30-12-10

Stadsproject Venning: samenwerking stadsbestuur Kortrijk - Goedkope Woning totaal zoek?

Venning Beeldhouwerslaan.JPG

De samenwerking tussen het Kortrijkse stadsbestuur en de sociale huisvestingsmaatschappij Goedkope Woning voor de heropbouw van de sociale woningwijk Venning is totaal zoek. Eerder is al gebleken dat dit belangrijk stadsdossier niet vooraf is uitgepraat tussen beide instanties, hoewel Goedkope Woning kan worden beschouwd als een filiaal van de stad. Het dossier evolueert van het ene conflict naar de andere botsing. Dat heeft als kwalijk gevolg dat het project de door Europa gestelde deadlines niet haalt en de toegzegde Europese subsidies (ECO-Life) verloren gaan. De aanslepende ruzie leidde tot een extra vergadering van het college van burgemeester en schepenen op kerstavond. De dag ervoor werd in hetzelfde stadhuis nog in allerijl de raad van bestuur van Goedkope Woning opgetrommeld. Wat de uitkomst is van beide urgente bijeenkomsten, wordt angstvallig geheim gehouden. Meer nieuws - hopelijk beter nieuws - wellicht na nieuwjaar.

Paniek 

Het moet een unicum zijn in de Kortrijkse geschiedenis: het stadsbestuur dat zich op kerstavond de moeite getroost om een extra vergadering te houden. Op 22 december jl. nam het college van burgemeester en schepenen als laatste en toegevoegd punt de beslissing: "een extra college te houden op vrijdag 24 december 2010 om 10 uur", met als enig agendapunt: 'het bouwdossier Goedkope Woning'. Het verslag van de intussen al dan niet gehouden vergadering is - in tegenstelling met normaal - nog niet beschikbaar voor gemeenteraadsleden zoals ikzelf. Maar via via kwam ik toch al te weten waarover zo dringend moest worden bijeengekomen.

De paniek betreft het 'stadsdossier' heropbouw Venning. De sociale huisvestingsmaatschappij Goedkope Woning wil de bestaande volkswoningenwijk uit 1960, grotendeels slopen en heropbouwen. In fase 1 wil men de 33 huisjes in de Damastwevers- en Tapijtweversstraat slopen en vervangen door 3 flatgebouwen (70 appartementen) en 12 stapelwoningen. In de volgende fasen moeten 50 bestaande eengezinswoningen in de straten rond het Juweliersplein worden gerenoveerd en 60 afgebroken en herbouwd.

Door aan te sluiten bij een Europees project voor duurzaam bouwen (het project 'Sustainable Zero Carbon ECO-town developments Improving Quality of Life across EU' of ECO-Life) kunnen aanzienlijke Europese subsidies worden bekomen. Een van de voorwaarden is evenwel dat tegen eind 2013 alle bouwfasen moeten zijn voltooid. Door aanhoudend geruzie tussen het stadsbestuur en Goedkope Woning loopt het project steeds meer vertraging op, zodat de Europese subsidies in gevaar komen. Zie ook mijn vroeger stuk.

Struikelblokken 

Een eerste meningsverschil betrof de ruimtelijke ordening. Voor de vernieuwde wijk is een nieuw ruimtelijk uitvoeringsplan nodig (RUP). De stad wou een RUP voor het hele gebied aan de overkant van de Vaart. Goedkope Woning wou een apart RUP voor haar wijk - ook omdat dit minder tijd zou vergen. Uiteindelijk gaf de stad na lang aandringen toe. Maar dan was er al zoveel tijd verloren, dat er moest teruggegrepen worden naar een uitzonderingsprocedure (de 'positieve anticipatie'), waarvan nog lang niet zeker is dat zij goed kan aflopen.

Een tweede reeks struikelblokken betrof - en betreft nog steeds! - de bouwvergunning. In de gemeenteraad van 6 december jl. spitte ik het dossier nog boven. Het stadsbestuur had eind november zodanig veel kritiek op de bouwaanvraag die Goedkope Woning wou indienen, dat het de maatschappij officieel verzocht de indiening uit te stellen. Dat was een procedurestap die ongezien is. De kritiek betrof het aantal geplande autostalplaatsen, de hoogte van de flatgebouwen en de ligging van de gebouwen ten opzichte van de Damastweversstraat.

