28-06-10

Kortrijks stadsbestuur koopt bakermat van De Kreun voor sloop

Kreun1

Vandeweek beslist het stadsbestuur van Kortrijk tot aankoop van het pand Gullegemsesteenweg 1 in Bissegem, het café (1904) waarin muziekclub De Kreun (website) in 1981 het levenslicht zag. Met eigenaar Brouwerij Haacht werd na wat onderhandelen een interessante prijs bedongen. Het is de bedoeling van het stadsbestuur om de gewezen bescheiden muziektempel te slopen en de grond aan te bieden aan het Vlaamse Gewest (AWV) om het zeer drukke kruispunt beter in te richten en de doorstroming - voor het autoverkeer - in de kom van Bissegem vlotter te maken. Men hoopt bij het Vlaamse Gewest nog wat van de investering te recupereren. Voor de huidige huurder, Concertharmonie Crescendo, zoekt de stad een ander onderkomen. Een gedeelte van het café staat bovenop een overwelfd stuk van de Neerbeek.

Neerbeek

Was dat vroeger café De Kroon? Volgens de kadastergegevens is de herberg gebouwd in 1904. Het pand ligt voor 13 meter aan de Meensesteenweg en voor een dikke 23 meter aan de Gullegemsesteenweg. Het gebouw bestaat uit twee delen. Er is het hoekhuis, een café met kelder en een verdieping onder mansardedak. Achteraan is er een recentere aanbouw, goedschiks of kwaadschiks ingericht als concertzaal (repetitiezaal), met dubbele plafondhoogte. In de gelagzaal vooraan is de grote toog nog aanwezig en voorts een verhoogde zithoek (podium), keukentje, sanitair, berging (overdekte koer met lichtkoepel).

Een deel van de benedenverdieping, onder andere voormeld podium en de ingesloten koer, is vermoedelijk een stuk overwelfde Neerbeek. Het betreft de aanbouw in de Meensesteenweg, de blinde muur met groene deur. In dat geval is het niet heel duidelijk wie daarvan de eigenaar is: de eigenaar van de herberg of de beheerder van deze 'onbevaarbare waterloop'. De beek zit hier wel ingekokerd in een buis van 1,3 m diameter.

De officiële schatters hebben geen hoge dunk van het pand. Het goed verkeert in erbarmelijke staat. Alleen de concertzaal is redelijk onderhouden. De verdieping, alleen te bereiken via een erg steile trap, is zo goed als onbewoonbaar. De achtergevel is aan het verzakken. "Het goed zou grondig moeten worden gerenoveerd maar de kosten lijken niet in proportie". Afbreken die handel en plaats maken voor nieuwbouw, is het advies. Overigens wijst het schattingsrapport ook op de bijzondere ligging van het pand: zeer centraal in Bissegem maar kreunend onder de onophoudelijke drukte voor de deur, veelal met "stilstaand of aanschuivend verkeer".

Kreun2

Goed genegocieerd

Eigenaar van het hoekpand is Brouwerij Haacht, of liever een van de firma's van het brouwersconcern (NV Brouwerij Handelsmaatschappij die het verhuurt aan NV Brouwerij Haacht, de dochter-biersteker). Het betreft hier eigenlijk een handelspacht. Handelspachters hebben veel verregaandere rechten dan simpele huurders. Zij hebben veel langere huurzekerheid (tot soms 36 jaar) en als die contractuele zekerheid wordt gebroken, kan er doorgaans aanzienlijke schadevergoeding worden geëist van de eigenaar. Maar de dochterfirma-huurder is heel inschikkelijk en ondertekent in het verkoopcontract een clausule waarin zij afziet van enige schadevergoeding of beroep op enig recht.

De ex-Kreun/Kroon wordt momenteel ter beschikking gesteld aan VZW Concertharmonie Crescendo tegen een bezettingsvergoeding van 500 euro per maand. Het stadsbestuur neemt zich voor om de harmonie elders onderdak te bieden als het gewezen café effectief wordt gekocht.

De Brusselse brouwer vroeg aanvankelijk 175.000 euro. De onderhandelaars van de stad boden 125.000 euro. Uiteindelijk heeft men 'de stok in tweeën gedaan' en is er een akkoord tot stand gekomen voor een koopprijs van 155.000 euro. Die prijs ligt beduidend onder de officiële schattingsprijs (waarboven een stadsbestuur nimmer mag gaan). Goed genegocieerd! Begrotingstechnisch wordt 145.000 euro uit de stadskas gehaald voor de grond en 10.000 euro voor het gebouw.

Kreunrotonde

De aankoop door Stad Kortrijk - het is de gemeenteraad die op 12 juli 2010 daarover het laatste woord heeft - gebeurt om een herinrichting van de wat onoverzichtelijke 'driewegen' mogelijk te maken. Op de hoek van De Kreun/Kroon komen de Gullegemsesteenweg en de Heulsestraat samen op oeroude oost-west-verkeersader die de Meensesteenweg is.

De Meensesteenweg is een gewestweg en het is dus het Vlaamse Agentschap Wegen en Verkeer dat daar ooit het driebenige kruispunt zal moeten reorganiseren. Om het AWV wat te pramen, is de stad bereid het vervallen café te slopen en de nodige grond voor een rotonde - een 'kreunrotonde' wellicht - ter vervanging van de ergerlijke rode lichten ter beschikking te stellen. De stad hoopt dat het Vlaamse Gewest die grond dan ook zal betalen, zodat daarmee een stuk van de aankoopprijs kan worden gerecupereerd.

Kreun3

13:00 Gepost in Algemeen | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |

23-06-10

"En nu niet meer zagen", bewonersparticipatie op zijn Kortrijks

IJzerkaai3

Met een weekje vertraging heeft het Kortrijkse stadsbestuur gisteren (23 juni 2010) zijn zegen gegeven voor de organisatie van de 5e editie van Kortrijk Congé, deze keer - na wat twijfel - op Buda Beach (zeg maar IJzerkaai). Het programma van de nacht van 10 op 11 juli 2010 ziet er veelbelovend uit. Het vroegzomerse evenement trekt jaar na jaar duizenden meevierders. Maar het thema van dit jaar, "stoppen met klagen", is simpelweg een provocatie ten aanzien van de omwonenden van dat deel van de verbrede Leie. De bewoners van de IJzerkaai hebben tot op vandaag jarenlang de gevolgen moeten dragen van de aanslepende Leiewerken ter hoogte van hun leefomgeving. En de bewoners van het Albertpark op de andere Leie-oever zijn in een schadeproces gewikkeld tegen de instanties van de Leieverbreding, Stad Kortrijk incluis. Zij krijgen van het stadsbestuur veel beloften maar absoluut geen effectieve steun. Ik vrees dat ze op Buda Beach - te recht - niet gaan kunnen lachen met feestonderdelen zoals het 'Klachtenkoor' onder leiding van Wim Willaert: "Kortrijkzanen kunnen die nacht hun klachten van zich afzingen om daarna te stoppen met zagen". Goedkoop en zeer betuttelend!

Beschikbaar

Het stadsbestuur wou al op 16 juni beslissen over de aanvraag van het Kunstencentrum Buda voor zijn evenement Kortrijk Congé. Maar de locatie waarop dat zomernachtfeest moet plaatsgrijpen is voorlopig nog altijd eigendom van Waterwegen en Zeekanaal (W&Z), de opdrachtgever van de Leieverbredingswerken. Die instantie zag de verwachte massale opkomst niet erg zitten omdat men van plan was enkele dagen eerder het gras te zaaien van wat een nieuw park (Buda Beach) moet worden op de grond gewonnen door het rechtstrekken van de waterweg.

Na ultiem aandringen van cultuurschepen Christine Depuydt (CD&V) is W&Z bereid gevonden de inzaaiingen en beplantingen uit te stellen tot in het najaar. Buda Beach is dus beschikbaar.

Publiekscultuur

Kortrijk Congé is een initiatief van Buda Kunstencentrum, maar het jaarlijkse evenement bij het begin van de zomervakantie is uitgegroeid tot het grote rendez-vous van al wat in Kortrijk met publiekscultuur en podiumkunsten heeft te maken. Bijvoorbeeld engageren zich ook De Kreun, Het Pakt, Passerelle, de Unie der Zorgelozen, Wit.h, Cultuurcentrum, Antigone, V-Tex  enzovoort om van het gebeuren iets heel veelzijdigs te maken. Er is quasi onbeperkte steun van uiteenlopende stedelijke diensten. In hun aanvraag beklemtonen de organisatoren het volgende: "Kortrijk Congé heeft, om effectief een stadsverhaal te blijven, telkens opnieuw de onvoorwaardelijke steun nodig van Stad Kortrijk op diverse vlakken".

