16-09-11

Decorteam Meuleman mag dan (voorlopig?) toch niet bouwen aan de Stasegemsesteenweg

Decorteam Meuleman.JPG

Het Kortrijkse aannemersbedrijf voor schilder- en interieurwerken Decorteam Meuleman (sinds 1865!) mag dan toch geen nieuw hoofdkwartier bouwen aan de afrit Stasegem van de Kortrijkse grote ring R8. Het Agentschap Wegen en Verkeer, Vlaamse Gewest, wringt tegen. Op de grond van Meuleman in de Stasegemsesteenweg rust immers een bouwverbod van 30 meter langs de ring en de afrit. De vraag naar een uitzondering werd afgewezen. Het stadsbestuur zegt niet anders te kunnen dan de aanvraag voor de bouwvergunning ongunstig te beoordelen. De adviezen van de eigen stadsdiensten zijn nochtans alle unisono positief. Heeft die weigering van AWV gevolgen voor een stadsproject dat wat dichter bij de stad eveneens aan de ring zou moeten komen: de KMO-zone voor twee showrooms in de groene zone achter de volkswoonwijk Venning? Intussen blijft Meuleman geprangd zitten in zijn veel te klein geworden en moeilijk te bereiken gebouwen aan de smalle Abdijkaai.

De geest van Kafka speelt Decorteam Meuleman parten. Als het Vlaamse Gewest niet moeilijk doet, is het het stadsbestuur dat tegenwringt (project Abdijkaai), en als het stadsbestuur geen graten ziet in een project, ligt het Vlaamse Gewest dwars (project Stasegemsesteenweg).

Abdijkaai

Het bijna 150-jarige schildersbedrijf (schilderwerk, vloerbekleding, schrijnwerk op maat, coördinatie van grotere projecten) is gevestigd in de smalle Abdijkaai, op een hoge oever van de Vaart Kortrijk-Bossuit. Zusterbedrijven zijn Multidecor (Universiteitslaan), Multisteps (Ter Ferrant, Kuurne), en Decobel Meubelatelier (Harelbeke), maar het hoofdkwartier is in de Abdijkaai. Het bedrijf kampt er met plaatsgebrek, kan er niet uitbreiden en past eigenlijk niet meer in wat metterttijd een woonbuurt is geworden.

Het ligt voor de hand dat de bedrijfsgebouwen zouden plaats maken voor een woonproject. In hetzelfde huizenblok is de vroegere textielververij Lambrecht al vervangen door een verkaveling met flatgebouwen en rijwoningen. Het werd aangekondigd als een 'woonpark' maar het groen valt nogal tegen. De nabijgelegen Vetex-fabriek (niet te verwarren met de gewezen fabriek in de Veldstraat) wordt binnen afzienbare tijd opgedoekt. Leiedal kreeg de opdracht voor de ontwikkeling van het gebied een masterplan uit te werken.

Het probleem voor Meuleman is evenwel dat het stadsbestuur en Leiedal ervan uitgaan dat de vaart daar ooit nog zal worden verbreed. De kans daartoe is klein gezien de immense kosten die dat zou vergen (drie bestaande - en beschermde! - sluizen supprimeren en vervangen door één met een hoogte van zeker 15 meter, de onteigening van tientallen woningen, de bouw van honderden meters nieuwe kademuren in volledig verstedelijkt gebied enzovoort). Maar stadsbestuur en Leiedal willen de mogelijkheid open houden. Daartoe hanteert het stadsbestuur een bouwverbod in een strook van dertig meter op de oever van de Vaart aan de kant van de Spinnerijkaai en de Abdijkaai. In die strook liggen grote delen van de huidige bedrijfsgebouwen van Meuleman. Nauwelijks te ontwikkelen dus!

Stasegemsesteenweg

De firma had het plan opgevat om zijn zetel te verplaatsten naar een groot terrein (meer dan een hectare) aan de afrit Stasegem van de Kortrijkse ring. Het betreft gewezen landbouwgrond, nog nooit bebouwd maar volgens het Gewestplan (1977) gelegen in een gebied voor milieubelastende industrieën. Ooit werd een groot deel van de Stasegemsesteenweg aan beide kanten ingenomen door de Stijlmeubelenfabriek Deconinck. Achter de tunnel onder de R8 ligt het bedrijventerrein Harelbeke-Stasegem. Ideaal gelegen dus voor een bedrijfsvestiging.