Op 1 december besliste het stadsbestuur dan toch maar de bouwvergunning gunstig te adviseren, maar onder de strikte voorwaarde dat Goedkope Woning drie wijzigingen zou aanbrengen aan de ingediende plannen (een halfondergrondse parking bouwen onder de flatgebouwen, het hoogste bouwblok 70 cm verlagen en de gebouwen 70 cm op te schuiven naar de Damastweversstraat). Eigenlijk was dat een afkeuring zonder ervoor te willen uitkomen, merkte ik op in de gemeenteraad. Ik kreeg toen van verschillende schepenen en de voorzitter van Goedkope Woning te horen dat ik mij geen zorgen hoefde te maken. De stedenbouwkundige ambtenaar (Vlaams departement RWO) in Brugge kreeg nu het dossier op bureau en hij zou trancheren; zijn advies is immers bindend.

Maar nog voor RWO-Brugge beslist heeft, is er alweer een schijnbaar verschrikkelijk meningsverschil opgedoken tussen de stad en zijn filiaal. Een eigenaardige rol wordt daarin gespeeld door schepen Guy Leleu, die in beide instanties zetelt. Bij elk conflict krijgt hij van de raad van bestuur van Goedkope Woning de dwingende opdracht om het standpunt van de maatschappij bij het stadsbestuur te verdedigen. Welnu, iedere keer wanneer het dossier op een vergadering van het stadsbestuur wordt besproken, verlaat Leleu het strijdtoneel!

Algemene verontwaardiging

Wat is het nu weer? Volgens de afspraak (eenzijdig bevel) van 1 december heeft Goedkope Woning zijn plannen aangepast en opnieuw ingediend. Om te beginnen was dat blijkbaar al verkeerd, want de betrokken stadsdiensten lieten Goedkope Woning weten dat gezien de wijzigingen in de plannen, de procedure moest worden herbegonnen. Na raadpleging van een advocaat kon Goedkope Woning het stadsbestuur op andere gedachten brengen.

Maar toen liet het stadsbestuur weten dat het de bouwvergunning afhankelijk maakte van een aparte overeenkomst die Goedkope Woning vooraf zou moeten ondertekenen. Typerende bijzonderheid: die overeenkomst werd aan Goedkope Woning pas bezorgd twee uur voor de vergadering van haar raad van bestuur. Veel tijd voor enige voorbereiding en bestudering van het voorstel werd hen dus niet gelaten. Zo moest dat ontwerp van overeenkomst zeker worden getoetst aan de voorwaarden opgelegd door de Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen (VMSW, die financiert) en door ECO-Life (die subsidieert). En toen de raad van bestuur kennis nam van de voorgestelde overeenkomst was er "algemene verontwaardiging".

Stapelwoningen

Goedkope Woning zag drie fundamentele knelpunten. Vooreerst eist het stadsbestuur dat de flatgebouwen nog een extra meter verder wegschuiven van de Tapijtweverstraat. Aangezien de gebouwen niet smaller kunnen worden gemaakt zonder een nieuw ontwerp, zou dat betekenen dat zij aan de andere kant tot halverwege de breedte van de Damastweversstraat zouden komen. Dat is uitgesloten. Die eis maakt dus met een pennetrek de bouw van 70 appartementen onmogelijk!

Voorts eist het stadsbestuur de schrapping van voormelde 12 stapelwoningen. Goedkope Woningen reageert in alle staten, "gelet op de lange wachtlijsten" (tiens, de eerste keer dat dit wordt toegegeven!). Bovendien gaat die eis voorbij aan de doelstelling van het project om compact te bouwen, een voorwaarde om het project duurzaam, toekomstgericht, ecologisch en betaalbaar te maken. De geschrapte woningen betreffen bescheiden volumes met twee bouwlagen en een hellend dak. De gelijkvloerse verdieping wordt ingericht voor mindervaliden. Wil het stadsbestuur geen aangepaste woningen?