En bovendien doet het stadsbestuur een stevige duit in het zakje. Om hun budget van 70.000 euro rond te krijgen, rekenen de organisatoren dit jaar op zowat 15.000 euro van de stad. Buda Kunstencentrum en partners brengen zelf 40.000 euro in; de rest komt van sponsors.

Zinderende plek

Aanvankelijk was het de bedoeling dat Kortrijk Congé een thuismatch zou spelen. Het nachtelijke massafeest zou gebruikmaken van de gebouwen en terreinen van het Kunstencentrum zelf op Buda. Het onvoltooide park met de werknaam Buda Beach, tussen de IJzerkaai en de rechtgetrokken Leie, zou slechts worden ingeschakeld als 'meeting point'. Maar uit het voorgestelde programma blijkt dat Buda Beach wel degelijk de hoofdlocatie wordt.

Dat blijkt uit volgend uitgebreid citaat uit de aanvraag van de organisatoren: "Na edities op de Veemarkt, het Begijnhofpark, De Blauwe Poort en Evolis gaat Kortrijk Congé dit jaar door op het Buda-eiland. Als centrale plek willen wij graag onze tenten opslaan bij het gloednieuwe Buda Beach. Net als vorig jaar bij Evolis, kunnen we zo een nieuwe plek in/van de stad 'markeren' met een eenmalig en breed evenement. Dit keer niet als officiële opening of zo, maar als zinderende plek voor één nacht. Met de 'beach' van 'congé', met vergezichten van water en bruggen die doen hunkeren naar 'de andere kant'. Ook belangrijk: in de onmiddellijke buurt treffen we voldoende locaties aan voor tal van Kortrijk Congé-projecten. De Buda Beach is essentieel in deze editie van Kortrijk Congé want staat symbool voor frisse, positieve energie".

Programma

Hoewel de organisatoren pas heel laat op kruissnelheid zijn geraakt, zijn zij er toch ingeslaagd om - met toch nog een aantal vraagtekens - een opvallend en nachtvullend programma ineen te boksen.

Muziek: optredens van Drumkonijn André Duracell, Omar Souleyman, het Wild Classical Musical Ensemble van vzw Wit.h met muzikanten met een verstandelijke beperking, een ochtendglorenconcert enzovoort.

Theater: een stukje van Campo (Jacob Wren & Pieter De Buysser met Anthology of Optimism), wat zelfspeeltoneel van Rotozazza, en 'toonmomenten' van de sociaal-artistieke werking in Kortrijk van de Unie der Zorgelozen, Antigone en De Figuranten.

Dans: creaties van Benjamin Vandewalle met Passerelle, Field Works van Deepblue (in de kantoren van het Kunstencentrum), Vincent Dunoyer, Lucas Devriendt en co in het Broelmuseum.

Film: "van ernstig tot behoorlijk zot", 5 tot 7 films van 21 uur 's avonds tot 5 uur 's morgens in Budascoop.

Beeldende kunst: Sabien Clement in een participatieproject met moeilijk opvoedbare jongeren (Kouterkids), een project van Can'Art van Kuurne, nocturnes van de tentoonstellingen onGELOOFlijk (Museum 1302), Battlefield (Paardenstallen Tack) en het Broelmuseum.

Verschillende performances zoals stadsverpleegster Maria Lucia, Maskesmachine met De Weg, en La Minella Spirella met Smile Virus.

En natuurlijk fuiven, op Buda Beach: onder meer Ronse Hard Crew met "een bombardement van smiley's" en "Happy Happy Joy Joy Party".

Daarnaast zijn er nog enkele 'zingevende' activiteiten onder de vlag van 'anti-verzuring' maar daarover straks meer.

IJzerkaai

In zijn aanvraagbrief garandeert artistiek coördinator Kristof Jonckheere "tijdig" de omwonenden van Buda Beachop de hoogte te brengen van de activiteiten van die nacht. Hij "rekent bij hen en bij de stad op enige goodwill". Uit de pers blijkt dat met de bewoners pas op 30 juni in contact wordt getreden. Alles is dus uitgewerkt zonder enige participatie van de buurt, die daarmee niet is opgezet. In Het Laatste Nieuws vertolkt Johan Panneel als volgt de verontwaardiging van de 66 gezinnen van de IJzerkaai: "Er is ons altijd beloofd dat er op Buda Beach alleen rustige activiteiten zouden plaatsvinden. Kortrijk Congé, ambiance van zonsondergang tot zonsopgang, valt daar niet onder".

In Het Nieuwsblad zeggen de bewoners "woest" te zijn. Op een bewonersvergadering met het stadsbestuur in mei is hen beloofd dat er voor deze zomer geen activiteiten zouden worden geprogrammeerd op Buda Beach. Een loze belofte. Van in 1997 berokkenen de verbredingswerken van de Leie de IJzerkaai overlast. Het einde daarvan komt veel later dan de bewoners ooit is beloofd, langzaam in zicht. Maar eerst moeten zij toch nog eens een slapeloze nacht doorstaan.

'Anti-verzuring'

Maar wat de buurt nog niet beseft, is dat de achterliggende idee van het evenement erin bestaat hen brutaal de mond te snoeren. De aanvraagbrief is veelzeggend: "De hele nacht staat in het thema van de 'anti-verzuring'. Kortrijk Congé 2010 wil een dam opwerpen tegen de negativiteit en het voortdurende geklaag waar menig Kortrijkzaan zich graag aan bezondigt. [...] Met Kortrijk Congé willen alle partners minstens een overdosis positieve energie in de stad injecteren".

Kortrijk Congé wil zich als het ware aan het stadsbestuur verkopen als propagandamachine. En het blijft niet bij woorden. De fuivers zullen die nacht actief worden bewerkt. Zo is er om 20, 21 en 22 uur in de IJzerkaai: "het eerste Kortrijkse Klachtenkoor". Door de organisatoren wordt het omschreven als "een participatieproject waarbij Kortrijkzanen onder leiding van Wim Willaert hun klachten van zich afzingen om daarna te stoppen met zagen". Er is waarempel ook een "positieve betoging" gepland. Onwillekeurig schiet mij een passage uit de roman Brave New World (1946) van Aldous Huxley door het hoofd: "O wonder! / How many goodly creatures are there here! / How beauteous mankind is! O brave new world, / That has such people in it!".

En Vormingplus krijgt de nieuwe Bookshop van Oxfam-Wereldwinkels in de Budastraat ter beschikking voor het houden van 'dialoogtafels tegen verzuring'. Dat kan zinvol zijn, maar het doet de wenkbrauwen fronsen dat bij de video-inleiding door 'mensen met een mening' slechts 1 politicus een tribune krijgt: Stefaan De Clerck, CD&V. Heel Kortrijk Congé speelt zich, al dan niet toevallig, af in de buurt waarin de ontslagnemende minister van Justitie en ex-burgemeester resideert.

Albertpark

Niet alleen de IJzerkaai bokst al jaren op tegen de onverschilligheid van stadsbestuur en het Vlaamse Gewest (W&Z). Ook op de andere oever van de Leie, het Albertpark,is een Buurtcomité Leiewerken al jaren actief. Ook zij hebben klachten die krassen maken op het blazoen van beste van alle werelden dat Kortrijk zich aanmeet.

Het gebrekkige vooronderzoek in de aanloop van de grootschalige Leiewerken had niet alleen geen acht geslagen op het feit dat grote stukken Leieoever eertijds storten ('vettekaaien') waren geweest. W&Z en stadsbestuur waren ook een aloude riolering vergeten die dienst deed als overloop voor het overtollige water van de huizen van het Albertpark en het Sint-Amandscollege. Bij de bouw van de nieuwe oeverversterking sneedt men die afwatering, gelegen aan de achterkant van de huizenrij van het Albertpark, af. Het gevolg was een maandenlange overstroming van tuinen en kelders van de huizen in het Albertpark.

Tot op vandaag is er geen oplossing voor die wateroverlast. Op eigen kosten pompen sommige bewoners dan maar het water naar de hoger gelegen riolering aan de straatkant vooraan hun woning. Een kleine ingreep zou volgens de bewoners van het Albertpark snel een ecologisch verantwoorde en goedkope oplossing kunnen bieden voor het probleem.

