24-01-11

Germain Coelembier is nooit vergeten van waar hij kwam

germain 111.JPG

Op de nieuwjaarsreceptie van socialistisch Kortrijk, 22 januari 2011, werd bekend dat kameraad Germain Coelembier 's morgens was overleden. Hij vocht al geruime tijd tegen een wrede ziekte. Geboren in de nasleep van de nazi-bezetting, waaronder zijn ouders erg hebben geleden, moest hij op jonge leeftijd aan de slag als arbeider. Zijn harde jeugd tekende zijn permanente inzet voor alle takken van de socialistische beweging, waarin hij zowel profesionele als bestuursfuncties waarnam. Van 1983 tot 2007 was hij ook gemeenteraadslid. Maar zijn engagement overschreed zijn politieke gezindheid in tal van verenigingen (senioren, gedecoreerden enzovoort).

Oorlogsverhalen

Toen Germain op 12 juli 1946 ter wereld kwam, had zijn moeder, Jeanne Snauwaert, al vijf kinderen gehad. Jeanne en Norbert Coelembier kregen nog vijf kinderen nadien. Germain was de oudste van de kinderen die bleven leven. Zijn ouders hadden vreselijke jaren achter de rug. Het zou Germain tekenen.

Na de Belgische capitulatie werd Norbert door de Duitse nazibezetters opgepakt. Hij werd naar Rostock gevoerd om er in de Duitse oorlogsindustrie de plaats in te nemen van het mansvolk dat naar het front was gestuurd. Na twee jaar was hij het zo beu dat hij een plan beraamde om naar huis te kunnen gaan. Hij had opgemerkt dat zijn chef een groot liefhebber van hengelen was. Maar in Duitsland waren geen hengelmolentjes meer te krijgen omdat alles was afgestemd op de behoeften van de troepen. Hij beloofde zijn chef een molentje uit België mee te brengen bij zijn terugkeer als hij even op vakantie mocht naar zijn 'heimat'. En die vakantie werd hem uitzonderlijk toegestaan.

Norbert dacht er niet aan om terug te keren naar het land van de bezetter. Hij dook onder. Zijn vrouw woonde in bij haar moeder die in Kuurne café De Nieuwe Drille openhield. Het café bestaat nog op de hoek van de Brugsesteenweg en de Watertorenstraat, maar het heet nu gewoon De Drille. Maar toen Norbert terug opdook, moest ook zij de clandestiniteit in vluchten. Het ondergedoken paar kreeg eerst een tweeling. Die stierf van pure ontbering. Zonder noemenswaardige inkomsten en zelfs zonder een mogelijkheid om aan de nodige rantsoeneringsbonnen en -zegels te geraken, waren Jeanne en Norbert veroordeeld tot de honger. Op het einde van de oorlog kregen zij nog een drieling. Twee kinderen stierven kort na hun geboorte in een bombardement, door de luchtdruk. Het derde overleefde enkele maanden later evenmin de extreme armoede en de honger.

De geboorte van Germain was voor zijn ouders als het ware de definitieve overwinning op de bezetting, de vervolging en de extreme armoede. De vreselijke verhalen over de oorlogsjaren kreeg hij met de paplepel opgediend; in zijn familie waren die verhalen echt niet 'van horen zeggen'.

Heule-Watermolen

De tegenslagen zijn het gezin evenwel ook na de oorlog niet bespaard gebleven. Vader Norbert werkte als arbeider in de Kortrijkse Katoenspinnerij (KKS, Stasegemsesteenweg). Door een ontploffing van de pekketel geraakte hij helemaal verbrand. Hij was voor lange tijd werkonbekwaam. Moeder Jeanne zorgde dan voor de broodwinning door café Het Lusthof op Heule-Watermolen open te houden. Op de plaats van het café staan nu appartementen. Het was gelegen rechtover herberg Ons Dorp op de hoek van de Bozestraat en de Izegemsestraat. Op vraag van de Heulse socialisten werd het een wijklokaal van de BSP en er werden ook zitdagen gehouden door de socialistische mutualiteit Bond Moyson.

