseld in de gevel van het stadhuis. Voorts is ook de Halletoren ondermijnd, en het postgebouw, hotel Damier (waar de Etappenkommandant resideerde - zie mijn eerder stuk), het station enzovoort, 1800 kilo dynamiet in totaal.

De Duitsers hadden tijdmechanismen op scherp gesteld om de ladingen een voor een te laten ontploffen vanaf 17 november 1917! Andere tijdbommen waren verborgen in het liberale lokaal Ons Huis, bij de paters in de Aalbeeksesteenweg, onder de spoorwegen en nog op andere plaatsen. Ze werden alle tijdig onschadelijk gemaakt. In Brussel daarentegen vlogen op 19 november zowel het Zuidstation als het station van Schaarbeek in de lucht.

Het leven

Egied Van Hoonacker maakte een exacte berekening van het aantal Kortrijkse oorlogsslachtoffer in 14-18. 211 militairen sneuvelden, 254 burgers kwamen om bij beschietingen en bombardementen, 91 dwangarbeiders lieten het leven als opgeëisten in de door het Duitse leger bezette Franse Ardennen, en 6 verzetslieden (spionnen voor het Engelse leger) werden gefusilleerd. Samen is dat 526.

Veel namen van die slachtoffers zijn opgenomen op het oorlogsmonument op de Grote Markt. Van Hoonacker geeft vollediger lijsten. Ook elke deelgemeente heeft zijn 'standbeeld' en zelfs op Overleie is er een herdenkingsplaat aan de gevel van de Sint-Elooiskerk. Terwijl alle andere gedenktekens zijn opgenomen in officiële inventarissen en beeldenboeken van de stad, is die plaat enigszins vergeten. De gedenksteen was dan ook geen initiatief van de stedelijke overheid maar kwam in 1920 tot stand na een oproep aan alle gezinnen van Overleie om financieel bij te dragen.

Overleiebis.JPG

De commentaren zijn gesloten.