W&Z wimpelt de verantwoordelijkheid voor alle schade af. Het stadsbestuur eveneens. Meer nog, het stadsbestuur doet ondanks blijvend aandringen van de slachtoffers en ondanks opeenvolgende beloftes van burgemeester en schepenen, niet de minste moeite om de gerechtvaardigde klachten van zijn inwoners te ondersteunen.

Vorige maand zond woordvoerder Geert Vandepitte namens het Buurtcomité Leiewerken een zoveelste verzoek tot overleg naar burgemeester en schepenen (CD&V-OpenVLD). Er kwam geen antwoord. Eerder kreeg het comité ontwijkende antwoorden als: "Het standpunt van de juridische dienst bestaat erin dat de stad Kortrijk niets met de Leiewerken te maken heeft. Gelieve u dus tot het Vlaams Gewest te wenden". Als beheerder van de afwateringen en rioleringen draagt de stad evenwel een verantwoordelijkheid voor het 'vergeten' van een aloude nog functionerende riolering.

De kwestie is intussen aanhangig gemaakt bij de rechtbank. Dat is nog een alibi dat het stadsbestuur opwerpt om zijn inwoners niet te moeten steunen. Maar het buurtcomité wijst erop dat een lopende gerechtelijke procedure nooit de mogelijkheid in de weg staat om te komen tot een minnelijke regeling.

Betuttelend

Wat er ook van zij, het is doodnormaal dat burgers die schade lijden of te maken hebben met langdurige overlast en geen gehoor vinden bij het stadsbestuur, blijven klagen. Men kan dat niet afdoen als 'verzuring'. Het is een essentiële opdracht van een democratisch bestuur om ter dege rekening te houden met de klachten van zijn burgers. En de wijze waarop in Kortrijk met klachten van burgers wordt omgesprongen is niet zoals het hoort. Er is wel een meldpuntwerking, maar de meldpuntambtenaren - die uitstekend hun best doen - hebben niet de onafhankelijkheid om klachten tegen het stadsbestuur aan te pakken. Al jaren weigert het stadsbestuur een stedelijke ombudsdienst op te richten die dat wel zou kunnen.

Maar nu gaat men een stap verder. Klachten worden als onbetamelijk bestempeld, als 'verzuring'. Het is een regelrechte provocatie om precies in een buurt waar veel en hardnekkige klachten leven een evenement op poten te zetten onder het openlijke motto: "Stop met zagen!". De organisatoren claimen het alleenrecht op 'positieve energie', maar in dit geval spelen ze hun mooie evenement toch maar uit tégen - heel negatief dus - een buurt waarvan de klachten het stadsbestuur onwelgevallig zijn.

Persoonlijk vind ik Kortrijk Congé nog altijd een schitterend initiatief. Maar dit jaar is de locatie heel ongelukkig gekozen. En vooral is de betuttelende ondertoon van de organisatie en van bepaalde activiteiten in het bijzonder vreselijk. Als dat maar niet het hele opzet in gevaar brengt!

IJzerkaai4

23:37 Gepost in Algemeen | Permalink | Commentaren (2) |  Facebook |

20-06-10

De Congoreis van Arthur Clays (2): naar de moederlandse legerbasissen in de kolonie

accongo 3003

De Kortrijkse rode senator J. Arthur Clays bezocht Belgisch Congo in september-oktober 1955 als lid van een delegatie van de commissie voor Landsverdediging van de Senaat. Het hoge gezelschap ging er twee in opbouw zijnde basissen inspecteren van het Belgisch Leger, Kamina (in Katanga) en Kitona (Banana, Neder-Congo). De Belgische kolonie had haar eigen gewapende macht: de Weermacht (Force Publique), die volledig apart van het 'moederlandse' of 'metropolitaine' Belgische Leger opereerde. Pas in de jaren vijftig vond men het in Brussel geraadzaam om in de verre en uitgestrekte kolonie ook een uitvalsbasis te creëren voor de moederlandse troepen. Daarover werden in de Senaat en de Kamer van Volksvertegenwoordigers uiteenlopende debatten gevoerd. De reis van de commissie werd naar aanleiding van die debatten georganiseerd.

Moederland

"Het Belgisch grondgebied is te klein voor een modern leger. Een hedendaags leger moet kunnen steunen op voldoende versterkings- en bevoorradingsbronnen." Dat was een van de conclusies van de Gemengde Militaire Commissie die in 1946 werd opgericht door de prins-regent. De commisie bestond uit militairen en parlementsleden en moest de lessen trekken uit de militaire belevenissen van ons land in de voorbije Tweede Wereldoorlog. Eerst dacht men aan een basis in Groot-Brittannië. Maar men was er zich al ras van bewust dat het Noordzeetje een eventuele Russische invasie niet zou tegenhouden.

Vandaar dat de beslissing werd genomen om in de toenmalige kolonie die uitvalsbasis te bouwen. Profijtelijk zorgde men er wel voor dat die investering geen frank kostte aan het moederland. Aan het koloniaal bestuur werd de opdracht gegeven het geld voor de bouw van de basissen te laste te nemen.

accongo 3001

Uranium

CVP-senator Willy Van Gerven zei in 1952 in een debat in de Senaat waar het op stond: "België [met inbegrip van de kolonie Congo bedoelde hij] is een zeer aanzienlijk voortbrenger van uranium, kobalt en koper, materialen die onontbeerlijk zijn voor het voeren van een moderne oorlog". Om die schatten te beschermen moest het Belgisch Leger een eigen basis hebben in Congo. Niet voor niets werd de hoofdbasis gebouwd in Kamina, in de meest ertsrijke provincie Katanga.

Maar Van Gerven had nog een argument: "De aankomst van een eerste contingent valschermspringers en commando's te Kamina is een vingerwijzing dat ondanks het anti-kolonialisme, dat tot uiting komt in de Verenigde Naties, wij niet bereid zijn afstand te doen van de opdracht die wij ons zelf hebben opgelegd om de Congo te openen voor de beschaving [...] op het ogenblik dat de Mau Mau [guerillabeweging tegen de Britten in Kenia] een ander koloniaal gebied onveilig maken".

De legerbasissen hadden dus een dubbel doel: de winning van uranium en andere kostbaarheden verdedigen tegen buitenlandse mogendheden en de Belgische greep op de kolonie verdedigen tegen eventuele opstanden van de inlandse bevolking.

accongo 2002

Force Publique

Dezelfde teneur had in 1953 de toespraak van liberaal senator Raoul Vreven, vader van de latere minister van Defensie Alfred Vreven: "Om Congo te verdedigen in een eventuele nieuwe wereldoorlog [de Koude Oorlog tussen het Westen en het communistisch blok was volop aan het woeden] is het bestaande verdedigingssysteem ontoereikend. De Weermacht [Force Publique] zou het in geval van conflict reeds lastig hebben om de binnenlandse veiligheid te verzekeren". Hoewel de Force Publique uit zwarte troepen bestond, werd toch ook die legermacht geleid door exclusief blanke officieren.

Overigens pleitte Vreven senior, later liberaal minister van Staat, ervoor om de Force Publique rechtstreeks onder het bevel te brengen van de staff van het Belgisch Leger nu dat zich toch aan het vestigen was in Congo.

En zeggen dat de Weermacht helemaal geen lessen in heldhaftigheid en militaire efficiënte te krijgen had van het moederlandse leger. Het Belgisch Leger had zich in 1940 roemloos overgegeven aan de Duitse Nazitroepen. De Congolese Weermacht was daarentegen niet gecapituleerd. Meer zelfs, de vooral uit zwart kanonnenvlees bestaande troepen waren zelf in het tegenoffensief gegaan en zij hadden in 1941 Ethiopië bevrijd van de Italiaanse fascisten en waren in 1943 in gevecht met de beruchte Duitse troepen van Rommel de Saharawoestijn doorgestoken tot in Egypte.

Alleen blanken

Nog minder hield de Ieperse liberale volksvertegenwoordiger Hilaire Lahaye een blad voor de mond in 1953. In een interpellatie aan minister van Landsverdediging Etienne De Greef (partijloze technocraat) noemde hij het een schande dat de legerbasis van Kamina 'inboorlingen' tewerkstelde in een verhouding van 5000 'negers' tegenover slechts 1150 Belgische militairen: "De inboorlingenwijken zijn geplaatst in de onmiddellijke nabijheid van de opslagplaatsen, dan wanneer de blanke troepen van deze opslagplaatsen zijn gescheiden".

