06-01-11

Een gedenkteken voor de slaven van Sion - oproep aan Moniek Gheysens en Christine Depuydt

Sion1.JPG

Er is nogal wat aandacht voor het Sion-klooster dat ooit in Kortrijk heeft bestaan. De Leiegouw wijdt er een themanummer aan, met medewerking van historica Anneleen Lybeer die Sion als onderwerp van masterproef koos. De zustersgemeenschap was gevestigd in de Wijngaardstraat ter hoogte van wat nu het Sionstraatje wordt genoemd. Daar is nu het winkelcentrum K in Kortrijk gevestigd. Wat mij in hoge mate verbaast, is dat er zo weinig medeleven is met de vreselijke toestanden die zich in die gemeenschap hebben voorgedaan.

Zeker een lange periode was Sion het naargeestige decor van slavenarbeid en fysieke en geestelijke terreur, waarbij zelfs geen kinderen werden ontzien. Een beperkte superieure categorie beter gesitueerde intreedsters werden er naar hun stand en financiële inbreng behandeld. Maar de gemeenschap recruteerde vooral armere meisjes - soms op zeer jonge leeftijd - die, opgesloten, een leven van zware onbetaalde arbeid in de textiel en de confectie tegemoet gingen.

Als men dan al wil herdenken wat er zich ooit eeuwen geleden afspeelde op de locatie van K in Kortrijk, dat men dan eerst en vooral denkt aan die slachtoffers. Een gedenkteken in of nabij het winkelcentrum zou gepast zijn. Daarvoor doe ik een publieke oproep. In de gemeenteraad is het veelal Moniek Gheysens die met artistieke projecten onverwachts uit de hoek durft te komen. Christine Depuydt is dan weer schepen van cultuur. Ik hoop dat ze zich aangesproken voelen.

Laat mij vooraf duidelijk zeggen dat het Sion-klooster is opgedoekt tijdens de Franse Revolutie, eind de 18de eeuw. Het heeft niets te maken met bijvoorbeeld de zusters die de school Bijstand hebben gerund. Van het Sion-klooster bestond ook al lang geen enkel gebouw meer. De panden die werden afgebroken voor de bouw van K in Kortrijk, hadden er evenmin iets mee te maken. De foto's bij dit stuk zijn slechts sfeerbeelden van de plek waar ooit Sion was. 

Slauernie 

"Het klooster richtte zich op de opvang en de ambachtelijke vorming van arme meisjes” staat te lezen in een ander artikel in De Leiegouw, geschreven door de archeologen die de bodem rond het Sionstraatje onderzochten voordat de machines aanrukten voor de bouw van het winkelcentrum K in Kortrijk. De uitgebreide bijdrage van historica Anneleen Lybeer over de Kortrijkse kloostergemeenschap van Sion tijdens de late middeleeuwen (1429-1580) in diezelfde Leiegouw (aflevering 2 van 2010) weerlegt die naïeve bewering grondig.

Anneleen Lybeer doet haar uiterste best om de praktijken van Sion te kaderen in 'de Moderne Devotie', een kerkelijke stroming die toen opgang maakte. Maar haar concrete beschrijving van het leven in die gemeenschap – gebaseerd op de kroniek van 'biechtvader' Olivier Minnaert (zestiende eeuw), onlangs aangekocht door stad Kortrijk, werpt een heel ander licht op Sion. Wie er met hedendaagse lekenogen naar kijkt, ziet toestanden zoals er vandaag de dag nog te vinden zijn in India bijvoorbeeld: opsluiting en onbetaalde arbeid, veelal van op heel jonge leeftijd, en geestelijke en fysieke verdrukking. Sion was, zeker in de beschouwde periode, eigenlijk een textielmanufactuur, een van de eerste van Kortrijk, draaiend op onbetaalde en onvrije arbeidskracht.

In tegenstelling met de meeste andere Middeleeuwse religieuze gemeenschappen leefde het Kortrijkse Sion niet vooral van giften en inkomsten van grondbezit, maar van de arbeid van de vrouwen die er deel van uitmaakten. De beruchtste beschrijving over het Kortrijkse Sion betreft precies dat werk; voormelde kroniek meldt dat om 'de schamele kost te verkrijgen' de zusters zich in de begintijd moesten bezig houden met het kammen, kaarden en spinnen van wol 'ende ghelijcke vule slauernie'. Kroniekschrijver Olivier Minnaert stelt het voor alsof die 'vuile slavernij' werd afgeschaft door het ingebruiknemen van een batterij spinmolens en weefgetouwen voor linnen (vlas) in plaats van wol. Uit latere notities blijkt dat er ook ruw vlas werd gehekeld. Of die vlasverwerking zoveel lichter en gezonder was, is nog maar de vraag. Maar na verloop van tijd begaven de werkplaatsen van Sion zich toch ook weer aan de vermaledijde wolverwerking.