En ten slotte duikt in het ontwerp van overeenkomst weer een aloud geschil tussen de stad en zijn dochtermaatschappij op. Het stadsbestuur wil dat Goedkope Woning de heraanleg van straten, plein en groen uit eigen zak betaalt, op de wijze waarop private verkavelaars het doen. Te recht stelt Goedkope Woning dat dit onbespreekbaar is. Er is een Vlaamse regeling in de sociale huisvesting waarbij de aanleg van het openbaar domein voor 60% wordt betaald door de Vlaamse overheid en voor 40% door de stad. Nu blijkt dat de straten en het plein op de Venning nog nooit zijn overgenomen door de stad. Diverse pogingen daartoe stuitten steeds op het veto van de stadsdienst openbare werken. Vandaar dat het stadsbestuur meent hier geen verantwoordelijkheid te hebben. Pikant detail, weeral, precies schepen Leleu, lid van de raad van bestuur van Goedkope Woning, is in het stadsbestuur bevoegd voor openbare werken!

Aanbesteding

Om geen tijd te verliezen heeft Goedkope Woning, ondanks alle onzekerheid, toch al een openbare aanbesteding gehouden voor fase 1 van het Venningproject. De opdracht is, "onder de opschortende voorwaarde van het bekomen van een bouwvergunning", gegund aan de tijdelijke aannemerscombinatie Depret nv-Roegiers nv, tegen de prijs van bijna 11 miljoen euro (7% onder de raming!). Hopelijk komt die bouwvergunning er; anders is het risico op enige schadevergoeding aan de aannemerscombinatie niet uitgesloten. Overigens mag er aan het ontwerp ook niet te veel veranderen, of dat wordt beschouwd als een andere opdracht en dan moet de aanbesteding  opnieuw gedaan worden...

Ik ben werkelijk benieuwd of en, zo ja, hoe beide twistende partijen zich deze keer zonder kleerscheuren uit hun zoveelste schermutseling hebben weten te redden. Konden beide instanties, twee handen op een buik eigenlijk, dit ongelofelijk geknoei niet voorkomen met ernstig voorbereidend overleg? Het gaat hier ten slotte om een van de belangrijke 'stadsprojecten' die de huidige meerderheid, CD&V-N-VA-OpenVLD, in haar op zijn einde lopende bestuursperiode tot een goed einde wilde brengen.

Venning Verversstraat.JPG

 

28-12-10

Kortrijk, vroeger en vandaag, vanaf de Leie gezien

 

leie martijn2.jpg

Historicus Martijn Vandenbroucke schreef een heerlijk boek over Kortrijk en de Leie, 'de oude stad en de rivier' als het ware: 'Kortrijk vanaf de Leie gezien'. Zeker ook de voorbije jaren is de Leiestad blijven veranderen, maar de waterloop die de stad doorkruist, is een constante gebleven: “De rivier die er eerder was dan de stad [...]. De stad kon zonder haar niet leven, maar vergat haar bestaan ook wel eens”. Op oude prenten en foto's is te zien hoe in Kortrijk hele rijen huizen tot tegen het water waren gebouwd; dat spaarde riolering uit. Enkele van die foto's maken deel uit van de aanzienlijke collectie die Martijn Vandenbroucke in zijn boek publiceert. Veelal confronteert hij het oude beeld van een plek op een van de Leioevers, in sepia gedrukt, met een eigenhandig genomen zwart-wit foto van de hedendaagse toestand.

Na een summiere schets van de geschiedenis van Kortrijk, belicht het boek vijf aspecten: 1. de bruggen tussen het stadscentrum, Buda en Overleie, 2. het sociaal-economische leven op en aan de Leie, 3. mens en natuur (de overstromingen), 4. strijd om de Leie (de oorlogsfeiten rond de rivier), 5. een kanaal naar de Leie (de Vaart Kortrijk-Bossuit).

Wardje Flut

Het wemelt in het boek van weetjes en anekdoten om duimen en vingers van af te likken. Zo weet Martijn te vertellen dat de Dolfijnkaai zijn naam dankt aan brouwerij De Dolfijn, een van de zes brouwerijen die ooit de Budastraat bevolkten. Die brouwerijen hadden een gezamenlijk pomphuis aan de Leie want: “tussen de zestiende en de achttiende eeuw was Leiewater onontbeerlijk voor het brouwproces”. Voor de spontane gisting?