Het allerergste vond hij nog dat "in de centrale burelen van de basisbevelhebber" er "inlandse klerken, dactylo's en zelfs instructeurs" waren aangeworven: "alle militaire papieren moeter door de handen gaan van de inboorlingen". De Ieperse liberaal vreesde onomwonden dat het zwarte personeel bij onlusten de transportvliegtuigen zou saboteren zodat de para's niet zouden kunnen uitrukken. Zijn conclusie was ferm: "Men mag alleen blanken toelaten in de Kaminabasis!".

accongo 3004

Apen

Met die debatten op de achtergrond trok de Kortrijkse senator Arthur Clays mee met de senaatscommissie mee naar Congo. De socialistische senator zelf wijdt in zijn reisindrukken nauwelijks een woord aan die kwestie. Toch verzamelde hij daarover heel wat documentatie. In elk geval is het geredetwist in de senaat in de vroege jaren vijftig uitermate ontluisterend over de opvattingen die sommige gezaghebbende politici toen koesterden, amper vijf jaar voor de kolonie onafhankelijk werd.

De Kortrijkse politicus was veeleer sceptisch ten opzichte van de Belgische imperialistische ambities en het militaire borstgeklop. Zo schrijft hij met enige tegenzin over zijn eerste dag (23 september 1955) in Leopoldstad (Kinshasa): "Wij dienden met de ganse commissie een militaire hulde te ondergaan". Ook als het gezelschap op woensdag 28 september 1955 met de DC-3 in Kamina aankomt, is Arthur Clays veeleer verveeld met het gedoe: "Muzieken, wapenschouw enzovoort". Hij verspilt er geen woorden meer aan. Zijn aandacht gaat naar iets heel anders: "Daar kan ik eindelijk de eerste levende aap over de straat zien wippen". Eerder had hij al dode apen opgemerkt, in Luluaburg (Kananga): "Ze werden naar de markt gebracht. Het was pijnlijk de kopjes van die prachtige diertjes te zien hangen, doch de neger moet ook eten" (sic).

Maar ook andere zaken waren de senator niet ontgaan. Hij is onaangenaam verrast door de rassenscheiding: "De inboorlingen worden afgezonderd van de blanken". Uit zijn documentatie blijkt dat men voor de inlandse personeelsleden van de legerbasis Kamina 'woonblokken' en 'dubbelwoningen' bouwt en voor de 'Europeanen': 'huizen'. Uit een senaatsverslag van de bespreking van de begroting van Landsverdediging van 1952 blijkt: "Talrijke inlanderswoningen zijn klaar maar ze worden voorlopig  door de Europeanen ingenomen". Uit een interpellatie blijkt later dat het gaat om 'barakken'. Rudimentaire onderkomens voor de Congolezen dus en riante huizen voor de Belgen.

accongo 2007

Loondiscriminatie

Wat senator Clays ook schokte was de grove loondiscriminatie tussen het inlands en Belgisch personeel. Het senaatsverslag van de bespreking van de Defensiebegroting voor 1955 liet niets aan de verbeelding over. Verslaggever Edmond Machtens, socialist, maakt melding van volgende bevindingen. Het inlands personeel van de moederlandse basissen Kamina en Kitona (Banana) is voor zijn verloning ingedeeld in vijftien klassen, met een jaarwedde die schommelt tussen 2280 Belgische frank per jaar en 31.800 frank. Daar wordt bij vermeld dat die lonen beduidend meer waren dan wat de inlanders konden verdienen bij de kolonisten.

Toch zinken die lonen voor de zwarten in het niet in vergelijking met de lonen voor het Belgische personeel. De Belgen kregen daar een basiswedde die overeenkwam met wat zij voor hetzelfde werk zouden verdienen in de Belgische kazernes en de bezettingstroepen in Duitsland. Maar daarbovenop kregen zij nog een scala van extra toeslagen. Vooral de Afrikatoelage van 66.000 frank per jaar woog door, aangevuld met diverse kinderbijslagen, een toelage voor de echtgenote, een specialistenpremie, vakantiegeld, kledijvergoeding en nog meer premies. Dat alles geïndexeerd, in 1955 tegen 155%.

De gemiddelde jaarwedde van het Belgisch personeel op de moederlandse legerbasissen bedroeg in 1955 248.661 Belgische frank. Voor hetzelfde werk was dat gemiddelde in België zelf 99.457 frank.

accongo 3005

Soldij

Op de basissen konden ook miliciens hun dienstplicht volbrengen. Het aantal kandidaten lag tien keer hoger dan het aantal plaatsen. Die miliciens - van soldaat tot lagere officier - werden voor hun dagelijkse behoeften ten laste genomen door de Belgische Staat, die hun voeding, huisvesting, kleding en uitrusting op zich nam. Die miliciens kregen dus zogezegd geen loon maar ze kregen wel een 'soldij'. Voor een gewone soldaat bedroeg die soldij na een jaar 11.315 frank; voor een onder-luitenant was dat 39.603 frank.

Zoveel meer dan de hoogste lonen voor de inlanders was dat niet, kan men denken. Maar bovenop de soldij kwamen daar nog de 'dagvergoedingen' bij. Die dagvergoedingen leverden de gewone soldaten nog eens 25.459 frank op, samen met de soldij was dat dus 36.774 frank, of toch al zowat 5000 frank meer dan de best gespecialiseerde inlanders. Onze Kortrijkse socialist stelt in zijn reisindrukken vast dat "er onder de negers technici zijn die goed zijn opgeleid in allerhande vakken, tot zelfs gespecialiseerde opdrachten op het vliegveld". Een Belgische onder-luitenant kreeg er nog eens 36.744 frank als dagvergoedingen bij, alles bijeen: 76.347 frank per jaar om bijna in zijn geheel op zijn spaarboekje te zetten.

accongo 3002

Kapitein

Geen wonder dat de inlandse werkkrachten op de basissen zochten naar wat bijverdiensten. Congoreiziger Clays noteert in zijn reisindrukken volgende anekdote bij zijn bezoek aan het negerdorp Bakville nabij de legerbasis in opbouw in Kitona: "De tolk maakte aan het dorpshoofd duidelijk dat de blanke bezoekers het gezelschap hadden van de gouverneur van de provincie Beneden-Congo. Prompt antwoordde de man: "Wel, ikzelf ben hier de kapitein!". Tegen een frank het stuk bood hij ons uit planten en bladeren gevlochten matten aan, die geschikt waren als dakbedekking voor de hutten".

accongo 2013

Dit stuk maakt deel uit van een feuilleton naar aanleiding van de vijftigste verjaardag van de onafhankelijkheid van Congo op 30 juni 2010. Er komen nog meer afleveringen, met originele, nooit eerder gepubliceerde foto's. De inleidende aflevering verscheen op 1 juni, de eerste aflevering op 7 juni 2010.

17:57 Gepost in Algemeen | Permalink | Commentaren (2) |  Facebook |

15-06-10

Moet unieke leembouw in Heule plaatsmaken voor verkaveling?

 

Rijs1

Een laatste overblijfsel van de oeroude leembouw in het Kortrijkse gaat binnenkort voor de bijl. Verspreide landelijke bewoning in de Roeselaarsestraat moet plaatsmaken voor een grote verkaveling in een recent vastgelegde zone voor Stedelijk Wonen. Momenteel pronkt daar nog een prachtig landschap, met uitzicht op de watertoren van hoog Gullegem en op Heulebus. Voor een boerderijtje, 't Rijs, en een kortwoondershuisje verleende het stadsbestuur vorig jaar al een sloopvergunning. Vooral het huisje, met binnenmuren uit gevlochten lemen wanden, is een waardevol bouwkundig relict. Zou het dan toch niet kunnen geïntegreerd worden in de verkaveling?

Kortwoonder

Het landarbeidershuisje - in Kortrijk een 'kortwoondershuisje' genoemd - Roeselaarsestraat 44 in de Kortrijkse deelgemeente Heule, staat zowat 100 meter 'innewaarts', aan een voetweg die door de stad voorbeeldig is geasfalteerd. Wellicht is dat de reden waarom het is ontsnapt aan de aandacht van de Vlaamse erfgoedbewaarders. Het merkwaardige bouwsel is niet opgenomen in de inventaris van onroerend erfgoed. Het is lezer Johan Van Herwegen die mij in een reactie op mijn stuk over de hoeve Te Coucx wees op het unieke van dit bouwkundig erfgoed.