Voor Germain betekende de verhuis van Kuurne naar Heule-Watermolen dat hij van school moest veranderen. In Kuurne werd hij op de tram gezet naar het Atheneum van Kortrijk. Zelf vertelde hij met enige trots dat hij onderweg naar de 'tramstatie' in Kuurne soms werd opgewacht door kwajongens die hem uitscholden voor 'vuile sos'. 'Wacht maar' dacht hij bij zichzelf: 'ik zàl socialist zijn!'. Op het schooltje van de 'Watermeulen' bleek al ras dat Germain te veel voor lag op zijn klasgenootjes van dezelfde leeftijd. Het onderwijs in 't Atheneum van Kortrijk was blijkbaar van betere kwaliteit - ondanks het gezegsel bij de goegemeente. Na een jaar stak zijn moeder hem op de bus van het Atheneum die ook het dorp aandeed.

Het was op die bus dat Germain, nog in korte broek, zijn latere vrouw Nadia Rasson ontdekte. In de familie wordt nog dikwijls geglimlacht bij anecdoten van romantische aard. Germain was namelijk door schoolverantwoordelijke Duyvejonck benoemd tot 'chef van den autobus'. Germain moet toen al de zin voor verantwoordelijkheid hebben uitgestraald die hem later zo typeerde. In de jaren vijftig heerste nog veel strengheid in het schoolleven. De jongens moesten vooraan in de bus plaatsnemen en de meisjes achteraan. Er moest zogezegd gezwegen worden - wat natuurlijk nooit lukte. Op een bepaalde dag was het rumoer zo erg dat de chauffeur zijn beklag had gemaakt bij voormelde Duyvejonck. Germain werd op het matje geroepen, en na zijn uitleg moest heel de bus honderd keer schrijven dat ze niet meer gingen babbelen onderweg, behalve dan Nadia die Germain had weten vrij te pleiten. Op de bus zaten ook twee zussen van hem, maar die had hij niet verdedigd en schrijven moesten ze! Diezelfde zussen kregen wat later de opdracht aan Nadia de boodschap over te brengen dat Germain haar toch zo graag zag.

Pannenfabriek

Het jaar dat hij 14 werd, ging Germain ferm puberen; zijn moeder heeft het geweten. Hij weigerde nog voort te leren, hoewel hij slim genoeg was om zelfs hoger onderwijs aan te kunnen. Met haar zware gezin kon Germains ma haar zoon geen zakgeld garanderen. Dan ga ik er zelf voor werken, verklaarde hij onverschrokken. Het was wel Jeanne die op zoek ging naar een job voor haar snotneus van 14. Bewust zocht ze het zwaarst mogelijke werk om Germain te laten kennismaken met het werkelijke leven en met de stille hoop dat hij nog van gedacht zou veranderen. Hij werd aangeworven bij de pannenfabriek Le Littoral (Dumolin) aan de Vaart in Kortrijk en daar moest hij als knaap schepen laden en lossen. Het gebeurde dat hij zo strontemoe was 's avonds dat hij op zijn afspraakje met Nadia op zijn fiets in slaap dommelde!