Op de Kasteelkaai stond tot 1941 een vishalletje. In het boek kun je lezen dat die gietijzeren constructie een gift was uit eigen zak van de liberale burgemeester Benoit Danneel (1885-1864) en enkele van zijn schepenen. Naderhand schonken zij het aan de stad. De gulle schenker was de laatste niet-katholieke burgervader die Kortrijk heeft gekend – tot nu weliswaar.

Frituur Ten Broele aan de Leiebrug is lang geleden het pannenkoekenkraam van Wardje Flut opgevolgd. Wardje warmde zijn voorkant aan zijn heetekoeken-komfoor en zijn rug aan het gietijzeren pissijn met rechtstreekse afvoer in de Leie.

Staking

Tot in de jaren zestig (1960) werd de Broelkaai gekenmerkt door de stenen 'flêche' van de Molens van Kortrijk, waarin een zuigpomp was geïnstalleerd om het door schepen aangevoerde graan (tot 40.000 kg per dag!) naar de mechanische molens van Ernest Devos en Charles vande Venne te blazen. Had die pomp daar nu nog gestaan dan was het gegarandeerd industrieel werelderfgoed geweest. Wat ik niet wist, is dat aan die monumentale pomp een sociale historie was verbonden. Vande Venne liet ze bouwen als reactie op een staking van het tiental arbeiders dat eerder de zakken graan lostte uit de schepen. Ze konden ander werk zoeken!

Overigens kan er daar hedentendage geen schip meer aanmeren. De Kasteelbrug aan het Hospitaal is zo laag dat er nauwelijks een plezierjachtje onder door kan. Jammer toch! En bovendien is de Oude Leie tussen de Broel- en Verzetskaai bijna geheel toegeslibt. Ook dat verwijst naar het heel verre verleden: ooit was er precies daar een wad, een doorwaadbare oversteekplaats.

Veel aandacht besteedt de auteur aan de geregelde overstromingen die de binnenstad – vooral de Budakant – teisterden. In 1965 en 1966 kwamen de laatste rampvloeden. Toen werd beslist de Leie op zijn geheel te temmen met sluizen, te kanaliseren en bevaarbaar te maken voor grote vrachtschepen. Meer dan veertig jaar daarna is men nog steeds bezig. 

Mysterieus

Ook  de dubbele oorlogsmiserie komt uitgebreid aan bod. De omgeving van de Leie had fel te leiden onder de herhaalde vernielingen van de bruggen, en heus niet alleen door de Duitse keizerlijke of Nazi-bezetters maar ook door de Engelse geallieerden. Op pagina 74 staat een heel mysterieuze foto. Je krijgt de Broelkaai te zien met marcherende Duitse troepen uitgerust met geweren, ransels en pinhelmen. De foto is blijkbaar genomen van op de andere Leieoever en je ziet dus in het water een weerspiegeling. Maar die weerspiegeling toont een ander deel van de Broelkaai dan dat aan de bovenkant, en er lopen eveneens Duitse gelederen maar andere. En als je goed kijkt dat zie je aan de bovenkant van de foto een waterrimpeling. Zou de foto op zijn kop zijn afgedrukt? Gaat het om een collage? Martijn lost het mysterie niet op.

Enig hartzeer krijg ik als ik het wondermooie 'café Au Pont de la Lys' naast de Leiebrug zie pronken, op de plek waar men nu een mislukt kunstenaarspleintje heeft pogen op te zetten. Dit pand van 1866, in een voor Kortrijk zeldzame Louis XVI-stijl, werd in 1940 mee opgeblazen met de Leiebrug door de terugtrekkende Engelse geallieerden; in hun paniek gebruikten zij veel te veel dynamiet voor het slopen van de brug. In het café vergaderde onder meer de Kortrijkse middenstand, en fascist Léon Degrelle kwam er de Kortrijkse rexisten opjutten in de aanloop van de Tweede Wereldoorlog.

Pezewever

Als ik mij twee vriendelijk bedoelde opmerkingetjes mag permitteren... Wat een pezewever ben ik toch! Martijn Vandenbroucke laat uitschijnen dat de stadsgrachten die Kortrijk ooit omringden, hun water betrokken uit de Leie. Dat had alleen gekund als water opwaarts zou stromen. Die grachten, die overigens meestal droogstonden en gebruikt werden als stort, werden zo nodig gevuld met water uit hogerliggende beken (Klakkaardsbeke onder meer) en gevuld gehouden met sasdeurtjes.