Het unieke van dit huisje is het interieur. De binnenwanden zijn uitgevoerd in een oeroude techniek die in de negentiende eeuw in onbruik is geraakt nadat hij was gedegradeerd tot een bouwmethode voor arme mensen. Het gaat om de leembouw. In plaats van met (bak)stenen te bouwen, maakte men een houten skelet waartussen men takken vlocht die men nadien opvulde en tot een gladde wand maakte met een vochtige brei van aarde (leem en klei). Ik zou niet weten waar er in groot Kortrijk nog gebouwen te vinden zijn in vakleemwerk. In dit huisje zijn de binnenmuren nog in authentiek met leem bestreken takkenvlechtwerk! Ook de eiken balken die het skelet vormen van het huis zijn nog te zien. Waarschijnlijk is dat het enige relict van deze bouwtechniek in het Kortrijkse.

leem3

Voutekamer

Het huisje dateert waarschijnlijk van het einde van de jaren 1700. Op de Kabinetskaart van de Oostenrijkse Nederlanden (de Ferrariskaarten, 1771-1778) staat het niet afgebeeld. Of het zou moeten zijn dat graaf de Ferraris zich een beetje van plaats heeft vergist - er staan wel degelijk een paar diepergelegen gebouwen op zijn kaart ter hoogte van de Roeselaarsestraat. Op de Popp-kaart van 1834 staat het huisje wel. Philippe-Christian Popp maakte voor het jonge België een eerste poging van kadasterkaarten.

Op die Popp-kaart heeft de landelijke woning een duidelijke tweedelige indeling. Die is vandaag nog altijd te merken in de achtergevel. Het best bewaard gebleven rechterdeel van de achtergevel was voorzeker het woongedeelte, dat aan zijn linkerkant boven een halve kelder een voutekamer heeft. Het linkerdeel van het oorspronkelijke gebouw was waarschijnlijk een schuur of stal. Van het brede gat van de poort heeft men, bij een verbouwing van de schuur tot living, een groot venster gemaakt dat uitgeeft op de tuin en het achterliggende bucolische landschap. Tegen de linkerzijgevel van het eenlagige gebouw onder zadeldak is een stalletje gebouwd voor een paar schapen of geiten, en men kan er nog het originele gebinte bewonderen.

leem4

Bokrijk

In de woning zijn ook een paar rug-aan-rug gebouwde monumentale schouwen te zien (met toegemetste open haarden), maar het is de vraag of die authentiek zijn. Die schouwen staan wel onder het enige rookkanaal van het huis. Het dak is bedekt met boerenpannen maar vroeger moet dat stro zijn geweest. Van de nabijgelegen hoeve 't Rijs is geweten dat het stro op het dak pas in 1920 is vervangen door keramische kleipannen.

Aan de voorkant van het erf staat nog een bijgebouwtje (overbuur? schuur? wagenkot?). Ook dat bijgebouwtje is al opgetekend op de Popp-kaart. Huis, bijgebouw en erf zijn afgesloten van de voetweg door een poort waarin een mariakapelletje is verwerkt. Kortom, het is een gebouw is een stuk bouwkundig patrimonium dat een diepgaander onderzoek verdient, en dat het in Bokrijk niet zou misstaan.


Roeselaarsestraat 44 poort

'T Rijs

an diezelfde voetweg tussen de Roeselaarsestraat en de Vlasrootstraat staat ook de hoeve 't Rijs, Roeselaarsestraat 46. De hoeve kreeg die naam na het stopzetten van een gelijknamig cafeetje, Roeselaarsestraat 72. Sinds de jaren twintig van de vorige eeuw werd de hoeve generaties lang uitgebaat door de familie Claerbout. Tot in de jaren tachtig bewerkte de boer zijn land nog met paarden, als laatste in Heule!

rijs2

Ook die hoeve dateert waarschijnlijk van het begin van 1800 of het zou ook hier moeten zijn dat de geografen in dienst van graaf de Ferraris in 1777 de hoeve een beetje dichter bij de Roeselaarsestraat hebben getekend dan het in werkelijkheid was. In elk geval staat de u-vormige hoeve op de Popp-kaart van 1834.

Roeselaarsestraat 46 schuur

De hoeve is veel meer verbouwd dan voormeld huisje met lemen binnenwanden. Haar uitzicht is van begin 1900. Dit gebouwengeheel is wel opgenomen in de officiële Vlaamse Inventaris van het Bouwkundig Erfgoed. Ze wordt als volgt omschreven: "Losse bakstenen bestanddelen gegroepeerd rondom bekiezeld erf. Erfoprit gemarkeerd door ijzeren hek. Ten noorden boerenhuis en ten oosten schuur". Ze is ook opgenomen in het Heulse deel van de reeks 'Landelijk leven en hoevengids Groot Kortrijk' van de auteurs J. Roelstraete, I. Callens, L. Ghilgemyn en C. Decaluwe.

Roeselaarsestraat 46 huis

Sloopvergunning

Voor zowel de hofstede 't Rijs als het landarbeidershuisje heeft het stadsbestuur van Kortrijk op 16 september 2009 een vergunning uitgereikt voor sloping. Bouwpromotor Woningbouw Huyzentruyt wil daar immers zijn verkaveling 't Rijs realiseren. Naar verluidt, is de promotor een inrichtingsstudie aan het maken. Als een van de weinige voorwaarden opgelegd aan de sloper is bepaald dat hij de nodige voorzorgen moet nemen bij de afbraak van de eternit-dakbedekkingen (asbest!).

De verkaveling past in het Gewestelijk Ruimtelijk Uitvoeringsplan (GRUP) 'Afbakening regionaal stedelijk gebied Kortrijk' van 2006. In dat GRUP is het gaaf gebleven landschap met schilderachtige vergezichten op kilometers afstand van het stadscentrum bestempeld als 'zone voor stedelijk wonen'.

Integreren

Spontaan stoort het bovendien dat twee landelijke woningen die op het eerste gezicht nog altijd in goede staat zijn onderhouden, zullen worden afgebroken. De hoeve heeft bovendien een zekere erfgoedwaarde en het landarbeidershuis heeft dat onmiskenbaar nog meer.

Als het mooie landelijk gebied er dan toch moet worden geschonden door een verkaveling, dan zou het toch moeten mogelijk zijn beide stukken bouwkundig erfgoed in die verkaveling te integreren. En het Vlaams Instituut voor Bouwkundig Erfgoed moet dringend eens ter plaatste afstappen om de historische waarde van het kortwoondershuisje te schatten.

Roeselaarsestraat 46

 

13:41 Gepost in Algemeen | Permalink | Commentaren (3) |  Facebook |

07-06-10

De Congoreis van Arthur Clays (1): reizen in 1955

accongo 1

In september-oktober 1955 nam Kortrijk senator Arthur Clays deel aan een reis van de Senaatscommissie voor landsverdediging naar wat toen Belgisch Congo werd genoemd. Reizen naar Congo was in 1955 nog een heel avontuur. Om in de sfeer te komen van de belevenissen van de socialistische senator, begint dit reisfeuilleton met een schets van de toenmalige reisgewoonten. Zo achtte de commissiesecretaris van de Senaatscommissie voor Landsverdediging, G. Wauters, het tot zijn taak de deelnemers een lijst te overhandigen met wat zij aan bagage moesten meehebben. Voor de drie weken in de Afrikaanse hitte raadde hij zijn senatoren aan zich te voorzien van 'zes onderbroeken' en 'zes singlets (camisoles coton absorbant sans manches)'.

Expeditie

In 1955 lanceerde de Toeristische Dienst van Belgisch Congo en Ruanda-Urundi in het 'moederland' een campagne onder het motto: "Breng uw wittebroodsweken in Congo door". Jonggehuwden kregen 10% afslag in de hotels in de kolonie. Op een foto van een zwembad in 'Stanleyville' (thans Kisangani) ligt waarempel een vrouw in bikini aan het azuurblauwe water (in 1955!). Maar zoals alle propaganda gaf de publicatie 'Smiling Congo' van de Toeristische Dienst een vertekend beeld van de  werkelijkheid; Congoreizigers hadden het toen veel minder comfortabel.

De reis werd door de diensten van de Senaat en door gastheer Belgisch Leger voorbereid als ware het een expeditie. "Men gaat niet naar Congo zoals men wilt" noteerde Arthur Clays in zijn reisindrukken. Behalve een internationaal paspoort en visa voor de landen waar men een tussenstop moest doen, kregen de senatoren ook nog eens een 'laissez-passer' van de Staatsveiligheid mee.

