07-06-10

De Congoreis van Arthur Clays (1): reizen in 1955

accongo 1

In september-oktober 1955 nam Kortrijk senator Arthur Clays deel aan een reis van de Senaatscommissie voor landsverdediging naar wat toen Belgisch Congo werd genoemd. Reizen naar Congo was in 1955 nog een heel avontuur. Om in de sfeer te komen van de belevenissen van de socialistische senator, begint dit reisfeuilleton met een schets van de toenmalige reisgewoonten. Zo achtte de commissiesecretaris van de Senaatscommissie voor Landsverdediging, G. Wauters, het tot zijn taak de deelnemers een lijst te overhandigen met wat zij aan bagage moesten meehebben. Voor de drie weken in de Afrikaanse hitte raadde hij zijn senatoren aan zich te voorzien van 'zes onderbroeken' en 'zes singlets (camisoles coton absorbant sans manches)'.

Expeditie

In 1955 lanceerde de Toeristische Dienst van Belgisch Congo en Ruanda-Urundi in het 'moederland' een campagne onder het motto: "Breng uw wittebroodsweken in Congo door". Jonggehuwden kregen 10% afslag in de hotels in de kolonie. Op een foto van een zwembad in 'Stanleyville' (thans Kisangani) ligt waarempel een vrouw in bikini aan het azuurblauwe water (in 1955!). Maar zoals alle propaganda gaf de publicatie 'Smiling Congo' van de Toeristische Dienst een vertekend beeld van de  werkelijkheid; Congoreizigers hadden het toen veel minder comfortabel.

De reis werd door de diensten van de Senaat en door gastheer Belgisch Leger voorbereid als ware het een expeditie. "Men gaat niet naar Congo zoals men wilt" noteerde Arthur Clays in zijn reisindrukken. Behalve een internationaal paspoort en visa voor de landen waar men een tussenstop moest doen, kregen de senatoren ook nog eens een 'laissez-passer' van de Staatsveiligheid mee.

Daraprim

De medische voorbereiding was nauwgezet. Dr. P. De Brauwere, directeur van het Medisch Koloniaal Centrum van het Ministerie van Koloniën nam geen risico's. De heren senatoren werden verzocht "gezien de vermoeiende reis per vliegtuig en vooral de zeer zware physische inspanning die de Missie in Congo zal vergen" voor het vertrek minstens acht dagen volledige rust te nemen. Bij aankomst in de kolonie wilde de dokter het gezelschap nog eens een volledige dag rust opleggen, maar die aanbeveling is in de wind geslagen.

De reizigers moesten vooreerst een medisch onderzoek laten gebeuren in het Koloniaal Medisch Centrum (Naamsestraat 20 in Brussel). En bovendien moesten zij een verklaring halen bij hun huisarts ter bevestiging dat hun gezondheidstoestand goed genoeg was voor deze lange reis in tropische streken. Senator Clays ondernam een pging om te ontsnappen aan het geneeskundig onderzoek in Brussel. Hij had geen tijd, schreef hij aan dokter De Brauwere. Maar er viel niet aan te ontsnappen. Hij moest alleen niet naar het Koloniaal Medisch Centrum als hij getuigschriften kon voorleggen waaruit bleek dat hij in de voorbije drie jaar was ingeënt tegen koepokken en in de voorbije zes jaar tegen 'gele koorts'. Die attesten had Arthur Clays niet.

Tegen de malaria kreeg het reisgezelschap - "wat ook het advies daarover moge wezen van kolonialen en van geneesheren die in Congo verblijven" - de raad altijd onder een muskietennet te slapen. De commissiesecretaris kreeg een voorraad pillen Daraprim mee; twee maal een 'comprimé' per week te nemen tot drie weken na de terugkeer in België.

Dr. De Brauwere kende overigens zijn pappenheimers goed. Doe niet stoer, was de strekking van volgende raadgeving: "Wat ook het advies van sommige kolonialen moge wezen, is het noodzakelijk dat de personen die niet gewoon zijn aan het verblijf onder de tropen, de tropenhelm of een zware vilten hoed te dragen". Op de meeste foto's van de reis staat Arthur Clays evenwel met zijn 'tropenhelm laag model' in de hand.