Meuleman STSTW 17 1.JPG

Meuleman wil er een industrieel gebouw voor zijn aannemersactiviteiten van schilder- en schrijnwerk. De gevel zou een doortrekking worden van de bestaande bedrijfsbebouwing aan de Stasegemsesteenweg, 49 meter breed. Het dichtst tegen de oprit zou een kantoorgebouw komen met een diepte van 52,75m, twee verdiepingen hoog. Tussen het kantoorgebouw en buur Lankofood zouden omvangrijke magazijnen komen (8m hoog, 78,40m diep). Kantoren en magazijn zouden van elkaar worden gescheiden door een 10,10m hoge glazen gang. Het kantoorgebouw wordt uitgevoerd in witte betonnen panelen, de rest van het complex in zwarte geïsoleerde panelen. Bij dat alles komt nog een parking voor 80 wagens, 15 fietsen, een tankstation en 4 afvalcontainers. De rest is groenzone, vooral ten opzichte van de woonstraat Hoevestraat, helemaal achteraan het terrein. De stadsdiensten eisen de aanplanting van één hoogstam per 10 parkeerplaatsen.

Ten opzichte van de afrit van de R8 wordt minstens een onbebouwde strook van 15,95 m behouden, voor een meter of tien beplant met schermgroen. Aangezien het Vlaamse Gewest (Agentschap Wegen en Verkeer, AWV) doorgaans een niet bebouwbare strook van 30m naast de autostrades hanteert, vroeg het bedrijf een afwijking. Het gaat hier ten slotte maar om een afrit en niet om de ringweg zelf (die daar op een hoge talud is aangelegd). En elders in Kortrijk zijn voorbeelden te over van dichtere bebouwing, soms tot tegen de op- of afrit van de ring, bijvoorbeeld het op- en afrittencomplex in de Oudenaardsesteenweg.

Maar de stadsdiensten moesten vaststellen dat AWV weigert de gevraagde uitzondering toe te staan. "Het is bijgevolg niet mogelijk een vergunning af te leveren" zegt het stadsbestuur. Nochtans waren alle adviezen van betrokken stadsdiensten eensluidend gunstig.

Jammer

Nu is dat wel erg jammer. De evacuatie van Meuleman uit de Abdijkaai zou een hele opluchting zijn voor de buurt. Het bedrijf moet daar zijn uitgebreide bedrijfswagenvloot noodgedwongen op straat laten overnachten. De ontsluiting van de site is erg penibel. In de Stasegemsesteenweg zou Meuleman al zijn camions en camionettes binnen kunnen stallen en zou de ontsluiting ideaal zijn met de onmiddellijke toegang tot de R8 en het verderop gelegen autostradenet.

Concreet betekent de halsstarrige houding van AWV dat een eventueel alternatief bouwplan zowat 14 meter gevelbreedte moet prijsgeven. Kan dat verlies aan ruimte achteraan worden gecompenseerd en zal dat dan niet ten koste gaan van de groenzone die het bedrijf moet afschermen van de Hoevestraat?

Venning

Het standpunt van AWV stemt tot nadenken over het fel aangevochten plan van de stad om in groenzone tussen de nabijgelegen woonwijk Venning en diezelfde R8 een zogenaamde KMO-zone in te richten. Het zou hoogstens kunnen gaan om een mogelijke vestigingsplaats voor twee showrooms met vitrine uitgevend op de Ring. Voor die KMO-zone zou zowat de helft van de huidige groene 8 hectare moeten sneuvelen. Als men ook daar vasthoudt aan die onbebouwbare strook van 30 meter, zou dat betekenen dat de KMO-terreinen nog een extra strook van 30 meter groen zouden opeisen. Het zou ook kunnen betekenen dat het project onuitvoerbaar wordt.