Naderhand mocht hij natte kleipannen te drogen leggen op de droogzolders van de fabriek. Toen ik als liefhebber van industrieel erfgoed enkele jaren geleden de lof zong van die ingenieuze droogmethode (met de restwarmte van de bakovens), kreeg ik van Germain een korzele reactie dat men bij al dat erfgoed ook oog moest hebben voor de afgrijselijke omstandigheden waarin de arbeiders zich daarin moesten afbeulen. In die droogzolders heerste bijvoorbeeld constant een vochtige en stoffige tocht die iedereen op de longen pakte. Germain beschreef zijn jeugd in de pannenbakkerij als volgt: "Ik ben er begonnen op 28 februari 1961 en heb het er uit gehouden tot 22 februari 1963. De droogloodsen waren een gebouw van veel bloed, zweet en tranen. In de winter was het er bitter koud. Ruiten waren taboe in de droogrekken, want de wind moest zorgen voor een vlotte en gelijkmatige droging. De dakpannen werden aangevoerd via een transportband in pakken van 5 stuks. Ik kan U verzekeren dat 5 vers geperste natte pannen zeer zwaar doorwegen voor een knaap van amper 15 jaar. De pannen werden afgenomen van de band en opgestapeld in de droogrekken. Wanneer je naar het toilet moest gaan, moest ge wachten tot er u iemand kwam aflossen. Dan moest ge binnen een bepaald aantal minuten terug zijn of kreeg tegen uw kop van de chef. In de winter was het er stikdonker, buiten hier en daar waar een lichtpeertje aangebracht was. Dikwijls vier, vijf verdiepingen hoog moest ge lopen op twee planken tussen de droogrekken en wanneer er iemand vergeten was om een valluik opnieuw dicht te doen liep je het risico een verdieping lager te arriveren. Kortom een stukje nostalgie verdwijnt, doch van mij mag dat gerust."

Het was zijn vader die hem verloste uit de hel van Dumolin. Op zijn achttiende mocht Germain 'ressorts' gaan inkloppen in de strijkrollenafdeling van wasmachinefabrikant Lapauw in Heule; Norbert Coelembier werkte daar al. De minder afbeulende job liet hem voldoende energie om 's avond te gaan bijleren. In het RITO in Heule behaalde hij een diploma 'draaien en frezen'. Maar 't studeren zelf en het aanscherpen van zijn intelligentie was ongetwijfeld belangrijker dan zijn diploma.

Bond Moyson en ABVV

Intussen was Germain ook actief geworden in de socialistische beweging in Heule. Hij leidde er de jeugdbeweging Rode Valken, die wekelijks bijeenkwamen in een achterzaaltje van het Volkshuis (Kortrijksestraat 230 - is een gewone woning geworden). Op die manier kwam hij ook in het partijbestuur van BSP-Heule.

Emiel Nijs, secretaris van de confectievakbond en later even gemeenteraadslid in Kortrijk, en Werner Botteldoorne, COO-raadslid in Heule en werkzaam in de mutualiteit, overtuigden Germain om mee te doen aan een examen voor loketbediende bij de Bond Moyson. Germain slaagde met glans als primus. Mutualiteitsvoorzitter, later ook een tijdlang burgemeester van Avelgem en senator Marcel Vandenhove wierf hem onmiddellijk aan. Germain werd een graag geziene man achter het guichet van de 'socialistische ziekenbond' in Kortrijk (in het herenhuis in de Groeningestraat 33, waar nu DSD-advocaten huist - het vroegere kantoor van Stefaan De Clerck). Hij werkte er samen met genoemde Werner Botteldoorne en Jeannine Roosen.

Jeannine Roosen was de zuster van Kortrijks vakbondsman Paul Roosen, secretaris van de Algemene Centrale maar ook heel actief in de 'gewestelijke' - sectoroverschrijdende - actie. In 1977 zat het ABVV in Kortrijk een nijpend personeelsprobleem in zijn werklozendienst. Gewestelijk secretaris Eric Vergult ging op aangeven van Paul Roosen aan 'headhunting' doen bij de vrienden van de mutualiteit Bond Moyson. Het was Germain Coelembier die men er weghaalde om de werklozendienst van het ABVV opnieuw vlot te trekken, een zware verantwoordelijkheid. Hij leidde er tot 1990 de uitbetalingsdienst voor werklozen en nadien fungeerde hij nog tot in 1999 als propagandist. Met zijn eigen arbeiderservaring kon hij zich perfect inleven in de noden van het vakbondscliënteel. Geen inspanning - en kopzorg - was hem te veel om zelfs aartsmoeilijke gevallen weer in orde te brengen met de sociale zekerheid.

Ondanks zijn verhuis naar de vakbondsvleugel van de socialistische beweging, liet de mutualiteit hem nooit helemaal los en liet hij de mutualiteit nooit in de steek. Hij bleef actief in zowat alle lokale en regionale besturen en vrijwilligerswerkingen van de Bond Moyson. Toen hij overleed was hij nog voorzitter van Bond Moyson, sector Kortrijk en lid van de raad van bestuur.