Eten en drinken

De hoofddokter besloot zijn aanbevelingen met volgende vrome wens: "Het is bekend dat de koloniale kringen zeer gastvrij zijn; dit feit heeft ook zijn schaduwzijde en is soms oorzaak van gezondheidsstoornissen. De Heren Senatoren zullen dan ook best te veelvuldig en te overvloedig eten en drinken vermijden". Niettemin heeft onze senator op zijn reis van drie weken niet minder dan dertien culinaire invitaties moeten afwerken.

In het Congoreis-archiefje van Arthur Clays zit een menu dat hem bijzonder heeft gesmaakt, een diner in het Mangrovehotel in Moanda (in de delta van de Congostroom). De senator van heel eenvoudige komaf omschrijft het menu zakelijk als "goede Congolese vis en fijne antilope". Het was:

Le Consommé Royal
-0-
Le Korvina du fleuve à l'Escavèche tartare
(Chateau Latour Blanche 1939)
-0-
La Gigue d' Antilope
Sauce Diane
Belle-reinettes argentées
Pommes Pailles
(Maçon Supérieur 1947)
-0-
Le Plateau de fromage
Mont d'Or
-0-
La Dame-Blanche Chantilly
-0-
Moka

Palm Beach

De Quaestuur van de Senaat bezorgde de reisdeelnemers een "lijst van de persoonlijke uitrustingsvoorwerpen welke best kunnen worden meegenomen". Niets schetst beter de nogal spartaanse maar toch ook koloniaal-elitaire reisomstandigheden dan dat lijstje. Ik geef het dan ook integraal:


- Een lichte regenjas (nuttig voor het vliegtuig; komt van pas 's avonds in Katanga en eventueel te Stanleystad). Een lichte halsdoek.
- Een gekleed pak in Palm Beach (jas + broek).
- Een zeer lichte flanellen broek (sportmodel).
- Een lichte wollen reis- en sportjas.
- Een khaki linnen sportbroek.
- Een paar lichtbruine molières (golfmodel).
- Drie witte Lacoste-hemden in cellular-weefsel (eventueel in orlon of dergelijk luchtdoorlatend weefsel).
- Vier soepele witte popeline-hemden met vaste boord en lange mouwen.
- Twee hemden in khaki-linnen (legertype).
- Enkele zomerdassen.
- Een tropenhelm (laag model).
- Een slip-over (pull-over zonder mouwen).
- Acht paar lichte katoenen sokken (wit of beige).
- Drie paar gekleurde katoenen sokken (voor recepties).
- Zes onderbroeken.
- Zes singlets [in 't Frans: camisoles coton absorbant sans manches].
- Zakdoeken.
- Een broekriem.
- Zonnebril.

In een nota bene werd daaraan toegevoegd dat de senatoren verscheidene van die 'uitrustingsgoederen' konden bekomen in de Centrale Legercantine. Onze senator ging evenwel het grootste deel van zijn plunje inslaan in de 'Grande Maison du Congo', de kolonialenwinkel bij uitstek in de Jonkerstraat in Brussel (pas enkele jaren geleden opgedoekt). Hij kocht er voor zowat 5000 Belgische frank kleren. Het duurste stuk was een 'gekleed pak in Palm Beach', 1260 frank, op maat gemaakt.

accongo 1008

DC-4 en DC-5

Overigens mochten de reizigers slechts 50 kg reisgoed meenemen en een "aktentas" waarin toiletgerief en pijama kon gestopt worden. Bij de verplaatsing tussen Luluaburg (thans Kananga) en Elisabethstad (thans Lubumbashi) speelde senator Clays zijn 50 kg reisgoed kwijt. Bij het inladen op luchthaven werd het in een verkeerd toestel gestoken.