Meuleman STSTW 17 2.JPG

13-09-11

Kortrijks stadsbestuur weigert grondig debat over dure gas- en stroomprijzen

Nedervijver kabine.JPG

Na twee chaotische stemrondes liet het Kortrijkse stadbestuur gisteren in de gemeenteraad mijn voorstel tegen de dure gas- en elektriciteitsprijzen voor de Kortrijkse gezinnen afkeuren door de meerderheid. Niet alle meerderheidsraadsleden volgden dat bevel. Mijn voorstel was erop gericht de zware gemeentelijke winstdeelnames in Gaselwest te verminderen. Maar om improvisatie te vermijden vroeg ik het stadsbestuur  door bekwame ambtenaren - onafhankelijk van Gaselwest! - een beredeneerd standpunt te laten uitwerken. Aan dat standpunt kon dan in een volgende gemeenteraad een voldragen debat worden gewijd. En na eventuele bijsturing en goedkeuring kon het dan door onze vertegenwoordigers worden verdedigd in de bestuursorganen van Gaselwest.

In plaats onafhankelijk van Gaselwest een eigen standpunt uit te werken liet het stadsbestuur (CD&V-OpenVLD) schepen Guy Leleu (samen met Carl Decaluwe zetelend in de hoogste bestuursorganen van Gaselwest) een tekst voorlezen die duidelijk was opgesteld door de bollebozen van Gaselwest. Het was een verdedigingspleidooi, waarin nogmaals alle uitvluchten op een rijtje werden gezet. De titel van dat slordige opstel was "Kortrijk wil goedkopere tarieven elektriciteit voor zijn gezinnen". Maar om dat te bereiken willen stadsbestuur en Gaselwest zelf geen verantwoordelijkheden opnemen. De inspanning moet van de hogere overheid komen. Met andere woorden: aan de hoge winstdeelnames van Kortrijk in Gaselwest, een van de oorzaken van de dure energieprijzen voor de Kortrijkse gezinnen, mag niet worden geraakt.

Leleu en Decaluwe verdedigen Gaselwest 

In de gemeenteraad van 12 september 2011 kwam het tot een hoogoplopende discussie over de gas- en elektriciteitsfacturen van de Kortrijkse gezinnen. Ik had namelijk een voorstel van resolutie ingediend om die facturen te verminderen door de grote winstdeelnames van de stad te matigen. Merkwaardig genoeg kwam er geen reactie op mijn inleidende opmerking. Ik wees erop dat Kortrijk op het gebied van stedelijke taksen een dure stad is voor zijn bewoners. De stad heeft een van de hoogste aanvullende personenbelastingen en een hoge onroerende voorheffing. Op de waterfactuur van de gezinnen neemt de stad bovendien het maximum dat een stad mag opleggen. Voor de rest baseerde ik mij op de intussen alomgekende studie van Test-Aankoop over 'energiemarkt en consument'. Het waren die vaststellingen uit een objectief onderzoek die de heren Guy Leleu en Carl Decaluwe (CD&V), allebei vertegenwoordiger van Kortrijk in zowel de raad van bestuur als het directiecomité van Gaselwest, de kast opjoegen.

Beide heren voelden zich verplicht rücksichtslos Gaselwest te verdedigen. Mijn voorstel was evenwel absoluut geen aanval op hen maar een voorstel om eens wat afstand te nemen van Gaselwest en eens op een onafhankelijke manier te onderzoeken of er niet kan worden afgestapt van scheefgegroeide gewoonten. Het zijn de steden en gemeenten die baas moeten zijn over Gaselwest en niet omgekeerd. Maar Leleu en Decaluwe diepten de argumenten op die iedere keer weer worden naar voren gebracht om de dure elektriciteits- en gasfacturen van de gezinnen in onze streek goed te praten. De slimme koppen die Gaselwest en Eandis, de gezamenlijke werkmaatschappij van Gaselwest en de andere gemengde intercommunales, bevolken, beschikken blijkbaar over een argumentarium waar ze steeds mee uitpakken. Het zou mij niet verwonderen als een van die slimme koppen de tekst die schepen Guy Leleu voorlas, had voorgekouwd. 

Ik werk systematisch de weer opgediste argumenten van Gaselwest - uitvluchten - af.

Reële kosten?

Guy Leleu verklaart vooreerst dat de tarieven van Gaselwest zijn gebaseerd 'op de reële kosten' van de distributienetbeheerder. Ik mag hopen dat dit klopt. Maar dat betekent nog niet dat die tarieven enkel en alleen die 'reële kosten' bedragen. Neen, ze houden ook 'een billijke winstmarge in ter vergoeding van het kapitaal geïnvesteerd in het net' (art. 12, §2 van de Wet betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt - 11 mei 1999).