Daraprim

De medische voorbereiding was nauwgezet. Dr. P. De Brauwere, directeur van het Medisch Koloniaal Centrum van het Ministerie van Koloniën nam geen risico's. De heren senatoren werden verzocht "gezien de vermoeiende reis per vliegtuig en vooral de zeer zware physische inspanning die de Missie in Congo zal vergen" voor het vertrek minstens acht dagen volledige rust te nemen. Bij aankomst in de kolonie wilde de dokter het gezelschap nog eens een volledige dag rust opleggen, maar die aanbeveling is in de wind geslagen.

De reizigers moesten vooreerst een medisch onderzoek laten gebeuren in het Koloniaal Medisch Centrum (Naamsestraat 20 in Brussel). En bovendien moesten zij een verklaring halen bij hun huisarts ter bevestiging dat hun gezondheidstoestand goed genoeg was voor deze lange reis in tropische streken. Senator Clays ondernam een pging om te ontsnappen aan het geneeskundig onderzoek in Brussel. Hij had geen tijd, schreef hij aan dokter De Brauwere. Maar er viel niet aan te ontsnappen. Hij moest alleen niet naar het Koloniaal Medisch Centrum als hij getuigschriften kon voorleggen waaruit bleek dat hij in de voorbije drie jaar was ingeënt tegen koepokken en in de voorbije zes jaar tegen 'gele koorts'. Die attesten had Arthur Clays niet.

Tegen de malaria kreeg het reisgezelschap - "wat ook het advies daarover moge wezen van kolonialen en van geneesheren die in Congo verblijven" - de raad altijd onder een muskietennet te slapen. De commissiesecretaris kreeg een voorraad pillen Daraprim mee; twee maal een 'comprimé' per week te nemen tot drie weken na de terugkeer in België.

Dr. De Brauwere kende overigens zijn pappenheimers goed. Doe niet stoer, was de strekking van volgende raadgeving: "Wat ook het advies van sommige kolonialen moge wezen, is het noodzakelijk dat de personen die niet gewoon zijn aan het verblijf onder de tropen, de tropenhelm of een zware vilten hoed te dragen". Op de meeste foto's van de reis staat Arthur Clays evenwel met zijn 'tropenhelm laag model' in de hand.

Eten en drinken

De hoofddokter besloot zijn aanbevelingen met volgende vrome wens: "Het is bekend dat de koloniale kringen zeer gastvrij zijn; dit feit heeft ook zijn schaduwzijde en is soms oorzaak van gezondheidsstoornissen. De Heren Senatoren zullen dan ook best te veelvuldig en te overvloedig eten en drinken vermijden". Niettemin heeft onze senator op zijn reis van drie weken niet minder dan dertien culinaire invitaties moeten afwerken.

In het Congoreis-archiefje van Arthur Clays zit een menu dat hem bijzonder heeft gesmaakt, een diner in het Mangrovehotel in Moanda (in de delta van de Congostroom). De senator van heel eenvoudige komaf omschrijft het menu zakelijk als "goede Congolese vis en fijne antilope". Het was:

Le Consommé Royal
-0-
Le Korvina du fleuve à l'Escavèche tartare
(Chateau Latour Blanche 1939)
-0-
La Gigue d' Antilope
Sauce Diane
Belle-reinettes argentées
Pommes Pailles
(Maçon Supérieur 1947)
-0-
Le Plateau de fromage
Mont d'Or
-0-
La Dame-Blanche Chantilly
-0-
Moka

Palm Beach

De Quaestuur van de Senaat bezorgde de reisdeelnemers een "lijst van de persoonlijke uitrustingsvoorwerpen welke best kunnen worden meegenomen". Niets schetst beter de nogal spartaanse maar toch ook koloniaal-elitaire reisomstandigheden dan dat lijstje. Ik geef het dan ook integraal:


- Een lichte regenjas (nuttig voor het vliegtuig; komt van pas 's avonds in Katanga en eventueel te Stanleystad). Een lichte halsdoek.
- Een gekleed pak in Palm Beach (jas + broek).
- Een zeer lichte flanellen broek (sportmodel).
- Een lichte wollen reis- en sportjas.
- Een khaki linnen sportbroek.
- Een paar lichtbruine molières (golfmodel).
- Drie witte Lacoste-hemden in cellular-weefsel (eventueel in orlon of dergelijk luchtdoorlatend weefsel).
- Vier soepele witte popeline-hemden met vaste boord en lange mouwen.
- Twee hemden in khaki-linnen (legertype).
- Enkele zomerdassen.
- Een tropenhelm (laag model).
- Een slip-over (pull-over zonder mouwen).
- Acht paar lichte katoenen sokken (wit of beige).
- Drie paar gekleurde katoenen sokken (voor recepties).
- Zes onderbroeken.
- Zes singlets [in 't Frans: camisoles coton absorbant sans manches].
- Zakdoeken.
- Een broekriem.
- Zonnebril.

In een nota bene werd daaraan toegevoegd dat de senatoren verscheidene van die 'uitrustingsgoederen' konden bekomen in de Centrale Legercantine. Onze senator ging evenwel het grootste deel van zijn plunje inslaan in de 'Grande Maison du Congo', de kolonialenwinkel bij uitstek in de Jonkerstraat in Brussel (pas enkele jaren geleden opgedoekt). Hij kocht er voor zowat 5000 Belgische frank kleren. Het duurste stuk was een 'gekleed pak in Palm Beach', 1260 frank, op maat gemaakt.

accongo 1008

DC-4 en DC-5

Overigens mochten de reizigers slechts 50 kg reisgoed meenemen en een "aktentas" waarin toiletgerief en pijama kon gestopt worden. Bij de verplaatsing tussen Luluaburg (thans Kananga) en Elisabethstad (thans Lubumbashi) speelde senator Clays zijn 50 kg reisgoed kwijt. Bij het inladen op luchthaven werd het in een verkeerd toestel gestoken.

Heen- en terugreis gebeurde in een DC-4 van het leger. In Congo en Ruanda-(B)Urundi werd afwisselend het vliegtuig (DC-3) en de wagen genomen. De DC-4 is het beroemde viermotorig (schroeven) verkeersvliegtuig van Douglas Aircraft Company, dat in Wereldoorlog II door de Amerikanen massaal is ingezet voor troepenbewegingen. Het kon een vijftigtal passagiers vervoeren. De DC-3 was de voorloper van de DC-4 en had een dertigtal zitplaatsen. De DC-3 is ontworpen met een staartwiel en stond daarom schuin met opgerichte neus op de landingsbaan. De DC-4 had daarentegen een fors neuswiel, waardoor het toestel volledig horizontaal op zijn wielen stond.

accongo 1001

Comfort: 3 x 0

De toestellen waarmee de senaatsdelegatie vloog, waren legervliegtuigen. Het comfort was berekend op de verplaatsing van troepen en legermateriaal en dus minimaal. In het archief van Congoreiziger Clays zit een vluchtfiche van boordkapitein Verheughe die moest worden doorgegeven aan de passagiers. Arthur Clays heeft die fiche meegenomen en heeft er volgend kattenbelletje aan vastgeniet: "Comfort drie keer niets. Stoeltjes in aluminium (bedoeld voor de para's?)! Achter een schuifgordijn 8 ton munitie!! Hallo huidige verwende kinderen!". 

Toen het gezelschap op 4 oktober 1955 in Elisabethstad (Lubumbashi) in de klaarstaande DC-3 wilde stappen, mocht dat plots niet. Er was een serieus lek in de benzinetank vastgesteld. Even dacht men het ambtsvliegtuig van de gouverneur-generaal van Belgisch Congo te lenen. Maar ook dat ging niet. De piloot was immers de vorige avond verdronken in het zwembad van de Lido (ontspanningspark). Dan maar een ticket gekocht van een Sabena-lijntoestel (3.840 Belgische frank), maar zelfs dat mislukte omdat het toestel niet kon landen in een plotselinge dichte mist.

accongo 1005

Een keer mochten de ouderdomsdekens van het gezelschap, de socialistische senatoren Clays en Edgar Missiaen (van Ieper) mee met de helicopter. Dat gebeurt op 30 september bij een verplaatsing van Kamina naar Kiboli.

accongo 1006

Luchtzakken

Om van Brussel naar Leopoldstad (Kinshasa) te vliegen, had de DC-4 niet minder dan 25 uur nodig. Het toestel realiseerde een snelheid van 345 km per uur. Er waren tussenstops in Tripolis (Lybië) en Kano (Nigeria). Op de terugweg, vanaf 11 oktober, brengt de delegatie nog een ontspannend blitzbezoek aan Egypte, na een tussenstop in Kartoem (Soedan) waarbij van  Arthur "het zweet gutst over gans het lichaam". De temperatuur in Kartoen is niet minder dan 50°C (43°C in de schaduw). Onderweg geraakt de DC-4 dan nog in een tropische storm; alle inzittenden moeten zich vastbinden om de hevige schokken en luchtzakken te doorstaan.