Socialisme in Heule

Intussen bleef hij onvermoeid de socialistische partijwerking in de Kortrijkse deelgemeente Heule organiseren en animeren. In Heule is tot heden een socialistische werking op deelgemeenteniveau blijven floreren. Heel geregeld komt men er nog samen voor allerhande gezelligheids- en vormende activiteiten. Hoewel die activiteiten veelal onder de vlag van de rode cultuurvleugel Curieus plaatsvinden, nemen mensen van alle takken van de beweging eraan deel. De 'socialistische gemeenschappelijke actie' bestaat in Heule nog in het echt! En daaraan heeft Germain meer dan een steentje bijgedragen. Hij was er actief secretaris tot aan zijn overlijden. Intussen heeft Bert Herrewyn zijn taak overgenomen.

In september 2010, hoewel ziek, stond Germain nog achter de toog in OC De Vonke voor de jaarvergadering van Viva-Heule, de socialistische vrouwenbeweging (met Nadia in het bestuur). Viva heeft in Heule onder meer een bloeiende hobbyclub. In november 2010 is hij nog met een veertigtal vrienden van S-Plus Heule, de socialistische seniorenvereniging van Bond Moyson, naar het vakantiehuis Barkentijn in Nieuwpoort (waarvan Germain overigens ook bestuur zat) getrokken.

Tot een eind na de fusie van Heule met Kortrijk (1976) was het socialisme in Heule een verschijnsel dat ophield aan de spoorwegovergang. Het bleef beperkt tot het aan Kortrijk (Overleie) grenzende, proletarische deel van de gemeente, met inbegrip van het dorp Watermeulen. Voor de oorlog hadden de pioniers een lokaal geopend in de Vredelaan (nu Stadelaan, een zijstraat van de Kortrijksestraat), in herberg De Halve Liter. Achteraan de herberg deed volksdokter Noppe in opdracht van de Socialistische Vooruitziende Vrouwen raadplegingen voor het Nationaal Werk voor het Kinderwelzijn (nu Kind en Gezin). Na de oorlog (1946) richtte de Algemene Centrale (een vakbond van het ABVV) een eigen Volkshuis op in de Kortrijksestraat 230, ook aan de Kortrijkse kant van Heule.

Germain streefde ernaar ook aan de overkant van 'den travers' wat te betekenen. Na de sluiting van het Volkshuis in de jaren 80 trok hij met het SP-bestuur naar een café in de Koffiestraat in het hartje van Heule zelf. Onder meer op zijn aangeven namen de Heulse kameraden volop deel aan de werking van het Ontmoetingscentrum De Vonke. Bij zijn overlijden was Germain nog actief in het bestuur van het pluralistische initiatief Buren voor Buren.

Seniorenactie

Grensoverschrijdend was eveneens zijn inzet in diverse adviesraden voor senioren. In opvolging van gewezen CVP-burgemeester Antoon Sansen werd hij voorzitter van de Kortrijkse seniorenadviesraad. Tevens trok hij naar het West-Vlaams Overleg Adviesraden van Senioren. Een dossier dat hij bleef behartigen was de verdeling van gratis branddetectoren aan senioren, zoals een Vlaams decreet opdroeg aan de gemeentebesturen. Hij ergerde zich eraan dat stad Kortrijk dat decreet negeerde.

Naast en als gevolg van al die inzet ontwikkelde Germain bovendien een uitgebreid sociaal dienstbetoon. Niets dat zoveel inspanningen vergt als het opvangen, informeren, doorverwijzen, en dossiers bestuderen en begeleiden van individuele mensen in problemen. Bij Germain Coelembier kon men daar altijd voor terecht.