Leleu stelt het voor alsof Gaselwest kreunt onder de kosten voor de bouw en het onderhoud van de leidingen, de ecologische verplichtingen en de sociale dienstverlening. Ik stel alleen maar vast dat ondanks die zogenaamd ondragelijke last Gaselwest nog altijd perfect in staat is om 15% van zijn omzet uit te delen aan zijn aandeelhouders als deelname in de winst. Als een normaal bedrijf dreigt te bezwijken onder de lasten, dan is het eerste wat men doet het verminderen van de verdeelbare winst. Het moet zijn dat Gaselwest niet in die situatie verkeert gezien de hoge winstdeelnames die jaar na jaar worden uitgekeerd. In De Morgen van 13 september 2011 (p. 22) noemt Ivan Van de Cloot, hoofdeconoom van het Itinera Institute, de elektriciteitsdistributie 'de melkkoe van de gemeenten'.

Verplichtingen

Leleu wijt het hoge aandeel van Gaselwest in de elektriciteitsfactuur van de Kortrijkse gezinnen aan de 'openbaredienstverplichtingen'. Hij somt op: maatregelen voor rationeel energieverbruik, verplichte aankoop van groenestroomcertificaten, gratis elektriciteit, oplaadpunten en levering aan klanten die niet meer terechtkunnen bij een commerciële leverancier. Dat laatste is alleszins een drogreden. Gaselwest levert aan die klanten immers tegen commerciële prijs, met winst - dat is zeker geen 'sociaal tarief'.

Die groenestroomcertificaten betreffen de zonnepanelen. Wat de oplopende kosten voor de vergoedingen inzake zonnepanelen betreft: de ramingen daarvoor zijn volgens een artikel in Knack (7 september 2011) zwaar overschat. Het is nochtans onder meer op die ramingen dat de hoge distributieprijzen zijn berekend. En nogmaals, ondanks die stijgende kosten, blijven de winstdeelnames van de steden en gemeenten en de private partner Electrabel heel hoog.

Processen tegen de CREG

Leleu ontkent voor Gaselwest alle verantwoordelijkheid voor de hoge distributieprijzen. Het zou de CREG (Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas) zijn die de prijzen vastlegt. Ook Gaselwest-voorzitter Luc Dehaene, burgemeester van Ieper, verstopt zich daarachter in zijn voorwoord bij het laatste jaarverslag van Gaselwest. Dat klopt niet! De wet van 11 mei 1999 zegt in artikel 12§1 duidelijk dat het de 'netbeheerder' (in casu Gaselwest dus) is die elk jaar de tarieven voor het gebruik van het net en de ondersteunende diensten opstelt. Die tarieven worden dan ter goedkeuring voorgelegd aan de CREG. De CREG gaat na of die tarieven kloppen met de wettelijke bepalingen.

Gaselwest en de andere gemengde intercommunales hebben jarenlang een massa processen gevoerd tegen de CREG omdat die commissie niet akkoord ging met boekhoudkundige ingrepen die de tarieven opdreven. Dat ging dan bijvoorbeeld over de afschrijving van de elektriciteitscabines over 50 jaar (stelling CREG) of over 30 jaar (stelling Gaselwest en co). De meeste cabines in Kortrijk zijn heel wat ouder dan 50 jaar! Als men de kost van die cabines spreidt over een langere periode, is de kost per jaar uiteraard heel wat minder en zouden de tarieven ook minder zijn. Maar de CREG heeft bij de hoogste rechtbanken (Raad van State, Hof van Cassatie) het onderspit moeten delven. De hoge tarieven kunnen dus alleszins niet toegeschreven worden aan de CREG, wel integendeel!

't Is de schuld van de Vlaamse Ardennen

Die oplopende kosten verklaren nog altijd niet het grote verschil tussen de tarieven van Gaselwest en die van alle andere intercommunales, die goedkoper zijn hoewel ze door dezelfde kostenstijgingen worden getroffen. De verklaring van Gaselwest, verwoord door Leleu, is dat het grondgebied van Gaselwest meer landelijke streken omvat (Westhoek en Vlaamse Ardennen) dan dat van de andere maatschappijen. Dat is een wat al te doorzichtige smoes. Het zal wel enigszins meespelen, hoewel Gaselwestland ook het zeer verstedelijkte gebied van de brede Leievallei omvat. Maar tot in den treure herhaal ik dat de kosten van het meer verspreide werkingsgebied dan vooreerst tot uiting zouden moeten komen in een vermindering van de winstdeelnames en niet in de tarieven.