En als men op 12 oktober naar Brussel vliegt, kan men daar niet landen wegens dichte mist. Er was die dag trouwens een ander toestel neergestort. Na een niet voorzien nachtje Parijs (vliegveld Orly) zien de senatoren pas op 13 oktober hun wachtende familieleden weer in Melsbroek.

Rijkunsten

Wie verwacht dat de verplaatsingen per wagen een nog groter avontuur waren in die tijd, heeft niet helemaal gelijk. Arthur Clays zelf prijst de kwaliteit van het hoofdwegennet in de kolonie: "Een beste zorg is aan de banen besteed". Hij is aangenaam verrast door de rijkunsten van de inlandse chauffeurs - die hij steevast 'negers' noemt maar zonder enige laatdunkende bijklank.

accongo 1002

Op 9 oktober geraakt zijn wagen, die hij moest delen met de Waalse senator Hubert Rassart (socialist), betrokken in een accident. Er wordt een fietsende 'neger' omvergereden. "Hij was in fout". Het blijkt dat het slachtoffer te gehaast was om tijdig op een trouwfeest te kunnen arriveren. Het geval werd opgelost door de fietser een brief van 1000 Belgische frank in de pollen te duwen.

accongo 1007

Neger met lans

Spannender waren de autoritten in het Nationaal Park Albert. Een safari in dat uitgestrekte wildreservaat was toen geen tochtje voor dierenvrienden. Zo noteert Clays vanuit zijn terreinwagen: "In de Sembiki-rivier zijn de Nijlpaarden talrijk. Maar er zijn er veel doodgeschoten".  Op een bepaald moment wordt de wagen van de conservator voor de ogen van de delegatie bestormd door een van die mastodonten.

Tegen de avond geraakt een van de auto's vast in het slijk, in volle duisternis, in het midden van het Park vol wilde dieren. Een van de wagens wordt naar de dichtstbijzijnde nederzetting gestuurd "om krachtwagens en negers". Het ware bange ogenblikken, besluit onze senator, bij de herinnering van een "reuzenolifant" die op twee meter van zijn voertuig passeerde. Die nacht moet men noodgedwongen doorbrengen in een "negerhut" in Rwindi. Om zich wat op te frissen, krijgen de Belgische hoge gasten een collectieve bassin toegewezen. 's Nachts wordt de hut bewaakt door "een neger met lans want wij zijn midden in het oerwoud".

accongo 2008

Overigens is Arthur Clays best tevreden met de hotels waarin het gezelschap doorgaans wordt gelogeerd. Zo beschrijft het arbeiderskind Hotel Leopold II in Elisabethstad als "een waarlijk prachtig hotel met alle mogelijke comfort, waar ik voor de eerste keer in mijn leven meemaak hoe men zijn schoenen in een opening moet stoppen waarna men ze 's anderendaags gepoetst terugkrijgt".

Mobulu

Ergens in de voorbereiding van zijn reis had autodidact Arthur Clays opgeraapt dat er in Congo vier inlandse talen werden gesproken. Hij somde ze in zijn reisindrukken op: het Kiswahili (waarvan het Kingwana een belangrijk dialect is), het Tshiluba (door hem ook Kiluba genoemd), het Kikango - Kikongo bedoelt hij - (in de toenmalige Portugese enclave ook Fiote genoemd), en het Lingala - de taal van Kinshasa en andere stedelijke agglomeraties die dictator Mobutu wou promoveren tot eenheidstaal.

accongo 1003

In Leopoldstad (Kinshasa) schafte onze senator zich waarempel een woordenboek Nederlands-Lingala-Frans aan. Een werk samengesteld in 1953 door de heer E. Blavier in samenwerking met de zwarte gegradueerden M. Aze, eerste sergeant-majoor van de Weermacht (inlands leger - Force Publique), en P. Maduku, sergeant-rekenplichtige van de Weermacht.

De drietalige dictionnaire was onmiskenbaar vooral voor koloniaal militair gebruik geschreven. Woorden als tosa/gehoorzamen/obéir, kata (ook kweisa)/neervellen/abattre en mobulu/onlusten/trouble ontbraken niet in de nogal beperkte lijst. Maar voor de politieke analyse van de Congo-reis van Arthur Clays verwijs ik naar de afleveringen die nog komen.

Zie ook het duidingsstukje dat eerder verscheen.

accongo 1004

13:23 Gepost in Algemeen | Permalink | Commentaren (2) |  Facebook |

02-06-10

Kortrijks stadsbestuur Don Quichot achterna!

Abdijmolen Marke1

Het stadsbestuur van Kortrijk weigert aan de eigenaars van een villa in Bellegem een vergunning voor de installatie van een windmolentje op hun garage. Nochtans waren de adviezen van de Vlaamse administratie eensluidend positief. En het openbaar onderzoek bij de buren leverde geen enkel bezwaar op. Het stadsbestuur is bang van "een wildgroei van dergelijke inplantingen". Op aangeven van de intercommunale Leiedal besliste het stadsbestuur eerder (schepencollege van 10 juni 2009) alle kleine windturbines in woon- en landbouwgebieden 'voorlopig te weigeren'. Leiedal ziet immers alleen heil in mastodontmolens zoals de vier Daltonbrothers op het Evolispark aan de E17. Tja, veel particuliere windmolens zouden wel es een bedreiging kunnen vormen voor de grote elektriciteitsmaatschappijen. En dan maar zeggen dat men bezorgd is om de opwarming van de aarde als men tegelijk zoals Don Quichot in La Mancha ten strijde trekt tegen onschadelijke energiesystemen zoals windmolens...

Kyoto

De eigenares van een landelijke woning in de Labroyestraat in de Kortrijkse deelgemeente Bellegem vroeg aan het stadsbestuur een vergunning voor het plaatsen van een windmolen(tje) en voor het vellen van kaprijpe populieren. Voor die bomen, die op zowat 160 meter van de vrijstaande woning staan, is er geen probleem. Ze mogen omgehakt worden op voorwaarde van een heraanplanting met 'streekeigen bomen'. Met de windmolen wou de eigenares haar eigen elektriciteit opwekken: een staak van 6,5 meter waarop wieken draaien van 80 cm. Die molen wou zij bouwen bovenop haar garage (6,3 meter), wat de hoogte van de installatie op 13,6 meter zou brengen.

Het stadsbestuur weigert een vergunning voor dat al bij al bescheiden molentje. Reden: de Kyoto-doelstellingen moeten volgens het stadsbestuur "vooral met de grote windturbines gehaald worden". Dat standpunt is gebaseerd op een eerdere stellingname (schepencollege van 10 juni 2009), geïnspireerd door de intercommunale Leiedal.

Weigerachtig

Leiedal formuleerde een 'streekstandpunt', dat zonder opmerkingen door de aangesloten gemeenten werd aanvaard. Of hoe over belangrijke dossiers niet door de verkozen vertegenwoordigers van de bevolking maar door een eenzijdig gekleurd cenakel wordt beslist. In dat standpunt staat : "De regio Kortrijk staat positief ten opzichte van duurzame vormen van energievoorziening en in het bijzonder de windenergie. [...] De regio Kortrijk engageert zich op dit gebied zeer uitdrukkelijk". Intussen is dat 'uitdrukkelijke engagement' beperkt gebleven tot de installatie van vier reuzengrote windturbines - de Daltonbrothers - op het hoogwaardige bedrijventerrein Evolis.

Leiedal, met het Kortrijkse stadsbestuur in zijn zog, staat uiterst weigerachtig tegenover particuliere windmolens. De intercommunale wil hoogstens enkele proefopstellingen van kleinere windturbines dulden op bedrijventerreinen, handelscentra, transportzones, grote recreatieve voorzieningen, havengebieden, sportstadia, op- en afritten van autostrades, spoorwegsites, beurshallen en dergelijke meer. Maar in woongebieden en landbouwzones moeten die groenestroominstallaties "voorlopig" worden geweigerd. Men is vooral bang van de 'visuele impact'. Nu, of een draaiende molen mooi of lelijk is, hangt af van persoon tot persoon, en wat vandaag als storend in het landschap wordt ervaren door sommigen, kan morgen bezien worden als een interessante aanvulling van dat landschap.