Heen- en terugreis gebeurde in een DC-4 van het leger. In Congo en Ruanda-(B)Urundi werd afwisselend het vliegtuig (DC-3) en de wagen genomen. De DC-4 is het beroemde viermotorig (schroeven) verkeersvliegtuig van Douglas Aircraft Company, dat in Wereldoorlog II door de Amerikanen massaal is ingezet voor troepenbewegingen. Het kon een vijftigtal passagiers vervoeren. De DC-3 was de voorloper van de DC-4 en had een dertigtal zitplaatsen. De DC-3 is ontworpen met een staartwiel en stond daarom schuin met opgerichte neus op de landingsbaan. De DC-4 had daarentegen een fors neuswiel, waardoor het toestel volledig horizontaal op zijn wielen stond.

accongo 1001

Comfort: 3 x 0

De toestellen waarmee de senaatsdelegatie vloog, waren legervliegtuigen. Het comfort was berekend op de verplaatsing van troepen en legermateriaal en dus minimaal. In het archief van Congoreiziger Clays zit een vluchtfiche van boordkapitein Verheughe die moest worden doorgegeven aan de passagiers. Arthur Clays heeft die fiche meegenomen en heeft er volgend kattenbelletje aan vastgeniet: "Comfort drie keer niets. Stoeltjes in aluminium (bedoeld voor de para's?)! Achter een schuifgordijn 8 ton munitie!! Hallo huidige verwende kinderen!". 

Toen het gezelschap op 4 oktober 1955 in Elisabethstad (Lubumbashi) in de klaarstaande DC-3 wilde stappen, mocht dat plots niet. Er was een serieus lek in de benzinetank vastgesteld. Even dacht men het ambtsvliegtuig van de gouverneur-generaal van Belgisch Congo te lenen. Maar ook dat ging niet. De piloot was immers de vorige avond verdronken in het zwembad van de Lido (ontspanningspark). Dan maar een ticket gekocht van een Sabena-lijntoestel (3.840 Belgische frank), maar zelfs dat mislukte omdat het toestel niet kon landen in een plotselinge dichte mist.

accongo 1005

Een keer mochten de ouderdomsdekens van het gezelschap, de socialistische senatoren Clays en Edgar Missiaen (van Ieper) mee met de helicopter. Dat gebeurt op 30 september bij een verplaatsing van Kamina naar Kiboli.

accongo 1006

Luchtzakken

Om van Brussel naar Leopoldstad (Kinshasa) te vliegen, had de DC-4 niet minder dan 25 uur nodig. Het toestel realiseerde een snelheid van 345 km per uur. Er waren tussenstops in Tripolis (Lybië) en Kano (Nigeria). Op de terugweg, vanaf 11 oktober, brengt de delegatie nog een ontspannend blitzbezoek aan Egypte, na een tussenstop in Kartoem (Soedan) waarbij van  Arthur "het zweet gutst over gans het lichaam". De temperatuur in Kartoen is niet minder dan 50°C (43°C in de schaduw). Onderweg geraakt de DC-4 dan nog in een tropische storm; alle inzittenden moeten zich vastbinden om de hevige schokken en luchtzakken te doorstaan.

En als men op 12 oktober naar Brussel vliegt, kan men daar niet landen wegens dichte mist. Er was die dag trouwens een ander toestel neergestort. Na een niet voorzien nachtje Parijs (vliegveld Orly) zien de senatoren pas op 13 oktober hun wachtende familieleden weer in Melsbroek.