Afschuiven van verantwoordelijkheid

Nadat hij had proberen te bewijzen dat Gaselwest geen schuld trof voor het hanteren van haar hoge tarieven, pakte Leleu uit met een reeks voorstellen om die tarieven "te bevriezen en zelfs te verlagen". Opvallend was dat zijn voorstellen alle de verantwoordelijkheid van de steden en gemeenten te boven gingen en gericht waren op de hogere overheid (en dus een eventuele verlaging van de tarieven op de lange baan schuiven).

Een simplistisch voorstel

en eerste voorstel bestaat erin de doorgevoerde 'liberalisering' terug te schroeven. Zowel Leleu al Decaluwe noemen die liberalisering 'mislukt'. Voor zover het de bedoeling was de energieprijzen voor de consumenten naar beneden te halen, is die liberalisering inderdaad niet gelukt. Maar zoals het was tot juni 2006 (tijdstip waarop in het Vlaamse Gewest het monopolie van Electrabel is opengebroken) kon het toch ook niet blijven duren.

Thans zijn het de verschillende leveranciers (Electrabel, Nuon, Essent, Lampiris, Ecopower enzovoort) die de leidingen van Gaselwest huren tegen een bepaald tarief. Vroeger was het Gaselwest die, uitsluitend bij zijn partner Electrabel, elektriciteit kocht, uiteraard tegen de hoge prijs die de monopoliehouder kon vragen en die dan doorverkocht aan de gezinnen. Dat was niets anders dan geïnstitutionaliseerde belangenvermenging. Hetzelfde Electrabel was namelijk hoofdaandeelhouder van Gaselwest en andere gemengde intercommunales - nogal vanzelfsprekend dat Gaselwest niet erg aandrong om lagere prijzen te bekomen van zijn hoofdaandeelhouder. Om de steden en gemeenten te paaien, waren die ook nog eens op hun beurt aandeelhouders in Electrabel. De steden en gemeenten hadden er dus alle profijt bij dat hun partner zo veel mogelijk winst maakte en hadden dus geen baat bij bijvoorbeeld energiebesparende maatregelen.

De tarieven voor de gezinnen waren toen inderdaad nog goedkoper omdat de overheid maximumtarieven bepaalde - zoals nu nog altijd in Frankrijk gebeurt. Maar niemand kan aantonen dat die tarieven niet erg zouden gestegen zijn in de jaren sinds 2006. Bovendien was de liberalisering een Europese verplichting. Die verplichting ging weliswaar slechts in vanaf juli 2007 maar het zal niet aan dat ene jaar dat Vlaanderen de beste leerling van de klas wou zijn, gelegen hebben dat de liberalisering is 'mislukt'. De redenen van mislukking zijn vooral tweeërlei. De gezinnen veranderen veel minder vlug van leverancier dan gehoopt, ook al omdat Electrabel bijvoorbeeld fikse boetes hanteert als men overstapt voordat het contract ten einde is. De tweede reden zijn de hoge distributietarieven die Gaselwest en co hanteren, om hun aandeelhouders, steden en gemeenten en private partner Electrabel, verder hoge dividenden te kunnen uitkeren.

Het voorstel om de liberalisering terug te schroeven - van beide heren die dachten mij te moeten beschuldigen van simplisme - is gewoonweg niet ernstig. Het druist in tegen de Europese regels en het zou niet ten goede komen van de gemeenschap en de consumenten.

Solidariteit

ndere voorstellen van Leleu kunnen meer door de beugel. Zo schaart hij zich achter een voorstel dat opgang maakt in het Vlaams Parlement om tussen de verschillende distributiemaatschappijen (Gaselwest en co) een soort solidariteit in te stellen. Zo zou het niet meer kunnen dat in een maatschappij de grotere spreiding van het leidingennet of de grotere aanwezigheid van zonnepanelen doorwegen op de tarieven. Prima voorstel. Meteen verliest Gaselwest zijn belangrijkste uitvlucht om hogere tarieven dan elders te hanteren! Maar het is niet het Kortrijkse stadsbestuur of zijn collega's in de andere Gaselwestgemeenten die die maatregel kan doorvoeren.