Tafeliertjes

Uit het onderzoek van Anneleen Lybeer blijkt dat er grof geschetst drie soorten zusters achter de muren van Sion waren te vinden: de echte nonnen (ook koorzusters genoemd), en twee soorten 'donatinnen' (lekenzusters) waarvan de ene soort hun bezittingen in de gemeenschap brachten en de andere soort alleen maar hun arbeid hadden om in te brengen en dus ook het zwaarste en vuilste werk kregen. In de late Middeleeuwen behoorde een kwart van de zusters tot de welgestelde zusters. Volgens historica Lybeer "bleken nonnen steeds uit de meer gegoede maatschappelijke klassen te stammen". Ze "moesten dus op sociaal/familiaal, persoonlijk en geestelijk vlak geschikt zijn om deze levenswijze waardig te zijn". 'Rijkere' zusters kregen op deze manier een levensstijl die aansloot bij hun stand. Terwijl 'armere' zusters een leven aangingen op een lager niveau, ook weer overeenstemmend met hun achtergrond.

Als je leest 'een leven aangingen', denk dan vooral niet te veel aan 'uit vrije wil'. De meeste intreedsters waren tussen de 12 en 18 jaar. Maar er waren ook veel jongere meisjes die door hun ouders in Sion werden weggestoken, wellicht in de hoop daarmee de hemel voor hun ouders te garanderen. En voor andere ouders moet het een poging zijn geweest om hun kind uit de extreme armoede te redden. Zo werd Calleke van Heeke aan het convent toevertrouwd op de leeftijd van 14 maanden en zeventien dagen. Het klooster hield er ook een soort school op na: meisjes kwamen vanaf zes jaar in de gemeenschap wonen ('tafeliertjes' werden ze genoemd). Maar Anneleen Lybeer merkt op dat de tafelieren door de zusters werden voorbereid op het kloosterleven en dat de meesten nadien zuster werden.

Concurrentie

Het blijken vooral de 'biechtvaders' (door Sion onderhouden priesters) te zijn die de gemeenschap lieten investeren in zware textielbedrijvigheid. Er werd zowel vlas (linnen) als wol ruw bewerkt, gesponnen en geweven. Dat gebeurde van 's morgens vroeg tot aan de 'completen' (avondgebed tussen 20 en 21 uur). Bepaalde werkzusters sliepen zelfs op een zolder boven het spinhuis. De 'nonnen', de elitezusters, ontsnapten grotendeels aan de zware arbeid, die werd overgelaten aan de werkzusters. Zelfs de tafelieren werden aan het werk gezet, om fijn en grof garen te spinnen.

In die tijd werd de textielarbeid veelal verricht in gezinsverband, in opdracht van opkopers of grondstoffenleveranciers. Wat in Sion gebeurde was eigenlijk al een stapje verder in de industriële ontwikkeling: er werd met vereende krachten en onder leiding in groep gewerkt, in panden (spinhuis, weefhuis, enzovoort) waar de kaardtoestellen, spinmolens en weefgetouwen bijeenstonden. Sion was een van de eerste manufacturen (fabrieken zonder motoren) van Kortrijk. Op zichzelf was dat al een formidabel concurrentieel voordeel. Maar het feit dat de zusters werkten voor niets (schamele kost en inwoon) was dat nog veel meer.

Tegen die 'oneerlijke' concurrentie kwam dan ook fel verzet van al wie in Kortrijk op normale basis bezig was met spinnen en weven. De Sionzusters konden nauwelijks aan grondstoffen geraken op de lokale markt en ook hun afgewerkte produkten moesten ver buiten Kortrijk aan de man worden gebracht. Anneleen Lybeer beschrijft hoe de Sionzusters eigenlijk in een soort van schuldslavernij werkten. Zij werkten permanent op krediet en konden de leveranciers van grondstoffen (uit het toen verre Gent) pas betalen nadat zij hun afgewerkte produkten hadden verkocht (in Brugge en omstreken).

Slagen

Onvoorstelbaar is de geestelijke druk waaronder de zusters moesten leven door de gehanteerde biecht- en boetepraktijken. Op kerkelijke feestdagen werd men bijeengeroepen in een zogenaamd 'schuldkapittel', waarop iedereen publiekelijk werd vermaand voor persoonlijke fouten en gebreken. Die vermaningen gingen gepaard met even publiek opgelegde boetedoening, zoals: pakken slagen, meestal met een roede op het achterwerk door medezusters, verplicht een voorwerp rond de hals moeten dragen zoals een mes of een pot, zich moeten verkleden met een pels, enkele dagen opgesloten worden in de stal van de koeien, de kalveren of de varkens.