Schoonheid

Het landschap in kwestie is het golvende gebied tussen Bellegembos en het Beerbos. Volgens het gewestplan gaat het om 'landschappelijk waardevol agrarisch gebied'. In agrarische gebieden zijn in principe alleen gebouwen toegelaten die te maken hebben met het bedrijf en de huisvesting van de landbouwers. Maar op die plek staan sinds altijd en sinds lang voor de goedkeuring van het gewestplan ook gewone woningen. Daarvoor geldt dan de regeling van de zonevreemde woningen.

In agrarische gebieden die erkend zijn als 'landschappelijk waardevol' gelden beperkingen om het landschap te beschermen. Bouwwerken kunnen er slechts als zij 'de schoonheidswaarde van het landschap niet in gevaar brengen'. Dat principe vormde overigens geen beletsel voor bijvoorbeeld de bouw van een mastodont zoals het fusieziekenhuis AZ Groeninge in het 'landschappelijk waardevol agrarisch gebied' ten zuiden van de E17. En natuurlijk is de vraag of draaiende wieken die niet langer zijn dan een mensenarm de schoonheid van het landschap in de Labroyestraat schenden.

Geuzenhoek

De Labroyeweg staat in Bellegem bekend als de Geuzenhoek. Indertijd hebben zich daar, zoals op enkele andere afgelegen locaties ten zuiden van Kortrijk, een aantal protestantse families teruggetrokken. Een monumentale hoeve in de landelijke straat draagt trouwens de naam Geuzenhof (Labroyestraat 17).

Alvast de buren zijn niet van mening dat het gewenste molentje hun woonomgeving verlelijkt. Bij het openbaar onderzoek kwam geen enkel bezwaar van de omwonenden binnen. Meer zelfs: ook de Vlaamse adviesinstanties kantten zich geenszins tegen de aanvraag. Het advies van het Departement Landbouw en Visserij is onomwonden gunstig. Het advies van het Agenschap voor Natuur en Bos valt evenmin over de molen. Wel stelt dat laatste agentschap enkele voorwaarden met betrekking tot het heraanplanten van streekeigen bomen na het omhakken van de huidige elf. Het stadsbestuur legt die adviezen zonder commentaar naast zich neer.

Autonomie

Leiedal achternalopend poogt het stadsbestuur de verantwoordelijkheid voor zijn weigerachtige houding tegenover particuliere windmolens af te schuiven op de Vlaamse overheid. Dat is ten onrechte. De Vlaamse overheid is van mening dat kleinschalige windturbines niet centraal moeten worden geregeld maar dat zij behoren tot de 'gemeentelijke autonomie'. In de provincie Oost-Vlaanderen stimuleert de overheid trouwens particuliere initiatieven van windenergie.

slagschaduw

23:30 Gepost in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

01-06-10

De Congoreis van Kortrijks senator Arthur Clays - een feuilleton - aflevering 0

ac kongo 1955 1

Naar aanleiding van de vijftigste verjaardag van de onafhankelijkheid van Congo publiceert Kortrijklinksbekeken een exclusief reisverslag van de Kortrijkse senator J. Arthur Clays, die in 1955 toenmalig Belgisch-Congo bezocht. Het wordt een feuilleton in zes afleveringen, dat zal verschijnen in een wekelijkse frequentie. Het feuilleton is gebaseerd op het originele reisverslag van de socialistische senator en wordt geïllustreerd met zijn eigen foto's. Merkwaardig hoe men toen, vijf jaar voor de wegen van België en zijn kolonie uiteen gingen, nog niet het minste besef had van de dramatische gebeurtenissen die komende waren. Maar hoewel Arthur Clays niet ontsnapte aan de algemene opvattingen over de Afrikaanse kolonie, gaf hij op zijn expeditie toch volop zijn ogen de kost en spaarde hij zijn kritiek niet op de uitbuiting en de discriminatie die hij waarnam.

Congoweg

Op 30 juni 2010 is het vijftig jaar geleden dat Congo onafhankelijk werd. Kortrijk heeft wel een onooglijk Leopold II-laantje, weggedoken achter het park van deelgemeente Heule, maar geen monument zoals in Oostende waar de koning-rubberboer wordt geëerd voor zijn - bloedige - inspanningen om België een Afrikaanse kolonie toe te spelen.

Kortrijk heeft wel een Congoweg, een doodlopend zijstraatje van de Zandstraat - nu vooral gebruikt door fietsers als onderdeel van het Guldenspoorpad - leidend naar ettelijke hectaren spoorterreinen. Vroeger was daar de 'Congostatie', het goederen- en rangeerstation van Kortrijk. Die spoorweginfrastructuur werd ingericht in 1883. Op dat moment was daar in de Zandstraat de herberg Au Congo. Zelfs in zijn standaardwerk 'Het herbergleven in Kortrijk', kan Egied Van Hoonacker niet zeggen of het station genoemd is naar het café of omgekeerd.

J. Arthur Clays

Ik wilde al langer iets Kortrijks publiceren over Congo, maar van enige nauwe band tussen de Groeningestad en de (ex-)kolonie is niet veel te vinden. Of ik zou het moeten hebben over CVP-politicus Andries Dequae, die van 1950 tot 1954 minister van Koloniën was. Niets in Kortrijk dat daaraan herinnert. Maar toen kreeg ik van Geraard Clays, zoon van de socialistische senator en gemeenteraadslid, een groot karton uit het archief van zijn vader. En daarin stak een schat aan documenten, foto's en ooggetuigeverslagen over de Congo-reis van een delegatie van de commissie voor Landsverdediging van de Senaat, van donderdag 22 september 1955 tot vrijdag 14 oktober 1955.

Arthur Clays heette eigenlijk Jozef Arthur Clays, maar om het onderscheid te maken met zijn vader werd zijn tweede voornaam zijn roepnaam. Hij werd geboren op 25 februari 1893 als oudste uit een gezin van acht kinderen. Hij was nog geen elf jaar toen hij al naar de fabriek moest om te werken voor zijn straatarme familie. Het was daar dat hij die andere socialistische pionier leerde kennen, Jozef Coole.

Het clevere arbeiderskind-kindarbeider werd al ras militant van de jonge socialistische beweging in Kortrijk en hij kon met bijscholing zich opwerken tot afdelingssecretaris van de Belgische Werkliedenpartij en tot bediende bij de Federatie de Vakbonden. Hij deed op 11 april 1927 zijn intrede in de gemeenteraad. In 1932 werd hij plaatsvervangend volksvertegenwoordiger en op 24 mei 1932 senator voor Kortrijk-Ieper. Hij bleef in de hoge vergadering tot 1961.

Congo-reis

De Congo-reis waar Arthur Clays aan deelnam, was amper enkele weken na de beroemde Congo-reis van koning Boudewijn - de 'Bwana Kitoko-reis' (mooie heer), een propaganda-operatie zonder weerga van de Belgische kolonisator. Niets kon toen laten vermoeden dat het enthousiasme van de inheemse bevolking enkele luttele jaren volledig zou verdrongen worden door een streven naar onafhankelijkheid en zelfbeschikking.

Behalve zijn eigen opgeschreven reisindrukken en foto's, bevat de archiefdoos ook heel wat documentatie die autodidact Arthur Clays  leergierig had verzameld en zorgvuldig heeft gespaard. Daarin steken ook documenten die de Kortrijkse Congo-reiziger alleen kon bekomen dank zij zijn parlementair controlerecht. Zo bijvoorbeeld een ultra geheim rapport van de Staatsveiligheid over de toestand van de kolonie in 1955.

Reisindrukken

Stof genoeg dus voor een zestal reportages, die hier van nu tot 30 juni 2010 zullen worden gepubliceerd. De foto's die hierbij worden gebruikt, zijn nooit eerder gepubliceerd. Arthur Clays zelf verwerkte zijn reisindrukken in een voordracht met 'lichtbeelden' waarmee hij een succesvolle tournee maakte naar verschillende afdelingen van zijn partij. 

De Kortrijkse senator beëindigde zijn voordracht steevast met volgende beschouwing: "Ik zag een groot deel van de wereld. Het was een reis van wonderen en emoties, doch ook van ontdekking der bittere ellende, grote rijkdom en bittere armoede waaronder miljoenen mensen lijden en slechter leven dan dieren en strijden tegen de natuur en tegen de uitbuiting van de grote meesters om in leven te kunnen blijven."

ac kongo 1955 1001

23:54 Gepost in Algemeen | Permalink | Commentaren (2) |  Facebook |