Voorts heeft de auteur in zijn zeer interessante bijdrage over de Vaart Kortrijk-Bossuit het steevast over het 'kanaal'. En die ene keer dat hij het woord 'vaart' gebruikt, zet hij het tussen aanhalingstekens, alsof het een dialectwoord is. 'Vaart' is evengoed en zelfs oorspronkelijker Nederlands dan 'kanaal'. En in Kortrijk staat dat 'kanaal' bij de gaande man bekend als de Vaart – zie de 'Vaartstraat' (in 't Frans ooit Rue du Canal).

Fotoarchief

De auteur kon voor de historische beelden ongehinderd putten uit het uitgebreide fotoarchief van de stad. Normaliter wordt voor publicatie een retributie gevraagd van 25 tot 50 euro per foto. Maar omdat hij er meer dan honderd nodig had, was dat geen optie. Hij kreeg ze gratis ter beschikking mits volgende compensaties. Op het boek moest de vermelding komen 'in samenwerking met de stad Kortrijk'. De stadsdiensten kregen de tekst om na te lezen en de auteur moest zich schikken naar hun opmerkingen (!). De hedendaagse foto's van Vandenbroucke zelf moesten in gebruik gegeven worden (op cd) aan de stadsdiensten. En de uitgeverij moest 55 exemplaren afstaan van het boek aan de stad.

Kortrijkzaan Martijn Vandenbroucke (32) is licentiaat nieuwe geschiedenis (UGent) en licentiaat archivistiek en hedendaags documentbeheer (VUB). Hij werkt sinds 2003 in Amsab-Instituut voor Sociale Geschiedenis, eerst in het kader van een FWO-project rond de valorisatie van de archieven van de socialistische coöperatieve beweging, later als archivaris. Hij is daarnaast ook actief in de lokale heemkunde in Deerlijk, met bijzondere aandacht voor prekadastrale cartografie. In Leiegouw publiceerde hij vorig jaar een opmerkelijke bijdrage over de arbeiderscoöperatieven in het Kortrijkse.

'Kortrijk vanaf de Leie gezien. Vroeger en vandaag' is uitgegeven door de Engelse uitgeverij Tempus The History Press, The Mill, Brimscombe Port, Stroud, England. Het is te koop in de boekhandel tegen 19 euro.

 

leie martijn1.jpg

 

19-12-10

Kortrijkzanen, er staat meer geld van u op de bank dan u denkt...

begroting 2011 1.jpg

Voor volgend jaar is de prognose dat de Kortrijkse gezinnen 20,5 miljoen euro aanvullende personenbelasting zullen betalen en 27,5 miljoen euro 'opcentiemen' op de grondlasten. De tarieven liggen in Kortrijk hoger dan gemiddeld in de centrumsteden. Een voorstel van de progressieve fractie in de gemeenteraad (13 december 2010) om de personenbelasting (belasting op arbeid!) met een half procent te verminderen (kost 1,3 miljoen euro) werd door CD&V/N-VA en OpenVLD weggestemd. Nochtans zou de stad het kunnen stellen zonder dat bedrag. De stad zou zelfs nog flink wat meer mogen investeren. Jaar na jaar zijn de stadsinkomsten ruim te groot voor wat men uitgeeft. Die overschotten stapelen zich ongebruikt op bij de banken.

In de gemeenteraad van 13 december jl. is de begroting voor volgend jaar besproken. Een begroting is een dubbele lijst, met aan de ene kant de uitgaven die men wenst te doen in het jaar dat komt en aan de andere kant de inkomsten die men verwacht. De steden en gemeenten moeten jaarlijks een begroting opstellen en die begroting moet minstens sluitend zijn (geen tekort). In principe mag de stad geen uitgaven doen die de bedragen op de begroting overschrijden.

Zoals ik omstandig uitlegde in de gemeenteraad, vind ik de begroting 2011 van de CD&V/N-VA-OpenVLD-meerderheid erg teleurstellend. Vooral om twee redenen: de stadsbelastingen blijven te hoog en de aangekondigde investeringen zijn bedroevend laag. Het eerste onderwerp snijd ik nu aan. Over de investeringen komt er een volgend artikel.