Een ander voorstel is een herindeling van de werkingsgebieden van de verschillende intercommunales zodat men meer gelijkaardige gebieden krijgt. Mee eens, maar dan op de manier die Test-Aankoop vraagt: een concentratie van al die intercommunales in enkele grote met voldoende managementscapaciteiten aan boord. Ook die oplossing ligt niet in de macht van de lokale besturen.

Vergelijking met Leuven

Over mijn voorstel - het verminderen van de hoge winstdeelnames van steden en gemeenten en private partner Electrabel - deed Leleu alsof hij het niet begrepen had. Decaluwe kantte er zich openlijk tegen. Decaluwe dacht slim te zijn met de uitval: "Zeg eens aan de burgemeester van Leuven, uw partijgenoot Louis Tobback, dat hij zijn inkomsten uit de energiedistributie moet verminderen. Ge zult wat moeten horen!"

Welnu, stad Leuven is aangesloten bij de gemengde intercommunale Iverlek. Leuven haalde in 2010 per inwoner 36 euro dividend van Iverlek binnen; Kortrijk 55,5 euro per inwoner van Gaselwest. Als men rekening houdt met de aanwezige studenten op kot, die toch ook het grootste deel van het jaar de stad bevolken, is het verschil nog flagranter. Met inbegrip van de inwonende studenten haalde Leuven vorig jaar 26,5 euro per inwoner binnen op de gas- en elektriciteitsfacturen van zijn gezinnen. In Kortrijk was dat meer dan het dubbele: 54,3 euro! Waarmee nogmaals is bewezen dat de winsten die Gaselwest verdeelt op kosten van de gezinnen veel hoger zijn.

Slechte belasting

'Jamaar' zeiden Leleu en Decaluwe: 'het stadsbestuur zal de wegvallende energie-inkomsten toch moeten compenseren met een andere belasting'. Daarop herhaal ik dat die winstdeelnames bij Gaselwest een ronduit slèchte belasting zijn. Eigenlijk zijn die winstdeelnames een stedelijke belasting op het verbruik van gas en elektriciteit. Maar het is wel een laffe belasting; ze wordt geheven zonder dat de Kortrijkse gezinnen er zich van bewust zijn. Het is ook een dure belasting. Tegenover elke euro die deze verborgen belasting in de stadskas brengt, staat bijna een halve euro (0,41 euro) die naar de private partner Electrabel gaat. Een belasting met een inningskost van 41% is een heel dure en inefficiënte belasting!

En tenslotte is het ook een erg onrechtvaardige belasting. Aangezien elk gezin, arm of rijk, zich moet verwarmen, moet koken, wassen enzovoort, gaat het om een belasting op een baisbehoefte. Die belasting is voor de armere gezinnen een veel zwaardere vaste kost dan voor de meer begoede gezinnen.

Veelzeggende stemming

Omdat ik erop stond mijn voorstel van resolutie ter stemming te leggen van de gemeenteraad, probeerde Leleu die stemming te voorkomen door te beloven op het eerstkomende directiecomité van Gaselwest aan te dringen op lagere tarieven. Niets op tegen natuurlijk. Maar het standpunt dat hij heeft verdedigd in de gemeenteraad, toont aan dat hij helemaal niet van plan is aan te dringen op lagere winstdeelnames van de steden en gemeenten (en private partner Electrabel).

Ik heb dus aangedrongen om toch de stemming te houden. Die verliep erg chaotisch omdat men in de meerderheid, CD&V en OpenVLD, eerst niet goed wist welk standpunt in te nemen. Een eerste stemming gaf als uitslag: 13 voor en 2 tegen (van de 41); de meerderheid was niet tot stemmen gekomen. Onreglementair hield voorzitter Lieven Lybeer een tweede stemming: 15 voor en 21 tegen. Van de meerderheid stemden Patrick Jolie en Antoon Sansen, CD&V, mee met mijn voorstel. De verdeeldheid in de meerderheid is veelbetekend. Het voorval bewijst bovendien dat we aan de kwestie wel eens een specifiek en gedocumenteerd debat zouden moeten wijden. Dat was precies mijn voorstel.