Gemeenteraad

De zoon van Norbert en Jeanne en de echtgenoot van Nadia had dan ook het geknipte profiel als stemmentrekker. De socialistische partij wist hem altijd te vinden voor de gemeenteraadsverkiezingen in Kortrijk. De eerste keer, in 1982, werd hij uitgespeeld op de laatste plaats. Hij werd onmiddellijk verkozen met 980 voorkeurstemmen. In 1988 behaalde hij van op de tweede plaats niet minder dan 1232 voorkeurstemmen. Zes jaar later, op de derde plaats: 1070. In 2000 wou hij eigenlijk liever niet meer opkomen - hij wou zijn energie wat beter verdelen onder zijn uiteenlopende activiteiten. Toch overhaalde men hem om weer lijstduwer te zijn en met 694 voorkeurstemmen was hij weer verkozen. "Ja, we zijn dan toch weer bij de elite van Kortrijk geraakt" telefoneerde hij mij, niet zonder enige zelfspot. Ziek liet hij in 2006 de beker dan toch aan zich voorbijgaan, maar niet zonder in een foldertje heel Heule te bedanken voor het vertrouwen en met de oproep te stemmen voor zijn Heulse kameraden Patrick Nuyttens en Marleen Opsommer.

In de gemeenteraad kwam hij niet zoveel tussen tijdens de openbare zittingen; des te actiever was hij als een soort schakel tussen de bevolking en de stadsadministratie. Als hij tussenkwam, was dat veelal een gevolg van zijn brede dienstbetoon: als hij op een probleem stootte dat verscheidene burgers aanbelangde, dan bracht hij dat al eens te berde in de raad. Bijvoorbeeld over verwaarlozing van begraafplaatsen. Voorts maakte hij veel gebruik van het controle-instrument van de schriftelijke vraag.

In de tijd van de grote beroering in Heule en Bissegem tegen het onzinnige plan van het stadsbestuur om een nieuwe invalsweg (N328) aan te leggen dwars door dichtbevolkte wijken (begin jaren negentig), interpelleerden zowel Germain als ik daar verschillende keren over. In de betrokken buurten was het Germain die gebruik maakte van zijn uitgebreid netwerk om een grootschalige protestactie met volksvergaderingen, pamfletten en een petitie op touw zette.

Een ander dossier waarover hij zich geregeld kwaad maakte in de gemeenteraad, was de belabberde toestand van de Steenstraat, zijn eigen straat. Zijn buren wisten hem immers altijd te vinden.

Een grappige interpellatie hield hij over de staatsiewagen van burgemeester Emmanuel de Bethune (1995-2000). De wagen die men daarvoor eerst had aangekocht, heeft men onmiddellijk moeten inruilen. Het bleek immers dat de burgemeester, met zijn rijzige gestalte (dubbele meter), er niet in kon, ook niet met de meeste moeite van de wereld. Dat detail had men over het hoofd gezien bij de opmaak van het bestek. Kameraad Germain Coelembier maakte daar een geestige interpellatie over, niet zonder te wijzen op de onzorgvuldige manier waarop er met geld van de gemeenschap werd omgesprongen.

Op 11 juni 2007 benoemde de gemeenteraad Germain Coelembier tot eregemeenteraadslid van Stad Kortrijk.

België

De rode rots in de branding, die Germain was, had tevens een onvermoede kant. Op zijn afscheidskaart lees je dat hij nationaal en regionaal voorzitter was van de 'Menslievende Vereniging der Dragers van Eretekens en Medailles voor Daden van Moed en Zelfopoffering van België'. Het gaat om een club die in 1865 is opgericht door koning Leopold I, waarin staatsgedecoreerden elkaar kunnen ontmoeten en filantropische projecten kunnen opzetten. Vooral nogal wat - gepensioneerde - militairen zijn erbij aangesloten. Dat Germain bij die heel-Belgische organisatie zou aansluiten en er zelfs de hoogste functie zou bereiken, lag niet voor de hand. Hijzelf had immers geen legerdienst moeten doen als oudste van de zes in leven gebleven kinderen. 