Winst?

De begroting voor volgend jaar gaat ervan uit dat de stad maar uit de kosten kan komen als er vier miljoen euro uit de reserves wordt gehaald. Daaruit zou een argeloze burger kunnen afleiden dat Kortrijk in financiële moeilijkheden zit. Het wordt door het huidige bestuur soms ook wel es voorgesteld dat de stad het niet al te breed heeft. Dat klopt geenszins. Een begroting is slechts een raming. In april – als de afrekening is gemaakt van het voorbije jaar - gaan we zien hoe de stad het in 2010 heeft gedaan. Nu al gaat men ervan uit dat er minstens een overschot van 1,5 miljoen euro zal zijn. Het zal beduidend meer zijn.

Toen de gemeenteraad eind vorig jaar de begroting voor 2010 besprak, werd er rekening gehouden met een overschot voor 2009 van amper 220.000 euro. Na de afrekening te hebben gemaakt, bleek dat de stad niet minder dan 10,5 miljoen euro overschot had in 2009. Ik voorspel voor 2010 een zelfde historie. En de hoge belastingsdruk in Kortrijk zal ook in 2011 een aanzienlijk overschot opleveren.

Financiënschepen Cnudde verweert zich soms wel eens met de opmerking dat die dikke overschotten het gevolg zijn van eenmalige meevallers. Dat verweer raakt geen grond. Want die meevallers worden steevast weggeboekt naar de reserves en komen in het overschot niet meer voor.

In de vorige bestuursperiode (meerderheid CD&V-sp.a) was er een gemiddeld jaarlijks begrotingsoverschot van 3,75 miljoen euro. In de voorbije drie jaar van de huidige meerderheid (CD&V/N-VA-OpenVLD) is dat jaarlijks gemiddelde toegenomen tot 8,3 miljoen euro overschot! Op een jaarlijks totaalbedrag van uitgaven van gemiddeld 106 miljoen euro is dat een 'winst' van bijna 8%, jaar na jaar. Het zijn de Kortrijkse gezinnen die die 'winst' betalen.

Belastingsdruk

De stedelijke belastingsdruk is in Kortrijk bij de hoogste van de Vlaamse centrumsteden. Dat bewijzen volgende tabelletjes.

 

Aanvullende personenbelasting

 

Centrumstad

tarief

1.

Oostende

6,5%

2.

Gent

6,9%

3.

Brugge

6,9%

4.

Genk

7%

5.

Mechelen

7,4%

6.

Leuven

7,5%

7.

Turnhout

7,5%

8.

Aalst

7,5%

9.

Kortrijk

7,9%

10.

Antwerpen

8%

11.

Hasselt

8%

12.

Sint-Niklaas

8,5%

13.

Roeselare

8,5%

 

 

Opcentiemen onroerende voorheffing

 

Centrumstad

tarief

1.

Genk

1190

2.

Sint-Niklaas

1325

3.

Hasselt

1350

4.

Antwerpen

1350

5.

Leuven

1400

6.

Gent

1450

7.

Turnhout

1450

8.

Aalst

1500

9.

Mechelen

1550

10.

Brugge

1600

11.

Kortrijk

1750

12.

Roeselare

1810

13.

Oostende

2000

 

Stadsaandeel waterfactuur

 

Centrumstad

per m³

1.

Antwerpen

0,5

2.

Turnhout

0,76

3.

Brugge

0,85

4.

Sint-Niklaas

0,873

5.

Kortrijk

1,2208

Leuven

Oostende

Aalst

Mechelen

Genk

Hasselt

Gent

Roeselare

Kortrijk is dus bij de hoogste vijf wat betreft de aanvullende personenbelasting, bij de hoogste drie voor de opcentiemen op de onroerende voorheffing en bij de hoogste tarieven voor het stadsaandeel in de waterfactuur van de gezinnen. Omdat het niet dezelfde steden zijn die op alles de hoogste tarieven hanteren, is Kortrijk wellicht, na enkel Roeselare, de duurste centrumstad op fiscaal gebied.