Wie op de publieke sessies te weinig tekortkomingen bekende, werd door de biechtvader weggestuurd zonder vergeving van de zonden en moest met een omvangrijker opbiechting terugkomen, soms tot vier keer toe. Een andere gewoonte waren de 'biechtrollen', een persoonlijk register, publiek, van alle gebreken die een zuster van zichzelf kon herinneren, van kindsbeen af, aangevuld door alles wat men haar kwalijk nam sinds zij in Sion vertoefde. Dat noteren gebeurde tijdens het spinnen en weven door, kwestie van niet veel produktieve tijd te verliezen.

Overbelasting

Na de sloop van de bestaande bebouwing om de gronden bouwrijp te maken voor het winkelcentrum K in Kortrijk, is er korte tijd een groep archeologen neergestreken op die site. Ook daarvan geeft De Leiegouw een interessant verslag. Op de plaats waar ooit Sion stond, vonden zij in de ondergrond onder meer een begraafplaats van het klooster. De aandoeningen die men op de gevonden beenderen aantrof, zijn absoluut niet in tegenspraak met de bevindingen van Anneleen Lybeer.

De meeste geraamten vertoonden degeneratieve gewrichtsaandoeningen, slijtage aan de grote gewrichten zoals de heupen, de knieën, de schouders en de ellebogen, zeker deels veroorzaakt door overbelasting (te zware arbeid). Veel stoffelijke overblijfselen laten vermoeden dat men leed aan tekorten van ijzer en vitamine D (leidend tot de Engelse ziekte, rachitis, o.m. door een tekort aan zonlicht).

Veel andere geraamten vertoonden dan weer de typische kloosterziekte DISH (Diffuse Idiopathic Skeletal Hyperostosis), een vergroeiing van de ruggengraat als gevolg van een te rijkelijke voeding. Het verslag in De Leiegouw legt geen verband met de aanwezigheid van twee soorten zusters (rijke nonnen en arme werkzusters) in Sion. Overigens zou het logisch zijn dat vooral van de echte (rijke) nonnen beenderen bewaard zijn gebleven omdat verondersteld mag worden dat die nonnen met meer zorg aan de aarde werden toevertrouwd dan de arme werkzusters.

Kribben

Een onthutsende passage in het artikel van Anneleen Lybeer betreft de overbevolking van het Sion-convent. Waarschijnlijk om gunstig af te steken tegen het beleid van zijn voorgangers, beschrijft biechtvader Olivier Minnaert in zijn kroniek de levensomstandigheden die hij aantrof. Alle zolderruimtes moesten als slaapzalen worden ingericht. Daar werden (te) kleine bedden gestapeld, veleer kribbes, heel dicht bij elkaar. In bepaalde zolders konden de zusters niet tegelijk gaan slapen of opstaan.

Zo werden zij ook te slapen gelegd op de zolderingen van hun kerkje, drie zolders boveneen. Dat had voor bepaalde zusters het voordeel dat zij verkozen hun bed niet meer te verlaten voor de missen aangezien zij op hun zolder toch alles konden horen. Boven de refter (ook al te klein - men at in shifts) waren er twee slaapzolders boven elkaar. En zelfs boven de koeienstal, een zolder met een aarden vloer, stonden de bedden bijeen gepakt. De kroniek zegt zonder omwegen dat de zusters dan ook werden geplaagd door allerlei ongedierte zoals luizen. Volgens Minnaaert leidde dat ook tot een achteruitgang van goed gedrag en zeden onder de Sion-bewoners.

Oproep voor een gedenkteken

Het themanummer van De Leiegouw (zie ook website) heeft de verdienste dat het de schijnwerper zet op een weinig gekend klooster uit de rijke religieuze geschiedenis van Kortrijk. Vooral de bijdrage van Anneleen Lybeer geeft soms een onverbloemd beeld van het harde leven dat er in dat 'aardse vagevuur' - sommige biechtvaders meenden dat zij door de zusters te laten lijden (publieke boete) hun oversteek naar de hemel na hun dood bespoedigden - jarenlang heerste. Niettemin concludeert zij uit haar bevindingen niet dat zich daar in feite wantoestanden hebben afgespeeld waar het hedendaagse Kortrijk alleen met afschuw en medeleven voor de slachtoffers kan aan terugdenken.

Vandaar de publieke oproep die ik hiermee wil doen om met een of ander kustwerk een gedenkteken aan te brengen in of in de omgeving van het winkelcentrum K in Kortrijk. Ik denk bijvoorbeeld aan een sculptuurwedstrijd. Eerder al kwam gemeenteraadslid Moniek Gheysens vaker met onverwachte voorstellen in die zin uit de hoek. Zij maakt trouwens deel uit van het stedelijke adviescomité Sculpturen in de Stad. Cultuurschepen Christine Depuydt is dan weer het aangewezen aanspreekpunt om in het stadsbestuur een dergelijk initiatief te nemen.   .

Leden en abonnees van De Leiegouw krijgen het themanummer over Sion als nr. 2 van de jaargang 52. Het nummer kost in losse verkoop 15 euro. Bestellen kan bij de ledenadministratie.

Sion2.JPG

 

De commentaren zijn gesloten.