Het was erkend verzetstrijder Walter Heyttens - hij trok op het einde van de oorlog mee met het Iers leger - die Germain als 'peter' introduceerde in de vereniging. Heyttens zat in het Heulse partijbestuur. Germain die als geen ander kon organiseren, werd er in 1988 al regionaal voorzitter, in opvolging van die andere Kortrijkse verzetsman, Omer Vandemeulebroecke (man van verzetsvrouw Frieda Laverge). Het enthousiasme van Germain voor de gedecoreerdenorganisatie zal wel zijn wortels hebben gehad in de oorlogsmiserie van zijn familie.

Op een decoratiefeest in Ieper werd Germain, van wie de faam als gedegen organisator stilaan in heel de vereniging doordrong, door toenmalig voorzitter mevrouw De Bontridder zelf gevraagd toe te treden tot het nationaal bestuur. Toen mevrouw De Bontridder in 2001 stierf, vroeg het bestuur Germain Coelembier om haar op te volgen en de steun kwam vooral uit Waalse hoek. Germain was immers heel graag gezien aan de overkant van de taalgrens. Hij heeft zich werkelijk tot en met ingespannen om een brug te slaan tussen de gemeenschappen in de vereniging, de Duitstalige niet uitgesloten. Nadia getuigt dat Germain in die vereniging enorm veel tijd heeft gestoken. Als bruggepensioneerde had hij er een dagtaak aan! Uit dankbaarheid heeft de vaderlandslievende vereniging na het overlijden van Germain Coelembier zijn weduwe Nadia Rasson benoemd tot erevoorzitter.

Afscheid

Het was te voorspellen dat op de afscheidsplechtigheid voor Germain Coelembier enorm veel volk zou aanwezig zijn. Op het podium van vrijzinnig ontmoetingscentrum Mozaïek stond een zee van vooral Belgische vlaggen. Germain zelf had het grootste deel van de plechtigheid nog zelf geregisseerd, als organisator tot op 't laatst. Ook de tekst op het aandenken was van zijn hand. Het afscheidswoord laat vooral zien dat Germain ondanks zijn uitputtende maatschappelijke inzet eveneens een warme familieman was. Hij schreef de tekst korte tijd voor zijn overlijden, met als eindzin: "Ik denk dat ik alles gezegd heb wat ik wou zeggen; ik ben nu moe en uitgeput en ga nu slapen. Dank voor alles en leve België".

De familieleden en vrienden rond zijn stoffelijk overschot werden op het einde van de plechtigheid verrast met de song 'We'll meet again' van Vera Lynn (1939). Verrassend voor de overtuigde vrijzinnige die Germain Coelembier was! Of wou hij nog een laatste maal herinneren aan de opofferingen van zijn ouders in de Tweede Wereldoorlog - voor hem een levenlange inspiratiebron?

Commentaren

Ik was zaterdag in Mozaïek voor een andere gelegenheid. Het aantal mensen dat afscheid kwam nemen was massaal. Goed dat je een column aan deze man wijdt.

Gepost door: Vrijdenker | 30-01-11

Een politicus van het slag waar we er niet meer van hebben. Respect!

Gepost door: Polo | 26-07-11

ik heb altijd zeer veel respekt gehad voor Germain, ik was fier dat ik als muzikant voor hem mocht optreden, we hadden samen veel dezelfde smaak wat muziek betreft.
spijtig genoeg was ik er op de begrafenis niet bij omdat ik op dat moment ver in het buitenland was, maar dank zij de vele vrienden die het wisten dat ik zeer veel respekt voor Germain heb werd ik vele malen opgebeld zodat ik goed op de hoogte was wanneer de afscheidsviering plaats vond, Vrienden hebben mij dan geholpen om dan toch nog iets te doen voor Germain.op die dag en op dat uur hebben mijn echtgenote en ikzelf op onze manier afscheid genomen van Germain
wij, mijn echtgenote en ikzelf wensen zijn Echtgenote Nadia veel sterkte toe.
guy vranken

Gepost door: guy vranken | 27-07-11

ja, ik denk nog regelmatig aan Germain...en chapeau voor Nadia die het fantastisch doet om het werk van Germain verder te zetten.
guy vranken

Gepost door: guy vranken | 11-09-14

De commentaren zijn gesloten.