Het stadsbestuur (CD&V/N-VA-OpenVLD) probeert de pil te vergulden door erop te wijzen dat de belastingen in Kortrijk al sinds 2005 ongewijzigd zijn gebleven. 't Zou er nog aan mankeren dat men ze zou verhogen als de aanzienlijke overschotten jaar na jaar aantonen dat ze eigenlijk te hoog zijn. Maar zelfs die stelling van het stadsbestuur klopt niet. In 2008 heeft men in één klap het stadsaandeel op de waterfactuur van de gezinnen nagenoeg verdubbeld (een meeropbrengst vanaf toen van ruim 1,5 miljoen euro). Zie mijn stuk van toen.

Officiële en andere spaarpotten

Die aanzienlijke overschotten van jaar na jaar vormen een aangroeiende spaarpot. Het vergt wat opzoekingswerk om een idee te krijgen van de miljoenen euro's die spreekwoordelijk de kelders van het stadhuis vullen. En er zijn officiële (in begroting, rekening en balans opgenomen) spaarpotten  en reële spaarpotten (te vinden in de banktegoeden van de stad).

Overschotten

Een eerste spaarpot zijn de geboekte overschotten zelf. De overschotten van de vorige jaren worden doorgeschoven naar de jaren erna. Van 2010 zijn de werkelijke cijfers uiteraard nog niet bekend – het jaar is zelfs nog niet afgewerkt en geef de stadsdiensten voldoende tijd om alles in te schrijven en af te rekenen.

2009 startte met een overschot van de vorige jaren van 7 miljoen euro. In 2009 kwam daar 3,5 miljoen euro bij, zodat het jaar afsloot met een overschot van 10,5 miljoen euro. Volgens de begroting voor 2010 (een raming dus) zou de stad daarvan 9 miljoen opdoen in het lopende jaar, maar dat zal zeker niet het geval zijn. Bovendien komt men aan dat 'verlies' in het eigen boekjaar slechts door eerst 10 miljoen euro weg te steken in de officiële reserves. Als je die 10 miljoen optelt bij het geraamde overschot van 1,5 miljoen (10,5 – 9), dan zie je dat het overschot eigenlijk nog eens met 1,5 miljoen euro aangroeit in 2010. En nogmaals: het zal aanzienlijk meer zijn.

En dan hebben wij het nog maar over de 'gewone' begroting. Er is nog een tweede begroting: de investeringsbegroting (die de 'buitengewone' wordt genoemd). Ook daarop worden overschotten doorgeschoven van het ene jaar naar het volgende. Op de begroting voor 2010 bedraagt het geraamde overschot op de buitengewone begroting niet minder dan 11,5 miljoen euro. Op een totaal investeringsbedrag van 44 miljoen euro is dat enorm (26%!). En ook dat bedrag zal hoger liggen als wij de afrekening krijgen.

Tel die overschotten bij elkaar (1,5 + 11,5) en je komt aan 13 miljoen euro – en: het zal aanzienlijk meer zijn.

Reserves

Als de overschotten te groot worden, stopt men een deel ervan in de 'reserves'. Dat is geld dat uit de begroting gehaald wordt en ergens op een bank geparkeerd wordt tot men het nodig heeft.

2009 sloot af met 9,5 miljoen euro op het gewone reservefonds en 3,6 miljoen euro op het buitengewone reservefonds. Samen dus een dikke 13 miljoen euro.

De ramingen voor 2010 laten volgende verschuivingen zien: plus 10 miljoen op de gewone begroting en min 4 miljoen euro op de buitengewone begroting. Netto komt er in 2010 dus 6 miljoen euro bij de reserves. We zitten aan 18 miljoen euro (13 + 6).

En voor volgend jaar plant men volgende verschuivingen in de reserves: min 4 miljoen euro uit de gewone reserves en plus 8 miljoen euro in de buitengewone. Netto zou er dus nogmaals 4 miljoen bij moeten komen. Voorlopige eindstand in de officiële reserves tegen eind volgend jaar: 22 miljoen euro.

Reële spaarpot

Maar wat zich achter al die ingeschreven bedragen? Hoeveel middelen heeft de stad werkelijk in kas en op de bank? Die gegevens vind je in de trimestriële kasverslagen die in de gemeenteraad worden bekendgemaakt en in de boekhoudkundige balans die elk jaar in april bij de afrekening wordt opgesteld. Voor al zijn financiële verrichtingen houdt de stad een 350-tal bankrekeningen aan. De meeste daarvan zijn individuele werkrekeningen voor de courante transacties van alle stadsdiensten. Vooral bij Dexia - het vroegere Gemeentekrediet waarvan de stad een belangrijk aandeelhouder was - is stad Kortrijk klant. Maar er worden ook zaken gedaan met KBC, ING, Fortis en de Postcheque.