Rijkunsten

Wie verwacht dat de verplaatsingen per wagen een nog groter avontuur waren in die tijd, heeft niet helemaal gelijk. Arthur Clays zelf prijst de kwaliteit van het hoofdwegennet in de kolonie: "Een beste zorg is aan de banen besteed". Hij is aangenaam verrast door de rijkunsten van de inlandse chauffeurs - die hij steevast 'negers' noemt maar zonder enige laatdunkende bijklank.

accongo 1002

Op 9 oktober geraakt zijn wagen, die hij moest delen met de Waalse senator Hubert Rassart (socialist), betrokken in een accident. Er wordt een fietsende 'neger' omvergereden. "Hij was in fout". Het blijkt dat het slachtoffer te gehaast was om tijdig op een trouwfeest te kunnen arriveren. Het geval werd opgelost door de fietser een brief van 1000 Belgische frank in de pollen te duwen.

accongo 1007

Neger met lans

Spannender waren de autoritten in het Nationaal Park Albert. Een safari in dat uitgestrekte wildreservaat was toen geen tochtje voor dierenvrienden. Zo noteert Clays vanuit zijn terreinwagen: "In de Sembiki-rivier zijn de Nijlpaarden talrijk. Maar er zijn er veel doodgeschoten".  Op een bepaald moment wordt de wagen van de conservator voor de ogen van de delegatie bestormd door een van die mastodonten.

Tegen de avond geraakt een van de auto's vast in het slijk, in volle duisternis, in het midden van het Park vol wilde dieren. Een van de wagens wordt naar de dichtstbijzijnde nederzetting gestuurd "om krachtwagens en negers". Het ware bange ogenblikken, besluit onze senator, bij de herinnering van een "reuzenolifant" die op twee meter van zijn voertuig passeerde. Die nacht moet men noodgedwongen doorbrengen in een "negerhut" in Rwindi. Om zich wat op te frissen, krijgen de Belgische hoge gasten een collectieve bassin toegewezen. 's Nachts wordt de hut bewaakt door "een neger met lans want wij zijn midden in het oerwoud".

accongo 2008

Overigens is Arthur Clays best tevreden met de hotels waarin het gezelschap doorgaans wordt gelogeerd. Zo beschrijft het arbeiderskind Hotel Leopold II in Elisabethstad als "een waarlijk prachtig hotel met alle mogelijke comfort, waar ik voor de eerste keer in mijn leven meemaak hoe men zijn schoenen in een opening moet stoppen waarna men ze 's anderendaags gepoetst terugkrijgt".

Mobulu

Ergens in de voorbereiding van zijn reis had autodidact Arthur Clays opgeraapt dat er in Congo vier inlandse talen werden gesproken. Hij somde ze in zijn reisindrukken op: het Kiswahili (waarvan het Kingwana een belangrijk dialect is), het Tshiluba (door hem ook Kiluba genoemd), het Kikango - Kikongo bedoelt hij - (in de toenmalige Portugese enclave ook Fiote genoemd), en het Lingala - de taal van Kinshasa en andere stedelijke agglomeraties die dictator Mobutu wou promoveren tot eenheidstaal.

accongo 1003

In Leopoldstad (Kinshasa) schafte onze senator zich waarempel een woordenboek Nederlands-Lingala-Frans aan. Een werk samengesteld in 1953 door de heer E. Blavier in samenwerking met de zwarte gegradueerden M. Aze, eerste sergeant-majoor van de Weermacht (inlands leger - Force Publique), en P. Maduku, sergeant-rekenplichtige van de Weermacht.

De drietalige dictionnaire was onmiskenbaar vooral voor koloniaal militair gebruik geschreven. Woorden als tosa/gehoorzamen/obéir, kata (ook kweisa)/neervellen/abattre en mobulu/onlusten/trouble ontbraken niet in de nogal beperkte lijst. Maar voor de politieke analyse van de Congo-reis van Arthur Clays verwijs ik naar de afleveringen die nog komen.

Zie ook het duidingsstukje dat eerder verscheen.

accongo 1004

13:23 Gepost in Algemeen | Permalink | Commentaren (2) |  Facebook |

Commentaren

dit was nog eens reizen.... marc,

dit is nu eens echt genieten van een reisverslag

frank,

Gepost door: frank | 07-06-10

Mulleman Blijven lezen Frank. In en van de komende afleveringen duiken 'de Mullemans' op in Léopoldville! Kortrijkzanen. Familie?

Gepost door: marc | 07-06-10

De commentaren zijn gesloten.