De som tussen de 110 en 120 miljoen euro die de stad per jaar ontvangt en uitgeeft en het bedrag tussen de 20 en de 30 miljoen euro dat geïnvesteerd wordt, zijn het resultaat van bijna dagelijkse inkomsten en uitgaven. Met de speelruimte van de commercieel toegestane betalingstermijnen, kan men het grootste deel van de uitgaven delgen met wat in dezelfde periode binnenkomt. Voor als het spant, mag er een buffer zijn van spaargeld. Maar die buffer hoeft nu ook weer niet al te groot te zijn. 

Om de drie maanden is de stadsontvanger verplicht een kasverslag te maken. En dat kasverslag geeft dus telkens een momentopname van die buffer. Die buffer, het werkkapitaal als het ware, schommelt. Als men pas een grote factuur heeft betaald, is hij laag. Als men een fikse storting van bijvoorbeeld de grondlasten heeft ontvangen, is hij hoog.

Te hoge buffer

Het merkwaardige van de Kortrijkse financiële buffer is dat hij altijd hoog blijft. Op 25 juni 2009 was er netto, na aftrek van kredietopeningen en betalingen in uitvoering, 41 miljoen euro in kas, waarvan 43 miljoen beleggingen. De stad stond op dat moment dus op bepaalde van zijn rekeningen onder nul om die kaskredieten op een spaarboekje te zetten! Veel verschil tussen het gebruik van gewone bankrekeningen en spaarrekeningen maakt de stad evenwel niet. Men doet aan actief opbrengstbeheer en dat is toe te juichen.

Op 16 september 2009 was er netto 47 miljoen in kas, waarvan 41 miljoen beleggingen. Op 28 december 2009: 47 miljoen, waarvan 38 miljoen beleggingen. Op 31 december 2009 (drie dagen later!) was er volgens de jaarrekening en de boekhoudkundige balans 51 miljoen euro in kas, waarvan 33 miljoen belegd (plus nog eens 4 miljoen op een Fortis Short-spaarrekening).

Op 4 mei 2010: 41 miljoen euro in kas, waarvan 32 miljoen belegd. Op 29 juni 2010: 41 miljoen in kas, waarvan 29 miljoen belegd.

Er kan dus worden geconcludeerd dat de financiële buffer van stad Kortrijk aanhoudend tussen de 40 en de 50 miljoen euro bedraagt. Dat is bijna de helft van de jaarlijkse uitgaven! Het zou met veel minder kunnen. Dat weet het stadsbestuur ook wel, aangezien het constant een pak geld tussen 30 en 40 miljoen euro vastzet op termijnrekeningen en andere spaarformules.

Belastingen te hoog

Die financiële buffer is overdreven hoog. De Kortrijkzanen moeten wel beseffen dat het de Kortrijkse gezinnen zijn die voor die overdreven spaarpot afdokken. De liquiditeitspositie van de stad zou er niet onder te lijden hebben als die buffer heel wat bescheidener zou zijn. Die ontvetting van de stadskas kan op twee manieren. Men zou een deel van de opgepotte middelen kunnen gebruiken om investeringen te betalen. Voor de opbrengst moet men dat geld niet op de bank laten - er is nauwelijks opbrengst met de huidige lage intresten. En men kan er leningen mee uitsparen.

Men kan er bovendien voor zorgen dat die spaarpot niet verder aanzwelt. Dat kan door de structureel te hoge belastingen te velagen. De progressieve fractie (sp.a en Groen!) stelde daarom voor om het tarief van de aanvullende personenbelasting te verminderen van 7,9 tot het gemiddelde van de centrumsteden: 7,4%. De meerderheid (CD&V-N-VA en OpenVLD) stemde het voorstel weg. Die maatregel zou de stad nochtans slechts 1,3 miljoen euro minder inkomsten kosten. In het licht van alle voorgaande cijfers is dat heel goed te doen!